zondag, maart 16, 2014

Een andere wereld is mogelijk. LAIBACH, Het Depot, 10/03/2014

Laibach is terug. Ze brengen een nieuwe cd uit - ‘Spectre’ - en bundelen dat meteen aan een nieuw concept, of beter gezegd: aan een ingenieus herdenken van hun concept. Want eigenlijk is Laibach een groep die conceptuele kunst brengt in muziekvorm. Ze verklaren vrij snel na hun oprichting in 1980 dat ze zich als groep wijden aan de studie van de relatie tussen ideologie en kunst.

Dat doen ze aanvankelijk door zich als grote aanhangers van het Joegoslavische regime voor te doen. Maar hun verheerlijking van de Joegoslavische staat werd wel vermengd met tal van verwijzingen naar het fascisme, met absurde statements waarin het individu zijn eigenheid volledig moest opgeven voor het grote doel, en met extreem experimentele en ontoegankelijke avant-garde muziek. ‘Wist post-Tito Joegoslavië hoe het met conventionele dissidenten moest omgaan, dan wisten ze niet hoe reageren op een groep wiens passie voor autoriteit hun eigen enthousiasme ver overstemde’, kan men horen in de uitstekende documentaire ‘A Film From Slovenia’.

De groep zorgde uiteraard voor controverse en na een opgemerkt televisieoptreden in 1983 nam men hen het recht af om de naam ‘Laibach’ te gebruiken, de Duitstalige benaming van de Sloveense hoofdstad Ljubljana dat herinneringen opriep aan de nazi-bezetting en de Oostenrijks-Hongaarse onderdrukking. In 1985 werd dat verbod ongedaan gemaakt en later, in 1989, kon de groep internationaal doorbreken via het platenlabel Mute en de plaat ‘Opus Dei’ dat vooral opviel met covers van Opus’ ‘Life is Live’ (Opus Dei, Leben Heisst Leben) en Queens ‘One Vision’ (Geburt einer Nation).

Het uiteenvallen van Joegoslavië had tot gevolg dat de staat die Laibach - weliswaar op een ironische manier - dacht te dienen, verdween. Daaruit ontstond de idee om een nieuwe staat op te bouwen: de NSK-staat, eigenlijk een vervolg op het kunstenaarscollectief Neue Slovenische Kunst dat al sinds 1984 bestond. Een utopische staat zonder grenzen waarvan iedereen over de hele wereld burger kon worden.

De daarop volgende oorlogen in ex-Joegoslavië werden het object van N.A.T.O., een cd rond het concept van oorlog, en dat wederom een aantal opvallende covers bevatte waaronder ‘The Final Countdown’ van Europe en 'Alle gegen Alle' van DAF.

Wie echter hoopte al deze gloriemomenten opnieuw te horen op het optreden van Laibach in Het Depot, was eraan voor de moeite. We hebben al eerder gemerkt dat de groep het bij optredens liever houdt bij hun nieuwe werk, en zich absoluut niet gebonden voelt om hun klassiekers te spelen. Dat was maandag niet anders. (Het optreden in Oudenaarde in 2012 - na de uitgave van de compilatie 'An introduction to... Laibach' - was op dat vlak een uitzondering.)

Voor Spectre heeft Laibach een heel ander concept uitgewerkt dan in het verleden. Ze laten zich niet meer inspireren door de gevestigde machten, maar net door de talrijke oppositiebewegingen die we de afgelopen jaren gekend hebben: Occupy Wall Street, Indignados, anti-globalisten, wikileaks, anonimous, de protesten in Griekenland, Spanje, Portugal, de Arabische lente…

We citeren even uit het persbericht bij de cd: ‘Spectre klinkt letterlijk als een politiek manifest in poëtische vorm. De titels en teksten kunnen niet directer zijn. Met deze teksten en liederen nemen Laibach, die steeds een controversiële indruk gemaakt hebben - of een indruk van controverse - in het bijzonder in termen van hun politieke voorkeur, een duidelijk standpunt in het politieke spectrum in, en vallen ze hun (enigszins comfortabele) politieke ‘vrijheid’ en neutraliteit af.’

Toch zitten er meer weerhaken op deze ‘duidelijke stellingname’ dan je op het eerste zicht verwacht. Bij een tweede beluistering, en zeker tijdens het concert, vallen er weer heel wat dubbelzinnigheden op in het discours van Laibach. En daar is het de groep natuurlijk om te doen. We kunnen dus stellen dat Laibach zijn oorspronkelijke opdracht - het bestuderen van ideologie zonder zelf een kant te kiezen, en het blootleggen van contradicties in elke ideologie - weer glansvol waarneemt, en dat de nieuwe cd klassieke Laibach is.

Het optreden begint met de klassieke Eurovisie-melodie (een compositie van M.A. Charpentier), om dan over te gaan in ‘Eurovision’, één van de centrale nummers op Spectre. Het nummer bouwt langzaam op, tot we tot een uitbarsting komen: ‘Europe is falling apart’. Ja natuurlijk, de crisis in Europa, het mogelijke verdwijnen van de euro, Grexit, Brexit, Nexit… Vormt Europa nog wel een unie? Het zijn allemaal onderwerpen die perfect in Laibachs apocalyptisch wereldbeeld passen.
‘Walk With Me’ gaat verder in op het concept. Op een achtergrond van marcherende laarzen zingt Mina Špiler: ‘Come walk with me, we’d better change the world’, maar even verder ‘How low can you go? Prisoners of freedom. In your own land. It’s time to fight back’.

Špiler is oorspronkelijk de zangeres van het vrij idiote Sloveense popgroepje Melodrom. Ze heeft meegewerkt aan Volk - een Laibach-cd met herwerkte versies van volksliederen uit 2006 - en is toen bijna ter toeval mee op tournee gegaan met de groep. Sindsdien is haar rol steeds belangrijker geworden, en daar kunnen we enkel blij mee zijn. Je stelt je minstens de vraag of ze niet de echte frontvrouw van Laibach geworden is, of stelt anders vast dat ze op gelijke voet staat met oude rakker Milan Fras, die al 30 jaar het gezicht van de groep is.

Het samenspel tussen Špiler en Fras is uitstekend, zoals op duetten als ‘We Are Millions And Millions Are One’ en ‘Bosanova’ bewezen wordt. Op ‘Koran’ - volgens de perstekst een verwijzing naar de Arabische lente - komt de ambiguïteit van de thematiek weer helemaal bovendrijven. Špiler zingt ‘I believe in a better world… I believe in brotherhood…’, terwijl Fras’ tekst is ‘Words are nice… words can take us far away, they will leave us all behind’.

De nieuwe single ‘Whistleblowers’ heeft een aanstekelijke melodie. We kunnen zien hoe de hele groep ik koor mee fluit en zingt. ‘No History’ maakt nog eens duidelijk dat het de bedoeling is om de nieuwe cd te promoten, net als ‘Resistance is Futile’, een reflectie op Laibach zelf en zijn omgang met de wereld. Dan verlaat heel de groep het podium voor een intermezzo van 10 minuten.

Tijdens het intermezzo krijgen we regelmatig een foto van Fras die ons met de vinger aanwijst en zegt ‘we willen dat jullie lid worden van Spectre en onze partij ondersteunen’. Want Laibach richt met Spectre een nieuwe partij op, ‘met de bedoeling om een mogelijkheid te bieden voor een georganiseerde en gesynchroniseerde internationale beweging die de wereld wil veranderen waar het nodig en mogelijk is.’

Geestig is altijd om even te bekijken wat er aan de merchandising-stand van Laibach allemaal te koop staat. Cd’s en t-shirts natuurlijk, maar ook armbanden, dassen, dasspelden, onderbroeken, broeksriemen, een pet met opschrift ‘Arbeit macht nicht frei’ en authentieke Laibach-zeep met opschrift ‘Schwitz Aus’. En ook het nieuwe partijboekje. In het boekje vind je het nieuwe manifest en de teksten van de partijliederen, ’t is te zeggen van de nieuwe cd.

We citeren uit het nieuwe manifest: ‘De triomf van de anonimiteit en de collectieve gezichtsloosheid heeft zich tot in het absolute geïntensifieerd door sociale netwerking en informatietechnologie. Alle individuele verschillen worden bijgevolg uitgewist. SPECTRE gebruikt dus het organisatorisch systeem van de Komintern, industriële productie, sociale netwerken (Kominternet) en de identificatie met de informatie-ideologie als werkwijze. Hiermee overeenkomstig verwerpt elk partijlid zijn eigen individualiteit, en biedt het zijn diensten en vaardigheden aan het collectief en het algemeen belang.’

‘En nu iets helemaal anders’, horen we een stem zeggen bij het begin van het tweede deel. Het moest wel, want in het eerste deel heeft Laibach gewoon de volledige nieuwe cd gespeeld. We vliegen dus even terug in de tijd, naar de begindagen van Laibach, met sterk herwerkte versies van ‘Brat Moj’ en ‘Ti, Ki Izzivaš’. In die tijd bracht Laibach totaal ontoegankelijke industriële muziek. De nieuwe versies zijn veel kalmer en atmosferischer dan de originelen, en leggen opnieuw een belangrijke rol weg voor Špiler.

‘B-Mashina’ en ‘Under The Iron Sky’ zijn allebei afkomstig uit de soundtrack die Laibach gemaakt heeft voor de science-fiction film ‘Iron Sky’. In deze slechts sporadisch grappige komedie, gebaseerd op de talrijke complottheorieën die bestaan rond nazi’s en ufo’s, hebben de nazi’s zich in 1945 teruggetrokken op de donkere zijde van de maan alwaar ze sindsdien hun terugkeer op aarde voorbereiden. Een thema dat Laibach op het lijf geschreven was, natuurlijk.

Dan krijgen we een resen covers: ‘Leben-Tod’ dat met zijn ‘er is een leven voor de dood’ de draak steekt met Bob Dylan, ‘Warme Lederhaut’ dat een hommage was aan platenlabel Mute, ‘Ballad Of A Thin Man’ dat door Laibach werd opgenomen voor een compilatie van 70 jaar Bob Dylan en ‘See That My Grave Is Kept Clean’, oorspronkelijk van Blind Lemon Jefferson maar ook bekend in de versie van Bob Dylan. Voor mij hoefden deze covers niet echt, en ik had liever gezien dat Laibach een paar van hun echte klassiekers ten berde zouden brengen.

Hoe dan ook, het is het einde van het optreden. De groep komt nog eenmaal terug om opnieuw een overbodige cover te spelen van ‘Love On The Beat’ (Serge Gainsbourg) en te eindigen met ‘Tanz Mit Laibach’. Tenminste één magistraal nummer - afkomstig van de fantastische cd ‘WAT’ uit 2003 - waarin de groep een hommage brengt aan DAF en zijn filosofie uit de doeken doet: ‘(Wir tanzen) mit Totalitarismus / Und mit Demokratie / Wir tanzen mit Faschismus / Und roter Anarchie’…

En zo is de cirkel rond. Laibach blijft ons voorzien van broodnodige reflectie op politiek en ideologie, en heeft wat dat betreft zelfs een nieuwe stap vooruit gezet. Het is niet overdreven om te zeggen dat ze zichzelf terug uitgevonden hebben. Niet evident voor een groep die binnenkort 35 jaar bestaat…

Setlist:

Deel 1: Eurovision / Walk With Me / Americana / We Are Millions And Millions Are One / Eat Liver / Bosanova / Koran / Whistleblowers / No History / Resistance Is Futile

Deel 2: Brat Moj / Ti, Ki Izzivaš / B-Mashina / Under The Iron Sky / Leben-Tod / Warme Lederhaut (The Normal) / Ballad Of A Thin Man (Bob Dylan) / See That My Grave Is Kept Clean (Blind Lemon Jefferson)

Bis: Love On The Beat (Serge Gainsbourg) / Tanz Mit Laibach

Lees vorige concertrecensies van Laibach:

LAIBACH: Ga nu allen heen in vrede (Qubus Oudenaarde, 17/09/2012)

LAIBACH: De drang naar utopie en haar tegenstrijdigheden (Botanique, 13/12/2007)

woensdag, maart 05, 2014

Dubrovski

Ach, er is wat tijd vergaan sinds mijn optreden in de Tatwala in Dilbeek op 25 mei 2013. En al die tijd heb ik verzuimd om jullie te vertellen dat Alain Vanclooster, die zo vriendelijk was om namens Curieus samen met Tatwala het optreden te organiseren, video-opnames gemaakt heeft van mijn optreden en van dat van Ice King. Hij heeft zelfs een nummer online geplaatst: mijn eigen versie van Dubrovski, oorspronkelijk een nummer van Boris Grebenshikov. Hieronder kunnen jullie het nummer en zijn tekst bekijken.



Dubrovski

Als in onzekere tijden
Het volk van de honger versmacht
Dan, in het diepst van de nacht
Zo langzaam, zo stil
Stapt een oude man uit het woud
Kijk beter, hij is niet zo oud
Nee, hij is stralend en jong
De knappe Dubrovski

Ontwaak, liefste Kostroma
Slaap niet, Saratov en Tver
We kunnen niet langer zo leven
En huilen om brood
Dubrovski stapt in zijn vliegtuig
Dubrovski snelt in de lucht
Al over de aarde van zonde
En schrijft aan de hemel

Huil niet, Masha hier ben ik
Huil niet, de zon komt terug op
Schuil toch niet weg voor de heer
Hij moet ons nog vinden
De heilige stad Jeruzalem
Schijnt door het ijs en de sneeuw
Kijk hoe ze rijst om ons heen
Ze verwacht ons
Verwacht ons...

Hij wierp zijn zwaard en zijn schild
Zijn pistool smeet hij in het ravijn
Er valt niemand meer te bekampen
Hij glundert, vol vreugde
In deze zware tijd voor ons land
Vliegt Dubrovski over ons heen
Als een icoon in de lucht
En schrijft aan de hemel

Huil niet, Masha hier ben ik
Huil niet, de zon komt terug op
Schuil toch niet weg voor de heer
Hij moet ons nog vinden
De heilige stad Jeruzalem
Brandt door het ijs en de sneeuw
Kijk hoe ze rijst om ons heen
Ze verwacht ons
Verwacht ons...

Voor meer informatie over Boris Grebenshikov en zijn groep Akvarium:
De geschiedenis van Akvarium (4-delig artikel over de geschiedenis van Akvarium, Russische rock, de Sovjet-Unie en Rusland)

De volledige setlist in de Tatwala:
  1. Partizanen van de volle maan (Xavier Kruth)
  2. Drink nog een glas (Xavier Kruth)
  3. Contradans (Boris Grebenshikov)
  4. Mijn ster (Boris Grebenshikov)
  5. De klok slaat door (Xavier Kruth)
  6. Sans rien dire (Xavier Kruth)
  7. L'argent du seigneur (Boris Grebenshikov)
  8. Vrij zinnig lied (Xavier Kruth)
  9. Er komt een dag (Xavier Kruth)
  10. Dubrovski (Boris Grebenshikov)

maandag, februari 17, 2014

Gary Numan: De splinter in het oog van een gebroken geest (Het Depot, 13/02/2014)

In 2007 al kondigde Gary Numan aan dat zijn volgende cd ‘Splinter’ zou heten. Het werk sleepte aan, want al snel werd die belofte verlegd naar 2010. Uiteindelijk kwam ‘Splinter (Songs From A Broken Mind)’ eind 2013 uit. Maar wat een plaat werd het! De best verkopende Numanplaat sinds ‘Warriors’ uit 1983, een periode waarin alles wat Numan uitbracht gegarandeerd in de hitparades kwam. Het is dan ook met enige trots dat Numan zijn nieuwe cd kwam voorstellen in Leuven.

Absolute duisternis. Een paar donkere tonen, schurende geluiden… Numan weet sfeer te scheppen en de spanning op te voeren. Bij de eerste harde synthtonen flitsen de scherpste lichten aan en komen de muzikanten op het podium. Ze spelen meteen heftig mee op ‘Resurrection’, de instrumentele intro van Numans voorlaatste werk ‘Dead Son Rising’. Het nummer gaat naadloos over in ‘We Are Dust’, de opener van Splinter.

De lichtshow bestaat vooral uit flitsend blauw licht in de duisternis. De muzikanten zijn allemaal in een apocalyptisch zwart gekleed. Numan besteedt duidelijk veel aandacht aan de aankleding van zijn optredens. Ook het geluid is perfect. Dat heeft in het verleden al veel vragen opgeleverd over het live-gehalte van zijn optredens, inclusief de insinuatie dat hij zou playbacken. Daar is niets van aan. De muzikanten spelen live en Numan zingt echt, al is het normaal dat bij dit soort elektronische muziek gebruik gemaakt wordt van pre-geprogrammeerde geluiden. Het uitstekende geluid bewijst vooral hoe perfectionistisch en professioneel Numan is met zijn optredens.

Met ‘Metal’ krijgen we een nummer uit de begindagen, met name uit ‘The Pleasure Principle’, de plaat waarbij Numan besloot dat hij als enige songschrijver van Tubeway Army - de groep waarmee hij zes maanden eerder het enorm succesvolle ‘Replicas’ had uitgebracht (Down In The Park, Are Friends Electric) - evengoed solo kon gaan. (Hij behield evenwel zijn muzikanten.) Numan had Tubeway Army oorspronkelijk opgericht als een punkgroep, maar ontdekte dan de synths en week al snel af van de punk, waarin hij overigens toch maar weinig credibiliteit genoot.

Numan zal nog even nieuw en oud werk afwisselen. Uit de periode tussen 1980 en 2000 speelt hij niets. Voor zijn werk uit de jaren ’80 vinden we dat niet erg, want na zijn periode van kille synthesizermuziek haalde hij het in zijn hoofd om te experimenteren met funk, jazz en dance, met vaak teleurstellende resultaten. Vandaag beweert hij helemaal niet trots te zijn op wat hij in de tweede helft van de jaren ’80 uitgegeven heeft. Het ging van kwaad naar erger tot ‘Machine + Soul’ uitkwam in 1992, een absoluut dieptepunt waar Numan zich maar wat graag van distantieert.

Maar toen wist hij zich te herpakken. Groepen als Nine Inch Nails en Marilyn Manson begonnen door te breken en staken hun bewondering voor Numan niet onder stoelen of banken. Vooral met Trent Reznor van Nine Inch Nails werd het een ware liefdesrelatie. Numan werd regelmatig als gast uitgenodigd op NIN-concerten. Er werden zelfs plannen gesmeed om samen muziek te maken, maar dat werd nooit geconcretiseerd. Wel was Reznor er als eerste bij om te getuigen dat Numan ‘buitengewone verdiensten’ had toen zich onlangs in de V.S. wou vestigen (een voorwaarde om het land in te mogen).

Dat Nine Inch Nails Numan als een belangrijke invloed beschouwt lijkt evident, maar ook omgekeerd ging Numan zijn geluid afstemmen op het indutrieel geweld van Nine Inch Nails. De gelijkenissen zijn groot: de industriële mix van synths en gitaren, de geluidsexperimenten en de uiterst sombere sfeer. Toch zou het Numan onrecht aandoen om te zeggen dat hij het NIN-geluid gewoon kopieert. Zijn muziek klinkt minder agressief, kalmer en blijft vooral gekenmerkt door Numans uitzonderlijk stemtimbre.

De setlist is grotendeels opgesteld uit materiaal uit Splinter. Er komen ook een paar nummers uit ‘Dead Son Rising’ aan bod (The Fall, When The Sky Bleeds, He will Come), een cd uit 2011 die eigenlijk bestond uit onafgewerkte nummers uit de sessies van ‘Jagged’ (2006), ‘Pure’ (2000) en ‘Exile’ (1997). Numan deed hierbij een beroep op danceproducer Ade Fenton, die ook al op ‘Jagged’ meewerkte en nu ‘Splinter’ geproduced heeft. De uiteindelijke nummers weken behoorlijk af van de originele demo’s en Dead Son Rising werd dan ook een aardige plaat. Maar dat Numan het toch eerder als een tussendoortje zag wordt duidelijk als hij Splinter voorstelt als de opvolger van Jagged uit 2006.

‘Down In The Park’ zorgt voor kiekenvel. Het nummer - oorspronkelijk van Tubeway Army - werd geen hit, maar wel een cultsong die veelvoudig gecoverd werd. ‘Lost’ is een voorbeeld van de zachtere nummers op Splinter, en vormt een aangename rustpauze. ‘Cars’ brengt terug leven in de brouwerij, en geen klein beetje. Deze versie barst van de energie. Numan heeft het lang vervelend gevonden om altijd weer vereenzelvigd te worden met deze ene hit uit het begin van zijn carrière, maar is ondertussen nuchter genoeg om te beseffen dat vele artiesten alleen maar kunnen dromen van zo’n hit.

‘Splinter’ is het titelnummer van de laatste cd en vat goed samen welke richting Numan sinds 1994 uitgegaan is. ‘I believe in the cruelty of man / I believe in all the hopeless and lost’. Een uitzonderlijk pessimistisch mens- en maatschappijbeeld dat hem - samen met zijn zwart imago - ook de 'Goth Gary'-stempel heeft bezorgd. Nog belangrijker is de derde strofe: ‘I don’t believe in ‘The Calling’ of God / I don’t believe a word of ‘The Word’ is true’. Het uitgesproken atheïsme van Numan is een belangrijke inspiratiebron in zijn ‘nieuwe’ fase en komt in zijn teksten uitgebreid aan bod.

Na nog een paar nummers uit Splinter sluit Numan zijn set af met ‘A Prayer For The Unborn’, een erg persoonlijk lied over de moeite die hij heeft gehad om met zijn vrouw een kind te krijgen, hetgeen uiteindelijk zou lukken via in-vitrofertilisatie. Het zou het op één na enige nummer zijn uit Pure (2000), één van de meest bejubelde platen uit de ‘nieuwe’ periode.

Als bisnummers krijgen we nog twee onsterfelijke nummers. ‘I Die: You Die’ is een single uit 1980 dat ik eerlijk gezegd nog niet eerder live had gehoord van Numan. ‘Are Friends Electric’ begint met een zachte piano-intro, maar groeit uit tot de electrohit die we allen kennen. We krijgen een heerlijk uitgestrekte versie waarop het publiek volledig in extase komt. Afsluiten doet hij met het rustige ‘My Last Day’, het slotnummer van Splinter en een passend anticlimax voor het eerder geweld.

Uiteindelijk heeft Numan slechts uit vijf cd’s geput voor dit optreden, met een grote nadruk op Splinter (9 van de 12 nummers op de cd werden gespeeld). Dat veel van zijn werk uit de jaren ’80 niet aan bod kwam vinden we niet erg, maar dat er amper iets gespeeld werd uit de periode 1994-2010 (Sacrifice, Exile, Jagged) wekt toch enige verwondering.

Al hoeven we niet echt te klagen. Numan heeft bijna twee uur lang een fantastisch optreden gegeven. Er zat geen enkel slecht nummer bij en zijn grootste hits kwamen aan bod. En Splinter is echt een reus van een plaat. Sinds ik de cd heb staat hij bijna dagelijks op. Wie had gedacht dat Numan op zijn 55ste nog zo hard zou toeslaan?

Setlist: Ressurection / I Am Dust / Metal / Everything Comes Down To This / Films / Here In The Black / The Fall / The Calling / Down In The Park / Lost / Cars / Pure / Splinter / When The Sky Bleeds, He Will Come / We’re The Unforgiven / Love Hurt Bleed / A Prayer For The Unborn

Bis: I Die: You Die / Are Friends Electric? / My Last Day

Lacrimosa: Heute Nacht - E.P.

Het is een wat verassende zet van Lacrimosa: een E.P. die enkel via hun website verkocht wordt. Het kan erop wijzen dat de groep van Tilo Wolff en Anne Nurmi snel geld nodig heeft. Want eigenlijk staat er maar één echt nieuw nummer op: het titelnummer ‘Heute Nacht’.

‘Morning Glory’ was al eerder in Rusland en Mexico verschenen, maar is nu voor alle fans wereldwijd beschikbaar. Het nummer komt in twee versies, de oorspronkelijke uit 2012 en een nieuw opgenomen versie uit 2013. Tenslotte krijgen we een liveversie van ‘Irgendein Arsch ist immer unterwegs’ uit de laatste cd ‘Revolution’.

Niet veel zaaks, zou je kunnen zeggen, maar ‘Alles Lüge’ uit 1993 had een vrij gelijkaardige samenstelling en is een klassieker die je absoluut in huis moet hebben. En ook veel andere lovenswaardige singles van lacrimosa zijn volgens dit stramien opgebouwd.

Toch kun je deze zet moeilijk los zien van de crisis in de muziekindustrie. Zoals winkels hun uiterste best doen om de prijzen van cd’s te drukken om klanten naar hun zaak te blijven lokken, zo is het ook verleidelijk voor artiesten om rechtstreeks vanuit hun website te verkopen en zo de kosten die anders naar de handelaars zouden gaan op te strijken.

En opstrijken doet Lacrimosa, want de cd op zich kost bijna 10 euro en daar komen nog eens quasi evenveel verzendkosten bij. Toch is het een gewaagde strategie. De verdeling is beperkt en je bereikt dus veel minder mensen. Eigenlijk zelfs enkel je meest overtuigde fans. Gelukkig kan Lacrimosa - waarvan het wereldwijd succes toch nog steeds verwondering wekt - zich inderdaad beroepen op zo’n trouwe fanbase.

Maar laat ons even dieper kijken. ‘Heute Nacht’ is een middelmatig nummer dat typisch Lacrimosa klinkt, maar dan zonder de uitgebreide orkestraties die we van de groep gewend zijn. Het wordt zeker geen klassieker. ‘Morning Glory’ klinkt al een stuk beter, met zijn bugel- en oboesolo’s. De twee versies op de cd verschillen voldoende van elkaar om te blijven boeien.

Het beste nummer op de ep is zonder twijfel ‘Irgendein Arsch…’, een liveversie van het openingsnummer van de vorige cd ‘Revolution’. Van die cd hadden we al eerder vermeld dat het een pareltje was, en het nummer dat hier voorkomt hoort niet eens bij de beste nummers op die cd.

Kort samengevat: ‘Heute Nacht’ is geen essentiële cd en is vooral bedoeld voor de onvoorwaardelijke fans die alles van Lacrimosa in huis willen hebben. Daar lopen er op deze wereld evenwel genoeg van rond, en één van hen ben ik.

Psychogeneration: De maatschappij is één grote Frankenstein geworden die met de regelmaat van de klok zijn monsters uitspuwt en veroordeelt.

Psychogeneration is voor mij de revelatie van de afgelopen tijd. Ik voel me zelfs wat schuldig dat ik nooit eerder van deze groep gehoord had. Het was toen we op zoek gingen naar een passende groep om samen met Doganov te spelen op de Dark Entries Night van 14 maart dat dj Wildhoney suggereerde om deze groep te vragen. Na een paar luisterbeurten op internet was ik meteen verkocht. Psychogeneration speelt een mix van gothic rock en metal, en werkt overigens volgens een heel ambitieus concept. Maar we laten het de heren zelf vertellen...

Eigenlijk bestaat Psychogeneration al sinds 2005, al zijn jullie sindsdien erg geëvolueerd. Hoe is de groep ontstaan en welke grote veranderingen hebben jullie ondergaan?

Stefaan: De groep in zijn huidige vorm is herrezen uit de as van een voormalig metalcore project onder dezelfde naam. Het project was in de toenmalige bezetting geen lang leven beschoren, al na het eerste optreden vielen leden weg. Toenmalige drummer en drijfveer achter de band Jansy wou allesbehalve bij de pakken blijven zitten en vatte de zoektocht naar nieuwe leden aan. Algauw werden als gitaristen mijn neef Filip (Pure Kult, The Dead Poets, Amentia) en ikzelf (Pure Kult, Amentia, Ersatz) gevonden en de toon voor een nieuwe frisse wind in de band was gezet. Qua genre werd snel duidelijk dat onder de nieuwe bezetting metalcore niet juist aanvoelde en door de inbreng van de nieuwe leden evolueerde de muziek meer in de richting van wave, gothic-rock en symfonische metal. Voor Jansy werd het ook duidelijk dat hij zich meer op zijn plaats zou voelen als frontman en zanger. Hij kwam ook met de idee de nieuwe formatie aan te kleden met een concept, opgebouwd uit een achterliggend verhaal over het onrustwekkend stijgend aantal gevallen van psychopathie. Met deze wijzigingen was de nieuwe Psychogeneration geboren. Gaandeweg waren we ook op de uitkijk naar een bassist en een drummer en na wat zoekwerk viel ons oog op Roger (Mortifer, Decision) en Bram (Aphrodisia, Morrighan's Cry).

De naam van de groep verwijst naar psychopaten, een concept dat centraal staat in jullie muziek. Op wikipedia lees ik bij psychopatie: ‘De term psychopathie werd eerst vervangen door 'antisociale reactie' en nu wordt te allen tijde als officiële diagnose de antisociale persoonlijkheidsstoornis geconstateerd.’ 

Vanuit welke optiek benaderen jullie het onderwerp?

Stefaan: In feite is de onderliggende moraal in ons conceptverhaal dat we, in plaats van psychopaten onmiddellijk te gaan veroordelen, eerder moeten leren begrijpen waar het in de levensloop van dergelijke gevallen kan zijn misgelopen. Dit doen we aan de hand van een fictief personage, Jonatan Brofist (oftewel Natan), dat we gecreëerd hebben in de loop van ons 1ste dubbel album. Song per song beschrijven we de onmiskenbare tragedies die Natan ‘triggeren’, bij hem een 2de persoonlijkheid ontwikkelen en hem zo uiteindelijk leiden in een leven van psychopathie. In ons verhaal gaat het dus niet zozeer om het seriemoorden zelf. Het is veeleer een zoektocht naar hoe iemand in een patroon van psychopathie kan sukkelen door wat hij mentaal te verduren krijgt.

Jullie hebben zich geïnspireerd op de verhalen van een aantal bekende psychopaten. Wie waren ze en waarom waren hun verhalen bezielend?

Stefaan: Al in een vroege fase werd duidelijk dat we allen een gezamenlijke interesse deelden in de sfeer die heerst in bijvoorbeeld Alfred Hitchcock's film PSYCHO. Deze heeft er zeker al tot bijgedragen ons verder te verdiepen in dit onderwerp. Ook liep in die tijd het wereldschokkend proces van onze Belgische Marc Dutroux, welke ongetwijfeld ook wel heeft bijgedragen tot het tot stand komen van ons verhaal.

Jansy: Het verhaal was al afgewerkt en de eerste songs waren al geschreven toen een groot deel van ons "fictief" verhaal plots realiteit werd: pedopaters, psychopaten (zoals Kim De Gelder), gezinsdrama's, ... al deze elementen kwamen in sneltempo in het nieuws. Het leek eerder alsof zij door ons verhaal waren geïnspireerd, terwijl deze toen nog niet gepubliceerd was. Wat ons vooral fascineert is de vraag: “hoe wordt men een psychopaat ? Is het erfelijk ? Is het een opsomming van factoren ? Kan een gezond, normaal persoon door meerdere tegenslagen in zijn leven plots de grip verliezen en "ondenkbare daden" plegen ? En wat zou er nodig zijn om jou zover te krijgen ? Iedereen heeft zijn grens, zijn limiet ... dus zijn wij dan allemaal potentiële psychopaten ? Potentiële "tijdbommen" om het zo te zeggen…” Als je de krant leest, blijkbaar wel ! En moeten wij hen dan verontwaardigd en met een afkeurende blik bekijken en afschrijven als monsters ? Dit terwijl wij misschien zelf medeverantwoordelijk zijn voor hun creatie. De maatschappij is één grote Frankenstein geworden die met de regelmaat van de klok zijn monsters uitspuwt en veroordeelt. Maar om te antwoorden op je vraag welke bekende psychopaten ons inspireren, kunnen we wel al meegeven dat we in ons derde dubbel-album teruggaan in de tijd en er een hele resem bekende psychopaten aan te pas zullen komen. Dit van Bundy tot Manson maar ook historische figuren zoals Vlad III van Walachije die later naam en faam kreeg door Bram Stoker's roman "Dracula". De geschiedenis staat vol met psychopaten en moordenaars die in vele gevallen meer naambekendheid genieten dan wereldverbeteraars. Ook dat geeft ons stof tot nadenken. Door dit alles te verwerken in onze teksten geven we sfeer aan onze nummers.

Als ik het goed begrepen heb willen jullie 10 cd’s uitbrengen die een groot geheel vormen en waarin verschillende verhaallijnen verweven zitten. Verklaar eens nader?

Stefaan: Het basisidee is, net als de naam van de band, een concept. Het leek ons dus logisch dat alles wat we met de band willen verwezenlijken, in het teken wordt gesteld van dit concept. Deze gedachte kwam spontaan tot stand door vele avonden samen te komen en in groep te brainstormen over het verhaal. Zo werd duidelijk dat we met dit thema totaal niet gebonden zijn aan een doodlopende gedachte en al snel vonden we verschillende invalshoeken die voor volgende albums kunnen dienen. Om een voorbeeld te geven: het 1ste album loopt in het 2de over door het verhaal de wending te geven dat ons hoofdpersonage wordt neergeschoten en sterft op het einde van het 1ste dubbelalbum. Zijn organen worden gedoneerd en zo wordt de ziekte in zijn geest overgedragen. Dit gebeurt in de loop van het 2de dubbelalbum.

Dat betekent vast dat jullie veel aandacht schenken aan de teksten. Zijn er bepaalde regels en normen waaraan de teksten moeten voldoen?

Stefaan: Tekstueel gezien neemt Jansy, die een geboren verteller blijkt te zijn, alles voor zijn rekening. De eerste fase was eigenlijk het gezamenlijk brainstormen naar het verhaal en haar verrassende wendingen. Van daaruit werd door Jansy het eigenlijke verhaal in een passende tekstvorm gegoten. De teksten zijn daardoor ook in een vertellende stijl geschreven, alsof ze evengoed een boek of een film zouden kunnen zijn.

Jansy: Veelal bepaalt de tekst de lengte en de sfeer van het nummer. Als er een groot deel van het verhaal verteld moet worden, dan wordt eerst de tekst uitgeschreven. Deze wordt dan in strofes verdeeld en zodanig aangepast dat deze rijmen. Ondertussen werkt Stefaan een compositie uit die de sfeer van de tekst weergeeft. Hij past de lengte van het nummer aan aan het aantal strofes. Ook als er zich wijzigingen in de gevoelsfeer van het personage voordoen, moeten deze in de muziek te horen zijn. Persoonlijk erger ik mij wel aan bands die onbegrijpelijke teksten schrijven of die enkele goedklinkende woorden bij mekaar gooien en zich zo beroepen op dichterlijke vrijheid. Als je niet uit de tekst kan opmaken waarover het gaat, verliest het nummer volgens mij aan kracht. Gevoelens in combinatie met muziek kunnen sterker zijn dan beelden. Daarom is "Psychogeneration" een muzikaal project geworden in plaats van een film of bijvoorbeeld een comic ... terwijl we alle mogelijkheden openlaten en misschien in de toekomst ook wel met deze vormen van media zullen experimenteren.

In 2012 is het eerste deel van jullie tienluik uitgekomen: The Rise Of Jonatan Brofist. Er zit ook een specifiek verhaal achter deze cd. Kan je hier wat meer over vertellen?

Stefaan: Ter verduidelijking zouden deze 10 cd's er uiteindelijk uitzien als 5 dubbelcd's, dus met 5 grote verhaallijnen. Ons debuutalbum is de 1ste helft van onze eerste dubbelcd en handelt over de geboorte en het opgroeien van ons hoofdpersonage Natan. Onmiddellijk is duidelijk dat zijn leven bij aanvang al geen geschenk was. Zo sterft zijn moeder bij zijn geboorte en brengt hij de eerste jaren door bij zijn vader die sinds de dood van zijn vrouw aan een alcoholverslaving lijdt en Natan mishandelt. Uiteindelijk pleegt zijn vader zelfmoord en wordt Natan op jonge leeftijd geplaatst in een klooster alwaar hij weer wordt misbruikt door een priester. In deze periode gaat Natan zich volledig afzonderen van de wereld en creëert hij in de spiegel een aparte persoonlijkheid. Naar het einde van de eerste cd toe is Natan een jong volwassene en leert hij een meisje kennen waarmee hij wil trouwen. Op hun verlovingsnacht echter keren ze met de wagen terug naar huis en hebben ze een ongeval. Natans toekomstige bruid sterft ...

Jansy: Wie het volledig verhaal wil lezen, kan deze binnenkort van onze website downloaden. En zoals bij elk verhaal, verklappen we niet graag hoe het afloopt, al kan je wel raden dat het geen happy end is ...

Hoe lang denken jullie nodig te hebben om het volledige concept uit te werken? Hebben jullie een duidelijk plan en tijdspad? Wat zijn de volgende stappen?

Stefaan: Het is zeer moeilijk in te schatten hoeveel tijd nodig is voor het uitwerken van het verdere verhaal. Dit is natuurlijk afhankelijk van verschillende zaken zoals bijvoorbeeld financiën en ook het feit dat bijna ieder groepslid ook een gezinsleven te onderhouden heeft. Maar toch zijn er natuurlijk vooruitzichten. Zo is de 2de cd momenteel in een fase van afwerking. Enkel de synths moeten nog worden heropgenomen door keyboardspeler Jonas (Void Of Sadness, Azylya), die begin vorig jaar bij de band kwam. Daarna moet alles nog gemixt en gemasterd worden.

Filip: Terwijl de release van die tweede cd nog een eind voor ons ligt, staan we als band al te popelen om nieuwe nummers te maken en te spelen. Vandaag zijn er toch al een vijftal nieuwe songs klaar voor onze 3de cd. Live brengen we trouwens al twee van die nieuwe songs en we stellen met plezier vast dat het publiek ze kan smaken! Onze muziek evolueert en de songs van het derde album klinken tot dusver een stuk zwaarder dan de oudere nummers. We spelen de nieuwe nummers trouwens ook in een lagere D-tuning omdat we aanvoelen dat ze zo veel meer tot hun recht komen. Voor mij is het essentieel dat we als band op creatief en artistiek vlak blijven evolueren en ondertussen alle neuzen in dezelfde richting kunnen houden. Dat is een uitdaging en naar ik meen ook onze sterkte als groep. We hebben ieder op zich veel begrip en geduld met elkaar en wat mij betreft zijn deadlines en timings ondergeschikt. Ik zie ons project echt als een hobby en een uitlaatklep om de dagdagelijkse stress de kop in te drukken. Desalniettemin blijft het mijn ambitie om de 10 albums te realiseren en daar zullen we ook wel in slagen!

Jansy: Ieder bandlid in Psychogeneration is een multi-instrumentalist waardoor iedereen plots met een volledig nummer op de proppen kan komen. Dit kan ook alleen een zanglijn zijn of een gitaarriff of een drumfill waarbij we dan samen ideeën overlopen en kijken waar in het verhaal het zou passen.
En, we hebben tijd en dat is een grote luxe. Anderzijds is het ook wel een vloek omdat je de neiging hebt van alles te blijven herwerken en perfectioneren. Vergelijk het gerust met een schilder die een levensgroot muurschilderij maakt en telkens hier en daar details blijft verbeteren of toevoegen. Op een bepaald moment moet je de knoop doorhakken en beslissen: het is af ! Maar dan moeten er eerst nog optredens geboekt worden om de centen voor de productie te bekostigen ...

Stefaan: Financieel blijft het voorlopig een strijd om alle opnames te verwezenlijken en komt alles voorlopig dus uit eigen zak. We hebben al contact gehad met enkele labels maar voorlopig nog niet het geluk gevonden een deal te kunnen sluiten die ons op weg zou kunnen helpen. Tot nu toe hebben we alles, opnames, mixen, laten masteren en persen van de cd's, alle promo voor de band, contacten leggen met organisatoren, boekingen, … noem maar op, op onszelf genomen. Op dat vlak heeft niemand van ons echt veel ervaring en is het voor ons dan ook aftasten hoe alles in dit wereldje in zijn werk gaat.

Psychogeneration komt oorspronkelijk uit de metalscene, maar wat we horen op jullie eerste cd klinkt meer verweven met gothic-rock? Zijn jullie het daarmee eens? Hoe zien jullie de samenhang tussen deze twee scenes?

Stefaan: Zeer zeker ben ik het eens met de mening dat u onze muziek kunt categoriseren onder gothic-rock. Maar daarmee alleen is de stijl van Psychogeneration niet te bepalen. Al meerdere keren hebben we zonder succes zelf onze muzikale stijl proberen te omschrijven.

Jansy: Dit liep uiteen van new-wave-metal, industrial-gothic-rock, progressive- symphonic-metal, gothic-doom, ... het blijkt allemaal moeilijk te bepalen.

Filip: Ja, uiteindelijk vinden we bij de verschillende bandleden heel uiteenlopende invloeden terug, gaande van glamrock over new wave en dark wave, tot gothic-rock, gothic-metal, symphonic, progressive, doom en death metal. Uiteindelijk staan ikzelf en mijn neef Stefaan aan de basis van onze sound. Onze grootste invloeden zijn bands als Paradise Lost, Anathema, Moonspell, The Mission, My Dying Bride, Type 'O Negative, enz. die op zich ook allemaal vermengingen van genres omvatten, elk op hun unieke wijze. Daarmee hebben we het onszelf natuurlijk niet gemakkelijk gemaakt, maar het was totaal geen bewuste keuze. Onze muziek is organisch, zonder compromissen ontstaan en gegroeid, en in welk vakje we nu precies thuishoren is voor mij minder van belang. Ik vind dat we op plaat trouwens ook ‘rustiger’ klinken dan live het geval is.

Stefaan: Ik kan mijn neef volgen, wij maken inderdaad geen bewuste keuzes om deze of gene stijl te spelen, we doen gewoon ons ding. Maar we ondervinden toch regelmatig dat onze stijl bepaalde organisaties afschrikt omdat we enerzijds te zwaar klinken en voor anderen eigenlijk niet hard genoeg klinken. In ons Belgenland blijkt het niet makkelijk in een dergelijk milieu aan de bak te komen omdat het eigenlijk zo goed als onbestaande is. Toch zouden we aan organisatoren willen meegeven dat ze zich niet moeten laten afschrikken door de klank van onze opnames. We kunnen verzekeren dat we live zonder twijfel de interesse kunnen wekken en de aandacht kunnen bewaren, ook van mensen die dergelijk genre niet direct gewoon zijn. We bieden hen dus iets uitzonderlijks aan door hen gewoonweg van hun sokken te blazen met gevoel en symfonie.

Jansy: Wij houden eigenlijk van alle genres in het rock en metal gebeuren. Het zijn meestal de periodes in een mens zijn leven die bepalen tot welk genre je op dat moment meer geneigd bent. Als er in die periodes nummers gecreëerd worden, dan beïnvloedt dit natuurlijk ook de lay-out en sfeer die terug te vinden zijn in de nummers. Daarom blijft het moeilijk ons in één bepaald genre te positioneren. Morgen kunnen we zowel een industrial nummer schrijven als een melodische metal ballad, al naar gelang de sfeer en verhaallijnen ...

Welke rol spelen optredens in het concept van Psychogeneration? Ik heb begrepen dat jullie daar speciale aandacht aan schenken.

Stefaan: Optredens zijn voor ons inderdaad een manier om ons conceptverhaal een visueel karakter te geven. Uiteindelijk zijn we nog niet helemaal waar we zouden willen zijn qua live uitstraling. Graag zouden we onze show qua kostuums en licht- en rookeffecten verder kunnen uitbouwen tot acts die zich afspelen tijdens bepaalde nummers. We willen ook graag gaan werken met videoprojectie die op een merkwaardige manier moet samenhangen met het verloop van het verhaal. Daarrond zijn ook al heel wat ideeën. Zo zouden we bijvoorbeeld het moment dat Natan zijn andere persoonlijkheid ontwikkelt, willen uitbeelden door een interactie tussen de zanger Jansy en zijn projectie op het videoscherm. Zo zal het lijken alsof zijn andere persoonlijkheid tot leven komt in zijn spiegelbeeld. Natuurlijk zijn live optredens op dat vlak ook zeer belangrijk voor een band zoals wij omdat het niet zo simpel is aan de fans duidelijk te maken dat er achter onze muziek ook een fascinerend verhaal steekt. Eens ze ons live aan het werk zien kunnen ze zich daar een beter beeld van vormen.

Jansy: Men gaat "kijken" naar een optreden hé ... en daarom willen we dan ook het publiek entertainen met allerhande special effects. Zoals Stefaan reeds aanhaalde, zijn we nog lang niet waar we zouden willen zijn inzake live show maar we moeten realisitisch zijn. Dit kunnen we nog niet realiseren op kleine podia. Bijna elke show voegen we een nieuw element toe dus dat maakt het ook fascinerend om het geheel te zien groeien.

Stefaan: Bedankt voor het interview en hopelijk kunnen we in de toekomst nog iets voor elkaar betekenen daar jullie toch een toonaangevend gegeven zijn in de Belgische wave en gothic scene ! Keep up the good work !

Psychogeneration valt live te bewonderen op de Dark Entries Night van 14 maart in de Kinky Star (Vlasmarkt 9, Gent). Het optreden begint stipt om 20u45.

Officiële website

Facebook

Bandcamp

Te gek om los te lopen

De dag van de opname. Ik heb er eigenlijk naar uitgekeken. Op het moment dat ik dit schrijf is het avond en zit ik sinds twee uur vast in de psychiatrische spoedafdeling EPSI van de UZ Leuven. Ik voel me volledig ontspannen en goed. Toch is de dag anders verlopen dan verwacht. Toen ik vanochtend opstond was het eerste wat ik deed de fles cava van de vorige avond leegmaken en er een paar glazen pastis aan toevoegen. Dit is eigenlijk een gebruikelijk begin van de dag voor mij, en één van de grote argumenten waarom ik nu opgenomen ben.

Ik moet ongeveer van 7 tot 9 gedronken hebben. Tussendoor las ik het einde van het boek ‘The Rise And Fall Of The Third Reich’ van William L. Shirer, een absolute aanrader voor wie een diepgaand en gedetailleerd beeld wil krijgen van het meest hatelijke regime aller tijden. Ik heb het boek, dat ik de afgelopen tijd als een razende heb zitten lezen, ook effectief uitgekregen, en wel voor ik opgenomen werd in psychiatrie. Zoals wel vaker als ik een goed boek uit heb, heb ik spijt dat het over is.
Ik was van plan om mijn tijd in psychiatrie met lezen door te brengen, en had dus nood aan boeken die me evenzeer zouden boeien als dat van Shirer. De belangrijkste keuze had ik al eerder gemaakt: ‘The Great Terror’ van Robert Conquest. Het boek is een absolute klassieker over de terreur die Stalin over de Sovjetunie deed waaien in de jaren ’30. Ik was er al eerder aan begonnen en vond het uitstekend, maar ik ben toch ergens blijven steken. Namelijk bij het hoofdstuk over de moord op Kirov.
Kirov was een vooraanstaand bolsjewiek en medestander van Stalin. De moord op zijn persoon wordt algemeen beschouwd als de aanleiding voor de grote zuiveringen die Stalin binnen en buiten de partij ondernam. Over de moord op Kirov bestaan verschillende hypothesen. Conquest zelf is een overtuigd verdediger van de hypothese dat Stalin de moord zelf heeft opgezet als een demonisch plan om een aanleiding te hebben voor de zuiveringen die hij plande. Zelf heb ik dat altijd vergezocht gevonden, en daarom had ik een paar jaar geleden het boek over de moord op Kirov gekocht van Alla Kirilina, die probeert te bewijzen dat de moord het werk was van een geïsoleerd partijlid die wraak wou nemen omwille van een relatie van Kirov met zijn vrouw. Maar bij het lezen van het hoofdstuk van Conquest over de moord - hij zou er later trouwens een volledig boek aan wijden - moet ik toegeven dat hij een hoop zeer onderbouwde en overtuigende argumenten kan voorleggen. Ik zal mij er nog verder in verdiepen en hopelijk zelfs een artikel over schrijven dat jullie op deze blog zullen kunnen lezen.
Nu ben ik natuurlijk behoorlijk afgeweken. Wat ik wou zeggen is dat ik nog een beetje twijfel of ik even gepassioneerd zal lezen aan Conquest als aan Shirer, maar dat zullen we nog wel zien. Een tweede boek dat ik uitgekozen heb om mee te nemen was ‘Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel’ van J.M.H. Berckmans, een boek dat ik al zeker vier keer gelezen heb en dat altijd een trouwe bondgenoot is als je je wanhopig voelt. Het handelt onder meer over een ziekenhuisopname van Berckmans, en in die zin hoopte ik dat het me ook zou inspireren om zelf op te schrijven hoe mijn verblijf zou vergaan.
Om elf uur had ik een eerste gesprek met een psychologe die me, los van de psychiatrie, regelmatig opvolgt. We waren overgegaan tot een wekelijkse opvolging door een psychologe vanwege mijn erg verslechterde toestand. Eigenlijk was het nog maar mijn tweede afspraak met de dame. Net als bij het eerste gesprek werd het een ganse litanie over alles wat slecht ging: een lang aanslepende depressie, algehele uitzichtloosheid, zwarte gedachten, overmatig alcoholgebruik, slaapmedicatie… Ze merkte op dat het vreemd was dat ik wel al mijn boeken had klaargelegd, maar nog niet mijn kleren voor de volgende vijf dagen. Verder niet veel zaaks.
Op de terugweg naar huis - ik ben afgeweken van mijn oorspronkelijk plan om in het studentenrestaurant alma te gaan eten - werd ik door angst overmand, en kreeg ik zin om te drinken. Ik stopte bij een Poolse winkel waar ik al lang van plan was om ooit eens binnen te gaan om drank in te slaan. Want als er iets is waar Polen goed in zijn, dan is het toch zuipen. Ze hadden helaas geen wijn, en ik had weinig zin in bier, dus viel mijn keuze op een kleine fles wodka.
Nu weet ik ook wel dat wodka straf spul is, en had ik me dan ook voorgenomen om er met mate mee om te gaan. Niet dus, want op een half uurtje heb ik het flesje van 200 ml soldaat gemaakt. En dus heb ik er nog een glas pastis bovenop gedaan. Dit alles om de stress weg te nemen van het komende gesprek waar mijn opname van zou afhangen. Niet echt slim. Of toch, als je zeker wil zijn van opgenomen te worden.
Op dus naar het gesprek. Daar steek ik weer mijn litanie af over hoe slecht alles gaat. Ik had ook de argumenten pro en contra een opname opgesomd en heb gepleit voor mijn opname. Blijkbaar is de psychiatrisch verpleegkundige snel eens met dit voorstel. Toen riep ze er mijn psychiater bij, die me zei dat het een moedige beslissing was om me te laten opnemen. Toen ze me terug naar huis stuurden om mijn spullen te gaan halen kwam het dan: ‘en probeer niet meer te drinken voor je terugkomt’.
Ik was even overdonderd. ‘Valt het dan zo erg op?’, vroeg ik. Blijkbaar wel. Twee dagen eerder was ik bij mijn baas op het matje geroepen omdat hij gemerkt had dat ik maandagochtend onder invloed op het werk zat. Gelukkig had hij niet opgemerkt dat dit de laatste tijd bijna dagelijks gebeurde. Zo ging ik ’s ochtends voor het werk regelmatig langs de winkel, waar ik één of twee flesjes wijn kocht, die ik dan tijdens een wandeling door het dichtbij zijnde park opdronk. Hetzelfde gebeurde tijdens de middagpauzes. Het kwam zelfs voor dat ik gewoon tijdens de werkuren even mijn bureau verliet om snel naar de winkel te lopen en op de terugweg een halve liter wijn leeg te drinken. Het ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds drinken zette zich ook in het weekend door.
Natuurlijk had dit overmatig gebruik ook lichamelijke gevolgen. Ik bracht mijn avonden vaak in comateuze toestand door, waardoor ik natuurlijk bang werd voor schade aan mijn lever en zelfs aan mijn hersenen. Ik had het gevoel mijn hersenen tot moes te drinken, dat de pastis in mijn achterhoofd bleef hangen. Ook moest ik constant overgeven. 's Avonds als ik te veel gedronken had natuurlijk, maar ook ’s ochtends. Het is zelfs twee keer voorgevallen dat ik op weg naar het station even met mijn fiets aan de kant van de weg moest gaan staan om over te geven. Zo hebben jullie een beeld van wat me zover gebracht heeft.
Het verder verloop van de dag dan. Ik moest natuurlijk naar huis om mijn spullen te gaan halen. Onderweg ben ik even gestopt op de school waar de kinderen van mijn zus zitten. Ik heb er een leuke gewoonte van gemaakt om ze elke vrijdag mee van school af te halen, iets waar ik altijd erg naar uitkijk. De kinderen zijn namelijk dol op mij. Toch iemand die mij graag ziet, denk ik dan. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn zus te vertellen dat ik in psychiatrie opgenomen word en haar met de vreselijke taak op te zadelen om het aan mijn ouders uit te leggen.
Dan snel naar huis. Omdat ik de raad heb gekregen om niet meer te drinken tot aan mijn opname koop ik onderweg een broodje dat ik tijdens het inpakken opeet.
De eerste ontmoeting met mijn medepatiënten is vrij positief. De eerste man die ik zag kwam de krant terugleggen en deelde me mee dat ik mocht beschikken over de televisie, die hier blijkbaar de ganse dag aan staat, ook al kijkt niemand er naar. De tweede persoon kwam zich zelfs voorstellen en me vriendelijk de hand schudden. Nummer een zou ik de rest van mijn verblijf niet meer tegenkomen. Nummer twee blijkt een zware drugverslaafde die na zijn verblijf hier tegen een jaar rehabilitatie aankijkt. Hij is buitengewoon aardig, ook al heeft hij het bij momenten zichtbaar zwaar te verduren.
Verder zijn er nog twee meisjes. De eerste is een Portugese biologe die aan de KU Leuven doctoreert en met zware heimwee zit, maar ook met anorexie en depressie. Ze is er duidelijk het ergst aan toe in de afdeling. Steeds gebogen hoofd, uiterst verlegen, rond zichzelf wentelend met haar handen voor haar mond, angstaanvallen, hyperventilatie… Ze heeft ook grote bijwerkingen van de medicatie. Het is niet zo gemakkelijk om een gesprek met haar aan te knopen, maar eens het lukt is ze uiterst vriendelijk.
Het tweede meisje is dan weer iemand die graag sociaal contact heeft en eveneens zeer vriendelijk is. Ze vraagt bijvoorbeeld altijd of er iemand mee wil gaan roken - er is hier een afgesloten rookruimte - omdat ze niet graag alleen is. Ze zegt dat ze lijdt aan een combinatie van anorexie met boulimie, maar ik vermoed dat er meer achter zit want ze heeft het recht niet om de afdeling te verlaten.
Om 9 uur ’s avonds is er steeds een groepsgesprek waarbij iedereen samen zit. We overlopen dan per persoon hoe de dag verlopen is en hoe we opkijken tegen de nacht. Wat mezelf betreft kijk ik heel erg op tegen de nacht. Niet alleen hebben de artsen me verboden om te drinken, wat natuurlijk ook mijn verwachting en bedoeling was, maar ze hebben me ook mijn zolpidem - mijn favoriete slaapmiddel - afgepakt, iets waar ik absoluut niet mee kan lachen.
Ik ben mijn pyjama vergeten en dus slaap ik met mijn kleren aan. De eerste nacht is zoals verwacht bijzonder moeilijk. Ik heb amper geslapen. Ik schat zelf dat ik enkel tussen half twaalf en half één geslapen heb, en dan nog eens tussen half zeven en half acht, het uur waarop we gewekt worden. Toch beweert de nachtverpleegster - die ’s nachts regelmatig alle kamers afgaat om te zien of de patiënten slapen - dat ik bij verschillende van haar rondes sliep. Mogelijk was ik even ingedommeld, of dacht ze dat ik sliep omdat ik stil in mijn bed lag. Vanaf drie uur ben ik alleszins beginnen lezen. In plaats van de boeken te lezen die ik meegenomen heb, lees ik teksten op mijn computer.
Ik ben begonnen aan ‘Might is Right’ - een sociaal-darwinistisch pamflet geschreven door een zekere Ragnar Redbeard. De ware identiteit van Redbeard - een pseudoniem - is nooit met zekerheid onthuld, maar er wordt beweerd dat hij een Brits-Australische socialist was, en dat zijn tekst eerder een persiflage zou zijn op het sociaal-darwinistisch gedachtegoed. Ik betwijfel dit, want deze tekst is absoluut belachelijk en slecht geschreven, te slecht om een persiflage te zijn op wat dan ook. En het klinkt ook gemeend. Het is een tirade van negatieve algemeenheden tegen alles en iedereen, een kinderlijk afgeven tegen elke moraal en elk onderscheid tussen goed en slecht, voor het recht van de sterkste in alle omstandigheden. Het is me een wonder hoe dergelijke rommel zelfs in de meest idiote extreemrechtse kringen cult geworden is.
Meer interessante lectuur is een thesis over Victor Tsoi, de legendarische zanger van de Russische new wavegroep Kino, die ik jaren geleden had gedownload toen ik schreef aan mijn artikel over Akvarium. Natuurlijk vind ik Tsoi een mindere god in vergelijking met Boris Grebenshikov, maar het onderwerp blijft me onverminderd boeien en er zitten veel referenties naar Akvarium en de Leningrad Rock Club in. Het artikel omschrijft hoe de perestrojka aanvankelijk hoop genereerde en later ontaarde in teleurstelling, een evolutie die perfect in Kinos muziek weergegeven wordt. Buitengewoon interessant.
Tegen 7 uur 30 worden we wakker gemaakt en na een kwartier worden we aan tafel verwacht om samen te ontbijten. Vannacht zijn er twee nieuwe patiënten bij gekomen. De ene is een zeer zwijgzame kerel die enkel kwijt wou dat hij al eerder opgenomen was. De andere is een sympathieke Turk die verslaafd is aan marihuana. Hij is blijkbaar gisteren om zeven uur bij spoed binnengekomen en pas vanochtend om vier uur in de afdeling binnen gelaten. Hij heeft dus amper meer geslapen als ik.
Na het ontbijt hebben we elk een individueel gesprek met een psychiatrisch assistent. Het gesprek verloopt moeilijk, vooral omdat de assistent vraagt om een ‘systeemgesprek’ te organiseren met iemand die in nauw contact staat met mij. De meest vanzelfsprekende keuze hiervoor is mijn moeder, maar ik schaam me dood tegenover haar en ik denk dat het ook voor haar heel moeilijk is. Het gesprek brengt me danig in de war en ik voel me een tijdje heel angstig.
Toch heb ik tijdens het gesprek ook een paar keer luidop moeten lachen om mijn eigen ellende. Het is ook wel grappig, toch zeker als je het vanaf een zekere afstand bekijkt. Verleden maandagochtend werd ik wakker en zag ik in de spiegel dat de helft van mijn hoofd afgeschoren was. Ik heb zondag blijkbaar onder invloed van alcohol en zolpidem de leuke ingeving gehad om me een origineler kapsel aan te schaffen. Ik moet grondig te werk zijn gegaan, want ik vond zelfs haar op mijn scheermesje en de rechterhelft van mijn hoofd was werkelijk gladgeschoren. Uiteraard mis ik mijn lange haren, en dat is ook de reden waarom ik weiger de rest van mijn hoofd af te scheren, wat nochtans de symmetrie van mijn hoofd ten goede zou komen.
Ik kon met mijn nieuw kapsel moeilijk op het werk verschijnen. Daarom draag ik nu zoveel mogelijk een beret over het kale deel van mijn hoofd. Uiteraard vonden mijn collega’s het raar dat ik de ganse dag met die pots op mijn kop bleef rondlopen, maar ik denk dat ze me nog meer voor gek hadden verklaard indien ze mijn kapsel hadden gezien. Hoe dan ook, dergelijke voorvallen bewijzen ook dat ik rijp was voor psychiatrie.
Normaal gezien mag je tijdens je eerste dag de afdeling niet verlaten. Maar naar aanleiding van de kleine angstaanval veroorzaakt door de vraag om het ‘systeemgesprek’ die ik hierboven beschreef, heb ik de verpleger uitgelegd dat ik in dit soort geval graag even naar buiten ging, dat de buitenlucht me goed deed. Ik kreeg uiteindelijk de toestemming om een kleine wandeling buiten te gaan doen, maar slechts tegen de avond. Tegen dan was het buiten al donker en was mijn angstgevoel al terug weggeëbd, maar de wandeling heeft me toch goed gedaan. Na elke wandeling wordt je verplicht om te blazen, zodat men kan controleren dat je niet gedronken hebt. Er zijn in het ziekenhuis namelijk twee kantines waar je ook alcohol kan krijgen. Ik ben trouwens één van de enigen die naar buiten mag, wat me enigszins verwondert.
Eigenlijk heb ik het hier best naar mijn zin. Vreemd eigenlijk. Maar om eerlijk te zijn, zowel thuis als op mijn werk verveel ik me vaak dood. Mijn voornaamste bezigheid op het werk bestaat uit het aftellen van de uren tot ik naar huis mag. Dan drink ik om de verveling te doden. Het is vreemd dat ik me hier eigenlijk niet verveel, terwijl ik 90% van de tijd tussen de vier muren van mijn kamer verblijf. Misschien is het omdat ik hier werkelijk van elke verantwoordelijkheid opgeheven ben. Ik hoef niets te doen. Ik kan of mag zelfs niets doen.
De enige verplichtingen zijn om met de anderen te eten, ’s ochtends een gesprek met een verpleegkundige of een psycholoog, en ’s avonds een groepsgesprek waarin we de dag overlopen. De rest van de dag zit ik op mijn kamer. Te lezen, te dromen, te schrijven. Ik heb ook een werkelijk gevoel van inspiratie, iets dat ik al maanden niet meer gehad heb. Het is hier natuurlijk geen viersterrenhotel, maar het is ook geen gevangenis, ook al is de deur op slot.
Eigenlijk is hier alles gericht op ontwenning. Ik krijg ’s ochtends een extra pil met een vitaminepreparaat - die ik samen met mijn antidepressiva onder toezicht van een begeleider moet slikken - en zelfs een inspuiting met extra vitaminen in mijn bil. Blijkbaar helpen die middelen om ontwenningsverschijnselen te voorkomen, ook op langere termijn.
Zelf heb ik eigenlijk helemaal geen last van ontwenningsverschijnselen, tenzij van een hoge bloeddruk. Mijn bloeddruk wordt hier trouwens ongeveer om de twee uur nagekeken. Er worden zelfs tijdstabellen opgemaakt met het aantal metingen die moeten gebeuren. Zo’n meting kan ook ’s nachts gebeuren, al zullen de verpleegkundigen je er niet speciaal voor wakker maken.
Ik had ook geen ontwenningsverschijnselen verwacht. De paar keer dat ik de afgelopen maanden een dag niet gedronken had - ik schat twee dagen op de afgelopen drie maanden - had ik geen enkele last van ontwenningsverschijnselen. Ik heb ook nooit last gehad van bevende armen of iets dergelijks. (Wel van overmatig zweten. Het leek er soms op dat ik al hetgeen ik dronk terug uit moest zweten, in de eerste plaats via mijn voorhoofd.)
Blijkbaar is hier onder de dokters het verhaal rondgegaan dat ik ’s ochtends dronk omdat ik last had van ontwenning. Dit is pertinent onjuist en ik heb dat ook nooit in de geringste mate geïnsinueerd. (Voor een voorbeeld van het verschijnsel dat hier bedoeld wordt raad ik de fantastische film ‘De helaasheid der dingen’ aan.) Het feit dat ik ’s ochtends of zelfs ’s nachts al begon te drinken heeft louter te maken met het feit dat ik me wanhopig voelde en dat gevoel probeerde te ontvluchten. En met zelfdestructief gedrag. Omdat ik mijn leven niet meer aankon. Blijkbaar bestaat er een zeker verwachtingspatroon bij de artsen hier waarbij alles aan ontwenningsverschijnselen te wijten moet zijn.
Op het tweede ochtendgesprek krijg ik de vraag om de voor- en nadelen van het gebruik van alcohol en zolpidem op te sommen, en de voor- en nadelen van het stoppen met het gebruik ervan. Voor alcohol is de oefening vrij gemakkelijk gemaakt. Alcohol maakt het leven lichter, helpt bij overdreven angst, helpt de tijd voorbijgaan... Daarentegen maakt het mij fysiek kapot, heeft het effecten op lever en hersenen, en maakt het me op lange termijn nog depressiever.
Voor zolpidem is de oefening iets moeilijker. De positieve effecten heb ik meteen opgesomd: het maakt de dag korter, neemt de angst en de wanhoop weg en zorgt dat je slaapt. Over de negatieve kanten moet ik mijn hoofd breken, maar na lang tobben heb ik er toch gevonden. Zo zorgt zolpidem soms voor rare verassingen ’s ochtends, zoals mijn half afgeschoren kop van een paar dagen geleden. Het zou mogelijk ook een effect hebben op het geheugen, maar daar kan ik me niet echt iets van herinneren, en ik neem het middel nu toch al meer dan tien jaar.
David Bowie beweerde ooit dat het vrij gemakkelijk is om nummers te schrijven als je drie dagen niet geslapen hebt. Hij heeft gelijk. Ik heb het ook altijd zo ervaren. Slaapgebrek leidt tot creatieve en inspirerende ideeën. Dat is een argument om geen zolpidem meer te nemen. Niet dat ik slapeloze nachten wil hebben, maar ik heb toch het gevoel creatiever te zijn als ik het niet neem. En iets anders dat ik al lang opgemerkt heb: als ik zolpidem neem herinner ik me ’s ochtends zelden mijn dromen. Als ik het niet neem herinner ik me ze wel. Dromen vind ik geweldig. Ze zouden wat mij betreft zelfs de plaats van de werkelijkheid mogen innemen.
Ik krijg de toestemming om ’s middags een langere wandeling te doen. De wandeltijd komt overeen met de bezoekuren. Ik wil sowieso geen bezoek. De bedoeling is net om me af te zonderen van de buitenwereld. Misschien is dat ook een reden waarom ik me hier goed voel. Draussen ist feindlich, zoals Einstuerzende Neubauten ooit uitschreeuwden. Hier ben ik veilig.
Mijn wandeling behelst een volledige toer van het gasthuisbergcomplex, dat toch vrij groot is. Gasthuisberg werd in 1975 geopend als een plaats waar zowel onderzoek, onderwijs als patiëntenzorg op medisch vlak op een plaats verenigd worden, en groeit nog steeds aan. Ik lees ook de informatie over de op til staande verbouwingen. De afdeling psychiatrie zal een nieuw gebouw krijgen en flink uitgebreid worden. Een goed ding. Maar de vijvertjes naast de ingang zullen plaats moeten maken voor nog meer beton, en dat is niet zo goed.
Als ik terug kom van de wandeling wordt ik opnieuw overmand door een groot gevoel van angst. Ik had beloofd om nu mijn ouders te contacteren voor het ‘systeemgesprek’ waar ik zo tegen opzie. Ik stel het zo lang mogelijk uit en raap dan mijn moed bijeen om een sms naar mijn moeder te sturen. Eens die verstuurd is vlucht ik weg. Ik laat mijn gsm achter bij de verpleegkundige met de vraag om te antwoorden indien mijn ouders zouden bellen en vertrek voor een nieuwe wandeling rond gasthuisberg, deze keer door de gietende regen. Een regen die perfect bij mijn gemoed past.
In deze situatie zou ik thuis al meteen op korte tijd heel veel gedronken hebben. Als ik terugkom blijken mijn ouders geantwoord te hebben, via sms. Ze zijn bereid om te komen voor het systeemgesprek en vragen of ze mij mogen bellen. Ik antwoord dat ik hen de dag nadien wel zal opbellen. Uitstelgedrag.
Ik mis zolpidem. Ik slaap behoorlijk, maar lig toch ook een deel van de nacht wakker. En ik begin te piekeren. Ik denk na over mijn omgang met andere mensen. ‘Dingen die für sie wichtig, sind mir ganz einerlei’, zingt Mantus. Ik heb gewoon heel andere interesses dan de rest van de mensheid, of toch het merendeel ervan. Ik ben niet geïnteresseerd in de slimste mens of Wouters versus Waes. Wel in Tsjechische undergroundmuziek en in de onderhandelingen van Trotski in Brest-Litovsk. Ik en de wereld, we zitten niet op dezelfde golflengte.
Concentratieproblemen zijn relatief. Op sommige onderwerpen kan ik me concentreren, op andere helemaal niet. Geldzaken stel ik altijd zo lang mogelijk uit. Maar als ik overmand wordt door angst, zoals deze namiddag gebeurt, is zelfs twee zinnen lezen een hele opdracht. Ik doe twee uur over een halve pagina.
Op de voorlaatste dag krijg ik de opdracht om op te lijsten wat ik wil veranderen in mijn leven, waarom, hoe ik dat zou aanpakken, enzovoort. Ik heb met nieuwjaar geen goede voornemens gemaakt en krijg nu de kans om dat in te halen. Uiteraard neem ik me voor om niet meer te drinken en geen zolpidem meer te nemen. Maar ook om me meer in te zetten voor mijn hervonden doelen in het leven, actiever te zijn en om ander werk te zoeken.
De meest vervelende vraag is die naar de dingen die mijn plannen kunnen dwarsbomen. ‘De wereld’ schrijf ik als eerste antwoord op. De werkelijkheid, met andere woorden. Een werkelijkheid die ik echt niet kan uitstaan en waar ik nu net vier dagen van afgesloten was. Angst die leidt tot drinken. Dat mensen iets zeggen dat me stoort. Eigenlijk is er niet veel nodig opdat ik terug zou hervallen in de levensstijl van voor mijn opname.
De laatste avond. Mijn verblijf hier loopt op zijn eind. Vier dagen lang heb ik geen enkele verantwoordelijkheid moeten nemen, werd er constant op mij gelet, zat ik met mensen samen die net als ik worstelden met hun leven en met hun verslavingen. Het voelde aan als een veilige cocon, afgesloten van een vijandige buitenwereld.
Soms ben ik geneigd om te denken dat mijn werk een gekkenhuis is. Maar dat is het niet. Er is één belangrijk verschil. In psychiatrie zijn de mensen veel vriendelijker met elkaar dan op mijn werk, waar men elkaar zonder reden het leven zuur maakt en het bloed van onder de nagels pest. Nochtans is het volk dat hier zit hetgeen je verwacht. Je zit hier samen met junks, mensen met anorexie, neuroten die in een hoekje kruipen, maar evengoed met familievaders die een of ander psychisch probleem hebben. Mensen met een universitair diploma en mensen die hun school niet afgewerkt hebben. Werkenden en werklozen. En al die mensen zijn supervriendelijk met elkaar. Behulpzaam, ondersteunend, attent, beleefd, vrijgevig en vooral… solidair.  Zeer solidair. Heel anders dan op mijn werk, dus.
Op mijn laatste dag is dan het moment gekomen waar ik zo tegen opzag: het systeemgesprek. Ik word naar een kamer geleid waar mijn ouders op mij zitten te wachten. Er zijn twee medewerkers bij die het gesprek in goede banen moeten leiden. Ik moet nu dus proberen aan mijn ouders uit te leggen wat er mis is met mij en waarom ik hier terecht gekomen ben. Afschuwelijk.
Gelukkig zijn mijn ouders van het uiterst verdraagzame en vriendelijke soort. Ik heb altijd steun van hen ondervonden als het moeilijk met mij ging. Toch heb ik het gevoel dat ze mijn probleem niet begrijpen, in het bijzonder mijn depressie. In de loop van het gesprek wordt ook duidelijk dat ze mij zoveel mogelijk van de verleiding moeten houden om alcohol of zolpidem te nemen. Op het einde van het gesprek begint mijn moeder te janken dat ze het allemaal niet begrijpt. Gênant, maar gelukkig is de tijd om.
Ik krijg de kans om mijn ouders even rond te leiden in de afdeling. Eigenlijk behelst die maar een veertigtal vierkante meter, waar we met zes patiënten en twee verpleegkundigen samenhokken. Ik toon ze ook de kamer waar ik het grootste deel van de tijd gezeten heb.
Dan neem ik afscheid van mijn ouders en is het tijd voor het laatste middagmaal met mijn medepatiënten. Iemand vraagt me om tijdens mijn middagwandeling nog sigaretten voor haar te gaan halen, wat ik ook doe alhoewel ik hiervoor het reglement moet overtreden en buiten het domein van Gasthuisberg moet treden. Bij mijn terugkeer neem ik afscheid en wacht ik af tot ik een seintje krijg dat ik naar buiten mag, iets waar ik eigenlijk tegen opzie.
Vijf dagen lang ben ik afgesloten geweest van de vijandige buitenwereld. Nu word ik er weer in gegooid. Wat zal het geven? Zal ik terug in mijn slechte gewoonten hervallen? Zal ik terug elke dag tegen mijn zin uit bed komen? Ik heb het gevoel dat dit verblijf een breekpunt zou kunnen zijn in mijn depressie, dat ik over een dieptepunt ben. Maar wie zegt dat er geen nieuwe dieptepunten komen? Wie zegt dat ik niet opnieuw begin te drinken als ik volgende keer door angst overmand ben? Veel twijfels dus, maar ook frisse moed en een gevoel van terug perspectief te hebben in het leven. Hopelijk kan ik dat nog even aanhouden. Het wordt een hele opgave.

dinsdag, december 31, 2013

Djinn: 1978

Het is maar een klein toeval uit de geschiedenis. Vintras, het brein achter het dark-ambient-project Djinn, werd geboren op 18 november 1978. Op dezelfde dag vond de grootste massazelfmoord uit de geschiedenis plaats in Jonestown in Guyana. En uit die gebeurtenis haalt Vintras inspiratie voor zijn nieuwe cd, eenvoudigweg 1978 genaamd.

Jim Jones was oorspronkelijk een sociaal bewogen man, lid van de Communistische Partij van de Verenigde Staten. Hij besliste om als marxist de methodologische kerk van zijn gemeenschap te infiltreren. In 1952 werd hij student pastor in de Sommerset Southside Methodist Church in Indianapolis, maar hij verliet die kerk omdat deze hem niet toeliet om Afro-Amerikanen in de werking te integreren. Jones startte zijn eigen kerk op, die hij People’s Temple Full Gospel Church noemde.

De kerk viel op door de nadruk op raciale integratie en de armenzorg. Door een mix van religieuze praktijken en doorgedreven socialistisch egalitarisme wist ze steeds meer aanhangers te verwerven, in het bijzonder in de armste lagen van de bevolking. Tegelijkertijd begon de Temple steeds meer sekteallures te krijgen, eiste het steeds meer devotie van haar leden en verhief Jones zich tot een nieuwe profeet.

Toen een groep van acht sekteleden in 1973 ontsnapte, dreigde Jones ermee om massaal zelfmoord te plegen, argumenterende dat nu nog geen werkelijk socialistische groep tot stand kon komen op aarde. Jones - van wie het gedachtengoed steeds explicieter communistisch werd en heel kritisch ten aanzien van christendom en religie - noemde de afvalligen ‘trotskistische verraders’ en ‘coca cola revolutionairen’. In de jaren die volgden voerde de sekte verschillende keer massazelfmoordrituelen uit, zonder effectief tot de daad over te gaan.

Na een visioen van een nucleaire holocaust in Californië wou Jones de sekte herlokaliseren. In 1962 ondernam hij een trip naar Brazilië, omwille van geruchten dat dit een van de veiligste plaatsen zou zijn bij een nucleaire oorlog. Uiteindelijk werd in 1974 een domein in Guyana gekocht en omgedoopt tot ‘People’s Temple Agricultural Project’, oftewel ‘Jonestown’.

Kritische artikels van journalisten in de Verenigde Staten, onder andere over seksueel misbruik in de sekte, zetten Jones aan om zijn volgelingen op te roepen om massaal naar Guyana te verhuizen. Binnen de kortste keren barstte de stad uit haar voegen. Er kwamen bijna 1000 aanhangers van Jones naartoe.

Het leven is Jonestown was hard. Er moest gebouwd worden en er waren talrijke informatieve sessies over onderdrukking in het kapitalisme. Jones was erg paranoïde geworden over een mogelijke samenzwering tegen de People’s Temple, en hield ‘witte nachten’ waarin iedereen zich moest bewapenen en er soms massazelfmoordoefeningen werden gehouden.

Alles kwam in een stroomversnelling toen democratisch congreslid Leo Ryan, op basis van een aantal getuigenissen van ex-leden van de Temple, een bezoek bracht aan Jonestown. Op het eerste zicht kreeg hij een - zorgvuldig voorbereid - beeld van Jonestown als een sympathieke gemeenschap waarin iedereen gelukkig was. Doch een aantal tempelleden probeerden Ryan te benaderen met de boodschap dat ze wegwilden.

Ryan kan met een aantal sekteleden de nederzetting verlaten naar het dichtstbijzijnde vliegveld. Daar ontstaat echter een vuurgevecht met aanhangers van de Temple. 5 mensen vonden de dood, waaronder het congreslid en drie journalisten. 18 anderen werden gewond.

In de vrees voor een tegenaanval riep Jones zijn aanhangers op om een ‘revolutionaire zelfmoord’ te plegen. Er ontstond een lang gesprek tussen voor- en tegenstanders van de zelfmoord, maar uiteindelijk bleek de meerderheid te vinden om een mengsel van fruitsap en cyanide te drinken en zo een eind aan hun leven te maken. Wie weigerde, werd gedwongen om te drinken of neergeschoten. In totaal vonden 918 mensen de dood, waaronder 276 kinderen. Jones zelf stierf van een schot in zijn hoofd. Het was de grootste massazelfmoord uit de geschiedenis.

Verwijzingen naar de massazelfmoord van Jonestown ben ik al vaker tegengekomen op dark ambient cd’s, onder andere bij Normotone en Spiritual Front. Ook bij Djinn krijgen we een staaltje van meest duistere en kille muziek, opgebouwd uit trage tonen doorweven met samples. Die samples kan ik helemaal niet thuisbrengen. Ze gaan van gesprekken tot religieuze gezangen, maar ik zie geen link met het thema.

Eigenlijk is dit voor de cd in het algemeen het geval. Dit werk is niet bedoeld om een groter inzicht te geven in de gebeurtenissen in Jonestown. Op geen enkele manier begrijp je waarom mensen ooit aansloten bij de People’s Temple. Daarvoor kan je best eens luisteren naar de gospel-cd ‘He’s Able’ van de sekte, waarvan Death In June ooit verschillende nummers herwerkt heeft voor de plaat ‘But What Ends When The Symbol Shatters…’ Beslist de meest originele aanpak van de materie rond Jim Jones.

Wat wel de bedoeling is? 50 minuten nachtmerrieachtige soundscapes, die je de donkerste zijde van de mensheid laten ontdekken. Deze ‘1978’ is vooral bedoeld voor mensen die de kerst- en nieuwjaarperiode in eenzame afzondering willen doorbrengen, met een soundtrack die hen bevestigt wat een ongelooflijk zootje de wereld toch wel is.


TSIDMZ: Ungern Von Sternberg Khan

Een tijdje geleden vroeg ik de laatste cd aan van TSIDMZ, of voluit Thulesehnsucht In Der Machinezeit, bij het Italiaanse Old Europa Cafe. Ik voelde me aangetrokken door de titel en de hoes. Die gaven duidelijk aan dat het hier om concept-cd rond een historische figuur ging: Baron Ungern Von Sternberg Khan. Ik bespreek graag cd’s met historische onderwerpen, omdat ik zo mijn fascinatie voor muziek kan combineren met mijn grote interesse voor geschiedenis.

Maar ik had misschien beter moeten weten. Eén van de eerste dingen die mij opviel toen ik het werk in handen kreeg, was de afbeelding van de zwarte zon op de cd. Inderdaad, dezelfde zwarte zon waarvan SS-baas Himmler een symbool gemaakt had in zijn esoterische theorieën en die hij in de Wewelsburg had laten inbouwen. Een symbool dat ook regelmatig gebruikt wordt door neonazi’s (en ook in de symboliek van Death in June terugkomt).

Ik had me ook beter moeten informeren over de figuur van Ungern Von Sternberg Khan. Hij wordt in de uitleg bij de cd geprezen om ‘zijn strijd tegen de wereld die uit de Franse Revolutie geboren werd en voor zijn poging om een traditionele orde op te zetten in het gehele Eurazië’. Hiermee is de kern gezegd. TSIDMZ is namelijk deel van de Euraziatische beweging, een beweging die wil teruggaan naar een traditionele orde in Europa en Azië, die ze van Dublin tot Vladivostok wil verenigen. Dit om een tegengewicht te vormen voor het westers liberalisme en universalisme. Een duidelijk extreemrechts project, zo hoop ik u duidelijk te maken.

Baron Ungern Van Sternberg Khan was een Russisch officier ten tijde van de Russische Revolutie. Hij moest niets hebben van de revolutionaire ideeën en richtte de Aziatische Cavalerie Divisie op waarmee hij aan de kant van de witte legers tegen de bolsjewieken vocht. Hij bleef bovendien verder vechten als belangrijke witte leiders als Aleksandr Koltsjak en Anton Denikin de strijd moesten opgeven. Ungern-Sternberg vocht in het oostelijk deel van het land en kreeg naar eigen zeggen een openbaring waarna hij zich als een incarnatie van de Boeddha zag die het Mongoolse Rijk van Dzjengis Khan moest herstellen.

Zijn uiterst gewelddadige en soms onberekenbare aanpak leverden hem de bijnaam 'de dolle baron’ op. Hij beschouwde de monarchie als de enige staatsvorm die de westerse beschaving kon redden van decadentie en corruptie, en wou via een machtsgreep in Mongolië de volledige Aziatische regio veroveren, waarna Siberië, Rusland en uiteindelijk Europa zouden volgen.

De Italiaanse fascistische filosoof Julius Evola sprak lovend over Ungern-Sternberg: ‘Het lijkt dat hij de idee koesterde om een groot Aziatisch rijk op te richten, gebaseerd op een transcendent en traditioneel idee, om niet enkel tegen het bolsjewisme te vechten, maar ook tegen de hele moderne materialistische beschaving, waarvan het bolsjewisme voor hem de meest extreme uiting was.’

Het is duidelijk waarom TSIDMZ Ungern-Sternberg verheerlijkt in het kader van zijn Euraziatische idealen. Op het eerste nummer van de cd - ‘The Fourth Political Theory’ - komt ook Alexander Doegin aan bod, de Russische hoofdideoloog van de Euraziatische beweging. Doegin kwam op de voorgrond bij de val van het communisme en stond in 1992 mee aan de wieg van de Nationaal-Bolsjewistische Partij in Rusland, samen met de schrijver Eduard Limonov en de muzikant Sergej Kuriokhin (bekend van onder andere Akvarium, Pop-Mekhanika en zijn solowerk).

Hoewel de nationaal-bolsjewieken al niet kunnen vrijgesproken worden van een zeker extremisme - hun ideologie is een mix van Groot-Russische nationalisme en antikapitalisme - bleek Doegin hen te gematigd te vinden. Al snel richt hij de het Nationaal Bolsjewistisch Front op, een extreemrechtse afsplitsing van de partij. Sindsdien wordt hij door zijn voormalige medestanders als ‘fascist’ bestempelt. Een omschrijving die hem wel past. In een artikel uit 1992 liet hij verstaan dat de excessen van het fascisme exclusief toe te vertrouwen zijn aan de Duitsers, terwijl het Russisch fascisme ‘een combinatie is van natuurlijk nationaal conservatisme met een passioneel verlangen voor echte veranderingen.’

Doegin ontwikkelde later de ‘vierde politieke theorie’, die voorhoudt om het beste te verzamelen uit de drie vorige theorieën: het communisme, het fascisme en het liberalisme. Het fascisme - waar hij zoals gezegd het meeste affiniteit mee heeft - en het communisme beschouwt hij als twee achterhaalde theorieën. De grootste bedreiging vormt voor hem het liberalisme en haar aanspraak op universalisme. Alles is goed om de dominantie van deze ideologie te bestrijden.

Doegin wil wereldwijd allianties oprichten tegen het westers liberalisme en kijkt daarbij niet te nauw. Zelfs moslimextremisten zijn voor hem een bondgenoot, al beschuldigt hij hen er ook van een vorm van universalisme na te streven. Als alternatief stelt hij voor dat iedere natie zich terug keert naar haar nationale traditie. In het geval van Rusland, dat terug de dominatie over de postsovjetische wereld moet verwerven, is dat het orthodox geloof.

Het baat niet om Doegin als een geïsoleerde extremist af te schilderen. Zijn ideeën hebben aanhang in Rusland en hij blijkt gehoor te krijgen tot in het Kremlin. Poetin heeft regelmatig contact met hem en heeft zich omringd met sommige van zijn getrouwen. De oorlog in Georgië en de huidige Russische houding ten aanzien van Oekraïne zijn in lijn met de ideeën van Doegin, net als het binnenlands beleid van repressie tegenover homoseksuelen en internationaal gesteunde ngo’s.

Het tweede nummer op de cd, ‘Beasts, Men and Gods’, is ook de titel van een boek van Ferdinand Ossendowski over baron Ungern-Sternberg. Het is een zuiver neofolklied dat TSIDMZ samen met Strydwolf ten beste brengt. ‘Palestina (Al Maut Li Israel)’ is gebaseerd op de Hezbollah-leuze ‘dood aan Israël’. Dat TSIDMZ geen sympathie heeft voor Israël was al duidelijk van slogans als ‘intifada’ en ‘free Palestine’ aan het begin van de cd.

Een andere speech op de cd komt van Claudio Mutti, die niemand minder is dan de vader van de artiest. Hij is een extreemrechts Italiaans denker die onder meer een publicatie van de antisemitische Protocollen van de wijzen van Zion op zijn naam heeft staan. Hij heeft zich tot de islam bekeerd en heeft zichzelf ooit als ‘nazi-maoïst’ omschreven. Een duidelijk voorbeeld van hoe verschillende bewegingen uit extreemrechts, extreemlinks en de extreme islam elkaar vinden in hun haat tegen de Verenigde Staten en Israël.

Er doen nog andere gasten mee. Om de muzikale verscheidenheid op zijn cd te bevorderen maakt TSIDMZ gebruik van gastprestaties van andere projecten, zoals de andere belangrijke Euraziatische groep Barbarossa Umtrunk, Front Sonore, Suverana, Foresta Di Ferro… Interessant zijn de vele oosterse verwijzingen van viool en keelzang tot boeddhistische citaten. Muzikaal krijg je best wat variatie voorgeschoteld, van duistere en meeslepende dark-ambient tot klassieke neofolk.

Hoewel fascinerend en interessant - deze cd heeft me aangezet om me te verdiepen in de Euraziatische beweging, een ideologische stroming waar ik voordien niet van gehoord had - valt deze cd ondubbelzinnig als extreemrechts te catalogiseren. En daar kan ik me onmogelijk mee vereenzelvigen. Vandaar dat ik minder aandacht schenk aan de zuiver muzikale aspecten (ik geef deze cd zelfs geen score) en meer aan de ideologische achtergronden van het project. Ik zal me zeker verder informeren over deze beweging, en nodig u, de lezer, uit om dat ook te doen met dezelfde kritische geest.



maandag, november 25, 2013

Theodor Bastard: Oikoumene

Theodor Bastard ontdekte ik in 2005 op het Kunigunda-festival in Vilnius, Litouwen. De Russische groep was er toen absoluut cult door hun laatste cd ‘Pustota’ (oftewel ‘de leegte’). Een mix van sombere elektronica, gitaren, percussie en vooral de zeer etnische, kaukasisch aandoende zang van Yana Veva viel duidelijk in de smaak bij de nochtans niet zo tuk op Russen zijnde Litouwers. Het optreden was overweldigend en uiteraard kocht ik me het meesterwerk.

De groep zou met ‘Pustota’ ook proberen doorbreken in het westen, maar ondanks verschillende optredens in de regio zou hun populariteit vooral tot het oosten van het continent beperkt blijven. Een weergave van de tournee die volgde op Pustota gaf de groep met het opnieuw uitstekende ‘Sueta’. Hoewel de cd live was, bestond het volledig uit nieuwe composities die op verschillende plaatsen gespeeld werden, onder andere in België en Duitsland.

Ik kreeg opnieuw de kans om de groep live te zien op het WGT van Leipzig in 2011. De groep bleek wat van de gothic weggevaren te zijn en meer te focussen op een mix van trip hop en etnische invloeden, invloeden die weliswaar altijd al aanwezig waren. Ik kocht er hun laatste cd ‘Белое: Ловля Злых Зверей’, maar deze maakte iets minder indruk op mij dan zijn voorgangers.
‘Oikoumene’ is de laatste parel van Theodor Bastard. Het kwam in Rusland uit in 2012, en is nu via Danse Macabre ook bij ons beschikbaar. (Het is een groot verdienste van Danse Macabre dat ze regelmatig muziek uit Rusland en Oost-Europa bij ons uitbrengen.)

De groep rond Fedor Svolotch en Yana Veva zag voor het eerst volledig af van elektronische programmatie. Het roer werd volledig richting wereldmuziek omgegooid. Opvallend zijn de talrijke percussie-instrumenten van over de hele wereld - marimba, darbuka, daf, djembe, congas… - die Svolotch verzameld heeft. Yana Veva speelt de Chinese fluit Bava en de Armeense duduk.

Bovendien nodigt Theodor Bastard een paar gasten uit. De Indiaanse sarodspeler Rampur Rani en de Franse zanger van Afrikaanse afkomst Julien Jacob spelen beiden mee op ‘Sagrabat (Diumgo)’. De bonustrack bestaat uit een remix van ‘Benga’ door Aki Nawaz van Fun-Da-Mental. Aki Nawaz was de man die ooit de drumstokjes roerde in de gothlegende The Southern Death Cult, en zich later als moslimfundamentalist zou uiten in Fun-Da-Mental. Hij roept trouwens de hulp in van zijn trouwe bondgenoten The Mighty Zulu Nation om zijn remix kracht bij te zetten.

Thematisch handelt de cd over oeroude tradities en geloven van over heel de wereld. Eigenlijk is deze cd opvallend multicultureel, zeker om uit een land als Rusland te komen waar xenofobie vast niet van de lucht is. Het is alleszins een werkstuk waar Svolotch en Veva heel trots op zijn. Svolotch liet zich zelfs ontvallen dat ‘dit het beste is dat we ooit gemaakt hebben’, en hij zou wel eens gelijk kunnen hebben.

Theodor Bastard