Posts tonen met het label Optredens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Optredens. Alle posts tonen

zaterdag, oktober 21, 2017

Gary Numan: Intens apocalyptisch (Het Depot 19/10/2017)

Toen Gary Numan ‘Splinter (Songs From A Broken Mind)’ uitbracht in 2013 waren de kritieken laaiend. Sommigen gewaagden zelfs van de beste Numan-plaat ooit, en ik zal alvast toegeven dat het mijn lieveling is. Het is een hele opdracht geweest voor Numan om met een opvolger op de proppen te komen, maar met ‘Savage (Songs From A Broken World)’ is die er. Deze is duidelijk bedoeld om een vervolg te zijn op ‘Splinter’. Hij slaagt er niet in om zijn voorganger te overtreffen, maar komt toch in de buurt. Op donderdag 19 oktober stond Numan op het podium van Het Depot in Leuven om zijn nieuweling voor te stellen aan een uitverkochte zaal, drie jaar nadat hij hetzelfde deed voor ‘Splinter’. En het was weer een avond om van te smullen.

Numan had ook een voorprogramma meegebracht. Persoonlijk had ik nog niet van Jayce Lewis gehoord, maar de man is blijkbaar erg groot in Azië en heeft al eerder met Numan samengewerkt. Ik begrijp de band tussen beide artiesten, want ze zijn zeer gelijkaardig. Zelfde imago, zelfde act, zelfde muziek… al zou ik toch zeggen dat de muziek van Lewis iets meer ‘Pretty Hate Machine’ klinkt, wat agressiever dus dan Numan. (Het relativeert ook wat de vergelijkingen tussen Numan en Nine Inch Nails, want Numan heeft zich uiteraard geïnspireerd op de muziek van Trent Reznor, maar blijft toch een eigen stijl hebben, die kalmer en ijziger is.)

Lewis neemt twee bassisten mee die het optreden moeten aankleden, maar die de muziek ook wat vertroebelen. Het feit dat er geen zuivere baslijn inzit maar eerder een broehaha van bas is eigenlijk geen meerwaarde. Op twee nummers neemt Lewis zelf een gitaar ter hand om een paar eenvoudige akkoorden aan te slaan, en hij neemt hiervoor netjes twee verschillende gitaren mee. Kort samengevat: ik ben blij dat ik Jayce Lewis nu ken, maar echt overdonderd was ik niet.

Dat zou veranderen eens Numan en zijn groep op het podium treden. De muzikanten gaan allemaal gekleed in apocalyptische grijze kleren, en de reden daarvoor wordt meteen duidelijk. Het optreden start met ‘Ghost Nation’, dat ook de opener is van de nieuwe plaat. Het nummer schetst een desolaat beeld van een wereld waarin mensen proberen te overleven nadat de klimaatverandering alle mogelijke rampen op de mensheid heeft losgelaten en de wereld in een grote woestijn omgevormd is.

Numan schrijft een boek over dit apocalyptisch scenario, en het thema sijpelde door in zijn teksten voor de plaat. Het verklaart ook de ondertitel ‘Songs From A Broken World’, dat ook aangeeft dat waar voorganger ‘Splinter (Songs From A Broken Mind)’ eerder de individuele psychologische draai inging, het nu de bedoeling is om er een ferme schep maatschappijkritiek bovenop te doen. En uiteraard komt daar ook een scheut religiekritiek bij kijken, al is dat al langer een thema dat de overtuigde atheïst Numan aankaart.

Het tweede nummer ‘Metal’ gaat dan weer terug naar het prille begin van Numans carrière. Numan beseft maar al te goed dat een deel van het publiek die oude nummers wil horen, en hij heeft zijn best gedaan om wat meer dergelijke nummers in zijn set te verwerken in vergelijking met zijn vorige passage in 2014. Zo horen we deze keer ook minder vanzelfsprekende nummers als ‘Remind Me To Smile’ en ‘We Are Glass’. Als ‘Down In The Park’ door de boxen loeit gaat het publiek voor de eerste keer volledig loos, en uiteraard zorgt ook een krachtige versie van ‘Cars’ voor de nodige beroering.

Maar uiteindelijk draait de set voornamelijk rond de laatste twee platen. Je kan van iemand die al 40 jaar in het vak zit niet verwachten dat hij enkel nummers uit de eerste drie jaar van zijn oeuvre speelt. Het valt wel op dat de vroege nummers erg poppy klinken in vergelijking met het huidig werk. Geniale, kille pop, uiteraard. En vanzelfsprekend heeft Numan de versies aangepast aan zijn hedendaags geluid.

Opvallend is ook dat er niets uit heel de periode 1980-2000 niets gespeeld wordt. Van de jaren 80 verwondert dat niet zo, want na ‘Telekon’ uit 1980 ging het snel bergaf met Numan. In de jaren 90 vond hij zichzelf terug uit met een geluid dat industriëler en dreigender klinkt, en daar blijft hij tot op vandaag aan trouw. Het zijn de nummers uit ‘Splinter’ die me het meest aanspreken: ‘Everything Comes Down To This’, ‘Here In The Black’ en vooral een energieke versie van ‘Love Hurt Bleed’ zijn stuk voor stuk hoogtepunten, en sluiten ook van sfeer goed aan bij het werk uit de laatste plaat. Dient het gezegd dat de sfeer een heel optreden lang pikzwart is?

Het geluid is zoals gewoonlijk perfect, en dus moeten we opnieuw even ingaan op de insinuatie dat Numan zou playbacken tijdens zijn optredens. Laat ons dit eens definitief uit de wereld helpen, of toch proberen. Numan zingt duidelijk live, maar heeft ervoor gekozen om bijvoorbeeld tijdens refreinen andere vooraf opgenomen stemmen mee te laten klinken. Daardoor gaat zijn eigen stem soms verloren in de multitude van stemmen. Maar 90% van de tijd hoor je enkel zijn live stem. 

Numan gebruikt die methode ook als zijn 11-jarige dochter Persia hem komt begeleiden op ‘My Name Is Ruin’. Persia, die omdat ze schoolplichtig is slechts enkele concerten mee het podium op mag, zingt tussen een veelheid van zwaar bewerkte stemmen. De aanmoedigingen van papa en de dikke knuffel achteraf zijn evenwel volledig terecht.

Na een heel intense versie van ‘A Prayer For The Unborn’ - het nummer verwijst naar de moeite die Numan en zijn vrouw gehad hebben om kinderen te krijgen - sluit Numan het optreden af. Hij komt nog terug voor twee oudere nummers: ‘We Are Glass’ en uiteraard ‘Are Friends Electric’, waarop het publiek helemaal uit de bol gaat. Het was een beetje kort, maar wel goed. Numan speelde anderhalf uur lang de getormenteerde artiest, liep onrustig en gekweld over het podium, waarop hij en zijn muzikanten er helemaal voor gingen. Numan weet een bijzonder duistere sfeer op te wekken, geruggesteund door een fantastische lichtshow en mooie achtergrondprojecties. Grote klasse.

Lees ons verslag van de vorige passage van Numan in Het Depot (2014)



The Mission: I Hear You Calling Marian...

In 1986 zag The Mission het levenslicht. In 2016, 30 jaar later, werd dat uitgebreid gevierd met een nieuwe cd - ‘Another Fall From Grace’, die teruggreep naar het geluid van de begindagen - en een tournee die naast de nieuwe cd ook vooral die begindagen benadrukte. Ik heb er spijt van dat ik de oorspronkelijke passage van The Mission in 2016 in Waregem heb gemist, en ik ben blij dat ik een herkansing krijg van Het Depot.

The Mission heeft Evi Vine meegenomen als voorprogramma, een dame die een verleden heeft in The Eden House en twee erg mooie solo-cd’s gemaakt heeft (waarvan u vooral het debuut ‘…and so the morning comes’ in huis moet halen). Haar intrede is vrij luidruchtig en doet me meteen naar mijn oordopjes grijpen. Toch is dit opvallend rustige en trage muziek. Ik zou het suïcidale droompop noemen, voor zover deze term zin heeft. Je uitnodigen met warme muziek en een feeërieke stem en je dan overdonderen met de allerzwartste melancholie, dat is wat Evi Vine doet. En ik laat me er gewillig in meeslepen.

The Mission, dan, want dat is de groep waarvoor we gekomen zijn. Wie dit artikel leest weet ongetwijfeld dat The Mission een afsplitsing van The Sisters of Mercy is, toen alle muzikanten na ‘First & Last & Always’ besloten dat er met opperjunk Andrew Eldritch niet meer samen te werken viel. Stichtend lid Gary Marx ging als eerste weg en vormde later Ghost Dance met Anne-Marie Hurst van Skeletal Family.

Gitarist Wayne Hussey en bassist Graig Adams hielpen nog om de aan de gang zijnde tour af te werken. Ze gingen zelfs aan de slag met Eldritch om een opvolger voor ‘First & Last & Always’ te schrijven, maar kwamen er al snel achter dat Eldritch geen enkel van hun nummers wou inzingen, en zelf met onduidelijke ideeën afkwam. De twee verlieten de Sisters en vormden een nieuwe groep, samen met drummer Mick Brown van Red Lorry Yellow Lorry en later - toen bleek dat er een extra gitarist nodig was om Hussey aan de zang te ondersteunen - Simon Hinkler.

Wie zich een beetje in de zaak verdiept heeft, kan moeilijk twijfelen aan wie de sympathiekste partij was. De nieuwe groep kreeg oorspronkelijk de naam The Sisterhood mee en trad ook onder die naam op, maar Andrew Eldritch was de groep te snel af door als eerste een single uit te brengen onder die naam. Later nam hij ook een plaat op als The Sisterhood.

De inderhaast samengestelde ‘Gift’ - de plaat van The Sisterhood - begint met Patricia Morrisson die de cijfers ‘Two-Five-Zero-Zero-Zero’ reciteert. Een verwijzing naar de 25.000 pond die RCA Records aan de kant had gezet voor een opvolger voor ‘First & Last & Always’. Eldritch wou het geld naar zich toetrekken, terwijl de afspraak was om de som gelijk te verdelen over de twee partijen. RCA verbrak evenwel het contract met Eldritch en hij kreeg nul de botten. Terecht, al trachtte Eldritch nog jaren lang zijn gelijk te halen voor de rechtbank.

Maar dit zijn vandaag oude koeien. Zelfs Wayne Hussey zegt dat hij terug naar ‘First & Last & Always’ kan luisteren zonder rancune en bitterheid, en dat is misschien wel een ‘mission statement’ van wat ons vanavond te wachten staat. De vroege jaren staan immers in de belangstelling. Er weergalmt klassieke muziek vooraleer de groep op het podium stapt, vergezeld van… Evi Vine, die achtergrondzang mag verzorgen.

We worden meteen getrakteerd op een vlammende versie van ‘Beyond The Pale’. Wayne Hussey mag best beweren dat The Mission eerder conventionele rock is dan gothic rock, hij zal toch moeite hebben om te ontkennen dat platen als debuut ‘God’s Own Medicine’ en opvolger ‘Children’ - waar dit nummer van afkomstig is - het geluid dat thans bekend staan als ‘gothic rock’ mee gevormd hebben.

Dan gaan we over naar de nieuwe plaat ‘Another Fall From Grace’ met ‘Met-Amor-Phosis’. De plaat werd door Hussey zelf omschreven als de ontbrekende schakel tussen ‘First & Last & Always’ en ‘God’s Own Medicine’. En ja, er is duidelijk gewerkt om het geluid van die twee platen te benaderen, al blijft het toch vooral een klassieke Mission-plaat. Ik had verwacht dat er heel wat uit de nieuweling gespeeld zou worden, maar samen met ‘Can’t See The Ocean For The Rain’ bleef dit beperkt tot twee nummers.

Des te beter, dan is er meer plaats voor gouden oudjes. De Neil Young-cover ‘Like A Hurricane’, ‘The Crystal Ocean’ en ‘Over The Hills And Far Away’ komen van de compilatie ‘The First Chapter’, dat singles uit de beginmaanden van de groep verzamelt. Het zijn vooral de jaren 1986-1990 die in de schijnwerpers staan: het debuut ‘God’s Own Medicine’ uit 1986, ‘Children’ (1987) en ‘Carved In Sand’ (1990).

‘God’s Own Medicine’ komt ruim aan bod, en bestond grotendeels uit nummers die Hussey nog voor The Sisters of Mercy schreef, en die afgewezen werden door Andrew Eldritch. (Het gerucht loopt dat Eldritch later na een optreden van The Sisterhood - de groep van Hussey en Adams - gezegd zou hebben dat het heel sterke nummers waren.) Daaronder ‘Garden of Delight’ en uiteraard ‘Wasteland’, dat eigenlijk een herwerking is van ‘Marian’ en dat de hoofdset mag afsluiten.

‘Children’ doet het met twee nummers iets bescheidener, maar het is duidelijk dat de nadruk op ‘Carved In Sand’ ligt, dat de best verkopende plaat van The Mission werd, maar waarbij de tournee verstoord werd door alcoholmisbruik en gezondheidsproblemen. Gitarist Simon Hinkler hield het daardoor voor bekeken. Er worden een paar akkoorden ‘Amelia’ gespeeld (als intro voor ‘Can’t See The Ocean For The Rain’), maar het zijn hits als ‘Butterfly On A Wheel’, ‘Belief’ en definitieve afsluiter ‘Deliverance’ die het publiek helemaal meekrijgen.

De originele versie van The Mission bestaat na 1990 niet meer, maar er wordt nog een nummer gespeeld van ‘Masque’ (‘Like A Child Again’) - de meer experimentele plaat met folk- en dance-invloeden uit 1992, die een harde dobber was voor sommige fans maar waar ik enorm van hou - en eentje uit ‘Neverland’ (‘Afterglow’), dat een terugkeer zag van de bombastische rock die zovelen vereenzelvigen met The Mission.

Er werd na ‘Neverland’ nog een plaat gemaakt - ‘Blue’ (1996) - maar die was zo teleurstellend dat zelfs Hussey zich er neerbuigend over uitsprak. De groep zou het daarna voor bekeken houden. De groep hervormt zich in 1999 en breekt opnieuw uiteen in 2008, na een serie concerten waarin ze hun belangrijkste vier platen integraal spelen. Uit de platen van deze periode wordt vanavond niets gespeeld.

In 2011 is er sprake van een reünie van de oorspronkelijke bezetting ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de groep. Graig en Hinkler blijken snel bereid om aan dat schema mee te doen. Hussey bleek iets moeilijker te overtuigen, maar stemt uiteindelijk toch in. Enkel drummer Mick Brown stuurde zijn kat en werd vervangen door Mike Kelly (Spear of Destiny). Het is deze formatie - die dus heel dicht staat bij de formatie uit de beginjaren - die we vanavond aan het werk zien.

De grootste verassing komt in de bisnummers. Niet zozeer de zuiver akoestische versie door Hussey en Vine van ‘Island in a Stream’, maar wel… ‘Marian’. Jawel, het nummer van The Sisters of Mercy. Hussey heeft in het verleden steeds geweigerd om nummers van de Sisters te spelen, ook al had hij ze zelf geschreven. Ik herinner me nog dat hij op een versie van ‘Wasteland’ op Eurorock jaren geleden even het gitaarlijntje van ‘Marian’ speelde, om dan met een brede grijns het publiek te jennen met ‘just kidding’.

Een eerste indicatie was de versie van ‘Marian’ die Hussey verleden jaar met stem en piano maakte voor Record Store day. Nu is het nummer in zijn originele versie opgenomen in de set van The Mission, en dat is geen klein wonder. I hear you calling Marian…

Misschien was Hussey het beu om te zien hoe The Sisters of Mercy nog steeds hun zakken vullen met nummers die hij destijds geschreven heeft, en vond hij dat hij zich er ook aan kon wagen. Hoe dan ook beschikt hij na 30 jaar nog steeds over een groep die live als een huis staat, en die platen is blijven uitbrengen. Dat is een groot verschil met de groep die hij in 1985 verlaten heeft.

zondag, oktober 15, 2017

Wave-Gotik-Treffen 2017: Literaire aspiraties, Cola mit Spee en gitzwarte muziek

Het WGT. Wave Gotik Treffen. Het grootste zwarte festival ter wereld en immer weer een ervaring. Een samenkomst van gelijkgezinde eigenzinnige en excentrische mensen, individualisten die zich uitzonderlijk tot een groter geheel kunnen bekennen. Een treffen dus, en dat treft.

Het is mijn negende editie al, en ik zie geen reden om het hierbij te laten. Er is dit jaar - net als elk jaar - kritiek op het programma. Te weinig grote namen, wellicht. Maar zijn we hier ook niet om dingen te ontdekken, en om groepen te zien die we nooit of zelden in België aan het werk zullen zien?

Het programma is zeer verscheiden. Er zijn talloze podia over de hele stad verspreid, maar er zijn ook tentoonstellingen, lezingen, rondleidingen, fuiven... Ik neem me voor om er een totaalervaring van te maken. Hoort ook zo, want aangezien de optredens pas tegen vier-vijf uur beginnen is het onmogelijk om meer dan vijf groepen per dag te zien. Daarentegen heb je veel tijd om andere zaken te beleven.

De eerste dag

Ik begin heel klassiek door me naar de Agra te begeven. Hier is het kloppend hart van de WGT. De grootste zaal met een capaciteit van 5000 man, de camping, een hele variatie aan eetkraampjes en een grote markt met kledij, platen en accessoires. Ideaal om nog wat aankopen te doen - je wil er immers goed uit zien - en je cd-verzameling nog wat aan te vetten.

Ik haast me om op tijd te zijn in de Schauspielhaus - de schouwburg die mijn lievelingsoord zal blijken te zijn in deze editie - om Herbst in Peking te zien. Dat bleek niet nodig te zijn. Tegen mijn verwachtingen in bleken niet zoveel mensen op te dagen voor het concert. U kent de groep wellicht niet, maar hier in de voormalige DDR zijn ze legendarisch. Ze speelden immers een rol in de val van de muur. Herbst in Peking was één van de vele punkgroepjes die in de DDR bestonden, en ze hadden een kleine hit met ‘Bakschischrepubliek’ oftewel Aalmoesrepubliek, een striemende kritiek op de DDR.

De DDR-overheid ging het allemaal wat te ver, vooral omdat ze dachten dat de naam van de groep verwees naar het bloedbad op het Tiananmenplein in Peking, een slachting die ze liever doodzwegen. In werkelijkheid komt de naam van het gelijknamige boek van Boris Vian, en droeg de groep de naam al sinds 1987, dus lang voor de slachting in Peking. Hoe dan ook werd de groep verboden. Het verbod sleepte niet lang aan, want kort erna viel de muur.

Een punkgroep in een theaterzaal, is dat niet uitzonderlijk? Het wordt weldra duidelijk waarom dat zo is. Herbst in Peking heeft zich nooit beperkt tot punk. Ze hebben bijvoorbeeld ook nummers met metaalpercussie gemaakt à la Einstürzende Neubauten. Maar niets van dit alles vanavond. Hier spelen ze atmosferische muziek met veel aandacht voor de teksten. De literaire aspiraties waren er al van het begin en waren ook wijdverspreid in de alternatieve DDR-scene (zo spelen ze vandaag een nummer gebaseerd op een gedicht van punkdichter Bert Papenfuss, een centrale figuur uit de DDR-scene). Ik ben verrast dat de zanger in het Engels begint, maar hij schakelt regelmatig over naar het Duits. Wie het oude werk wou horen is er voor de moeite aan, maar het is toch een intens en geslaagd optreden.

De kraaien heten Jarboe welkom. Ooit was ze de (weder)helft van het misantropische duo Swans, vandaag treedt ze hier alleen op. Niet helemaal alleen. Een folkgitarist begeleidt haar. Beschouw de gitaar als een drone - ze speelt soms letterlijk één akkoord per nummer - die overgoten wordt door bezwerende vrouwelijke zang. Het is origineel, maar heeft wat weinig om het lijf om langdurig te boeien, getuige de vele mensen die het concert halverwege verlaten.

Ooit was In Gowan Ring een deel van World Serpent - het platenlabel van Death In June, Current 93 en vele anderen - en daarom worden ze soms tot de neofolk gerekend. In werkelijkheid zijn het zuivere hippies die muziek maken voor een wereld vol harmonie. Een groot verschil met de wereld van verderf en misantropie dat neofolk heet te zijn. Meesterbrein B’ee vertelt over de drugs die hij tijdens de vorige editie van het WGT nam, en hoe de kater die daarop volgde inspiratie was om een lied over zijn kinderherinneringen te schrijven, die hier nu een jaar later opgevoerd werd.

Geen al te grote opkomst voor Andi Sex Gang. Het dient gezegd dat hij de dag nadien nog eens optreedt met Sex Gang Children, en dat is toch het echte ding. Wie gedacht had dat hij met zijn solowerk zou optreden was aan het foute adres, het gros van de set bestond uit nummers van Sex Gang Children, opgevoerd met Matthew J. Saw aan de gitaar en enigszins amateuristisch. De soundcheck sleepte te lang aan en dus besloten de organisatoren dat het optreden begonnen was. In Leipzig moet iedereen stipt op het aangekondigde uur beginnen en eindigen, zodat mensen die van podium wisselen zeker zijn dat ze de groepen van hun keuze kunnen zien.

De twee heren willen het podium verlaten, maar krijgen te horen dat ze verder moeten spelen. Andi klaagt dat zijn water backstage is blijven staan en vraagt een nieuwe fles, die hij echter niet ziet staan tot een medewerker die voor zijn neus komt plaatsen. Tot overmaat van ramp laat Andi zijn gitaar vallen waardoor zijn versterkingselement kapot gaat. In de snelte wordt een extra micro toegevoegd om de gitaar te versterken. Vreemd genoeg wordt het optreden van dan af heel goed, al blijft het de vraag waarom dit optreden met liedjes die morgen met de volledige groep veel beter zullen klinken nodig was.

De tweede dag

Een van de vele tentoonstellingen die gratis is voor bezoekers van het WGT, is ‘Modern Times’ in het geschiedenismuseum van de Altes Rathaus. Deze geeft een overzicht van de geschiedenis van Leipzig in de 19de en 20ste eeuw. We beginnen in 1815 - de overwinning op Napoleon in de Völkerschlacht in Leipzig - en overlopen de hongerrellen van 1830, de revolutie van 1848 (die in het bloed gesmoord werd), de Duitse eenmaking na de Frans-Pruisische oorlog van 1870, het welig tierende antisemitisme, de opkomst van het socialisme (waarvan Leipzig een bolwerk was), de eerste wereldoorlog, de opkomst van het nazisme (waarvan Leipzig eveneens een bolwerk was)…

Er zijn linken met onze scene. De brand in de Reichstag in 1933 - waarop gealludeerd wordt in het nummer ‘Feurio’ van Einstürzende Neubauten - leidde tot een proces in Leipzig waar naast brandstichter Marinus van der Lubbe - ‘du wärst es nicht’, dixit de Neubauten - ook een aantal prominente communisten moesten terechtstaan. Deze laatsten werden vrijgesproken, maar de nazi’s hielden in hun publicaties vol dat de communisten de brand veroorzaakten. De communist Willy Münzenberg schreef vanuit Parijs een refutatie van deze stelling: ‘Braunbuch uber Reichstagbrand und Hitlerterror’, oftewel ‘Brown Book’, een belangrijke en omstreden plaat van death In June (in Duitsland verboden omdat het het nazi-partijlied ‘Horst-Wessellied bevat). We lezen ook dat het euthanasieprogramma voor geestelijk en fysisch gehandicapten - waarover Samsas Traum zingt op ‘Poesie: Friedrichs Geschichte’ in Leipzig begon met de moord op ‘Kind K’.

De tentoonstelling toont ook de val van de muur, die begon met tienduizenden Leipzigers die wekelijks demonstreerden met de slogan ‘Wir sind das Volk’. Opmerkelijk, deze slogan - intussen overgenomen door het hatelijke Pegida - ging vaak gepaard met ‘Wir wollen raus’ - wij willen weg - gescandeerd door mensen die de DDR wilden verlaten, terwijl Pegida zich net tegen migratie kant.
De tentoonstelling eindigt met een kleine kamer met ‘Szene-Erinnerungen’, waarin wat materiaal te zien is over de vroege gothic-scene in Leipzig. Eigenlijk is het een doorslagje van de ‘Leipzig in Schwarz’-tentoonstelling die verleden jaar voor de 25ste verjaardag van het WGT gehouden werd. Er valt niet echt veel te zien, maar het stemt ons hoopvol dat het museum nog steeds op zoek is naar materiaal voor een volgende tentoonstelling over het thema.

Ook het Stasi-museum ‘Runde Ecke’ toont weer een tentoonstelling over de vroege goth-scene, waarbij vooral de vervolging van subculturen door de Stasi, de staatsveiligheid van de DDR, uiteengezet wordt. Er is ook een ‘lezing’, die eigenlijk de opvoering is van een stukje door twee acteurs. Onderwerp is een onderzoek door de Stasi naar de wavegroep ‘Schadestof’. Eerste wordt een scholier aangesproken om ‘Informele Mitarbeiter’ van de Stasi te worden - er waren in de DDR honderdduizenden ‘IM’s’ - en informatie over de groep te verstrekken.

Zo komt men bij Sabine terecht, een briljante leerlinge die dicht bij de ‘Gruftis’ (‘grafwezens’ in het Duits, benaming voor wavers) blijkt te staan, zich ook zo kleedt en verschillende concerten van Schadestof bijgewoond heeft. De voorstelling is volledig gebaseerd op echte Stasiverslagen, enkel de volgorde werd enigszins aangepast om de verhaallijn duidelijk te maken. Ook Sabine aanvaardt uiteindelijk om Informelle Mitarbeiter te worden. De voorstelling eindigt met haar verslag, waarvan de laatste zin luidt: ‘Alle Grufties drinken hun cola met Spee (wasmiddel dat volgens sommigen in combinatie met cola een verdovende werking had), maar ze moeten dat niet als ze dat niet willen’.

Je kan hier de talloze verslagen van de Stasi over Grufties ook inkijken. Het is natuurlijk wrang om te zien hoe de politiestaat zijn jongeren bespioneerde, maar het is met momenten ook best grappig. Zo wordt er verwezen naar ‘Codix’ of ‘Goortik’, foute benamingen die niet enkel van de Stasi afkomstig zijn, maar ook van de jongeren die ze ondervraagden zelf. Er zijn ook verwijzingen naar ‘Kürfans’ en ‘The Chur’, alsook naar ‘New Menticks’, ‘Depache Mode’ en ‘Depesche Mode’.

Nog wranger wordt het als het over de gevechten met skinheads die regelmatig plaatsvonden. Zo vielen skinheads wavefuiven aan om Gruftis hun haar af te knippen, waarbij ook messteken vielen. De Stasi erkende dat het geweld in de eerste plaats van de skins kwam, maar ook Gruftis maakten zich schuldig aan slagen en verwondingen, ‘meestal als reactie op provocaties van andere jongerengroepen als skinheads’.

Helemaal vreemd lijkt het verhaal te zijn dat Grufties de verjaardag van Adolf Hitler zouden vieren op 20/04/1989. De Stasi concludeert ook dat het verhaal ongegrond is. De Grufties zijn doorgaans tegen geweld en neonazi’s, zo schreef de Stasi. Misschien was er verwarring met de verjaardag van Robert Smith een dag later op 21 april, die uiteraard wel gevierd werd. De Stasi stelde vast dat Grufties bij het horen van de stem van Robert Smith hun armen omhoogheffen en zich in extase op de grond smijten. Hmm, ja... Kan zijn.

Moet er nog muziek zijn? Uiteraard! Op naar de Taubschenhalle. Hier hebben zich vandaag de hanekammen verenigd. En u weet wat dat wil zeggen: deathrock, postpunk, batcave… Heerlijk. Zangeres Suzy Sabotage van Masquerade lijkt op een geblondeerde versie van Siouxie. Ook haar stem en haar danspasjes doen aan deze grote dame uit de scene denken, al is dat eerder toevallig dan intentioneel. Samen met haar kompaan en bassist Saph - beiden hebben nog een andere deathrockgroep waarin Saph zingt: Virgin in Veil - brengen ze een mix van punk en post-punk, die me helaas niet helemaal weet te overtuigen.

‘Na 26 jaar is het niet gemakkelijk om steeds weer nieuwe groepen te vinden’, weet de inleider van Soviet Soviet ons te vertellen. Soviet Soviet - de raad der raden - is wel zo’n nieuweling. Het is één van de talloze groepen die postpunk spelen zonder iets met de zwarte scene te maken te hebben. Ze kunnen een paar interessante elementen naar voren brengen, maar die herhalen ze net zolang tot het je oren uitkomt. Totaal overbodig optreden.

Ik had al lang niets meer van Scary Bitches gehoord. Blijkbaar ligt dat aan de feiten dat de dames al lang niets meer van zich hebben laten horen. Maar hier zijn de ‘Lesbian Vampyres From Outer Space’ terug voor hun eerste concert sinds 2012. Ze werken aan een nieuwe plaat, die volgend jaar zou moeten uitkomen. Ze spelen daar al een nummer uit, maar voor de rest zijn het klassiekers zoals mijn favoriet ‘You’ll End Up Looking Like The Scary Bitches’. Niets om ernstig te nemen, maar wel voldoende om één keer om de vijf jaar een glimlach op ons gezicht te toveren.

De eerste groep die me vandaag echt weet te raken is Bloody, Dead & Sexy. Ik herinner me nog goed toen ik ze de eerste keer zag in The Steeple in Waregem, als voorprogramma van… Sex Gang Children! Wat een toeval. Vandaag viert de groep zijn 20ste verjaardag. Voor de gelegenheid werd een compilatie samengesteld: ‘Crucifixion, Please!’ Uiteraard speelt men daar heel veel uit en is dit eigenlijk een ‘best of’-set. Het lijkt wel of de tijd is stilgestaan, want het is nog even overdonderend als de eerste keer dat ik ze zag.

Gisteren vroeg ik me af waarom Andi Sex Gang solo moest optreden met nummers van Sex Gang Children. Vandaag wordt alles duidelijk. Ook Sex Gang Children heeft een nieuwe compilatie uit - ‘Electric Jezebel’, die singles verzamelt uit 1982 en 1983 - en die spelen ze vandaag integraal, en met de originele gitarist Terry Mcleay in de groep. Matthey J. Saw werd voor de gelegenheid naar de bas verwezen. (De kans dat de originele bassist Dave Roberts ooit nog in de groep speelt is onbestaande na de laster die hij over Andi Sex Gang heeft verspreid.) Het optreden bestaat dus uit de klassiekers uit de eerste jaren van de groep: ‘Times of our Lives’, ‘Salvation’, ‘Sebastiane’, ‘Oh Funny Man’, ‘Mauritia Mayer’… Gewoonweg geniaal!

De derde dag

Op de derde dag ontwaak ik tegen de middag met een gigantische kater. Iets te lang op een donkerromantische fuif blijven hangen vanochtend. Het muzikale aanbod staat me vandaag niet aan. Ik ben alle postpunk- en elektronische groepen beugehoord en kies voor iets radicaal anders: black metal. De Felsenkeller biedt vandaag een boeiende affiche in het genre. Die start met Nachtblut, een groep die hier duidelijk zeer populair is. De groep ziet er fantastisch uit, met bodypaint en verschillende kapsels. De zanger spuwt als de Duitse evenknie van Dany Filth zijn teksten hoog en laag krijsend het publiek in. Voeg daar nog wat orkestrale en akoestische elementen aan toe, en je hebt een bijzonder krachtig en gevarieerd optreden.

Vanuit de donkere tochtige kloven diep in het zwarte woud komt Unlicht, dat zich graag ‘The Black Forest Hell Ensemble’ laat noemen. Ook zij dragen bodypaint en moeten oppassen dat ze zich niet bezeren aan de lange nagels die aan hun armen bengelen. Waar Nachtblut hun black metal met elegantie en melodie brengen, lijkt de intentie hier te zijn om onaanhoorbare pokkenherrie voort te brengen. Dat lukt ook aardig, in die mate zelfs dat ik halverwege het optreden opstap.

Terug naar mijn lievelingszaal: de Schauspielhaus. Hier speelt Myrkur. Ze nam haar eerste ep - zoals het hoort in de black metal - volledig op haar eentje op. Die bevatte black metal verlengd met idyllische engelenzang die snel furore maakte. Haar oorspronkelijke bedoeling was om anoniem te blijven en geen foto’s van zichzelf te verspreiden, maar het was onvermijdelijk dat de wereld te weten kwam dat het beeldschone Deense fotomodel Amalie Brunne achter het project zat. Van black metal naar neoklassiek, het blijkt voor Brunne maar een kleine stap te zijn. Ze laat zich vanavond bijstaan door een luitspeler/gitarist en twee zangeressen, en begeleidt zichzelf op piano, lier en trommel. Het resultaat is hemels.

Er volgt nog meer moois. Moon Far Away vermengt Russische volksmuziek met elektronische elementen. Count Ash heeft voor dit optreden vier medestrijders meegenomen, waaronder een zangeresje met een prachtige stem. De met effecten overladen folkgitaar van Count Ash staat ook centraal, en daarnaast is er elektronica, bas en percussie. Noem het folk, neofolk of postfolk, maar neem van me aan dat het schitterend is.

De vierde dag

Pinkstermaandag. Aan alle goede dingen komt een eind. Over de slechte dingen bestaat geen consensus. Het is alweer de laatste dag van het WGT, en ik heb vandaag echt zin in iets donkers, iets gitzwart.

De zaal van het Haus Leipzig zit al goed vol als ik ruim op tijd toekom voor de ‘lezing’ van Oswald Henke. Henke zal nummers van Goethes Erben brengen, begeleid met piano. Het blijkt een goed concept. Oswald zingt zijn donkere nummers nog steeds heel expressief en theatraal. Naast twee nummers uit het fantastische recente muziektheaterstuk ‘Menschenstille’ ligt de nadruk op het oudere werk: ‘Ich liebe Schmerzen’, ‘Das schwarze Wesen’, Kaltes Licht’, ‘5 Jahre’ en ‘Der Weg’. Een set om U tegen te zeggen. En gitzwart, dus ikke blij.

Nog onder de indruk van de opvoering van Henke begeef ik me naar buiten. Onderweg kom ik voorbij een tafel met boeken, en titels als ‘Gespräche mit Goth’ en ‘Ich war ein Grufti’. Hun auteur is Thomas Manegold, en hij is de volgende die hier te gast is. Mijn interesse is geprikkeld en ik maak rechtsomkeer, terug naar de zaal die ik net verlaten had. Manegold stelt zijn boek ‘Gespräche met Goth’ voor, een episodenroman. Dat is een roman die uit verschillende kortverhalen bestaat die met elkaar verbonden zijn.

Hoofdpersoon is een voormalige dj en muziekjournalist die met een burnout kampt. Manegold blijkt een bijzonder scherpe pen te hebben en over gitzwarte humor te beschikken. Zijn beschrijving van de zelfingenomen amateurmuziekjournalist die cynisch neerkijkt op de mensen die hij interviewt en zichzelf een onmisbare schakel tussen artiest en publiek waant moet op de Dark Entries redactie ongetwijfeld tandengeknars veroorzaken.

Als ik eindelijk een concertzaal binnenwandel en Vain Warr aan het werk zie, moet ik aan wijlen mijn grootmoeder denken. Zij klaagde vaak dat de jonge generatie artiesten niet de moeite doen om te articuleren. Het is een veralgemenende gemeenplaats die je wel vaker hoort in de Franstalige wereld. Ik was naar hier gekomen voor een extra portie gitzwarte duisternis. Het programma beloofde iets geïnspireerd op The Sisters of Mercy. Nu goed, de drummachine klinkt als Dr. Avalanche op een mindere dag en de gitaren galmen zoals het hoort. Het is niet om van omver te vallen, maar het is ook niet slecht. Spijtig van die articulatie.

Ik was aanvankelijk bang dat Holygram zo’n dertien in een dozijn postpunkgroepje zou zijn, en dat bleek het ook te zijn. De zanger zingt zijn teksten alsof ze doodsaai zijn, en ook dat bleek waar te zijn. Maar hey, hij articuleert tenminste. Eigenlijk is dit best een goed optreden, tenminste als je wat pinten op hebt en niet te veel op de teksten let (het eerste lukt me beter dan het tweede).

Terug in mijn favoriete concertruimte merk ik twee flikken op die aandachtig rondkijken. Na al die berichten over aanslagen op concerten bekruipen me angstige gedachten. Stel dat zich tussen het aanwezige volk een freak heeft verscholen met slechte bedoelingen, hoe moet je die dan onderscheiden van al die andere freaks? Het is een vraag waar je maar beter niet te lang over nadenkt.

Ik ben hier om Theodor Bastard te zien. Ik heb de groep nog gezien toen ze gitzwarte darkwave speelden. Intussen zijn ze ernstig richting wereldmuziek geëvolueerd, en het resultaat is indrukwekkend. Hoe vermeng je Dead Can Dance met goa, folk, wereldmuziek, dark wave en industrial? Theodor Bastard kent het geheim, maar zal het u niet vertellen. U mag er wel van genieten, mateloos zelfs.

Als afsluiter kies ik voor een vaste waarde. Niets gitzwart, maar eerder oneindige schoonheid: Corde Oblique. Een combinatie van oververmoeidheid en excessief drankgebruik maakt dat ik niet optimaal van het optreden kan genieten, maar uit ervaring weet ik dat de neoklassieke groep rond klassieke gitarist Riccardo Prencipe hemels klinkt, en in mijn momenten van helderheid wordt ik opnieuw in deze mening bevestigd.

Tijd om te gaan slapen dan maar? Inderdaad. Deze editie zit er weer op en de komende dagen zal ik vast weer last hebben van de onvermijdelijke Leipzig Blues. Maar ik neem alweer een koffer vol geweldige ervaringen, cd’s en boeken mee waar ik een tijdje zoet mee zal zijn. En mijn besluit staat nu al vast: volgend jaar ben ik er weer bij.

Setlist Oswald Henke: Ich liebe Schmerzen / Das schwarze Wesen / So weiss ich doch du wärst / Traumsuche / Keine Farben / Lilien / Kaltes Licht / Der Abschied / Stadt der Träumen (Artwork) / 5 Jahre / Der Weg (bisnummer)

The Cure - Sportpaleis Antwerpen: De jukebox heeft zijn werk gedaan

Hoe is The Cure kunnen uitgroeien tot zo’n wereldwijd succes? De vraag werd in het verleden vaak gesteld. Wellicht is het succes zo vanzelfsprekend geworden, en het publiek zo alledaags, dat weinigen het zich nog afvragen. In de jaren 80 en 90 was The Cure immers de topgroep van een alternatieve beweging, waar het tegenwoordig mainstream geworden is om naar The Cure te luisteren.

Gisteren verkocht The Cure nog maar eens het Sportpaleis in Antwerpen uit, en het was niet zo vanzelfsprekend om de zwarte zielen, die vroeger op hun eentje een Cure-concert de moeite waard maakten, te ontwaren in het publiek.

Er is echter een tijd geweest dat de mainstream neerkeek op The Cure en zijn publiek, die als depressieve en apathische pubers werden aanschouwd. ‘Cure-fans worden vaak afgeschilderd als jongeren die zich op de rand van hun bed zitten afvragen wat ze op deze planeet lopen te doen’, zo gaf Robert Smith destijds zelf in een interview toe. ‘En dan, wat is daar mis mee?’, voegde hij eraan toe, waarmee hij mijn eeuwig respect en sympathie - voor de zoveelste keer - veroverde.

Horden existentiële jongeren in lange zwarte jassen en met wild gecrepeerde haren snelden zich naar elke plek waar de groep speelde. Dat uiterlijk was veel meer dan het kopiëren van je jeugdidolen, zoals het soms afgeschilderd werd. Natuurlijk maakte The Cure handig gebruik van het new wave-imago, maar het uiterlijk bestond al en stond voor een veel bredere beweging dan enkel deze ene groep. Ook Bauhaus, Xmal Deutschland en talrijke andere wavegroepen hadden een soortgelijk uiterlijk.

Toen The Cure midden jaren 80 richting pop evolueerde, zag men een meer uitgekiende strategie rond het imago, waarbij de hele groep in grijze kostuums optrad. Dit werd evenwel nooit gekopieerd door de fans.

De talrijke opkomst van Cure-fans leidde soms tot incidenten met extreemrechtse skinheads, zoals in 1991 in Leipzig. Want new wave stond op gespannen voet met skinheads. Ze waren er ook zowat elkaars antipode, de kortharige, conformistische en agressieve skin, en de passieve, teruggetrokken en nihilistische waver. Ook metalheads hadden het niet zo hoog op met 'zwartzakken' of 'planten'. Met de punks waren de relaties wellicht het best, al bestond ook hier het Freudiaanse concept van 'het narcisme van de kleine verschillen'.

The Cure had enerzijds een buitengewoon alternatief imago met extreem uiterlijk, en anderzijds een dromerig, introvert en knuffelbaar imago. Het was een groep voor jongeren die gekweld zaten met existentiële vragen, die tegendraads maar niet agressief waren. Een combinatie van het rebelse van de punk met de ingetogenheid van de hippies.

In de beginjaren, en zeker tijdens de trilogie Seventeen Seconds - Faith - Pornography, bouwde de groep een compromisloos zwart imago op, maar later zouden ze zich toch laten meeslepen in het commerciële circuit. Het heeft zeker bijgedragen tot hun succes, want voor iedereen die geïnteresseerd was in new wave en donkere muziek, was The Cure - zichtbaar als ze waren in de media - een vanzelfsprekende eerste stap.

Het uitdagende en controversiële kantje is er intussen af. Waar The Cure vroeger garant stond voor hoog oplaaiende discussies tussen voor- en tegenstanders, is er thans quasi unanimiteit over de kwaliteiten van de groep. De groep zal wellicht ook de geschiedenis ingaan als één van de roergangers van de new wave, en terecht. Voor velen is een optreden van The Cure intussen een gezellig avondje uit om een klassieker uit de rockmuziek te aanschouwen, een stukje jaren 80-nostalgie.

In een vorig leven zorgde The Cure voor de internationale doorbraak van The Cranes door hen mee te nemen op tournee. Tegenwoordig spelen ze op veilig met The Twilight Sad, een Britse postpunkgroep waarvan tegenwoordig een overaanbod bestaat en die beter tot zijn recht zou komen in een meer intieme omgeving.

Een intieme zaal zit er voor The Cure niet meer in, maar dat blijft een verrassend gegeven. Toen The Cure in 1976 het levenslicht zag in Crawley, was de uitgesproken wens van Robert Smith om een alternatief te vinden voor een betaalde baan. Smith gaf de ambtenaren in de plaatselijke werkloosheidsdienst zelfs het advies om de jobs te geven aan mensen die echt wilden werken. Op de repliek dat hij toch moest werken antwoordde hij verontwaardigd ‘waarom dan?’ Zijn eerste liedjes schreef Smith dus niet omdat hij een innerlijke nood had om zich creatief te uiten, maar wel om een bestaan te kunnen opbouwen zonder baan.

We hadden eerder opgemerkt dat The Cure live vaak sets speelt die opgebouwd zijn rond hun twee grootste commerciële successen: Disintegration (1989) en Wish (1992). Maar The Cure wil niet voorspelbaar zijn, en start de avond deze keer met ‘Shake Dog Shake’, de opener van hun meest experimentele plaat The Top uit 1984. Er zouden nog meer verrassingen in de show zitten, die grotendeels uit materiaal uit de jaren 80 bestond, aangevuld met een paar uitstapjes naar de jaren 90 en twee nieuwe nummers.

‘Fascination Street’ komt wel uit Disintegration, en hoewel Reeves Gabrels - de voormalige Bowie-gitarist die sinds 2012 bij The Cure speelt - de intro verknalt door eventjes de gitaarmacho uit te hangen, ziet dit er goed uit. Als daarna ‘A Night Like This’ weerklinkt, is voor mij de avond reeds geslaagd.

‘A Night Like This’ is afkomstig van The Head On The Door, de plaat die The Cure in 1985 echt de weg van de pop zag ingaan. (Het nummer is gebaseerd op een heel vroeg nummer uit de jaren 70, net zoals opener ‘Shake Dog Shake’ trouwens.) The Head On The Door staat vanavond in de kijker, want de helft van de plaat wordt gespeeld, inclusief de grote hit ‘Inbetween Days’, de sublieme rocker ‘Push’, het heerlijk tegendraadse ‘Close To Me’ en als kers op de taart het melancholische ‘Sinking’.

Op de achtergrond kleuren vijf grote schermen het optreden in. Doorgaans ziet men er de vijf groepsleden, die elk een scherm toegewezen kregen. Het lukt aardig, want de groepsleden van The Cure zijn behoorlijk statisch, op eentje na. Bassist Simon Gallup hotst als vanouds het hele podium af, zodat zijn scherm regelmatig leeg blijft. Gallup ziet er op 56 jaar nog steeds als een coole punker uit, zodat je niet te veel het gevoel hebt naar vijf oude mannen te kijken.

De plaat The Head On The Door werd opgevolgd door Kiss Me Kiss Me Kiss Me in 1987 - intussen was The Cure ook in de Verenigde Staten doorgebroken dankzij de compilatie Staring At The Sea (1986) - waarop Smith zijn status als popster helemaal uitspeelt. Het resultaat was een overladen en halfslachtige plaat waarop afgrijselijke dingen staan als ‘Hot Hot Hot’ en ‘Why Can’t I Be You’ - die allebei de revue passeren in de laatste bisronde - maar ook perfecte popnummers als het obligate ‘Just Like Heaven’. De verrassing zat hier in ‘All I Want’, een bijna vergeten pareltje waarop Gabrels weer eens de gitaren laat loeien.

Waar ik me af en toe gestoord heb aan het gitaarmachismo van Gabrels, moet ik wel toegeven dat zijn gierende gitaren een absolute meerwaarde zijn op nummers als ‘Give Me It’ - dat de hoofdset mag afsluiten - ‘Never Enough’, 'Wrong Number' of nog ‘Burn’, dat The Cure oorspronkelijk voor de geluidsband van The Crow opnam en waarbij Smith een intro op blokfluit ten beste geeft.

De status van popster zat Smith destijds niet gemakkelijk, en eind jaren 80 verzonk hij in drugs en depressie. Dat resulteerde in het erg melancholische Disintegration, een plaat die werd uitgegeven ondanks de waarschuwingen van het platenlabel dat het een commerciële flop zou worden. Het tegendeel was waar: de plaat werd het grootste commerciële succes van The Cure, en heeft wellicht het nodige gedaan om The Cure definitief als klassieker te classificeren, wat misschien niet was gelukt indien de groep verder popdeuntjes was blijven schrijven. Disintegration komt dan ook meermaals aan bod met hoogvliegers als ‘Pictures of You’, ‘Lullaby’ en het fantastische ‘Lovesong’ (een grote hit in de VS).

Het duurt een paar jaar vooraleer The Cure met een opvolger op de proppen komt, en dat wordt Wish uit 1992. De plaat is meer gitaargericht en surft nog voort op het succes van Disintegration. Hits als ‘High’ en vooral ‘Friday I’m In Love’ komen uit die plaat, maar ook het meer uitgestrekte ‘From The Edge Of The Deep Green Sea’.

Opnieuw neemt een volgende plaat een paar jaar in beslag. Het onvolprezen ‘Wild Mood Swings’ uit 1996 grijpt terug naar het experiment van The Top. Humo had het wellicht bij het rechte eind toen het schreef dat de plaat volledig geslaagd zou zijn als er wat minder nummers op zouden staan. ‘Want’ is een relatief klassiek Cure-nummer, maar het is vooral het heerlijke ‘Jupiter Crash’ dat menigeen nog eens naar de plaat zal doen grijpen na deze avond.

Uit het nieuwe millennium wordt niets gespeeld, behalve twee gloednieuwe nummers die elk één van de twee eerste bisrondes mochten openen. ‘It Can Never Be The Same’ - opgedragen aan Leonard Cohen - maakt het meeste indruk op mij. Het grijpt terug naar de sfeer van Disintegration. ‘Step Into The Light’ is dan weer een poging om een vrolijk popnummer te schrijven. Eigenlijk staan de laatste platen van The Cure vol met dergelijke nummers. Ik ben doorgaans erg kritisch voor deze platen, maar ik heb ze gisteren nog eens beluisterd en heb besloten dat ze behalve een aantal tenenkrullende momenten ook steeds een paar goede nummers bevatten.

Wat dan met nummers van voor 1984? Die zijn niet zo talrijk. Vooral het feit dat enkel ‘One Hundred Years’ gespeeld werd uit Pornography, zal een aantal grote fans teleurstellen. Robert Smith heeft nochtans vaak genoeg gesteld dat dit ‘dagboek uit zijn zwartste dagen’ tot zijn absolute favorieten hoort. Uit Faith wordt zelfs helemaal niets gespeeld.

Wel horen we ‘The Walk’, de single waarmee Smith - na de split die tijdens de Pornography-tour plaatsvond - de terugkeer van The Cure aankondigde, en waarmee hij de vloer aanveegde met zijn zwarte en depressieve imago. Een absolute verrassing is de aanwezigheid van ‘Lovecats’ in de set. Ik had dit nummer nog nooit live gehoord, en The Cure klinkt er bijna als een jazzgroep op. Hier toont toetsenist Roger O’Donnell dat hij ook veel beter kan spelen dan wat The Cure nodig heeft, maar dat hij het niet nodig vindt om daar overdreven mee te pochen.

In de bisnummers liet de groep ook de obligate hits ‘Boys Don’t Cry’ en uiteraard een uitgestrekte versie van ‘A Forest’ op het reeds veroverde publiek los, kwestie van de vele hits van de groep er diep in te wrijven. Jukebox The Cure heeft zijn werk gedaan, en om eerlijk te zijn moet je al een serieuze kloot zijn om na 30 nummers en meer dan twee en half uur uitmuntende muziek te gaan klagen dat je favoriete liedje er niet tussen zat. The Cure was zonder meer fantastisch, en een optreden van hen blijft voor deze trouwe fan een hoogmis die hij niet mag missen.

Setlist: Shake Dog Shake / Fascination Street / A Night Like This / All I Want / The Walk / Push / In Between Days / Sinking / Pictures of You / High / Lovesong / Just Like Heaven / Jupiter Crash / From the Edge of the Deep Green Sea / One Hundred Years / Give Me It

Bis 1: It Can Never Be the Same / Burn / A Forest

Bis 2: Step Into the Light / Want / Never Enough / Wrong Number

Bis 3: The Lovecats / Lullaby / Hot Hot Hot!!! / Friday I’m in Love / Boys Don’t Cry / Close to Me / Why Can’t I Be You?

vrijdag, oktober 28, 2016

Wave-Gotik-Treffen 2016, Deel I: Was het maar altijd winter en altijd nacht… de muziek

Als ik op donderdagnamiddag 12 mei uit het station van Leipzig kom, bots ik op de traditionele ellenlange rij extravagante goths die meteen hun polsbandje voor de 25ste editie van het Wave-Gotik-Treffen willen afhalen. Ik moet deze wachtrij van minstens twee uur niet en trek meteen richting hotel. Onderweg kan ik nog even van de sfeer van Leipzig doorheen het jaar genieten, als het niet platgelopen wordt door het zwart volkje. Leipzigers zijn best een kleurrijk volkje. Letterlijk: geverfde haren en piercings zijn hier alledaagse kost. Je komt regelmatig punks en emo’s tegen. En goths, want ook buiten het WGT kan Leipzig op een aardige zwarte sien rekenen.

Donderdag 12 mei

Het grote pretparkfeestje dat omwille van het jubileum georganiseerd wordt op donderdagavond is nogal ver, en er staat weer een ellenlange rij mensen aan te schuiven om de bus op te kunnen. Mij zegt het niet zoveel, en ik beslis om een kijkje te gaan nemen op het Gothic Pogo Festival, dat onafhankelijk en gelijktijdig wordt georganiseerd in Werk II. Gothic Pogo richt zich tot batcavers en minimalliefhebbers, en organiseert feestjes over heel Duitsland. Het is aan zijn 11de editie toe in Leipzig. Aan de ingang prijkt een bericht dat racisten, seksisten en homofoben niet welkom zijn. Ik voel me zeer welkom, al vond ik het al veel minder sympathiek toen twee dagen later vriend en collega Dimi de toegang geweigerd werd omwille van zijn Death In June-t-shirt. Op Werk II gaat ook een erg mooie tentoonstelling door van Incestum en Danjela Diamond waarin smeedijzeren insecten en ander ongedierte te zien zijn in een met rood licht en kaarsen verlicht obscuur keldertje.

Er staan geen grote namen op het programma, maar misschien is het een mogelijkheid om beloftevolle nieuwe groepen te ontdekken. Lizard Pool is dat alvast niet. Hun derderangs Engelstalige indierock staat bol van de clichés en verdient om snel in de anus van de muziekgeschiedenis te verdwijnen. Dividing Lines speelt daarentegen behoorlijke batcave inclusief hanekammen, ronkende drums en gierende gitaren. Dat is waar het publiek hier van houdt, en ook ik laat het me welgevallen.

Vrijdag 13 mei

Een bezoek aan de Agra - het kloppend hart van het WGT waar ik mijn bandje ga afhalen, en waar ook de wellicht grootste gothicmarkt ter wereld doorgaat met kledij, schoeisel, sieraden, cd’s, boeken en andere accessoires - leert me dat je hier heel erg snel heel erg veel geld kunt uitgeven. Gelukkig hou ik me in en vind ik enkel eten en drinken ook een goed alternatief. Ik hoor dat het pretpark gisteren erg leuk was, maar dat er massaal veel volk was en dat je overal lang moest aanschuiven.

Een goth met hooikoorts, hoe is het mogelijk… Ach was het maar altijd winter en altijd nacht, het zou me niet overkomen. Gelukkig is er een apotheek vlak tegenover de Felsenkeller - één van de tientallen locaties over de hele stad waar concerten doorgaan - waar ik mijn muzikaal programma begin met een portie gothic rock. Golden Apes houdt het midden tussen gothic rock en postpunk - kom me alsjeblieft niet vertellen dat het allemaal één pot nat is, ongelovige! - en geniet blijkbaar veel succes in Duitsland. Terecht. The Angina Pectoris is blijkbaar een goth-legende uit de Duitse jaren 80. Ze treden voor het eerst in 15 jaar op en het valt eraan te horen. De muzikanten zijn niet op elkaar ingespeeld. De gitaristen komen uit de metal en beseffen niet dat ze hun gitaren breed moeten laten weergalmen om geloofwaardige gothrock te maken. Het resultaat is een soort erbarmelijk knuffelrockmetal. Ik maak me uit de voeten.

Alvorens ik naar de Shauspielhaus ga - het podium voor de fijnproevers in Leipzig - kan ik op restaurant een leuk gesprek afluisteren. Iemand legt uit dat het nu ‘Wave-Gotik-Treffen’ is. ‘Spijtig dat er hier nu niet zoveel zijn’, repliceert iemand. Goths zijn hier bijna een bezienswaardigheid geworden voor de gewone bewoner, en dat mag ook gerust.

In de Shauspielhaus zal je geen beats of harde gitaren horen, maar vooral neoklassiek. We kunnen dat perfect illustreren aan de hand van Kirsten Morrison, een dame die ook toetsen speelt bij Lene Lovich. Ze staat helemaal alleen op het podium, gewapend met een viool, een harpichord en een indrukwekkende sopraanstem. De rest is vooraf opgenomen. Haar feeërieke nummers zijn gebaseerd op gedichten van Edgar Allan Poe, Rumi, Shakespeare, Rimbaud en William Blake. Kari Rueslåtten is misschien een vreemde eend in de bijt op WGT, maar er komt een talrijk en toegewijd publiek naar haar luisteren. Dit is zeker geen intellectuele muziek, maar zowel de teksten als de trage muziek sluiten aan bij de betere melancholische pop.

The Deadfly Ensemble - de avantgarde folkgroep van cinema Strange-zanger Lucas Lanthier - klink live veel meer als batcave dan op cd. Het zal aan de gitaren liggen van Steve James - ook actief in Christ vs. Warhol - en aan de indrukwekkende bas en drums. Enkel de cello van Marzia Rangel - ook actief in Christ vs. Warhol - en de folkgitaar van Lanthier maken het verschil. De dans- en zangstijl van Lanthier en vooral de horde fotografen die de groep te pas en te onpas fotografeert vertonen een sensibiliteit voor absurditeit die erg apart is. Puik optreden.

Zaterdag 14 mei

Vandaag slechts één zaal op het programma: de Taubschenhall, waar de echte batcavers flink verwend zullen worden. Met Christ vs. Warhol bijvoorbeeld. Ik ben manifest niet de enige met dat idee, en bij aankomst word ik erop gewezen dat de hal barstensvol is. Slim als ik ben zet ik me aan een opening bij de bar waar ik de gitarist kan zien, af en toe een glimps van de zangeres, en waar ik mee kan genieten van een overheerlijke set. Dit is batcave van de bovenste plank. Er worden verschillende nieuwe nummers gespeeld, en dat mag ook want hun enige cd dateert al van 2010 (al was op het optreden ook een promo-cd uit 2014 beschikbaar). Ik kijk alvast uit naar een opvolger.

Lene Lovitch kennen we enkel van ‘Lucky Number’, maar ze blijkt gelukkig nog andere nummers te hebben. Ze brengt een erg geslaagde show met prettig gestoorde new wave. Van Tragic Black hebben we soms gedacht dat ze wat te schreeuwerig waren om deathrock genoemd te worden. Doch deze twijfels worden vakkundig weggewerkt door een grandioos optreden van het extravagante trio, dat in het nieuwere werk teruggrijpt naar het klassieke deathrock-geluid. Gitarist Stich mag ook even uitblinken met een nummer van zijn vroegere groep All Gone Dead, en de groep sluit af met twee nummers van Christian Death (‘Deathwish’ en ‘Skeleton kiss’).

Cinema Strange leverde met ‘The Grey Eyes of evening’ en ‘Quatorze exemples autheniques du triomphe de la musique décorative’ twee klassiekers in de batcave af. Daarna hielden ze het om één of andere debiele reden voor bekeken. Heel erg, en daar worden we op dit exclusieve optreden op gewezen. Want Cinema Strange was zo uitzonderlijk origineel in bijna alles wat ze deden: hun voorkomen, de zang, de melodische bas- en gitaarlijnen, de constante ritmeveranderingen, de fantasierijke teksten… Ze gaven een fantastisch optreden, maar zonder vooruitzicht op nieuw werk.

Zondag 15 mei

Het festival biedt dit jaar meer dan 243 optredens op 75 locaties, waar ik voor het gemak ook alle musea, tentoonstellingen en sites waar lezingen of speciale evenementen doorgaan meetel. Je kan evenwel maximum slechts 4 of 5 optredens per dag meepikken. Het programma is wel zo opgesteld dat elke zaal een coherent aanbod heeft met groepen die stilistisch nauw verbonden zijn. Bovendien mogen groepen hier langer spelen dan op andere festivals, waardoor optredens vaak nog meer genieten zijn.

Aargh, door een lekke band - ik doe al mijn verplaatsingen met de fiets - geraak ik niet meer in de Volkspalast voor optredens van Winter Severity Index en ander schoons. Eens het euvel opgelost begeef ik me meteen naar de Agra, waar ik deze keer alle remmen loslaat op de gothic-markt. Maar dat is niet de reden waarom ik hier ben. Hoewel ik van mening ben dat Leipzig vooral een gelegenheid is om kleinere groepen te ontdekken of exclusieve dingen te zien die nooit naar België komen, maak ik vanavond een uitzondering en ga ik naar een paar klassiekers kijken in de Agra-Halle. Er is wat kritiek op deze hangar die omgebouwd wordt tot concertruimte, maar het is de enige zaal die 5000 man kan ontvangen. En dus spelen daar de grootste en meest populaire groepen. Het is Lacrimosa die de doorslag geeft.

Diary of Dreams speelt er ook. Zij spelen op zowat elk zwart festival, en ik ben de tel kwijt van het aantal keer dat ik ze live meegemaakt heb. Ik heb al vaak gezegd dat hun cd’s inwisselbaar zijn, maar steeds van hoge kwaliteit, en dat geldt ook voor hun optredens. Het valt op dat Adrian Hates erg trots is op wat de groep in de huidige bezetting gemaakt heeft, want er komt veel uit de laatste cd’s. Deze worden evenwel mooi afgewisseld met oudere klassiekers als ‘MenschFeind’, ‘Giftraum’, ‘Kingdrom’ en ‘Butterfly:Dance’. Opmerkelijk: er wordt niets uit de succesplaat ‘Freak Perfume’ gespeeld.

Lacrimosa speelt al voor de zevende keer op het WGT, en daarmee zijn ze de groep die er het meest opgetreden heeft. Het was WGT-organisator Michael Brunner die Tilo Wolff in 1993 wist te overtuigen om live op te treden met een eerste show op het WGT. Wie weet zou Lacrimosa anders enkel een studioproject gebleven zijn. Dat zou spijtig geweest zijn, want ze zijn live fenomenaal. Hun set bevat heel wat nummers uit de laatste cd ‘Hoffnung’. Deze greep terug naar een zeer donker geluid, en aan de reacties van het publiek te zien heeft hij echt wel een gevoelige snaar geraakt heeft. Maar uiteraard wordt er uit alle periodes wel iets gespeeld. En wat andere Dark Entries-redacteuren er ook van zeggen, deze keer was de zang perfect. Zowel van Tilo (onder meer op het magistrale ‘Stolzes herz’ en het oude pareltje ‘Crucifixio’) als bij Nurmi (op het prachtige ‘Apart’).

Normaliter zou ik na Lacrimosa gaan slapen. Het WGT begint immers op een uitputtingsslag te lijken. Doch er blijkt nog een groep geprogrammeerd te zijn. Bompa Punk John Lydon komt er optreden met zijn groep Public Image Limited oftewel PiL. Sinds ik een aflevering van Reynebeau & Rotten heb gezien heb ik serieuze twijfels bij dit heerschap. Maar ik heb ook gelezen dat de reünietournee van PiL veel lof kreeg. En na dit optreden moet ik me erbij aansluiten. De oude zakken spelen enorm goed en weten de juiste sfeer te scheppen. Mijn verwondering is niet min.

Maandag 16 mei

Wat een boerenbedrog, zeg. Stond Christine Plays Viola geprogrammeerd, blijken noch Christine noch haar viola te bespeuren. In de plaats daarvan staan vijf harige gasten op het podium (aardige) gothic rock te spelen. Ik wil viool horen en rep me naar het Shauspielhaus, waar Saeldes Sanc aangekondigd staat. We hadden voor het eerst van dit project van Hannah Wagner gehoord door hun samenwerking mat Schwarzblut, en we konden niet vermoeden dat de groep zo populair zou zijn. Of zou het aan de samenwerking met Ernst Horn liggen, de man achter Deine Lakaien en Helium Vola? Hannah Wagner ziet er alvast ontwapenend meisjesachtig en authentiek uit met haar prachtig rood kleed, haar zwangere buik en haar blote voeten. Maar ze krijgt probleemloos de lachers op haar hand, en vooral: ze zingt als een nachtegaal. Als Wagner na een prachtvertoning met Ernst Horn ‘Withering Heigts’ inzet, voelen we ons tot ongekende hoogten getild en beseffen we dat we hier iets uitzonderlijks ontdekt hebben.

Bij The Visit heb ik aanvankelijk mijn twijfels. Enkel cello en zang? Is dat voldoende om indruk te maken? Na een optreden van Saeldes Sanc? Toch wel, blijkt na een paar nummers. Stem en cello vullen elkaar perfect aan en kunnen zeer gevarieerd aangewend worden. Dat het duo uit Canada daarin slaagt is geen geringe verdienste, en ze kregen er ook de nodige lof voor.

Aan de muziek van Sangre de Muerdago zou je niet meteen horen dat ze uit de Galicische punk- en metalsien komen. Het klinkt allemaal zo zacht en harmonisch… Maar toch schuilt er een kritiek door tegen het kapitalisme dat mensen tot geestloze consumptie- en productieproducten maakt. Hun laatste schitterende ‘O Camiño Das Mans Valeiras’ - ‘de weg van de lege handen’, over hoe materiële rijkdom niet gelijkgesteld moet worden met geestelijke rijkdom - komt uiteraard aan bod, maar ook ouder en nieuw werk, met ook heel wat instrumentele stukken. Prachtig.

Het gevecht tegen de slaap is nog in intensiviteit toegenomen, en om te vermijden dat ik zou indompelen in de zachte zetels van de Schauspielzaal - het gebeurde al bijna tijdens Sangre de Muerdago - ga ik een kans wagen om nog binnen te geraken bij Pink Turns Blue. Daar staat helaas een rij aan te schuiven die ongeveer overeenkomt met de capaciteit van de zaal. Terugkeren naar de Schauspielhaus is evenmin een optie, want daar schuiven mensen aan om het hemelse Irfan te zien. Wat blijft er nog over, De Felsenkeller, en dat ligt mooi op de weg naar mijn hotel.

Daar speelt Korpiklaani, een Finse groep woudarbeiders die de kunst verstaan om er als een bende freaks uit te zien, én om uitstekende folkmetal te spelen met viool en accordeon. Hier zal ik nog eventjes niet van in slaap vallen. Al klinkt ook hier onvermijdelijk de laatste noot. Onderweg naar het hotel vraag ik me af of ik nu droevig of blij moet zijn dat het afgelopen is. Het was enerzijds prachtig, maar anderzijds had ik dit onmogelijk nog langer volgehouden. Slaap wel Leipzig. Maak mooie dromen. We zien elkaar volgend jaar terug.

dinsdag, april 12, 2016

Fantastique.Night XLVIII: Viva Italia! (Schonwald, Winter Severity Index, Starcontrol, Phantom Love)

Een uitsluitend Italiaanse affiche, dat is wat Fantastique.Night ons zaterdag voorstelde. Enigszins verwonderlijk, want ze maken er gewoonlijk een punt van om minstens één Belgische groep te programmeren. Vandaag niet dus, maar dat nemen we hen niet kwalijk. Deze affiche is immers top en de exclusief Italiaanse sfeer - er lijkt geen eind te komen aan de stroom uitmuntende groepen uit dat land - maakt de aantrekkingskracht ervan enkel groter.

Starcontrol is de enige groep die het vanavond met een zanger doet. Maar niet helemaal, want de charmante bassiste neemt ook wat zangpartijen op zich, net als de even charmante gitarist. Ze spelen post-punk, maar verrassen door te beginnen met hun traagste en meest melancholische nummers, en zo langzaam op te bouwen naar de stevigere nummers toe. Alle truukjes worden bovengehaald: een bas die eens de diepe tonen produceert, en dan melodisch de hoogste noten bespeelt; een gitaar die heen en weer tussen hectisch en melodisch reist; en een zanger die houterig maar gepassioneerd zingt, en wiens postuur bij momenten aan wijlen Ian Curtis doet denken. De avond is goed begonnen.

Winter Severity Index is de groep waar we het meest naar uitgekeken hadden. De twee dames - vandaag ook vergezeld van een bassist - hebben hun naam niet gestolen, want vanaf de eerste noten daalt de temperatuur aanzienlijk. De winter breekt dan toch uit, maar dan enkel in dit zaaltje in de kelder van de Botanique. De gitaren kletteren als ijskoude hagel tegen de gevels terwijl de synths een dichte nevel doen opkomen. De stem van Simona Ferrucci bijt door merg en been, en het is zwaar om door de hoog opgehoopte sneeuw te ploeteren op het ritme van de drumcomputer. Klinkt ellendig? Wel, ik heb er intens van genoten en ik ben er zeker van dat het talrijk opgekomen publiek daar net hetzelfde over dacht.

Schonwald doet de temperatuur niet echt stijgen, maar hun muziek is heel aanstekelijk en meeslepend. Het koppel Luca en Alessandra - ze stappen binnenkort in het huwelijksbootje - presenteert kille doch poppy wave waarin de ijzige stem van Alessandra en de met effecten overladen gitaar van Luca centraal staan. Ze hebben reeds drie cd’s uitgebracht, en met hun laatste worp - Between Parallel Lights - werden ze ten huize Dark Entries net niet heilig verklaard. En het werkt ook live! De muziek wisselt af tussen melodisch en monotoon. Bij momenten klinkt het als melodische batcave, , soms is het dromerige shoegaze - ik moet meer dan eens denken aan My Bloody Valentine - maar steeds is het erg geslaagd.

Het officiële programma mag dan wel voorbij zijn, maar er is nog een after-party. En daarop werd uitzonderlijk nog een optreden gepland. Valentina Fanigliulo stond een paar jaar geleden al op het podium van de Fantastique.Night met haar project Mushy. Dat moet een memorabel optreden zijn geweest, want de echo’s die ik ervan ontving zetten me aan om haar cd te kopen. ik had meteen spijt dat ik het optreden gemist had.

Trouwens, Valentina, die destijds ook in Winter Severity Index speelde, gaf toen een demo van de groep aan de organisatoren. En zo werd die groep voor deze editie uitgenodigd. Het leek gewoon logisch dat Valentina ook mocht optreden met haar nieuw project Phantom Love. Mushy speelt melancholische wave ten top waarin langzaam voorbijtrekkende klankvelden gepaard gaan met Engelachtige klaagzang. Phantom Love doet het meer dansbaar en zonder zang. Valentina lijkt wel in extase als ze haar ritmische brouwsels in het publiek zendt, dat door trouwens even gehypnotiseerd wordt door de prachtige klanken die het aangeboden krijgt.

Dit Italiaanse thema-avond was een voltreffer, zelfs naar Fantastique.Night normen. De volgende afspraak volgt snel, op 16 april. Dan zullen de wegens de hoge terreurdreiging in november afgelaste concerten plaatsvinden. Op het programma: Molly Nilsson, Mary Ocher en Rodolphe Coster. Bestel uw kaarten snel indien u erbij wil zijn, want het was in december bijna uitverkocht.








Boris Grebenshikov en het Russisch-Iers kwartet: Tranen, knuffels en begripvolle blikken

Ik had het eerlijk gezegd niet meteen voor mogelijk gehouden dat de Russische rocklegende Boris Grebenshikov ooit in België zou optreden, maar verleden vrijdag was het toch het geval. Al jaren ben ik volledig weg van zijn muziek, en tot op heden ben ik al drie keer naar het buitenland gereisd om hem aan het werk te zien. Deze keer kon ik hem lekker dicht bij huis bewonderen, in de Amuz in Antwerpen, een prachtige barokke kerk waar thans concerten en sociaal-culturele evenementen plaatsvinden.

Aangezien de kans klein is dat jullie Boris Grebenshikov kennen, een kleine introductie. Grebenshikov richtte de Russische rockgroep Aquarium op in 1972. Gedurende de jaren 70 leefde hij samen met zijn kompanen het leven van de ondergronds hippies in Leningrad, thans Sint-Petersburg. Ze speelden op straat en in appartementen en brachten nu en dan een cassette uit met hun eigen muziek.

In 1980 mochten ze optreden op het ‘lente-ritme’-festival in Tbilisi - nu de hoofdstad van Georgië - dat als de officiële legalisering van de rockmuziek in de Sovjetunie gold. Het optreden van Aquarium veroorzaakte een heuse rel en bij zijn terugkomst in Leningrad werd Grebenshikov ontslagen uit zijn job en uit de communistische jongerenliga Komsomol. Normaal gezien de doodsteek voor wie in de Sovjetunie carrière wou maken, maar voor Grebenshikov de gelegenheid om zich volledig op de muziek te werpen.

De omstandigheden zitten mee. In 1980 ontmoet hij Andrei Tropillo, die hem aanbiedt om opnames te maken in zijn studio in Leningrad. De studio was eigenlijk bedoeld voor pionieren - de communistische jongerenbeweging - maar na zijn uren liet Tropillo alle alternatieve groepen uit Leningrad binnen om hun cassettes op te nemen en uit te brengen. Aquarium gaat met plezier op het aanbod in, en in de eerste helft van de jaren 80 komen een resem cassettes uit die de groep steeds groter doen worden.

In 1981 wordt in Leningrad de Leningrad Rock Club opgericht, dat al snel uitgroeit tot het epicentrum van de Russische rock. Aquarium neemt een belangrijke rol op in de club, waarbij verschillende leden in het bestuur zitten. Op het jaarlijkse festival van de club - opgevat als een wedstrijd - komt Aquarium bijna steeds als winnaar uit de bus. In de tweede helft van de jaren 80 - tijdens de Perestroika - kan de groep zelfs op het officiële Sovjetplatenlabel Melodija uitgeven, en vullen ze ganse stadions met hun hymnes.

Doch Grebenshikov laat zich gaan, en gelooft dat hij een Amerikaanse rockster kan worden. Het wordt een flop en de groep Aquarium moet eraan geloven. Grebenshikov keert terug naar Rusland en brengt in 1992 het prachtige ‘Russische album’ uit onder de naam BG Band. Het succes van deze plaat overtuigt hem om Aquarium terug op te richten met nieuwe muzikanten, en de jaren 90 zijn voor Aquarium jaren van onevenaarbaar succes, met een hele reeks schitterende platen.

Maar voor Grebenshikov wordt het succes te vanzelfsprekend. Hij wil andere paden bewandelen, meer experimenteren, zichzelf vernieuwen. Hij ontbindt Aquarium en maakt een solo-cd met The Band, de voormalige begeleidingsgroep van Bob Dylan. Later richt hij de groep opnieuw op en experimenteert hij met ambient, trip-hop, wereldmuziek et cetera. Hoe eclectischer en experimenteler, hoe beter.

En blijkbaar zit Grebenshikov vandaag weer in zo’n fase. Hij heeft opnieuw Aquarium ontbonden en een uitstekende solo-cd uitgebracht. Begin dit jaar toerde hij solo met een formatie van 9 man, waarvan veel leden van Aquarium, en nu pakt hij het nog specialer aan: hij tourt met het ‘Russisch-Iers Kwartet’, waarin hij omringd wordt door drie Ierse muzikanten.

Het initiatief komt van Brian Finnegan, een Ierse fluitist die al jaren met Grebenshikov en Aquarium samenwerkt. Finnegan kwam met Aquarium in aanraking in 2007. Grebenshikov had dan Aquarium International opgericht, een aanvulling van zijn groep met muzikanten uit Ierland (waaronder Finnegan), Indië, Oostenrijk en nog andere landen tot een bende van 19, met sitar, strijkers, doedelzak, fluit, Indische percussie… Ze spelen verschillende keren met deze formatie, en ik heb het geluk gehad ze aan het werk te zien in Dublin, een concert dat bij de allerbeste hoort die ik ooit heb meegemaakt. Grebenshikov zei toen dat de nieuwe cd heel experimenteel ging worden, en dat werd hij ook.

Op ‘Wit paard’ - de cd in kwestie - vinden we alweer een hele schare internationale gasten, waaronder Finnegan. De cd klinkt als folkrock, maar is vooral experimenteel op het valk van de composities en de songstructuren, die zoveel mogelijk afdwalen van de klassieke structuren. Na de plaat wordt Finnegan - op basis van zijn uitzonderlijke talenten als fluitist - in Aquarium opgenomen.
Finnegan kwam met het voorstel op de proppen om Grebenshikov nu met nog twee andere Ierse muzikanten te begeleiden op tournee. Alan Kelly wordt als een accordeonvirtuoos beschouwd en voert zijn eigen Alan Kelly Gang aan. John Joe Kelly is een meester in de Ierse bodhran en speelde reeds met Finnegan samen in de folkgroep Flook. Bovendien viel hij ook te horen op ‘Wit paard’. Grebenshikov leidt het ‘Russisch-Iers Kwartet’ met zijn nummers, gitaar en zang.

De eerste set draait grotendeels rond ‘Wit paard’, een plaat waar Grebenshikov - terecht - zeer trots op is. Er wordt wel aangevangen met ‘Zittend op een mooie berg’, een nummer uit ‘De dag van zilver’, dat volgens Grebenshikov de beste Aquarium-uitgave uit de jaren 80 is, maar daarna start een set waarin de helft van ‘Wit paard’ aan bod zal komen.

Er zijn een handvol uitzonderingen. ‘Ik kwam om water te drinken’ komt van Grebenshikovs recente solo-cd ‘Zout’. En als u dacht dat een folkgroep geen reggae kon spelen, dan bewijst ‘De woorden van de rastaman’ het tegendeel. Aquarium was trouwens de eerste groep om reggae in het Russisch te spelen, in de vroege jaren 80. De eerste set wordt afgesloten met drie nieuwe, onbekende nummers. Dan beweert Grebenshikov dat hij dringend nood heeft aan een pintje, en verlaat de groep even het podium.

Het treft dat ook wij net aan het hunkeren waren naar een pintje. Als we even rondkijken merken we dat we bijna de enige Belgen zijn. Niet verwonderlijk, want als Grebenshikov in West-Europa speelt is dat bijna exclusief voor de Russische diaspora. De naam van de organisatie - Russian Top Society - geeft weer welk volk je mag verwachten, want de prijs van de tickets was niet min.

Het tweede deel vangt aan met een fluitsolo van Finnegan, dat dan overloopt in ‘De woorden van de duif’, eveneens afkomstig uit het recente ‘Zout’. En dan gaan we terug in de tijd. ‘Mijn ster’ is ongetwijfeld het oudste nummer van de avond, want het dateert nog uit de jaren 70 en wordt nog steevast gespeeld op elk concert. ‘Plataan’ is een oude hit uit de jaren 80.

Op ‘Kleine ster’ - een nummer uit de ‘Russische periode’ in de jaren 90 - zien we iemand die zo ontroerd is door de buitengewone schoonheid van het nummer dat ze begint te huilen. En zo zien we wel vaker knuffels die uitgewisseld worden en mensen die vriendelijke en begripvolle blikken uitwisselen. Het regent dan ook prachtnummers die niemand onberoerd laten: ‘Als de pijn overgaat’, ‘Het zilver van de heer’…

Ook een drinklied als ‘Glazen’ komt aan bod. ‘Leg de glazen maar klaar. Ze zeggen dat ik niet drinken kan, maar ik doe het toch!’ En de rustige afsluiter ‘Op eigen benen’ verwijst eveneens naar de Russische drinkcultuur, want is een proost op de vaardigheid om na een avondje uit op eigen houtje terug naar huis te kunnen keren.

Er volgen gelukkig nog bisnummers. ‘Thee’ is afkomstig van het allereerste officiële ‘Blauwe album’ uit 1981. Het bijzonder ontroerende ‘Bloemen van Yoshiwara’ preikte op Psi, een uiterst experimentele plaat uit 1999, na de tweede split van de groep. Afsluiten doet de groep uiteraard met ‘Een dag van vreugde’, een nummer uit de periode van de BG Band, maar dat een paar jaren geleden opnieuw werd opgenomen met de toverfluit van Brian Finnegan. Niet enkel wij krijgen er kippenvel van, want ook Grebenshikov zit in extase op zijn gitaar te tokkelen als Finnegan zuivere schoonheid uit zijn fluit haalt.

Wat een prachtige afsluiter voor dit buitengewoon optreden. Uiteraard lag de nadruk eerder op het nieuwe werk van Grebenshikov, maar deze man bewijst dat je ook op leeftijd - hij is intussen 62 - wonderbaarlijke muziek kunt schrijven. Dat hij niet enkel op adrenaline en opwinding drijvende nummers heeft gedreven, maar nooit beschaamd was om gevoelige nummers te schrijven, zal er voor veel tussen zitten. Veel nummers waren relatief nieuw, maar er kwamen - vooral in het tweede deel - ook oudere nummers aan bod. Wat mij betreft was het eerste deel fantastisch en het tweede subliem. Hopelijk kunnen we Boris Borisovitsj nog vaker aan het werk zien in ons belgenlandje.


Setlist

Nederlands

Set 1: Zittend op een mooie berg - De Heer is zichtbaar - Duw - Ik kwam om water te drinken - De woorden van de rastaman - Wit paard - Viooltjes en lieveheersbeestjes - Arigato - Onbeschrijfelijk - Tempora Mutandur (nieuw nummer) - Hondenwals (nieuw nummer) - Kijk in mijn ogen en zeg me dat het jouw wil is (nieuw nummer)

Set 2: De woorden van de duif - Mijn ster - Plataan - Kleine ster - Instrumentaal nummer - ?? - Als de pijn overgaat - Mars van de heilige koeien - Het zilver van de heer - Glazen - Op eigen benen

Bis: Thee - Bloemen van Yoshiwara - De dag van vreugde

Russisch:

Cet 1: Сидя на красивом холме - Господу Видней - Дуй - Пришел Пить Воду - Слова растамана - Лошадь Белая - Анютины Глазки и Божьи Коровки - Аригато - Неизъяснимо - Tempora Mutantur (новая песня) - Собачий вальс (новая песня) - Посмотри мне в глаза и скажи что это воля Твоя (новая песня)

Cet 2: Голубиное Слово - Моей звезде - Платан - Звездочка - инструменталь - ?? - Когда пройдет боль - Марш Священных Коров - Серебро господа моего - Стаканы - На ход ноги
Бис: Чай - Цветы Йошивары - День Радости

Kleine ster (live in Lviv):



Als de pijn overgaat (live in Parijs):



Bloemen van Yoshiwara (live in Antwerpen):



De dag van vreugde (live in Parijs):

Laibach: Plechtige subversiviteit

Je zou denken dat Laibach na 35 jaar minder subversief geworden is, maar dat leek in de aanloop naar dit concert niet helemaal het geval. Laibach was oorspronkelijk uitgenodigd voor de viering van de uitreiking van de titel van Europese Groene Hoofdstad aan de Sloveense hoofdstad Ljubljana. De Europese Commissie protesteerde evenwel tegen de uitnodiging van Laibach en verbood de organisatoren om het optreden te linken aan de prijsuitreiking.

Officieel zou ‘de ironie die hun muzikale stijl onderbouwt verkeerd begrepen kunnen worden door een publiek dat niet vertrouwd is met het genre’, maar blijkbaar zijn sommige heren daar ook echt overtuigd van het ‘politiek extremistisch karakter van de groep’. Extremistisch in welke richting valt moeilijk te achterhalen, maar daar hebben ze bij de Commissie wellicht hun hoofd niet over gebroken. (Wat een dwaze redenering is het trouwens, om bepaalde kunst niet te programmeren omdat het te ingewikkeld zou zijn. Dat staat gelijk aan het dom willen houden van de mensen.)

Toch had dit concert veel van een plechtige viering met tal van hoogwaardigheden en met officiële toespraken bij de aanvang. Die toespraken werden gelukkig kort gehouden, met als voornaamste boodschap: ‘Ljubljana is een mooie en propere stad’. Fijn. De prachtige Henry Le Boeufzaal - ooit ontworpen door Victor Horta als deel van zijn plan om de volledige wijk te herbouwen in Art Deco stijl (hij kwam echter niet verder dan de Bozar en het Centraal Station) - en de aanwezigheid van het RTV Sloveens Orkest met koor versterken de plechtigheid van het concert nog meer.

Het optreden ving aan met een avant-garde orkestrale interpretatie van Edvard Griegs Olav Tryggvason, een nummer dat maar liefst 25 minuten aansleep en zonder meer verbluffend was. Atmosferische ambient stukken werden vermengd met prachtige orkestrale arrangementen en met pure noise. De diepe stem van Milan Fras klonk als gedonder uit de hel, terwijl Mina Špiler de sterren van de hemel zong. De avant-garde piano van Rok Lopatič werkte schitterend, terwijl Luka Jamnik vanuit zijn Korg nog een flinke dosis chaos toevoegde en drummer Janez Gabrič bespeelde in de rustigere passages zijn cymbalen met een strijkstok.

Het stuk sluit af met ‘Ode an die Freude’ van Beethoven, dat thans dienst doet als Europees volkslied. Wellicht bedoeld om de Europese ambtenaren in de zaal gerust te stellen. Om ze achteraf weer wakker te schudden met ‘Eurovision’. ‘Europe is falling apart!’, klinkt het daarin fors. En ik denk dat ze zich daar vandaag tot op het hoogste niveau bewust van zijn in de Europese Unie.

‘Smrt za Smrt’ (dood voor dood) is één van de vroege nummers, waarin het ter dood martelen van criminelen aan bod komt. Mina Špiler - die een hele avond pure elegantie uitstraalt - lijkt werkelijk gemarteld te worden als ze ijl begint te gillen. En hoewel we aanvankelijk dachten dat de zaal zich niet leende tot videoprojecties, blijkt hoofdideoloog Ivan Novak zijn beelden wel degelijk te kunnen projecteren op een doorzichtig doek dat tussen de groep en het orkest hangt.

‘Bossanova’ is het tweede nummer dat gespeeld wordt uit ‘Spectre’, een conceptplaat waarin Laibach de vele verzetsbewegingen in de wereld - zowel van links als van rechts - op de korrel nam. ‘Now You Will Pay’ verscheen in 2003 op ‘WAT’, een cd die eerder op de koude oorlog en de oorlog tegen terreur inspeelde. Dit nummer handelt daarentegen over de vluchtelingencrisis, en toont weer aan hoe vooruitziend Laibach in zijn apocalytische voorspellingen kan zijn. En hoe tijdloos de clichés over vluchtelingen wel zijn.

They'll come out of nowhere,
They'll enter your state,
The nation of losers,
The tribe full of hate
With knives in their pockets
And bombs in their hands,
They'll burn down your cities
And your Disneylands

Barbarians are here (…)
Whatever you took from them
Now you will pay!

Een stem uit het niets zegt ‘and now something completely different’ en Laibach begint aan zijn set uit The Sound Of Music. Deze nummers werden uitgekozen omdat deze film één van de weinige westerse films is die toegestaan zijn in Noord-Korea, het land waar Laibach deze zomer twee erg gemediatiseerde optredens gaf. De cover van ‘Edelweiss’ is bijvoorbeeld net even hilarisch als de cover van Opus’ ‘Life is Life’ in de jaren tachtig. Op ‘Climb Ev'ry Mountain’ mag Morten Traavik - de Noorse artiest die Laibach naar Noord-Korea heeft gebracht - ook eventjes bewijzen dat hij kan zingen.

Pure kitsch, eigenlijk, maar Laibach weet er weer een subversieve draai aan te geven, door in navolging van hun vriend Slavoj Žižek - de Sloveens postmarxistische filosoof en politieke provocateur - te suggereren dat de hoofdpersonages van de film eigenlijk voorbeeldige burgerlijke nazi’s zijn die aangevallen worden door een abstracte volksvreemde vijand, die in de film dus door de nazi’s gespeeld worden. En in de afbeeldingen op de achtergrond worden Noord-Koreaanse propagandabeelden afgewisseld met kitscherige animaties.

De groep speelt nog een paar nummers uit ‘Spectre’ en verlaat dan het podium. De bisnummers vangen aan met het laatste Sound of Music-nummer uit het Laibach-repertoire ‘My Favorite Things’, dat alweer met een uitgestreken gezicht wordt geïnterpreteerd door Milan Fras. Een afwezige stem roept het publiek een paar minuten op om ‘ho ho ho’ te roepen, wat tot algemene hilariteit leidt. En dan komt de apotheose van de avond: een zes minuten durende climax waarin het Opus-nummer ‘Lifi is Life’ eerst in het Engels (Opus Die) en na een ritmisch tussenstuk ook in het Duits (Leben heisst Leben) opgevoerd werden.

Laibach kreeg er na afloop een staande ovatie voor, en terecht. We kregen als afsluiter ook een paar fragmenten te zien uit de op til staande dvd ‘The Sound Of Music - Laibach: the Movie’. Het fragment waarin humorist John Oliver zich vrolijk maakt over het optreden hadden we al gezien, maar het deel waarin een Noord-Koreaanse ambtenaar uitlegt waarom de subversieve kunst van Laibach de socialistische geest van Noord-Korea zou bedreigen en de groep dus niet welkom is in de totalitaire staat, zou verplicht voer moeten zijn voor al wie beweert dat Laibach de dictatuur zou steunen.

Dit was werkelijk het beste optreden dat ik ooit van Laibach gezien heb. De fantastische show, de schitterende zaal en het overweldigend bombast van een uitvoering met orkest doet de herinneringen aan vroegere concerten vervagen. Het Interfederaal Gelijkekansencentrum heeft gisteren naar verluid een waarnemer en een politieagent naar het optreden gestuurd om erop toe te zien dat de Belgische antidiscriminatiewetten niet overtreden werden. Ik hoop dat ze net zo veel als ik genoten hebben van het optreden, en dat ze ook rapporteren dat het om een prachtoptreden ging. Hun werk mag ook eens aangenaam zijn.

Setlist: Olav Tryggvason (+ Ode an die Freude) / Eurovision / Smrt za Smrt / Bossanova / Now You Will Pay / Do Re Mi / Edelweiss / The Sound Of Music / Climb Ev'ry Mountain / We Are Millions And Millions Are One / The Whistleblowers / Resistance is Futile

Bis: My Favorite Things / Opus Dei - Leben heisst Leben