donderdag, september 12, 2019

Live-première van Xavier Kruth & Crooniek op Fantastique.Night

Ik ben verheugd om de afgelopen tijd heel wat solo-optredens te hebben kunnen geven, maar zoals sommigen intussen al weten ben ik aan een samenwerking begonnen met het ensemble Crooniek. Crooniek is een zevenkoppig gezelschap dat voornamelijk bestaat uit koperblazers - cornet, bugel, euphonium, altsax en baritonsax - maar ook drums, klokkenspel en dwarsfluit ten beste brengt. Gerry Croon, die de leiding neemt in Crooniek, heeft prachtige arrangementen geschreven op mijn meertalige kleinkunstnummers, en we hebben plannen om daarmee een cd op te nemen die begin 2020 zou moeten verschijnen.

Maar we heffen graag al een tipje van de sluier voor jullie. Het is een hele eer om de live-première van Xavier Kruth & Crooniek te mogen doen op de Fantastique.Night, een concertenreeks waar ik steeds grote fan van ben geweest. We openen voor de ritueel-traditionele Russische muziek van Nytt Land, de luide post-industrial van Kollaps en de uitmuntende ambient noise van de klassiek geschoolde Lingua Ignota. Een puike affiche, als ik eerlijk mag zijn.

De avond gaat door in de Tour à Plomb, Slachthuisstraat 24 in Brussel, op donderdag 26 september vanaf 20u. We hopen jullie daar talrijk te zien.

Meer info over de Fantastique.Night


Laibach is een parodie van zichzelf geworden

Laibach is een parodie van zichzelf geworden! En ze schamen zich er niet eens voor. Meer zelfs, ze hebben er bewust voor gekozen. Nog nooit blonk de groep zo uit in humor en zelfrelativering. Nu hernemen ze al nummers van ‘The Sound Of Music’, en alhoewel ze dat op hun karakteristieke onheilspellende toon doen, is het manifest zelfspot.

Er is nochtans een tijd geweest dat Laibach erg serieus overkwam, dat ze de mensen schrik aanjoegen, dat het publiek zich afvroeg of ze met fascisten te maken hadden die het totalitarisme verheerlijkten of niet… De humor van de groep was al van in de begindagen aanwezig, maar was enkel toegankelijk voor diegenen die de moeite genomen hadden om zich te verdiepen in het concept van Laibach. De rest tastte in het duister.

Als we op dinsdagavond de Botanique betreden, worden we verwelkomd door geluiden van koeien en vogels, wellicht om ons reeds voor te bereiden op een trip naar Oostenrijk en Noord-Korea. Want Oostenrijk is natuurlijk het land waar het in ‘The Sound Of Music’ om draait. Al draait het bij Laibach vooral om Noord-Korea. Want als u dit leest weet u waarschijnlijk dat Laibach in 2015 twee keer in Pyongyang, de hoofdstad van het meest totalitaire en geïsoleerde land ter wereld, heeft opgetreden.

Om zich aan het publiek aan te passen heeft Laibach toen nummers herwerkt uit ‘The Sound Of Music’, één van de weinige westerse films die in Noord-Korea toegelaten zijn, en bovendien een film die er gebruikt wordt om Engels te leren. Men mag er dus van uit gaan dat Noord-Koreanen vertrouwd zijn met de nummers uit ‘The Sound Of Music’, al waren ze dat beslist niet met de manier waarop Laibach de nummers zou brengen.

Het was te verwachten dat Laibach een plaat zou uitbrengen met ‘The Sound Of Music’, net zoals ze reeds platen gemaakt hebben met de nummers van ‘Let It Be’ van The Beatles, covers over oorlog op ‘NATO’ (een plaat die nota bene uitkwam toen de oorlogen in ex-Joegoslavië het nieuws haalden), een plaat met herwerkte volksliederen (Volk) en nog meer ‘nieuwe originelen’ doorheen het oeuvre van de groep. Het is zelfs wat verrassend dat ‘The Sound Of Music’ pas drie jaar na de optredens in Pyongyang verschijnt.

Na een strijkersintro die volgens mij afkomstig is van de voorlaatste plaat ‘Also sprach Zarathustra’ – de muziek bij een toneelstuk over het magnum opus van Nietsche – starten we meteen met het titelnummer van ‘The Sound Of Music’. Het is de introductie van een nieuwe zangeres: de Zweeds-Sloveense Marina Mårtensson. Zij krijgt de aartsmoeilijke taak om Mina Špiler te vervangen, die tijdelijk de groep verlaten heeft.

Ongetwijfeld heeft een deel van het publiek het gevoel dat men kent als één van de favoriete actrices uit een serie vervangen wordt door een nieuw gezicht. Ook al is de nieuwe actrice buitengewoon getalenteerd, het is niet leuk dat een vertrouwd gezicht wegvalt. Gelukkig komt halverwege het nummer ook de aloude Milan Fras het podium op, die de nummers een sinistere toon geeft met zijn gutturale grafstem.

Maar op ‘Climb Every Mountain’ toont Mårtensson dat ze wel degelijk kan zingen, en als we even afstand doen van de herinnering aan Špiler, dan moeten we toch zeggen dat ze zich prima van haar taak kwijtscheldt. Het optreden wordt werkelijk hilarisch tijdens ‘Do Re Mi’, dat de tegenstrijdigheid tussen het donkere Laibach en de lichtvoetigheid van ‘The Sound Of Music’ passend vertoont. Op ‘My Favorite Things’ krijgen we zelfs kinderkoren, terwijl Milan Fras zijn favoriete dingen opsomt, waaronder crèmekleurige pony’s en knapperige appeltaarten.

Het is alsof de groep na al die jaren openlijk toegeeft: ‘Het was allemaal maar om te lachen’. Milan treedt trouwens op in het witte habijt uit de clip voor ‘The Lonely Goatherd’. In deze sublieme video vereenzelvigt Laibach de eenzame geitenherder niet enkel met een echte herder – gespeeld door Boris Benko, die hier enkel in de achtergrondbeelden te zien is – maar ook met een priester die zijn kudde aan sexy minderjarige meisjes moet hoeden. Benieuwd of ze hier in het Vaticaan mee kunnen lachen… Op de laatste ‘Yodelei-woehoe’ zijn we zelfs getuige de hoogste noot die we ooit uit de keel van Milan hebben horen komen, voorwaar in een normaal stemregister.

De laatste twee nummers in de eerste set bevatten de meeste verwijzingen naar Noord-Korea. Op ‘How Do You Solve A Problem Like Korea’ zien we beelden van vliegende raketten vermengd met allerhande Koreaanse propaganda. ‘Arirang’ – het enige nummer dat niet uit ‘The Sound Of Music’ afkomstig is – is een traditioneel Koreaans nummer dat soms als het officieuze volkslied van beide Koreas beschouwd wordt. En daarmee heeft Laibach de volledige nieuwe cd gespeeld, en wordt het tijd voor een pauze.

We hebben het al eerder gemerkt, Laibach is er niet om het publiek een hapklare brok aan ‘Greatest Hits’ te schenken. Ook deze keer geen ‘Life is Life’ of ‘The Final Countdown’. Maar nadat ze hun laatste plaat integraal gespeeld hadden, moesten ze in het tweede deel wel wat oudere nummers spelen. En daarvoor grepen ze terug naar hun prille begindagen. Laibach houdt van paradoxen. Na de kitsch van het eerste deel, krijgen we in het tweede deel pikzwarte en oerernstige industrial.

‘Mi kujemo bodočnost’ – oftewel ‘We bouwen aan de toekomst’, u hoort meteen hoe Laibach de communistische slogans persifleerde in zijn muziek – eindigt in een geluidsorgie van avant-garde piano, metaalpercussie en noise op gitaar en synth. ‘Smrt za smrt’ – ‘Dood om dood’ – is nauwelijks vrolijker. We zijn omvangen door absolute duisternis. Wat een verschil met de nummers van ‘The Sound Of Music’…

‘Het communisme in Joegoslavië werd vernietigd omdat er te veel vrijheid was, met een overdosis aan zwarte humor dat het systeem de doodsteek heeft gegeven, omdat het te letterlijk begrepen en gepraktiseerd werd’, zo sprak Laibach hoofdideoloog Ivan Novak in een recent interview met ons magazine. Met andere woorden: Laibach steekt de pluimen voor de val van het Joegoslavische systeem op zijn hoed.

Enige grootspraak is de groep niet vreemd, maar ook buitenstaanders zeggen dat Laibach met zijn kunst een impact heeft gehad in de val van communisme en in de onafhankelijkheid van Slovenië. Omdat Laibach het systeem openlijk te kakken zette, terwijl het zonder verpinken beweerde het Joegoslavische communisme te willen versterken. ‘Alle kunst kan het object worden van manipulatie, behalve de kunst die zelf de taal spreekt van de manipulator’, zo schreef Laibach in zijn manifest uit 1983. En daar zijn ze tot vandaag trouw aan gebleven.

Wou Laibach ook bijdragen tot de val van het Noord-Koreaanse regime? Ze beweren alvast van niet, maar misschien hebben ze een zaad van twijfel geplant in het hoofd van de Noord-Koreanen die het concept van de groep begrepen hebben. Anderzijds wil Laibach het kapitalistische westen ook een spiegel voorhouden. We denken dat we democratisch zijn, maar misschien zijn hier andere, meer subtiele vormen van onderdrukking aan het werk. ‘Indien het communisme niet overleeft, betekent dat niet noodzakelijk dat het kapitalisme wel zal overleven’, zo beweerde Laibach reeds kort na de val van de muur.

De achtergrondvideo’s bij het optreden zitten eveneens vol met dubbelzinnigheden. Tijdens ‘Vier Personen’ – een nummer dat moet verwijzen naar de oorspronkelijke vier leden van Laibach – zien we achtereenvolgens portretten van Marx, Engels, Lenin en Trump. Vier personen, inderdaad, net zoals Kraftwerk of de vier Founding Fathers van de Verenigde Staten die ook in de beelden voorkomen. We zijn trouwens blij in de achtergrondbeelden van ‘Ti, ki izzivaš’ – ‘Jij die jezelf overtreft’ – toch nog een glimp van de afwezige Mina Špiler op te vangen.

Na ons een dik half uur in absolute duisternis te hebben ondergedompeld, verlaat Laibach voor de tweede keer het podium. Maar we hebben recht op nog wat extraatjes. ‘Sympathy For The Devil’ is wellicht het enige nummer van vanavond dat als ‘klassieker’ mag gelden, want de cover van het door Boelgakov geïnspireerde Rolling Stones-nummer – waarin de duivel alle menselijke drama’s overloopt die hij aanschouwd heeft – dateert uit 1989 en heeft toen best wat aandacht gekregen.

‘The Coming Race’ is een nummer uit de filmmuziek van ‘Iron Sky’, een flauwe komedie over nazi’s die op de donkere zijde van de maan hun terugkeer naar de aarde voorbereiden. Er werd ooit een vervolg op de film aangekondigd met een geniale clip van Poetin die danst op Laibachs versie van het Russische volkslied, beelden die nu op de achtergrond te zien zijn. Het vervolg – Iron Sky 2: The Ark – zou nu trouwens moeten uitkomen, al is dat blijkbaar zonder de medewerking van Laibach.

Om af te sluiten zet Milan Fras een grote witte hoed over zijn mijnwerkerskap en gaat Laibach de bluegrass-tour op met ‘Surfing Through The Galaxy’. Duidelijk is dat Laibach opnieuw de draak steekt met zichzelf, want in de tekst verontschuldigt Fras zich onder meer voor zijn Engels en zijn Duits. En zo kan ik besluiten wat ik al jaren geleden in mijn eerste artikel over Laibach schreef: ‘Laibach enkel als ernst beschouwen zou niet grappig zijn. Laibach enkel als grap beschouwen zou niet ernstig zijn.’




Laibach: In werkelijkheid wil niemand echt het Koreaanse probleem oplossen.

De grote top tussen Donald Trump en Kim Jong-un is op een sisser afgelopen. Helemaal verrast zijn we niet, want een paar dagen geleden vertelde Laibach hoofdideoloog Ivan Novak ons reeds dat niemand echt tot een overeenkomst wou komen rond Noord-Korea. Hij kan het weten, want in 2015 kon Laibach onder grote belangstelling optreden in het meest geïsoleerde land ter wereld, een grote stunt voor de groep die zich al bijna 40 jaar wijdt aan de studie van totalitarisme. Ze speelden er onder meer nummers uit ‘The Sound Of Music’, waarmee ze onlangs ook een plaat gemaakt hebben.

‘The Sound Of Music’ is waarschijnlijk het meest kitscherige werk dat jullie ooit gemaakt hebben, met kinderkoren en sentimentele keyboards, en uiteraard de liedjes uit een commerciële musical uit de jaren 60. Zijn jullie niet bang om de traditionele industrialfans van Laibach te verliezen?

Neen, zo lang als het echte fans zijn niet. Echte fans stellen geen vragen, zij volgen. En wat het industriële aspect betreft, werd deze plaat op meer industriële wijze gemaakt dat welk album uit het verleden ook. Een volledig industrieel proces, pure industrie! Hoe dan ook hebben we geen nood aan wie dan ook die we niet kunnen houden.

‘The Sound Of Music’ gaat terug naar jullie concerten in Noord-Korea, waar jullie gespeeld hebben in 2015. Ik was wat verrast om je in ‘Liberation Day’ – de documentaire over jullie bezoek aan Noord-Korea – te horen zeggen dat je je afvroeg of we de dictatuur uit zijn isolement moesten halen, aangezien de mensen gelukkig leken, vergeleken met de rest van de wereld. Sinds wanneer is Laibach bekommerd om het geluk van de mensen?

Uiteraard zijn we bekommerd om geluk, het is één van de meest totalitaire concepten van de perfecte, bevrijdde wereld, aan beide kanten van de wereld.

De cd-versie van ‘The Sound Of Music’ bevat ook ‘Arirang’, een traditioneel Koreaans nummer dat jullie ook gespeeld hebben in Pyongyang. De twee andere Koreaanse nummers die jullie aangepast hebben tot Laibach ‘nieuwe originelen’ en die jullie niet hebben kunnen spelen omwille van censuur, worden niet vermeld: ‘Honorable Live And Death’ en ‘We’ll Go To Mt. Paektu’. Waarom werden ze niet opgenomen op de cd?

We konden niet alles op de plaat zetten en we vonden het niet nodig om deze twee nummers op te nemen omdat ‘We’ll Go To Mt. Peaktu’ reeds digitaal uitgebracht was en ‘Honorable Live And Death’ in de nabije toekomst uitgebracht zal worden voor een andere speciale gelegenheid die verbonden is aan ons bezoek aan Noord-Korea.

Jullie hebben ‘The Sound Of Music’ opgedragen aan de volkeren van Noord-Korea en Oostenrijk. De illustraties bij de cd tonen inderdaad bergen en landschappen die in beide landen hadden kunnen voorkomen. Zijn er nog meer overeenkomsten tussen beide landen?

Ja, er zijn hopen overeenkomsten en ‘The Sound Of Music’ vertelt het allemaal.


Laibach is legendarisch omwille van de rol die het gespeeld heeft in ex-Joegoslavië, dat eveneens een communistische dictatuur was. Uiteraard zou een groep als Laibach niet mogelijk zijn in Noord-Korea. Wat zou je concluderen indien je het communisme in Noord-Korea zou vergelijken met het communisme in Joegoslavië?

Uiteindelijk was Laibach WEL mogelijk in Noord-Korea, anders hadden we er nooit gespeeld. Maar het communisme in Joegoslavië was erg verschillend van de Noord-Koreaans versie, ook al waren Tito en Kim Il-sung goede vrienden en bezochten ze elkaar in de jaren 60. Het communisme in Joegoslavië werd vernietigd omdat er te veel vrijheid was, met een overdosis aan zwarte humor dat het systeem de doodsteek heeft gegeven, omdat het te letterlijk begrepen en gepraktiseerd werd.

Keren we even terug naar jullie vorige plaat: ‘Also sprach Zarathustra’. Laibach is een groep die zijn werk baseert op het onderzoeken van de link tussen ideologie en kunst. Ik was verrast dat jullie de goudmijn aan controversiële uitspraken die het magnum opus van de Duitse filosoof Nietzsche niet verder uitgebuit hebben. Waarom?

Maar dat hebben we wel degelijk gedaan, en niet enkel met ‘Also sprach Zarathustra’. Je vindt Nietzsche in heel ons oeuvre terug, ook al beschouwen we onszelf in principe niet als Nietzscheanen. We beschouwen onszelf als Duchampianen.

Laten we nog verder in het verleden kijken. Laibach heeft een tarditie van apocalyptische voorspellingen. Op het fantastische ‘Spectre’ uit 2014 horen we: ‘Europe is falling apart’, Europa valt uiteen… Dit onheilsbericht lijkt nu heel erg werkelijkheid te worden. Het Verenigd Koninkrijk verlaat de Europese Unie terwijl nationalistische bewegingen in opmars zijn in alle andere landen. Wat denken jullie van deze ontwikkelingen?

Het ziet ernaar uit dat we moeten stoppen met voorspellingen doen, want onze prognoses worden heel snel werkelijkheid. Europa valt eigenlijk constant uiteen, maar het lijkt wel of dit uiteenvallen haar manier is om zichzelf vorm te geven. Elke keer ze probeert om zichzelf terug op te richten, faalt ze nog beter. Al is er sowieso waarschijnlijk geen alternatief voor een sterk Europese Unie voor de Europese landen.

Wat Europa het meest van al nodig heeft, is een echte revolutie. De echte utopie is dat doelstellingen van sociale rechtvaardigheid, financiële stabiliteit en ecologische duurzaamheid verwezenlijkt kunnen worden binnen de parameters van een globaal kapitalistisch systeem. De echte oorzaak van de ellende van de mensen is, uiteindelijk, niet enkel de corruptie van een paar honderd politici of de hebzucht van een paar duizenden bankiers, maar vooral de structurele dynamiek die dergelijk gedrag mogelijk maakt en zelfs aanmoedigt.

De crisis van vandaag kan niet enkel met regelgeving opgelost worden, of ‘kosmetische chirurgie’ van welke aard dan ook. Ze kan enkel opgelost worden door de volledige verandering in een ander systeem. Het verenigd Europa kan gered worden, niet als het koude Europa van de Brusselse politieke technocratie en de bankensector die werken volgens de dictaten van de neoliberale dogma’s, maar als een geherpolitiseerd Europa gebaseerd op een gedeeld emancipatorisch project.

De Europese Unie moet het juiste evenwicht vinden tussen debat en consensus over een alomvattende visie. Die visie moet doordringen tot alle aspecten van de samenleving. Zonder die visie kan Europa niet vooruitgaan. Diverse nationalistische bewegingen en de uitdijende rechterzijde zijn in opmars, net omdat er een gebrek is aan een gedeelde sociale en politieke visie en omdat de heersende politieke model in Europa het neoliberalisme is met rechts management.

De meerderheid van de nationalistische politici die in het Europees Parlement verkozen zijn, zijn eigenlijk bang om hun goedbetaalde job en positie kwijt te spelen. Hun anti-Europese houding is meestal slechts een strategische pose voor hun gefrustreerde nationale kiezers. De brexit is de extreme paradox van deze situatie. Natuurlijk is Europa zonder het Verenigd Koninkrijk niet wat het zou kunnen of moeten zijn, maar anderzijds wou het Verenigd Koninkrijk ook nooit echt deel uitmaken van de EU. De Britten wilden dat Europa een deel was van het Verenigd Koninkrijk, maar dan op een veilige afstand, als een toeristische bestemming en een gezonde afzetmarkt voor Britse economische en culturele uitbreiding.


De internationale situatie met betrekking tot Noord-Korea is erg veranderd sinds jullie er hebben opgetreden in 2015. Het was toen een internationale pariah omwille van tests met nucleaire wapens en langeafstandsraketten, maar zit nu in vredesonderhandelingen met Zuid-Korea en de Verenigde Staten. De dooi is natuurlijk pril, en liefdesverklaringen kunnen snel omslaan in brutale verklaringen en bedreigingen. Wat denken jullie? How do you solve a problem like Korea?

Dat kan je niet oplossen, en al helemaal niet met Trump. In werkelijkheid wil niemand echt het Koreaanse probleem oplossen. De Noord-Koreaans leider Kim Jong-un en de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in zijn momenteel een zeer gezond proces aan het ontwikkelen dat mogelijkheden opent voor de hereniging van beide Koreas in één enkel land. Het basisprobleem is dat de Amerikanen hun militaire basissen in Zuid-Korea niet willen sluiten. Dit zal het grootste obstakel zijn voor hereniging.

De Amerikanen zijn niet geïnteresseerd in Noord-Korea. Ze zijn geïnteresseerd in China en ze willen een oogje in het zeil houden in de Oost-Chinese Zee. Ze omsingelen China met zo’n 40 militaire basissen en hun basis in Zuid-Korea is één van de belangrijkste. De Noord-Koreaans herrieschopper is gewoon een ideaal excuus in het hele verhaal, maar niet het echte doelwit.

Anderzijds zal China geen hereniging goedkeuren zo lang er Amerikaanse troepen in Zuid-Korea verblijven. Daarom is Noord-Korea gewoon randschade – collateral damage – in een machtsspel tussen China en de Verenigde Staten, en daarom weigert het Witte Huis om een vredesverdrag met Noord-Korea te tekenen, en dit sinds 1953. Bovendien is Japan niet zo gelukkig met de gedachte aan een eengemaakte en economisch sterk Korea.

China is evenmin erg enthousiast, en Zuid-Koreaanse politici werken een hereniging tegen omwille van de hoge kosten die dit project zou vergen. Daarenboven wil de militaire en politieke elite van Noord-Korea bij zo’n hereniging hun geprivilegieerde positie niet verliezen, en nog minder hun hoofd. Daarom zijn alle gesprekken die nu aan de gang zijn tussen Noord-Koreanen en Amerikanen enkel spektakel, een vertoon van Trumps goede wil en ‘presidentiele wijsheid’. Tenzij Kim Jong-un en zijn zus een sterke troef in hun zak houden, is er weinig kans dat er echt iets zal veranderen voor het Noord-Koreaanse volk.



Laibach: The Sound Of Music

Laibach die The Sound Of Music covert… Hoe is het zo ver kunnen komen? Het is natuurlijk niet de eerste keer dat Laibach het werk van anderen onder handen neemt. In de jaren 80 trokken ze de aandacht met ‘nieuwe originelen’ van Queen (Geburt einer Nation) en Opus (Life is Life). Later namen ze het werk van The Beatles en The Rolling Stones door de mangel. Tijdens de oorlog in ex-Joegoslavië namen ze een cd op met covers rond het thema ‘oorlog’ (Nato), ze hernamen volksliederen uit verschillende landen (Volk) en zelfs Bach en Wagner mochten er al aan geloven.

Maar The Sound Of Music… Moest dat echt? De verklaring van de groep dat ze nooit hadden bestaan zonder de musical, dat ze al van jongs af aan droomden om de liederen te zingen en de uniformen te dragen uit de film, zullen we maar als de gebruikelijke ironie van de groep wegzetten. Dan is het citaat van Kim Jong Il in het cd-hoesje relevanter. Kim vertelt er hoe het noodzakelijk is om de ideologische inhoud van nummers aan te passen aan het publiek. Zo Laibachiaans!

We blijven nog even bij Kim, want deze cd heeft natuurlijk alles te maken met de optredens die Laibach in Noord-Korea gaf in 2015. Wat een stunt! De groep die de spot dreef met Tito in de jaren 80, de groep die een parodie maakte van het communisme door het te vermengen met fascistische elementen, de groep wiens naam werd verboden en die dan maar anoniem optrad in een communistische dictatuur… Die groep ging spelen in Noord-Korea, één van de meest totalitaire staten in de wereld.

Het is zo dat men ook bij The Sound Of Music is uitgekomen. Want u kunt zich wel voorstellen dat Noord-Koreanen weinig vertrouwd zijn met de muziek van Laibach. The Sound Of Music kennen ze daarentegen allemaal. Niet alleen is het één van de weinige toegelaten westerse films in de dictatuur, het wordt er ook gebruikt om Engels te leren. Door nummers uit de musical te hernemen, wou Laibach herkenningselementen in hun optredens inbouwen.

‘How do you solve a problem like Korea’ is een leuke woordspeling op één van de nummers uit de musical, maar ook een vraag die de groep zich gesteld heeft. Niet dat Laibach de problemen op het Koreaanse schiereiland zou kunnen oplossen. Het feit dat de groep er kon spelen was wel een teken dat het volledig geïsoleerde Noord-Korea zich wil openen op de wereld, een wil die zich ook doorzet in de besprekingen die thans aan de gang zijn en waarin Donald Trump en Kim Jong-un afwisselend met liefdes- en oorlogsverklaringen naar elkaar zwaaien.

Muzikaal is dit ongetwijfeld het meest kitscherige album dat Laibach ooit gemaakt heeft. De nadruk ligt op synths, piano en zelfs kinderkoren. Mochten de tegendraadse ritmes en de gutturale stem van Milan Fras ontbreken, het zou een doordeweekse popplaat zijn geworden. De video’s die de groep gemaakt heeft tonen heel duidelijk dat de groep de spot drijft met zichzelf. Was er vroeger vaak twijfel over de humor van de groep – en laat ons eerlijk zijn: het is die twijfel die het allemaal zo heerlijk leuk maakte – dan is het nu voor iedereen zichtbaar dat de groep blaakt van humor en zelfrelativering.

Laibach had voor zijn optreden ook een aantal ‘nieuwe originelen’ van drie traditionele Koreaanse nummers gemaakt. Dit lag echter te gevoelig bij de Noord-Koreanen, en slechts één van de nummers haalde het optreden: ‘Arirang’, dat ook op deze cd opgenomen is. Waarom de twee andere nummer – ‘Honorable Live and Death’ en ‘We'll Go to Mt. Paektu’ – niet opgenomen zijn, weten we niet. U vindt op de cd ook een stuk op Gayageum – een traditioneel Koreaans instrument – dat opgevoerd werd op het optreden.

Tenslotte hoort u de verwelkomingsspeech van een hoge ambtenaar die de groep mocht ontvangen, waarin hij duidelijk maakt dat het regime goed op de hoogte is van de subversieve daden van Laibach – het gebruik van pornografie in clips, het spotten met totalitarisme, de beschuldigingen van nazisympathieën – en hen aanmaant om open kaart te spelen. Het is wellicht een manier van de groep om de critici te wijzen op de gevaren die ze gelopen hebben om in Noord-Korea te spelen, en hoe dit in lijn ligt met hun vroegere activiteiten.

Op ‘The Sound Of Music’ gaat Laibach nog een stap verder richting variétémuziek, zoals ze dat met ‘Volk’ en ‘Spectre’ ook al deden. Liefhebbers van de vroege industriële herrie – die zich misschien gesterkt voelden met de vorige uitgave ‘Also sprach Zarathustra’ – zijn gewaarschuwd. Maar het is een erg aangename cd om naar te luisteren, toegankelijk maar toch ook tegendraads genoeg om boeiend te zijn voor de liefhebbers van alternatieve muziek.








Enzo Kreft: Heel wat tracks van “Control” gaan over de relatie van de mens met technologie en de gevaarlijke gevolgen hiervan in een nabije toekomst.

Enzo Kreft heeft met ‘Control’ een nieuw pareltje minimal wave-muziek afgeleverd, maar de plaat is nog veel meer dan dat. Het is een conceptalbum over onze omgang met technologie en hoe deze technologie ons leven beïnvloedt en vorm geeft. Bovendien heeft Enzo Kreft prachtige en toepasselijke grafische montages gemaakt om zijn werk te illustreren. We vroegen Enzo tekst en uitleg te geven bij elk nummer op de cd, en verkregen zelfs het recht om een paar van de bijhorende kunstwerken af te beelden. U zult zien dat Enzo Kreft de moeilijke onderwerpen niet uit de weg gaat op ‘Control’…


  1. “Scanned”
Heel wat tracks van “Control” gaan over de relatie van de mens met technologie en de gevaarlijke gevolgen hiervan in een nabije toekomst. Zo ook de opener van het album. Hoe zouden je dagen eruitzien als je rondliep als een slaaf en via een hersenimplantaat gescand en bestuurd zou worden door machthebbers?
  1. “Cyborg Platoon”
Een SciFi-track over een wereld waarin mensen die in opstand komen en die de vrijheid van denken staande trachten te houden, uitgeroeid worden door cyborglegers. Een thema van heel wat futuristische, dystopische films.
  1. “Biometrics”
Bij biometrie worden technieken toegepast waarbij unieke lichaamskenmerken (DNA scans, vingerafdrukken, gelaatskenmerken,…) gecontroleerd en bijgehouden worden. Ik vind het een akelig idee dat je persoonlijke data door anderen worden opgeslagen, ze kunnen zelfs gehackt worden en op die manier kan men je beroven van je identiteit. Het is een technologische ontwikkeling die aangewend zou kunnen worden in totalitaire regimes.
  1. “Virtual Happiness”
Zijn we echt gelukkig? Geluk is een product geworden. We leven in “Emojikistan”, het land van sociale media waarin ons gedrag massaal gemodificeerd wordt en we het gevoel hebben gelukkig te zijn. Het is zo verslavend als suikers en vetten in de voedingsindustrie waardoor de consument steeds meer eet en daardoor de omzet stijgt. We zijn virtueel gelukkig.
  1. “Connected”
Net als in “Scanned” wil ik het in “Connected” hebben over de controle die een systeem op ons uitoefent. In al onze gedragingen worden we gedicteerd door autoriteiten en we worden geleidelijk aan gebrainwasht, ook al denken we dat dat niet het geval is. We zijn onlosmakelijk verbonden met de “matrix” en moeten de regels van het spel gehoorzamen.
  1. “The Milgram Experiment”
Het experiment van psycholoog Stanley Milgram dateert van begin jaren ‘60. Milgram wou onderzoeken hoe het mogelijk was dat Nazi’s hun morele overtuigingen overboord hadden kunnen gooien om miljoenen mensen de dood in te jagen. In het experiment werden proefpersonen aangemoedigd om elektrische schokken toe te dienen aan anderen en ze deden het. Het is dat experiment waarvan je denkt: dat zou ikzelf nooit doen. Het experiment is in de loop der jaren herhaald en wat blijkt: de mens is in 50 jaar weinig veranderd, hij volgt achteloos bevelen op als hij het gevoel heeft niet verantwoordelijk te zijn voor zijn daden...

  1. “Book Burnings”
“Book Burnings” gaat over een nog niet zo ver verleden waarin de Nazi’s boeken verbrandden, maar blikt ook vooruit op een toekomst waarin dit nog steeds zou kunnen gebeuren en daarom verwijs ik naar de science fiction film Fahrenheit 451 van François Truffaut. Ook citeer ik George Orwells beroemde uitspraak: “Who controls the past controls the future. Who controls the present controls the past.” Geschiedvervalsing als poging om de werkelijkheid te manipuleren en te controleren.
  1. “I’m Not A Robot”
Een uptempo nummer, waarin ik refereer aan de bekende internet-captcha, die gebruikt wordt om te bepalen of er al dan niet sprake is van een menselijke gebruiker. Het leek me meteen een goed idee om een contradictie in te bouwen en de quote te laten uitspreken door een robotstem. Mensen zijn geen robots, robots zijn geen mensen... maar misschien worden robots ooit menselijker dan mensen!
  1. “In My Head”
In dit nummer is de “roboman” van het openingsnummer “Scanned” aan het woord. Er vindt een spectaculaire ommekeer plaats in zijn hersenen, de chips van het implantaat zijn gewist en de “gedachtenpolitie” is verdreven uit zijn hoofd. De hoop wordt uitgedrukt dat de mens in staat is om het juk van de slavernij van zich af te werpen. Hij is meester van zijn eigen gedachten en kan zich als een vrij individu in de wereld bewegen.
  1. “Mindshift”
In dit instrumentale synthnummer heb ik geprobeerd een filmische, epische sfeer te creëren. De track borduurt verder op het thema van “In My Head”, de vrijheid van denken. ”Are you able to make a mindshift?” vraagt de vrouwelijke Siri-stem (een van de artificiële stemmen op mijn iPhone, die ik ook in “Virtual Happiness” gebruik).

De booklet-illustratie die bij dit nummer hoort toont een vogel in een openstaande kooi. Je bent vrij, maar je moet durven je vleugels uit te slaan.

  1. “Disobedient”
“Disobedient” is een oproep tot een geweldloze revolutie tegen een onrechtvaardig establishment. Ik citeer Henry David Thoreau, de filosoof die burgerlijke ongehoorzaamheid propageert: “Disobedience is the true foundation of liberty. The obedient must be slaves.”
  1. “Imagine A Boot”
Afsluiter van het album met de beroemde laatste woorden uit “1984”, de roman van George Orwell die je met de neus op de gruwel van een totalitaire staat drukt: “Als je een beeld van de toekomst wil, stel je dan een laars voor, voor eeuwig stampend op een menselijk gezicht. De moraal die uit deze gevaarlijke nachtmerrie-situatie moet worden getrokken, is eenvoudig: laat het zover niet komen, het hangt van jou af”.


Goethes Erben: Vreemd genoeg zijn diegenen die het luidst jammeren niet diegenen die verdrinken tijdens hun vlucht.

In 2014 doorbrak Goethes Erben het jarenlange stilzwijgen waarin de theatrale avant-garde groep zich sinds 2006 omhuld had, toen de groep voor onbepaalde tijd op pauze ging. Er volgden optredens en een muziektheater, maar met ‘Am Abgrund’ is er ook de eerste studioplaat in 12 jaar. ‘Te lang gezwegen’, zegt de plaat. Het gaat dan niet zozeer om de muzikale pauze. Het gaat om de politiek, om het gebrek aan menselijkheid, om de verruwing van de maatschappij en om het antwoord dat we daarop bieden. We hoorden meesterbrein Oswald Henke uit…

‘Am Abgrund’ is de eerste nieuwe studioplaat sinds Goethes Erben in 2014 teruggekeerd is. Een paar jaar geleden zei je dat het te gevaarlijk was om vandaag nog fysieke platen uit te brengen. Waarom heb je besloten om toch een nieuwe cd te maken?

Ik zei niet dat het gevaarlijk was, maar dat het weinig zinvol is aangezien de markt voor fysieke platen de facto afsterft. We hebben wel de live-uitvoering van ‘Rückkehr ins Niemandsland’ voor het 25-jarig jubileum van Goethes Erben op dvd uitgebracht alsook de live-opname van ‘Menschenstille’ op dvd en cd. Bovendien bestaat Goethes Erben niet zuiver virtueel, enkel in de vorm van mp3-downloads of op streamingsdiensten, omdat ik vind dat deze immateriële consumptie van muziek amper nog samengaat met waardering voor de muziek of de artiest. In het bijzonder bij streaming bestaat ook het gevaar dat ergens of ooit censuur plaatsvindt, want als je iets niet bezit kan men je er ook de toegang toe ontzeggen. Als je een toondrager bezit, dan weet je dat je onafhankelijk naar je muziek kan luisteren, wanneer je maar wil, zonder verbonden te zijn aan vluchtige datalezers of een internetaansluiting.

Bovendien vind ik tastbaarheid belangrijk. Een lp in de handen houden, de cover voelen en lezen, dat maakt iets waardevol. Ik ben bijvoorbeeld iemand die perfect weet waar die bijzondere lp in mijn kast staat die ik in de tijd van mijn eerste grote liefde beluisterde, of waar de eerste cd staat die ik decennia geleden gekocht heb. Helaas wordt muziek vandaag vaak enkel nog als akoestische schermbeveiliging begrepen.

Waarom we nu een nieuw album uitbrengen? Eenvoudigweg omdat we iets mee te delen hebben. We moeten geen contract naleven. We hebben de plaat gemaakt omdat we dat zelf wilden en de diepe behoefte hadden om onze mening en onze gedachten te delen. Daarom hebben we ‘Am Abgrund’ op zowel cd als lp uitgebracht.


In 2015 heb je ‘Menschenstille’ geregisseerd, een zeer donker muziektheaterstuk gebaseerd op de dichtbundel ‘Narbenverse’ die je na de zelfmoord van een vriend geschreven hebt. Wat wou je met dit stuk uitdrukken?

In het muziektheaterstuk ‘Menschenstille’ wou ik het thema zelfdoding proberen te verklaren, en dit vanuit verschillende invalshoeken. Voor mij persoonlijk wou ik verklaren waarom een mens vrijwillig kiest voor zelfmoord terwijl hij bijvoorbeeld niet doodziek is, wat ik als een duidelijke reden zou beschouwen om waardevol te willen sterven. Het thema is eigenlijk zeer complex en er is geen algemeen geldend antwoord. Uiteindelijk staat er voor mij één ding vast: ‘het leven is de optie op alles, als men wil’. (‘Leben ist die Option auf Alles, wenn man will.’) Daar draait het om. Het thema is eenvoudigweg te individueel gebonden om het ook maar in de verte algemeen geldend te kunnen beoordelen of beantwoorden. Het hangt ervan af hoezeer men het leven waardeert en wat het voor iemand persoonlijk betekent als het leven te zwaar wordt en daardoor waardeloos lijkt. Voor mij is zelfmoord iets dat onder de persoonlijke verantwoordelijkheid valt, maar ik vind dat elk mens ook moet overwegen wat persoonlijke daden tot gevolg hebben op het leven van anderen. Wat betekent het voor de overlevenden, de familie, de partner en de vrienden?

Ik heb het gevoel dat psychische stoornissen en depressie ook op ‘Am Abgrund’ erg aanwezig zijn. Is ‘Am Abgrund’ thematisch verbonden aan ‘Menschenstille’? Wat is het overkoepelend thema van ‘Am Abgrund’?

‘Am Abgrund’ is niet echt verbonden aan ‘Menschenstille’, maar uiteindelijk is alles wat ik maak wel op één of andere manier verbonden, want ik schrijf fundamenteel over mijn gevoelens en over mijn zicht op de zaken die me in maatschappelijk, sociaal of politiek opzicht storen. Kunst heeft in mijn ogen een gewetensfunctie in onze samenleving. Het kan dingen aanwijzen en tot denken aanzetten, maar geen oplossingen bieden. ‘Am Abgrund’ heeft een introverte kant - ‘Es ist still’, ‘Denn es ist immer so’ – maar ook zeer extraverte, toornige stukken als ‘Darwins Jünger’ of ‘Lazarus’, en dan nog stukken die beiden verbinden: ‘Zu lang geschwiegen’ of ‘Verstümmelung’. Thematisch heeft deze verzameling echter niets met ‘Menschenstille’ te maken. ‘Am Abgrund’ is geen muziektheaterstuk maar een verzameling fragmenten. ‘Menschenstille’ was een live enscenering, ‘Am Abgrund’ een klassiek studioalbum. Misschien zijn die introverte nummers wel diegenen die vele fans aan de trilogie verbinden (de eerste drie platen van Goethes Erben, xk), al is ook ‘Das Ende’ toornig, zij het op een andere manier als ‘Darwins Jünger’.

Uiteindelijk is een depressie een ziekte waar je niet meer zonder hulp uit komt. ‘Am Abgrund’ handelt daarentegen om gevoelswerelden die men zelf nog kan beïnvloeden en veranderen. Het is erg duister en melancholisch, maar nog steeds beschik je zelf over je handelen. De sprakeloosheid is eerder maatschappelijk en politiek. We leven in een wereld die opnieuw kleiner wordt. Men spreekt over post-truth. Politiekers liegen bewust en spreken vaststaande feiten tegen. Dat is het probleem. De wereld gaat een depressie tegemoet, maar wij mensen hebben de mogelijkheid om dat niet te aanvaarden en het voor ons te veranderen. Natuurlijk kan je als individu de wereld niet van vandaag op morgen veranderen, doch je kan ermee aanvangen en met kleine dingen starten.


Toen de single ‘Lazarus’ uitkwam, heb je een muziektheaterstuk met de titel ‘Meinungsstörung’ aangekondigd. Is ‘Am Abgrund’ op basis van dit idee ontstaan? Zal er een nieuw muziektheaterstuk volgen?

‘Meinungsstörung’ is een muziektheaterstuk en een deel van de muziek uit dit stuk werd op ‘Am Abgrund’ in studio-opnames uitgebracht, dus in wezen uit de context getrokken. ‘Lazarus’, ‘Darwins Jünger’ of ‘Verstümmelung’ zijn scenes uit dit stuk. Doch omdat muziektheater moeilijk te financieren valt, wat ik bij ‘Menschenstille’ helaas opnieuw heb moeten vaststellen, zal ik dit nieuwe stuk voorlopig niet live brengen. Het financiële risico is voor mij te groot. Dus zal ‘Meinungsstörung’ in 2019 eerst als boek verschijnen. Of ik het als muziektheater zal brengen? Vielleicht, irgendwann, irgendwo... (Waarschijnlijk, ooit, ergens…)

‘Lazarus’ gaat over de reactie op de vluchtelingencrisis, ‘Darwins Jünger’ over de selectie van mensen in sterk en zwak, ‘Rot’ over kindermisbruik… ‘Am Abgrund’ is duidelijk heel politiek. Zie je een verband tussen het ‘falen van de mensheid’ dat je bezingt en de toename van depressies?

‘Rot’ handelt niet over kindermisbruik, maar over misbruik en manipulatie in het algemeen. Elk mens wordt in de loop van zijn leven door allen die hem omringen beïnvloed en misvormd. Het maakt niet uit of het je eigen familie, vrienden, kennissen, media, politici, et cetera zijn. Alles werkt op één of andere wijze op onze meningen in. Onze mening wordt op die wijze verstoord. ‘Meinungsstörung’ handelt over deze verschillende aspecten van meningsbeïnvloeding, maar ook over het individu dat in deze mechanismen probeert te leven, te overleven of ten onder gaat…

De wereld is depressief, maar vreemd genoeg zijn diegenen die het luidst jammeren niet diegenen die verdrinken tijdens hun vlucht, die in hun thuisland neergeschoten of gefolterd worden of die eenvoudigweg verhongeren omdat ze in een regio geboren zijn die niet geprivilegieerd was of is.

In ‘Den es ist immer so’ verwijs je naar oudere nummers van Goethes Erben, in het bijzonder uit de eerste drie platen van Goethes Erben - de trilogie - die net als vinyl box uitgegeven is. Zijn ‘Menschenstille’ en ‘Am Abgrund’ op één of andere wijze met de trilogie verbonden?

Ik geloof dat de volledige tekstuele en muzikale kosmos van Goethes Erben verbonden is, en het is ook de sterkte van Goethes Erben. ‘Denn es ist immer so’ is de geconcentreerde geschiedenis van de Erben in één lied. Het is een zelfbeschouwende terugblik, niet enkel op de trilogie maar op het complete werk dat we gedaan hebben in 29 jaar Goethes Erben.


‘We zijn allemaal oud geworden’ zing je in ‘Denn es ist immer so’. Uiteraard is de gothcultuur veranderd en is ze ouder geworden sinds jullie begin jaren 90 één van de leidende groepen waren in de Neue Deutsche Todeskunst. Kan gothic nog jonge mensen aantrekken? Wat denk je over het verouderen van de gothscene?

Het probleem is dat ik niet luister naar wat veel van de huidige groepen uit de gothic scene maken. Vaak heb je het gevoel dat hier ‘consumptiegothic’ uitgebracht wordt. Klishees zijn belangrijker dan inhoud, het is een doel op zich waar je niets meer van jezelf in steekt. Fundamenteel is de scene ook verwaterd, want er zijn amper nog mensen, in het bijzonder jongeren, die de scene echt leven, het niet enkel als masker voor zich dragen en zich in het weekend ‘verkleden’. Zwart zijn is een levensingesteldheid. Het heeft zeker iets met het uiterlijk te maken, maar ook met een levensgevoel, iets dat niet voldoet aan de normen en verwachtingen van de maatschappij en van de volgzame medeburgers. Uiteindelijk zijn mijn zwartgeverfde haren, mijn levenswijze en wat ik uitbreng een protest tegen hetgeen me in de wereld stoort. Op die manier zeg ik neen, ik hoor niet bij jullie. Ik blijf in de marge en ik observeer jullie, kleurrijke mensen, maar ook diegenen die zich enkel in het zwart kleden omdat het chic is of omdat men zo provoceren kan.

Enkel provoceren is te weinig voor mij. Ik wil tenslotte iets met mijn leven bereiken, ook als dat enkel maar is dat ik met mijn teksten en muziek mensen bereik die zich begrepen voelen en zich zo even niet alleen voelen. Ik ben vaak treurig over hoe onze samenleving achteruitgaat en de verworvenheden van de verlichting vergeet of met post-truth verkracht en verbrandt. De mensheid wordt steeds bruter, zowel in de communicatie als in het vermogen om zich in een ander in te leven. Dat is geen probleem van jong of oud, dat is een probleem van de mensen op zich. Ik hou van denkende mensen, mensen die een eigen mening kunnen vormen, die open van geest zijn, die kunnen voelen en die niet beschaamd zijn om hun tranen op een optreden van Goethes Erben, omdat ze daar aan toe waren. De leeftijd speelt geen rol. Ik denk dat Goethes Erben te oud is om nog werkelijk jonge mensen in de breedte aan te spreken, maar het is niet uitgesloten. Wat ik maak is een aanbod. Of je wil je bezighouden met mijn teksten en muziek, of je laat het gewoon zijn. Onwetendheid bestond ook al 25 jaar geleden in deze scene. Ik geloof trouwens niet dat het erg is indien je met Goethes Erben niets kan aanvangen. Er zijn ook vele dingen waarmee ik niets kan aanvangen.

De Neue Deutsche Todeskunst was een beweging die erg uiteenlopende groepen verenigde. Was er eigenlijk een gemene deler aan de beweging, en zou je ermee instemmen dat de belangrijkste groepen vanaf 1994 zich verder ontwikkeld hebben en het genre verlaten hebben?

‘Neue Deutsche todeskunst’ was een begrip van de muziekpers. Ik vond het zeer eenzijdig, omdat we ons nooit enkel om de dood bekommerd hebben, maar met de hele mens en zijn verschillende gevoelswerelden, zij het natuurlijk eerder met de donkere gevoelens en eerder realistisch pessimistisch als euforisch.

In 1993 hebben de drie grootste projecten uit de Neue Deutsche Todeskunst – Goethes Erben, Lacrimosa en Das Ich – samengewerkt aan ‘Lycia’ van Christian Dörge. Verschillende deelnemers, waaronder ook jij, waren achteraf ontevreden. Wat is er dan misgelopen?

De nummers op zich waren goed. Enkel de finale mix in de studio, waar ik op het einde niet meer bij aanwezig was, is niet zo uitgedraaid als ik het me voorgesteld had. Het was gewoon geen teamwerk, dat was de tragiek.

In april 2019 treedt Goethes Erben opnieuw op het Black Easter Festival in België op. Wat mogen we verwachten?

Zoals altijd op festivals spelen we ons door de verschillende hoofdstukken van de geschiedenis van Goethes Erben.


40 jaar Struggler: het interview

Struggler blaast 40 kaarsjes uit, en dat willen we vieren. We nodigen de groep op een Dark Entries Night uit op 20 september, die zoals steeds gratis doorgaat in de Gentse Kinky Star. Maar we legden ook ons oor bij stichtend lid René Hulsbosch, in de hoop wat mooie anecdotes uit de voorbije 40 jaar te horen. René had nog meer goed nieuws voor ons: in 2020 zal Struggler een nieuwe plaat uitbrengen! We kijken er naar uit, maar kijken eerst nog eens achterom…

40 jaar Struggler. Ongetwijfeld is er veel gebeurd in die tijd. Laten we even teruggaan naar de prille begintijd: Hamont en Café De Kwiet. Het café had met De Brassers reeds een legende gebaard dat de goegemeente in angst haar nagels deed bijten. Een jaar na De Brassers ontstond Struggler. Vertel ons eens over het ontstaan van jullie band?

We beginnen in 1976. Ik speelde in de band "Kasjmir". Het was rond die periode dat punk hier begon door te sijpelen. Het trok sterk mijn aandacht waardoor ik punksongs begon te schrijven. Eind '77 waren er diverse nummers klaar. De zoektocht naar een bandnaam en leden kon starten. Mijn zus Mathy kwam met "The Struggle For Life" aanzetten waaruit "Struggler" gedestileerd werd. Pas in Maart '79 was de groep compleet en 5 weken later speelden we ons eerste optreden.

We herinneren ons drie groepen die met De Kwiet verbonden waren: De Brassers, The Suspects en Struggler. Hoe was jullie relatie met de andere groepen?

Dat zat goed, we deelden dezelfde kroeg en traden samen op. Laat ons zeggen dat er een stimulerende wisselwerking ontstond.

In 1980 volgde de singles: ‘Nightfever’ en ‘Wanted’ met het nummer ‘Dont’ Care’. ‘Night Fever’ en ‘Don’t Care’ zijn nog steeds klassiekers die jullie op optredens spelen. Hoe hebben jullie de impact van het singles ervaren?

Wanted/Don't Care - geschreven anno '77, opgenomen in '79 - werd uitgebracht begin '80. Het was de eerste D.I.Y. single in wat toen Punktown Hamont genoemd werd met een door Marc Didden goede beoordeling in Humo. Datzelfde jaar nog werd "Nightfever" uitgebracht en beoordeeld in Belpop als een nachtnummer met een beat als die van PIL en een melodie die Siouxsie And The Banshees vergaten te bedenken. Dit maakte dat Struggler breder onder de aandacht kwam en vele optredens volgden.

Jullie gingen op tournee met Siglo XX, die andere Limburgse legende uit de Belgische wave. Hoe verliep dat?

Dat verliep uitermate vlot en geslaagd. Het betreft de straatlawaai tour, aangename herinneringen aan overgehouden. Kunnen we dat nog eens overdoen?

In 1982 kwamde lp ‘It was a long conversation but at the end we didn’t shake hands’ uit, de plaat waarmee jullie meteen naar het voorfront van de Belgische wave gekatapulteerd werden. Hoe kijken jullie terug op het succes van die plaat?

Het was een hele belevenis, we hadden 3 dagen voor de opnames en de mix. Na de eerste opnamedag stopte de bassist onder dwang van het ouderlijke huis zodat ik zelf ook de baspartijen moest inspelen. Zoals de titel aangeeft werden in die periode de eerste tekenen van de downward spiral zichtbaar. Van succes was niet echt sprake, het is eerder nu dat men vraagt om een re-release en de prijzen op het net zijn dan ook monsterlijk hoog. We deden nog wel optredens maar gaandeweg brokkelde ook dat af, de weg naar meest vergeten band in Belgie werd ingezet.

Hoewel jullie tussen 1985 en 1996 niet erg actief waren, zeggen jullie dat de groep nooit gestopt is. Wat is er in die jaren gebeurd?

Het was de periode van nevenprojecten. Toch bleven we met Struggler verder repeteren en de nummers bestaand en nieuw werden ellenlang uitgesponnen. Het was de start van de interne vervreemding, een relationele bug die, zo bleek, zich onherstelbaar verder ontwikkelde. We traden niet meer in elkaars comfort zone, de communicatie was dood. Nooit is iemand uit de band gezet, op een gegeven moment voelt men blijkbaar aan niet meer binnen het concept te passen. Zeg maar een welgekomen natuurlijk gegeven. Het zou duren tot 1991 vooraleer nieuwe impulsen zich opdrongen. Vanaf dan en vanuit het nevenproject B.D.C. werd regelmatig opgetreden. Ook deden we dubbeloptredens, 1 set B.D.C en 1 set Struggler, al werd daar geen ruchtbaarheid aan gegeven.

In 1988 werd de groep herleid tot de nucleus van René Hulsbosch, Yosef en Ronnie Sevens. Zij zijn tot nu toe de kern van de groep, al worden ze thans aangevuld door Kris Oversteyns op synth en publieksfavoriet Alain Hulsbosch, de zoon van René, op gitaar. Kunnen we zeggen dat de groep sinds 1988 een stabiele samenstelling heeft?

Niet '88 maar '91 was het jaar waarin we elkaar vonden. Kris en Alain zitten vanaf 2014 in Struggler. We werken samen hard aan de structuur van de nummers. Potentieel gezien zijn we nu veelzijdiger, zit er geen limiet meer op de identiteit en is de invalshoek breder. Ook weten we de verticale structuur uit het verleden om te buigen naar een mooi en wijd horizontaal geheel. We are on solid ground now.

In 1999 verscheen, onder meer aangestuurd door jullie optreden op Eurorock, de live-ep ‘Life Update+’ met vier nummers. Jullie hebben de plaat trouwens onlangs heruitgebracht in een beperkte vinyl-oplage. Wat maakte dat jullie toen opnieuw nieuw werk wilden uitgeven?

Op een gegeven moment wil je registreren waar je voor staat. Het is zo blijkt Struggler eigen nooit vast te roesten in een bestaande sfeer of sound, vandaar de "Life Update+" mini cd. Ook waren het de enige opnames die nooit op vinyl verschenen waren, een uitgelezen kans om dat nu dus tijdens ons 40-jarig bestaan heruit te brengen.

In 2017 kwam dan het zeer goed ontvangen ‘The Gap’ uit. Het geluid was een stuk scherper dan voordien, en ook oudere nummers kregen een meer energetische aanpak. Voelden jullie de nood om het Struggler-geluid grondig te vernieuwen?

Nee hoor. De energie en scherpte die "The Gap" uitstraalt is het gevolg van de drang en lust waarin de groep zich nu bevindt, een automatische procesflow als het ware. De nieuwe nummers voor de komende release in 2020 zullen daar nog verder in gaan. Het is niet zo dat het alleen onszelf maar zal verbazen. Wait and see/hear.

Hoe hebben jullie de underground-scene weten evolueren in de 40 jaar dat Struggler heeft bestaan?

Als een vorm van inkrimping. De wereld van Multi media, MP3, streaming en al de digitale bronnen lijken zich meer op snelheid, overaanbod en massaproductie te focussen. Door niet toe te treden lijkt de stelregel "onbekend is onbemind" met dodelijke precisie toe te slaan.

Tenslotte: welke ervaring uit 40 jaar Struggler blijft jullie het meeste bij?
Zonder twijfel de hedendaagse cultuur waarin we ons nu bevinden. De volwaardige invulling van een band te zijn waar iedereen een sterke inbreng in toont maakt mij een tevreden man. Alsof de natuurlijke habitat eindelijk gevonden is.



Wave-Gotik-Treffen 2019: Creatieve uitingen, interessante ontmoetingen en prachtige muziek

Mijn elfde Wave-Gotik-Treffen reeds, en voor mij een heel speciale editie. Het is immers de eerste keer dat ik zelf deel uitmaak van het programma. Op zondag geef ik een lezing over subculturen in het Oostblok, en ik ben er zelfs in geslaagd om een akoestische set te spelen op een picknick. Ik heb hierdoor ook tal van boeiende mensen ontmoet, meer dan de vorige edities. Keerzijde van de medaille: ik heb minder groepen aan het werk gezien, maar wat ik gezien heb was wel dubbel en dik de moeite waard.

Het is eigenlijk een uitloper van de lezingen waar ik aan deelneem dat ik me op donderdagavond opnieuw naar de EBM-warm-up-party begeef. Wie mij kent weet dat ik niet zo EBM-gericht ben, maar er is ook een noise-podium in de Felsenkeller die mij wel kan bekoren. En eerlijk gezegd vond ik de electro die ik er gehoord heb ook best knap. Ik laat het bespreken van de beats evenwel over aan onze electroredactie en concentreer me op de noise-room.

De eerste groep die daar speelt is Espectra Negra, en dat is het muzikale project van Verónica Mota die ook deelneemt aan de ‘Gothic Identity’-lezingen waarover ik het eerder had. Espectra Negra begint met atmosferische dark ambient en bouwt haar show verder op tot extreem duistere noise. Ze draagt vol empathie een nummer op aan seriemoordenaars, die niet ander kunnen om hun liefde te uiten dan mensen vermoorden, in stukken hakken, de stukken te koken en op te eten. Ze eindigt met een gedreven ‘en zijn er vandaag seriemoordenaars in de zaal?’

Special Love wou ostentatief vooral goed ogende jonge mannen behagen, maar hij kon mij toch ook bekoren. Muzikaal is het vrij poppy klinkende electro, maar wat een show! Gehuld in een lange jas en een jutten zak over het hoofd was de act ronduit hilarisch, en ik vroeg me af hoe dronken de man onder de jutten zak eigenlijk was. Na een poosje gaat de jas uit en staat de man in zijn onderbroek op het podium, en helemaal op het einde… U raadt het wel. Als u ooit een hele zaal vol lachende goths wil zien, dan raden we u zijn optredens aan. (Toegegeven: wie er niet mee kon lachen was vrij snel de zaal uit.)

Wie het ernstiger wou werd op zijn wenken bediend door Kommando. Heerlijke noise, pikzwart en alweer twee mannen die hun gezicht verbergen onder een grote kap. Ik vraag me af hoe frustrerend het moet zijn om teksten te schrijven als je stem zo vervormd wordt dat niemand ze begrijpt. Anderzijds komt het de agressie van de zang ten goede dat er een echte inhoud is aan de nummer. Stel je even voor dat de zanger bij dit soort werk enkel ‘lalala’ zou zingen…

We gaan nog verder op de ingeslagen weg met In Slaughter Natives, ooit één van de topgroepen van wijlen Cold Meat Industry (ik kom hier nog op terug). Nog donkerder, nog intenser. Jouni Havukainen gaat helemaal op in zijn act, ook al weet hij dat hij voor een reeds veroverd publiek speelt. Minpuntje is dat vooral het nieuwere werk aan bod komt, terwijl wij graag de oude dingen horen. En de onverdraaglijke hitte in de zaal… Maar kom, het was een genoegen om de groep nog eens aan het werk te zien.

Het laatste optreden – maar nu weer in de EBM-zaal – is van onze eigenste Dive. Ik besluit om me het optreden gewoon te laten welgevallen, in het volste vertrouwen dat onze electroredactie hier iets zinnigs over zal schrijven.

Vrijdag

Het is hard ontwaken op vrijdagochtend, als het eigenlijke festival begint. Ik heb slecht geslapen. Ik heb dit jaar een appartement gehuurd voor een paar dagen, samen met een paar kennissen. Ik slaap op een soort uitplooibaar bed en ben twee keer door het bed gezakt. Bovendien was er de hele nacht door lawaai. Tot overmaat van ramp vergeet ik de eerste keer dat ik het appartement uit ga mijn gsm, waardoor ik een hoop tijd verlies om die terug te gaan halen alsook om mijn armbandje te gaan afhalen aan de agra. En ik slaag er niet in om een fiets te huren, terwijl dat voor mij het handigste vervoersmiddel is.

Ik mis dus noodgedwongen een aantal optredens. Collega Dimi Brands zal me niet vergeven dat ik St. Michael Front mislopen ben. Ook al ben ik net iets minder overtuigd dan hem dat deze groep internationaal zal doorbreken, ik had ze wel willen zien. Als ik eindelijk in de Volkspalast toekom is Coph Nia net aan zijn set begonnen. Opnieuw een Cold Meat Industry-veteraan – zie je wel dat ik erop terugkom – en opnieuw een uiterst duister optreden dat varieert van minimalistische percussie en electronica tot veel complexere composities, zeker als Mikael Aldén ‘Stimata Martyr’ van Bauhaus covert.

De groep die ik absoluut wou zien vandaag is Camerata Mediolanense. Dit neoklassiek ensemble uit Milaan – de naam betekent letterlijk het Milaans kamerorkest – gaat al jaren mee, maar het zijn vooral de laatste twee platen die van een haast buitenaardse schoonheid getuigen: ‘Vertuto, Honor, Bellezza.’ uit 2013 en ‘Le Vergini Folli’ uit 2017. De set bestaat dan ook voornamelijk uit nummers uit deze twee meesterwerken. En alhoewel de uitmuntende soliste Carmen D’Onofrio met haar expressieve Italiaanse zangstijl wat moeite heeft om in de micro te zingen, moet ik Dimi in deze wel bijtreden: dit is een kanshebber voor de titel van mooiste concert van 2019.

Ik moet iets toegeven dat me misschien niet in dank zal worden afgenomen: ik ben wat teleurgesteld door de laatste cd van Evi Vine. Het is een goede cd, maar van iemand die hoog van de toren blaast met samenwerkingen met Simon Gallup van The Cure en Peter Yates van Fields of the Nephilim had ik een meesterwerk verwacht, een plaat die haar debuut ‘and so the morning comes’ zou overtreffen, een nieuwe ‘Pornography’. Niet dus. Live weet ze best een intense set te brengen, zij het met te weinig uitbarstingen – die wel subliem aanwezig zijn in de single ‘Sabbath’, dat een hoogtepunt is – waardoor het wat eentonig is.

De laatste artiest op het programma is King Dude, een Amerikaanse neofolkzanger die het hier met zijn volledige begeleidingsgroep doet. Ik ben wat verrast, want het gaat hier dus over elektrische gitaar-bas-drum, en in het begin klinkt de hele zaak als een verdomde conventionele rockgroep. Goed, Rome klinkt live tegenwoordig ook als een rockgroep, maar dit was nog van een middelmatig niveau ook. Gelukkig herpakt TJ Cowgill zich nog vooraleer ik teleurgesteld wegloop, en laat hij horen dat hij ook alternatieve songstructuren aankan en dat hij aandachtig naar Nick Cave geluisterd heeft. Ik vertrek evenwel voor het einde van het optreden, want ik moet de tram halen. O had ik maar een fiets. Dan zou ik kunnen fietsen, maar nu… nu gaat dat niet.

Zaterdag

De zaterdag begint al een stuk beter. Deze keer heb ik wel goed geslapen, mede dankzij oordopjes. Bovendien kan ik uiteindelijk toch een fiets op de kop tikken, en dat maakt mijn dag. Ik moet evenwel iets toegeven waar ik niet zo trots op ben. In de aanloop naar de WGT heb ik gezocht of ik niet zelf kon spelen – ik heb immers een kleinkunstproject – op een randactiviteit. Ik kon dat effectief doen op een picknick van Der blaue Stunde, maar heb twee dagen voor het evenement afgezegd. Ik vond het te veel moeite om mijn gitaar mee te nemen en wou eigenlijk graag Near Earth Orbit zien, die op hetzelfde moment zouden spelen in Westbad.

Doch een groot schuldgevoel maakte zich van mij meester. Was ik dat? Ging dit niet regelrecht in tegen mijn principes? Was ik niet de man die elk aanbod om de spelen aanvaardde, en zeker nooit zou weigeren te spelen omdat ik zelf naar een ander optreden wil? Ik herpak me gelukkig en zeker als blijkt dat de organisator zelf voor een gitaar kan zorgen spring ik op mijn fiets en rep ik me naar de locatie, die niet erg gemakkelijk te vinden is, ergens in een park achter het Heidnisches Dorf.

Uiteindelijk gebeurt waar ik misschien nog het meest bang van was: ik speel slechts voor een handvol geïnteresseerden, terwijl de meeste aanwezigen gewoon keuvelen en picknicken. Nu goed, ik heb al vaker voor weinig mensen gespeeld en ik heb toch maar mooi op WGT gespeeld. Ik mag bovendien nog leuke optredens bijwonen met Duitse kleinkunst van LuluMoon, die op evenveel aandacht kan rekenen als ik, en van Aurago, een uitstekende gitarist, een accordeoniste en een zangeres die samen klassieke Duitse gedichten vertonen en wel de volle aandacht van de aanwezigen genieten.

Pas later kan ik naar de reguliere concerten gaan. Ik begeef me naar de Täubchenthal – mocht u het nog niet begrepen hebben, op het WGT zijn er gewoon tal van locaties over de hele stad verspreid waar concerten doorgaan – om er Inkubus Sukkubus te zien. Ik verwijt de groep dat ze zich nooit echt vernieuwd hebben. Elke plaat klinkt identiek en de songstructuren zijn heel klassiek. Maar live zijn ze zeer levendig en energiek, en dat maakt veel goed.

Het eigenlijke doel is om Shadow Project 1334 te zien. Dat is natuurlijk een reïncarnatie van Shadow Project zonder wijlen Rozz Williams. Eva O, weduwe van Rozz en hoofdcomponiste van de groep neemt dus de zang op zich. Op de bas vinden we William Faith terug, die ook eerder in Shadow Project en zelfs in Christian Death speelde, en vooral bekend is van Faith & The Muse en tegenwoordig The Bellwether Syndicate. En op de gitaar vinden we de dochter van Eva O: Scarlet Dream. Samen brengen ze keurige deathrock songs van de bovenste plank, en ze eindigen zelfs met een paar vroege Christian Death-nummers in zeer overtuigende versies. Een unieke belevenis.

Zondag

De grote dag is aangebroken. De ‘Gothic Identity’-lezingen vinden voor het eerst plaats. Er gaan al jaren lezingen door tijdens WGT, maar bijna steeds zijn deze in het Duits. Met dit initiatief – gecoördineerd door Jen Hoffert-Karas en waar ik zelf bij betrokken ben – willen we een aanbod in het Engels geven. De dag begint met een lezing van Parm von Oheimb, een doctor in de biologie die onderzoek deed naar dieren die we associëren met dood en duisternis – vleermuizen, raven, uilen, vlinders… – en en daar zijn kennis als bioloog aan verbindt.

Samen met John Nicholls gaf ik een lezing over subculturen en alternatieve muziek in het Oostblok. We overliepen de situatie van alternatieve jongeren en muzikanten in de DDR, de Sovjetunie, Tsjechoslowakije, Hongarije en Joegoslavië, en hadden daarbij vooral oog voor repressie, de verhouding met de overheid en in het bijzonder de geheime diensten. Anderzijds benadrukten we dat er bijzonder goede muziek gemaakt is in die tijd en dat het voor de betrokkenen ook een heel boeiende en fijne tijd is geweest.

Het laatste gesprek ging over kleurlingen in de gothscene. Ik ga er nog steeds van uit dat onze scene open van geest en verdraagzaam is, maar als ik de commentaren van sommige goths op facebook lees kan ik er niet om heen dat er ook bij ons racisme bestaat. Moderator Eden Lost benadrukt dat het niet de bedoeling is om ons een uur lang schuldig te laten omdat we blank zijn, maar anderzijds is het interessant om te horen hoe gekleurde mensen zich soms moeten verantwoorden omdat ze deel uitmaken van een scene die overwegend wit is. Racisme is helaas een werkelijkheid, ook in de gothscene, en ik neem me voor om me er nog duidelijker tegen uit te spreken als ik het opmerk.

Als de lezingen voorbij zijn twijfel ik even als ik het programma doorneem. Er is niet onmiddellijk iets dat ik per sé wil zien, en dus rep ik me naar de Agra om er mijn jaarlijkse cd-aankopen te doen. De Agra bevindt zich vrij ver van het centrum, dus je moet wat tijd voor de verplaatsing vrijmaken. Maar je vindt er de grootste gothicmarkt die je je kunt voorstellen, met kleren, sierraden, boeken, schoenen, accessoires, gadgets en uiteraard cd’s. Op een uurtje jaag ik er 200 euro door, en ik besluit dan dat het genoeg geweest is.

Ik vertrek opnieuw richting Felsenkeller voor een stevige portie metal. Carach Angren heeft het ooit aan de stok gehad met een vertegenwoordiger van de ChristenUnie die hun optredens wou bannen. Ze hebben de brave man vriendelijk bedankt voor de publiciteit. En terecht, want ook ik heb de groep zo leren kennen. Ik vond de groep ook een intrigerend, bombastisch en symfonisch geluid hebben, met nadruk op de toetsen. Ik dacht zelfs dat het helemaal zonder gitaren zou zijn, maar er is toch een gitarist bij. De groep weet met zijn visueel sterke show – ze zien er werkelijk uit alsof ze net uit het graf heropgestaan zijn – enorm te begeesteren.

Rond het Poolse Batushka is momenteel een hele polemiek aan de gang. Er bestaan blijkbaar twee groepen onder deze naam, die elkaar voor de rechtbank bekampen. De groep die we hier vandaag te zien krijgen zou overigens de illegale variant zijn. Voor wie het concept niet kent: elementen uit de orthodox-christelijke liturgie worden hier vermengd met black en doom metal. Wierook, iconen, kaarsen, wandtapijten, priestergewaden… Het moet een decadente sfeer oproepen die zeker geen ode is aan de orthodoxe kerk, getuige de omgekeerde kruisen op de mijters van de groepsleden.

Het is soms moeilijk om mensen te overtuigen dat Cradle of Filth weer helemaal terug is. Na een minder geïnspireerde periode hebben de mensen rondom Dani Filth met ‘Cryptoriana. The Seductiveness Of Decay.’ opnieuw een meesterwerk afgeleverd, al citeert de groep tijdens zijn concerten uit hun uitgebreide discografie, en ze doen dat uitstekend.

Ik kom trouwens de Boliviaanse Luna Duran tegen, die eerder op de dag getuigde in het panel over kleurlingen in de scene. Ik zei dat ik begreep wat ze zei toen ze vertelde dat ze constant op haar hoede was en leerde wat de symbolen en tatoeages betekenen die mensen dragen om te weten met wie ze te maken had. Ik zag op de optredens iemand met een Burzum-t-shirt rondlopen en vroeg me af of dit gewoon een symbool van misantropie was, of of de drager daadwerkelijk de ziekelijke rassenleer van Varg Vikernes aanhing. Het was exact wat ze bedoelde, wist Luna me te zeggen, en in haar geval leidt het er zelfs toe dat ze sommige metalconcerten mijdt omdat ze weet dat er problemen van komen.

Maandag

Ik heb zin in een beetje onversneden cultuur. Het WGT biedt je immers ook de mogelijkheid om tal van musea gratis te bezoeken. Ik kies voor de overzichtstentoonstelling van Yoko Ono, vooral bekend als weduwe van John Lennon maar eigenlijk een uitzonderlijke kunstenares. Ono maakt conceptuele kunst waarin dialoog bijzonder belangrijk is. Ze geeft aanwijzingen voor film, tekeningen, muziek, die ook uitgevoerd werden door bevriende kunstenaars, en ook gewoon aan het publiek. Ze roept de toeschouwer op om actief deel te nemen aan haar kunst, om zijn of haar verbeelding te gebruiken op basis van een basisidee die ze heeft, en het werkt werkelijk inspirerend.

Ook vandaag gaan de ‘Gothic Identity’-lezingen voort. Verónica Mota geeft een lezing over het occultisme in haar Mexicaanse moederland. Ze legt uit waar de Azteekse mensenoffers vandaan komen, maar ook dat er in de hedendaagse Mexicaanse politiek tot in de hoogste kringen gebruik gemaakt wordt van Santeria, van heksen die zogezegd in contact staan met de duivel, van voodoo…

De lezing van de eerder vermelde Luna Duran over het menselijk lichaam als creatief medium sla ik over eens ik begreep dat er erg expliciete beelden over suspensions – het opheffen van je lichaam door middel van vleeshaken die op verschillende plaatsen aangebracht worden – te zien zijn. Ik ben immers een gevoelige ziel.

Ik kom terug voor de lezing over seksisme in de industrialmuziek. Alweer een onderdrukte minderheid, en vraag me af of er misschien iets teveel identiteitspolitiek in de lezingen gekropen is. Er wordt vooral gepraat over groepen als Combichrist, ESA en Nachtmahr. Groepen die me geen seconde kunnen boeien. Ze hebben uiteraard het recht om zich in hun kunst te uiten, maar afgezien daarvan mag men erop wijzen dat het verheerlijken van geweld tegen vrouwen niet onschuldig is. Ook het feit dat vrouwen lastiggevallen worden op fuiven en optredens komt aan bod, of de ondervertegenwoordiging van vrouwen als artiest of dj.

Laat me dan maar naar wat vrouwelijke artiesten gaan kijken. Ik begeef me voor de eerste keer dit jaar naar de Schauspielhaus, gewoonlijk één van mijn favoriete verblijfplaatsen waar ruimte wordt gemaakt voor het meer romantische en rustigere werk. De eerste groep die hier speelt is Hacke/Depicciotto oftewel het koppel Alexander Hacke – bekend van Einstürzende Neubauten – en Danielle de Picciotto – onder meer bekend als initiatiefneemster van de Love Parade. Ze brengen met hun tweetjes een sterke set die varieert tussen drone, neofolk, industrial en neoklassiek.

Zegt de naam Michael Cashmore u iets? Hij is de man achter Nature & Organisation, die ook intensief met David Tibet samenwerkte in de hoogdagen van Current 93. De naam Shaltmira zegt u waarschijnlijk minder, maar ze werkt tegenwoordig samen met Michael Cashmore en ze is een indrukwekkende verschijning. Niet enkel omwille van haar uiterlijk – kort haar, tatoeages en een opvallende kledingstijl – maar ook door haar inhoud. Cashmore zorgde voor een elektronische achtergrondmuziek waarop Shaltmira filosofische beschouwingen declameert over de drang naar succes, de drang naar roem, de drang naar drugs, de drang naar seks… Je vraagt je af of de vertoning religieus geïnspireerd is, want verschillende keer laat Shaltmira weten in de greep van satan te zijn geweest. Uiteindelijk is het de liefde die haar redding brengt. ‘Transformation through love’… Een indrukwekkende vertoning.

Laat ons evenwel eindigen met een nog grotere dame: Hannah Wagner, oftewel de vrouw achter Saeldes Sanc. Wagner was ooit zangeres in Helium Vola, en Ernst Horn – de man achter Helium Vola en Deine Lakeien – heeft het niet nagelaten om zijn pupil ook in haar solocarrière te steunen. Twee jaar geleden zag ik al een indrukwekkend optreden van Hannah en Ernst, en intussen is dan eindelijk uiteindelijk haar debuut verschenen. Waar ze het oorspronkelijk enkel in Middelhoogduits deed, is haar oeuvre intussen uitgebreid met nummers in oud Frans en Engels. Wagner is gezegend met een engelenstem die zo wonderbaarlijk is dat je je afvraagt of ze niet werkelijk een engel is. De begeleiding op piano en strijkers is eveneens hemels, en ook zonder ‘Withering Heights’ is dit een hoogtepunt van het festival.

Een eindpunt ook, want na vier dagen vol muzikale avonturen en interessante ontmoetingen komt er ook een eind aan deze editie van het Wave-Gotik-Treffen. WGT is over (if you want it). Maar ik weiger dit te aanvaarden. Wat mij betreft neemt het WGT een pauze van een klein jaar, en gaat het feest dan gewoon verder. Afspraak tijdens het pinksterweekend van 2020.

Militia: Ambiorix

Hebben we niet allemaal op school geleerd dat de Belgen ‘de dappersten aller Galliërs’ waren? Het citaat komt van Julius Caesar. Dat Caesar eraan toevoegde dat de Belgen ‘het verst verwijderd zijn van de cultuur en de beschaving’ en dat ze in permanente ontbering en oorlog leefden, wordt er meestal niet bij gezegd, al zou het kunnen dat dit laatste toch op enige achting kon rekenen van de man die zijn naam gaf aan het begrip Keizer.

Het complimentje aan de Belgen was welkom. Het was eerder zeldzaam dat een historische figuur iets flatterend zei over de Belgen, en dus heeft het de eeuwen overleefd. Net zoals ‘De bello Gallico’, het relaas van Caesar over zijn veldtochten in Gallië. Het boek is de inspiratiebron voor ‘Ambiorix’, een cd van de anarchistische industrialgroep Militia over de strijd van Ambiorix tegen Caesar.

We recapituleren: Ambiorix was één van de koningen van de Eburonen ten tijde van de Gallische veroveringen door Caesar. Toen de Eburonen weigerden om de Romeinse legers te voorzien van voedsel en hout, omdat ze door een slechte oogst zelf nood hadden aan deze zaken, liet Caesar forten bouwen rond hun gebied om hen manu militari te dwingen om voedsel af te staan. Ambiorix viel de Romeinen aan, maar stond niet bijzonder sterk tegenover het grote en ervaren leger van Caesar.

Ambiorix werkte een list uit en vertelde in onderhandelingen aan de Romeinen dat er een Keltisch/Duits leger op weg was om hun kampen aan te vallen. Ambiorix beloofde de Romeinen een vrije doortocht door zijn land. Als de Romeinen op dit aanbod ingingen werden ze in een nederlaag genomen in een vallei en door de troepen van Ambiorix afgeslacht. Caesar zinde uiteraard op wraak en ook Ambiorix verzamelde zijn troepen voor de grote confrontatie, waarin de Romeinen gehakt maakten van de Gallische legers. Ambiorix sloeg op de vlucht richting Duitsland en zou nooit gevat worden door de Romeinen.

De cd herneemt stuk voor stuk het verhaal van Ambiorix, uiteengezet in 11 nummers. Het basiselement voor de muziek van Militia is steeds hetzelfde: op een elektronische basislaag worden lagen van (metaal)percussie, veldopnames en andere geluiden geplaatst. Maar het is indrukwekkend welke variatie aan geluiden en sferen men hiermee kan bereiken, van ingetogen geluidscollages tot intense herrie. Op deze cd ligt de nadruk - in tegenstelling tot de laatste uitgaven van de groep - op gedreven ritmes. Het heeft iets weg van militaire marsen, maar dan in een industrial-uitvoering.

Er zit een flinke vaart achter de meeste nummers, en daar is het thema van de cd niet vreemd aan. Het gaat om strijd, om veldslagen, en Militia weet het strijdgewoel en het wapengekletter prima weer te geven. Al zijn er ook meer atmosferische stukken met bijvoorbeeld fluitende vogels of bosgeluiden. En vooral: er worden historische instrumenten als de carnyx - een koperen blaasinstrument van de Kelten - gebruikt.

Een groot deel van de plaat is instrumenteel, maar op een paar nummers worden teksten gedeclameerd in de sloganeske stijl die Militia altijd al gekenmerkt heeft. Vraag me niet wat die teksten betekenen, want je hoort hier enkel Latijn en Gallisch. Ik vermoed dat de Latijnse teksten citaten uit ‘De bello Gallico’ zijn en dat de Gallische lyriek oorlogskreten zijn, aanmoedigingen voor de strijd.

Ik hou van cd’s met historische onderwerpen. Mij heeft deze plaat alvast aangezet om me te verdiepen in de geschiedenis van Caesar en Ambiorix. Maar ook als deze historische verwijzingen uw ding niet zijn kunt u genieten van dit werk van Militia, want ‘Ambiorix’ bestaat uit elf uiterst meeslepende en aangename nummers die volgens mij elke industrial-liefhebber zouden moeten behagen.

Militia: website / facebook


Militia: Tijdens de opnames voelden we continu de priemende ogen van Ambiorix over onze drummende armen meekijken.

Het doek valt over Militia. Van 1988 tot 2018 heeft de anarchistische industrialgroep zijn stempel gedrukt, wat zeg ik: geslagen, met zware metalen percussie, op de Belgische scene. Het eind 2018 verschenen ‘Ambiorix’ zal voor de rest van de eeuwigheid de laatste plaat zijn van de groep. Een buitengewone plaat, die de strijd van Eburonenkoning Ambiorix tegen de Romeinen vertelt. Militia-opperhoofd Frank Gorissen kenden we al langer als iemand die boordevol ideeën zit en daar ook uitvoerig over uitweidt. Dat is vandaag niet anders, want Gorissen had heel wat te vertellen over de ontstaansgeschiedenis van ‘Ambiorix’.

Wat heeft je ertoe gedreven een plaat te maken over de strijd van Ambiorix tegen Caesar?

Voornamelijk het eeuwige conflict tussen verdrukkers en onderdrukten. Een thema trouwens dat in zowat al onze albums terug te vinden is. We beschrijven in “Ambiorix” ook weer het perverse machtsmisbruik van een natie die geilt op uitbreiding van territorium, het vergroten van de macht, die haar honger naar grondstoffen stilt door gebieden buiten de eigen rijksgrenzen leeg te plunderen en de eigen grootheidswaanzin en hoogmoed omzet in de drang om andere culturen compleet te vernietigen.

‘Ambiorix’ is gebaseerd op het boek ‘De bello Gallico’ dat Julius Caesar schreef over zijn Gallische veroveringen. Hoe ben je te werk gegaan om het boek om te vormen tot een cd?

Ik was altijd al erg geïnteresseerd in de historische figuur Ambiorix. Ik weet me nog goed te herinneren dat ik ‘m al een held vond toen ik een jaar of 12 was. De leraar geschiedenis die ik toen had vertelde over die Gallische oorlogen met zoveel detail en maakte het allemaal zo spannend dat ik me in die geschiedenis heel goed kon inleven. Ik zag die oorlogen allemaal voor m’n geest gebeuren en thuis ging ik dan ook met een zelfgemaakt zwaard en m’n 2 broers als stamgenoten de buurjongens aanvallen.

Omdat ik voor het allerlaatste album dat ik met Militia wou maken, een soort van ode wou brengen aan mensen en volkeren die zich hebben verzet tegen verdrukkers en omdat ik in het gebied woon waar Ambiorix ooit heerste, lag het voor de hand om die twee elementen te verenigen in een album over de koning van de Eburonen. Ik heb me dan ook opnieuw verdiept in de geschriften van Caesar, ben te rade gegaan in het Gallo-Romeins museum en heb de collectie Romeinse en Gallische munten en artefacten van een kennis mogen bestuderen. Het boek zelf en met name dat deel dat de strijd belicht van Caesar tegen Ambiorix heb ik in 11 hoofdstukken onderverdeeld en ieder hoofdstuk werd dan een nummer op het album, in chronologische volgorde, dus het boek volgend.

Zo is het eerste nummer de eerste confrontatie van Eburonen met een groep Romeinse soldaten die de bomen kwamen omhakken in Eburonen-gebied om vervolgens het hout te stelen en als brandstof te gebruiken. Het was voor de Eburonen de druppel die de emmer deed overlopen, omdat zij zelf dat hout nodig hadden om de strenge winter door te komen. Dat feit plus de plunderingen en het opeisen van voedsel door de Romeinen liet de Eburonen geen andere optie meer dan in opstand te komen. Het verhaal en het album eindigen dan ook met de nederlaag en de vlucht van Ambiorix naar Germania.

De enige bron over het bestaan van Ambiorix is ‘De bello Gallico’. Critici zeggen dat Caesar met dit boek zijn verering en steun in Rome wou versterken en trekken zijn relaas in twijfel, zo ook het bestaan van Ambiorix. Wat denk je zelf van het waarheidsgehalte van het boek?

Dat is inderdaad een punt van debat. Ik schaar me achter de geschiedkundigen die niet twijfelen aan de echtheid en het bestaan van Ambiorix, dat spreekt vanzelf. Caesar had helemaal geen fantasiefiguur als excuus nodig om oorlogen te voeren of nieuwe gebieden te bezetten, die steun had hij al en daar was hij al mee bezig vooraleer sprake was van Ambiorix in zijn geschriften. Wat we wel in twijfel kunnen trekken is het beeld dat Caesar ophangt van de Belgae en de Galliërs in ’t algemeen. Hij schildert ze af als een moorddadige, plunderende en immer oorlogvoerende bende wildemannen, bloeddorstige beulen zonder cultuur, zonder beschaving, een bedreiging voor beschaafde en cultureel hoogstaande volkeren zoals de Romeinen. Pure misleidende propaganda, die we ook terugvinden in onze moderne tijd. Denk maar even aan de beschuldigingen van de westerse wereld aan het adres van Irak, dat aangevallen werd zogezegd omdat er massavernietigingswapens zouden geproduceerd worden om en omdat dat land een bedreiging vormde tegen het westen, maar waar ’t in feite allemaal ging om de olie.

We weten uit de vele vondsten in zowat gans Europa, van Spanje tot het hoge noorden en van de kusten van Normandië tot het Midden Oosten, dat de Galliërs wel degelijk met kunst en cultuur bezig waren, prachtige juwelen en sierraden konden maken. Men vond versierde gebruiksvoorwerpen terug waar duidelijk aan te zien is dat die door de Galliërs met heel wat vakmanschap en toewijding gemaakt werden. Helaas is er zo goed als niets op ’t vlak van ’t schriftelijke teruggevonden en de originele taal is dan ook uitgestorven, we vinden wel elementen terug in het Waals, het Bretoens en dergelijke. Mocht dat anders geweest zijn dan hadden we zeer zeker een schat aan materiaal kunnen hebben en wisten we veel meer over die cultuur dan nu het geval is.


Los van het debat over de feitelijkheden is Caesar in de loop der eeuwen ook het object geweest van verwoede ideologische debatten tussen humanisten en militaristen, tussen democraten en monarchisten… Welk eindoordeel maken jullie van Caesar, en welke lessen kunnen we hieruit trekken voor de hedendaagse maatschappij?

Kan je Caesar vergelijken met een Hitler, met een Napoleon? Ik denk het wel. De man was op en top militair, een Poetin van de oudheid. Zijn drang om het Romeinse rijk nog groter en machtiger te maken moet heel krachtig geweest zijn, dat leiden we af uit de vele oorlogen die hij voerde tegen Kelten en Galliërs. Een sluimerende dictator misschien, een imperialist zonder twijfel. We mogen vooral de bloedbaden niet vergeten die hij aanrichtte in onze contreien. Het compleet vernietigen van een cultuur, de genocide, Gallische burgers tot slaaf maken, mensen van hier verkopen als vee op de markt, de verkrachtingen, de plunderingen, ook dat kan je volgens mij vergelijken met wat bijvoorbeeld de nazi’s uitgericht hebben toen ze Rusland binnenvielen. Conclusie: Caesar was een oorlogsmisdadiger, een moordenaar. Vandaag bestaat het Tribunaal van Den Haag en de Mensenrechten, toen werd een blok marmer gebeiteld tot een standbeeld van zulk een massamoordenaar.

Je gebruikt voor de teksten op ‘Ambiorix’ enkel Gallisch en Latijn. Ik moet toegeven dat ik er amper iets van snap. Het moet volgens mij erg moeilijk geweest zijn, zowel om de teksten - die weliswaar bondig zijn - te schrijven als om ze degelijk te kunnen uitspreken. Hoe hebben jullie dat gedaan?

Wat het Latijn betreft kregen we de deskundige hulp van Frits Berckmans, stadsgids in Tongeren, Ambiorix-kenner en schrijver van enkele werkjes over de koning der Eburonen. Hij is ook oud-leraar Latijn en verdiepte zich voor Militia in de Romeinse militaire strategieën en bijhorende woordenschat, bevelen, militaire begrippen en zo voort. Eén ingesproken tekst op het album is trouwens de letterlijke weergave van de discussie tussen de generaals Cotta en Sabinus, zoals dat ook letterlijk geschreven staat in het boek van Caesar.

Wat het Gallisch betreft dat we in het album gebruiken, er is inderdaad heel weinig van die taal overgebleven. Toch bestaan er woordenlijsten, zijn ook complete zinnen bewaard gebleven en weet men hoe bijvoorbeeld woorden en werkwoorden werden verbogen. Iemand die zich daarmee bezig houdt is professor Emmanuel Dupraz, bij wie we dan ook heel wat bruikbare tips vonden, plus een lijst van Gallische woorden en een paar uitdrukkingen die bruikbaar en inzetbaar waren voor ons muzikaal verhaal. We spreken die woorden dan ook fonetisch uit of zijn gaan spieken bij talen die erop gelijken. Zo betekent “imi” ‘ik ben’, maar hoe spreek je dat uit? Zoals in het Engels “I am” en dan “am” laten vallen en vervangen door “mi” en dat woordje uitspreken zoals “me” in het Engels? Wij hebben ’t anders opgelost en spreken “imi” gewoon uit zoals je het leest. “Ambiorix imi”, in die volgorde zoals teruggevonden in teksten, “Ik ben Ambiorix”. We kregen op dat vlak heel wat ‘dichterlijke vrijheid’ van prof. Dupraz, temeer omdat in de verschillende dialecten van de Galliërs en uiteraard ook verschillende vormen van uitspraak voor kwamen. (De woordenlijst kan je trouwens hier vinden.)

Maar we vonden ook bruikbare woorden en uitdrukkingen terug via andere wetenschappelijke en geschiedkundige bronnen. Voor het nummer “Burning the Wicker Man” bestudeerden we dan weer de Gallische en Keltische godsdienst. Caesar beschrijft hoe de Galliërs hun gevangenen offerden aan de god Taranis, de god van de donder, de kennis en de magie. Volgens Caesar werden de gevangenen opgesloten in een reusachtige pop, een man gemaakt van houten palen, takken en stro, en die pop werd dan vervolgens in brand gestoken. Of dit waar is, daar mag aan getwijfeld worden, want de enige beschrijving hiervan vinden we terug in de geschriften van Caesar. Dit zou hij mogelijks verzonnen kunnen hebben om de afschuw voor dit volk bij de Romeinen nog meer aan te wakkeren. Of was het misschien toch waar? Het gaf ons in elk geval heel wat aan om mee aan de slag te gaan en dat gegeven te verwerken in een nummer voor het album.

Het gevechtsgewoel en het wapengekletter zijn duidelijk hoorbaar op de cd. Jullie maken gebruik van veldopnames, samples en zelfs van historische blaasinstrumenten als de carnyx. Hoe zijn jullie ertoe gekomen om dat op die manier te verwerken?

Ik heb wel wat naar zogenaamde (neo-)Keltische muziek geluisterd, als mogelijke bron voor klanken en instrumenten, maar ik vond daar niks bruikbaars: te soft, getingel-tangel op doedelzak, flierefluitjes en wat maagdelijk gezang, zeg maar gezeur in ’t Welsh, Gaelic of Bretoens, muziek gemaakt door neo-hippies die al spelende bezig zijn een halve kilo paddenstoelen te verteren en dan vaag een bosnimf zien zwaaien vanop een eenhoorn . Niks mee aan te vangen omdat onze muziek over oorlog en vernietiging zou gaan. We konden ook niks aanvangen met instrumenten waarvan de klank teveel afwijkt van de klank van de muziekinstrumenten die toen bekend waren, maar wat vang je aan met een luit of een trommeltje, ook daar komt geen dodelijk gewicht vanaf.

De carnyx, een blaasinstrument waar je U tegen zegt, met een magnifieke kop van een draak op ’t uiteinde, een muzikaal statement van meer dan 2 meter hoog dat boven de hoofden van aanstromende krijgers uit torent, ja, dat was natuurlijk wel bruikbaar. We hebben dan ook contact opgenomen met carnyx-deskundige en speler John Kenny en samples hiervan gebruikt en in de muziek verwerkt. En voor de rest: de klank van het kletterende staal, zwaard tegen zwaard, peanuts voor een industrial percussion band als Militia om dat aan te maken en te spelen. Daarnaast hebben we met hardware elektronica, software synths, samples en klankband zitten knutselen tot we het geknars bereikten van draaiende houten wielen, zware militaire karren die zich een weg banen door de modder, of het gehuil van de wind over het slagveld, de zware dreunen van ophitsende vetgrote militaire troms, het knallen van zwepen als begeleiding voor de mars van de gevangen genomen Romeinse soldaten richting de Wicker Man, … we hebben er heel wat tijd in gestoken, maar het moest ook kloppen, tactisch, militair, historisch, sferisch…

Tijdens de opnames voelden we continu de priemende ogen van Ambiorix over onze drummende armen meekijken. We weten zonder twijfel dat we de volledige goedkeuring van de Eburonen-leider hebben gekregen en dat hij trots was op die jonge neo-Galliërs van Militia die kost nog moeite gaven om hem opnieuw als held te doen erkennen! Tegelijkertijd namen we in zijn plaats wraak op al die snoodaards die zijn naam besmeuren door die te gebruiken om café’s, een biermerk, schoenmerk, kapsalon, taxibedrijf, duivensportclub en soortgelijks mee te benoemen.

Het ‘Ambiorix’-project loopt al sinds 2013, en was toen opgevat als een samenwerking met het Gallo-Romeins Museum in Tongeren, waar jullie een opvoering zouden doen met dans en projecties. Hoe komt het dat het zo lang geduurd heeft om het project te verwezenlijken?

Vooreerst was er die lange voorbereiding hé, het boek bestuderen, deskundigen zoeken, contacten leggen, over de taal leren, het boek uitschrijven in een muzikaal verhaal dat klopte, de cultuur, de geschiedenis, de instrumentenkeuze, uittesten, experimenteren, de basismuziek aanmaken, daarop de live instrumenten afstemmen, muziek schrijven, inspelen, oefenen en nog eens oefenen om weer dingen aan te passen…. Kruipt ’n pak werk in. Toen we in de studiefase van ’t project zaten en regelmatig te vinden waren in het Gallo-Romeins museum in Tongeren en van daaruit gesprekken hadden met de medewerkers ervan, wel toen ontstond de idee om de muziek, van zodra die af zou zijn, ook live te spelen in het museum. We hadden al ooit in dat museum gespeeld, jaren geleden. We hadden toen een workshop rond prehistorische muziekinstrumenten en kunst georganiseerd en ’s avonds daar met onder meer die zelfgemaakte instrumentjes opgetreden. Je kan die opnames nog terugvinden op het album “Nature Revealed”.

Maar “Ambiorix” live brengen IN het museum, dat zou moeilijk te realiseren zijn, we wilden immers met vuur en dansers werken, heel theatraal dus, de strijd als het ware ook echt uitbeelden op het podium. En zoiets kon het best buiten gebeuren, op het grote marktplein in het centrum van Tongeren, als het ware vlak onder de neus van Ambiorix. Zijn standbeeld staat daar en dat kon perfect mee geïntegreerd worden in het spektakel. Iedereen laaiend enthousiast, Militia zocht en vond een 100-leden sterke dansgroep in Lanaken, we maakten ontwerpen voor kleding, schmink, wapens, constructies in hout voor op het speelveld, vuurdansers gevonden, een enorme PA installatie en een prachtige lichtshow stonden klaar, alles liep perfect qua organisatie tot natuurlijk het financiële plaatje in zicht kwam en dàt had men er in Tongeren dan niet voor over.

Zelfs niet toen bleek dat minimum 80% van alle kosten al gedragen zouden worden door het publiek en de rest gemakkelijk gesubsidieerd kon worden. Uiteindelijk besliste één oudere dame met een dure jas en een voorbijgestreefde elitaire visie op kunst dat een optreden van Militia met Ambiorix in de hoofdrol te volks was en dat daar geen cent voor kon vrijgemaakt worden. Nee, de Tongenaar mocht zich van madam dan weer wel vergapen aan een stapel kartonnen dozen en enkele nep tumuli, dat was het wat betreft “Kunst / Moment in de stad Tongeren”. Ons project is dan uiteindelijk een cd geworden, uitgebracht bij het Italiaanse label Old Europa Café. We vinden het wel grappig dat het een Italiaans label is, kwestie van die afstammelingen van de Romeinen nog eens te confronteren met het pak pandoering dat ze kregen van die kleine Belg!

Verleden jaar kwam een heropname van ‘New European Order’ uit, jullie debuut uit 1996. Vanwaar het idee om alles opnieuw op te nemen? Volgt ook nog de heropname van ‘The Black Flag Hoisted’, een belangrijke cd vol verwijzingen naar de geschiedenis en de ideologen van het anarchisme?

Inderdaad, er komt ook nog een re-release van “The Black Flag Hoisted”, de master cd’s liggen al bij het Russische Infinite Fog label klaar. Beide re-releases zijn er gekomen omdat er opnieuw een grote vraag was naar die albums. Maar omdat we nu met een heel andere opnametechniek en met een gans andere bezetting werken wat Militia betreft, leek het ons ook opportuun om die 2 albums volledig opnieuw in te spelen, op te nemen en te mixen en masteren. Het zijn dus in feite 2 nieuwe albums geworden.

Hoe zit het met je andere projecten? Ik weet dat er nog een verzamel-cd over Noord-Korea moet uitkomen, dat je plannen hebt met MekanOrganiK en uiteraard beheer je de SubTerra studio waar je met andere groepen in opneemt.

De verzamel-CD over Noord-Korea is klaar, we zoeken enkel nog een label om het uit te brengen of we brengen het zelf uit, gratis te downloaden dan, op ’t internet. Daar zijn we nog niet uit. Maar in elk geval wordt dat dit jaar nog beslist. MekanOrganiK was een project dat gestalte gaf aan een ander boek dat me fascineerde, namelijk “Gulliver’s Travels” van Jonathan Swift. Het concept paste niet bij Militia, daarom dat ik er een ander muzikaal project voor neerzette. Of ik verder nog iets ga uitbrengen onder de naam MekanOrganiK weet ik nog niet. Kan zijn, maar ik wil ook graag dark jazz muziek gaan spelen, met een gitarist, een bassist en iemand die schuiftrombone of sax speelt. Ik denk dat ik daar in de zomer mee ga starten, ik schuif dit al te lang voor me uit. Ik ben al gaan polsen bij de plaatselijke harmonie, daar zitten kandidaten tussen en er is interesse.

Daarnaast run ik de opnamestudio Subterra, in mei werk ik met 32 Ohm (band uit Nederland) aan hun opnames en later op ’t jaar heb ik opnieuw enkele bands op bezoek. Ik mag me gelukkig prijzen dat ik pas gepensioneerd ben, want anders kreeg ik het allemaal niet gebolwerkt vrees ik.

Je hebt in het verleden verschillende keren het einde van Militia aangekondigd, al wou je absoluut ‘Ambiorix’ nog tot een goed einde brengen. Valt het doek nu over Militia, en zo ja: wordt er nog een afscheidsoptreden gegeven?

Klopt, we hebben met “Ambiorix” het laatste en definitieve album van Militia afgeleverd. We hebben verteld wat we vonden dat moest verteld worden, we hebben een heel fijne tijd achter de rug, met veel optredens, leuke mensen ontmoet, veel contacten gelegd, van alles uitgespookt en meegemaakt en toch een aardig aantal albums uitgebracht. We zijn gedreven begonnen aan ons laatste werk maar we plannen verder geen optreden met de “Ambiorix” muziek, geen afscheidsconcert of wat dan ook. Ik had het gevoel dat ik iets anders kon doen en omdat ik gewend ben om altijd veel tijd en energie te steken in welk muzikaal project dan ook, zag ik het dan ook niet anders mogelijk dan met Militia te stoppen om me juist die ruimte te geven. We zijn gestart in 1988 en ik heb het geluk gehad om steeds opnieuw nieuwe muzikanten te vinden en warm te maken om bij Militia te spelen, ik hou de bezettingswissels al lang niet meer bij. Nee, ’t was mooi en prachtig geweest, tijd nu voor iets anders. En bij deze dan ook een heel hartelijke dank aan al onze fans voor wie het nog altijd mogelijk is om hun collectie Militia-albums aan te vullen of om met mij contact te houden. Dank je wel!