‘Greatest hits’. Het is een wat ironische benaming voor het optreden van een groep die nooit een hit gescoord heeft, en ook nooit eentje zal scoren. ‘Mochten we enkel op de verkoopcijfers afgaan, dan zou het een heel kort optreden geworden zijn’, liet zanger Blixa Bargeld de dag na het optreden weten. Het zijn dan ook niet de ‘hits’, maar ‘the songs that hit us de most’ (de nummers die ons het meest aangeslagen hebben). Dat deze definitie misschien verschilt van wat de fans als de grootste schlagers beschouwen, was wel duidelijk. Geen plaats voor Sehnsucht, Yü-Gung, Seele Brennt, Feurio of Headcleaner. Het optreden was voornamelijk gewijd aan de nummers die onder de huidige incarnatie van de Neubauten geschreven werden, in het nieuwe millennium dus.
Het moeten nochtans boeiende jaren geweest zijn, de begindagen in 1980 waarin Blixa Bargeld en N.U. Unruh in duistere keldertjes en gaatjes in een brug lawaai begonnen te maken. F.M. Einheit van de Duitse punkgroep Abwärts vervoegde de groep voor de opnames van het debuut ‘Kollaps’ uit 1981, een album dat meer als een statement en een kaakslag aan de klassieke muziekindustrie klinkt. Als de groep op tournee vertrok kwam ook Abwärts-bassist Mark Chung erbij. Het vijftal zal gedurende de jaren 80 uitblinken in een tomeloze experimenteerdrift die het sublieme en buitengewoon duistere ‘Die Zeichnungen des Patienten O.T’ en het even geslaagde en misschien iets toegankelijkere ‘Halber Mensch’ voortbrengen. Opvolger ‘Fünf auf de nach oben offenen Richterskala’ beschouw ik persoonlijk als minder geslaagd.
Alles komt in een stroomversnelling met ‘Haus der Lüge’ uit 1989, een plaat die vaak als de beste van de Neubauten wordt beschouwd. Waar vroeger veel ruimte werd gelaten voor improvisatie en de nummers eerder skeletten waren waarop de verschillende groepsleden hun eigen ding mochten die - lees: erop los slaan - kregen die nu een vastere struktuur. Neem nu het titelnummer, dat als oudste nummer op het concert gespeeld werd (alsof de eerste negen jaar van geen tel waren). Het was één van de eerste nummers waarvan de tekst bestond voor de muziek. De tekst is dan ook geniaal en beschijft een gebouw - het gebouw van de mensheid - dat volledig uit leugens opgetrokken is: de blinden geloven wat ze zien, de doven wat ze horen, schriftgeleerden kunnen hun eigen schrift niet ontcijferen, en op het dak… woont god, maar die schiet zich uit wanhoop een kogel door het hoofd. Haus der Lüge betekende op lyrisch en muzikaal vlak een grote sprong voorwaarts.
Opvolger ‘Tabula Rasa’ laat even op zich wachten. Niet alleen houden de Neubauten zich in de tussentijd bezig met diverse theatervoorstellingen - iets waar ze wellicht meer geld mee verdienden dan met hun platen - ook kampte Bargeld met een schrijversblok. Maar tijd brengt raad en ‘Tabula Rasa’ werd eveneens een sublieme plaat. Het prachtige ‘Die Interimsliebenden’ - voorafgegaan door de sneer ‘ben je één van die jonge mensen die graag oude Neubauten hoort?’ - mag de plaat vertegenwoordigen, alweer een nummer waarvan de tekst voor de muziek bestond. Het werk voor een opvolger verloopt opnieuw uiterst traag, en bijgevolg verlaten twee belangrijke leden het schip. Mark Chung, die al jaren de financiën op zich nam en zijn kans zag om carrière te maken in de muziekindustrie, vertrok als eerste. F.M. Einheit hield het nog een tijdje vol, maar toen bleek dat de relatie tussen hem en Bargeld niet meer vlotte hield ook hij het voor bekeken. ‘Ende Neu’ wordt nog afgewerkt met de overgebleven drie leden en is een halfslachtige plaat met een paar steengoede maar ook een aantal zwakkere nummers, zoals The Garden dat de Greatest hits-avond mocht openen.
Het duurt tot 2001 vooraleer de groep terug op de voorgrond treedt. Jochen Arbeit en Rudolf Moser - beiden afkomstig uit de Duitse post-rock groep Die Haut - hebben de leegekomen plaatsen ingenomen. ‘Silence is sexy’ wordt door de kritieken de hemel in geprezen. ‘Die Befindlichkeit des Landes’ is zoals steeds een hoogtepunt, een nummer dat bedenkingen over de architectuur in Berlijn koppelt aan verwijzingen naar Walter Benjamin. Maar het meest merkwaardig zijn ‘Sonnenbarke’ en het laatste bisnummer ‘Total Eclipse of the Sun’, twee nummers die ontstaan waren als een experiment rond de zonsverduistering van 1999. Blixa Bargeld riep fans toen op om opnames te maken van wat gebeurde tijdens de eclips. Viel alles dan stil? Zouden de vogels werkelijk ophouden met zingen? Welke geluiden zijn dan nog waarneembaar? (Bargeld grapt erbij dat de groep de hele dag onderweg geweest is omwille van de electriciteitseclips in de luchthaven van Zaventem. 'Hoe is het mogelijk? Ik heb mijn oplader altijd bij me?’)
Einstürzende Neubauten moet één van de eerste groepen geweest zijn die een beroep deden op het concept van ‘crowdfunding’, door fans op te roepen om voor in ruil voor financiële steun ‘supporter’ te worden en toegang te krijgen tot een website waarbij ze alle repetities kunnen volgen, exclusieve optredens kunnen meemaken en archieven kunnen consulteren. Eens de volgende plaat af was - het alweer zeer sterke ‘Perpetuum Mobile’, een conceptplaat over verplaatsingen - kregen de supporters een exclusieve cd toegestuurd met alternatief materiaal. Dat de supporters ook nog eens naar de winkel moesten lopen om de originele cd te bemachtigen en zich daardoor bekocht voelden, werd achteraf door Blixa Bargeld aangeduid als ‘een fout’. Youme & Meyou, Dead Friends (Around The Corner) en het eerste bisnummer Ein leichtes leises Säuseln mogen de cd vertegenwoordigen.
Het supportersprogramma wordt verdergezet, en deze keer hebben de supporters recht op de exclucieve en prachtige cd ‘Grundtück’, dat niet in de handel verkrijgbaar is. Hier werd begrijpelijkerwijs niet uit gespeeld op dit 'Greatest Hits'-optreden. (Achteraf zouden verschillende ‘exclusieve’ nummers wel het licht zien op de dvd ‘Palast der Republik’ en op de verzamelaar ‘Strategies Against Architecture IV’, waardoor sommige supporters zich alweer bekocht voelden, maar goed.) In de derde fase van het supportersprogramma wordt weer een cd op de voor iedereen toegankelijke markt gebracht: ‘Alles Wieder Offen’, dat opgebouwd is rond ee uitgebreid terugblikken op het oeuvre van de groep. De supporters kregen dezelfde cd met alternatieve en vooral langere versies. Ook deze cd is goed vertegenwoordigd met Susej, het heerlijk uitgetrekte Unvollständigkeit, het prachtige Nagorny Karabach en vooral Von Wegen, dat met extracten uit Halber Mensch en Sehnsucht misschien enig soelaas bracht aan de ‘jonge’ mensen die oude Neubauten wilden horen. (In werkelijkheid waren er geen jonge mensen in de zaal aanwezig, maar swat.)
Na ‘Alles Wieder Offen’ werd het even stil rond de groep. Ze namen een pauze en er waren geruchten dat dit het einde was. In 2010 vierden ze echter hun 30ste verjaardag in de AB. Ondergetekende was erbij en heeft zelfs het optreden van 25 jaar Neubauten besproken. En ja, de set van vanavond verschilde maar weinig van het optreden van vijf jaar geleden (al hebben ze toen volgens mij meer gespeeld). Logisch ook, want sindsdien hebben ze slechts één cd uitgebracht - Lament - en dat is voer voor het optreden van morgen. Verschillend was wel dat ze toen een tweede dag toevoegden waar meer zeldzaam materiaal gespeeld werd, en daar hoorden we toen wel wat oudere dingen. Ook toen hoorden we mensen klagen dat de oudere nummers niet aan bod kwamen, en ook toen vonden we het desalniettemin een uitstekend optreden. In 2005 daarentegen, de viering van 25 jaar Neubauten, had de groep via internet aan de fans gevraagd welke nummers ze wilden horen en daaruit een setlist opgemaakt. Een goed idee voor het volgende jubileum, misschien?
Setlist: The Garden / Nagorny Karabach / Die Interimsliebenden / Dead Friends (Around the Corner) / Unvollständigkeit / Youme & Meyou / Haus der Lüge / Die Befindlichkeit des Landes / Sonnenbarke / Von Wegen / Sabrina / Susej
Bis 1: Ein Leichtes Leises Säuseln / Redukt / Alles
België heeft als enige het voorrecht om twee voorstellingen van Einstürzende Neubauten op twee dagen tijd te ontvangen: eerst de ‘Greatest Hits’-voorstelling, en de dag erna ‘Lament’, het conceptwerk van de Neubauten over de Eerste Wereldoorlog. Eerder hadden we al het voorrecht om de première van ‘Lament’ te mogen bijwonen, want oorspronkelijk was dit spektakel bedoeld als een deel van de West-Vlaamse herdenkingen van de wereldoorlog. Dat de Neubauten er werk van gemaakt hebben en er een uitstekende cd - ‘Lament’ - uit gedestilleerd hebben, rechtvaardigt dat ze er nu de wereld mee rondgaan.
Het was uiteraard de vraag wat deze uitvoering in de AB - een zaal waar de Neubauten intussen kind aan huis zijn - zou toevoegen aan de première in Diksmuide eind 2014. Het antwoord is: behoorlijk wat. Het gaat inderdaad grotendeels om dezelfde uitvoering, maar we herinneren ons nog levendig hoe onzeker en afgepeigerd zanger Blixa Bargeld was tijdens de première. Deze keer blinkt hij van zelfvertrouwen en is hij in topvorm. De opvoering in een conventionele zaal was ook verschillend van de opvoering in een voormalige treinhangar in Diksmuide. Zo kwamen de lichtshow en de opstelling op het podium hier veel beter tot hun recht.
Het optreden steekt van wal met ‘Kriegsmachinerie’. En ja, de Neubauten tonen er weer mee aan dat ze blijven zoeken naar alternatieve vormen van muziek maken. Het nummer heeft een tekst, maar die wordt niet gesproken of gezongen. Die dient als achtergrond bij de muziek - in feite een opeenvolging van schurende geluiden die steeds luider weerklinken - en worden gevisualiseerd door de opschriften die Bargeld in de lucht houdt tijdens het nummer. ‘Hymnen’ - een samensmelting van volksliederen als ‘God Save The King’ en ‘Heil dir im Sigerkranz’ - en ‘The Willy-Nicky Telegrams’ - een nummer gebaseerd op de correspondentie tussen tsaar Nicolas en keizer Wilhelm in de dagen voor de oorlog - wijzen beiden op de verwevenheid van de verschillende koningshuizen die tegen elkaar ten strijde trokken. ‘In de loopgraaf’ is het eerste gedicht dat de Neubauten vertonen van ene Paul van den Broeck, een Vlaamse modernistische oorlogsdichter waarvan Bargeld later toegaf dat hij het personage zelf opgemaakt had.
Dan volgt de percussieversie van de Eerste Wereldoorlog. In bijna een kwartier tijd wordt via getrommel op een aantal buizen - die de oorlogvoerende landen moeten voorstellen - het verloop van de oorlog verteld. Diverse stemmen sommen de grote slagen op - in het begin vallen vele Belgische namen, waaronder Diksmuide, wiens val oorspronkelijk herdacht werd met ‘Lament’ - terwijl Bargeld de landen reciteert die in de oorlog stappen - veel in het begin, later enkel nog landen als Roemenië en Griekenland die zich vooral aansloten om territorium te kunnen veroveren op hun vijanden. En de Verenigde Staten, die zich oorspronkelijk neutraal opstelden maar hun Britse partners bleven bevoorraden over zee, terwijl de Duisters onder een loodzwaar embargo leden. De Duitsers zetten hiertegen een onbeperkte duikbotenoorlog in die verschillende Amerikaanse schepen torpedeerden. De VS verklaarden Duitsland de oorlog - wellicht ook omdat ze sterk hadden geïnvesteerd in een overwinning van de geallieerden - en de combinatie van het embargo met de verse Amerikaanse troepen deden Duitsland uiteindelijk de das om.
Unruh trilt met zijn benen. Hij is het slachtoffer van shellshock of posttraumatische stresssyndromen. Hacke loopt op (muzikale) krukken rond. Dit is ‘Achterland’, het tweede gedicht van Paul van den Broeck. Terwijl Blixa zingt over luizen en ontluizing - ‘ze zouden mijn gedachten ook moeten ontluizen’ - duiken geluiden op van ontluizingen, percussie op obussen en gestrijk op de snaren van Hackes kruk. ‘Armenia’ is ouder dan alles wat gisteren op de ‘Greatest Hits’ gespeeld werd en werd wellicht in deze show opgenomen omdat het naar de Armeense genocide verwijst. Ter herinnering: toen het Ottomaanse Rijk - tegenwoordig Turkije - in de oorlog stapte, koloniseerde het nog heel wat gebieden in Europa en Azië. De Armeense - christelijke - minderheid werd met wantrouwen bekeken als niet loyaal genoeg aan het Rijk. De Ottomaanse heersers besloten eerst om Armeense leiders te arresteren en later om de hele Armeense bevolking te verhuizen naar Syrië. De verbannen Armeniërs werden tijdens hun tocht onophoudelijk aangevallen of kwamen massal om van honger en dorst. Wat begon als een grootschalige etnische zuivering eindigde in een genocide waarbij een half tot anderhalf miljoen doden vielen.
Aan ‘Lament’ is heel wat onderzoek vooraf gegaan. Blixa Bargeld huurde twee wetenschappers in om onderbelichte of merkwaardige elementen uit de wereldoorlog op te zoeken. Zo kwam hij onder meer het bestaan van de Harlem Hell Fighters te weten, een zwart regiment uit de Verenigde Staten dat door de strikte rassenscheiding in hun thuisland onder Frans bevel vocht. De Harlem Hell Fighters waren de eersten om de Rijn over te steken, werden door vriend en vijand gevreesd om hun vechtkunst en vooral… hadden de beste muziekgroep. ‘On Patrol In No Man’s Land’ is het eerste nummer dat de Neubauten van deze groep coveren. ‘Lament’, het titelnummer, is nog meer doordacht. Het systeem van koorgezang door de verschillende groepsleden werd verder geperfectioneerd ten aanzien van de eerste keer dat het gebruikt werd op ‘Grundstück’. Maar vooral maakt de groep gebruik van wasrollen - een vroege manier om geluidsopnames te maken - die Duitse linguïsten hebben opgenomen in hun studie naar taal en muziek van de veroverde volkeren. Daarbij werd aan de krijgsgevangenen gevraagd om het verhaal van de verloren zoon op te zeggen, zodat men de verschillende talen en dialecten kon vergelijken. De Neubauten spelen vanavond die wasrollen af terwijl het strijkerskwartet het motet ‘de verloren zoon’ door Clemens non Papa - die begraven ligt in Diksmuide - speelt. Een zeer intens moment. Ook op ‘How Did I Die’ - een klassiek Neubauten nummer - toont het strijkerskwartet welke absolute meerwaarde het biedt voor deze prachtvertoning.
Het is het einde van de reguliere set. Voor de bisnummers gaat Bargeld gehuld in een mantel van witte veren (of is het papier?). Hij brengt het prachtige anti-oorlogsnummer ‘Sag mir wo die Blumen sind’, een compositie van Pete Seeger uit 1955 dat in vele talen werd vertaald. In ‘Let’s Do It A Dada’ - oorspronkelijk verschenen op ‘Alles wieder offen’ uit 2008 - etaleren de Neubauten nogmaals hun fascinatie voor dadaïsme en modernisme. Bargelds pseudoniem - zijn echte naam is Christian Emmerich - verwijst naar een dadaïst, en de referenties naar de eerder vernoemde dichter-pacifist Paul van den Broeck spreken eveneens boekdelen. Het nummer gaat ook in op de politieke context van de beweging. Het dadaïsme is in zekere zin een reactie op het zinloze geweld van de Groote Oorlog. Het nummer bevat referenties naar de aanwezigheid van verbannen Russische revolutionairen in Zwitserland - de bakermat van het dadaïsme - en naar de verwevenheid van de futuristen met de Italiaanse fascisten. De eerste bisronde eindigt met ‘All Of No Man’s Land Is Ours’, opnieuw een prachtnummer van The Harlem Hell Fighters met een sublieme adaptatie door de Neubauten.
De tweede bisronde begint weer met een interessante vondst. In het Duitse Rundfunkarchiv vond Bargeld de opname van een in vergetelheid geraakte cabaretier die het begin van de wereldoorlog vertolkte met dierenimitaties. De vertolking is vooral interessant omdat het eindigt met een pauw die aanvankelijk graaf Häseler meent te erkennen - een belangrijke veldmaarschalk in de Frans-Duiste oorlog van 1871 - die daarna Hitler blijkt te zijn, een korporaal uit het Duitse leger die in 1923 - het jaar waaruit de originele opname van het nummer stamt - aan het hoofd stond van de snel groeiende NSDAP. Een indicatie van hoe snel Hitler gebruik maakte van de Duitse vernedering in de oorlog om aan een steile politieke opmars te beginnen. ‘Ich gehe jetzt’ is de finale afsluiter die volgens mij niets anders betekent dan dat het tijd is om te gaan. We hebben twee dagen na elkaar kunnen genieten van uitstekende optredens van één van de meest originele en interessante groepen op deze planeet, en ik heb geen spijt dat ik erbij was.
Setlist: Kriegsmachinerie / Hymnen / The Willy-Nicky Telegrams / In de loopgraaf / Der 1.Weltkrieg (Percussion Version) / Achterland / Armenia / On Patrol In No Man's Land / Lament / How Did I Die
Bis 1: Sag mir wo die Blumen Sind / Let's Do It A Dada / All Of No Man's Land Is Ours
Bis 2: Der Beginn des Weltkrieges 1914 (dargestellt unter Zuhilfenahme eines Tierstimmenimitators) / Ich gehe jetzt
Als lid van Malaria!, Mania D. en zelfs van de eerste versie van Einstürzende Neubauten speelde Bettina Köster een sleutelrol in de ondergrondse Berlijnse scène van eind jaren 70, begin jaren 80. Ze is nu de vijftig voorbij, maar blijft nog steeds punk. Binnen een paar maanden speelt ze op het BIMfest in Antwerpen. We belden haar op in haar huidige verblijfplaats in Italië.
Ik neem aan dat alles begon toen je eind jaren 70 naar West-Berlijn verhuisde om kunst te studeren. Waarom ben je verhuisd? Was je aangetrokken door de ondergrondse scène in West-Berlijn?
Ik ben als kind in Berlijn opgegroeid. Toen ik 15 was moest ik naar West-Duitsland verhuizen, naar een klein stadje waar ik absoluut niet van hield. Ik wou altijd al terug naar Berlijn. Het ingangsexamen voor de kunstschool vond daar eerder plaats dan op de andere school in Essen - in het Ruhrgebied. En de school was zo mooi, in zo’n prachtig gebouw. ik werd aanvaard in Berlijn en was erg blij om terug te keren. Ik was al eerder begonnen met saxofoon. Met weinig succes, want mijn buren werden gek elke keer als ik speelde. Ik was echt blij om in Berlijn te belanden als al die dingen tot stand kwamen, de nieuwe muziekscène. De SO36 - de club in Kreuzberg - had net geopend, net als de Jungle discotheek. Ik ging naar Berlijn en ineens begon van alles te gebeuren.
Er gebeurden toch al lang dingen. West-Berlijn had een speciaal statuut. Ik wil even Wolfgang Müller citeren, van de zeer experimentele groep Die Tödliche Doris. Hij zij dat West-Berlijn een ‘artificieel in stand gehouden constructie, een gesubsidieerd symbool van het vrije westen’, waar je erg goedkoop kon leven indien je eerder slechte woonomstandigheden aanvaardde, en dat je een hoop vrijheid gaf om de gekste ideeën uit te werken op artistiek vlak… Wat denk jij hiervan?
Dat is grotendeels juist. Berlijn had dit speciaal statuut omwille van de muur. Er was ook geen legerdienst. In West-Duitsland moesten jongens 18 maanden naar het leger. Indien je naar Berlijn verhuisde werd je vrijgesteld. Er was een grote toevloed van zogenaamde ‘Wehrdienstverweigerer ‘ (dienstweigeraars). Ik denk dat Berlijn ook een beetje anders was omwille van de generatie van ’68, de APO (Außerparlamentarische Opposition, buitenparlementaire oppositie). Zij deden een hoop dingen. Toen ik naar school ging in Berlijn was één van mijn leerkrachten van de APO. Ik heb net naar een film gekeken die ze over ons gemaakt hebben. Als ik erop terugkijk, dan kwam mijn punk-attitude toch van de ideeën die ik op school meekreeg. Het begon niet in ’77 of ’78. Ik denk dat Wolfgang pas later toekwam.
Ik denk dat hij sprak over de vroege jaren 80…
Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat hij één of twee jaar lager zat in de kunstschool. Ik denk dat hij in 1981 toegekomen is of zo. Hoe dan ook, Berlijn had een ander statuut dan de rest van Duitsland, maar een ander belangrijk verschil was dat er geen sluitingsuur was. Clubs en bars konden de ganse nacht open blijven, terwijl ze in de rest van Duitsland denk ik om 1 uur moesten sluiten. Hij had ook gelijk over de leefomstandigheden. Het was een paradijs, maar het was een erg armzalig paradijs.
Laten we het hebben over je eerste stappen in de muziekwereld. Ik denk dat je eerste groep Din-a-testbild was…
Ja. Ik heb een heel korte tijd met hen gespeeld. We hebben een optreden in Hamburg gedaan, dat trouwens mijn eerste optreden ooit was. Ik was volledig in chock. (lacht) Het was in de Markthalle, op een festival dat ‘In die Zukunft’ heette. Hamburg was veel meer punk en gewelddadig dan Berlijn. Bovendien was er een nabijgelegen gevangenis. De gevangenen kregen af en toe een vrije dag, meestal op vrijdag. Dan kwamen ze naar de Markthalle en… Weet je, ze droegen al mensen weg op berries vooraleer het optreden begonnen was.
Ouch…
Ik heb een beetje met Din-a-testbild gedaan, maar ben dan met een winkel begonnen: Eisengrau. Later is Gudrun Gut (het tweede kernlid van Malaria!, xk) me komen bijstaan.
Heb je Gudrun in Din-a-testbild leren kennen, of kenden jullie elkaar al langer?
Ze zat toen nog niet in Din-a-testbild. Ik zag haar in de Jungle en de SO36. Op een dag maakte ik me klaar om de winkel te openen. Zij liep voorbij en ik vroeg haar of ze erbij wou komen.
Echt? Is dat het verhaal?
Ja. Zij had geen geld, en dus zei ik ‘maar ik wel, dus…’ Zo zijn we begonnen. (lacht)
Je had dus de winkel met Gudrun, en die winkel werd zowat een trefpunt voor de West-Berlijnse ondergrondse scène.
Inderdaad. Er was nog een andere fantastische plek. Het was de Senzor platenwinkel in Belziger Strasse. Gudrun had er ook gewerkt. Senzor hield soms kleine concerten in de achterkamer. Wij waren de enige andere plek in de omgeving, en dus gingen de mensen van Senzor tot bij ons. Dat was de start.
En ik geloof dat Mania D. ook zo begonnen is, het project waarin jij en Gudrun samen muziek begonnen te maken…
Ja, met nog andere mensen. Weet je, met Eisengrau deden we shopping trips naar Italië om Fiorucci dingen te kopen en zo, maar we werkten ook samen met jonge Berlijnse designers. We hadden de steun van designers uit de oudere generatie, zoals Claudia Skoda, maar ook van mensen van onze generatie. Eén van hen was Karin Luner. Zij had samen met Beate Bartel en Eva Gössling Mania D. opgericht, maar ze repeteerden nooit omdat ze geen repetitielokaal hadden. Wij hadden een kelder onder de winkel, en we hadden gezegd dat ze daar mochten repeteren. Daarna zijn we ook toegetreden.
In die tijd speelde iedereen met iedereen. Ik was bijvoorbeeld Blixa Bargeld tegengekomen. Hij speelde films in een cinema. Ze betaalden nooit voor hun films en dus hadden ze slechts één film over die ze elke dag opnieuw vertoonden: The Rocky Horror Picture Show. Ik ontmoette Blixa en introduceerde hem bij Gudrun en de anderen. Hij had ook een groepje en een kelder. We gingen naar hem toe en maakten samen muziek, met zijn vriendin Suzy en Andrew Unruh.
En dat was dan de eerste bezetting van Einstürzende Neubauten, waar jullie ook bij betrokken waren.
Ja. Blixa kwam op een dag naar de winkel met de B.Z., wat ongeveer de Berlijnse rioolkrant is. De voorpagina vertelde dat de Kongresshalle ingestort was, en dus was de titel ‘Einstürzende Neubauten’ (instortende nieuwbouw). Wij zegden: ‘Waw, dat is een perfecte naam voor je groep’.
Iedereen speelde dus met iedereen. Er waren geen 500 groepen zoals nu. We hadden 15 à 20 mensen, en iedereen was betrokken. We hadden dat ook met de schilders Salomé en Fetting, die ze de ‘Jungen Wilden’ noemden. Zij vonden geen galerijen, en wij vonden geen plaatsen om te spelen. Er waren er gewoon geen. Dus trokken we samen op. Zij vertoonden hun kunst en wij verzorgden de muziek. We creëerden onze eigen plekken waar we konden optreden.
Het is leuk om die link te hebben tussen verschillende soorten kunst, wat destijds mogelijk was. Als ik terugkom op Wolfgang Müller, die zei ooit dat hij het onderscheid tussen hoge cultuur en subcultuur wou breken. In zekere zin zei hij dat het allemaal kon samensmelten.
Wat bedoel je met hoge cultuur?
Ik citeer hem gewoon. Hij heeft later op heel bekende plaatsen geëxposeerd. Ik denk dat het met de ‘Geniale Dilletante’ was. Hij zei: dit is hoge cultuur, want het is echt artistiek, maar het is niet bedoeld voor de elite. Het is een ondergronds cultuur, dus kan iedereen deelnemen… Ik denk dat hij dat bedoelde toen hij zei ‘we breken de grenzen tussen beiden’.
Je moet je Berlijn in die tijd voorstellen, laat ons zeggen rond ’81 of ’82. De regering van Berlijn - de senaat - had ontdekt dat het culturele aspect van Berlijn en wat daar gebeurde met die zogenaamde ondergrond heel wat bezoekers aantrok. Dus organiseerden ze open studio’s waar mensen bijvoorbeeld konden gaan kijken naar wat Salomé deed. Ze hielden ooit een receptie in een bar met de burgemeester van Berlijn. Maar niemand wou met hem praten. Ze hadden een groot buffet opgezet. Wij hadden altijd honger want er was geen geld. Het buffet was op een paar minuten op. Eigenlijk wilden we niets te maken hebben met de regering of wie dan ook uit de ‘hoge cultuur’. Later werden we echter met Einstürzende Neubauten, Mike Hentz van Minus Delta t, een paar groepen uit Düsseldorf en Malaria! uitgenodigd op Documenta in Kassel, wat ongeveer zo hoge kunst en hoge cultuur is als je maar kan geraken.
Ja, daar refereerde ik naar toen ik hoge cultuur zei…
Dan heb ik je goed begrepen. Maar daar hebben we niet zo’n goede tijd gehad. Onze curator - Karin Knöbel, die ons had uitgenodigd - had problemen met de directeurs van Documenta. Ze wilden Blixa buitengooien. We hebben allemaal gezegd dat indien hij weg moest, wij ook zouden weggaan. We waren nog steeds erg punk. Ik denk dat andere mensen niet begrepen wat we daar deden. (lacht) Hoe dan ook, we werden uitgenodigd en we zijn geweest. Met Malaria! hebben we ook in Londen in het ICA gespeeld (Institute of Contemporary Art). We kruisten dus af en toe met de kunstscène, maar het was anders dan het nu is.
Hoe belangrijk was het voor jullie dat Mania D. en Malaria! enkel uit vrouwen bestonden?
Het was belangrijk voor ons, want we hadden allemaal - toch minstens Gudrun en ik - in groepen gespeeld met mannen, en we konden onszelf nooit horen omdat de jongens altijd hun versterker veel luider zetten. We besloten dat we gehoord wilden worden. Toen hebben we dus een groep opgezet met enkel meisjes. Dat was het praktische aspect. Er was natuurlijk ook een filosofisch aspect. Vrouwen hebben een ander gevoel voor ritme, die je goed kon horen in Gudrun haar drumstijl. Ze kreeg steeds het compliment dat ze geen maat kon houden. (lacht) Maar het was ook gewild, want we wilden breken met de gedachten die toen overheersend waren, ook in de punkmuziek. We vonden dat het vrouwelijke ritme heel anders was dan de mannelijke, en aangezien we allemaal vrouwen waren wilden we dat vrouwelijke aspect onderzoeken, vrij van vooroordelen en vastgeroeste regels.
Laat ons terugkeren naar de punk, en naar wat ervoor gebeurde, in ’78 of ’79. Ik heb gehoord dat jullie met Mania D. hulp kregen van Tangerine Dream, die Krautrock pionieren met hun elektronische muziek.
Dat was niet met Mania D. maar met Malaria! In het begin was dat enkel Gudrun en ik. Christopher Francke van Tangerine Dream had ons ergens gezien en wou ons helpen. Hij bracht ons naar zijn studio, wat echt adembenemend was. Het zag er binnen als een Griekse tempel uit. Dan kwam Klaus Krüger, die bij Tangerine Dream was, maar destijds ook bij Iggy Pop speelde. Hij bracht een bevriende drummer mee die met Glenn Francke speelde in The Static: Christine Hahn. We hadden haar echt graag en hebben haar gesmeekt om bij de groep te komen.
Tangerine Dream was fantastisch. Er waren drie groepen in Berlijn: Tangerine Dream, Ash Ra Tempel en ik vergeet de derde (Kluster?, xk). Het feit dat ik de hulp kreeg van deze groepen en muzikanten toen ik jong was heeft me erg beïnvloed. Als ik denk aan de mogelijkheden en kansen die ik gekregen heb, wil ik graag iets terugdoen, om ook jongere groepen te helpen. Vind je het erg als ik even afwijk?
Neen, vertel ons over de jongere groepen die je wil promoten?
In september doe ik een optreden in Berlijn dat deel uitmaakt van een serie. Het doel van deze serie is een soort mentorschap waar oudere muzikanten jonge muzikanten voorstellen die ze erg goed vinden en dat ze dan samen iets doen. Ik heb een groep met mijn vriend Anton uitgekozen. Hij is een echte punk. Hij is nu 20 of 21, maar ik ken hem sinds hij 16 was. Hij is fantastisch en zijn groep heet PUFF. Mensen hebben ons toen geholpen, en wij helpen graag de jonge generatie.
Een andere iemand die jullie geholpen heeft is John Peel. Ik eb deze gekke anecdote gehoord dat John Peel belde. Gudrun nam op en verstond gewoon geen woord Engels, dus moest ze ophangen.
Gudrun haar Engels was toen heel heel slecht.
Maar jullie hebben toch maar voor John Peel opgenomen, en dat is een grote naam…
Hij hield echt van wat we deden. Ik heb geen idee van hoe hij aan onze plaat van Mania D. is geraakt, maar één van onze nummers werd lied van het jaar. Toen Mania D. ontbonden was nodigde hij ons uit met Malaria! om een John Peel session op te nemen. Ik heb er onlangs nog naar geluisterd, en het is best wel goed.
Iets anders dat we zeker moeten vermelden is jullie aandeel in de ‘Geniale Dilletante’, dat opnieuw een scène was waar iedereen met iedereen speelde. Kan je ons daar iets meer over vertellen?
De SO36 - beheerd door Martin Kippenberger en Andy Rohe - was gesloten. Het werd eerst een goedkope tapijtenwinkel, en dan een Turkse trouwzaal. Doordat de SO gesloten was hadden we nergens meer om te spelen. Samen met een paar vrienden gingen we naar de huwelijkszaal en vroegen of we het niet voor één nacht konden gebruiken. En daar kwamen dan ongeveer alle groepen uit Berlijn bijeen, van deze stijl van muziek natuurlijk. Zo begon het. Omdat we geen andere plekken hadden om op te treden.
Ik weet niet hoe lang het geduurd heeft. Ik weet enkel dat het in 1980 opgericht was. In ’81 of ’82 stopte Mania D., en uit de assen rees dan Malaria!
Mania D. stopte in 1980, en we startten Malaria in ’81. Er was een groot festival, want er waren geen andere plekken. Ik denk dat het geboekt was door Monika Döring. Zijn kon groepen naar de Tempodrom krijgen, een voormalige circustent. Daar ging een festival door dat ‘Geniale Dilletante’ genoemd was. Ik denk dat het in ’81 was.
Malaria! heeft echt internationaal succes gehad, vooral met het nummer ‘Kaltes Klares Wasser’ dat een hit werd. Hoe voelden jullie zich bij het idee om als undergroundgroep zo’n succes te hebben?
Wij waren echt dilettanten, we hadden gewoon geen flauw idee. We bevonden ons zo buiten de muziek business, vooral de commerciële kant ervan. Het leek ons allemaal heel normaal te zijn. De andere reden waarom we zo vaak internationaal speelden was dat ze in Duitsland niet naar ons luisterden of concerten voor ons organiseerden. In ’81 - denk ik - gingen we naar New York. Een producer had ons zien spelen op een vrouwenfestival in de Tempodrom, en had ons in New York uitgenodigd. We hebben gespeeld in de Mudd Club, Hurrah’s en Studio 57. Dat had op zijn beurt weer indruk gemaakt op de Duitsers.
Vanaf het begin voelden we ons meer verbonden met de groepen van Londen en New York dat met de Duitsers. De SO speelde daar zeker een rol in. Het werd voornamelijk gefinancierd door Martin Kippenberger. Hij had geld om al die No Wave New York mensen uit te nodigen, filmregisseurs en muzikanten: Adele Bertei, Lydie Lunch en ik denk ook Jim Jarmusch. Ze kwamen rechtstreeks uit New York naar de SO. Daarom was Berlijn heel hip. Indien deze mensen hun zinnen gezet hadden om in Berlijn een tour te spelen, waarbij ze door kleine bedragen te verzamelen hun kosten moesten dekken, dan was het onmogelijk geweest. Hij nodigde ook groepen uit Londen uit. Wij ontmoetten die dan en werden bevriend. Het was dan ook een natuurlijke ontwikkeling voor ons om naar Londen en New York te gaan. Nog een andere aspect was dat we een Belgisch label hadden, Les disques du crépuscule, de continentale partner van Factory Records. We waren eigenlijk al meer internationaal dan de meeste Duitse groepen van bij de start. En we waren nergens van onder de indruk, want wij wisten van niets en we waren punks, en zo waren ook alle anderen.
New York is erg belangrijk geworden voor jou. Er is een anecdote - ik weet niet of met met Mania D. of Malaria! was - dat jullie een hand hadden in de ontstaan van Sonic Youth. Klopt dat?
(lacht luid) Dat was in 1979. We waren daar gegaan met Mania D. Eigenlijk waren het enkel Beate en ik, en een paar meisjes uit New York. Anna Domino was erbij, en Lisa Rosen. Ik had een ontstoken wijsheidstand, en was dus niet in opperbeste staat. Het was in de Tier 3, een heel coole club. Ze hadden een cinema van boven en daaronder een concertzaal. Elke muzikant in New York was er. Lisa besloot om saxofoon te spelen, alhoewel ze dat nog nooit gedaan had. Anna Domino kreeg een aanval van podiumangst. Karin - onze drumster, ze was ook van Mania D. - sprong uit haar drumstel en moest haar schudden opdat ze synth zou spelen of iets anders. Het was zo erg dat Karin zich tijdens de pauze in de toiletten verstopt had. Maar op de ene of de andere manier werkte het toch. Thurston Moore kwam binnen en zag ons, en hij zei dat als wij met zoiets wegkwamen, hij ook een groep kon starten. Toen startte hij Sonic Youth met Kim Gordon. (lacht)
Het was echt verschrikkelijk. Ik zal het nooit vergeten. John Lurie van The Lounge Lizards - een saxofoonspeler - stond op de eerste rij. Toen ik probeerde op mijn sax te spelen keek hij naar mij en schudde met zijn hoofd. (lacht lang) We voelden ons echt van ‘oh neen, dit is zo beschamend’. Maar we hebben nog een ander concert gehad dat nog erger was. Dat was in ’81. Wil je dat je vertel?
Ja, natuurlijk!
Goed. we werden verondersteld met een soort all-star band te spelen in de Peppermint Lounge in New York. Het was met Adele Bertei, Laura Kennedy van Bush Tetras en Pat Place. Voor de show gingen we naar het feestje van een Japanse groep, The Plastics. Daar waren een hoop gasten: de mensen van B-52's, Tina Weymouth, David Byrne… Zij zegden: ‘oh, de meisjes gaan optreden, laat ons gaan kijken!’ Ze kwamen dus allemaal naar de Peppermint Lounge. Adele was zo dronken dat ze op de grond moest gaan liggen. Gudrun en ik stonden vooraan bongo te spelen, (lacht) en ik denk dat Laura zelfs overgegeven heeft op het podium, of iets in dien aard. (lacht nog) Dat was nog beschamender dan de Tier 3. (lacht nog harder)
Fantastisch verhaal! (lacht) En dus verhuisde je daarna - in ’82 - naar New York.
Dat was in ’83.
En Malaria! bleef gewoon verder bestaan. Was het moeilijk om de groep in stand te houden met zo een grote afstand tussen jullie?
Ja, dat was moeilijk. We hebben samen nog een plaat gemaakt, en hebben dan het project voor onbepaalde tijd stilgezet. Ik denk dat het in ’84 was.
Ja, het einde was in ’84.
Het was eigenlijk geen slechte beslissing. In ’84 begon alles wat vreemd te worden. We waren hongerig, hadden genoeg gedaan. We leden onder het feit dat we altijd blut waren, en sommigen wilden commerciëler worden. De industrie had een veel grotere vinger in dit soort muziek. Mensen wilden commerciëler worden. Andere muzikanten besloten dan weer dat ze hier niet aan wilden deelnemen. Ze wilden hun liefde voor muziek niet verliezen omwille van commerciële zaken of de industrie, en verlieten liever de muziekwereld. Vanaf ’84 kwamen al deze vreemde groepen op die echt niets gemeen hadden met ons… Ik bedoel, het werd al eerder new wave genoemd, maar die groepen… Ik wil niet zeggen dat ze artificieel waren, maar ze hebben dat typisch jaren 80 geluid gecreëerd. Laat ons het zo zeggen.
Jullie zijn er dus even mee opgehouden, het was niet echt een split. Jullie kwamen met Malaria! terug in het begin van de jaren 90.
Ik had nog een andere groep in New York met verschillende mensen, allemaal uitwijkelingen uit Europa, zoals Barbara Gogan van The Passions en Sara Lee van Gang of Four. Ze waren allemaal naar New York gekomen in de vroege jaren 80. We hadden twee jaar lang een groep, en dan heb ik me een tijdje uit de muziek teruggetrokken.
Tot aan het begin van de jaren 90…
Ja. Ik leefde toen in Holland en de meisjes van Malaria! zijn me daar komen bezoeken. We hebben een 12-inch gemaakt die geproduced werd door Jim Thirlwell van Foetus. Daarna gingen we naar Berlijn en namen er een andere plaat op met Malaria! - ‘Cheerio!’ - dat best een leuke plaat is. Er staan een paar goede nummers op. Daarna zijn we weer uit elkaar gegaan.
Ik weet niet of ik elk project kan opnoemen waar je bij betrokken was. Ik ben op de hoogte van Autonervous en van je solo-cd ‘Queen of Noise’ uit 2009, waarvan de titel trouwens een verwijzing is naar iets dat John Peel destijds gezegd had.
Ja, hij had ons zijn ‘queens of noise’ genoemd met Mania D., en dus vond ik dat ik het recht had om mijn cd ‘Queen of Noise’ te noemen.
Wat ik opmerk over deze latere projecten - zowel je solo-cd als Autonervous - is dat ze steeds die vonk van waanzin behouden die Malaria! ook had. Ze zijn een beetje uit hetzelfde hout gesneden.
Hoe moet ik dit verwoorden? Ik was een deel van Malaria! en van Mania D. en dit album is ook een deel van mij, dus - en ik wil niet vreemd klinken - staat mijn hart of mijn muzikale identiteit er ook op. Ik ben er nog steeds en dit is wat ik ben.
Ben je momenteel aan nieuwe projecten aan het werken?
Ja. Ik zit hier thuis in mijn home studio, en ik werk al een tijdje aan nieuwe liederen. Ik wil een nieuwe plaat maken, mark ik werk heel heel traag. Ik hou ervan om hier te werken. Ik zit op het platteland, dicht bij de Middelandse zee. ’s Ochtends geef ik mijn planten water en ga ik zwemmen. Daarna zit ik in de studio. Ik heb oorspronkelijk klassieke gitaar geleerd, en ik was er best goed in. Maar in de punk tijden - met Mania D. en Malaria! - hadden we besloten om allemaal instrumenten te spelen waarin we geen onderwijs over hadden gehad, die we niet echt geleerd hadden, om de regels in de muziek te breken en zo. Onlangs heb ik mijn gitaar terug opgenomen, en ik moet zeggen dat ik er echt van geniet. Als ik aan een plaat begin, heb ik steeds een idee of een concept, maar eens ik eraan begin verandert dat toch helemaal. Het is een reis, en ik vraag me af waar die me naartoe zal leiden. In dat stadium zit ik nu. Als ik op het BIM festival kom spelen, begin september, hoop ik een paar van mijn nieuwe nummers voor te stellen.
Dat zou leuk zijn. Als ik je beschrijving hoor, kijk ik er al naar uit. We herinneren ons je optreden op het Gothic Festival in Waregem in 2010, net na de uitgave van ‘Queen of Noise’. Ik vond dat erg goed; Het was zeer minimalistisch en plezant chaotisch. Je was enkel vergezeld van een drumster, en dus wou ik weten of het op het festival iets gelijkaardigs zou zijn.
Ja, het zal een beetje hetzelfde zijn. Anderzijds zal ik een aantal covers brengen, dingen waar ik erg veel van hou, die me beïnvloed hebben of waar ik veel naar luisterde toen ik jong was. Eén ervan is ‘Caresse’ van Psychic TV. Ik heb het al geprobeerd. Het is niet gemakkelijk, maar het is zo mooi. Ik ben dus benieuwd, maar ik heb er vertrouwen in dat ik ook een paar nieuwe nummers kan brengen. En dan natuurlijk… Ze zeggen altijd ‘Bettina, ex-Malaria!’, maar ik zou liever hebben dat ze zeggen ‘Bettina van Malaria!’. Ik heb iemand die met me samenwerkt en die me advies geeft over de zakelijke aspecten. Hij zei iets interessant. Mijn nieuwe werk is mijn nieuw werk, maar het is leuk om dat in de context te plaatsen van wat ik eerder gedaan heb. Ik heb dus naar de oude Malaria!-nummers geluisterd en er een paar uitgekozen waar ik erg van hou. Ik heb ze geschreven. Ze zijn nog steeds een deel van mij. Het is niet zomaar de oude nummers spelen omdat mensen ze willen horen, maar omdat ik ze zelf erg graag speel.
Dan denk ik dat we kunnen uitkijken naar je optreden op het festival. Dank je voor dit geweldig interview.
‘Greatest hits’. Het is een wat ironische benaming voor het optreden van een groep die nooit een hit gescoord heeft, en ook nooit eentje zal scoren. ‘Mochten we enkel op de verkoopcijfers afgaan, dan zou het een heel kort optreden geworden zijn’, liet zanger Blixa Bargeld de dag na het optreden weten. Het zijn dan ook niet de ‘hits’, maar ‘the songs that hit us de most’ (de nummers die ons het meest aangeslagen hebben). Dat deze definitie misschien verschilt van wat de fans als de grootste schlagers beschouwen, was wel duidelijk. Geen plaats voor Sehnsucht, Yü-Gung, Seele Brennt, Feurio of Headcleaner. Het optreden was voornamelijk gewijd aan de nummers die onder de huidige incarnatie van de Neubauten geschreven werden, in het nieuwe millennium dus.
Het moeten nochtans boeiende jaren geweest zijn, de begindagen in 1980 waarin Blixa Bargeld en N.U. Unruh in duistere keldertjes en gaatjes in een brug lawaai begonnen te maken. F.M. Einheit van de Duitse punkgroep Abwärts vervoegde de groep voor de opnames van het debuut ‘Kollaps’ uit 1981, een album dat meer als een statement en een kaakslag aan de klassieke muziekindustrie klinkt. Als de groep op tournee vertrok kwam ook Abwärts-bassist Mark Chung erbij. Het vijftal zal gedurende de jaren 80 uitblinken in een tomeloze experimenteerdrift die het sublieme en buitengewoon duistere ‘Die Zeichnungen des Patienten O.T’ en het even geslaagde en misschien iets toegankelijkere ‘Halber Mensch’ voortbrengen. Opvolger ‘Fünf auf de nach oben offenen Richterskala’ beschouw ik persoonlijk als minder geslaagd.
Alles komt in een stroomversnelling met ‘Haus der Lüge’ uit 1989, een plaat die vaak als de beste van de Neubauten wordt beschouwd. Waar vroeger veel ruimte werd gelaten voor improvisatie en de nummers eerder skeletten waren waarop de verschillende groepsleden hun eigen ding mochten die - lees: erop los slaan - kregen die nu een vastere struktuur. Neem nu het titelnummer, dat als oudste nummer op het concert gespeeld werd (alsof de eerste negen jaar van geen tel waren). Het was één van de eerste nummers waarvan de tekst bestond voor de muziek. De tekst is dan ook geniaal en beschijft een gebouw - het gebouw van de mensheid - dat volledig uit leugens opgetrokken is: de blinden geloven wat ze zien, de doven wat ze horen, schriftgeleerden kunnen hun eigen schrift niet ontcijferen, en op het dak… woont god, maar die schiet zich uit wanhoop een kogel door het hoofd. Haus der Lüge betekende op lyrisch en muzikaal vlak een grote sprong voorwaarts.
Opvolger ‘Tabula Rasa’ laat even op zich wachten. Niet alleen houden de Neubauten zich in de tussentijd bezig met diverse theatervoorstellingen - iets waar ze wellicht meer geld mee verdienden dan met hun platen - ook kampte Bargeld met een schrijversblok. Maar tijd brengt raad en ‘Tabula Rasa’ werd eveneens een sublieme plaat. Het prachtige ‘Die Interimsliebenden’ - voorafgegaan door de sneer ‘ben je één van die jonge mensen die graag oude Neubauten hoort?’ - mag de plaat vertegenwoordigen, alweer een nummer waarvan de tekst voor de muziek bestond. Het werk voor een opvolger verloopt opnieuw uiterst traag, en bijgevolg verlaten twee belangrijke leden het schip. Mark Chung, die al jaren de financiën op zich nam en zijn kans zag om carrière te maken in de muziekindustrie, vertrok als eerste. F.M. Einheit hield het nog een tijdje vol, maar toen bleek dat de relatie tussen hem en Bargeld niet meer vlotte hield ook hij het voor bekeken. ‘Ende Neu’ wordt nog afgewerkt met de overgebleven drie leden en is een halfslachtige plaat met een paar steengoede maar ook een aantal zwakkere nummers, zoals The Garden dat de Greatest hits-avond mocht openen.
Het duurt tot 2001 vooraleer de groep terug op de voorgrond treedt. Jochen Arbeit en Rudolf Moser - beiden afkomstig uit de Duitse post-rock groep Die Haut - hebben de leegekomen plaatsen ingenomen. ‘Silence is sexy’ wordt door de kritieken de hemel in geprezen. ‘Die Befindlichkeit des Landes’ is zoals steeds een hoogtepunt, een nummer dat bedenkingen over de architectuur in Berlijn koppelt aan verwijzingen naar Walter Benjamin. Maar het meest merkwaardig zijn ‘Sonnenbarke’ en het laatste bisnummer ‘Total Eclipse of the Sun’, twee nummers die ontstaan waren als een experiment rond de zonsverduistering van 1999. Blixa Bargeld riep fans toen op om opnames te maken van wat gebeurde tijdens de eclips. Viel alles dan stil? Zouden de vogels werkelijk ophouden met zingen? Welke geluiden zijn dan nog waarneembaar? (Bargeld grapt erbij dat de groep de hele dag onderweg geweest is omwille van de electriciteitseclips in de luchthaven van Zaventem. 'Hoe is het mogelijk? Ik heb mijn oplader altijd bij me?’)
Einstürzende Neubauten moet één van de eerste groepen geweest zijn die een beroep deden op het concept van ‘crowdfunding’, door fans op te roepen om voor in ruil voor financiële steun ‘supporter’ te worden en toegang te krijgen tot een website waarbij ze alle repetities kunnen volgen, exclusieve optredens kunnen meemaken en archieven kunnen consulteren. Eens de volgende plaat af was - het alweer zeer sterke ‘Perpetuum Mobile’, een conceptplaat over verplaatsingen - kregen de supporters een exclusieve cd toegestuurd met alternatief materiaal. Dat de supporters ook nog eens naar de winkel moesten lopen om de originele cd te bemachtigen en zich daardoor bekocht voelden, werd achteraf door Blixa Bargeld aangeduid als ‘een fout’. Youme & Meyou, Dead Friends (Around The Corner) en het eerste bisnummer Ein leichtes leises Säuseln mogen de cd vertegenwoordigen.
Het supportersprogramma wordt verdergezet, en deze keer hebben de supporters recht op de exclucieve en prachtige cd ‘Grundtück’, dat niet in de handel verkrijgbaar is. Hier werd begrijpelijkerwijs niet uit gespeeld op dit 'Greatest Hits'-optreden. (Achteraf zouden verschillende ‘exclusieve’ nummers wel het licht zien op de dvd ‘Palast der Republik’ en op de verzamelaar ‘Strategies Against Architecture IV’, waardoor sommige supporters zich alweer bekocht voelden, maar goed.) In de derde fase van het supportersprogramma wordt weer een cd op de voor iedereen toegankelijke markt gebracht: ‘Alles Wieder Offen’, dat opgebouwd is rond ee uitgebreid terugblikken op het oeuvre van de groep. De supporters kregen dezelfde cd met alternatieve en vooral langere versies. Ook deze cd is goed vertegenwoordigd met Susej, het heerlijk uitgetrekte Unvollständigkeit, het prachtige Nagorny Karabach en vooral Von Wegen, dat met extracten uit Halber Mensch en Sehnsucht misschien enig soelaas bracht aan de ‘jonge’ mensen die oude Neubauten wilden horen. (In werkelijkheid waren er geen jonge mensen in de zaal aanwezig, maar swat.)
Na ‘Alles Wieder Offen’ werd het even stil rond de groep. Ze namen een pauze en er waren geruchten dat dit het einde was. In 2010 vierden ze echter hun 30ste verjaardag in de AB. Ondergetekende was erbij en heeft zelfs het optreden van 25 jaar Neubauten besproken. En ja, de set van vanavond verschilde maar weinig van het optreden van vijf jaar geleden (al hebben ze toen volgens mij meer gespeeld). Logisch ook, want sindsdien hebben ze slechts één cd uitgebracht - Lament - en dat is voer voor het optreden van morgen. Verschillend was wel dat ze toen een tweede dag toevoegden waar meer zeldzaam materiaal gespeeld werd, en daar hoorden we toen wel wat oudere dingen. Ook toen hoorden we mensen klagen dat de oudere nummers niet aan bod kwamen, en ook toen vonden we het desalniettemin een uitstekend optreden. In 2005 daarentegen, de viering van 25 jaar Neubauten, had de groep via internet aan de fans gevraagd welke nummers ze wilden horen en daaruit een setlist opgemaakt. Een goed idee voor het volgende jubileum, misschien?
Setlist: The Garden / Nagorny Karabach / Die Interimsliebenden / Dead Friends (Around the Corner) / Unvollständigkeit / Youme & Meyou / Haus der Lüge / Die Befindlichkeit des Landes / Sonnenbarke / Von Wegen / Sabrina / Susej
Bis 1: Ein Leichtes Leises Säuseln / Redukt / Alles
België heeft als enige het voorrecht om twee voorstellingen van Einstürzende Neubauten op twee dagen tijd te ontvangen: eerst de ‘Greatest Hits’-voorstelling, en de dag erna ‘Lament’, het conceptwerk van de Neubauten over de Eerste Wereldoorlog. Eerder hadden we al het voorrecht om de première van ‘Lament’ te mogen bijwonen, want oorspronkelijk was dit spektakel bedoeld als een deel van de West-Vlaamse herdenkingen van de wereldoorlog. Dat de Neubauten er werk van gemaakt hebben en er een uitstekende cd - ‘Lament’ - uit gedestilleerd hebben, rechtvaardigt dat ze er nu de wereld mee rondgaan.
Het was uiteraard de vraag wat deze uitvoering in de AB - een zaal waar de Neubauten intussen kind aan huis zijn - zou toevoegen aan de première in Diksmuide eind 2014. Het antwoord is: behoorlijk wat. Het gaat inderdaad grotendeels om dezelfde uitvoering, maar we herinneren ons nog levendig hoe onzeker en afgepeigerd zanger Blixa Bargeld was tijdens de première. Deze keer blinkt hij van zelfvertrouwen en is hij in topvorm. De opvoering in een conventionele zaal was ook verschillend van de opvoering in een voormalige treinhangar in Diksmuide. Zo kwamen de lichtshow en de opstelling op het podium hier veel beter tot hun recht.
Het optreden steekt van wal met ‘Kriegsmachinerie’. En ja, de Neubauten tonen er weer mee aan dat ze blijven zoeken naar alternatieve vormen van muziek maken. Het nummer heeft een tekst, maar die wordt niet gesproken of gezongen. Die dient als achtergrond bij de muziek - in feite een opeenvolging van schurende geluiden die steeds luider weerklinken - en worden gevisualiseerd door de opschriften die Bargeld in de lucht houdt tijdens het nummer. ‘Hymnen’ - een samensmelting van volksliederen als ‘God Save The King’ en ‘Heil dir im Sigerkranz’ - en ‘The Willy-Nicky Telegrams’ - een nummer gebaseerd op de correspondentie tussen tsaar Nicolas en keizer Wilhelm in de dagen voor de oorlog - wijzen beiden op de verwevenheid van de verschillende koningshuizen die tegen elkaar ten strijde trokken. ‘In de loopgraaf’ is het eerste gedicht dat de Neubauten vertonen van ene Paul van den Broeck, een Vlaamse modernistische oorlogsdichter waarvan Bargeld later toegaf dat hij het personage zelf opgemaakt had.
Dan volgt de percussieversie van de Eerste Wereldoorlog. In bijna een kwartier tijd wordt via getrommel op een aantal buizen - die de oorlogvoerende landen moeten voorstellen - het verloop van de oorlog verteld. Diverse stemmen sommen de grote slagen op - in het begin vallen vele Belgische namen, waaronder Diksmuide, wiens val oorspronkelijk herdacht werd met ‘Lament’ - terwijl Bargeld de landen reciteert die in de oorlog stappen - veel in het begin, later enkel nog landen als Roemenië en Griekenland die zich vooral aansloten om territorium te kunnen veroveren op hun vijanden. En de Verenigde Staten, die zich oorspronkelijk neutraal opstelden maar hun Britse partners bleven bevoorraden over zee, terwijl de Duisters onder een loodzwaar embargo leden. De Duitsers zetten hiertegen een onbeperkte duikbotenoorlog in die verschillende Amerikaanse schepen torpedeerden. De VS verklaarden Duitsland de oorlog - wellicht ook omdat ze sterk hadden geïnvesteerd in een overwinning van de geallieerden - en de combinatie van het embargo met de verse Amerikaanse troepen deden Duitsland uiteindelijk de das om.
Unruh trilt met zijn benen. Hij is het slachtoffer van shellshock of posttraumatische stresssyndromen. Hacke loopt op (muzikale) krukken rond. Dit is ‘Achterland’, het tweede gedicht van Paul van den Broeck. Terwijl Blixa zingt over luizen en ontluizing - ‘ze zouden mijn gedachten ook moeten ontluizen’ - duiken geluiden op van ontluizingen, percussie op obussen en gestrijk op de snaren van Hackes kruk. ‘Armenia’ is ouder dan alles wat gisteren op de ‘Greatest Hits’ gespeeld werd en werd wellicht in deze show opgenomen omdat het naar de Armeense genocide verwijst. Ter herinnering: toen het Ottomaanse Rijk - tegenwoordig Turkije - in de oorlog stapte, koloniseerde het nog heel wat gebieden in Europa en Azië. De Armeense - christelijke - minderheid werd met wantrouwen bekeken als niet loyaal genoeg aan het Rijk. De Ottomaanse heersers besloten eerst om Armeense leiders te arresteren en later om de hele Armeense bevolking te verhuizen naar Syrië. De verbannen Armeniërs werden tijdens hun tocht onophoudelijk aangevallen of kwamen massal om van honger en dorst. Wat begon als een grootschalige etnische zuivering eindigde in een genocide waarbij een half tot anderhalf miljoen doden vielen.
Aan ‘Lament’ is heel wat onderzoek vooraf gegaan. Blixa Bargeld huurde twee wetenschappers in om onderbelichte of merkwaardige elementen uit de wereldoorlog op te zoeken. Zo kwam hij onder meer het bestaan van de Harlem Hell Fighters te weten, een zwart regiment uit de Verenigde Staten dat door de strikte rassenscheiding in hun thuisland onder Frans bevel vocht. De Harlem Hell Fighters waren de eersten om de Rijn over te steken, werden door vriend en vijand gevreesd om hun vechtkunst en vooral… hadden de beste muziekgroep. ‘On Patrol In No Man’s Land’ is het eerste nummer dat de Neubauten van deze groep coveren. ‘Lament’, het titelnummer, is nog meer doordacht. Het systeem van koorgezang door de verschillende groepsleden werd verder geperfectioneerd ten aanzien van de eerste keer dat het gebruikt werd op ‘Grundstück’. Maar vooral maakt de groep gebruik van wasrollen - een vroege manier om geluidsopnames te maken - die Duitse linguïsten hebben opgenomen in hun studie naar taal en muziek van de veroverde volkeren. Daarbij werd aan de krijgsgevangenen gevraagd om het verhaal van de verloren zoon op te zeggen, zodat men de verschillende talen en dialecten kon vergelijken. De Neubauten spelen vanavond die wasrollen af terwijl het strijkerskwartet het motet ‘de verloren zoon’ door Clemens non Papa - die begraven ligt n Diksmuide - speelt. Een zeer intens moment. Ook op ‘How Did I Die’ - een klassiek Neubauten nummer - toont het strijkerskwartet welke absolute meerwaarde het biedt voor deze prachtvertoning.
Het is het einde van de reguliere set. Voor de bisnummers gaat Bargeld gehuld in een mantel van witte veren (of is het papier?). Hij brengt het prachtige anti-oorlogsnummer ‘Sag mir wo die Blumen sind’, een compositie van Pete Seeger uit 1955 dat in vele talen werd vertaald. In ‘Let’s Do It A Dada’ - oorspronkelijk verschenen op ‘Alles wieder offen’ uit 2008 - etaleren de Neubauten nogmaals hun fascinatie voor dadaïsme en modernisme. Bargelds pseudoniem - zijn echte naam is Christian Emmerich - verwijst naar een dadaïst, en de referenties naar de eerder vernoemde dichter-pacifist Paul van den Broeck spreken eveneens boekdelen. Het nummer gaat ook in op de politieke context van de beweging. Het dadaïsme is in zekere zin een reactie op het zinloze geweld van de Groote Oorlog. Het nummer bevat referenties naar de aanwezigheid van verbannen Russische revolutionairen in Zwitserland - de bakermat van het dadaïsme - en naar de verwevenheid van de futuristen met de Italiaanse fascisten. De eerste bisronde eindigt met ‘All Of No Man’s Land Is Ours’, opnieuw een prachtnummer van The Harlem Hell Fighters met een sublieme adaptatie door de Neubauten.
De tweede bisronde begint weer met een interessante vondst. In het Duitse Rundfunkarchiv vond Bargeld de opname van een in vergetelheid geraakte cabaretier die het begin van de wereldoorlog vertolkte met dierenimitaties. De vertolking is vooral interessant omdat het eindigt met een pauw die aanvankelijk graaf Häseler meent te erkennen - een belangrijke veldmaarschalk in de Frans-Duiste oorlog van 1871 - die daarna Hitler blijkt te zijn, een korporaal uit het Duitse leger die in 1923 - het jaar waaruit de originele opname van het nummer stamt - aan het hoofd stond van de snel groeiende NSDAP. Een indicatie van hoe snel Hitler gebruik maakte van de Duitse vernedering in de oorlog om aan een steile politieke opmars te beginnen. ‘Ich gehe jetzt’ is de finale afsluiter die volgens mij niets anders betekent dan dat het tijd is om te gaan. We hebben twee dagen na elkaar kunnen genieten van uitstekende optredens van één van de meest originele en interessante groepen op deze planeet, en ik heb geen spijt dat ik erbij was.
Setlist: Kriegsmachinerie / Hymnen / The Willy-Nicky Telegrams / In de loopgraaf / Der 1.Weltkrieg (Percussion Version) / Achterland / Armenia / On Patrol In No Man's Land / Lament / How Did I Die
Bis 1: Sag mir wo die Blumen Sind / Let's Do It A Dada / All Of No Man's Land Is Ours
Bis 2: Der Beginn des Weltkrieges 1914 (dargestellt unter Zuhilfenahme eines Tierstimmenimitators) / Ich gehe jetzt
Wat een idee toch, om Einstürzende Neubauten uit te nodigen om de val van Diksmuide te herdenken… De provincie West-Vlaanderen deed het toch, in het kader van de grootschalige herdenkingen onder de noemer Go West. (‘To go west’ was een oude Engelse uitdrukking voor sterven, maar kreeg tijdens de grote oorlog een bijzondere dimensie door de vele gesneuvelden aan het westelijke front.) Duitsers die de brutale Duitse overwinning en bezetting in Diksmuide moeten herdenken? Laat dat hetgene zijn dat de organisatoren zeker niet willen horen. Dat Blixa Bargeld oorspronkelijk niet wild was van het idee wellicht ook niet. Maar het resultaat… dat wel! Want de Neubauten zijn er oorspronkelijk misschien maar aan begonnen omdat ze er de opdracht toe kregen, ze hebben er werk van gemaakt. Gisteren kregen we een unieke performance te zien die de diepgang en eigenzinnigheid van de Neubauten opnieuw met verve bewijst.
‘De oorlog breekt niet uit. Ze wordt niet gevangen of geketend.’ Dit statement mag de avond openen. Terwijl de Neubauten schurende geluiden beginnen maken, heft Blixa Bargeld borden op die zijn visie op oorlog moeten duidelijk moeten maken: oorlog barst niet uit of eindigt niet, het is altijd sluimerend aanwezig. De Eerste Wereldoorlog mag dan al een onontkoombare uitbarsting van geweld geweest zijn, de aanloop was al lang aan de gang, onder meer door de talloze koloniale conflicten (de verscheiden muziek van Afrikaanse en Indische stukken tot Duitse militaire marsen die in de aanloop naar het optreden gespeeld werd, moest eveneens benadrukken hoe - door middel van het kolonialisme - de hele wereld betrokken werd in de oorlog).
En de oorlog eindigde niet in 1918. In Rusland en Turkije woedden nog jarenlang burgeroorlogen. Net als in Duitsland, waar het geweld door rechtse milities en linkse revolutionairen uiteindelijk uitmondde in het aan de macht komen van Hitler, die van zijn oorlogszucht nooit een geheim heeft gemaakt. De daarop volgende Tweede Wereldoorlog - eigenlijk een voortzetting van de eerste, aldus Bargeld - werd opgevolgd door de Koude Oorlog, die tot vele gewapende conflicten geleid heeft in onder meer Korea, Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Vietnam en Afghanistan. En de Koude Oorlog was niet lang gedaan vooraleer de oorlog tegen terreur begon, die nog steeds aan de gang is. Er valt ongetwijfeld wat in te brengen tegen deze pessimistische manier van denken, maar het is het uitgangspunt van ‘Lament’, de performance die we vandaag te horen krijgen.
‘Hymnen’ is het eerste nummer dat gebaseerd op andermans compositie, met name het volkslied van het Verenigd Koninkrjk (God Save The King) en van het Duitse Keizerrijk (Heil dir im Siegerkranz). Het werd gecomponeerd door Henry Carey in een tijd dat het huis Hannover - een Duitse dynastie - over Groot-Brittannië heerste. Het nummer werd ook het volkslied van talloze kolonies, zoals Canada en Australië. Hiermee toont de groep de vele banden die de verschillende monarchieën in Europa verbonden, een onderwerp dat ook terugkomt in ‘The Willy-Nicky Telegrams’, een vertoning van de telegrammen die de Duitse Kaizer Wilhelm en de Russische tsaar Nicolaas - twee neven - aan de vooravond van de oorlog naar elkaar stuurden. Daarin blijven ze elkaar vriendelijk bejegenen, terwijl ze elkaar de verantwoordelijkheid voor de oorlog in de schoenen proberen te schuiven. Door de teksten door elkaar te zingen - Alexander Hacke neemt de rol van de tsaar op, Bargeld die van de Kaizer - maken de Neubauten duidelijk dat het hier in feite om een dovemansgesprek gaat.
Tijdens de ellenlange outro op het nummer komen medewerkers de metalen constructies van het eerste nummer weghalen en vervangen door een set buizen. Andrew Unruh slaat zijn harp van prikkeldraad aan. Dit instrument dient als sobere begeleiding bij ‘In de loopgraaf’, een gedicht van de in vergetelheid geraakte oorlogsdichter Paul van den Broeck, een pacifist die ook toen hij medisch afgekeurd werd verkoos om toch te gaan vechten om getuige te zijn van de gruwelen van de oorlog. De Standaard heeft ondertussen aangetoond dat van den Broeck gewoon een uitvinding is van Bargeld zelf, grotendeels gebaseerd op Paul Van Ostayen en op Bargelds uitvoerige kennis van expressionistische en dadaïstische dichters.
Dan volgt één van de merkwaardigste stukken van de avond. In de buizenconstructie die thans op het podium staat vertegenwoordigt elke buis één van de oorlogvoerende landen. Elke slag betekent een dag in de oorlog. Het nummer begint chronologisch op 28 juli 1914, als Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaart aan Servië, en terwijl zijn collega’s op de buizen slaan somt Bargeld de landen op die mee in de oorlog stappen. Duitsland en Rusland volgen snel, net als het Verenigd Koninkrijk en Japan. Het kreupele Ottomaanse Rijk is het laatste rijk dat de oorlog in 1914 vervoegt. Later voegen Italië, Bulgarije, Portugal en Roemenië zich ook in het strijdgewoel. Het is de intrede van de Verenigde Staten in 1917 die de balans van een grotendeels onbesliste oorlog tussen gelijke krachten in het voordeel van de geallieerden doet doorwegen. Griekenland zal later nog op de kar springen, in de hoop na de oorlog grondgebied te kunnen inpalmen op het Ottomaanse Rijk. Andere stemmen sommen belangrijke veldslagen op. Bargeld vermeldt ook de landen die uit de oorlog stappen, zoals de net opgerichte Sovjet-Unie in 1918, waar de bolsjewieken het eenzijdig afkondigen van het einde van de 'imperialistische' oorlog tot een strijdpunt hadden uitgeroepen, of de capitulaties van Bulgarije en het Ottomaanse Rijk tot en met het eigenlijke einde van de oorlog op 11 november 1918. Het nummer sleept in totaal 13 minuten aan.
Het tweede gedicht van Paul van den Broecke - ‘Achterland’ - is eveneens indrukwekkend. Andrew Unruh zit ongeduldig met zijn voeten te trillen en geeft op die manier het ritme aan als slachtoffer van de shellshock. Hacke strompelt rond op krukken die zowel een percussie-instrument zijn als een strijker, en Rudy Moser speelt percussie op obussen. Dan volgt een vernieuwde versie van ‘Armenia’, een nummer dat oorspronkelijk dateert van het fantastische ‘Zeichnungen des Patienten O.T.’ uit 1983. De tekst werd grondig herwerkt. Bargeld fluistert vele woorden in de microfoon, waarvan vooral ‘Catastrophen’ duidelijk weerklinkt, naast zinnen als ‘Die Kinders spielen mit Knochen im Sand’. Het nummer begon zacht maar eindigt in een orgie van geweld.
‘On Patrol In No Man’s Land’ is het eerste nummer van de Harlem Hellfighters dat de Neubauten in hun nieuwe werk verwerkten. (Nog nooit werden zoveel werken van andere schrijvers en componisten opgenomen door de Neubauten.) De Harlem Hellfighters waren het muziekensemble van het eerste zwarte regiment dat in het buitenland voor de Verenigde Staten vocht. Maar in het nog steeds racistische en gesegregeerde land vond men het wijzer om het gezag over het regiment over te dragen aan de Fransen. Het regiment werd gevreesd en veracht door hun vijanden. Bargeld stapt in dit nummer op de achtergrond en laat het aan Alexander Hacke en Rudy Moser over om het lied te vertolken.
Dan komt het titelnummer van de avond: ‘Lament’. In dit bijna twintig minuten durende stuk werden opnames verwerkt van Duitse linguïsten die taal en cultuur in veroverd gebied onderzochten en opnames maakten van mensen en instrumenten. Het derde deel van het stuk bouwt op een motet van Clemens von Papa - Pater Peccavi - dat gebaseerd is op de parabel van de verloren zoon, toevallig ook de tekst die de Duiste linguïsten lieten voorlezen door mensen die geen lokale liederen of gedichten konden opzeggen. Tijdens het motet houden de groepsleden de cilinders met de opnames van de linguïsten voor de micro's, zodat we de teksten in verschillende talen kunnen horen.
Het valt op hoe ernstig en bescheiden Blixa Bargeld een heel optreden blijft, met een vreemde blik in zijn ogen, alsof hij bang is dat iets niet volgens zijn plan zal lopen. Ook opvallend is de mix aan muziek die we tot nu toe gehoord hebben, van soundscapes tot noise, van minimale begeleiding tot dit zeer ontroerende klassieke intermezzo. Strijkers domineren ook in ‘How Did I Die’, dat het slot vormt voor dit deel van het optreden. Het nummer is geschreven vanuit het oogpunt van een soldaat, maar dan met flarden Engels, Duits en Frans. En of het personage sterft? Neen, want Bargeld laat hem terugkomen om een nieuw lied te zingen, een nieuwe wind te laten waaien. Hij haalt hiervoor inspiratie uit het antioorlogslied ‘Die rote Melodie’ van Kurt Tucholsky, waarbij de gesneuvelden uit hun graf opstaan om generaal Ludendorff te kwellen.
Als de Neubauten na een korte pauze terug op het podium klimmen is Bargeld in een witte mantel uit papier gehuld, als een soort engel. Dat doet hij om ‘Sag mir wo die Blumen sind’ uit te voeren, een nummer dat gecomponeerd werd door de onlangs overleden folkzanger Pete Seeger. Er bestaat ook een Duitse versie van, bekend gemaakt door Marlene Dietrich, waarvan Seeger ooit toegaf dat de tekst nog beter was dan de Engelstalige. Op het nummer wordt de begeleiding op een paar minimale basnoten en metaalklanken gehouden. Alles draait rond de zang van Bargeld, die regelmatig van toonaard verandert. Bargeld heeft de lat misschien iets te hoog gelegd, want hij heeft regelmatig moeite om de juiste toon te vinden. Al blijft het natuurlijk een prachtig vredeslied.
Dan krijgen we ‘Let’s Do It A Dada’, een nummer van de laatste volwaardige Neubauten-cd uit 2007: ‘Alles wieder offen’. Het is natuurlijk een hommage aan het dadaïsme, een beweging die nauw verbonden is aan de Eerste Wereldoorlog. De beweging ving aan in 1916 in het beroemde Cabaret Voltaire in Zurich, Zwitserland. Het nummer bevat verwijzingen naar Lenin, die gedurende een groot deel van de oorlog in Zurich verbleef, vooraleer hij met Duitse hulp naar Rusland afreisde om in er de revolutie en het onmiddellijke einde van de oorlog te prediken. Ook Marinetti wordt genoemd, een Italiaans futurist die zich na de oorlog als een fervent aanhanger van het Italiaanse fascisme zou laten kennen.
‘All Of No Man’s Land Is Ours’ is het tweede en beste nummer dat de Neubauten overnemen van de Harlem Hellfighters. Het zwarte regiment keert er na de overwinning terug om hun geliefden terug te vinden. Een beklijvend en hoopvol lied. In de tweede bisronde herhaalt Bargeld een sketch van de Duiste cabaretartiest Joseph Plaut waarin het dierenrijk zich bewust wordt van het begin van de oorlog. Het is een interessante vondst, maar zeker niet de interessantste uit de set van vanavond. En als het moment gekomen is om te gaan zetten de Neubauten ‘Ich gehe jetzt’ in, een nummer van ‘Perpetuum Mobile’ uit 2004.
Ik denk dat iedereen uiterst tevreden mag zijn over de opvoering van 'Lament'. De Neubauten zijn misschien niet van harte begonnen aan de opdracht, ze hebben het wel ter harte genomen, hun hart en ziel erin gestoken. Uiteraard is het aangename en gevarieerde muziek, maar het is vooral een opvoering met veel diepgang geworden. Blixa Bargeld heeft twee onderzoekers ingehuurd om op zoek te gaan naar onontgonnen materiaal over de Eerste Wereldoorlog, want hij wou niet herhalen wat al duizenden keren gedaan was. En hij komt effectief met iets unieks opzetten. In het moeras van herdenkingen dat we dezer dagen voorgeschoteld krijgen steekt deze er met kop en schouder boven uit.
De verwachtingen zijn meer en meer hooggespannen voor de première van 'Lament' door Einstürzende Neubauten, volgende week in Diksmuide. Het stuk werd op vraag van de Vlaamse Gemeenschap geschreven in het kader van Go West, de herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog. De cd-versie zal op 7 november verschijnen, net een dag voor de première. En de heren hebben er weer werk van gemaakt. De nummers zijn enorm doordacht en zitten vol verwijzingen naar de Eerste Wereldoorlog. Blixa Bargeld ging zelfs zo ver om twee onderzoekers - een historicus en een linguïst - in te zetten voor de aanmaak van het werk. Ook N.U. Uhrung liet zich niet onbetuigd, en bouwde onder meer een harp met prikkeldraden snaren. 'Je kan ze niet met de vingers bespelen natuurlijk. We slaan erop met een ijzeren staaf. Ze klinkt geweldig. Er zit opvallend veel bas in dat metaal en die naalden resoneren mee, als een snare drum', liet Bargeld zich aan De Standaard ontvallen. Dezelfde Standaard die ook ontdekte dat de onbekende dichter Paul Van den Broeck - een zogezegde vriend van Paul Van Ostayen waarvan Bargeld een aantal gedichten uit de vergetelheid had gehaald - niemand minder was dan Bargeld zelf. Verder krijgen we in een nummer waarin verschillende volksliederen in verschillende talen verwerkt worden tot één geheel en een vertoning van de telegramgesprekken die de Duitse keizer en de Russische tsaar vlak voor de oorlog met elkaar hadden. Bovendien krijgt u nog stukken die verwijzen naar de Harlem Hellfighters, de muziekeenheid van het eerste zwarte regiment van het Amerikaanse leger, dat omwille van de strikte rassensegregatie onder Frans bevel moest opereren. En verder vindt u nog referenties naar Pete Seeger, Kurt Tucholsky en Joseph Plaut. Dit alles om u een diepzinnege reflectie op de Eerste Wereldoorlog te gunnen.
PS: Hebben we uw interesse geprikkeld? Helaas is de performance van volgende week al maanden uitverkocht. Maar u hoort er vast nog meer over in uw favoriete online muziekzine.
Op 8 november zal Einstürzende Neubauten een exclusief nieuw stuk opvoeren in Diksmuide, in het kader van de herdenking van de val van Diksmuide in de Eerste Wereldoorlog: Lament. Tijdens een interview met Blixa Bargeld op de Deense televisie werd al een eerste extract van iets meer dan twee minuten voorgesteld. De muziek klink kalm en typisch Neubauten met een hoop strijkers. De teksten lijken erg diepgaand en handelen over de oorlog zelve. Om de teksten en de muziek te maken heeft Blixa Bargeld zelfs twee wetenschappelijke onderzoekers ingehuurd om informatie te verzamelen. Zij kwamen voor de dag met opnames die Duitse musicologen en linguïsten deden in de kampen van krijgsgevangenen om de cultuur en de taal van de veroverde gebieden te bestuderen. (De Duitsers hadden een uitgebreide 'aanwezigheidspolitiek' in België met heel wat bureaus die allerhande aspecten van de bezetting moesten controleren, tot en met een 'Sittenpolizei' die het geslachtsverkeer van ingekwartierde of op doortocht zijnde troepen moest regelen. Dit syteem werd later negatief beoordeeld, omdat er veel te veel personeel aan besteed werd. In de Tweede Werldoorlog werden dan ook minder 'soldaat-ambtenaren' meegestuurd.)
In 'Lament' zitten ook extracten van de Harlem Hell Fighters, een regiment van zwarte Amerikaanse soldaten die omwille van hun huidskleur werden overgedragen aan het Frans leger. Zij brachten ook hun muziek mee, die later zou uitgroeien tot jazz. Blixa Bargeld blijkt ook een probleem te hebben met de term 'avantgarde'. De term is oorspronkelijk afkomstig uit de militaire wereld en verwijst naar de voorhoede die de vijand tegemoet treedt. Als hij zichzelf dan toch in militaire termen moet omschrijven, is Bargeld liever een deserteur. Hij verwijst ook naar de futuristen die de avantgarde in gang gebracht hebben en hun banden met de fascisten in Italië. Tevens beschouwt hij de avantgarde tegenwoordig als een deel van het establishment, waar je je best tegen afzet.
Nu we het toch over deserteurs hebben: in het najaar organiseert Waanvlucht verschillende opvoeringen van 'Ode aan de deserteur', een compositie van de Amerikaan Frederic Rzewski met 160 koorzangers, vier solisten, zes acteurs en drie percussionisten. Er zijn opvoeringen gepland in Brussel, Gent en Luik. Meer informatie op www.desertie.be.
Op vrijdag 10 februari kreeg ik een mailtje met onderwerp ‘Jochen Arbeit (Eintürzende Neubauten)’. Het was de nieuwsbrief van het STUK in Leuven. Arbeit zou er op donderdag en vrijdag spelen. Hoe is het mogelijk dat ik hier over gezien heb? Ik ben toch al lang ingeschreven op deze nieuwsbrief? Wel, blijkt dat Arbeit muziek verschaft bij een dansvoorstelling van Davis Freeman, en dat men er pas op het laatste ogenblik aan gedacht heeft om zijn deelname in de schijnwerpers te zetten.
De performance van Freeman, Expanding Energy, kadert in het Artefact Festival. Artefact is een jaarlijks evenement dat dit jaar rond ‘het sociaal contract’ draait. Of beter ‘The Social Contract’, want ze kiezen blijkbaar voor het Engels als voertaal, zelfs als ze Vlamingen uitnodigen. In dit thema komt natuurlijk de klassieke vraag naar de verhouding tussen individu en overheid aan bod, maar een belangrijk deel van het festival is aan de klimaatkwestie gewijd. Zo ook de performance van Freeman.
Freemans demarche bestond uit drie delen. In het eerste deel - dat ik niet gezien heb - gaven twee acteurs voor studenten een opvoering waarbij ze het ‘conservatieve’ standpunt verdedigden: wij zijn voor nucleaire energie, voor steenkool, et cetera. Het tweede deel kon ik wel bijwonen. Het was een lezing door Frank Raes, hoofd van de onderzoekseenheid Klimaatverandering en Luchtkwaliteit van de Europese Commissie. Deze had – al dan niet op vraag van Freeman – zijn uiteenzetting opgebouwd rond de stelling ‘we moeten leren leven met klimaatsverandering’. Oftewel: het is niet allemaal nog niet zo dramatisch…
Een interessante en provocerende stelling. Nochtans begint Raes zijn lezing met het overlopen van de wetenschappelijke bewijzen voor de klimaatsveranderingen en hoe deze veroorzaakt zijn door menselijke activiteiten die de atmosfeer, de oppervlakte van de aarde en de concentratie van broeikasgassen veranderd hebben. Op basis van deze veranderingen maken wetenschappers verschillende scenario’s over de evolutie van het klimaat, afhankelijk van de mate waarin we maatregelen kunnen nemen tegen de opwarming.
We zijn redelijk slecht bezig, zo blijkt. Maar zelfs als we erin slagen om de opwarming in te dijken, moeten we toch een zekere schade aanvaarden. Op de grote klimaatconferenties - in Kopenhagen, Durban of Cancun - gaat men uit van een opwarming van 2 graden. Het is vrij cynisch, want in dit scenario aanvaarden we sowieso dat de noordpool in de zomer volledig wegsmelt en dat verschillende diersoorten uitsterven, maar zo zit de politiek nu eenmaal in elkaar. De uitdaging is enorm: we moeten het CO2-verbruik per persoon op aarde reduceren tot 2,5 ton er jaar, terwijl de gemiddelde Europeaan nu 10 ton per jaar verbruikt. Ter illustratie, een Vliegtuig naar New York nemen is één ton CO2, net als het vlees dat de gemiddelde Europeaan op één jaar eet.
De inspanningen die dit vereist zijn dus niet te onderschatten, misschien wel onhaalbaar. Dus moeten we volgens Raes kiezen tussen ‘mitigatie’ (avoid the unmanageable) en ‘adaptatie’ (manage the unavoidable). Een kleine opwarming van 2-3 graden is onvermijdelijk en biedt zelfs kansen om onze levensstijl te veranderen. Hier begint Raes ideeën te spuien over steden bouwen op vlotten, verticale agricultuur en het veroveren van gebied op de zee. Een optimistische visie, zo noemt hij het zelf. Maar ook al ben ik het eens met de ideeën dat we de schade intussen niet meer volledig kunnen beperken, en dat we moeten blijven geloven in technologische vooruitgang, toch blijft bij mij het gevoel dat we vooral moeten blijven focussen op het tegengaan van de opwarming.
Het derde en laatste deel van het spel – de eigenlijke performance – was de opvoering van ‘Expanding Energy’. Freeman had beloofd om er een klimaatneutrale voorstelling van te maken. Hoe dit ging gebeuren was nog maar de vraag, want ook zo’n voorstelling heeft natuurlijk gevolgen voor het klimaat. Bij het binnenkomen konden we meteen zien hoeveel kilogram CO2 er besteed was aan bijvoorbeeld treinen tussen Brussel en Leuven (201 kg), wagenreizen over hetzelfde traject (400 kg), treinreizen Berlijn-Brussel (382 kg) en vliegtuigreizen tussen dezelfde steden (608 kg).
Het eerste deel van de opvoering bestond uit het wegwerken van deze emissies. Dat deed Freeman door mensen in het publiek beloftes te laten maken, bijvoorbeeld een week lang geen televisie kijken, de auto opgeven voor een maand of een jaar lang tweedehandskledij kopen. Na elke vraag werd opgeteld hoeveel winst dit in CO2 opleverde. Na de vraag wie er allemaal toestemde om slechts 2 minuten te douchen in plaats van de gemiddelde 5 minuten, bleek dat meer CO2 bespaard was dan uitgegeven. En toch bleef Freeman het publiek vragen om een maand lang geen vlees te eten of om een boom te planten die minstens 100 jaar bleef staan.
De moeilijkste vraag was om een maand lang internet op te geven. Onhaalbaar in mijn geval. Om rechtlijnig te zijn publiceert Freeman op zijn website de namen van al diegenen die een belofte aangegaan zijn, zodat je kan opzoeken of je vrienden of buren engagementen zijn aangegaan bij deze opvoering. Kwestie van de ‘sociale druk’ op de betrokkenen nog wat op te voeren. Wat een flauwekul! Ik stel voor dat u die website niet bezoekt en verder Dark Entries blijft lezen. Ik ben alleszins geen enkele belofte aangegaan. Ik leef sowieso erg zuinig en heb werkelijk een hekel aan al dat interactief gedoe bij optredens.
Dan pas begon het eigenlijke optreden, met verschillende acteurs die stellingen innamen over energie. Ook gitarist Jochen Arbeit en bassist Paul Lemp discussieerden mee, vooraleer hun instrumenten bij de hand te nemen en een soundtrack te leveren bij een verdere uiteenzetting over de geschiedenis van het energieverbuik op aarde, de ecologische voetafdruk van de uitvoering of zelfs van de schoenen en kleren die het publiek droegen. Muzikaal is het enkel gitaar en bas, met veel loops en effecten. Dan stroomde het podium leeg.
In het volgende deel geen gepreek meer, maar enkel dans en muziek. We krijgen een uitgesponnen choreografie. Het meest indrukwekkende eraan is dat de meeste dansers amateurs zijn die slechts een week geoefend hebben om aan deze voorstelling deel te nemen. De muziek is meeslepend, al zal je me niet betrappen op het kopen van de soundtrack van deze voorstelling. Al bij al was de performance best te pruimen, ook al was er niets wereldschokkends aan. Het meest van al ben ik blij om iets voor het milieu gedaan te hebben door deze uitvoering bij te wonen.
30 jaar al bestaan Einstuerzende Neubauten, en dat hoort uiteraard uitgebreid gevierd te worden. Dat doen ze met een tournee waarbij de groep in elke stad twee keer zal spelen. Op de eerste avond krijgt het publiek een korte set van nummers die maar zelden gespeeld worden, aangevuld met soloprojecten van de groepsleden die variëren naargelang de locaties. Op de tweede avond spelen de Neubauten een lange set met een overzicht van hun werk in drie decennia. Donderdag en vrijdag was de AB in Brussel aan de beurt.
In 1980 ontstond Einstuerzende Neubauten in West-Berlijn, dat toen nog een ommuurde stadstaat was in het midden van de DDR. West-Berlijners stonden in die tijd bekend als nogal eigenzinnige en soms wat marginale types. Berlijn, haar levensstijl en bruisend nachtleven trok destijds heel wat alternatievelingen en kunstenaars aan. De Neubauten maakten een eerste verschijning op 1 april 1980 in de Berlijnse nachtclub Moon, waar ze muziek improviseerden op vertoningen van Super 8 filmpjes van amateurregisseurs. De groep bestond toen al uit Blixa Bargeld en NU Unruh, die in het echte leven ook bekend stonden als Christian Emmerich en Andrew Chudy, aangevuld met Gudrun Gut en Beate Bartel uit de groep Mania D, de voorloper van Malaria!. Ze spelen dan nog op conventionele instrumenten, die ze uiteraard even goed beheersten als hun collega’s uit de erg boeiende West-Berlijne new wavescene.
Het zou niet lang duren vooraleer Unruh door geldgebrek zijn drumstel verkoopt en beslist om dan maar zelf een drumstel te bouwen uit metalen spullen die hij samengeraapt heeft. Al snel zitten de Neubauten in een staalconstructie onder een Berlijns viaduct hun eerste opname te maken. De groep wordt later aangevuld door FM Einheit van de Hamburgse punkgroep Abwärts. Kollaps, een plaat die ze in amper 9 dagen, met een minimaal budget en zonder geluidstechnicus opnemen, klinkt als een radicaal statement. ‘We wilden eenvoudigweg een onhoorbare plaat maken’, zei FM Einheit er ooit over. De muziek is wild en tegendraads. De groep heeft zich een ruim assortiment boren en schroot aangeschaft, waar ze trots mee poseren op de plaathoes. (De foto is trouwens een parodie op een soortgelijke foto die je vindt op Ummagumma van Pink Floyd.)
In de hierop volgende tournee wordt de groep aangevuld met Mark Chung, bassist van Abwärts, en Alexander Hacke. Samen nemen ze in 1983 Die Zeichnungen des Patienten O.T. op, waarin ze hun geluidsexperimenten en de kunst om te musiceren op zelfgebouwde instrumenten heel erg perfectioneren. Het resultaat is een erg donkere en experimentele plaat. Met Halber Mensch uit 1985, waarop onder meer de alternatieve hit Yü-Gung staat, wisten ze hun reputatie als cultgroep helemaal te vestigen. Het bevat ook het uitstekende Seele Brennt, een zelden gespeeld maar erg geliefd nummer dat de Neubauten op hun korte set op donderdagavond speelden. Als bisnummer speelden ze die avond nog Sand, een cover van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra die ze opnamen als B-zijde van Yü-Gung. Het waren de twee oudste nummers die we de afgelopen dagen te horen kregen.
Op Fünf auf de nach oben offenen Richterskala (1987) lijkt de groep zich tevreden te stellen met weinig uitgewerkte nummers, maar dat maken ze ruimschoots goed als in 1989 het meesterwerk Haus der Lüge uitkomt. De muziek is veelzijdig, rijk en tot in detail uitgewerkt, tegelijk experimenteel en diepgaand en – toch in vergelijking met al het voorgaande – erg toegankelijk. De teksten van Blixa Bargeld vallen op door hun scherpte, originaliteit en zijn vele woordspelingen. Frasering, klanken en woordkeuze zijn ondertussen uitgekiend op een heel hoog niveau. De Neubauten speelden het titelnummer van deze prachtplaat op vrijdagavond, het enige nummer uit de tachtiger jaren op een retrospectief optreden dat nochtans bedoeld was om drie decennia Neubauten te overlopen. Dat had wat mij betreft net iets meer mogen zijn, maar goed.
Haus der Lüge bleek de lat destijds erg hoog te leggen voor de groep, waardoor het werk aan een opvolger traag loopt. De groepseden concentreren zich een tijdje op nevenprojecten en werken ook mee aan een theaterproductie van Die Hamletmaschine van Heiner Müller. Als Tabula Rasa dan uiteindelijk in 1993 uitkomt, kan er geen enkele twijfel bestaan over de blijvende relevantie van de groep. De muziek wordt steeds diepgaander en tegelijkertijd toch toegankelijker. De groep die een paar jaar geleden nog met drilboren en slaghamers te werk ging, blijkt een zekere rust en harmonie gevonden te hebben. De teksten zijn wederom van wereldniveau. Op het optreden van vrijdag speelden ze het fantastische Die Interimsliebenden, dat door Blixa op indrukwekkende wijze ingeleid werd door de intro achterstevoren te zingen en dan via loops om te vormen tot de aanvang van het nummer. In hun eerste bisnummer haalden ze de drilboren nog eens boven voor het 15 minuten lange Headcleaner.
Het werk aan een opvolger neemt wederom meer tijd in beslag dan verwacht. Bassist Mark Chung, die al jaren de groepsfinanciën beheert en dat ook voor steeds meer bevriende muzikanten doet, verlaat de groep om zich te concentreren op zijn carrière als muziekuitgever. Fundamenteler is het vertrek van FM Einheit, die de trage werkwijze van Bargeld meer dan moe is. Bargeld besluit om de plaat desondanks af te werken. Ende Neu verschijnt in 1996 en is dan het werk van het trio Bargeld-Unruh-Hacke. Bargeld gaf al snel na het verschijnen te weten dat de plaat een paar van hun sterkste nummers bevat (het titelnummer, Stella Maris en Was ist ist zijn absolute klassiekers) maar ook een paar van hun zwakste nummers ooit. De nummers die ze uitkozen voor hun optreden van vrijdag – Installation N° 1 en zowaar The Garden als opener van de avond – horen wat mij betreft helaas niet tot de sterkste nummers.
Voor de volgende cd – Silence is sexy, die in 2000 uitkomt – is de groep weer uitgegroeid tot een kwintet. Jochen Arbeit en Rudi Moser van Die Haut zijn de nieuwkomers op respectievelijk gitaar en percussie. De cd wordt algemeen lovend onthaald, en het hoeft niet te verwonderen dat de groep uitgebreid uit deze plaat putte bij hun optreden. Die Befindlichkeit des Landes werd gespeeld met een uitgebreide appendix die misschien net als het oorspronkelijk nummer gebaseerd is op het werk van Walter Benjamin of alvast hetzelfde thema behandelt: hoe Berlijn omgaat met zijn geschiedenis. Op Silence is sexy steekt de voormalige kettingroker maar intussen rookvrije Bargeld nog een sigaret op. De sigaret was immers hun manier om een stilte op te nemen die toch hoorbaar was, een metafoor voor zinloos tijdverdrijf.
De Neubauten blijven in het nieuwe millennium zoeken naar nieuwe wegen om muziek te maken. Ze starten een project waarbij supporters zich tegen betaling kunnen inschrijven op een website, en daar de evolutie van de nummers en het opnameproces kunnen volgen en becommentariëren. Het resultaat – Perpetuum Mobile uit 2003 – is een conceptalbum waarin luchtverplaatsingen een belangrijk rol spelen in de vorm van wind en luchtcompressoren. De supporters kregen een aparte cd met extra nummers. Ook deze plaat was goed vertegenwoordigd om het optreden, met Dead Friends en YouMe & MeYou. Het concept om via internet exclusieve muziek aan te bieden bevalt de groep duidelijk. In de tweede fase van het supportersproject beloven ze een exclusieve cd die enkel voor de fans beschikbaar zal zijn. En de hieruit voortkomende Grundstück-cd is ook uitstekend. Het belangrijkste nummer – het 25 minuten durende ‘grote’ Grundstück – werd integraal gespeeld op donderdagavond, gevolgd door het originele ‘kleine’ Grundstück , afkomstig van Perpetuum Mobile.
In die periode beginnen de Neubauten ook met de Musterhaus-serie, opnieuw cd’s die enkel via een inschrijvingssysteem op het internet verspreid worden en die nog experimenteler willen zijn dan de Neubauten. Er komen in totaal 8 cd’s in deze serie uit. In de derde fase van de supportersproject nemen ze – opnieuw onder de naam Einstürzende Neubauten – Alles wieder offen op, een cd waarvan de ingeschreven fans een alternatieve versie krijgen. Op deze cd blikken de Neubauten terug op hun oeuvre. De titel verwijst naar Fünf auf der nach obenen Richterskala. Het nummer Von Wegen citeert verschillende nummers uit de geschiedenis van de groep, en werd vrijdag aangevangen met een stukje Halber Mensch. Susej bouwt voort op een experiment dat Blixa Bargeld begin jaren tachtig in de kelder van een Hamburgse studio aanving, maar toen niet verder kon uitwerken. Meer dan de helft van deze plaat passeerde vrijdag de revue, een teken dat de Neubauten erg trots zijn op hun laatste productie. En terecht.
En de concerten van de zijprojecten dan? In Brussel hadden we recht op ‘Die Körper ohne uns’, een choreografisch werk van Abrahem Hutado. Jochen Arbeit componeerde de muziek. Het begon met een film waarop twee mensen geluid produceerden door op de grond te stampen en over muren te wrijven en liep dan langzaam over tot elektronische soundscapes waarin af en toe een vleugje gitaar te bespeuren viel. Er waren twee acteurs, maar wat ze deden kon ik van mijn standplaats niet zo goed volgen. Al viel dat naarmate de zaal leegliep steeds beter mee. Op de achtergrond was een videobeeld te zien van een man die zeer langzaam – over meer dan tien minuten – geeuwde. Wellicht zou dit in een andere setting meer op zijn plaats geweest zijn, maar hier hadden de Neubauten met hun korte set de adrenaline en de verwachtingen al behoorlijk de hoogte in geduwd. En dus was de reactie van het publiek eveneens een langgerekte geeuw.
Met ‘Beating The Drum’ heeft N.U. Unruh het extreem andere effect bereikt. Hij liet een dertigtal tafels met drums en cimbalen aandragen en dan kon het publiek op volledig interactieve wijze mee drummen op een luide baslijn. Ik had dit al eens eerder kunnen aanschouwen op een dvd en vond het resultaat toen een ongelooflijke kakofonie. Wel, het is ook een ongelooflijke kakofonie, maar als je zelf meespeelt valt dat niet zo op. Inderdaad, zelfs ik die doorgaans een hekel heb aan al het ‘interactief’ gedoe op optredens – enkel aan het in de handen klappen na de liedjes doe ik uit beleefdheid mee – heb mee op de cimbalen zitten slaan en vond dat een ongelooflijk aangename ervaring.
Verder brengen de Neubauten voor hun jubileum ook een nieuwe verzamelaar uit: Strategies against architecture IV. Daarin putten ze onder meer uit de vele exclusieve supporter- en Musterhaus-cd’s. Dit zorgt wel voor wat verontwaardiging bij sommigen, maar ik had dit al van ver zien aankomen. De vorige verzamelaar dateert nog maar van 2002 en sindsdien hebben de Neubauten slechts twee studio-cd’s opgenomen. Bovendien heb ik me zelf ook niet alle Musterhaus-cd’s aangeschaft en ben ik blij dat ik op die manier een zicht krijg op hun producties. Er staat ook nog een dvd aangekondigd die het dertigjarig bestaan van de groep documenteert. Overkill? Misschien, maar de kans is ook groot dat we daarna een tijdje niets meer van de Neubauten horen. In een interview met het parool lieten Bargeld en Unruh alvast weten dat ze na de tournee voorlopig geen plannen meer hebben met de Neubauten. Nu van genieten dus!
* * * * *
Ik raad iedereen aan om het optreden te bekijken dat de Neubauten een paar dagen voorheen gaven in Parijs, en dat op een paar details na identiek is aan hun set in de AB.
Maandagavond zal Jochen Arbeit nog eens aan het werk te zien zijn in Les Ateliers Claus, in een performance waarvan nu al aangekondigd wordt dat oordopjes onontbeerlijk zijn om het bij te wonen.
(Klik hier om mijn recensie te lezen van het Neubauten-optreden van de vorige tournee, en hier om mijn recensie te lezen van hun tournee van hun 25-jarig jubileum.)