dinsdag, februari 26, 2008

Het daghet in den oosten

Dit artikel geeft achtergrondinformatie bij de uitzending van The Crooning Hour over alternatieve muzikanten in het voormalige Oostblok. Je kan de uitzending beluisteren tot maandag 10 maart op http://www.xlair.be/. Klik onder programma's op The Crooning Hour en dan op 'luisteren'.


Het daghet in den oosten. Alternatieve muziek in het voormalige Oostblok.

Er was eens een spook, dat waarde door Europa. Het spook van het communisme. Het spook regeerde ooit over de helft van het continent. Tot in 1989 onverwacht de communistische regimes instortten.

Het spook hield van muziek. Grote budgetten werden besteed aan het maken van kunst en muziek die de communistische idealen moesten verspreiden. Wie erkend werd als officieel muzikant of componist had een goed leven. Werk, inkomen en aanzien waren verzekerd. Van andere muzikanten hield het communisme minder of zelfs helemaal niet. Eigenzinnige of kritische stemmen werden meermaals het zwijgen opgelegd. Het is aan deze mensen dat deze uitzending van The Crooning Hour gewijd is.

In het programma willen we aan de hand van een aantal artiesten een historisch overzicht geven van hoe communistische regimes met dissidente muzikanten omgingen.

Vladimir Vysotsky: Dialog Y Televisora

Vladimir Vysotsky is een icoon uit de Russische muziek, vergelijkbaar met Jacques Brel bij ons. Hij was oorspronkelijk acteur en schreef liedjes voor de films waarin hij meespeelde. Zijn muziek en zijn teksten sloegen aan bij het grote publiek, maar niet bij de partijbonzen. Zijn liedjes circuleerden enkel ondergronds via cassettes. Zijn teksten gaven een humoristisch beeld van het dagelijkse leven van gewonen lieden in de Sovjetunie. De overheid vreesde voor verhulde kritiek in de vaak sarcastische liedjes. Pas aan het einde van de jaren ’70 bracht de officiële Sovjetplatenmaatschappij Melodiya platen van hem uit. Hij stierf kort erna, in 1980. Zijn populariteit was toen zo groot dat één miljoen mensen zijn begrafenis bijwoonden.

Renft: Gänselieschen

De DDR lag aan de frontlijn van de Koude Oorlog in Europa. De onmiddellijke nabijheid van een kapitalistisch land dat bovendien dezelfde taal sprak, dwong de DDR-leiders om steeds opnieuw te bewijzen hoeveel beter hun communistisch systeem was. Radio en televisie uit de Bondsrepubliek waren daarbij een doorn in het oog. Men probeerde lange tijd om de toegang tot deze uitzendingen met stoorzenders te verhinderen. Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen voor de verderfelijke invloed van het ‘westfernsehen’ kon men niet verhinderen dat Oost-Duitse jongeren op de hoogte bleven van de nieuwste muzikale ontwikkelingen in het westen en zich ernaar gingen gedragen.

Het Klaus Renft Combo ontstond in 1958, in een periode waarin de DDR zich vrij liberaal opstelde tegenover rock. Begin jaren ’60 verstrengde de houding tegenover ‘beatgroepen’ en kreeg het Klaus Renft Combo evenals hun opvolger The Buttlers optredenverbod. In 1967 werd het verbod opgeheven en bracht Renft een Oost-Duitse variatie op de hippies: folkrock met een experimentele inslag en maatschappijkritische teksten. Sommige van deze teksten gingen te ver voor het regime en in 1975 volgde een definitief verbod, inclusief gevangenschap en ballingschap van sommige leden. Andere groepsleden vormden nieuwe groepen waarmee ze bij gelegenheid liederen van Renft bleven spelen.

Wolf Biermann: Du lass Dich nicht verhärten, live in Keulen op 13 november 1976

Wolf Biermann is ongetwijfeld de bekendste dissident uit de DDR. Als overtuigd marxist begreep hij niet waarom hij in zo’n repressief systeem leefde en hij stak dat niet onder stoelen of banken. Jarenlang beroepsverbod en huisarrest werden zijn deel. In 1976 kreeg Biermann de toelating om voor een paar optredens naar West-Duitsland af te reizen. Hij trad in Keulen op voor een nokvolle sporthal. De West-Duitse televisie zond het optreden live uit. De DDR had het verstoren van West-Duitse televisiezenders al een paar jaar opgegeven en dus konden ook DDR-burgers die avond zien hoe Biermann scherpe kritiek uitte op de DDR. Biermann was na afloop niet meer welkom in Oost-Duitsland en verloor het staatsburgerschap. Veel DDR-kunstenaars protesteerden openlijk tegen de uitwijzing, maar de overheid gaf geen duimbreed toe en dreef de repressie tegen kritische stemmen op.


Laat je toch niet verharden
In deze harde tijden
Zij die te hard zijn breken
Zij die te scherp zijn snijden
En breken weldra ook

Plastic People of the Universe: Recently

‘We wilden niets met politiek te maken hebben en we hadden graag gezien dat de politiek ook niets met ons te maken wilde hebben.’ Aan het woord is Ivan Jirous, ‘manager’ van The Plastic People of the Universe. The Plastic People ontstonden in 1968, kort nadat de Russische tanks een einde maakten aan de Praagse lente. Discussies over het al dan niet menselijke gelaat van het socialisme waren niet aan hen besteed. Wat de groep wou, was een ‘tweede cultuur’ oprichten, wars en afgezonderd van de algemene cultuur. Ze begonnen met het spelen van nummers van Frank Zappa (aan wie ze hun naam ontleenden) en The Velvet Underground. Toen de groep het moeilijk kreeg om op te treden gebruikte Jirous zijn lidmaatschap van de kunstenaarsvakbond om congreszalen vast te krijgen. Daar gaf hij een korte inleiding over het artistieke belang van Andy Warhol en The Factory, waarna de groep de rest van de avond zijn uiteenzetting muzikaal mocht illustreren.

De groep moest snel uit Praag verdwijnen en hield jarenlang enkel concerten in afgelegen dorpen. Na twee afleveringen van Jirous’ Festival van de Tweede Cultuur werden alle Plastic People gearresteerd, samen met verschillende andere artiesten. Het proces groeide uit tot een conflict tussen staat en hippies. Het gerecht veroordeelde vier Plastic People tot gevangenisstraffen. Onder de aanwezigen in de rechtszaal: ene Vaclav Havel, een jonge schrijver die vier maanden later met zijn Charter 77 meer respect voor de mensenrechten zou eisen in Tsjecho-Slowakije. Havel zou ook zijn buitenverblijf ter beschikking stellen voor het derde Festival van de Tweede Cultuur en voor opnamesessies van de Plastic People. In 1982 gaf saxofonist Vratislav Brabenec er de brui aan. Hij was de onophoudelijke arrestaties en soms gewelddadige ondervragingen beu. Hij vertrok naar Canada, waar ook de Canadese ex-Plastic-zanger Paul Wilson verbleef. In de tweede helft van de jaren ’80 liberaliseerde het muziekklimaat in Tsjecho-Slowakije. Ironisch genoeg valt de groep uiteen over de vraag of ze zouden ingaan op een voorstel om hun naam te veranderen om zo openlijk te kunnen optreden.

Ivan Jirous ging na voordrachten van protestpoëzie opnieuw in de cel. Jirous en Havel kwamen pas na de fluwelen revolutie vrij. Havel werd verkozen als president van het nieuwe Tsjecho-Slowakije, maar vergat zijn vroegere passies niet. Hij nodigde leden van The Velvet Underground uit op een concert van Pulnoc, de nieuwe groep van Plastic People-bassist Milan Hlavsa. Frank Zappa kreeg zelfs een officiële functie als cultureel attaché van Tsjecho-Slovakije. Het is opnieuw Vaclav Havel die in 1997 de Plastic People terug bij elkaar riep om de dertigjarige verjaardag van Charter ’77 te vieren. De reünie bracht nieuwe platen en tournees met zich mee. De groep bestaat nog steeds.

Goran Bregovic: Gas Gas

Joegoslavië neemt in dit verhaal een aparte plaats in. Het land vaarde een onafhankelijke koers, was geen lid van het Warschaupact en was bijgevolg veel minder afhankelijk van Moskou. Rockmuziek was er nooit verboden en westerse groepen waren er vrij verkrijgbaar. Van elke belangrijke pop- of rockstroming was er een Joegoslavische variant: van blues, progressieve rock, disco tot punk en new wave.

Goran Bregovic kende in Joegoslavië een enorm succes met zijn groep Bijelo Dugme. ‘Rockmuziek was de enige manier om te protesteren tegen het regime zonder in de gevangenis te belanden’, zei hij ooit. Hij mocht desalniettemin optreden voor president Tito zelf. In 1989 ontbond hij de groep en schakelde hij over naar het componeren van filmmuziek voor onder andere Emir Kusturicas meesterwerken Time Of The Gypsies en Underground. Gas Gas komt van Bregovics fantastische aanpassing van het opera van Carmen: ‘Karmen with a happy end’ uit 2004.

Kino: Ik wil rust

Rockmuziek was lang verboden in de Sovjetunie. Vanaf de jaren ’80 kwam daar verandering in. Leningrad (nu Sint-Petersburg) gold als het rockcentrum van het land met groepen als Kino, Akvarium en DDT. De meeste rockgroepen kregen geen erkenning als officiële groep, wat inhield dat ze geen enkele ondersteuning kregen en zelfs geen geld mochten vragen voor optredens. Veel rockmuzikanten uit die periode verdienden hun geld als arbeider of nachtwaker. Zo ook de muzikanten van Kino, het Russische antwoord op de new wave. Door jong te sterven in een auto-ongeval wist zanger Victor Tsoi in Rusland het statuut van rockmartelaar te verwerven.

Feeling B: Wir wollen Artig sein

Eind jaren ’70 verschenen de eerste punks in het straatbeeld van de DDR. De eerste golf werd door middel van soms brutale repressie de kop ingedrukt. Midden in de jaren ’80 kwam het fenomeen terug en was er geen houden meer aan. Gebleekt piekhaar en hanekammen doken overal op. Feeling B ging in een omgebouwd busje door Oost-Duitsland optreden met hun lolpunk. Een aantal leden braken later internationaal door met Rammstein.

Laibach: Achtung

Laibach begon in 1980 industrieel geweld op Joegoslavië af te vuren. De aanpak bleek van meet af aan uitermate controversieel en complex. Door zich voor te doen als een groep die het gezag wilde versterken en de teloorgang van de waarden van het communisme betreurde, maar tegelijkertijd ambivalent te spelen met verwijzingen naar fascisme en kitscherige pop, schepten ze grote verwarring. Wellicht zou deze groep in elk ander communistisch land verboden zijn. Zelfs West-Duitsland overwoog bepaalde nummers te censureren. In Joegoslavië kwam het niet verder dan een verbod op de naam Laibach, de Duitse en daarom controversiële naam van de Sloveense hoofdstad Ljubljana.

A.F. Moebius: Böser Traum

In de naweeën van de punk ontstond ook de meer experimentele new wave. Onder invloed van westerse groepen als Einstuerzende Neubauten (uit dat ingesloten kapitalistisch eilandje midden in de DDR, West-Berlijn), Virgin Prunes en vele anderen, gingen ook Oost-Duitse jongeren aan het werk met al wat geluid maakte. Ze namen hun experimenten op aan de hand van cassettes die ze dan onder vrienden verspreidden. De groepjes en de opnames vermenigvuldigden zich snel. Deze jongeren gebruikten geen cassettes omdat het goedkoop was. Ze waren integendeel erg duur, maar waren voor hen de enige manier om hun muziek te verspreiden op een onafhankelijke manier.

Emir Kusturica & The No Smoking Orchestra: Djinji Rindji Bubamara

Het verhaal van Zabranjeno Pusenje (No Smoking) begint in 1981 in Sarajevo. De groep sluit aan bij een stroming die zich novi primitivisam (nieuwe primitieven) noemt. Ze spelen een mix van garagerock en folk die typisch is voor Sarajevo. De groep kent snel succes. Een grapje van zanger Nelle Karajlic over een kapotte Marchall-versterker bij een optreden brengt de groep in moeilijkheden. ‘De maarschalk heeft het begeven. Ik bedoel, de versterker.’ De allusie naar de dood van Maarschalk Tito leidt tot een boycot van de platen, afzeggingen van optredens en een hoop kritiek in de media. In 1987 vervoegt de geniale filmregisseur Emir Kusturica de groep.

De groep splitst in twee na het uiteenvallen van Joegoslavië. Een deel van de muzikanten blijft in Sarajevo, een ander deel hervormt zich in Belgrado. De groep uit Belgrado zal haar naam veranderen in ‘Emir Kusturica & The No Smoking Orchestra’ en verder evolueren tot een levendige balkanfolkgroep. Ze breken internationaal door met de muziek voor Kusturicas films Black Cat White Cat en Life is a Miracle.

Akvarium: Dubrovsky

Akvarium ontstond in de jaren ’70, toen rock in de Sovjetunie enkel ondergronds bestond. In 1980 namen ze deel aan het rockfestival van Tbilisi. Menigeen hoopte dat dit festival de legalisering van de rockmuziek in de Sovjetunie zou inluiden. Akvariumvoorman Boris Grebenshikov werd als gevolg van zijn optreden ontslagen uit zijn baan als ingenieur en uit de Komsomol, de communistische jongerenorganisatie. Dit laatste ontslag betekende doorgaans een drastische inperking van je carrièremogelijkheden.

Akvarium nam gedurende de jaren ’80 met beperkte middelen verschillende platen op die bijna allemaal klassiekers werden. Grebenshikov mocht in zijn eentje de Russische Beatles, de Russische Dylan en de Russische Pink Floyd incarneren (vrij indrukwekkend, zelfs voor een overtuigde Boeddhist). De groep gaf regelmatig illegale concerten in appartementen of kelders. Akoestisch, zodat buren en politie er geen lucht van zouden krijgen. Toen bleek dat buitengesmokkelde opnames van Akvarium goed verkochten in de VS, bracht de in geldnood verkerende platenmaatschappij Melodiya eind jaren ’80 platen van Akvarium uit. De groep viel uiteen in ’89.

Grebenshikov probeert dan internationaal door te breken met twee soloplaten in het Engels. Het wordt een flop. Hij keert terug naar Rusland om er muziek te maken die Russisch is in hart en nieren. ‘Hier word je niet vrolijk van, maar alle ellende zou even mooi moeten zijn’, schrijft men over de nieuwe Akvarium van de jaren ‘90. De muziek sluit goed aan bij de neergeslagen sfeer die in vele voormalige Oostbloklanden heerst. De overgang naar een markteconomie laat immers veel mensen in de kou staan. Lonen en pensioenen worden niet uitbetaald, werk is geen zekerheid meer en er heerst veel armoede.

Huil niet, Masha, hier ben ik
Huil niet, de zon komt terug op
Schuil toch niet weg voor de Heer
Hij moet ons nog vinden
De heilige stad Jeruzalem
Schijnt door het ijs en de sneeuw
Kijk hoe ze rijst om ons heen
Ze verwacht ons…

Theodor Bastard: Pustota

Sinds de val van het communisme zijn verschillende stijlen alternatieve muziek populair geworden. Onder meer het vermengen van elektronica en etnische invloeden. Theodor Bastard is een Russische groep rond Fedor Svoloch die zich gaandeweg uitbreidt met andere muzikanten, onder meer met Yana Veva aan de zang. Het nummer Pustota komt van de schitterende gelijknamige plaat uit 2004. Bekijk de uitstekende clip van het nummer op hun website: http://www.theodorbastard.com/.

Donis: An kalnelio akmenèlis

Meer van hetzelfde, maar dan uit Litouwen. Het nummer is afkomstig van de compilatie ‘Amber tribes: new wave of baltic avantgarde, electronic, ethno, ambient, industrial’. Het nummer verwijst naar de heidense achtergrond van Litouwen, een geliefd thema in de Baltische metal- en gothicscene.


Epiloog: Om presentator Luc Sinatra te plezieren voegden we nog toe:


Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde: Fritz der Traktorist

Eind jaren ’80 waagde menig Oost-Duitse groep zich aan het opnemen van punk- of kitschversies van DDR-hymnes. Hier namen de Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde een klassieker uit 1952 onder handen. In 1952 verlieten tienduizenden mensen de DDR en werd de eerste stoorzender ingesteld die West-Duitse uitzendingen op radio en televisie moest verstoren. Om het moreel hoog te houden werden ‘massaliederen’ als Fritz der Traktorist op de openbare omroep uitgezonden. Het nummer geeft een humoristisch relaas van landarbeider Fritz die dankzij zijn noeste arbeid de knapste vrouw van het dorp aan de haak weet te slaan. De Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde laten echter na om de laatste strofe over te nemen, waarin Fritz ‘omwille van gevaar voor veiligheid en vrede’ opgeroepen wordt voor de verdediging van de heimat.

2 opmerkingen:

Akicage zei

See HERE

xheviourmachine zei

Ik heb de veiligheidsinstellingen verhoogd om het soort spam van de vorige comment in de toekomst te vermijden.

Nu ik er toch ben, krijgen jullie wat uitleg bij het nummer dat gecensureerd is geweest bij de uitzending:

Bots: Der lange Weg, live op het Festival des politischen Liedes in Berlijn

Na de repressiegolf tegen beatgroepen in 1965 legde de DDR strikte normen op aan muzikanten. Ze verplichtte groepen onder meer om in het Duits zingen. Om de groeiende aantrekkingskracht van rockmuziek het hoofd te bieden organiseerde de Oost-Duitse jongerenorganisatie FDJ (Freie Deutsche Jugend) vanaf 1970 jaarlijks het Festival des politischen Liedes. Op de affiches niet alleen folkmuziek uit alle communistische broederlanden, maar ook sympathiserende artiesten uit het westen. De verhouding tussen de rebelse westerse groepen en de organisatoren was niet altijd gemakkelijk. Het illustreert de grote contradictie van het communisme: een ideologie die ontstond uit verzet tegen de gevestigde orde leidde tot zeer autoritaire regimes die geen tegenspraak duldden.

De Nederlandse groep Bots veroorzaakte een kleine rel door in 1976 een nummer op te dragen aan Wolf Biermann, op dat ogenblik al jaren doodgezwegen in de DDR. Desondanks keerde Bots een jaar later terug, als het festival na de uitwijzing van Biermann onder verhoogde veiligheidsmaatregelen doorging.