zondag, augustus 28, 2022

Crooniek: Trail of Time

Hebt u al gehoord van neo-fanfare? Ik had er tot nu toe ook niet van gehoord, maar het is wel de stempel die Crooniek hier krijgt, naast neo-klassiek en gothic. Crooniek is in de eerste plaats een blazersensemble dat werd opgericht in 2005 in de schoot van de Koninklijke Fanfare De Eendracht Kampenhout. De bedoeling was om met een kleinere groep meer variabele projecten te doen. 

Dat is ook gelukt, want in die tijd heeft Crooniek gefigureerd in operettes en televisiereeksen, heeft het deelgenomen aan talloze optredens met, onder meer, het mandolinekwartet MandolineMan, koren en het neoklassieke droompopproject Illuminine. De groep nam deel aan een verzamel-cd rond ‘Brabantse Danstradities’ (2013), en speelde volledige cd’s in samen met de Nederlandstalige zanger Olivier Soil (‘Demonen en Dromen’, 2018) en met Winterstille (‘Puin van dromen’, 2020). 

Bij dit laatste gaan misschien even uw wenkbrouwen fronsen, want misschien weet u dat ik zelf ook betrokken ben bij Winterstille. Toch kies ik ervoor om deze eerste solo-cd van Crooniek te bespreken, omdat ik vind dat hij uw aandacht waard is en omdat ik er zelf erg van genoten hebt. Onpartijdig ben ik zeker niet, maar ik kan alvast verzekeren dat iedereen die Winterstille goed vindt ook deze cd zal kunnen pruimen. 

De eigenlijke aanleiding voor ‘Trail of Time’ was, vermoed ik, de samenwerking met Illuminine. Dit is een project waarin Kevin Imbrechts op zijn eentje instrumentele en melancholische composities maakt op zijn gitaar. Een aantal nummers werden evenwel aangevuld met blazersarrangementen, die gemaakt werden door Crooniek-brein Gerry Croon. 

Ik had een aantal van deze nummers al live gehoord, en was eveneens van mening dat ze het verdienden om op plaat vereeuwigd te worden. Dat vond ook Gerry Croon – de naam Crooniek is overigens een woordspeling van zijn achternaam – en dus werden er voorbereidingen getroffen om opnames te maken. 

Wat leuk is, is dat Croon de moeite genomen heeft om de nummers van Illuminine nieuwe titels te geven en te verbinden aan de geschiedenis van zijn gemeente: Kampenhout. Zo genieten we niet enkel van deze uiterst melancholische tracks, maar leren we ook dat Beethoven voorouders had in Kampenhout, waaronder de arme Josyne Van Vlasselaer, die als enige vrouw ooit op een brandstapel in Brussel eindigde voor hekserij; of dat er ooit een vliegtuig neerstortte in de witloofvelden van Kampenhout (de gemeente is bekend om die lekkernij). 

Maar dat is niet alles. Croon put ook uit andere recente projecten. Uit de plaat van Olivier & Crooniek komen twee herwerkte nummers aan bod: ‘Nieuwe dromen’ en het naar het Engels vertaalde ‘G&B’. Ook van Winterstille komt er een Engelse vertaling aan bod: ‘When I look back upon my life’, dat deze keer gezongen wordt door Elisabeth Coffindaffer. (U vindt ook een instrumentele versie van het Winterstille-nummer ‘Und sie tanzten’ als bonusnummer.) 

Tenslotte staan er nog twee volledig eigen composities van Gerry Croon op de plaat: het instrumentele ‘Parade of the funeral fanfare’ en het alweer door Coffindaffer gezongen ‘Would you wake me in time?’. Zij geven u een idee van hoe Croon erin slaagt om – beïnvloed als hij is door Sopor Aeternus en Lacrimosa – nummers te maken die bombast en melancholie perfect combineren. 

‘Melancholie is de gelukzaligheid van het triest zijn.’ Dit citaat van Victor Hugo vinden we ook terug in het cd-boekje. En het is exact wat ik voel bij het beluisteren van deze ‘Trail of Time’. Neen, de muziek is niet vrolijk, maar de schoonheid ervan kan je tot tranen toe beroeren.



zaterdag, augustus 27, 2022

Rome: Defiance EP

We hebben al opgemerkt dat Jérôme Reuter van Rome erg creatief is de laatste tijd. In 2021 bracht hij maar liefst vier platen uit. We hoorden enkel ‘Parlez-Vous Hate?’ en waren niet laaiend enthousiast. We zijn echter geneigd om onze strenge woorden van toen terug in te slikken als we de nieuwe ep ‘Defiance’ horen. Deze ep komt enkel digitaal uit en is volledig gewijd aan de oorlog in Oekraïne. 

Rome was aan het optreden in Oekraïne toen de oorlogsdreiging steeds prangender werd. U herinnert zich misschien dat de spanning toen te snijden was. De Amerikanen waarschuwden dagelijks voor een Russische inval, terwijl Rusland elke suggestie daarvan afwees. Reuter had er veel contacten met Oekraïners, en heeft die contacten behouden eens de bommen begonnen te vallen.

Je moet altijd wat oppassen met politieke stellingnames van Rome, want Reuter werd eerder al zowel in de extreemlinkse als in de extreemrechtse hoek geplaatst, en zeer waarschijnlijk schept hij er – net als zijn leermeester Douglas Pearce van Death In June – plezier in om mensen te provoceren en op het verkeerde been te zetten, zonder zelf enige toelichting te geven bij zijn werk. 

Vast staat evenwel dat Reuter op 30 maart en 5 juli 2022 online benefietconcerten gaf, waarbij geld opgehaald werd voor een opvangplaats voor vluchtelingen in Lviv. De tweede keer vond het concert zelfs plaats op een geheime locatie in die stad. Dit kan moeilijk anders geïnterpreteerd worden als een openlijke steun aan Oekraïne in de oorlog, en dat is een standpunt dat we volmondig steunen. 

Twee dagen na het concert kwam ‘Defiance’ uit. De ep komt enkel digitaal uit en bevat vier nummers. De cover is een silhouet waarbinnen je een kapotgeschoten appartementsgebouw ziet. ‘Going Back To Kyiv’ mag de ep openen, en de tekst zet meteen de toon: 

This war has been a chain of 
Flashes of bland and green 
But once they're driven back 
There'll be new dreams 

De muziek is ingetogen en melancholisch, zoals we van Rome gewoon zijn, en het zal niet verwonderen dat Reuter in zijn teksten ook de mensen die gevallen zijn in de oorlog herdenkt. Dat doet hij ook in het tweede nummer ‘The Brightest Sun’, dat ‘Slava Ukraini’ – oftewel ‘Glorie aan Oekraïne’ – in zijn refrein bevat. 

‘The Ballad of Mariupol’ kreeg hier en daar het verwijt dat het te melig is, en toegegeven: Reuter klinkt hier als Reinhard Mey die als Orpheus wil zingen. Maar ik hou best van Reinhard Mey, en eerlijk gezegd vind ik ‘The Ballad of Mariupol’ één van de mooiste nummers die Reuter ooit geschreven heeft. 

And what lies were we told 
On the fate of Mariupol? 
On that proud heart 
As it was torn apart 

‘Welke leugens werden ons verteld?’ Reuter beseft dat er een informatieoorlog aan de gang is, en dat er heel wat leugens rondgaan over de oorlog. Dat de Russische overheid voortdurend liegt is duidelijk, dat doet ze al jaren, en ze heeft er ook voor gezorgd dat alle kritische media in Rusland opgedoekt werden. Maar we moeten ook niet geloven dat de Oekraïners zuiver tot op de graat zijn, ook al zijn ze overduidelijk het slachtoffer van Russisch imperialisme. 

De ep sluit af met het titelnummer, dat eigenlijk een korte geluidscollage is waarin je sirenes en geweerschoten hoort. Het eindigt met een speech in het Oekraïens over hoe de helden van Marioepol vechten voor vrijheid en democratie. Maar het nummer zegt vooral iets over de gruwel van de oorlog, de doden, de vluchtelingen … Hoewel Reuter het heldhaftige van de Oekraïense strijders benadrukt, mogen we die gruwel nooit vergeten. 

Het zal sommigen storen dat Reuter op deze ep ondubbelzinnig een kant kiest, maar wees gerust: er komt een nieuwe plaat aan die ‘Hegemonikon’ zal heten, en die zal naar goede gewoonte weer een hoop tegenstrijdigheden en dubbelzinnigheden bevatten die u door en door kunt analyseren. Intussen geniet ik nog van deze zeer geslaagde ep.





woensdag, augustus 17, 2022

Les Nuits Dark-Ritual 2022: een moderne heksensabbat

Hebt u al gehoord van Les Nuits Dark-Ritual? Het is een kleinschalig evenement dat door de Franse gothicgroep Rosa Crux georganiseerd wordt. Het gaat door op het kasteeldomein van de Château De Thoix, ergens in Picardië. Met het openbaar vervoer geraakt u er nauwelijks, maar het is best een unieke ervaring, want dit festival is heel anders dan de grotere festivals. Eigenlijk zakt er maar een driehonderdtal mensen naar Thoix af voor Les Nuits Dark-Ritual, en in zekere zin is het festival een goed bewaard geheim voor ingewijden. Er gaan uiteraard optredens door, maar ook een resem zijactiviteiten die erg de moeite zijn. Het is ook het enige festival zonder tijdschema, want Olivier Tarabo, het brein achter Rosa Crux en ook de spil van dit festival, gelooft niet in uurroosters.

De eerste dag

De optredens beginnen als de zon ondergaat, op het gevoel, en andere activiteiten worden aangekondigd als de klok luidt. Wij hadden het geluk dat we bij onze aankomst op vrijdag heel snel die klok hoorden. Het was voor de ‘Cinema muet / Piano parlant’: een vertoning van stomme films die begeleid worden door live piano. De films werden gemaakt door Georges Méliès, een illusionist die pionier was van de stomme cinema, heel snel na de eerste filmvertoning door de gebroeders Lumière. Hij was vooral de uitvinder van speciale effecten. Zijn films zijn erg absurd en bestaan uit heel wat toverkunsten, die vaak filmisch perfect weergegeven werden. De kortfilms dateren van tussen 1897 en 1905, en het is indrukwekkend wat er toen al mogelijk was. De zeer gepaste pianobegeleiding komt van Camille Cauvin, die ook doedelzak speelt bij Rosa Crux.

Tot aan de optredens kunnen we op het domein van het kasteel rondzwerven. Het is er erg mooi en ruim, en er staan bomen zodat u gemakkelijk een plaatsje in de schaduw kunt vinden, wat met dit warme weer geen overbodige luxe is. De tuin is ook versierd met allerhande sculpturen: kruisen, een soort ruïne van een kathedraal, een nagebouwd kerkhof, een pentaculum, een kring van heksen in de hoogte … Sommige van deze werken worden na de optredens in brand gestoken, wat in combinatie met een volle maan een prachtig schouwspel oplevert. Verder vind je er een grote automatische horloge die elk uur de ‘sonneries macabres’ afspeelt. Op het eerste verdiep van het kasteel gaat een tentoonstelling door, genaamd ‘Mors – Mortis’. Je vind er kruisbeelden voor slachtoffers van de pest, tal van skeletten en ook een gigantische ruiter van de apocalyps. Deze werken zijn allemaal van de hand van Olivier Tarabo van Rosa Crux.

Als de zon ondergaat, start het eerste optreden. Het is het project van de bassist van Rosa Crux, Frater Stéphane, en heet NKRT. NKRT werd aangekondigd als dark ambient, maar klinkt eerder als post-punk. Het is een man die op een basis van repetitieve ritmes baslijnen opbouwt via loops, en daarboven langgerekte Latijnse spreuken reciteert. Dat Latijn heeft hij natuurlijk overgenomen van Rosa Crux. Op een bepaald moment mag ook Olivier Tarabo een tweede bas komen bemannen, wat in combinatie met de loops echt een overvloed aan bas oplevert. Dat is best interessant, maar na een tijd wel vrij repetitief. Hoe dan ook is het leuk als achtergrondmuziek bij mijn gedachten.

Haiku Funeral bestaat uit twee monniken die dark ambient maken. Terwijl monnik nr. 1 zijn bas met strijkstok en e-bow bespeelt, voert monnik nr. 2 rituelen met kaarsen en wierook uit, om daarna toetsen toe te voegen aan de basimprovisaties van monnik nr. 1. De monniken reciteren duistere verzen op hun beklijvende klankvelden, en na verloop van tijd gaat monnik nr. 1 zijn bas zelfs met klauwen en beenderen bespelen. Een groot pentagram op de achtergrond van het podium geeft een idee van de inspiratie en de onderwerpen van de heren. Het is in mijn ogen een erg geslaagd optreden.

De afsluiter van de eerste dag is Brigitte Handley. Zij komt helemaal uit Australië, maar verblijft regelmatig voor langere tijd in Europa, onder meer in Keulen, waar ze een nummer over schreef. Mevrouw speelt niet alleen, maar heeft een bassist en een toetseniste mee. Zelf verrijkt ze hun wat repetitieve begeleiding met subtiele gitaarlijnen en meer uitgewerkte zanglijnen. Muzikaal houdt het het midden tussen post-punk en rock. Als ze op het einde van haar set een cover van ‘Eisbär’ speelt, ben ik erg opgelucht, niet enkel omdat ijsberen niet huilen, maar vooral omdat de koude noordpool erg afsteekt tegenover de hittegolf die hier gaande is. De vraag is hoelang dat nog zal duren.

De tweede dag

Nu we weten dat de concerten pas laat op de avond beginnen, profiteren we ervan om een toeristische uitstap te doen in de streek. Gisteren hadden we op de heenweg al een halte gedaan om de kathedraal van Amiens te bezoeken, de grootste gotische kathedraal van Frankrijk. Vandaag gaan we naar de kathedraal van Beauvais, de hoogste kathedraal ter wereld. Gewoonlijk ben ik niet zo iemand die kerken bezoekt, maar ik heb op dit festival een kunsthistoricus mee – Gerry Croon, collega bij Dark Entries en in de gothfolkgroep Winterstille – die me alle details weet te vertellen over de architectuur van de kerken en de betekenis van de afgebeelde taferelen en sculpturen. Interessant is dat de kathedraal van Beauvais de kathedraal van Amiens probeerde te overtreffen in hoogte en breedte. Door fouten in het bouwplan stortten delen van de kerk evenwel verschillende keren in. Zo werd uiteindelijk slechts een derde van de kerk afgewerkt, en die bevat nog steeds aanvullende steunpilaren opdat ze niet volledig zou instorten. Was hoogmoed geen hoofdzonde in het katholieke denken?

Als we dan uiteindelijk toekomen op het festival – rond 20 uur, want we hebben geleerd dat het weinig zin heeft om vroeger te komen – horen we vrij snel dat er een aankondiging is. Olivier Tarabo neemt het woord om te vertellen dat Das Ich tegengehouden werd op de luchthaven nadat zanger Stefan Ackermann positief testte op COVID. Dat is een grote domper, want ik ben zeker dat er mensen speciaal voor de Duitse electrogroep gekomen zijn. Het programma wordt aangepast, en de Spaanse deathrockgroep Malefixio mag vandaag afsluiten in plaats van morgen te spelen (wat op zijn beurt tot frustratie leidde bij de mensen die op zondag speciaal voor Malefixio kwamen).

Iets na negen start de eerste groep van vanavond eraan. Vertebre is een Franse electrogroep bestaande uit twee vrouwen, die het wat verder zoeken dan gewoon een vettige beat. Als ze gitaar en bas incorporeren in hun composities, klinken ze bijna als post-punk, en op andere momenten klinken ze als industrial of zelfs dark ambient. Ook wisselen ze nummers in het Engels af met nummers in hun Franse moedertaal. Kortom: ze zijn niet voor een gat te vangen, en dat horen we graag. 

DaGeist waren we even uit het oog verloren. Nochtans waren we aangenaam verrast door hun debuut ‘40’ in 2015 en hebben we ze ooit nog uitgenodigd op een Dark Entries Night. We hebben gezien hoe ze langzaam maar zeker populairder werden, maar hun tweede plaat ‘Sexy’ uit 2019 was volledig aan ons voorbijgegaan. Aan het aantal DaGeist-t-shirts te zien zijn ze hier alvast een gevestigde waarde, maar ze komen ook niet van ver en hebben wellicht hun lokale fanbasis meegenomen. DaGeist brengt een mix van poppy wave en post-punk waar je onvermijdelijk van gaat houden (en al helemaal als je weet dat dit bijzonder vriendelijke mensen zijn).

Het is alweer veel te lang geleden dat ik nog eens goede oude deathrock gezien heb. Malefixio brengt me exact dat. Het trio komt uit Barcelona en bestaat uit bas, gitaar en zang, vergezeld van drumcomputer. Hun zangeres Eva LadyStardust is groots als frontvrouw en zingt in het Spaans. De muziek doet denken aan een mix van Christian Death en Sex Gang Children. In 2018 brachten ze hun debuut ‘Culto a lo Invisible’ uit, maar ze spelen vandaag vooral nummers uit de opvolger die later dit jaar zou moeten uitkomen. Na afloop was iedereen het eens dat dit indrukwekkend optreden ons helemaal heeft doen vergeten dat Das Ich hier eigenlijk had moeten afsluiten. Opnieuw worden alle sculpturen in de tuin in brand gestoken, en voor wie dat wenst start er, zoals elke nacht, een after-party in een zaal in het kasteel met de dj’s van de Geisterwelt Nights, die daarvoor speciaal uit Neurenberg zijn afgekomen.

De derde dag

Op de derde dag begeef ik me weer vroeger naar het kasteel. Er is immers een atelier voorzien voor de collectieve zang tijdens de ‘Danse de la terre et du feu’, dat traditioneel deel uitmaakt van een optreden van Rosa Crux, uiteraard de afsluiter van vanavond. Omdat er gisteren amper aanwezigen waren op het atelier, deed Olivier Tarabo – de man die niet gelooft in tijdschema’s – een oproep om hier toch maar om vier uur te zijn. Er zijn nog twee zijactiviteiten waar ik u nog niet over verteld heb. De ‘sièste sonore’ bestaat erin dat je met een aantal mensen tussen boxen gaat staan waaruit dan relaxerende muziek weerklinkt. Nu, het klinkt eerder als een stuk van T.A.C., dus vol piepende en slijpende geluiden, en u mag zelf beslissen of u dat relaxerend vindt of niet. Fijn is het alleszins wel. Heel indrukwekkend is de ‘Totenbahn’ in de crypte. De crypte is eigenlijk een voormalige ijskelder waarin een mijnwerkerswagentje is opgesteld, waar je dan met vier personen in kan plaatsnemen. In de absolute duisternis word je dan naar een andere ruimte gereden, die alweer versierd is met skeletten en waar een vreemde man allerlei rituelen uitvoert. Dit is een absolute aanrader!

Het eerste optreden van de nacht begint met trage galmende geluiden. Een man met een lang zwart kleed wandelt het podium op. Hij draagt een masker dat lijkt alsof de huid van zijn gezicht afpelt. De eerste bombastische percussie weerklink, gevolgd door symfonische klanken en theatrale zang. Ik volg Dead Man’s Hill nu al meer dan 30 jaar, sinds de dagen dat Bart Piette martial industrial maakte in de stijl van Cold Meat Industry, tot aan zijn latere werken die invloeden van dark ambient, wereldmuziek of zelfs black metal zouden verwerken. Vandaag speelt hij vooral de meer symfonische nummers uit zijn oeuvre. Mijn geheel objectieve mening is dat Dead Man’s Hill een uniek project is, dat best nog wat meer weerklank zou mogen krijgen. Voor wie aan mijn onpartijdigheid twijfelt – ik ben immers al jaren goed bevriend met Bart – voeg ik eraan toe dat ik ook vanuit het publiek niets dan lovende woorden hoorde over dit concert.

Zij komt uit het Verenigd Koninkrijk, hij komt uit Argentinië. Samen vormen ze Night Hexe. Zij heeft de uitstraling van Els Pynoo, maar haar zang is iets minder toonvast. Hij heeft de uitstraling van Eduardo Benavente, maar zijn gitarriffs zijn erg repetitief. Muzikaal mogen we dit onder de noemer cold wave catalogeren: een pulserende en dansbare beat, scherpe gitaren en een kille zang. Het duo doet zeker zijn best, maar de structuur van de liedjes is zo minimaal dat het mij niet helemaal kan overtuigen.

De eer om het festival af te sluiten gaat uiteraard uit naar de organisatoren van Les Nuits Dark-Ritual: Rosa Crux. Deze groep geeft optredens met een sterke nadruk op het visuele, en is eigenlijk meer interessant om live te zien dan op plaat te horen. Overigens brengen ze al lang geen platen meer uit, want Olivier Tarabo gelooft ook niet in platen. Hun muziek verspreiden ze op usb-sticks, die dan weer de vorm krijgen van heuse kunstwerken die gegarandeerd niet in uw cd-kast passen. Het eerste dat opvalt op het podium is de BAM, oftewel Batterie Acoustique Midi. Dit is een prachtuitvinding – die ook prijzen gekregen heeft – waarbij digitaal geprogrammeerd ritmes op akoestische drums worden gespeeld, die uiteraard prachtig vormgegeven zijn als drummende skeletten. Het optreden begint dan ook met een ritmisch stuk waarin de BAM een dialoog voert met frontman Olivier Tarabo, die voor de gelegenheid ook een trommel beroert. (Al moet ik hier in alle eerlijkheid bij zeggen dat de skeletten volgens mij niet live spelen.)

Daarna begint de feitelijke set, met Tarabo op gitaar, Claude Feeny op de piano en op het indrukwekkende carillon dat eveneens veel plaats op het podium inneemt, Frater Stéphane op contrabas en Camille Cauvin op doedelzak. U kunt zich inbeelden dat dit een indrukwekkend geluid oplevert. De gitaren klinken als trompetgeschal, en de orgels en carillon zorgen voor een erg duistere ondertoon. Dat de zang in het Latijn is, geeft helemaal weer waar het de groep om te doen is: het macabere van de Middeleeuwen oproepen. Olivier vertrouwde ons in een interview ooit toe dat hij de groep heeft opgericht vanuit een passie voor hekserij. De teksten neemt hij dan over uit allerhande obscure Middeleeuwse bronnen. De stemmen van de muzikanten worden aan de hand van loops uitgewerkt tot ware koorgezangen.

Nog meer koorgezang komt tegen het einde van het optreden, als de ‘Danse de la terre et du feu’ uitgevoerd wordt. Deze dans wordt uitgevoerd door twee met modder bedekte naakte vrouwen, die op een platform worden rondgedragen terwijl ze een repetitieve dans uitvoeren waarbij ze zich steeds meer met aarde inwrijven. Zoals we deze namiddag hebben geleerd in het atelier, moeten de deelnemers de dansers aanmoedigen door rond het platform mee te lopen en in koor de Latijnse zang mee te zingen. Olivier legde ons uit dat de bedoeling is om met dit ritueel een heksensabbat op te roepen. Zo wandelen we achter de dansers meermaals rond een groot brandend pentagram. Het is het einde van het optreden, maar nog niet van de heksensabbat, want in tegenstelling tot de andere avonden worden vannacht niet enkel de kruisen en het pentaculum in brand gestoken, maar ook de heksen die hoog boven ons cirkelen terwijl ze in vuur en vlam staan. Een prachtig zicht.

Les Nuits Dark-Ritual zijn een kleinschalig festival met een beperkt aantal optredens, maar wat een ervaring zijn ze! Zoiets maak je nergens anders mee. De prijzen zijn spotgoedkoop, want waar vind je nog een festival dat voor drie dagen slechts 55 euro vraagt? Het draait hier niet om geld, zoveel is zeker. Het festival kent ook zijn eigen geldeenheid: de Lux, ter waarde van 3 euro. Alle dranken en hapjes kosten dan ook exact 3 euro. Maar het is de uitzonderlijke aankleding die het zo fenomenaal maakt, met alle kunstwerken op dit uniek domein. Daarnaast is het ook gewoon extreem gezellig. Het publiek is beperkt, en dus is het de ideale plek om mensen te ontmoeten. Je geraakt hier heel gemakkelijk aan de praat met wildvreemden, en om een of andere reden blijken ze allemaal iets creatiefs te doen: de ene heeft een YouTube-kanaal waarop zij eigen video’s maakt, de andere start binnenkort zijn eigen sociaal netwerk op, en nog anderen musiceren, schilderen of schrijven. Het zijn al deze elementen bijeen die Les Nuits Dark-Ritual tot een unieke ervaring maken, een ervaring die we u van harte willen aanbevelen.

Foto's: Luc 'Who Cares' Luyten


dinsdag, augustus 16, 2022

Wave-Gotik-Treffen 2022: Leipzig kleurde nog altijd zwart, maar wat minder.

Nadat twee edities afgelast moesten worden, kon in 2022 het Wave-Gotik-Treffen opnieuw doorgaan. Het werd nog niet helemaal een normale editie. Aandachtige mensen hebben opgemerkt dat er een stuk minder groepen geprogrammeerd waren. En ja, er waren ook minder aanwezigen. 12.000 tot 15.000 in plaats van de gebruikelijke 20.000, volgens sommige bronnen. Leipzig kleurde nog altijd zwart, maar wat minder. 

Vooral het internationale publiek liet het wat afweten. Onzekerheid over een nieuwe coronagolf, de financiële gevolgen van twee jaar pandemie … Ik weet niet wat allemaal de redenen kunnen zijn, maar er zijn vast heel wat vaste bezoekers die dit jaar niet naar Leipzig afgezakt zijn. Al blijft het WGT het grootste gothic-festival ter wereld, en valt er ook dit jaar heel wat te beleven. 

Ook voor mij is het een wat mindere editie. Omdat ik net nieuw werk heb gevonden, zag ik me genoodzaakt mij reis in te korten: van vrijdag tot maandag, eerder dan van donderdag tot dinsdag. Ik mis een dag van het festival, maar het zij zo. Ik heb zeker geen spijt van mijn komst. 

Vrijdag 

We beginnen op vrijdag 3 juni. Na wat perikelen met de treinen, het afzetten van onze pakken op het appartement dat we huren en het afhalen van de bandjes – wat overigens tegen mijn vrees in erg vlot verliep – zijn we onderweg naar het Volkspalast. Daar spelen een aantal neofolk een aanverwante groepen. 

We missen net het optreden van Sophia. Sophia is een erg begeerde naam, en dus bestaan er maar liefst een vijftigtal groepen die onder deze naam muziek maken (bron: discogs). Hier spreken we over de dark ambient en industrialgroep uit Zweden, onder aanvoering van Peter Bjärgö (die ook de drijvende kracht was achter één van het dozijn Arcana’s op deze aardscheet). 

By The Spirits is een eenmans-neofolkproject uit Polen die volledig volgens het boekje werkt. Hij tokkelt zachtjes op zijn gitaar, versterkt met wat onheilspellende achtergrondgeluiden, en zingt daarbij in het Engels en Pools nummers die ongetwijfeld over dood en verderf gaan. 

The Devil And The Universe wou ik al lang eens live zien. Dit is een project van Ashley Dayour van de gothic rockgroep Whispers In The shadow. Maar Dayour is slim genoeg om met zijn zijproject niet in herhaling te vallen en hier krijgen we een soort instrumentele trance-rock gebaseerd op elektronica, percussie, samples en gitaren. De groep heeft een fantastisch imago. Drie heren in lange zwarte gewaden met geitenmaskers aan. Het levert regelmatig hilarische clips op, die hier ook op de achtergrond geprojecteerd worden. Live worden na een paar nummers de geitenmaskers afgeworpen, maar niet vooraleer Dayour met zijn masker even refereert naar de legendarische tongzoen van David Bowie met een schedel. 

Death In Rome is in de eerste plaats een uit de hand gelopen grap. In 2015 hoorden we voor het eerst van de groep toen ze een cover van ‘Barbie Girl’ maakten in de stijl van – u raadt het – Death In June en Rome (met uiteraard met een foto van Klaus Barbie als illustratie). Ze zorgen ervoor dat ze de dubbelzinnige symboliek van die groepen overnemen, maar het is bij hen duidelijk om te lachen bedoeld. 

Het concept is eenvoudig: je neemt een lekker foute hit, speelt die in met een folkgitaar, voegt er wat dubieuze samples en elektronica aan toe en zorgt dat de zang lekker treurig klinkt. Ik kan best genieten van de live-covers van ‘What is Love’, ‘Rhythm Is A Dancer’, ‘Beuys Beuys Beuys’, ‘Dirty Diana’ … Maar het meest gelukkige ben ik met ‘Take On Me’ en ‘White House Tommorrow’ (een cover van TV Smith dat daags na de bestorming van het Capitool een clipje kreeg met beelden van de aanval). 

De kers op de taart moet het optreden van :Of The Wand And The Moon: zijn. De Deen Kim Larssen maakt al meer dan twintig jaar zuivere neofolk, niet om te lachen maar net vol van een erg duistere melancholie. Politieke referenties hoef je bij hem niet te zoeken, al kleeft er wel een sticker met ‘This Machine Kills Time’ in runenschrift op zijn gitaar, een verwijzing naar het opschrift ‘This Machine Kills Fascists’ op de gitaar van Woody Guthrie. 

Larssen neemt niet minder dan vijf muzikanten mee, en dat helpt de melancholische teneur van zijn nummers te onderstrepen. Toch moet ik bekennen dat ik na een aantal nummers begon af te haken. Larssen brengt te weinig variatie in nummers die steeds op heel eenvoudige structuren gebaseerd zijn. Dat mag bij neofolk, maar het gaat na verloop van tijd allemaal hetzelfde klinken. 

Zaterdag: lezing over Gruftis in de DDR 

Sinds jaren al ben ik me aan het verdiepen in de alternatieve subculturen in het oostblok, en elk jaar kan ik ook wat rond dit thema meemaken op het WGT. Want Leipzig was de tweede grootste stad van de DDR, na de hoofdstad Berlijn. Je vindt er verschillende museas rond het leven in de DRR, en één van die musea is het Stasimuseum ‘Runde Ecke’, dat gevestigd is in de voormalige kantoren van de Stasi in Leipzig. 

Elk jaar opnieuw organiseert het Stasimuseum een kleine tentoonstelling die speciaal gericht is op het WGT en dat vooral handelt over de manier waarop de Stasi alternatieve of ‘negatief-decadente’ jongeren in het oog hield: punks, skinheads, hippies (Trampers), metallers en wavers (Gruftis). De tentoonstelling wordt elk jaar ook wat aangepast, zodat ik ze keer op keer weer bezoek. 

Mijn aandacht wordt deze keer getrokken door een detail dat volgens mij niet eerder aan bod kwam. Natuurlijk wisten we al dat Gruftis – Duits voor ‘grafwezens’ – graag op kerkhoven flaneerden. Er waren ook wat incidenten met Gruftis die de namen van hun favoriete groepen op de graven schreven of zelfs een kruisbeeld meepikten om rond hun nek te hangen. 

Maar in Dresden gingen een paar gothicers nog een stap verder en openden ze graven, namen beenderen, handen of hoofden van lijken mee, om ermee te pronken bij hun vrienden. Je kunt de Stasi-akten rond deze misselijkmakende zaken raadplegen in het museum, en daarin verantwoordden de daders hun gedrag als ‘normaal in Grufti-kringen’. 

In de namiddag staat hier een lezing geprogrammeerd van Sascha Lange. Hij heeft net, samen met zijn collega Dennis Burmeister, een boek uitgegeven over de new wave in de DDR: ‘Our Darkness. Gruftis und Waver in der DDR’. Daarin beschrijven zijn het alledaagse leven van de ‘Gruftis’ in de socialistische heilstaat. 

Lange heeft een doctoraat in de geschiedenis, waarvoor hij de jeugdoppositie in het Derde Rijk onderzocht. Hij wil echter benadrukken dat het bij zijn boeken over de DDR – het schrijversduo bracht eerder al een boek over de Depeche Mode-fancultuur in de dictatuur – om een jeugdcultuur draaien, en niet om een bewuste oppositiegroep. Veel Gruftis beschouwden zichzelf als apolitiek. 

De uiteenzetting begint wel met de westerse invloeden die de Grufticultuur hebben vormgegeven. We krijgen een overzicht van belangrijke groepen die iedereen intussen wel kent – Ramones, Joy Division, The Cure, Depeche Mode, Einstürzende Neubauten, maar ook het West-Duitse die ärzte – maar vooral blijft Lange stilstaan bij het belang van het West-Duitse tijdschrift Bravo. 

Bravo valt best te vergelijken met Joepie, maar er zaten vaak reportages in over new wavegroepen en Gruftis, die gretig aftrek vonden. Er werd veel geld betaald voor een binnengesmokkeld exemplaar van Bravo, of voor de bijhorende poster van bijvoorbeeld The Cure. Wie de originele poster niet kon bemachtigen, moest genoegen nemen met een kopie of zelfs een nagetekend exemplaar van de poster. Bijzonder populair was de ‘love-story’ ‘Ratte macht die Fliege’. Het verhaal was op zich oppervlakkig, maar werd geïllustreerd met foto’s van extravagante goths, en dat kon er op zich wel in. 

En zo zijn we beland in het scharnierjaar 1987, het jaar waarin ‘Ratte macht die Fliege’ gepubliceerd werd. 1987 was ook belangrijker omdat het gemakkelijker werd om naar West-Duitsland af te reizen – vooral voor gepensioneerden – en dus ook om exemplaren van Bravo of zelfs platen van westerse groepen binnen te smokkelen. Er kwamen in dat jaar ook tal van klassiekers uit: ‘Kiss Me Kiss Me Kiss Me’ van The Cure, ‘Music For The Masses’ van Depeche Mode, ‘Hopeless Cases’ van Anne Clark en natuurlijk ook ‘Floodland’ van The Sisters Of Mercy. 

Maar vooral begon de jeugdradiozender DT64 meer en meer wavegroepen uit het westen uit te zenden. Soms werden volledige platen uit het westen afgespeeld, met de uitdrukkelijke bedoeling dat jongeren ze op cassette zouden kunnen opnemen. In het programma Parocktikum werden zelfs Oost-Duitse groepen gespeeld die cassettes in eigen beheer hadden uitgebracht. Dit was eerder ondenkbaar, want die groepen waren niet door de censuur goedgekeurd. 

De wavegroepen uit Oost-Duitsland werden bekend onder de noemer ‘Die anderen Bands’. In 1988 verscheen zelfs – onder de hoede van Lutz Schramm, de presentator van Parocktikum die ook wel de Oost-Duitse John Peel genoemd wordt – een lp met een selectie aan groepen: Feeling B (de voorloper van Rammstein), het meer experimentele AG Geige, Sandow, Die Skeptiker, Rosengarten, Der Expander des Fortschritts, Die Art … 

Er wordt uiteraard ook aandacht besteed aan ander aspecten. Eind jaren 80 kwamen niet enkel de Gruftis op. Ook de naziskinheads waren in opmars. En die twee gingen niet goed samen. Vaak moesten Gruftis vluchten voor skins die het op hen gemunt hadden. Het was aangeraden om je in groep te verplaatsen, of om fuiven iets voor sluitingsuur te verlaten, omdat het einde van een fuif een uitgelezen moment waren voor vechtpartijen. En het gaat zonder woorden dat de passieve Gruftis geen partij waren voor de agressieve skins. 

Het toezicht door de beruchte geheime dienst – de Stasi, zwaard en schild van de partij – komt eveneens aan bod. Ik heb tijdens de lezing het gevoel dat Lange dit aspect wat probeert te minimaliseren. Hij heeft zeker gelijk dat de repressie tegenover Gruftis niet te vergelijken valt met wat de punks meemaakten in de eerste helft van de jaren 80, toen Stasi-opperhoofd Erich Mielke opriep om ‘Härte gegen Punk’ te tonen. (Voor het verhaal van de punkbeweging in de DDR kunt u hier en hier klikken.) 

Maar ook in de Gruftiscene waren er Stasi-informanten actief. Ze werden Inoffizieller Mitarbeiter of IM’s genoemd. Ook konden Gruftis meegenomen worden voor verhoor, enkel en alleen op basis van hun extravagant uiterlijk. Gruftis kwamen voor in de lijst van ‘negatief-dekadente’ jongeren, en er werden uitgebreide verslagen genotuleerd over samenkomsten en levensstijl van de Gruftis. Lange merkt wel op dat er in de Stasi-akten weinig aandacht was voor hetgeen de jongeren zelf het belangrijkste vonden: de muziek en het uiterlijk. 

Er komt nog een anekdote aan bod over een fotograaf die bij de fuiven in Haus Auensee – een populaire uitgaansplek voor Gruftis – foto’s trok van de aanwezigen en die daarna verkocht aan wie ze wou hebben. Mensen genoten van zijn aanbod, maar vroegen zich af wat de motivatie van de man was. Jaren later bleken alle foto’s ook mooi gerepertorieerd te zijn in de aktes van de Stasi, waarvoor de man dus werkte. 

Het is ook wat vreemd dat Lange de loftrompet steekt over de groep Die Vision en hun zanger Uwe Niels von Geyer (de enige man in de DDR die een t-shirt van Joy Division had). Niet omdat het muzikaal slecht is, maar wel omdat een eenvoudige zoekopdracht op google u leert dat ook Geyer een Stasi-informant was die vrienden verraden heeft en mensen naar de gevangenis gestuurd heeft. Dit lijkt me geen detail te zijn, als je een boek over de subcultuur in de DDR schrijft, en toch kwam het noch in het boek, noch in de lezing aan bod. 

Zaterdag: optredens 

We trekken daarna naar de Felsenkeller. Daar speelt vanavond een keure aan Duitstalige groepen. Als we toekomen, is Schneewittchen aan de beurt. Zij brengen een aan opera verwante versie van kleinkunst, die best vermakelijk is, zeker als het publiek massaal ‘Ohne Liebe’ meezing, van de succesplaat ‘Perlen vor die Säue’. ‘Ohne Liebe macht es keinen Sinn.’ ‘Zonder liefde kan je niet leven’, zo schreef ook J.M.H. Berckmans. ‘Vraag maar aan Lorm en Kromsky. Zij leven zonder liefde.’ 

Een misrekening maakt dat ik in een pizzatent terechtkom terwijl Soko Friedhof - het electro-zijproject van Untoten-hoofdman David E. Line – het podium bestijgt. Ik pik de laatste drie nummers nog mee, en heb spijt dat ik dit pikzwarte optreden grotendeels gemist heb. David E. Line laat niet enkel de beats spetteren, maar zorgt ook voor ingetogen momenten waarop hij zichzelf begeleidt op de piano, en het klinkt als een diepe duisternis die ik erg apprecieer. 

L’Âme Immortelle is een groep waar ik altijd een wat dubbel gevoel bij heb gehad, maar nu ik hier toch ben, probeer ik ook van hun optreden te genieten. Heb ik al gezegd dat een verplaatsing van het ene podium naar het andere op het WGT minstens een uur kost, en dat je dus best slechts één of twee podia per dag inplant als je een maximum aan optredens wil meepikken? 

Wat ik wel weet is dat L’Âme Immortelle zowel harde electro als meer ingetogen neoklassieke muziek maakt, in het Engels en het Duits, en ermee wegkomt ook! De groep werd in 1996 opgericht en mocht in de coronacrisis dus 25 kaarsjes uitblazen. Dat wordt nu – met wat uitstel – gevierd. Het spreekt dan ook voor zich dat ze het publiek verwennen met hun grootste hits: ‘5 Jahre’, ‘Life Will Never Be The Same Again’, ‘Catch My Fall’, ‘Stumme Schreie’ en uiteraard ‘Bitterkeit’ als bisnummer. 

Zondag 

De zondag zijn we redelijk vroeg bij het Heidens Dorp. Gisteren hadden we al een poging gedaan om hier binnen te komen, maar de ellenlange rij om binnen te geraken heeft ons van gedachten doen veranderen. Vandaag kunnen we zonder problemen binnen. We schouwen wel toe hoe het dorp zich langzaamaan vult en hoe ook vandaag weer zeker een lange file zal ontstaan aan de ingang van het dorp. De verklaring: het Heidens Dorp is een plek waar je ook voor één dag naartoe kan gaan, met een apart ticket dat los staat van WGT. 

En het Heidens Dorp is populair, niet enkel bij goths maar bij iedereen die gefascineerd is door de Middeleeuwen. Je vindt er een erg grote Middeleeuwse markt, waar je maliënkolders, lederen voorwerpen, messen, kledij of tal van sieraden kunt kopen. Je vindt er ook mede en speciale bieren, een variatie aan eetstandjes gaande van geroosterd vlees tot zeer lekkere vegetarische alternatieven. Kortom: het is een aangename plek om tijd door te brengen zolang er elders geen concerten zijn. En ja, de meeste zalen bij het WGT openen pas rond 16 of 17 uur. 

Er gaan ook optredens door in het Heidens Dorp. Feuerdorn is een medieval groep die met indrukwekkende doedelzakken van twee meter hoog en immense trommels speelt. Dit is exact de muziek die je hier verwacht, maar er komen ook andere zaken aan bod. Finsterforst wordt aangekondigd als folkmetal, maar ik heb wat moeite om de folkelementen te ontwaren, al zitten er wel heel wat atmosferische stukken tussen. 

Een groep die ook op het programma staat, maar niet zal spelen is Irdorath. Helaas wordt er geen uitleg verstrekt over het waarom van die tegenstrijdigheid. Irdorath is een Belarussische fantasiefolkgroep waarvan vijf leden vandaag in de gevangenis zitten, omdat ze muziek gespeeld hebben op de massale protesten tegen president Loekasjenko en zijn frauduleuze herverkiezing in 2020. Zo weet u ook meteen waarom Belarus ‘de laatste dictatuur van Europa’ wordt genoemd. Er werd een solidariteitsactie opgezet waarbij de groep wel degelijk op het programma staat van verschillende festivals in Europa, maar uiteraard zonder er te kunnen spelen. 

Als het wat te overbevolkt wordt in het Heidens Dorp, vertrekken we weer naar de Felsenkeller. Daar speelt Nachtblut, een Duitse black metalgroep die een zeer grote indruk had gemaakt op me tijdens een vorig optreden op WGT. Ook vandaag zien ze er weer fantastisch uit, en de stem van zanger Askeroth is grandioos. Ze spelen hits als ‘Multikulturell’, ‘Amok’ en vooral ‘Antik’. Afsluiten doen ze met een cover: ‘Alles nur geklaut’ van Die Prinzen – over een popster die toegeeft dat hij alles gewoon gestolen en gekopieerd heeft – waarop het publiek heerlijk ‘eo – eo’ meezingt. 

Daarna gaat het richting Agra, de grootste zaal van het festival en ook de plek waar een gigantische markt met kledij, platen en andere dingen plaatsvindt, alsook waar het kampeerterrein is. Eenmaal in de zaal, probeer ik te genieten van de rock-‘n-roll-klisjees van 69 Eyes, maar ik denk dat ik het niet goed aanpak. Drummer zijn bij 69 Eyes lijkt me alleszins geen job met veel afwisseling, en dat geldt misschien ook voor de andere muzikanten. Maar goed, ze weten een donkere sfeer op te roepen, en het publiek smult er duidelijk van. 

Nu zijn we hier natuurlijk voor Lacrimosa, dat zeker na het optreden vanavond alweer tot mijn absolute lievelingsgroep is uitgeroepen. Lacrimosa heeft net een nieuwe cd uit – ‘Leidenschaft’, heel aanbevelenswaardig – en het spreekt voor zich dat ze daar heel wat uit spelen. Zanger Tilo Wolff heeft een prachtig kostuum aan met gevederde schouders, en speelt regelmatig gitaar. Toetseniste en zangeres Anne Nurmi heeft een mooi wit kleedje aan, en ze zingt deze keer echt wel prachtig. 

Naast de obligate nummers uit ‘Leidenschaft’ – die opvallen door hun ingenieusiteit – komen er ook heel wat oudere hits aan bod: ‘Lichtgestalt’, ‘Durch Nacht und Flut’, ‘Ich bin der brennende Komet’, ‘Schakal’, ‘Der Morgen danach’ … Lacrimosa doet het nu ook slechts met één gitarist. Henrik Flyman is blijkbaar afgevallen, en ik heb iets horen waaien dat dat is omdat hij weigert om een pcr-test af te leggen om het vliegtuig te nemen. Een vreemde beslissing voor een professionele muzikant. JP Genkel neemt alles op zijn eentje evenwel perfect over, en hoewel je hoort dat men de nummers hier en daar aangepast heeft om het goed te laten werken, missen we die tweede gitaar echt niet. 

Het was een prachtige afsluiter van dit festival, want helaas moet ik door werkverplichtingen op maandag vertrekken en mis ik de vierde dag WGT. Ik heb alvast geen spijt van mijn aanwezigheid, en ik denk niemand onder de aanwezigen. Wel viel elke dag weer op dat er minder volk was en dat het programma wat minder uitgebreid was. Dit is wellicht onvermijdelijk voor de eerste post-COVID editie, en ik hoop dat het vanaf volgend jaar weer volle vaart zal gaan. WGT blijft het grootste en meest interessante gothicfestival ter wereld, en eentje dat ik voor geen geld zou willen missen. 

Setlist Lacrimosa: Intro / Liebe über Leben / Kelch der Liebe / Alleine zu zweit / Nach der Sturm / Führ mich nochmal in den Sturm / The Daughter of Coldness / Lichtgestalt / Durch Nacht und Flut / Ich bin der brennende Komet / If The World Stood Still A Day / Schakal / Celebrate The Darkness / Rote Symfonie 

Bis: Der Morgen danach / Raubtier

Foto's: Luc 'Who Cares' Luyten (behalve de eerste twee foto's bij de lezing van Sascha Lange)

woensdag, augustus 10, 2022

Amphi 2022: donker volk onder een verschroeiende zon

Het is geen weer om een goth buiten te laten, maar toch komen excentrieke zwarte wezens in drommen afgezakt naar het Amphi festival in Keulen. Het is dan ook de eerste keer in drie jaar dat het feestje mag doorgaan – corona oblige – en het is duidelijk dat velen erbij wilden zijn. En het maakt niet uit dat de meeste zwartzakken intussen ook oude zakken zijn geworden, voor de meest originele kapsels en outfits moet je nog steeds bij ons zijn, niet op tomorrowland (en daarom is het vreemd dat de jeugd van tegenwoordig zich er niet meer door aangesproken voelt). 

Chemical Sweet Kid mag de dans openen op zaterdag. Er is een intro met een gemaskerde zangeres, maar al snel barst het gitaargeweld los. Het zal een constante zijn op dit festival, dat een hele resem Neue Deutsche Härte- en andere naar metal neigende groepen heeft uitgenodigd. De combinatie van beats en gitaren doet het hier goed, zo zal dit weekend nog vaak blijken. Oh nee, deze Fransmannen zingen in het Engels! Clichéteksten verzekerd? Jazeker, maar ze krijgen wel het publiek op dit vroege ochtenduur al aan het dansen, zeker als ze als afsluiter ‘We’re Not Gonna Take It’ van Twisted Sister coveren. 

Nachtblut maakt een mix van gothic en black metal, en is wat mij betreft meteen een topper. Ze kampen aanvankelijk met wat technische problemen, maar die vergeet ik als ik de zin ‘Ich habe Rassisten schon immer verachtet’ door de versterkers hoor schallen. Yep, ‘Multikulturell’ is een black metalhymne over een seriemoordenaar die het gemunt heeft op racisten. Zanger Askeroth heeft echter wat stemproblemen. Hij klinkt eerder als een Wiener Sängerknabe, terwijl de referentie in zijn geval Dani Filth moet zijn. Het is niet zo’n probleem, want probeer hits als ‘Antik’ of ‘Lied für die Götter’ maar eens kapot te krijgen, en tegen ‘Alles nur geklaut’ – een popliedje van Die Prinzen waarmee Nachtblut traditioneel zijn concerten afsluit – zingt heel het publiek luidkeels ‘eo – eo’ mee. 

‘Rammstein is op wereldtournee’, grapt de man die die de aankondigingen doet, ‘dus moesten we Stahlmann in de plaats vragen’. Opnieuw Neue Deutsche Härte, dus. Vuurwerpers zijn iets te gevaarlijk onder de tenten van de Tanzbunnen, en dus spuit Stahlmann bij zijn intrede maar duchtig met stoom. Stoom aflaten, het zou het motto van Stahlmann kunnen zijn. Net als bij zijn idolen heeft hij zijn debuut en een nummer naar zichzelf genoemd, en net als zijn idolen wisselt hij harde rockers met metalballades af. De teksten klinken best interessant, maar een finaal oordeel zal ik er niet over geven daar ik deze groep te weinig ken. 

De zon slaat hard in op de toeschouwers. Waar gewone mensen vechten voor een plaatsje onder de zon, verdringen goths zich hier voor een plekje in de schaduw. We worden aangemaand om regelmatig te drinken, en niet enkel alcohol, maar een drankje bemachtigen kost je wel gemakkelijk twintig minuten. Dan maar Rome in de theaterzaal? Dat is binnen en de wachtrijen aan de drankstandjes zijn er korter. En je krijgt er mooie muziek bij. Zoals we reeds op hun laatste optreden op Porta Nigra zagen, treedt Jerome Reuter nu samen met een gitarist en een percussionist op, wat zijn optredens dichter bij het aloude neofolkgeluid brengt waar we zo van houden. Rome heeft ook net een digitale ep ten voordele van Oekraïne uitgebracht, en ook dat is een gebaar dat we zeer appreciëren. 

Mono Inc.
heeft met ‘The Book Of Fire’ een absoluut meesterwerk afgeleverd, dat het ook commercieel heel goed deed, tot de eerste plaats in de album charts in Duitsland. Het is een concept-cd rond het verhaal van Aelin, een genezeres uit de Middeleeuwen. Ze openen dan ook met ‘Louder Than Hell’ uit deze plaat, en het publiek zingt en klapt meteen mee. Een absoluut hoogtepunt is ‘Where The Raven Flies’ – ook afkomstig van ‘The Book Of Fire’ – dat met zijn ritmische variatie en geleidelijke opbouw erg opwindend is. Daarna slaat alles om. Martin Engler blijft alleen achter met zijn akoestische gitaar en zet ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen in, om daarna ook ‘The Passenger’ van Iggy Pop te spelen, waarop de groep terug invalt. Puur vakmanschap als entertainer, maar ik vraag me af of Engler niet beter wat meer hits van eigen hand had kunnen spelen, in plaats van het publiek op te hitsen met covers, die uiteindelijk de helft van de show innemen. Anderzijds: de show heeft geen seconde verveeld, en ook bij afsluiter ‘Children Of The Dark’ zingt het publiek tot in den treure het refrein mee. Om af te sluiten vraagt Engler meermaals of het publiek een geheim kan bewaren, en hoewel dit herhaaldelijk en unisono ‘neen’ antwoordt, laat hij toch los dat er binnenkort nieuw werk van Mono Inc. zal uitkomen. 

De headliner van de zaterdag is het extreem populaire VNV Nation. Zoals ik het intussen al een beetje gewend ben, moet ik me ook vandaag verantwoorden voor het feit dat ik best wel van VNV Nation hou. Ik vind dat het muzikaal en tekstueel goed in elkaar zit. Meer zelfs: ik hou het meest van melige nummers als ‘Nova’ en ‘Illusion’ (en dat liefst in de symfonische versies die je op de plaat ‘Resonance’ terugvindt). Nu goed? Ik ben trouwens niet de enige die van VNV Nation houdt, zo blijkt ook vandaag weer. Ronan Harris is dolenthousiast over een menigte die al zijn teksten meezingt, al wijkt hij zelf constant van zijn teksten af om met het publiek te converseren, om dan het publiek te verwijten dat het zijn teksten niet kent. En ook hij kondigt een nieuwe plaat aan: in februari 2023 komt ‘Electric Sun’ uit, en dat belooft een erg duister werkje te worden, althans volgens Harris. 


Goth of Christus? 

Ondanks de hitte was het een prachtige dag. Ik stond er opnieuw versteld van hoe open en verdraagzaam de gothic scene is. Er zijn mensen van alle leeftijden, met wel heel wat veertigers en vijftigers; er zijn mensen van alle huidskleuren aanwezig, met nog steeds een te groot overwicht aan witte mensen; LGBTQ’s kunnen hier als eender welk ander koppel hand in hand rondlopen of kussen. Ik was bijzonder gecharmeerd door de speciale aandacht die mensen met een beperking kregen, van de organisatoren, maar ook van andere festivalgangers die niet aarzelden om een helpende hand toe te steken als dat nodig was. Al is dit alles eigenlijk gewoon hoe het hoort te zijn. Maar als ik het festivalterrein verlaat, moet ik toch vaststellen dat dit alles nog niet overal vanzelfsprekend is. 

Goed, dat oude vrouwtjes aan de ingang 's ochtends even lachen met die extravagante ‘Grufties’ die het festival bezoeken, daar kan ik wel mee leven en vind ik zelfs sympathiek. Maar bij het buitenkomen word ik aangesproken door een man die me vraagt wat al die mensen in het zwart wel betekenen, en of we geen duivelaanbidders zijn. Ik antwoord dat we zeker geen duivelaanbidders zijn, maar goths die naar een muziekfestival gaan. Hij vraagt waar we dan wel in geloven, en ik zeg dat we eerder een pessimistische visie op de wereld hebben. Als hij blijft aandringen zeg ik dat ik zeker niet in god geloof, en dat was blijkbaar niet wat hij wou horen. Onze wegen scheiden. 

Eveneens aan de uitgang krijg ik een boekje toegestopt, net als talloze andere concertgangers: ‘Dead or Alive. Ze overleefden hun leven niet’. Het is een gratis uitgave van christelijke fundamentalisten die bedoeld is om weifelende rockliefhebbers te bekeren naar het rechte pad van het christendom. Op de cover zie je foto’s van verschillende overleden rockmuzikanten, en het boekje wil aantonen dat ze gestorven zijn omwille van hun zondig leven. Alsof we niet allemaal sterven. De korte biografie van Lemmy van Motörhead eindigt met de zin: ‘Zonder god voert elke weg in verderf’, en bij David Bowie heet het: ‘Jesus had ook hem kunnen verlossen, maar dan had hij niet enkel zijn oppervlak, maar ook zijn hart moeten tonen’. Bowie oppervlakkig? Dat is pas heiligschennis! 

Het gros van het boekje vertelt echter het verhaal van een junk: Bernd Maier. Hij is een man die uit een verscheurd gezin komt, al vroeg in instellingen belandt en dan verzeilt in een leven van drugs en criminaliteit. Op zich is het verhaal van opeenvolgende misdaden, aanhoudingen, spectaculaire ontsnappingen, vluchten naar het buitenland, een grote slag slaan en opnieuw aangehouden worden, best wel spannend. U kunt wel raden dat de man zich uiteindelijk bekeert tot het christendom, en zijn leven van misdaad en drugmisbruik vaarwel zegt. Het maakt niet uit al de feiten al van de jaren 70 en 80 dateren, het is een goed geschreven en boeiend verhaal. Maar het boekje moet daarna wel concluderen: ‘Het schrikwekkend hoge aantal junkies en jeugdige zelfmoorden die in circa 50 jaar rockgeschiedenis gestorven zijn, is onbekend. Het jeugdige sterven gaat verder.’ Wat verder lezen we: ‘Grufties (goths), die geen zin in hun leven zien, vereren de dood. Depressie als levensstijl.’
 
U hebt het begrepen: rockmuziek in het algemeen en in het bijzonder gothic muziek zijn zondig. U kunt zich maar beter bekeren tot het christendom. Nu wil ik gerust toegeven – ook dat hebt u al begrepen – dat ik ook graag eens kritiek geef op mijn gelovige medemens. Dus misschien is het ene wel het andere waard, al wil ik zeker niet veralgemenen en wil ik best aanvaarden dat veel gelovigen niet instemmen met de demarche van de fundamentalisten die dit boekje uitdelen. Maar vooral: ik ga niet aan de uitgang van de kerk staan om gelovigen te overtuigen dat god niet bestaat. Dat is toch een aanzienlijk verschil. 

Gloomy Sunday 

Het is gelukkig niet zo moeilijk om een hotel te vinden in het oude centrum van Keulen, op wandelafstand van het festival. En aangezien de concerten vrij vroeg afgelopen zijn en fuiven niet zo meer aan mij besteed is, ben ik de zondag fris en monter aanwezig als de eerste groep optreedt. Dat is Johnny Deathshadow, en ze moeten het wat hebben van hun imago: mooi geschminkt in doodskoppen. Hun muziek was aanvankelijk zuiver horrorpunk, maar ze zijn gaandeweg ook richting Neue Deutsche Härte geëvolueerd. In weerwil van zijn imago hangt zanger Jonathan Schneider tussen de liedjes graag de flauwe plezante uit, en ik vind het best vermakelijk. 

Aan het aantal t-shirts van de groep te beoordelen, is Rroyce hier razend populair. Ze spelen het voorprogramma van Eisbrecher – de Neue Deutsche Härte-groep die vandaag headliner is op Amphi – in hun huidige tournee. Doch ze spelen een heel ander genre. Ze zijn geen Rammstein-cloon, maar electropop, vrij toegankelijk en heerlijk dansbaar, wat de populariteit wellicht verklaart. ‘Is dit nog gothic?’, vraagt zanger Casi zich af na een erg vrolijk lied. Misschien niet, maar het publiek geniet er met volle teugen van. Heldmaschine is alweer Neue Deutsche Härte. Ik begin me af te vragen of het niet wat te veel van het goede is. Vanochtend sprak iemand me al aan met de opmerking dat Amphi meer en meer op een metalfestival begint te lijken. Maar na één nummer vind ik dit goed te pruimen. Ook ik, want ik kan niet anders dan vaststellen dat het publiek vanaf de eerste noot extatisch is. En ondanks de verschroeiende hitte springt het publiek braaf mee als het daartoe aangemaand wordt. 

Uit nood aan een beetje schaduw begeef ik me weer naar de theaterzaal. V2A – geen idee waar dat voor staat – wordt aangekondigd als ‘post-apocalyptisch’. Ze zien er ook zo uit, en al snel wordt duidelijk dat dit zich muzikaal vertaalt in snoeiharde aggrotech. Het is niet bepaald mijn ding. Ik vind het te sloganesk, maar ik beslis wel om hier in de luwte het optreden van Aeon Sable af te wachten. Ik wou deze gothic rockband al lang live zien, eigenlijk sinds ik de groep in 2012 leerde kennen. Zij hoorden toen bij de nieuwe lichting gothic rock, en zelfs tot de betere groepen in het genre. Daar horen ze nog altijd bij, al heb ik het wel wat gehad met de clichématige verwijzingen naar Aleister Crowley – Do What Thou Wilt – in de gothicwereld. Ik verlaat het optreden ook vroegtijdig, maar gelukkig pas nadat ze mijn lievelingslied ‘Visions’ gespeeld hebben, omdat ik geen noot wil missen van Samsas Traum. 

Ook dit literair gothic-metal-project van Alexander Kaschte wou ik immers al lang eens aan het werk zien. Ik vind een plaatsje in de schaduw, maar ook daar is het ongezond warm. Samsas Traum heeft al twee en een half jaar niet meer opgetreden. Binnenkort brengen ze nieuw werk uit, maar voor vandaag hebben ze een ‘greatest hits’-set samengesteld. En die leest mooi: ‘Ein Name im Kristall’, ‘Für immer’, ‘Auf den Spiralnebeln’, ‘Endstation Eden’, ‘Stromausfall im Herzspital’, ‘Heiliges Herz’ (opgedragen aan Kaschtes schoolkameraden die tomaten naar hem gooiden tijdens zijn eerste optreden), ‘Ein Foetus wie Du’, ‘Kugel im Gesicht’ … Wel wordt het optreden wat verstoord door het gedrag van Kaschte. We hebben hem al vaak bestempeld als een ‘notoire neuroot’, en die rol neemt hij volledig ter harte. Het is duidelijk dat zijn muzikanten op het podium zoveel mogelijk afstand van hem houden, en de manier waarop hij zijn roadie behandelt is gewoon schandalig: hij roept hem op het podium om een flesje water te openen dat gewoon aan zijn voeten ligt, en daarna nogmaals omdat het plat water is, terwijl hij liever bruis heeft. Ronduit respectloos. 

Als ik terug in de theaterzaal kom, pik ik nog de laatste nummers van Wisborg mee. Ook zij spelen gothic rock, maar de stem van zanger Konstantin Michaely is wat apart. Het is geen klassieke grafstem, maar meer theatrale en melodische zang die het geheel een eigen uitstraling geeft. Ze bestaan nog maar sinds 2017, maar hebben in die tijd al een erg aanbevelenswaardige trilogie uitgebracht. Een groep om in het oog te houden, zeg maar. Opvolger Erdling omschrijf ik het liefst als een mix van Diary of Dreams en black metal, in het Duits. Ik weet niet of u zich daar iets bij kunt voorstellen, maar beter kan ik niet doen. Het is zeer origineel, en het bevalt me wel. 

Ik keer weer naar het hoofdpodium om de originele Diary of Dreams aan het werk te zien. Ze hadden op Sinner’s Day 2021 moeten optreden, maar een krachtige regenstorm besliste daar anders over. Ze speelden dan maar op Sinner’s Day 2022, maar dat heb ik gemist. Nu zie ik een groep in topvorm. ‘Listen and Scream’, ‘Ikarus’, ‘Undivided’ … het is een mooie setlist. Ik heb gemerkt dat Adrian Hates liever niet meer zoveel speelt uit ‘Freak Perfume’, nochtans zijn meest populaire cd, maar na rijp beraad heeft hij toch besloten om af te sluiten met ‘Traumtänzer’, waarop hij het publiek uitvoerig laat meezingen. Hates verontschuldigt zich ook voor de langste pauze in zijn carrière ooit, maar eigenlijk kwam corona voor hem niet ongelegen, want hij had nood aan herbronning. In de lente van 2023 zal er evenwel nieuw werk uitkomen, zo belooft hij. Daarna keer ik terug naar de theaterzaal voor de afsluiter van het festival. Voor mij toch, want wie nog geen overdosis Neue Deutsche Härte heeft gehad, kan op het hoofdpodium nog van Eisbrecher genieten. Ik pik nog de laatste noten mee van Sono, en ben erg blij dat ik hun optreden gemist heb. Meer zal ik er niet over zeggen. 

Ik wil London After Midnight zien. De vorige keer dat ik ze zag was ook op Amphi, in 2014, en was niet zo meegevallen. Hopelijk doen ze het deze keer beter. Ik moet eerst en vooral toegeven dat ik veel nummers die gespeeld worden niet ken, en dat voor een groep die eigenlijk maar drie studio-platen uitgegeven heeft in meer dan 30 jaar, platen die ik goed genoeg ken. In oktober komt ‘Oddities Too’ uit, opnieuw een verzameling onuitgegeven nummer, naar analogie met ‘Oddities’ dat in 1998 uitkwam. Daaruit spelen ze onder meer het nummer ‘In October’, naar de favoriete maand van zanger Sean Brennan (ik vraag me af of er een link is met de Oktoberrevolutie). Uiteraard komen meer bekende nummers aan bod als ‘Your Best Nightmare’, ‘Kiss’ en ‘America’s a Fucking Disease’ (een nummer dat Brennan destijds voor George W. Bush schreef). Brennan is niet altijd even toonvast, maar als uiteindelijk ook ‘Sacrifice’ gespeeld wordt, is het publiek meer dan tevreden. 

En ook ik ben tevreden. Ondanks de hitte heb ik heel erg genoten van Amphi. Ik was niet de enige, want zoals gezegd was er best wat volk naar Keulen afgezakt voor de eerste editie van het festival in drie jaar tijd. Ik moet ook vermelden dat in Duitsland nog altijd wat strikter omgegaan wordt met coronamaatregelen, en dat ook hier gesproken wordt van een nieuwe golf in het najaar. Ik hoop dat het allemaal zal meevallen, en dat men ons deze keer niet opnieuw zal onthouden van het levensnoodzakelijke voedsel voor de geest dat cultuur in het algemeen en live-muziek in het bijzonder is.

Foto's: Luc 'Who Cares' Luyten