Het is altijd uitkijken naar een nieuwe cd van Akvarium, zeker sinds de groep in 2006 het prachtige Wilde Russische Vagebond uitbracht. Deze plaat kondigde een ware verrijzenis aan. Wit Paard uit 2009 was eveneens uitstekend, en met deze Archangelsk is het niet anders.
Openingsnummer 'Terug Naar Archangelsk' is meteen een terugblik op de geschiedenis van Akvarium, naar een periode in het begin van het millennium die we vriendelijk ‘de zoekende jaren’ zullen noemen – jaren van experimenteerdrift met elektronica. Of misschien verwijst het zelfs naar de klassieke rockperiode van de groep begin jaren 80. Akvarium gaf toen een optreden in de stad Archangelsk dat behoorlijk wat stof deed opwaaien en resulteerde in een maandenlang optredenverbod in de befaamde Leningrad Rock Club, het toenmalige epicentrum van de Russische rock.
'Rode Rivier' houdt het bij alternatieve rock. Alhoewel, midden in het nummer duiken de eerste Ierse invloeden op. En de Ierse pijler in de groep is aanzienlijk versterkt. Niet in het minst door fluitvirtuoos Brian Finnegan, een aanwinst uit Aquarium International, een 19-koppig orkest van vermaarde muzikanten uit gans de wereld waarmee Akvarium-frontman Boris Grebenshikov in 2008 verschillende optredens deed. (U vindt hier de link naar het concert van dit fenomenaal ensemble in the Royal Albert Hall.) Drummer Liam Bradley is een Ier die ervaring opgedaan heeft bij Van Morrison en er spelen nog een resem Ierse gastmuzikanten mee.
'Over Het Klaverveld' is een geluidscollage van gitarist Igor Timoef die weinig opmerkelijks heeft, zij het dat Kenneth – What’s The Frequency – Schaffer er wat morsecodes voor aanlevert. De man geniet buiten de verwijzing van REM bekendheid als expert in radiogolven en uitvinder van de eerste draadloze microfoons en van satellietverbindingen tussen de V.S. en Rusland. Onder Akvariumfans heeft hij een bedenkelijke reputatie omdat hij Grebenshikov in volle perestrojka wist te overhalen om het solo te wagen in het Engels.
Die solocarrière draaide rampzalig uit en vormde ook de doodsteek voor de heel populaire Akvarium uit de jaren 80. Achteraf beschouwd kunnen we dit ook als een zegen beschouwen, want zonder dit fiasco hadden we misschien geen recht gehad op de ‘nieuwe Akvarium’, de groep die in de jaren 90 prachtplaten afleverde als het Russisch Album, Kostroma Mon Amour of Navigator.
De parade trekt weer op met 'De Mars Van De Heilige Koeien'. Het nummer grossiert in Ierse invloeden, maar dan wel van een buitengewoon vrolijke soort. De tijd waarin Grebenshikov vol weemoed zong over droge wodka, vergezeld van brood met tranen is voorbij. Nu krijgen we wodka martini met vliegende runderen. Schenk nog maar eens in, en goed!
'Kapitein Bellerofon' haalt de blazers boven voor een nummer dat meer effect heeft dan alle verzamelde antidepressiva. Het leven is eenvoudig en mooi, en het doet er weinig toe wie de geheimzinnige kapitein wel is. ‘Aan de buitenkant zie ik eruit als een steen, maar inwendig ben ik een vuurspuwer.’
Nog meer raadselachtige personages, maar dan in een trager tempo met een ode aan de 'Geheimzinnige Uzbeek'. Wat hij komt doen is niet duidelijk – de vergeten pincode terugbrengen? – maar het is weer een buitengewoon meeslepende ballade, van het soort waar Grebenshikov een patent op lijkt te hebben.
'Het Vuur Van Babylon' moet ons eraan herinneren dat Akvarium de eerste Russische groep was die zich ooit aan reggae waagde, en is een verwijzing naar het legendarische nummer Babylon uit 1981. Ik hou niet van reggae. Ik haat het. Maar hier ben ik werkelijk verzot op. De blazers gaan eraan toe dat het een lieve lust is en de melodie zit ongelooflijk ingenieus in elkaar.
'De Regenkleurige Hemel' had niet misstaan op het Russische Album of op Kostroma Mon Amour, met zijn zachte gitaren en fluiten in typische Akvarium-stijl.
Grebenshikov heeft er altijd een punt van gemaakt om zijn platen grandioos af te sluiten. 'Eentje Voor Onderweg' is een melig en melancholisch nummer in die traditie. Het nummer opent met exotische klanken, maar verzinkt met een zacht accordeondeuntje in een rokerig café (waar zijn ze gebleven) waarin iemand al veel te veel gedronken heeft en er toch niet genoeg van krijgt. Het is tijd om naar huis te gaan, maar daar nemen we onze tijd voor. Meer dan 7 minuten en half, en van mij mocht het nog veel langer aanslepen. Kom, nog eentje.
Met Archangelsk bewijst Grebenshikov nogmaals dat je als oude zak nog steeds relevant kan zijn. Je kan misschien denken dat 9 nummers wat weinig is voor een groep die steeds zo productief geweest is, maar Grebenshikov stond er op om uiterst selectief te werk te gaan en heeft van het twintigtal nummers die hij sinds de voorganger geschreven heeft enkel deze uitgekozen. Misschien zitten er nog pareltjes onder de andere nummers, en dan krijg je die vroeg of laat nog voorgeschoteld. Intussen kan je maar blij zijn dat Akvarium – een groep die zijn plaats in de geschiedenisboeken al ruimschoots verdiend heeft – wederom zo’n goede cd aflevert.
De dissident die uitgroeide tot president, Václav Havel, werd wereldberoemd als leider van Charta 77 en later als president van Tsjecho-Slowakije en Tsjechië. Minder bekend is zijn rol in de alternatieve muziekcultuur in zijn land, de Tsjechische ‘Underground’. De term underground werd gelanceerd door dichter Egon Bondy – door Havel zelf omschreven als een ‘geniale gek’ – en is een een referentie naar de toen in alternatieve kringen erg populaire Velvet Underground. (Er wordt zelfs beweerd dat de ‘Velvet Revolution’ eveneens een verwijzing zou zijn naar deze groep.)
De alternatieve cultuur bevond zich in een stroomversnelling tijdens de Praagse lente en Dubčeks poging om een ‘socialisme met een menselijk gezicht’ in te voeren. Met de inval van tanks uit het Warschaupact in 1968 liepen diens hervormingen fataal af. Elke uiting van onafhankelijke geest werd met botte repressie beantwoord, en dat gold ook voor de bruisende muziekscene. Desondanks bleven in het geheim concerten en festivals doorgaan. Het geheel escaleerde toen bij een festival in 1976 een honderdtal concertgangers gearresteerd werden. Dit incident resulteerde in een proces tegen 18 muzikanten, waarvan 4 tot gevangenisstraffen veroordeeld werden. Gedurende dit proces werd de gerechtszaal een verzamelpunt voor kritische intellectuelen, waaronder Havel, dat zou uitgroeien tot de burgerrechtenbeweging Charta 77.
Havel nam de rol op van woordvoerder van de beweging en zou bijgevolg jaren in de gevangenis doorbrengen. Op het voorstel om het land te verlaten – ook een populaire tactiek van de overheid – ging hij nooit in. Toen het communisme in elkaar stortte mocht hij de hoogste post in de republiek opnemen. Hij bleef zijn wortels trouw. Als president nodigde hij de leden van The Velvet Underground uit op de koffie, benoemde hij Frank Zappa tot cultureel attaché en liet hij niet na van regelmatig te verwijzen naar onder het communisme vervolgde groepen als The Plastic People Of The Universe. Zijn legatie als president mag dan al omstreden zijn (zo gaat dat nu eenmaal met presidenten) en zijn literaire erfenis moeilijk te beoordelen (het enige boek dat ik gelezen heb – zijn uit de gevangenis aan zijn vrouw geschreven ‘Brieven aan Olga’ – is misschien politiek relevant, maar literair eerder genant), zijn nalatenschap als dissident en als spreekbuis van een alternatieve cultuur onder een totalitair regime maken van hem een monument waar je niet omheen kan.
Toen ik de zaal binnenwandelde ging het gerucht dat Peter Murphy nog op het vliegtuig zat, en dat de aanvang van het concert onzeker was. Toch stond Murphy twintig minuten later op de planken, op het afgesproken tijdstip. Professioneel gedrag is nu eenmaal wat we verwachten van iemand die al jaren in het vak zit. Nog maar net geland, en het optreden neemt een vliegende start, ook al moet Murphy nog af en toe wat aanwijzingen geven aan de PA.
Velocity Bird, de opener van Murphys laatste cd Ninth, mag het lont aansteken, en er volgen meteen verschillende nummers van dezelfde cd: Peace To Each, Memory Go en vooral de mooie single I Spit Roses. Dan murmelt Murphy iets over de klassensamenleving in Groot-Brittannië en over jongeren die je op elke vraag zullen antwoorden dat je de pot op kunt. Blijkbaar is dat een inleiding op Silent Hedges, dat over deze jongeren gaat. We hadden niet verwacht dat Murphy zo snel met Bauhaus-klassiekers ging uitpakken, maar wie zijn wij om te klagen.
De bassist schakelt over naar viool om Subway te spelen. Ik hou enorm van dat nummer, al was het maar omdat er een memorabele versie van bestaat op Dust, de cd die Peter Murphy in 2002 uitbracht. Murphy had zich al jaren voordien bekeerd tot het soefisme en was in Turkije gaan wonen. Dust werd een mengeling van rustige elektronica met traditionele Turkse instrumenten. De vermaarde wereldmuzikant – en tevens ook soefi - Mercan Dede heeft de plaat geproducet, en er spelen een hele schare Turkse muzikanten op mee.
Hoewel Murphy zich voorgenomen had om Dust door het strot van de mensen te duwen, moeten we vaststellen dat hij zich snel terug richting rock keert. Unshattered uit 2004 was zelfs een vrij makke popplaat. Dan volgde de reünietournee en -plaat met Bauhaus. De groep kon uitgebreid touren met Nine Inch Nails, wiens frontman Trent Reznor zijn bewondering voor Bauhaus niet onder stoelen of banken stak. Het is dan ook niet helemaal toevallig dat Murphy de NIN-klassieker Hurt overnam, waarop opviel met wat een uitstekende stem hij begiftigd is.
Met I Fall With Your Knife en All Night Long speelt Murphy ook wat oudere solonummers, om dan via een allesbehalve vervelende omweg door het vlakke veld - In The Flat Field – weer bij zijn laatste cd terecht te komen (The Prince & Old Lady Shade, Uneven & Brittle). Bij de bisnummers wordt weer uit de oude pot gegraaid. The Three Shadows Part 1 mag dan al een instrumentaal nummer zijn, het geeft ons een aanwijzing van welke de beste Bauhaus-plaat aller tijden is, en All We Ever Wanted Was Everything zal dat zeker niet tegenspreken. De Bowie-hommage Ziggy Stardust stamt ook uit deze periode, al heb ik hierbij wel het gevoel dat Murphy wat schrik heeft van de hoge noten.
De tweede bisronde begint Murphy met een lange monoloog, waarin hij onder meer vertelt hoezeer hij van Nederland en van Rotterdam houdt, waar zijn dochter ooit gewoond heeft. Vergist hij zich van land, of ligt het gewoon aan het feit dat de bekendste Rotterdammer ook een paar jaar in Leuven heeft gewoond? Met A Strange Kind Of Love speelt hij nog een ouder solonummer – wie graag een overzicht heeft van dit solowerk raad ik de live-cd Just For Love aan, een soort best of in een beperkte bezetting van drie muzikanten – gevolgd door de laatste single Seesaw Sway. Eindigen doet hij met Cuts You Up, dat ooit een grote hit was in de VS.
Laat niemand u wijsmaken dat Peter Murphy verleden tijd is. Met dergelijke optredens mag hij wat mij betreft nog vaak terugkomen.
Maandagavond 11 juli 2011, 19u20. Via facebook wordt het bericht de wereld ingestuurd dat Tuxedomoon de volgende dag een ‘secret gig’ zal spelen in het Brusselse café L’Archiduc. Een stunt die wel wat vragen opriep: zou het werkelijk om de legendarische groep gaan? Om een zijproject? Of om een akoestische set in een beperkte bezetting? Bovendien leek de vermelde zaal erg klein om een groep van deze reikwijdte te ontvangen. We namen het zekere voor het onzekere, gooiden onze plannen voor die avond weg, verzekerden ons van een wagen en trotseerden hagelrisico en het desastreuze Brusselse verkeer om onze jeugdhelden nog eens aan het werk te zien.
Bij aankomst konden we vaststellen dat de zaal toch wel erg krap was, zodat we ons meteen strategisch positioneerden om volop van het optreden te kunnen genieten. Tweede vaststelling: de groep was wel degelijk voltallig, dus geen zijproject of beperkte bezetting. Zelfs Bruce Geduldig, die al jaren het visuele aspect van de optredens opsmukt met projecties en mimespel, was aanwezig. Een maat voor niets, want zijn projecties op een zijmuur zijn wellicht aan iedereen voorbij gegaan. Een mogelijkheid was ook dat de groep dit optreden zou gebruiken om nieuw werk uit te proberen. Niets bleek minder waar, want ze pakten uit met een klassieke set.
De aftrap gaven ze met The Waltz, van de erg succesvolle cd Holy Wars uit 1985 en al jaren een gepast startnummer bij optredens. Ze zetten voort met Muchos Colores, een nummer van de laatste plaat Vapour Trails. De in Mexico residerende saxofonist-pianist-clarinetist-en-nog-wat-meer Steven Brown heeft voor dit nummer een tekst van de zapatistische rebellenleider Subcommandante Marcos op muziek gezet. Het was Brown die in 1976 in een cursus elektronische muziek in San Francisco Blaine L. Reininger ontmoette. Reininger bleek behendig met viool en gitaar en een strijdmakker in het zoeken naar nieuwe muzikale wegen. Ze richtten samen Tuxedomoon op. Ze werkten in verschillende bezettingen samen met diverse muzikanten, maar de groep stabiliseerde zich snel rond Brown en Reininger aangevuld met Peter Principle op bas.
Na de opnames van hun debuut Half-Mute in 1980 besloot de groep om naar Europa te verhuizen. Ze gingen naar Londen om er hun succesplaat Desire op te nemen, om daarna naar Rotterdam te vertrekken en zich al even snel in Brussel te vestigen. Tuxedomoon zou nog jaren in Brussel blijven wonen, waar ze een onderkomen hadden gevonden in de legendarische concertzaal Plan K. Ze zouden er samenwerken met Crammed records, een platenlabel dat experimentele muziek en interculturele samenwerking hoog in het vaandel hield, en met de fantastische geluidskunstenaar Gilles Martin, die als producer optrad voor al hun platen uit deze periode.
Het optreden van dinsdag legde het accent op het oudere werk. Ze spelen Time To Lose, dat ongeveer ontstaan moet zijn toen de groep zich in Brussel vestigde in 1982. Er kwamen ook verschillende nummers uit hun debuut Half-Mute aan bod: Fifth Column, Tritone en een tragere versie van What Use?. Zelfs de B-zijde van de eerste single uit 1978 - Joeboy The Electronic Ghost, opgenomen in een tijd waarin de groep samenwerkte met de San Franciscaanse radicaal-linkse theaterformatie The Angels Of Light - passeerde de revue.
Uiteraard speelt de groep ook recenter werk, zoals het uitstekende instrumentale nummer Tryptich uit de Hotel Bardo Soundtrack uit 2006, waarop de verschillende muzikanten tonen wat ze allemaal in hun mars hebben. Naast Reininger, Brown en Principle speelt ook Luc Van Lieshout mee, ooit als vervanger opgeroepen toen Reininger in 1983 de groep verliet, maar die in de groep bleef nadat Reininger zich in 1988 terug bij de groep voegde.
Een hoogtepunt zijn de versies van Allemande Bleue en Courante Marocaine, die oorspronkelijk voor de EP Suite en Sous-Sol uit 1982 opgenomen werden. Op deze EP liet de groep zich bijstaan door een aantal Marokkaanse muzikanten om een pareltje van bevreemdende experimentele muziek op te dienen. Tuxedomoon heeft de nummers prachtig aangepast aan de huidige bezetting. Het kwartet sluit af met Litebulb Overkill, het allereerste nummer dat de groep samen schreef in 1977 en wel vaker de afsluiter van hun concerten. Uiteindelijk heeft de groep een dik uur gespeeld, een korte maar overtuigende set. Bovendien had je echt het gevoel dat je aan iets uitzonderlijks kon deelnemen, alsof je deelt in het geheim van een laattijdig aangekondigd concert. Een prima stunt, natuurlijk.
Je zou denken dat er een vervaldatum staat op het label ‘vernieuwend’, zeker voor een groep die nu al meer dan 30 jaar meegaat. Hoewel we het geluid van Tuxedomoon ondertussen meer dan gewend zijn, valt toch nog op hoe fris en tijdloos het geheel klinkt. Wellicht konden toehoorders die de groep nog niet kenden niet vermoedden dat het gros van het werk van dinsdagavond uit de jaren 80 stamt. Tuxedomoon is erin geslaagd om zijn geluid actueel te houden, mede door het erg bescheiden gebruik van de drumcomputer en de technische bekwaamheid van de muzikanten. De groep verkeert duidelijk in topvorm. Het is uitkijken naar meer optredens van de cultformatie.
Video: oorspronkelijke versie van het nummer Joeboy The Electronic Ghost uit 1977
Akvarium speelt een niet te overschatten rol in de geschiedenis van de Russische rockmuziek. De groep leefde het ondergrondse en boheemse bestaan van Sovjetrockers in de jaren zeventig. Ze speelden illegale appartementconcerten en werden een hoeksteen van de Leningrad Rock Club in de jaren tachtig. Tijdens de perestrojka groeide Akvarium uit tot een megagroep. Kopman Boris Grebenshikov – die zich ook graag naar zijn initialen BG laat noemen – bezweek eind jaren tachtig even voor de verleiding om internationaal carrière te maken in het Engels, om vanaf de jaren negentig terug naar Rusland te keren en er één van de meest vruchtbare en succesrijke componisten te worden. In dit eerste deel kijken we naar de stad die Akvarium het leven heeft gegeven, naar de geschiedenis van de rockmuziek in de Sovjet-Unie, naar de eerste amateuristische opnames van Akvarium en naar het rockfestival van Tbilisi dat Grebenshikov zijn baan kostte en het startschot gaf voor de mythe.
Piter
Sint-Petersburg. In 1703 gesticht door tsaar Peter De Grote en vernoemd naar diens patroonheilige. Peter had jarenlang gevochten om een doorgang naar de zee, en dat in coalities waarin de bondgenoten van de ene dag de vijanden van de volgende morgen werden, of omgekeerd. Eens hij de monding van de Neva op Zweden veroverd had, beviel hij er de bouw van een nieuwe stad. Metsers kregen het verbod om hun beroep uit te oefenen buiten de moerassige bouwwerf. Alle bezoekers moesten stenen van buitenaf meebrengen – in de verre omgeving vallen er immers geen bouwstenen te rapen – terwijl Zweedse krijgsgevangenen en horigen het zware werk moesten verrichten. De onderneming eiste heel wat mensenlevens, maar de stad kwam er. En ze werd indrukwekkend.
Door haar sleutelpositie als havenstad, en mits een handvol oekazes die moesten verhinderen dat handelaars de andere havens in de regio bleven gebruiken, werd Sint-Petersburg al gauw de economische hoeksteen van het land en al even snel de hoofdstad van tsaristisch Rusland. Daar kwam ook de nodige culturele luister bij kijken. Dostojevski, Tolstoi, Poeshkin, Gogol, Stravinski en Tsjaikovski hebben er allemaal een deel van hun oeuvre geschreven. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ruilde men het religieus klinkende ‘sint’ en het Germaans klinkende ‘burg’ – een teken van de westersgezindheid van Peter De Grote – in voor het zuiver Russisch klinkende 'Petrograd'.
Paddenstoel
Petrograd speelde een hoofdrol in de Russische Revolutie. Lenin koesterde enig wantrouwen ten aanzien van het kosmopolitische hoofdstad, dat in de jaren na de Revolutie ten prooi viel aan regelmatige rellen en hoge criminaliteit. Dat en de ongunstige strategische ligging – de stad werd bijna veroverd door de witte legers in de Russische burgeroorlog – stemden hem ertoe om de hoofdstad naar Moskou te verplaatsen. Het mag dan ook verwonderen dat de stad na Lenins dood opgezadeld werd met de naam van de patroonheilige van de Revolutie. Kominternleider Zinovjev hoopte met dit voorstel op een goed blaadje te komen bij de leiders van de bolsjewistische partij. Tevergeefs, want het zou niet lang duren vooraleer Stalin schoon schip zou maken in het bestuur van Leningrad. Zinovjev kwam in de beklaagdenbank terecht van één van de geruchtsmakende processen uit de 20ste eeuw, dat hem ter dood veroordeelde voor terrorisme en sabotage.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de stad meer dan drie jaar omsingeld door de Duitsers, die het nochtans nooit wisten te veroveren. De bevolking stierf massaal van honger en kou. Sjostakovitsj voerde zijn zevende symfonie uit in de belegerde stad, wat hem wereldfaam opleverde en de Stalinprijs Eerste Klasse. Stalin bleef echter wantrouwig en zou ook na de oorlog nog zuiveringen uitvoeren in de leidende kringen van de voormalige hoofdstad. De stad groeide opmerkelijk en ijverde met aartsvijand Moskou om – nu het toch geen hoofdstad meer was – toch nog de titel van culturele hoofdstad te mogen dragen. Ontegensprekelijk werd Leningrad de hoofdstad van de rock in de Sovjet-Unie.
Rock around the Oostblok
Het maken van muziek was in de Sovjet-Unie altijd al onderhevig geweest aan soms vrij willekeurige politieke principes. In de jaren dertig trok de Russische Vereniging van Proletarische Muzikanten ten strijde tegen tango en lichte muziek. Desalniettemin genoten sterren als de geëxileerde Alexander Vertinski en de charmezanger Pjotr Lesjtsjenko, die beiden heel wat tango's in hun oeuvre telden, een grote populariteit. Na de tweede wereldoorlog werden westerse invloeden zwaar bestreden in de campagnes tegen het kosmopolitisme. Jazzmuziek en in het bijzonder saxofonisten bevonden zich in het vizier van de overheid. Pas in de jaren vijftig werd jazz officieel gelegaliseerd.
Met de opkomst van de stiliagi - of stijljagers - eind jaren vijftig kwam een eerste vorm van subcultuur op die, hoewel apolitiek, een zekere bewondering voor de westerse en vooral de Amerikaanse levensstijl tentoonspreidde en bijgevolg slecht gezien werd door de Sovjetsamenleving. In die tijd begon men ook illegale rock- en jazzplaten te drukken op onbruikbare röntgenplaten, wat leidde tot platen met een afbeelding van een gebroken been of ribbenkas of zelfs tot gevangenisstraffen voor de makers en verdelers van deze platen. Later zou de rentgenizdat – de verkoop van platen op Röntgenplaten – vervangen worden door de magnitizdat, het kopiëren van eenvoudige cassettes. Beide alternatieven kostten achter het ijzeren gordijn delen van mensen. Sommigen hadden een halve maand salaris over om de muziek van hun favoriete artiesten op deze wijze in huis te halen.
Menedzhers
In de jaren zestig kwamen de barden op. Zangers als Vladimir Vysotski en Boelat Okhoedzjava begeleidden zichzelf op gitaar en zongen liedjes met een grote nadruk op de teksten. In dezelfde periode kwamen de eerste Russische rockers op, die het in de aanvangsfase vooral met Beatles-covers deden. Later begonnen ze ook een eigen Russisch repertoire te schrijven en hun akoestische gitaren te elektrificeren aan de hand van telefoonmicrofoontjes. De overheid zag de opkomst van de ‘beatniks’ in de jaren zestig eerder geamuseerd toe en er ontstonden zelfs beatcafés onder leiding van de Komsomol, de communistische jongerenliga.
Toch bestonden er verschillende manieren waarop de overheid rockmuzikanten in de hand kon houden. Voor elk publiek optreden moesten programma en teksten goedgekeurd worden door een cultuurambtenaar. Zonder een erkenning als muzikant kon je weliswaar optreden, maar mocht je op geen enkele manier geld verdienen aan je optredens. Hetzelfde gold voor de organisatoren van festivals of optredens. Natuurlijk bestonden er manieren om deze regels te ontwijken, zoals het rondgaan met de hoed na het optreden of optredens organiseren waarbij een buitenstaander op geen enkele manier kon afleiden dat er betaald was om het concert bij te wonen. In de jaren zeventig verhardde het beleid en was het niet uitzonderlijk dat de politie een einde maakte aan een ondergronds festival. In de periferie van de Sovjet-Unie kon blijkbaar meer, en zo vonden de grootste rockfestivals plaats in de Baltische deelrepublieken of in de Kaukasus.
Een alternatief voor het optreden als amateurband was om je groep te laten erkennen als een VIA (Vocaal-Instrumenteel Ensemble). In dit systeem kon je recht hebben op goed materiaal, een professionele muziekopleiding en zelfs de kans krijgen om te toeren of platen uit te brengen. Er waren natuurlijk wel voorwaarden: je moest er netjes uitzien, een positieve en constructieve uitstraling hebben en er was vanzelfsprekend de controle en censuur vooraleer je kon optreden of opnemen. Het VIA-systeem was erop gebrand om folkmuziek te promoten, maar ook prog-rock, jazz-rock en rock-opera’s waren populair. Parallel hiermee bestond echter een alternatieve scene van amateurgroepjes, die langharig en gehuld in een blauwe ‘dzjins’ folk, blues en rock speelden in donkere achterkamers.
Etnografie
Eén van die groepen was Akvarium. Akvarium werd in 1972 opgericht door Boris Grebenshikov en Anatol ‘George’ Gunitskii. Grebenshikov was toen student in toegepaste mathematica, terwijl Gunitskii – die zijn bijnaam te danken had aan zijn aan Harrison verwante uiterlijk – zijn tijd verdeed met het schrijven van toneelstukken en absurde poëzie. Waren ze in hun beginjaren slechts twee van de vele romantische tieners die met hun gitaar rondtrokken en voor hun vrienden in appartementen speelden, dan zou Akvarium door talent en doorzettingsvermogen de centrale groep van de Leningradse rockscene en zelfs de belangrijkste rockgroep in Rusland worden.
De opnames van Akvarium uit de jaren zeventig worden quasi unaniem - ook door de betrokkenen zelf - als minderwaardig beschouwd, vooral omwille van hun erbarmelijke geluidskwaliteit. De betere nummers uit deze periode werden later in betere omstandigheden heropgenomen. Omdat het quasi volledige oeuvre van Akvarium vrij te downloaden valt op de officiële webstek van de groep, heb ik de besproken werken steeds gelinkt aan de pagina met mp3’s. U hebt echter geen enkele reden om deze vroege werken te downloaden vooraleer u alles van 1980 tot op heden in huis hebt. Of met de woorden van Grebenshikov zelf: ‘Opnames uit deze periode behoren niet tot de musicologie, maar tot de etnografie, omdat ze het bestaan documenteren van een andere levensvorm. Anders gezegd: je kunt het bestuderen, maar je kan er niet naar luisteren.’ (Wie een eerste muzikale introductie in Akvarium zoekt, kan best het concert van Grebenshikov in de VN downloaden dat een uitmuntende keuze liedjes biedt uit de hele carrière van de groep.)
100-roebel-ingenieurs
Akvarium spendeerde in de beginjaren heel wat tijd in het ‘ingenieurskasteel’, het Michailovski-kasteel in Leningrad dat tot ingenieursschool omgebouwd was. Hier vonden de eerste optredens plaats en voerde Gunitskii zijn amateurtoneel op. Het is eveneens in dit kasteel dat de eerste cassette van de groep opgenomen werd, De bekoring van Sint-Akvarium (1973), dat erbarmelijk is van kwaliteit maar desalniettemin klinkt alsof de makers ervan dolle pret hebben beleefd bij het opnemen. De opname getuigt van de voorliefde van de protagonisten voor absurde humor. Hetzelfde jaar nog werd ook Landbouwersminuet opgenomen, waarvan de opnames blijkbaar onherroepelijk zoek zijn geraakt.
Video: Mijn ster, een vroeg nummer in een recente uitvoering.
Mijn ster is niet uitverkoren
Straalt warmte, sterfelijkheid, zo zacht
En in ons huis, onder het schrale licht
Drinken wij de bittere wijn
En is het niet betreurenswaardig
Zij brandt en ieder rent van vuur
Slechts een kind vraagt aan zijn moeder:
‘Waarom valt toch deze ster?’
Openbare toiletten
Op Parabels van Graaf Diffusor (1974) is de geluidskwaliteit amper verbeterd, al kunnen we al meer instrumenten onderscheiden: gitaar, fluit, piano en diverse percussie-instrumenten. Gunitskii besluit na deze opname om Akvarium te verlaten en zich volledig aan het theater te wijden. Hij blijft goede banden onderhouden met de groep en zal in de toekomst nog verschillende keren teksten bijdragen. Grebenshikov neemt dan maar solo Aan de andere kant van de spiegel (1976) op, bijgestaan door cellist Seva Gakkel, die nog een lange toekomst als kernlid van Akvarium te wachten staat. In 1978 neemt BG met Mike Naumenko – zanger van Zoopark en cultfiguur uit de Leningradse rockscene – Alle broers zijn zussen op. De geluidskwaliteit is al sterk verbeterd, maar staat nog ver af van wat te komen zal.
Veel leuker nog is Muziek voor openbare toiletten, waarvan niet duidelijk is wanneer het opgenomen is (ergens tussen 1974 en 1980). De opname heeft zijn naam voorwaar niet gestolen. Zelf vind ik het een treffende soundtrack bij de latrines van de recyclart in Brussel. Het is een erg experimentele instrumentale opname waarop ik alvast een elektrische gitaar, viool en wellicht ad hoc samengestelde percussie-instrumenten (buizen? tafels?) ontwaar. Misschien kan dit nog wel iemand bekoren die op zoek is naar een vervreemdende luisterervaring. In 1980 brengt Akvarium - intussen uitgebreid tot een sextet - Weldra eindigt de eeuw uit, dat voorgesteld wordt als een compilatie van hun beste werk tot nog toe. De opname is inderdaad het einde van een tijdperk, het einde van de prehistorische Akvarium. Weldra schrijft de groep muziekgeschiedenis. In het nummer Wie ben je? reflecteert BG over zijn status als zanger.
Ik zing nu al 10 jaar, en uiteindelijk
Sta ik in mijn vriendenkring bekend als een zanger
Maar, mijn heer, ik ben het beu om een undergroundzanger te zijn
De goden dalen neer, ademen dure cognac uit
Nemen alles in beschouwing, lopen over van begrip
En leggen me uit wie ik ben
Thuis wacht mijn dochter op mij
Ik al vaak genoeg voor hen gespeeld
Ik heb al eerder gehoord, woord voor woord
Maar mijn hoofd tegen de muur slaan
Is niet erger dan een ander tijdverdrijf
Waarom heb ik anders een hoofd gekregen?
Lente in Tbilisi
In maart 1980 vond een grootschalig festival plaats in Tbilisi, toen nog de hoofdstad van de Georgische Sovjetrepubliek. Het festival kreeg de volle steun van de Georgische overheid, die in een periode van toenemende nationalistische spanningen de hand wou uitreiken naar de jeugd. Het ‘Lente ritme’-festival zou de officiële doorbraak van de rockmuziek in de Sovjet-Unie worden. Het was opgevat als een talentenjacht waaraan jonge groepen konden deelnemen, die dan op verschillende criteria werden beoordeeld door een jury van professionele componisten. Meer dan twintig groepen uit het hele land kwamen er met elkaar wedijveren. Kraftwerk stond geprogrammeerd als hoofdact, uiteraard zonder deel te nemen aan de talentenjacht. Mashina Vremeni (Russisch voor teletijdsmachine, hoogstwaarschijnlijk een eerbetoon aan Willy Vandersteen) maakte een goede indruk en wist verschillende prijzen weg te kapen.
Alles loopt gesmeerd, op het optreden van één groep na. Akvarium wordt in Tbilisi uitgenodigd op aanbeveling van ene Oleg Ivanovich, die erg enthousiast is over hun akoestische optredens in Leningrad. Wat Ivanovich niet weet, was dat Akvarium in de maanden voor het festival een heel andere set aan het voorbereiden is, die veel steviger rockt. Door werkzaamheden in de omgeving van hun repetitieruimte zijn er dan amper buren om te klagen over geluidsoverlast. Akvarium test in Tbilisi voor het eerst zijn nieuw rockrepertorium uit. Het publiek is in schok. Is dit punk? De gevaarlijke nieuwe muziek uit het westen? Grebenshikov bespeelt zijn gitaar met het microstatief en rolt over de vloer, Gakkel slaat de zanger met zijn strijkstok, Alexandrov cirkelt om hen heen, zijn fagot vervaarlijk in de richting van het publiek zwaaiend...
De jury tracht het optreden stil te leggen, en wandelt als dat niet lukt ostentatief de zaal uit. Niet alleen breekt de groep met hun act de conventies - in de Vocaal-Instrumentele Ensembles bleven muzikanten vooral statisch op het podium staan - bij de organisatoren ziet men er ook gedegenereerd homoseksueel gedrag in. Voorzitter Yuri Saulsky zei achteraf: ‘Het gaat ons niet enkel om het lawaai, om de decibels. Veel erger nog is het pretentieus geposeer met grote filosofische thema’s, de pretentie om zogezegd alle wereldproblemen op te lossen. Vanuit een professioneel oogpunt zijn dergelijke ensembles erg oninteressant, misschien wel onherstelbaar. Maar dit komt nog wel goed. Ik ben ervan overtuigd dat dergelijk muzikaal sektarisme geen basis zal krijgen om verder te ontwikkelen.’
Gedeclasseerd
Grebenshikov: “Toen we opkwamen voelde ik meteen dat er een schok door het publiek ging. Guberman (de drummer) riep naar Fan (bassist): ‘De varkens-in-de-oren-blues! Komaan!’ En ik zei: ‘Ik weet niet of dat een goed idee is...’ Ik herinner me dat ik erg bang was.” Toch bleek de meerderheid van het publiek het optreden te kunnen smaken. Het incident leek zelfs snel vergeten als Akvarium twee dagen later nog eens met dezelfde set mag optreden in Gori, de geboorteplaats van Stalin. ‘We waren toch al het zwarte schaap. We hadden niets meer te verliezen. We konden enkel onze reputatie bevestigen en er een flinke lap op geven’, aldus Grebenshikov. Het optreden werd gefilmd door een Finse televisieploeg, die er een reportage over maakte en de soundtrack doorspeelde aan de groep (zie video hieronder).
Maar toen Akvarium terugkeerde naar Leningrad bleek het roddelcircuit zijn werk gedaan te hebben. Het incident werd dermate uitvergroot dat er een schandaalsfeer rond de groep ontstond. Grebenshikov werd ontslagen uit zijn job als socioloog – officieel omwille van ongewettigde afwezigheid – en uit de communistische jongerenliga Komsomol. Dat had grote gevolgen. De Sovjetmaatschappij was immers niet mals voor ‘gedeclasseerde elementen’. Wat ook de professionele ambities van Grebenshikov waren, hij kon er nu een kruis over maken. Het optreden van Akvarium in Tbilisi wordt thans algemeen beschouwd als een mijlpaal uit de Russische rockgeschiedenis en het begin van het succesverhaal van Akvarium.
Video: reportage over het optreden van Akvarium in Gori, twee dagen na het Summer Spring Festival
‘Het beste wat me ooit overkwam, was de dag waarop ik mijn werk verloor. Van dan af kon ik me volledig aan muziek wijden.’ Boris Grebenshikov (BG) mocht dan wel elk carrièreperspectief verloren hebben na zijn optreden in Tbilisi, hij liet het hoofd niet hangen. De omstandigheden zaten mee. In 1980 bood Andrei Tropillo hem aan om op te nemen in zijn zelfbeheerde studio, waar zijn groep Akvarium een paar van hun belangrijkste werken op band zetten. In 1981 zag de Leningrad Rock Club het licht, een club die uitgroeide tot de belangrijkste rockscene in het land en waarin Akvarium de meest populaire groep werd. Tegen de perestrojka kon Akvarium door de hele Sovjet-Unie toeren en kregen ze zelfs een platencontract met het officiële Sovjetplatenlabel Melodija. Dan bezweek Grebenshikov voor de verleiding om internationaal carrière te maken. Hij vertrok naar de VS. Het bleek de doodsteek voor de groep.
Jonge technici
Grebenshikov: ‘In de zomer van 1980 kwam een verre vriend genaamd Andrei Tropillo uit het niets opdagen en zei: ik ga jullie helpen’. Tropillo was een ‘menedzher’, een organisator van undergroundconcerten. Hij speelde met het idee om gekopieerde platen van westerse artiesten te verkopen op de Russische markt en begon hiervoor opnameapparatuur te verzamelen. Al snel verkoos hij om opnames van lokale groepen te maken. Tropillo nam een deeltijdse baan aan als gitaarleraar en beheerder van een studio voor scholieren en pioniers. Hij wist microfoons en meersporenrecorders te verwerven voor kwalitatief hoogstaande opnames, enigszins geholpen door verschillende audiovisuele instellingen in Leningrad die vaak materiaal weggaven. Na zijn uren liet hij zijn vrienden langs de achterdeur binnenkomen om rockmuziek op te nemen. Omdat de administratie in principe geen volwassenen in het gebouw toeliet, vertelde Tropillo hen dat deze bezoekers pionieren waren.
Akvarium gaat meteen aan de slag en neemt een paar nummers op die ze gespeeld hebben op het festival in Tbilisi. Grebenshikov is echter ontevreden over de opnames en besluit dat de tijd voor elektrische Akvarium voorbij is. Bovendien is de groep sinds het optreden in Tbilisi twee muzikanten kwijt. Ze gaan verder als een kwartet en richten zich naar akoestische rock die zwaar beïnvloed is door Bob Dylan. Dat is ook de referentie die iedereen tot op vandaag gebruikt om het Blauwe Album te typeren, dat begin 1981 uitkomt op cassette. De opname bestaat vooral uit gitaar, mondharmonica, fluit, een vleugje cello en tabla. De kwaliteit is nog voor verbetering vatbaar, maar het is een significante stap voor de groep. BG: ‘Wat mij betreft is dit de eerste professioneel opgenomen undergroundplaat in Rusland. De nummers werden in een studio opgenomen, in de juiste volgorde gezet, het had een cover die we handmatig op de cassettehoesjes plakten. Van een groepje idealistische weirdo’s werd Akvarium een realiteit, en dat betekent: een ware mythe.’
Onberekenbare absurditeit
De uitgave van de eerste ‘bobina’ smaakt alvast naar meer. Sergey Kuryokhin, een avant-garde pianist wiens talent voor arrangementen door vrienden van Grebenshikov geprezen werden, mag zich al gauw tot de groep rekenen, samen met nog verschillende andere muzikanten of vrienden. (In de studio van Tropillo nam men nu eenmaal op met de mensen die er waren. Daardoor speelden de verschillende muzikanten die de studio frequenteerden vaak op elkanders liedjes en wisten ze achteraf soms niet meer wie wat gespeeld had.) Kuryokhin heeft ongetwijfeld een grote invloed op Treugolnik’, de tweede spruit die Akvarium opneemt in 1981. De cassette is vernoemd naar het driehoekig symbool op de hoes, en is volgens Grebenshikov een opname van ‘zuivere en onberekenbare absurditeit’. Verschillende teksten zijn afkomstig van Anatol Gunitskii, het stichtend lid dat tot 1974 in de groep speelde. Muzikaal hebben we recht op kazoos, koorzang, xylofoon, triangel en jazzy piano. BG: ‘Elke criticus zei dat niemand hier ooit naar zou willen luisteren. Het vervolg zou uitwijzen dat 75% van Rusland net omwille van Treugolnik’ voor Akvarium viel.’
Wie ben je nu, luitenant Ivanov?
Je gaat naar de parade zonder je broek
Daar dwaal je dan rond, goddelijk naakt
In het licht van de kabels van de trolleybus
De ster van Akvarium blijft rijzen als ze eind 1981 ‘De geschiedenis van Akvarium deel 2: Elektriciteit’ uitbrengen, hun derde bobina met eigen materiaal in één jaar tijd. De bedoeling was om een overzicht te geven van het ‘elektrisch’ werk van de groep in de afgelopen jaren. Het eerste deel bevat de opname van het optreden van Akvarium in Gori, twee dagen na het legendarische optreden in Tbilisi. Het tweede deel van de cassette is zowaar Russische reggae. In de zomer van 1980 hadden de muzikanten reggae leren kennen via een hippie die naast cellist Gakkel woonde en nachtelijke luistersessies hield met zijn uitgebreide verzameling westerse muziek, van Bob Marley tot Devo, over The Police, the Sex Pistols of Janis Joplin. De groepsleden konden zich vanuit hun eigen situatie wel herkennen in reggae en begonnen deze stijl frenetiek na te bootsen. Het duurde even vooraleer ze zelf voldoende nummers in dit register hadden, en die met deze cassette uitbrachten. In de toekomst zou Akvarium nog regelmatig reggaenummers opnemen, zij het nooit meer een samenhangende plaat.
Levensstijl
Misschien vraagt u zich af waarom de vorige plaat ‘deel 2’ van de geschiedenis van Akvarium genoemd werd. Wellicht omdat Grebenshikov wist dat deel 1 het essentiële sluitstuk van deze eerste periode zou zijn. Op ‘De geschiedenis van Akvarium deel 1: Akoestisch’, dat begin 1982 uitkwam, verzamelde de groep de akoestische nummers die hen tot dan zo populair hadden gemaakt. Sommige nummers van de plaat zijn recent geschreven, anderen gaan al mee van in jaren zeventig. Men beweert dat Akvarium in de eerste jaren uit noodzaak akoestisch speelde. Het was goedkoop, flexibel, niet te luid en bovendien was elektriciteit vaak onbetrouwbaar in de Sovjet-Unie. Maar bovenal werd het akoestische werk van de groep vaak als origineler en hoogstaander beschouwd dan hun rockwerk, met meer nadruk op de poëtische teksten van Grebenshikov.
Video: 25 tegen 10, van Akoestisch
Ik ben een ingenieur van 100 roebel Ik hoef niet te hopen op meer
Ik ben vijfentwintig en sinds tien jaar
Zing ik, al weet ik niet waarover
Hij kijkt mee over mijn linkerschouder
Maar Hij boezemt me geen angst in
Voor de man achter mijn linkerschouder
Zijn we op het eind van de rit allen gelijk
Treugolnik’, Elektriciteit en Akoestisch werden tegelijkertijd opgenomen in Tropillos studio. Wat men zou opnemen tijdens een sessie hing gewoon af van het gemoed van de muzikanten. Om in hun levensonderhoud te voorzien namen de leden van Akvarium jobs aan die niet te veeleisend waren om te combineren met het maken van muziek. BG was een tijdje nachtwaker, Gakkel reed het gras af langs de spoorwegen, fluitist Romanov verkocht watermeloenen op straat... In hun vrije tijd kwamen ze bijeen om muziek te spelen. Grebenshikov: ‘Aquariumrepetities hebben het karakteristieke geluid van de groep sterk bepaald. In onze chronisch onvindbare repetitieruimtes – bij de muzikanten thuis – werd de bas in de regel in de radio gestopt (en soms in de televisie – helaas beschikt niet elk huis over een basversterker). Als drum gebruikten we zowat elk huishoudelijk object dat voorradig was. Een repetitie zou gewoonlijk snel verzinken in theesessies en theoretische discussies over alles onder de zon. Mocht iemand zich per toeval de harmonie van een nummer herinneren, dan was dat nog geen reden om het gesprek te beëindigen. Het resultaat was dat de groep nooit goed speelde, maar dat we vrienden waren. Dit werd professioneel geformuleerd als de thesis: Akvarium als levensstijl.’
De Rock Club
In januari 1981 kwam een groep rockenthousiastelingen samen onder de auspiciën van de ‘Leningrad verenigde amateurs workshop’ LMDST, een organisatie die amateur schilders, muzikanten, fotografen of muzikanten ruimte bood om hun talenten uit te oefenen. Eerder hadden een paar van de aanwezigen al getracht om de ‘Gemeentelijke experimentele club voor hedendaagse jeugdmuziek liefhebbers’ op te zetten, die er van eind 1979 tot in de zomer van 1980 in geslaagd was om de eerste officieel toegestane rockconcerten te houden in Leningrad. De aanwezigheden besloten om de Leningrad Rock Club op te richten, als onderdeel van de LMDST. De mythe zegt dat LMDST-directrice Anna Aleksandrovna Ivanova met de Rock Club instemde met de woorden: ‘Goed, als ze me uit mijn werk ontslaan zal mijn man wel voor eten zorgen.’ 14 groepen werden lid van de club, waaronder Akvarium, Mify, Piknik en Rossiiane. Verschillende leden en vrienden van Akvarium - waaronder Grebenshikov en Gunitskii - zaten in de raad van bestuur van de club.
Het ontstaan van een Rock Club in Leningrad wijst op een verandering in de culturele politiek in de Sovjet-Unie. Eerder dan alternatieve of ongeoorloofde kunst te verbieden en te vervolgen, wou men voortaan plaatsen bieden waarin deze vorm van kunst aan bod kon komen onder toezicht van de overheid. Het is nog steeds een onderwerp van debat in hoeverre de KGB betrokken was in de organisatie van de Rock Club, maar vast staat dat ze er een hand in hadden. KGB-informanten waren aanwezig op alle belangrijke evenementen en waren bekend bij muzikanten en concertgangers. Belangrijke persoonlijkheden in de Rock Club, waaronder Grebenshikov, werden regelmatig ontboden bij de KGB. De KGB kon via de rock club controle uitoefenen op muzikanten en concertgangers, maar zonder hun toestemming was de hele onderneming gedoemd. Met hun zegen groeide de Rock Club uit tot de boeiendste rockscene in de Sovjet-Unie.
Was de leiding van de Leningrad Rock Club Akvarium welgezind, dan was dat niet noodzakelijk het geval voor andere concertorganisatoren. Dat Grebenshikov op een concert in Archangelsk in 1982 tegen de wil van de organisatoren in op blote voeten optrad, was genoeg om een storm van protest te ontketenen. De Rock Club werd verplicht om een voorbeeld te stellen en schorste Akvarium, waarop de groep een tijdje terugviel op akoestische appartementconcerten. Grebenshikov behield wel een centrale rol in de club en was bijgevolg op de hoogte van elke nieuwe groep. In 1982 ontdekte hij Kino.Bij Kinos debuutoptreden in de Rock Club waren de new wave-outfit en make-up van zanger Victor Tsoi meteen een sensatie. Het succes van de groep valt deels te verklaren door Tsois uitstraling als rockrebel met een hoge aaibaarheidsfactor.Tsoi werd snel een regelmatige bezoeker van de studio van Tropillo. De leden van Akvarium hielpen hem om zijn eerste twee bobina’s op te nemen, waarna Kino uitgroeide tot de Russische new wave-legende. (Het verhaal eindigde met Tsois dood in een auto-ongeval in 1990. Sedertdien geniet hij in Rusland de status van rockmartelaar.)
Rock-’n-roll is dood
Akvarium blijft ondertussen nieuw materiaal schrijven en heeft nieuwe leden aangetrokken. Alexander Lyapin is een vioolspeler die naar de gitaar is overgeschakeld en dat zo uitmuntend doet dat hij de andere muzikanten in de schaduw zet. Igor Butman is een jazzsaxofonist die vandaag nog tot de beste saxofonisten in Rusland behoort. Op Taboe (1982) gaat deze groep een stap verder in de elektrische rock. Bowie is overduidelijk een belangrijke invloed – met Lyapin in de rol van Mick Ronson - maar de plaat bevat ook elementen uit Pink Floyd, de New Romantics tot en met reggae. Kuryochin staat weer in voor de arrangementen. De zelf opgelegde kwaliteitsnormen zorgen voor heel wat wedijver tussen de muzikanten, in de eerste plaats tussen de rocker Lyapin en de andere meer intellectueel en mystiek ingestelde leden van Akvarium. Grebenshikov laat zich ooit ontvallen dat de opnames klinken alsof alle muzikanten tegelijk willen soleren, maar dat maakt de plaat niet minder populair bij het publiek.
Video: Rock-’n-roll is dood, uit een Sovjet televisieoptreden uit 1985.
Schouder aan schouder, als een steen in de muur
Hoe grootser we staan, hoe harder we vallen
Voor hen die ons volgden, voor hen die gewacht hebben
En voor diegenen die ons nooit zullen vergeven
Dat Rock-’n-roll dood is, maar ik nog niet
Rock-’n-roll is dood, maar ik...
Diegenen die ons liefhebben, en zij die ons steunen
Rock-’n-roll is dood, maar ik...
Nog niet
De interne spanningen tijdens de opname van Taboe zetten Grebenshikov aan om het nummer Rock-’n-roll is Dood te schrijven, dat op de opvolger Radio Afrika (1983) uitkomt. De groep had na de opname van Taboe een pauze van 6 maanden genomen. In de tussentijd was Tropillo erin geslaagd om de mobiele studio van een filharmonisch orkest te bemachtigen, waarmee ze aan de slag gingen. Grebenshikov: ‘’s Nachts slopen we heimelijk in de eerste 16-sporen studio die we ooit gezien hadden, ons verbergend voor het waakzame oog van de politie, en maakten we een levenslange droom waar: een hoogstaande, diverse en positieve plaat maken.’ Verscheidenheid en experiment zijn hier de sleutelwoorden. We krijgen een mix gaande van funky baspatronen tot New wave, gepaard met een vleugje Beatles, jazz en een hoop ondefinieerbare exotische geluiden.
Dag van zilver
Destijds ging Grebenshikov regelmatig langs bij Gakkel. De cellist woonde met zijn blinde moeder samen in een appartement in de buurt van Nevski Prospect. Gakkel was met het groeiende succes van de groep steeds kwaliteitsbewuster geworden. Grebenshikov probeerde zijn nieuwe composities uit bij Gakkel, die ze bekritiseerde of er mee op begon te improviseren en arrangementen te maken. Het resultaat was De dag van zilver (1984), een plaat die Grebenshikov zelf omschrijft als ‘de essentiële opname van Akvarium uit de jaren tachtig’. De invloed van de Beatles is manifest, maar van evenveel belang is de 19de-eeuwse Russische componist Michael Glinka, waarvan Akvarium een paar ballades trachtte op te nemen voor een film van Alexander Sokurov (die er nooit kwam). Het wegvallen van Kuryokhin, die zich toen volledig wijdde aan zijn sensationele groep Pop-Mechanika, maakt dat de nadruk bij deze opname op gitaar en strijkers ligt.
Kuryokhin komt terug opdagen voor de volgende opname: De kinderen van december (1985). De productie ligt in het verlengde van De dag van zilver, maar is gevarieerder. Het opent met een erg experimenteel nummer (Dorst), schakelt over naar zwaarmoedige synths (Dromen van iets groters), om verder te gaan met jaren vijftig rock (Ze kan dansen), poppy new-wave (Dans aan de top van de lente), psychedelische strijkers (Het dorp) tot en met Ska (212-85-06, een denkbeeldig telefoonnummer dat naar verluid regelmatig gebeld werd door fans). Het zou de laatste opname van de groep worden in de studio van Tropillo, waar ondertussen elke Leningradse groep van enige betekenis kind aan huis was. De bobina’s werden via het gangbare systeem verdeeld. Tropillo: ‘In principe gaf ik ongeveer 10 originelen van hoge kwaliteit weg, waarvan ik zeker wist dat ze gekopieerd gingen worden. Ik schat, aan de hand van het aantal steden waarin ik ze gezien heb, dat er minstens een miljoen kopies moesten zijn. Dat was het systeem van magnitizdat. Geen enkele fabriek kan daarmee wedijveren.’
En als de dag van de waarheid komt
Wat moet ik dan zeggen?
Dat ik niet inzag waarom ik het slechter zou doen
En geen mogelijkheid vond om het beter te doen
Geen wonder dat alle spiegels
In dit huis bedekt zijn met slijk
Zodat je 's ochtends niet in je ogen zou zien
De dromen van iets groters
Perestrojka
De machtsovername van Michail Gorbatsjov veranderde ook voor muzikanten heel wat, en niet enkel omwille van zijn vruchteloze poging om het alcoholverbruik aan banden te leggen. Akvarium kon vanaf 1985 eindelijk geld vragen voor optredens, iets wat tot dan ten strengste verboden was. De inkomsten waren niet breed, maar gaven de muzikanten, die ondertussen vrouwen en kinderen hadden, enig soelaas. De KGB gaf ook de gewoonte op om Grebenshikov regelmatig op het matje te roepen. De censuur viel weg. ‘We moesten steeds onze nummers doorgeven aan censuurcomités’, zei Grebenshikov. ‘Tot op een dag, voor een concert in de Rock Club, niemand ons kwam controleren. Dus speelden we gewoon waar we zin in hadden. Er gebeurde niets. Geen schandaal. Geen verontwaardiging. Bijgevolg hebben we sindsdien nooit meer ons programma doorgegeven aan de censuur.’
De populariteit van Akvarium blijft groeien. Fans bezoeken het appartement van Grebenshikov en laten graffiti achter in de inkomhal. Grebenshikov reist regelmatig naar Moskou om appartementsconcerten te geven. Door cassettes te verkopen hoopt hij zijn treinreis terug te kunnen betalen. Ichtyologie (1984), een live-opname uit een periode waarin Akvarium officieel niet mocht optreden, geeft een beeld van de appartementsconcerten. Tien pijlen (1986) werd noodzakelijkerwijs ook live opgenomen. (De studio van Tropillo was tijdelijk gesloten en het zou niet lang meer duren vooraleer Tropillo gedwongen werd om zijn ontslag te geven in het instituut voor jonge technici.) Het nummer De stad - het enige studionummer op de Tien pijlen - wordt het meest bekende nummer van de groep. Het heeft zijn roem voor een groot deel te danken aan de film Assa uit 1987, die inspeelt op de populariteit van de rockscene. Victor Tsoi en Kino spelen mee en parodiëren de manier waarop de Sovjetautoriteiten met alternatieve muzikanten omgaan. Akvarium neemt het gros van de soundtrack voor zijn rekening, waarbij ze ook een paar van hun vroegere nummers opnieuw opnemen.
De Leningrad Rock Club was intussen een gevestigde waarde geworden. In het jaarlijkse festival, opgevat als een talentenjacht waarin verschillende groepen met elkaar wedijverden, kwam Akvarium systematisch als meest populaire groep naar voor. Er barstte zelfs een storm van kritiek los als ze bij het eerste festival in 1983 slechts de tweede prijs kregen. Midden jaren tachtig kwam een nieuwe generatie op in de Club die de oudere generatie verweet te inschikkelijk te zijn ten aanzien van de overheid. Televizor negeerde elke censuur, reet de provocaties aaneen en werd in 1986 verbannen uit de club. De zanger van Alisa werd zelfs (onterecht) aangeklaagd voor nazipropaganda. De tijdgeest zette muzikanten aan om meer provocerende en politieke nummers te schrijven. Ook Akvarium, in de club nochtans deel van de meer voorzichtige en conservatieve fractie, laat zich niet onbedeeld. Na een optreden met Crosby, Stills & Nash in 1987 schrijft BG De trein in vlammen: ‘het meest openlijk politieke nummer dat ik ooit geschreven had. Niet alleen werd ik niet gearresteerd, maar in dat jaar kregen we ons eerste officiële contract met het staatslabel Melodija.’
Kolonel Vasin kwam terug aan het front
Met zijn jonge vrouw aan zijn zij
Kolonel Vasin riep zijn mannen bijeen
Hij zei: huiswaarts, het is nu de tijd!
We vechten nu al zeventig jaar
Ons leven was altijd een strijd
Maar ik zag de laatste berichten
Onze vijand, dat zijn we zelf
Video: De trein in vlammen (1987, reken even uit wat er zeventig jaar voordien gebeurde en bekijk dan de clip)
Rode golf
In 1986 kwam in de Verenigde Staten ‘Red Wave. 4 underground bands from the USSR’ uit, een plaat met bijdragen van Akvarium, Kino, Alisa en Strannyi Igri. Om de groepen te beschermen vermeldde de hoes dat de muzikanten geen enkele verantwoordelijkheid droegen voor de uitgave van de plaat. In werkelijkheid werd die met de actieve deelname van alle groepen uitgebracht door Joanna Stingray, een Amerikaanse zangeres die Grebenshikov ontmoette in 1984. Ze begon met het idee te spelen om een plaat van Akvarium uit te brengen in de VS. Bij haar volgende bezoeken leerde ze nog andere groepen uit de Leningrad rockscene kennen en nam ook hun opnames het land uit. In ruil nam ze bij elk bezoek aan Leningrad muziekinstrumenten mee uit het westen. Dat de uitgave van Red Wave zonder toestemming van de Sovjetautoriteiten gebeurde, zorgde voor heel wat wrevel en escaleerde zelfs tot een diplomatieke rel als Stingray in 1987 geen visum kreeg voor haar huwelijk met Yuri Kasparyan, de gitarist van Kino. Na zes maanden getouwtrek en de tussenkomst van een paar Amerikaanse politici kon het huwelijk eind 1987 dan toch doorgaan.
‘Toen Joanna Red Wave uitbracht in Amerika, moest Melodija wel reageren’, zei Grebenshikov, ‘ten eerste omwille van de aandacht die Red Wave in het westen kreeg en ten tweede omdat ze met al die perestrojka geen geld meer hadden. Ze moesten wel iets uitbrengen dat verkocht.’ De eerste reactie van het Sovjetplatenlabel was alles behalve naar zijn zin. Melodija bracht gewoon een compilatie van nummers uit De dag van zilver en De kinderen van december. Grebenshikovs vraag om de nummers te herwerken of nieuwe nummers op te nemen werd genegeerd. ‘Dus kwam de plaat uit en ik had er de pest aan.’ Toen de plaat als zoete koekjes de deur uitging – ze verkochten meer dan 2 miljoen exemplaren – bleek de platenmaatschappij wel bereid om studiotijd te geven voor een opvolger. Akvarium was uitgegroeid tot een echte supergroep, die op radio en televisie gespeeld werd en eindelijk een degelijk inkomen kon genereren dankzij talrijke concerten.
Nachtwakers
Hoewel de groep eindelijk toegang heeft tot een professionele studio, verlopen de opnames uiterst moeizaam. Ze krijgen slechts schijven van vier uur studiotijd op alternerende dagen. Fans proberen op alle manieren de studio binnen te dringen. Er is te weinig tijd om te repeteren en nieuwe nummers uit te proberen. De spanningen lopen hoog op. Vooral Gakkel, die er ondanks zijn minzame reputatie al jaren een gewoonte van maakte om kwaad met de deur te slaan als de zaken niet vlot verliepen, windt zich op. De opnames slepen maanden aan, maar Equinox (1987) is korter dan verwacht en verschillende nummers geraken zelfs niet opgenomen. Grebenshikov is ontevreden over de plaat. Het zou ook de laatste Akvariumplaat voor langere tijd worden. Toch bevat het een paar klassiekers als Adelaida en De partizanen van de volle maan. Het sluit af met De generatie van straatvegers en nachtwakers, dat opnieuw uitgroeit tot een hymne uit de perestrojka.
De generatie van straatvegers en nachtwakers
Verloren elkaar in de uitgestrektheid van het land
Iedereen ging naar huis
In deze tijd, waarin elke derde man een held is
Schrijft men geen hoofdstukken meer Stuurt men geen telegrammen
Deze mensen, ze blijven achter als versteend
Terwijl de gloeiende olie zich door de dam baant
Ze horen ergens een stem zingen
En wie ben ik, om hen te zeggen Dat het een hersenschim is
Radiostilte
Ergens in 1987 ontmoette Grebenshikov Ken Schaffer, een Amerikaan die zijn sporen had verdiend met het maken van de eerste draadloze microfoons en van een satellietverbinding waarmee men de Sovjettelevisie kon ontvangen in de VS. (Schaffer is naar verluid ook de inspiratie voor het nummer What’s the frequency, Kenneth? van REM.) Al snel beginnen ze te praten over internationale mogelijkheden voor Grebenshikov. Schaffer organiseert een paar audiënties met Amerikaanse platenlabels. CBS biedt Grebenshikov een contract aan voor acht platen als soloartiest. Akvarium wordt niet ontbonden, maar de groepsleden zien met lede ogen aan hoe Grebenshikov zich steeds meer op zijn Engelstalig soloproject concentreert. CBS zet zwaar in: Dave Steward van Eurytmics wordt binnengehaald als producer, aangevuld door een schare uitstekende muzikanten, grote namen als Annie Lennox, Chrissie Hynde (The Pretenders) en Billy Mackenzie (The Associates) zorgen voor achtergrondzang... Het geheel wordt ondersteund door een grootschalige reclamecampagne, televisieoptredens en een hoop interviews.
Het is een eufemisme om te stellen dat het publiek lauw reageert. Grebenshikov mag dan al beweren dat de critici er geen bal van snapten, Dave Steward voelde de bui waarschijnlijk hangen toen hij verklaarde dat mensen gingen zeggen dat hij een uitstekende folkplaat verknoeid heeft. De waarheid is helaas nog driester. Radio Silence (1989) had nooit een goede folkplaat kunnen worden, zelfs geen middelmatige popplaat. De composities zijn zwak, de teksten oppervlakkig. De plaat flopt. Grebenshikov is ondertussen beginnen schrijven aan een opvolger, Radio London (1990), waarvan de demo’s al minder slecht klinken. Maar dan is hij plots verdwenen en besluit CBS dat de grap lang genoeg geduurd heeft. De nieuwe cd komt er niet meer. De Amerikaanse droom eindigt. Het ontwaken is bitter. Grebenshikov keert terug naar Rusland, maar Akvarium bestaat er enkel nog op papier. De relaties zijn zo verzuurd dat een verrijzenis weinig waarschijnlijk lijkt.
Video: Radio Silence, televisieoptreden ter promotie van de plaat.