zondag, oktober 15, 2017

ASP wil nog iets vragen

Een gek kan meer vragen stellen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. Zelfs bij de heel wijze redactie van Dark Entries weten we niet wat we moeten aanvangen met de clip voor 'Abertausend Fragen' van ASP. Zullen we het erop houden dat de clip afkomstig is van de laatste cd van ASP: 'GeistErfahrer', die op zich een herwerking was van de 'GeistErfahrer-ep' uit 2012. Dat was toen een buitenbeentje in de 'Fremder'-cyclus waar ASP aan werkt, een vervolg op de zeer succesvolle cyclus van de Schwarze Schmetterling (zwarte vlinder), die de eerste vijf langspelers van de groep omvatte. ASP heeft de 'Fremder'cyclus onderproken om het geniale 'Verfallen'-tweeluik uit te brengen, maar... is nu aan het volwaardige derde deel bezig, na een onderbreking van meer dan drie jaar. U kunt de cd tegen de herfst van 2017 verwachten. 

Tilo Wolff werkt samen met Tk Kim

Tilo Wolff is een bezig bijtje. Als hij niet werkt aan de nieuwe cd van Lacrimosa snelt hij andere artiesten te hulp. Onlangs nog leende hij zijn stem aan Mono Inc., nu is het de beurt aan Tk Kim. Tk Kim is een Franse artieste die niet enkel met muziek bezig is, maar ook met film en fotografie, en wiens laatste cd 'Intrication' samenwerkingen inhoudt met Johanna Hand, Philippe Ohrel, Alan McKerl, Django LaBrave, Kolya Neukoelln... en dus ook met Lacrimosa. Er werd een mooie clip gemaakt bij het nummer 'Bleib', dat gastzang van Tilo Wolff bevat en dans door Kolya Neukoelln. 

La vièrge du chancelier Rolin: Ik wil graag mijn moeder bedanken om me als kleine broer gegeven te hebben aan mijn zus die heel goed viool speelt.

La Vierge du Chancelier Rolin heeft in de eerste helft van de jaren 90 een cultreputatie verworven met hun experimentele wave vol folkinvloeden. Op 22 en 30 april komen ze terug samen voor twee exclusieve reünieconcerten in Namen en Brussel. We dachten dat het een goed idee zou zijn om de groep daaromtrent wat vragen te stellen, maar moesten daar snel op terugkomen.

La Vierge du chancelier Rolin ontstond in 1990 op het Institut Saint-Louis in Namen, als ik goed geïnformeerd ben. Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?

Pierre: Het draaide in feite allemaal rond seks.

Laurent: Ik weet er niets van, ik ben er pas in 1992 bij gekomen…

Thomas: Als mijn herinneringen goed zijn hebben ze elkaar al pratend ontmoet. Ze waren allemaal in het zwart gekleed in een Chevignon-school.

Sarah: Bij de start waren het Thibault, Jean-Phi – die toen de vriend was van Odile, de zus van Thibault die in hetzelfde jaar als Sarah zat in Saint-Louis - , en Pierre. Ze wilden samen een groep starten. Ze kenden via-via ook Vincent, een zanger met een heel diepe gothic stem, en ze hebben hem gevraagd om er ook bij te komen. Via Odile zijn ze dan Sarah tegengekomen die een synth bezat. Toen er concerten gegeven moesten worden heeft Nicolas geleerd om drum te spelen, want hij wou absoluut ook bij de groep.

Jullie gebruikten instrumenten die niet zo gangbaar waren in de new wave, met heel wat akoestische klanken: klassieke gitaar, viool, klavecimbel, orgel, percussie… Hoe zijn jullie bij deze instrumenten gekomen?

Pierre: Om de raven te kakken te zetten.

Laurent: Ik weet het niet. Ik mocht niets aanraken behalve mijn micro.

Thomas: Mijn zus had geen geld voor een MS-10. Anders zou ze als alle zangeressen destijds gedaan hebben. Sarah had de viool opgegeven in functie van synths, omdat ze viool goedkoop vond. Toen ze doorhad dat de groep goedkoop was, heeft ze de viool terug opgenomen.

Sarah: We wilden niet doen zoals iedereen, ook al was dat onbewust. Maar dat is wat tussen ons gewerkt heeft. We wilden niet in een hokje geplaatst worden. We wilden vooral testen, en scheppen, ook al konden we niet zo goed spelen. Op de eerste repetities heeft iedereen zijn instrument genomen en zijn we noten beginnen spelen door naar de noten van de anderen te luisteren. Vreemd genoeg heeft de saus gepakt. We namen onszelf helemaal niet ernstig. Thibault speelde klassieke gitaar omdat hij in een appartement woonde in een groot gebouw, en het was het enige instrument dat hij kon spelen zonder de buren te storen. Een elektrische gitaar zou oorlog geweest zijn.

Een karakteristiek van La vierge du chancelier Rolin was dat er meerdere zangers en zangeressen waren, eerder dan één frontman. Hoe is dat tot stand gekomen?

Laurent: We hadden het geluk om meerdere mensen te hebben met heel verschillende maar complementaire stemmen. Jean-Phi was perfect voor zachte ballades die de meisjes deden smelten. Helaas jaagde Thibaut ze daarna de gordijnen in met zijn geschreeuw, dan liet Nico ze trippen met zijn vreemde timbre en uiteindelijk werkte Pierre af door ze zin te geven om zich op te hangen… Mij hebben ze erbij gehaald omdat ze niet konden zingen en een instrument spelen tegelijkertijd.

Thomas: Er zijn altijd verschillende zangers geweest. De groep stond in het midden van de groep die middenin de groep stond. Het was een idealistisch aspect dat tot heel wat problemen leidde.

Pierre: We zijn dan ook gesplit.

Jullie hebben teksten in het Engels, het Frans en het Duits, een heel sympathiek meertalig concept… Jullie hebben echt alles terug in vraag gesteld niet?

Laurent: En op het einde werkten we zelfs aan een nummer waarvan de tekst steeds dezelfde zin was, maar herhaald in een vijftiental verschillende talen. Ik moet al mijn min of meer allochtone vrienden destijds echt de keel uitgehangen hebben.

Pierre: We hebben ook een tekst in het Waals. Ben je separatist of wat?

Sarah: We hebben veel lol gehad, zoveel is zeker. We hielden van het absurde en het surrealistische. Tijdens de weekends waarin we schreven kon de persoon die de micro nam de tekst ter plaatse uitvinden of gewoon lezen wat er voor hem stond. ‘The Red Cow in the Sycomore’ was zo geïnspireerd door een verhaal uit een cursus Engels. Er was zelfs een tekst waarin we gewoon de handleiding van de mixtafel voorlazen… De zin of de taal werd nooit echt collectief besproken. Het was de keuze van diegene die de micro nam en het was vaak meer de tonaliteit dan de betekenis die van belang was. Ik heb zelf bijvoorbeeld nooit één enkele tekst begrepen. Ik sprak destijds geen Engels.

Er wordt vaak verwezen naar And Also The Trees en Legendary Pink Dots als invloeden, maar ik hoor ook invloeden van Virgin Prunes, Clair Obscur, Collection d’Arnell-Andrea en The Revolutionary Army of the Infant Jesus. Is jullie geluid werkelijk beïnvloed door sommige van deze groepen, of was het eerder het resultaat van een instinctieve aanpak?

Pierre: Het klopt, we hebben eigenlijk helemaal niets geschapen.

Laurent: Vergelijkingen kunnen misleidend zijn , maar het helpt wel om te weten waar men mee te maken heeft. Het stoort me niet.

Thomas: Instinctief? Zoals bij wilde dieren? Walvissen bijvoorbeeld?

Sarah: We kunnen nog Purcell, Vivaldi, Nick Cave, Noir Désir of traditionele muziek uit Oost-Europa noemen. Sommige invloeden waren meer bewust en gewild dan anderen. And Also The Trees en Legendary pink Dots waren twee groepen waar we veel over praatten. Daar zit een inspiratie die de groep niet zal ontkennen. Daarbuiten was het eerder verspreid en individueel, en wellicht meer instinctief.

Jullie hebben in 1993 de springplankwedstrijd van Verdur Rock gewonnen; Wat betekende dat voor jullie?

Pierre: Dat we de beste waren.

Laurent: “De eersten zullen de laatsten zijn, de laatsten zullen de eersten zijn.” Amen.

Thomas: Dat ik trots kon zijn op mijn zus en dat ik moest doen zoals zij, dus in een punkgroep zingen.

Sarah: We hadden ons eigenlijk wat om te lachen ingeschreven. Het was in Namen, onze stad, dus we moesten het wel doen. Maar het reglement eiste dat er minstens een nummer in het Frans tussen zou zitten. Wij hadden er geen. We hebben er één geschreven voor de gelegenheid. Het feit dat we op een podium konden spelen was op zich al buitengewoon. Een heel mooie herinnering. En toen we alle prijzen behalve één wegkaapten, was het echt een schok. Dat hadden we echt niet verwacht. Maar goed, we waren jong en we namen het allemaal niet echt ernstig, dus hebben we de schok wel overleefd. We kregen het niet te hoog in onze bol. Het was een mooie springplank, en het heeft ons in staat gesteld om erg mooie ervaringen mee te maken, zoals de tournee in Québec en de opname van de cd.

Jullie voornaamste werk is de cd ‘Eva King’, verschenen in 1995. Helaas is het label kort na de uitgave failliet gegaan. Dat neemt niet weg dat de cd erg gesmaakt werd. Wat onthouden jullie van de cd?

Pierre: 10 stukken.

Laurent: Zat maï inglishe pronounciécheunne at ze taïme waz ôful.

Thomas: Erg mooie spookfoto’s voor de maisvelden van Hennet.

Sarah: Tetris. Jean-Phi was dol op videospelletjes. We hebben uren lang tetris gespeeld terwijl de anderen aan het opnemen waren. Aangezien we niet zo’n goede muzikanten waren namen we elk om beurt op. Een behoorlijke ervaring. Serieuzer, 20 jaar later: we hadden goede ideeën. Ik vind de composities eerlijk gezegd echt goed. Daarentegen speelden we echt niet goed… We zouden het vandaag opnieuw moeten opnemen.

Jullie hebben muziek gemaakt voor een opvoering van Bertold Brecht ‘Combien coute le fer’. Hoe is dat gegaan?

Pierre: Eerder goed.

Laurent: Maar dat was niet genoeg om de opmars van de NV-A te stuiten.

Thomas: Ja hoor, dat is goed gegaan. Het was 20 jaar geleden.

Sarah: Heel goed. We zijn er levend uit gekomen.

De groep is in 1996 uit elkaar gegaan, een jaar na de uitgave van ‘Eva king’. Wat waren de redenen voor de split?

Pierre: De islam.

Laurent: Seksverslaving.

Thomas: Ik wil graag mijn moeder bedanken om me als kleine broer gegeven te hebben aan mijn zus die heel goed viool speelt. Ik hou heel erg van haar.

Sarah: Geld, ambitie en zin in iets anders. Niemand wou onze tweede plaat financieren. Journalisten en publiek hadden ons graag, maar de platenlabels niet. We waren ondefinieerbaar, maar niet onbreekbaar.

Hoe heeft de groep zich hervormd na ongeveer 20 jaar voor het Saint-Louis Festival?

Pierre: Twee gealcolisserde muzikanten zijn naar een herinneringsfeest gegaan.

Laurent: Onze grootste fan van weleer heeft zijn huis verpand en zijn vrouw geprostitueerd om ons om te kopen, en omdat we nog twijfelden is hij tot chantage met zelfmoord overgegaan.

Thomas: Het is eenvoudig: om zich te hervormen zijn ze terug samengekomen. Het is het facebook-effect, zoals met de arabische lente. Het is trouwens sinds een paar dagen lente in België, en we houder er wel van.

Sarah: Toen we elkaar terugzagen en samen speelden was het alsof we elkaar de dag voordien uit elkaar gegaan waren. Ik geloof dat La Vierge du Chancelier Rolin eigenlijk nooit gesplit is.

Is er een kans op een heruitgave van de cd of een nieuwe compilatie?

Pierre: Cd’s verkopen niet meer.

Laurent: Behalve bij Cash Converters.

Thomas: Ik begrijp de vraag niet.

Sarah: In sha allah.

Hebben jullie nog gezamenlijke projecten na deze uitzonderlijke reünie?

Pierre: Uiteraard niet. We gaan het daar niet bij laten. We hebben al een nieuwe afspraak gemaakt binnen 20 jaar.

Laurent: Maar niet op vrijdag, dan ga ik zwemmen.

Thomas: Ik ben eruit gezet voor Saint-Louis. Ik geloof dat het al heel uitzonderlijk zou zijn indien we heelhuids door deze reünie geraken.

Sarah: We moeten eerst zien of er deze keer publiek op zal afkomen.

22 april 2017: Concert op het Saint-Louis Festival

30 april: La Vierge du Chacelier Rolin & Friends (The Imaginary Suitcase, Lohn, Sitoid)

Wave-Gotik-Treffen 2017: Literaire aspiraties, Cola mit Spee en gitzwarte muziek

Het WGT. Wave Gotik Treffen. Het grootste zwarte festival ter wereld en immer weer een ervaring. Een samenkomst van gelijkgezinde eigenzinnige en excentrische mensen, individualisten die zich uitzonderlijk tot een groter geheel kunnen bekennen. Een treffen dus, en dat treft.

Het is mijn negende editie al, en ik zie geen reden om het hierbij te laten. Er is dit jaar - net als elk jaar - kritiek op het programma. Te weinig grote namen, wellicht. Maar zijn we hier ook niet om dingen te ontdekken, en om groepen te zien die we nooit of zelden in België aan het werk zullen zien?

Het programma is zeer verscheiden. Er zijn talloze podia over de hele stad verspreid, maar er zijn ook tentoonstellingen, lezingen, rondleidingen, fuiven... Ik neem me voor om er een totaalervaring van te maken. Hoort ook zo, want aangezien de optredens pas tegen vier-vijf uur beginnen is het onmogelijk om meer dan vijf groepen per dag te zien. Daarentegen heb je veel tijd om andere zaken te beleven.

De eerste dag

Ik begin heel klassiek door me naar de Agra te begeven. Hier is het kloppend hart van de WGT. De grootste zaal met een capaciteit van 5000 man, de camping, een hele variatie aan eetkraampjes en een grote markt met kledij, platen en accessoires. Ideaal om nog wat aankopen te doen - je wil er immers goed uit zien - en je cd-verzameling nog wat aan te vetten.

Ik haast me om op tijd te zijn in de Schauspielhaus - de schouwburg die mijn lievelingsoord zal blijken te zijn in deze editie - om Herbst in Peking te zien. Dat bleek niet nodig te zijn. Tegen mijn verwachtingen in bleken niet zoveel mensen op te dagen voor het concert. U kent de groep wellicht niet, maar hier in de voormalige DDR zijn ze legendarisch. Ze speelden immers een rol in de val van de muur. Herbst in Peking was één van de vele punkgroepjes die in de DDR bestonden, en ze hadden een kleine hit met ‘Bakschischrepubliek’ oftewel Aalmoesrepubliek, een striemende kritiek op de DDR.

De DDR-overheid ging het allemaal wat te ver, vooral omdat ze dachten dat de naam van de groep verwees naar het bloedbad op het Tiananmenplein in Peking, een slachting die ze liever doodzwegen. In werkelijkheid komt de naam van het gelijknamige boek van Boris Vian, en droeg de groep de naam al sinds 1987, dus lang voor de slachting in Peking. Hoe dan ook werd de groep verboden. Het verbod sleepte niet lang aan, want kort erna viel de muur.

Een punkgroep in een theaterzaal, is dat niet uitzonderlijk? Het wordt weldra duidelijk waarom dat zo is. Herbst in Peking heeft zich nooit beperkt tot punk. Ze hebben bijvoorbeeld ook nummers met metaalpercussie gemaakt à la Einstürzende Neubauten. Maar niets van dit alles vanavond. Hier spelen ze atmosferische muziek met veel aandacht voor de teksten. De literaire aspiraties waren er al van het begin en waren ook wijdverspreid in de alternatieve DDR-scene (zo spelen ze vandaag een nummer gebaseerd op een gedicht van punkdichter Bert Papenfuss, een centrale figuur uit de DDR-scene). Ik ben verrast dat de zanger in het Engels begint, maar hij schakelt regelmatig over naar het Duits. Wie het oude werk wou horen is er voor de moeite aan, maar het is toch een intens en geslaagd optreden.

De kraaien heten Jarboe welkom. Ooit was ze de (weder)helft van het misantropische duo Swans, vandaag treedt ze hier alleen op. Niet helemaal alleen. Een folkgitarist begeleidt haar. Beschouw de gitaar als een drone - ze speelt soms letterlijk één akkoord per nummer - die overgoten wordt door bezwerende vrouwelijke zang. Het is origineel, maar heeft wat weinig om het lijf om langdurig te boeien, getuige de vele mensen die het concert halverwege verlaten.

Ooit was In Gowan Ring een deel van World Serpent - het platenlabel van Death In June, Current 93 en vele anderen - en daarom worden ze soms tot de neofolk gerekend. In werkelijkheid zijn het zuivere hippies die muziek maken voor een wereld vol harmonie. Een groot verschil met de wereld van verderf en misantropie dat neofolk heet te zijn. Meesterbrein B’ee vertelt over de drugs die hij tijdens de vorige editie van het WGT nam, en hoe de kater die daarop volgde inspiratie was om een lied over zijn kinderherinneringen te schrijven, die hier nu een jaar later opgevoerd werd.

Geen al te grote opkomst voor Andi Sex Gang. Het dient gezegd dat hij de dag nadien nog eens optreedt met Sex Gang Children, en dat is toch het echte ding. Wie gedacht had dat hij met zijn solowerk zou optreden was aan het foute adres, het gros van de set bestond uit nummers van Sex Gang Children, opgevoerd met Matthew J. Saw aan de gitaar en enigszins amateuristisch. De soundcheck sleepte te lang aan en dus besloten de organisatoren dat het optreden begonnen was. In Leipzig moet iedereen stipt op het aangekondigde uur beginnen en eindigen, zodat mensen die van podium wisselen zeker zijn dat ze de groepen van hun keuze kunnen zien.

De twee heren willen het podium verlaten, maar krijgen te horen dat ze verder moeten spelen. Andi klaagt dat zijn water backstage is blijven staan en vraagt een nieuwe fles, die hij echter niet ziet staan tot een medewerker die voor zijn neus komt plaatsen. Tot overmaat van ramp laat Andi zijn gitaar vallen waardoor zijn versterkingselement kapot gaat. In de snelte wordt een extra micro toegevoegd om de gitaar te versterken. Vreemd genoeg wordt het optreden van dan af heel goed, al blijft het de vraag waarom dit optreden met liedjes die morgen met de volledige groep veel beter zullen klinken nodig was.

De tweede dag

Een van de vele tentoonstellingen die gratis is voor bezoekers van het WGT, is ‘Modern Times’ in het geschiedenismuseum van de Altes Rathaus. Deze geeft een overzicht van de geschiedenis van Leipzig in de 19de en 20ste eeuw. We beginnen in 1815 - de overwinning op Napoleon in de Völkerschlacht in Leipzig - en overlopen de hongerrellen van 1830, de revolutie van 1848 (die in het bloed gesmoord werd), de Duitse eenmaking na de Frans-Pruisische oorlog van 1870, het welig tierende antisemitisme, de opkomst van het socialisme (waarvan Leipzig een bolwerk was), de eerste wereldoorlog, de opkomst van het nazisme (waarvan Leipzig eveneens een bolwerk was)…

Er zijn linken met onze scene. De brand in de Reichstag in 1933 - waarop gealludeerd wordt in het nummer ‘Feurio’ van Einstürzende Neubauten - leidde tot een proces in Leipzig waar naast brandstichter Marinus van der Lubbe - ‘du wärst es nicht’, dixit de Neubauten - ook een aantal prominente communisten moesten terechtstaan. Deze laatsten werden vrijgesproken, maar de nazi’s hielden in hun publicaties vol dat de communisten de brand veroorzaakten. De communist Willy Münzenberg schreef vanuit Parijs een refutatie van deze stelling: ‘Braunbuch uber Reichstagbrand und Hitlerterror’, oftewel ‘Brown Book’, een belangrijke en omstreden plaat van death In June (in Duitsland verboden omdat het het nazi-partijlied ‘Horst-Wessellied bevat). We lezen ook dat het euthanasieprogramma voor geestelijk en fysisch gehandicapten - waarover Samsas Traum zingt op ‘Poesie: Friedrichs Geschichte’ in Leipzig begon met de moord op ‘Kind K’.

De tentoonstelling toont ook de val van de muur, die begon met tienduizenden Leipzigers die wekelijks demonstreerden met de slogan ‘Wir sind das Volk’. Opmerkelijk, deze slogan - intussen overgenomen door het hatelijke Pegida - ging vaak gepaard met ‘Wir wollen raus’ - wij willen weg - gescandeerd door mensen die de DDR wilden verlaten, terwijl Pegida zich net tegen migratie kant.
De tentoonstelling eindigt met een kleine kamer met ‘Szene-Erinnerungen’, waarin wat materiaal te zien is over de vroege gothic-scene in Leipzig. Eigenlijk is het een doorslagje van de ‘Leipzig in Schwarz’-tentoonstelling die verleden jaar voor de 25ste verjaardag van het WGT gehouden werd. Er valt niet echt veel te zien, maar het stemt ons hoopvol dat het museum nog steeds op zoek is naar materiaal voor een volgende tentoonstelling over het thema.

Ook het Stasi-museum ‘Runde Ecke’ toont weer een tentoonstelling over de vroege goth-scene, waarbij vooral de vervolging van subculturen door de Stasi, de staatsveiligheid van de DDR, uiteengezet wordt. Er is ook een ‘lezing’, die eigenlijk de opvoering is van een stukje door twee acteurs. Onderwerp is een onderzoek door de Stasi naar de wavegroep ‘Schadestof’. Eerste wordt een scholier aangesproken om ‘Informele Mitarbeiter’ van de Stasi te worden - er waren in de DDR honderdduizenden ‘IM’s’ - en informatie over de groep te verstrekken.

Zo komt men bij Sabine terecht, een briljante leerlinge die dicht bij de ‘Gruftis’ (‘grafwezens’ in het Duits, benaming voor wavers) blijkt te staan, zich ook zo kleedt en verschillende concerten van Schadestof bijgewoond heeft. De voorstelling is volledig gebaseerd op echte Stasiverslagen, enkel de volgorde werd enigszins aangepast om de verhaallijn duidelijk te maken. Ook Sabine aanvaardt uiteindelijk om Informelle Mitarbeiter te worden. De voorstelling eindigt met haar verslag, waarvan de laatste zin luidt: ‘Alle Grufties drinken hun cola met Spee (wasmiddel dat volgens sommigen in combinatie met cola een verdovende werking had), maar ze moeten dat niet als ze dat niet willen’.

Je kan hier de talloze verslagen van de Stasi over Grufties ook inkijken. Het is natuurlijk wrang om te zien hoe de politiestaat zijn jongeren bespioneerde, maar het is met momenten ook best grappig. Zo wordt er verwezen naar ‘Codix’ of ‘Goortik’, foute benamingen die niet enkel van de Stasi afkomstig zijn, maar ook van de jongeren die ze ondervraagden zelf. Er zijn ook verwijzingen naar ‘Kürfans’ en ‘The Chur’, alsook naar ‘New Menticks’, ‘Depache Mode’ en ‘Depesche Mode’.
Nog wranger wordt het als het over de gevechten met skinheads die regelmatig plaatsvonden. Zo vielen skinheads wavefuiven aan om Gruftis hun haar af te knippen, waarbij ook messteken vielen. De Stasi erkende dat het geweld in de eerste plaats van de skins kwam, maar ook Gruftis maakten zich schuldig aan slagen en verwondingen, ‘meestal als reactie op provocaties van andere jongerengroepen als skinheads’.

Helemaal vreemd lijkt het verhaal te zijn dat Grufties de verjaardag van Adolf Hitler zouden vieren op 20/04/1989. De Stasi concludeert ook dat het verhaal ongegrond is. De Grufties zijn doorgaans tegen geweld en neonazi’s, zo schreef de Stasi. Misschien was er verwarring met de verjaardag van Robert Smith een dag later op 21 april, die uiteraard wel gevierd werd. De Stasi stelde vast dat Grufties bij het horen van de stem van Robert Smith hun armen omhoogheffen en zich in extase op de grond smijten. Hmm, ja... Kan zijn.

Moet er nog muziek zijn? Uiteraard! Op naar de Taubschenhalle. Hier hebben zich vandaag de hanekammen verenigd. En u weet wat dat wil zeggen: deathrock, postpunk, batcave… Heerlijk. Zangeres Suzy Sabotage van Masquerade lijkt op een geblondeerde versie van Siouxie. Ook haar stem en haar danspasjes doen aan deze grote dame uit de scene denken, al is dat eerder toevallig dan intentioneel. Samen met haar kompaan en bassist Saph - beiden hebben nog een andere deathrockgroep waarin Saph zingt: Virgin in Veil - brengen ze een mix van punk en post-punk, die me helaas niet helemaal weet te overtuigen.

‘Na 26 jaar is het niet gemakkelijk om steeds weer nieuwe groepen te vinden’, weet de inleider van Soviet Soviet ons te vertellen. Soviet Soviet - de raad der raden - is wel zo’n nieuweling. Het is één van de talloze groepen die postpunk spelen zonder iets met de zwarte scene te maken te hebben. Ze kunnen een paar interessante elementen naar voren brengen, maar die herhalen ze net zolang tot het je oren uitkomt. Totaal overbodig optreden.

Ik had al lang niets meer van Scary Bitches gehoord. Blijkbaar ligt dat aan de feiten dat de dames al lang niets meer van zich hebben laten horen. Maar hier zijn de ‘Lesbian Vampyres From Outer Space’ terug voor hun eerste concert sinds 2012. Ze werken aan een nieuwe plaat, die volgend jaar zou moeten uitkomen. Ze spelen daar al een nummer uit, maar voor de rest zijn het klassiekers zoals mijn favoriet ‘You’ll End Up Looking Like The Scary Bitches’. Niets om ernstig te nemen, maar wel voldoende om één keer om de vijf jaar een glimlach op ons gezicht te toveren.

De eerste groep die me vandaag echt weet te raken is Bloody, Dead & Sexy. Ik herinner me nog goed toen ik ze de eerste keer zag in The Steeple in Waregem, als voorprogramma van… Sex Gang Children! Wat een toeval. Vandaag viert de groep zijn 20ste verjaardag. Voor de gelegenheid werd een compilatie samengesteld: ‘Crucifixion, Please!’ Uiteraard speelt men daar heel veel uit en is dit eigenlijk een ‘best of’-set. Het lijkt wel of de tijd is stilgestaan, want het is nog even overdonderend als de eerste keer dat ik ze zag.

Gisteren vroeg ik me af waarom Andi Sex Gang solo moest optreden met nummers van Sex Gang Children. Vandaag wordt alles duidelijk. Ook Sex Gang Children heeft een nieuwe compilatie uit - ‘Electric Jezebel’, die singles verzamelt uit 1982 en 1983 - en die spelen ze vandaag integraal, en met de originele gitarist Terry Mcleay in de groep. Matthey J. Saw werd voor de gelegenheid naar de bas verwezen. (De kans dat de originele bassist Dave Roberts ooit nog in de groep speelt is onbestaande na de laster die hij over Andi Sex Gang heeft verspreid.) Het optreden bestaat dus uit de klassiekers uit de eerste jaren van de groep: ‘Times of our Lives’, ‘Salvation’, ‘Sebastiane’, ‘Oh Funny Man’, ‘Mauritia Mayer’… Gewoonweg geniaal!

De derde dag

Op de derde dag ontwaak ik tegen de middag met een gigantische kater. Iets te lang op een donkerromantische fuif blijven hangen vanochtend. Het muzikale aanbod staat me vandaag niet aan. Ik ben alle postpunk- en elektronische groepen beugehoord en kies voor iets radicaal anders: black metal. De Felsenkeller biedt vandaag een boeiende affiche in het genre. Die start met Nachtblut, een groep die hier duidelijk zeer populair is. De groep ziet er fantastisch uit, met bodypaint en verschillende kapsels. De zanger spuwt als de Duitse evenknie van Dany Filth zijn teksten hoog en laag krijsend het publiek in. Voeg daar nog wat orkestrale en akoestische elementen aan toe, en je hebt een bijzonder krachtig en gevarieerd optreden.

Vanuit de donkere tochtige kloven diep in het zwarte woud komt Unlicht, dat zich graag ‘The Black Forest Hell Ensemble’ laat noemen. Ook zij dragen bodypaint en moeten oppassen dat ze zich niet bezeren aan de lange nagels die aan hun armen bengelen. Waar Nachtblut hun black metal met elegantie en melodie brengen, lijkt de intentie hier te zijn om onaanhoorbare pokkenherrie voort te brengen. Dat lukt ook aardig, in die mate zelfs dat ik halverwege het optreden opstap.

Terug naar mijn lievelingszaal: de Schauspielhaus. Hier speelt Myrkur. Ze nam haar eerste ep - zoals het hoort in de black metal - volledig op haar eentje op. Die bevatte black metal verlengd met idyllische engelenzang die snel furore maakte. Haar oorspronkelijke bedoeling was om anoniem te blijven en geen foto’s van zichzelf te verspreiden, maar het was onvermijdelijk dat de wereld te weten kwam dat het beeldschone Deense fotomodel Amalie Brunne achter het project zat. Van black metal naar neoklassiek, het blijkt voor Brunne maar een kleine stap te zijn. Ze laat zich vanavond bijstaan door een luitspeler/gitarist en twee zangeressen, en begeleidt zichzelf op piano, lier en trommel. Het resultaat is hemels.

Er volgt nog meer moois. Moon Far Away vermengt Russische volksmuziek met elektronische elementen. Count Ash heeft voor dit optreden vier medestrijders meegenomen, waaronder een zangeresje met een prachtige stem. De met effecten overladen folkgitaar van Count Ash staat ook centraal, en daarnaast is er elektronica, bas en percussie. Noem het folk, neofolk of postfolk, maar neem van me aan dat het schitterend is.

De vierde dag

Pinkstermaandag. Aan alle goede dingen komt een eind. Over de slechte dingen bestaat geen consensus. Het is alweer de laatste dag van het WGT, en ik heb vandaag echt zin in iets donkers, iets gitzwart.

De zaal van het Haus Leipzig zit al goed vol als ik ruim op tijd toekom voor de ‘lezing’ van Oswald Henke. Henke zal nummers van Goethes Erben brengen, begeleid met piano. Het blijkt een goed concept. Oswald zingt zijn donkere nummers nog steeds heel expressief en theatraal. Naast twee nummers uit het fantastische recente muziektheaterstuk ‘Menschenstille’ ligt de nadruk op het oudere werk: ‘Ich liebe Schmerzen’, ‘Das schwarze Wesen’, Kaltes Licht’, ‘5 Jahre’ en ‘Der Weg’. Een set om U tegen te zeggen. En gitzwart, dus ikke blij.

Nog onder de indruk van de opvoering van Henke begeef ik me naar buiten. Onderweg kom ik voorbij een tafel met boeken, en titels als ‘Gespräche mit Goth’ en ‘Ich war ein Grufti’. Hun auteur is Thomas Manegold, en hij is de volgende die hier te gast is. Mijn interesse is geprikkeld en ik maak rechtsomkeer, terug naar de zaal die ik net verlaten had. Manegold stelt zijn boek ‘Gespräche met Goth’ voor, een episodenroman. Dat is een roman die uit verschillende kortverhalen bestaat die met elkaar verbonden zijn.

Hoofdpersoon is een voormalige dj en muziekjournalist die met een burnout kampt. Manegold blijkt een bijzonder scherpe pen te hebben en over gitzwarte humor te beschikken. Zijn beschrijving van de zelfingenomen amateurmuziekjournalist die cynisch neerkijkt op de mensen die hij interviewt en zichzelf een onmisbare schakel tussen artiest en publiek waant moet op de Dark Entries redactie ongetwijfeld tandengeknars veroorzaken.

Als ik eindelijk een concertzaal binnenwandel en Vain Warr aan het werk zie, moet ik aan wijlen mijn grootmoeder denken. Zij klaagde vaak dat de jonge generatie artiesten niet de moeite doen om te articuleren. Het is een veralgemenende gemeenplaats die je wel vaker hoort in de Franstalige wereld. Ik was naar hier gekomen voor een extra portie gitzwarte duisternis. Het programma beloofde iets geïnspireerd op The Sisters of Mercy. Nu goed, de drummachine klinkt als Dr. Avalanche op een mindere dag en de gitaren galmen zoals het hoort. Het is niet om van omver te vallen, maar het is ook niet slecht. Spijtig van die articulatie.

Ik was aanvankelijk bang dat Holygram zo’n dertien in een dozijn postpunkgroepje zou zijn, en dat bleek het ook te zijn. De zanger zingt zijn teksten alsof ze doodsaai zijn, en ook dat bleek waar te zijn. Maar hey, hij articuleert tenminste. Eigenlijk is dit best een goed optreden, tenminste als je wat pinten op hebt en niet te veel op de teksten let (het eerste lukt me beter dan het tweede).

Terug in mijn favoriete concertruimte merk ik twee flikken op die aandachtig rondkijken. Na al die berichten over aanslagen op concerten bekruipen me angstige gedachten. Stel dat zich tussen het aanwezige volk een freak heeft verscholen met slechte bedoelingen, hoe moet je die dan onderscheiden van al die andere freaks? Het is een vraag waar je maar beter niet te lang over nadenkt.

Ik ben hier om Theodor Bastard te zien. Ik heb de groep nog gezien toen ze gitzwarte darkwave speelden. Intussen zijn ze ernstig richting wereldmuziek geëvolueerd, en het resultaat is indrukwekkend. Hoe vermeng je Dead Can Dance met goa, folk, wereldmuziek, dark wave en industrial? Theodor Bastard kent het geheim, maar zal het u niet vertellen. U mag er wel van genieten, mateloos zelfs.

Als afsluiter kies ik voor een vaste waarde. Niets gitzwart, maar eerder oneindige schoonheid: Corde Oblique. Een combinatie van oververmoeidheid en excessief drankgebruik maakt dat ik niet optimaal van het optreden kan genieten, maar uit ervaring weet ik dat de neoklassieke groep rond klassieke gitarist Riccardo Prencipe hemels klinkt, en in mijn momenten van helderheid wordt ik opnieuw in deze mening bevestigd.

Tijd om te gaan slapen dan maar? Inderdaad. Deze editie zit er weer op en de komende dagen zal ik vast weer last hebben van de onvermijdelijke Leipzig Blues. Maar ik neem alweer een koffer vol geweldige ervaringen, cd’s en boeken mee waar ik een tijdje zoet mee zal zijn. En mijn besluit staat nu al vast: volgend jaar ben ik er weer bij.

Setlist Oswald Henke: Ich liebe Schmerzen / Das schwarze Wesen / So weiss ich doch du wärst / Traumsuche / Keine Farben / Lilien / Kaltes Licht / Der Abschied / Stadt der Träumen (Artwork) / 5 Jahre / Der Weg (bisnummer)

Militia: New European Order

Ik twijfel. Is dit nu een heruitgave of niet? ‘New European Order’ is natuurlijk bekend als het debuut van Militia uit 1996. Er was vraag naar een heruitgave, maar de groep vond dat het hetzelfde vandaag veel beter kan dan toen en daalde af in de ondergrondse studio SubTerra om alles netjes terug op te nemen.

Bovendien durft de groep erg afwijken van de originele versies die ze destijds opgenomen hebben. Het titelnummer lijkt volledig nieuw, andere nummers werden voorzien van extra metaalpercussie en sampels en zelfs de volgorde van de nummers werd lichtjes gewijzigd. En dus is dit misschien gewoon een nieuwe plaat die gebaseerd is op de illustere voorganger.

Militia zag het levenslicht in 1989, als uitloper van een radioprogramma dat ‘Radio Militia’ heette. In dat programma van Frank Gorissen mochten muzikanten live hun ding doen. Saxofonist Jo Billen was één van de muzikanten die langskwam. Het klikte zo goed dat Gorissen en Billen samen Militia oprichtten. Billen hield het later voor bekeken, maar valt toch te horen op deze (her)uitgave.

De originele versie van ‘New European Order’ verscheen in een box met twee lp’s en een single, in de lijn van de aandacht die Militia altijd al gehad heeft voor de verpakking van hun uitgaven. Deze keer is dat een wat conventionelere, maar niet minder mooie digipack met foto’s van oorlog en industrialisering.

Bij Militia ging het nooit enkel om de muziek. ‘New European Order’ was het eerste luik van de ‘Militia Statement’-trilogie, dat het eco-anarchistisch denken van de groep zou uiteenzetten. De trilogie werd voortgezet met ‘Nature Revealed’ uit 1998 - dat het ecologische aspect benadrukte - en uiteindelijk ‘The Black Flag Hoisted’ uit 2000, vol van verwijzingen naar de anarchistische geschiedenis.

Opener ‘Natura Magica’ is een uitgestrekt ambient-nummer gebleven met minimale percussie, en op verschillende nummers is de sfeer ronduit dreigend. Wie van wilde klingel-klangel houdt wordt op deze dubbelaar eveneens op zijn wenken bediend. Ondanks de onconventionele instrumenten heeft het vaak veel weg van mars- en strijdliederen. De sloganeske teksten en sampels geven de muziek een extra radicale inslag.

Militia heeft een paar keer aangekondigd er een eind aan te willen maken. Die wil is er nog steeds, maar er staan nog een paar projecten op til die afgewerkt dienen te worden. Zo zou ook ‘The Black Flag Hoisted’ dezelfde behandeling krijgen als ‘New European Order’, er werd een benefietcompilatie voor politieke vluchtelingen uit Noord-Korea beloofd - een reactie op het omstreden optreden van Laibach in de geïsoleerde tirannie - en is er een concept-cd over de strijd van Ambiorix tegen de Romeinse bezetting gepland.

We hopen dat deze van dezelfde kwaliteit zullen zijn als de huidige (her)uitgave, en blijven dus hunkeren naar meer. Einstürzende Neubauten, Test Dept., SPK… het zijn de groepen waar Militia vaak mee vergeleken werd, en een lijstje waarin ze ook thuishoren. Bij de top van de industrial, dus.



Ludus: Nue au soleil

Ludus heeft de tijd van de post-punk getekend met hun jazzy avant-garde post-punk. De groep ontstond in Manchester in 1978. Linda Mulvey was naar Manchester gekomen om er kunst te studeren. Ze raakte er vertrouwd met de alternatieve muziekscène en veranderde er haar naam in Linder Sterling. Als visueel artieste ontwierp ze onder meer platenhoezen voor The Buzzcocks en Magazine. Op een mooie dag besloot ze dat ze zelf ook een groep kon oprichten. Ze verzamelde een paar muzikanten rond zich en Ludus was een feit.

De groep werd meteen een sensatie, en flirtte even met Factory Records. Alles kreeg een andere draai als de oorspronkelijke gitarist Arthur Cadmon vertrok en vervangen werd door Ian Devine. De groep verliet de veilige punkmuziek en sloeg een meer experimentele richting in, meer jazzy, hectisch, hyperkinetisch. Sterling zelf vergeleek haar manier van componeren met haar fotomontages. Knip- en plakwerk kan de basis zijn voor alle uitingen van kunst, betoogde ze.

De groep tekende bij New Hormones, het label van The Buzzcocks, waar ze een resem singles en hun debuut bij uitbrachten. Omdat New Hormones het financieel niet breed had werd dit debuut - Pickpocket - op cassette uitgebracht. De groep was uiterst creatief en bracht in 1981 en 1982 naast voornoemde cassette maar liefst twee lp’s, een ep en twee singles uit.

Ludus probeerde daarna een meer toegankelijke, tegendraadse pop-richting in te slaan. Ze namen een ep op voor Sordide Sentimental, en eentje voor Les disques du crépuscule. Benoît Hennebert van het laatste label was reeds fan sinds hij de groep in 1981 in Brussel aan het werk zag. Hennebert zag de samenwerking groots, en had plannen om een nieuwe lp en een verzamelaar uit te brengen.

Die platen zouden helaas nooit het daglicht zien (en de ep die Ludus voor Crépuscule opnam verscheen ook pas jaren later). Er waren meer en meer spanningen tussen Sterling en Devine, de twee creatieve breinen achter Ludus. Het duo ging naar Brussel om de plaat op te nemen, maar er bleek geen enkele synergie meer te bestaan. Samenwerken was onmogelijk en de groep werd ontbonden. De twee zouden elkaar jarenlang niet meer spreken.

‘Nue au soleil’ - een verzamelaar die niet verward mag worden met een vorige compilatie met dezelfde titel - geeft een extensief overzicht van de carrière van Ludus, met 18 scharniernummers en signles uit de verschillende uitgaven van de groep. En uiteraard een paar exclusiviteiten, zoals een nummer uit de punky eerste bezetting van de groep - die nooit verder kwam dan twee demo’s - en een nummer van Devine & Sterling uit 2001, toen beiden hun samenwerking hernamen en Ian Devine muziek schreef voor performances en films van Sterling.

Er is ook een bonus-cd met de opnames van de John Peel-sessie die de groep in 1982 deed, die enkel onuitgegeven nummers bevatte, en een berucht concert uit hetzelfde jaar in de legendarische Hacienda. Het was een buitengewone show waarin Sterling uit protest tegen het heersend machismo papieren borden met roodgeverfde tampons en uitgedoofde sigaretten op alle tafels liet plaatsen en - als vegetariër - in een vleesjurk optrad waaruit bij het einde van het optreden een gigantische dildo tevoorschijn kwam. Bevriende artiesten deelden tijdens het optreden rauw slachtafval uit, ingepakt in pornoafbeeldingen. Sterling had het immers gehad met het gesnoef over porno en het seksisme van de bezoekers van de Hacienda.

Oh ja, moeten we erbij vermelden dat Ludus warm aanbevolen wordt door fan van het eerste uur Morrisey? Bij deze dan.



Sistema Bezopasnosti: In moeilijke periodes heeft het oproepen van eeuwige waarden altijd al positieve gevolgen gehad

Neofolk uit Rusland. Als fans van zowel neofolk als van alles wat Russisch is, moest dit wel onze aandacht trekken. Toen we geconfronteerd werden met het eclectische oeuvre van Sistema Bezopasnosti - oftewel ‘Veiligheidssysteem’ - hadden we al heel snel het gevoel iets speciaals ontdekt te hebben. Toen we te weten kwamen dat de man achter dit project - Vladimir Doronin, ook bekend als VlaD of Letzte Soldat Nord - ook eens onderwees en publiceerde over filosofie, kropen we in onze pen om een paar scherpe vragen te stellen. En uiteraard kregen we evenveel scherpe antwoorden terug over de neofolk in Rusland, Siberische punk, esoterie, spiritualiteit, rebellie en de verhoudingen tussen oost en west.

Dag VlaD. Sistema Bezopasnosti zag het levenslicht in 1993 als een rockgroep. Van 1993 tot 2000 hebben jullie een behoorlijk succes gekend, in heel Rusland opgetreden, en hadden jullie zelfs plannen om op te treden met de Russische rockgrootheden van DDT. Kan je ons meer vertellen over deze aanvangsjaren?

Ja, natuurlijk. Ik heb de rockgroep opgericht in 1991, maar eerst onder een andere naam. Hij heet Sistema Bezopasnosti - Veiligheidssysteem - sinds 1993.

Het was een chaotische maar erg interessante periode. Er waren grote veranderingen aan de gang in ons land, in onze maatschappij en in de levens van de mensen. Crisissen op één gebied werden gecompenseerd door vooruitgang op andere gebieden, onder meer in de kunst. Voor ons waren de jaren 90 een tijd waarin we op zoek gingen naar onszelf en onze creatieve methode en stijl.

We hebben een paar demo’s opgenomen en brachten onze eerste plaat uit in 1994. Er waren een hoop ondergrondse concerten en festivals die echt massa’s mensen verzamelden. Tegen het midden van de jaren 90 werden we echt bekend in bepaalde kringen en stonden we aan het hoofd van de Siberische punkbeweging. Siberische punk heeft een aparte plaats verworven in het geheel van de punkbeweging. Geografisch draaide het om drie steden: Tjoemen, Omsk en Novosibirsk.

Bij ons lag de focus niet op het imago en de muziek, maar op onze intellectueel-poëtische kant. Siberische punk onderscheidde zich door zijn harde en rigide stijl. Het was nooit georiënteerd naar de westerse analogieën. Het had vaak wortels in de folk, met een ruwe garage-sound. We deden alles zelf, in lijn met het ‘Do It Yourself’-principe: we bouwden onze eigen instrumenten en apparatuur, soldeerden onze eigen snaren, hadden zelfgebouwde drums en percussie-instrumenten, handmatig geverfde posters… Zelfs de opnames werden door onszelf gekopieerd en verdeeld. We gebruiken nog steeds dit principe en al de ervaring die we daarmee hebben. Langzaam maar zeker geraakten onze cassettes over heel het land verspreid.

Joeri Chevchuk van DDT hoorde voor het eerst van ons in 1996 en nodigde ons uit om met hen op te treden. Zo traden we voor het eerst in een groot stadium op. We hadden een warme relatie met DDT. We hebben van hun raad gebruik gemaakt en onze eigen huisstudio gebouwd. We begonnen buiten Siberië beginnen op te treden, in de Oeral, in Moskou en sinds 2000 ook in Sint-Petersburg.

Bij het begin van het nieuwe millennium hebben jullie een draai genomen richting neofolk. Waarom deze stijlverandering? Heeft het de positie en het succes van Sistema Bezopasnosti beïnvloed?

Ik ben al heel lang een muziekliefhebber. Ik blijf steeds uitkijken naar nieuwe uitgaves en heb een enorme interesse in diverse muziekstijlen gaande van klassieke muziek tot avant-garde, van folk, reggae en jazz tot zwaardere muziek als metal, industrial, noise en electro. Ik blijf dus niet steken in een genre.

Onze stijlverandering was een echte revelatie voor ons label, maar ook voor het publiek en voor de muzikanten met wie ik apocalyptische folk of dark folk begon te spelen. Het was niet zo populair in Rusland, behalve in kringen van echte muziekliefhebbers. Ik had ook geen weet van dit soort rockmuziek. Wij noemden de stijl die we speelde ‘experimentele psychedelische punk rock’. We voelden ons verwant aan groepen als Swans.

Op een dag, toen we rituele muziek aan het spelen waren, vertelde de drummer van Grazhdanskaya Oborona (Volkswacht) - die deelnam aan de opname van onze platen - ons over een groep die Current 93 heette. Hij zij dat onze stijl heel erg op de hunne leek. Ik heb een plaat van die groep gevonden, heb ernaar geluisterd en heb begrepen dat ze grote gelijkenissen met ons vertoonden. Wij hebben nooit iemand gekopieerd. We speelden gewoon wat we zelf wilden. Soms gingen we ervan uit dat we de enigen waren die zo klonken, en zelfs nu denk ik dat er weinig gelijkaardige groepen zijn. Maar we hoopten wel dat er elders ook iemand zou zijn die dezelfde soort muziek maakte. Het is interessant dat ik nu vindt dat Current 93 psychedelische rock speelt met een ruwe garage-sound, hetgeen me doet denken aan ons geluid in de jaren 90. Zelf wil ik een heldere en klare klank hebben.

Mijn opleiding en zelfstudie hebben ook een belangrijke rol gespeeld in de stijlverandering. Ik heb eerst klassieke gitaar geleerd, gecombineerd met folkzang. Als student ging ik op folkexpedities in Siberië en de Oeral, om in afgelegen dorpen folklore, muziek en epossen te verzamelen. Mijn tweede opleiding is culturoloog en mijn derde filosoof.

Dit alles leidde - in combinatie met mijn enthousiasme voor het esoterische - langzaam tot een verandering in mijn wereldbeeld. Ik heb mijn interesses verbreed, ben de onderwerpen van mijn liedjes beginnen veranderen alsook mijn muzikale prioriteiten. Onze transitie naar neofolk gebeurde dus niet welbepaald zoals in andere groepen, waar de artiesten een muziekstijl kiezen die hen nauw aan het hart ligt. We zijn op natuurlijke wijze hiertoe gekomen, door vooruitgang en creatieve ontwikkeling.

De stijlverandering had geen impact op ons succes, in positieve noch in negatieve zin. Ik had het gevoel helemaal opnieuw te beginnen, maar ik had wel al een hoop ervaring. Ik hou van de Noorse groep Ulver, die begonnen zijn met black metal te spelen en later meer zijn gaan experimenteren om tot eclectische ambient te komen.


In feite zijn de cd’s van Sistema Bezopasnosti erg verschillend. De verscheidenheid is verbluffend. Wat beweegt je om zo’n gevarieerde dingen te maken?

Ik ben bewogen door de drang om de wereld een hoop dingen te vertellen, door mijn creatieve passie, door mijn zoektocht naar zin… Het is een soort wens om het onrecht van de materiële wereld te weerstaan. Op een nummer op de cd ‘Martian Dust’ zing ik: ‘Ik wil heel erg graag winnen, maar als ik verlies wil ik het doen op een manier die zinvol is.’

Als ik hindoeïstische terminologie zou verwoorden, zou ik zeggen dat ik bewogen word door raga en dvesha. In andere woorden: liefde voor wat me nabij is (raga), en haat voor de dingen die mijn ziel niet kan aanvaarden (dvesha). Dit zijn eeuwige invloedrijke begrippen die verwoord zijn in de filosofische wet van het samenvallen van tegengestelden.

Ik ben onder de indruk van de hoeveelheid creatieve gedachten, magie en kunst die de overwinning van de geest vieren, gemaakt door interessante, getalenteerde en moedige mensen: kunstenaars, vernieuwers, demiurgen, romantici en helden die altijd maar blijven vechten, ondanks alles. Al die eenzaten blijven me ontroeren. Ze zijn onopvallend maar blijven geloven in wat ze doen en in de juistheid ervan.

De laatste cd ‘Antidote’ bevat covers van verschillende artiesten. We zijn vertrouwd met neofolkgroepen als Current 93, Death In June en Coil, maar de Russische groepen op de plaat zijn hier onbekend. Het lijken vooral Siberische groepen te zijn. Jullie waren een deel van de Siberische sien en hadden nauwe relaties met verschillende groepen. Kan je hier meer over vertellen?

Ja, we waren een deel van de ondergrondse Siberische sien. In de jaren 90 vervoegden we het zogenaamde Moskou Rock Laboratorium, maar dat was puur formeel. Hoewel we tegenwoordig ver verwijderd zijn van de Siberische punk, kan het niet ontkend worden dat de beweging een grote impact op ons had, zoals wij ook een hoop nieuwe dingen bijgedragen hebben aan deze sien. Dit is waarom ik de meeste oude Siberische groepen respecteer. Bovendien vind ik dat de beste Russische groepen uit Siberië komen, al is het niet onmogelijk dat er iemand niet met deze stelling instemt.

De ‘Antidote’-plat is een eerbetoon aan het talent van deze componisten, ter nagedachtenis van diegenen die ons reeds verlaten hebben. Sommigen zijn bekend in Rusland, anderen blijven ondergewaardeerd. Ik probeer mijn visie te geven op nummers van andere mensen, maar wil ze tegelijkertijd gevoelsmatig zo zingen alsof ik ze zelf geschreven zou hebben. De Russische auteurs waarvan ik nummers overneem zijn mensen die ik zelf gekend heb. We hebben dezelfde podia gedeeld, of elkaar onderweg tegengekomen. Voor de buitenlandse auteurs heb ik muzikanten gekozen waar ik me nauw bij betrokken voel of waar ik mee samengewerkt heb.

Ik wou een soort symbolische band weergeven, een analogie tussen verschillende muzikale tradities. Ik wou bewijzen dat creatieve wegen kunnen verschillen, maar dat de betekenis en het doel gelijk kunnen lopen. Iemand schreef in een commentaar: ‘Voor mij zijn deze nummers een antidote geworden, een geneesmiddel voor de verschrikkingen in het leven. Zij tonen de weg naar ongekende hoogtes en hebben mijn leven op een schitterende en onuitwisbare manier getekend.’

Sommige groepen - in het bijzonder Instruktsiya po vyzhivaniyu (Overlevingshandleiding), met wie je intensief hebt samengewerkt - werden beschuldigd van antisemitisme. Instruktsiya po vyzhivaniyu schreef een berucht nummer ‘Dood een jood’. Zijn deze aantijgingen gegrond, of is er sprake van provocatie of een misverstand?

Ik ben niet de auteur van het nummer waarover je praat, dus ik kan je geen objectief antwoord geven. Het werd lang geleden geschreven, in de jaren 80, en ik denk dat de meeste mensen het fout geïnterpreteerd hebben. Ik geloof niet dat het een oproep was om te handelen, maar eerder dat het inging op een fenomeen dat op dat ogenblik leefde. Het sprak over een belangrijk probleem in onze samenleving. Het nummer is een verwijzing naar het nummer ‘Kill The Poor’ van Dead Kennedys, waar we een parallel mee wilden maken.


VlaD, jij doceert filosofie aan de Staatsuniversiteit van Tjoemen. In welke zin beïnvloedt dat je werk met Sistema Bezopasnosti?

Mijn creatieve werk is mijn belangrijkste activiteit, maar wetenschap is er nauw mee verbonden. Ik doceer inderdaad aan de universiteit en heb les gegeven aan het Instituut voor Cultuur. Dankzij de wetenschap kan ik een hoop kennis verzamelen, het systematiseren en mijn eruditie vergroten. Dat heeft me erg geholpen in mijn kunst. Het heeft me geholpen om conceptueel te werken, op een holistische manier en met een specifieke methodologie.

Mijn tweede opleiding als culturoloog heeft me geholpen om een specialist te worden op gebied van cultuur en postmodernisme. De presentatie van mijn onderzoek ‘Rockcultuur als de moderne belichaming van de heldentraditie’ heeft me de kans gegeven om een basis te vinden voor deze kennis. Overigens behandel ik in dit werk de problemen van potmodernisme en tradities, en het belangrijkste hoofdstuk gaat over dark folk. Onverenigbare dingen verenigen zich dus in mij: wetenschappelijke kennis en esoterische kennis. Hoewel ik voornamelijk een mystiek en mythologisch wereldbeeld heb, kan ik dat kritisch evalueren en de zaken objectief bekijken dankzij de wetenschap.

Je bekritiseert het verlies aan idealisme en spiritualiteit in de moderne maatschappij. Kan je ons meer uitleg geven bij je analyse?

Deze thema’s zijn niet meteen in mijn nummers verschenen, en evenmin zijn ze er per ongeluk in terechtgekomen. Dit wereldbeeld heeft zich geleidelijk aan gevormd. Het begon op het niveau van algemene gevoelens en empirische observaties. Later pas, toen de wetenschap me geleerd heeft om te analyseren, heb ik de werken gelezen van Lyotard, Toynbee, Marcuse, Heidegger, Sprengler, Fukuyama en vele anderen. Ik vergeleek, zag parallellen, noteerde algemene wetmatigheden… Zo begonnen kleine elementen een plaats te vinden in een bepaald systeem aan opvattingen. Gesprekken over de neergang van de moderne beschaving en het verlies aan spirituele idealen in de maatschappij zijn al lang aan de gang, en niet enkel in wetenschappelijke kringen. Het is niet lokaal, maar wijdverspreid. Het is het belangrijkste probleem dat ik waarneem. Wat kunnen we eraan doen? Hoe kunnen we het rechttrekken? Is een spirituele vooruitgang van de mensheid mogelijk?

Je pleidooi voor ‘dromen, tradities, liefde en kunst’ kan als een oproep voor eschatologie beschouwd worden. Is het niet belangrijk om de echte wereld met al zijn problemen onder ogen te zien?

Kun je de wereld zo bekijken? Wel, het is alvast hoe ik het bekijk! Tradities, liefde, kunst, broederlijkheid en vriendschap zijn eeuwige waarden, en van hen dromen is zo natuurlijk… In onze pre-sacrale tijd zijn deze thema’s meer actueel dan ooit tevoren. Hen in herinnering brengen is meer dan een oproep, het is een alternatief, het is de basis. Het is een van de varianten, een van de mogelijkheden als we de keuze moeten maken tussen wat rechtvaardig is en wat gemakzuchtig is. Misschien is het wel de weg naar de volgende ontwikkeling van de moderne mens. Ik geloof niet dat deze weg naar vernieling leidt, maar naar creatie. In alle tijden heeft het oproepen van eeuwige waarden positieve gevolgen gehad in moeilijke periodes. Het is natuurlijk een idealistische visie, en ik moet me steeds opnieuw verzetten tegen de verlokkingen van de materialistische wereld. Maar ik weet ook dat ik op dit pad niet alleen ben.


Je muziek zit vol esoterische referenties: de occulte theorieën van Aleister Crowley, de joodse kabala of de Noorse mythologie van Ragnarok. Waarom kies je ervoor om hierover te zingen? Kan je een rode lijn trekken tussen al deze verschillende onderwerpen en stromingen?

Mijn nummers bevatten veel verwijzingen naar esoterie, literatuur en andere zaken, in de eerste plaats omdat ik geïnteresseerd ben in esoterie. Het geeft mijn wereldbeeld weer. Deze taal ligt me nauw aan het hart. Zoals ik al zei heb ik een mystieke mentaliteit. Esoterie heeft me sterker gemaakt. Het heeft me een vruchtbare bodem gegeven voor mijn creativiteit. Het is een onuitputbare bron. Als ik met iets eens of oneens ben, moet ik er meer over weten.

Er zijn gelijkenissen en verschillen tussen verschillende soorten esoterie. Hen allemaal door elkaar halen zou erg onwetend zijn. Voor mij is het de kracht van het verzet tegen de materiële wereld. Het is met andere woorden een manier om me te verzetten tegen zijn negatieve aspecten. Het is een methode om je onafhankelijkheid te vrijwaren en de link te bewaren met de oorspronkelijke tradities in de cultuur.

Ooit heeft deze esoterische hobby me geholpen om uit een creatieve crisis te geraken. Sistema Bezopasnosti houdt van vrijheid. Het is verzetsmuziek, verzet tegen onrecht, tirannie, tegen vreemde waarden en tegen alle onderdrukkende systemen die aan mensen opgelegd worden. Daarom aanvaard ik maar een systeem: veiligheid tegen agressie en de beperkingen van de materiële wereld.

Langzaam aan bracht mijn opstand me evenwel tot stilstand. Ik werd wanhopig. Ik begon te beseffen dat ik deze manier de wereld niet kon veranderen. Het was onmogelijk om alleen de confrontatie aan te gaan. Op een dag zal mijn kracht ontoereikend zijn. Ik kan me niet alleen verzetten. Ik heb die kracht niet. Ik zal mijn hoofd stoten tegen de muur van de echte wereld als ik me gewoon rechtlijnig blijf verzetten. Het is zoals Joe Strummer - de zanger van The Clash - zei: ‘ik geloofde ooit dat muziek de wereld kon veranderen, en al besef ik nu dat het niet zo is, ik ga er toch mee door.’

Iets gelijkaardigs gebeurde met mij. Ik ontdekte de esoterie. Ik vond dat ik mijn strategie moest veranderen en de onderwerpen en de focus moest verleggen om het voor mezelf veiliger en effectiever te maken. Dezelfde opstand bleef leven, maar in de plaats van me vlakaf te verzetten tegen de negatieve aspecten van de wereld, vecht ik nu door hen, lok ik ze bewust uit terwijl ik het onwezenlijke systeem van de-sacrale waarden negeer dat in de echte wereld domineert. Ik kies dus voor de positie van de uitlokker die alles negeert wat hem vreemd is of het zelfs veracht. Ik speel het spel door alles te vertalen naar de taal der symbolen, tekens, hinten naar ‘verborgen’ boodschappen en allegorieën.

Ik probeer het veilig te spelen, hun ruimte te omschrijven: een ruimte van macht die gehuld gaat in gothic somberheid, zwarte romantiek en hopen energie. Ik voel me een deel van deze kracht, van deze ruimte die ik bezit waarin ik vrienden en bondgenoten heb. Door zelfkennis van deze subtiele plannen wordt een mens bewust van zijn rol en de mechanismen in de echte wereld. Ik wordt eigenlijk een soort bodhisattva.

Het grafschrift van de filosoof en dichter Gregory Skovoroda luidt: ‘de wereld trachtte me te vangen, maar slaagde daar niet in’. Ik hoop dat het mij ook nooit overkomt. Vroeger zong ik over de zaken die me stoorden, die ik wou veranderen. Nu zing ik over hetgeen ik liefheb, waar ik in geloof, de dingen die me helpen leven, vechten, vooruitgaan, ontwikkelen… Ik ben blij dat het in harmonie is en hoop dat ook andere mensen er iets aan hebben.

Hoe zit het met de status van religie in Rusland? Ik heb het gevoel dat het moeilijk is om de orthodoxe religie te bekritiseren en vooral om op te komen voor de rechten van holebi’s. Dit is verrassend voor een land dat 70 jaar communistisch bewind heeft gekend, waarin geloof werd gemarginaliseerd.

Ik denk dat mensen in andere landen een verkeerd beeld hebben van Rusland, een beeld dat niet met de realiteit overeenkomt en bovenal niet onpartijdig is. Het zijn vooral stereotypen. Ik kan het begrijpen, want alles wat ongewoon is kan waakzaamheid of vijandigheid oproepen. Maar je moet begrijpen dat Rusland een erg groot land met een rijke geschiedenis en een eigen nationale cultuur. Zoals bij elk groot land ging dit niet altijd van een leien dakje en bestaan er tegenstrijdigheden. Grote mijlpalen hebben altijd grote inspanningen en offers gevergd.

Die 70 jaar communisme waren een uitzonderlijke periode op wereldvlak, een enorm experiment. Gedurende die periode gebeurden vele tragische dingen, maar ook heel wat goede zaken. In die tijd was de rol van religie nihil. Intussen is die situatie erg veranderd. Religie neemt nu een belangrijke plaats in. Ze neemt een actieve en notabele rol op, maar we hebben nu andere problemen. De relaties en verschillen tussen mensen met verschillende overtuigingen zijn slechter geworden, en worden soms zelfs agressief, vooral met organisaties die de orthodoxe kerk of de islam vertegenwoordigen. Er zijn al verschillende precedenten en provocaties geweest: verboden op alternatieve concerten, pogroms op tentoonstellingen van avant-garde artiesten en dergelijke. Het is zeker een verontrustende ontwikkeling in onze samenleving.

Heel wat muzikanten in Rusland lijken aangetrokken door ideologische stromingen als de euraziatische beweging of de nationaal-bolsjewieken. Wat denk jij daarvan?

Het komt misschien omdat creatieve mensen graag grootse gebaren maken in de zin van patriotisme of andere emotionele uithalen. Ik kan zeggen dat Sistema Bezopasnosti zich altijd buiten de politiek gehouden heeft en nooit deelgenomen heeft aan eender welke politieke actie. Wij waren nooit lid van een politieke partij. Sommige politieke organisaties hebben getracht ons aan hun kant te krijgen, maar we hebben steeds geantwoord dat we dat niet deden. We hebben zelfs concerten gegeven onder het motto ‘tegen allen’ en ‘voor onszelf’, hetgeen onze apolitieke positie demonstreert.

Ik geloof dat muzikanten een grote impact op mensen kunnen hebben. Mensen luisteren naar hen, vertrouwen op hun kunstzinnigheid… Een muzikant is als een tribuun, en alles wat de muzikant zegt kan op verschillende manieren opgevat worden. Hij moet dus neutraal zijn in tal van zaken. Zelf vind ik politiek iets vies. Het is mijn wereld niet. Ik heb er geen uitstaans mee.


Op ‘De magische lamp van Osama Bin Laden’ (2004) en ‘Nina, Wendy, Ann…’ (2005) zong je respectievelijk over oost en west, tegelijkertijd stellend dat beiden samen horen. We zijn thans getuige van nieuwe spanningen tussen het westen en Rusland, gevoed door leiders aan beide kanten. Het voelt soms aan als een nieuwe koude oorlog. Wat vind jij van die spanningen?

Deze vraag is zeer actueel. We beleven inderdaad dergelijke spanningen. De relaties tussen Rusland en het westen zijn erg afgekoeld en dat is niet goed. We leven in een tijd van zogenaamd postmodernisme, dat gekenmerkt wordt door deconstructie, verdeeldheid, fragmentatie, gebrek aan integriteit en gemeenschappelijke structuren. We zien hoe landen en regio’s vernietigd worden.
Mensen zijn agressiever geworden. Ze zijn nu vijanden. Ze leven in grotere en kleinere megasteden. We zien dat zelfs in de kunsten. Toen rockmuziek domineerde was het verenigd. Je kon niet op je eentje rock spelen, je moest een groep hebben. Dus hadden we rockgroepen. Dark folk is meer iets voor individuen op hun eentje. Ik had vroeger een groep. Nu doe ik alles op mezelf, alleen. Natuurlijk had ik intussen de nodige ervaring opgedaan.

De technische vooruitgang heeft onze kansen en ons potentieel verruimd. Maar het kan het probleem van eenzaamheid op kleine of grote schaal niet oplossen. Ik geloof dat muzikanten, dichters en andere artiesten een grote kans hebben om aan te tonen dat kunst geen nationale of linguïstische grenzen kent. Dankzij kunst kunnen we elkaar begrijpen.

De nationale basis voor folklore of cultuur is geen grond voor verdeeldheid, maar om dialoog te creëren, om gemeenschappelijke punten te vinden. Dit zijn belangrijke onderwerpen in mijn publicaties en in mijn onderzoek. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, en het is belangrijk om te weten naar waar we reizen. Er zijn aanrakingspunten tussen de problemen van de ene en de problemen van de andere. Zelfs het feit dat ik nu ver van je af ben, en toch een interview voor je magazine kan geven, zegt dat mijn publiek contact kan maken en over zaken in dialoog gaan. Hartelijk dank dus dat ik mijn mening kon geven over zulke belangrijke onderwerpen. Ik wens iedereen veel geluk en succes op de weg naar hun transcendente ervaring!

THE CURE - Sportpaleis Antwerpen: De jukebox heeft zijn werk gedaan

Hoe is The Cure kunnen uitgroeien tot zo’n wereldwijd succes? De vraag werd in het verleden vaak gesteld. Wellicht is het succes zo vanzelfsprekend geworden, en het publiek zo alledaags, dat weinigen het zich nog afvragen. In de jaren 80 en 90 was The Cure immers de topgroep van een alternatieve beweging, waar het tegenwoordig mainstream geworden is om naar The Cure te luisteren.

Gisteren verkocht The Cure nog maar eens het Sportpaleis in Antwerpen uit, en het was niet zo vanzelfsprekend om de zwarte zielen, die vroeger op hun eentje een Cure-concert de moeite waard maakten, te ontwaren in het publiek.

Er is echter een tijd geweest dat de mainstream neerkeek op The Cure en zijn publiek, die als depressieve en apathische pubers werden aanschouwd. ‘Cure-fans worden vaak afgeschilderd als jongeren die zich op de rand van hun bed zitten afvragen wat ze op deze planeet lopen te doen’, zo gaf Robert Smith destijds zelf in een interview toe. ‘En dan, wat is daar mis mee?’, voegde hij eraan toe, waarmee hij mijn eeuwig respect en sympathie - voor de zoveelste keer - veroverde.

Horden existentiële jongeren in lange zwarte jassen en met wild gecrepeerde haren snelden zich naar elke plek waar de groep speelde. Dat uiterlijk was veel meer dan het kopiëren van je jeugdidolen, zoals het soms afgeschilderd werd. Natuurlijk maakte The Cure handig gebruik van het new wave-imago, maar het uiterlijk bestond al en stond voor een veel bredere beweging dan enkel deze ene groep. Ook Bauhaus, Xmal Deutschland en talrijke andere wavegroepen hadden een soortgelijk uiterlijk.

Toen The Cure midden jaren 80 richting pop evolueerde, zag men een meer uitgekiende strategie rond het imago, waarbij de hele groep in grijze kostuums optrad. Dit werd evenwel nooit gekopieerd door de fans.

De talrijke opkomst van Cure-fans leidde soms tot incidenten met extreemrechtse skinheads, zoals in 1991 in Leipzig. Want new wave stond op gespannen voet met skinheads. Ze waren er ook zowat elkaars antipode, de kortharige, conformistische en agressieve skin, en de passieve, teruggetrokken en nihilistische waver. Ook metalheads hadden het niet zo hoog op met 'zwartzakken' of 'planten'. Met de punks waren de relaties wellicht het best, al bestond ook hier het Freudiaanse concept van 'het narcisme van de kleine verschillen'.

The Cure had enerzijds een buitengewoon alternatief imago met extreem uiterlijk, en anderzijds een dromerig, introvert en knuffelbaar imago. Het was een groep voor jongeren die gekweld zaten met existentiële vragen, die tegendraads maar niet agressief waren. Een combinatie van het rebelse van de punk met de ingetogenheid van de hippies.

In de beginjaren, en zeker tijdens de trilogie Seventeen Seconds - Faith - Pornography, bouwde de groep een compromisloos zwart imago op, maar later zouden ze zich toch laten meeslepen in het commerciële circuit. Het heeft zeker bijgedragen tot hun succes, want voor iedereen die geïnteresseerd was in new wave en donkere muziek, was The Cure - zichtbaar als ze waren in de media - een vanzelfsprekende eerste stap.

Het uitdagende en controversiële kantje is er intussen af. Waar The Cure vroeger garant stond voor hoog oplaaiende discussies tussen voor- en tegenstanders, is er thans quasi unanimiteit over de kwaliteiten van de groep. De groep zal wellicht ook de geschiedenis ingaan als één van de roergangers van de new wave, en terecht. Voor velen is een optreden van The Cure intussen een gezellig avondje uit om een klassieker uit de rockmuziek te aanschouwen, een stukje jaren 80-nostalgie.

In een vorig leven zorgde The Cure voor de internationale doorbraak van The Cranes door hen mee te nemen op tournee. Tegenwoordig spelen ze op veilig met The Twilight Sad, een Britse postpunkgroep waarvan tegenwoordig een overaanbod bestaat en die beter tot zijn recht zou komen in een meer intieme omgeving.

Een intieme zaal zit er voor The Cure niet meer in, maar dat blijft een verrassend gegeven. Toen The Cure in 1976 het levenslicht zag in Crawley, was de uitgesproken wens van Robert Smith om een alternatief te vinden voor een betaalde baan. Smith gaf de ambtenaren in de plaatselijke werkloosheidsdienst zelfs het advies om de jobs te geven aan mensen die echt wilden werken. Op de repliek dat hij toch moest werken antwoordde hij verontwaardigd ‘waarom dan?’ Zijn eerste liedjes schreef Smith dus niet omdat hij een innerlijke nood had om zich creatief te uiten, maar wel om een bestaan te kunnen opbouwen zonder baan.

We hadden eerder opgemerkt dat The Cure live vaak sets speelt die opgebouwd zijn rond hun twee grootste commerciële successen: Disintegration (1989) en Wish (1992). Maar The Cure wil niet voorspelbaar zijn, en start de avond deze keer met ‘Shake Dog Shake’, de opener van hun meest experimentele plaat The Top uit 1984. Er zouden nog meer verrassingen in de show zitten, die grotendeels uit materiaal uit de jaren 80 bestond, aangevuld met een paar uitstapjes naar de jaren 90 en twee nieuwe nummers.

‘Fascination Street’ komt wel uit Disintegration, en hoewel Reeves Gabrels - de voormalige Bowie-gitarist die sinds 2012 bij The Cure speelt - de intro verknalt door eventjes de gitaarmacho uit te hangen, ziet dit er goed uit. Als daarna ‘A Night Like This’ weerklinkt, is voor mij de avond reeds geslaagd.

‘A Night Like This’ is afkomstig van The Head On The Door, de plaat die The Cure in 1985 echt de weg van de pop zag ingaan. (Het nummer is gebaseerd op een heel vroeg nummer uit de jaren 70, net zoals opener ‘Shake Dog Shake’ trouwens.) The Head On The Door staat vanavond in de kijker, want de helft van de plaat wordt gespeeld, inclusief de grote hit ‘Inbetween Days’, de sublieme rocker ‘Push’, het heerlijk tegendraadse ‘Close To Me’ en als kers op de taart het melancholische ‘Sinking’.

Op de achtergrond kleuren vijf grote schermen het optreden in. Doorgaans ziet men er de vijf groepsleden, die elk een scherm toegewezen kregen. Het lukt aardig, want de groepsleden van The Cure zijn behoorlijk statisch, op eentje na. Bassist Simon Gallup hotst als vanouds het hele podium af, zodat zijn scherm regelmatig leeg blijft. Gallup ziet er op 56 jaar nog steeds als een coole punker uit, zodat je niet te veel het gevoel hebt naar vijf oude mannen te kijken.

De plaat The Head On The Door werd opgevolgd door Kiss Me Kiss Me Kiss Me in 1987 - intussen was The Cure ook in de Verenigde Staten doorgebroken dankzij de compilatie Staring At The Sea (1986) - waarop Smith zijn status als popster helemaal uitspeelt. Het resultaat was een overladen en halfslachtige plaat waarop afgrijselijke dingen staan als ‘Hot Hot Hot’ en ‘Why Can’t I Be You’ - die allebei de revue passeren in de laatste bisronde - maar ook perfecte popnummers als het obligate ‘Just Like Heaven’. De verrassing zat hier in ‘All I Want’, een bijna vergeten pareltje waarop Gabrels weer eens de gitaren laat loeien.

Waar ik me af en toe gestoord heb aan het gitaarmachismo van Gabrels, moet ik wel toegeven dat zijn gierende gitaren een absolute meerwaarde zijn op nummers als ‘Give Me It’ - dat de hoofdset mag afsluiten - ‘Never Enough’, 'Wrong Number' of nog ‘Burn’, dat The Cure oorspronkelijk voor de geluidsband van The Crow opnam en waarbij Smith een intro op blokfluit ten beste geeft.

De status van popster zat Smith destijds niet gemakkelijk, en eind jaren 80 verzonk hij in drugs en depressie. Dat resulteerde in het erg melancholische Disintegration, een plaat die werd uitgegeven ondanks de waarschuwingen van het platenlabel dat het een commerciële flop zou worden. Het tegendeel was waar: de plaat werd het grootste commerciële succes van The Cure, en heeft wellicht het nodige gedaan om The Cure definitief als klassieker te classificeren, wat misschien niet was gelukt indien de groep verder popdeuntjes was blijven schrijven. Disintegration komt dan ook meermaals aan bod met hoogvliegers als ‘Pictures of You’, ‘Lullaby’ en het fantastische ‘Lovesong’ (een grote hit in de VS).

Het duurt een paar jaar vooraleer The Cure met een opvolger op de proppen komt, en dat wordt Wish uit 1992. De plaat is meer gitaargericht en surft nog voort op het succes van Disintegration. Hits als ‘High’ en vooral ‘Friday I’m In Love’ komen uit die plaat, maar ook het meer uitgestrekte ‘From The Edge Of The Deep Green Sea’.

Opnieuw neemt een volgende plaat een paar jaar in beslag. Het onvolprezen ‘Wild Mood Swings’ uit 1996 grijpt terug naar het experiment van The Top. Humo had het wellicht bij het rechte eind toen het schreef dat de plaat volledig geslaagd zou zijn als er wat minder nummers op zouden staan. ‘Want’ is een relatief klassiek Cure-nummer, maar het is vooral het heerlijke ‘Jupiter Crash’ dat menigeen nog eens naar de plaat zal doen grijpen na deze avond.

Uit het nieuwe millennium wordt niets gespeeld, behalve twee gloednieuwe nummers die elk één van de twee eerste bisrondes mochten openen. ‘It Can Never Be The Same’ - opgedragen aan Leonard Cohen - maakt het meeste indruk op mij. Het grijpt terug naar de sfeer van Disintegration. ‘Step Into The Light’ is dan weer een poging om een vrolijk popnummer te schrijven. Eigenlijk staan de laatste platen van The Cure vol met dergelijke nummers. Ik ben doorgaans erg kritisch voor deze platen, maar ik heb ze gisteren nog eens beluisterd en heb besloten dat ze behalve een aantal tenenkrullende momenten ook steeds een paar goede nummers bevatten.

Wat dan met nummers van voor 1984? Die zijn niet zo talrijk. Vooral het feit dat enkel ‘One Hundred Years’ gespeeld werd uit Pornography, zal een aantal grote fans teleurstellen. Robert Smith heeft nochtans vaak genoeg gesteld dat dit ‘dagboek uit zijn zwartste dagen’ tot zijn absolute favorieten hoort. Uit Faith wordt zelfs helemaal niets gespeeld.

Wel horen we ‘The Walk’, de single waarmee Smith - na de split die tijdens de Pornography-tour plaatsvond - de terugkeer van The Cure aankondigde, en waarmee hij de vloer aanveegde met zijn zwarte en depressieve imago. Een absolute verrassing is de aanwezigheid van ‘Lovecats’ in de set. Ik had dit nummer nog nooit live gehoord, en The Cure klinkt er bijna als een jazzgroep op. Hier toont toetsenist Roger O’Donnell dat hij ook veel beter kan spelen dan wat The Cure nodig heeft, maar dat hij het niet nodig vindt om daar overdreven mee te pochen.

In de bisnummers liet de groep ook de obligate hits ‘Boys Don’t Cry’ en uiteraard een uitgestrekte versie van ‘A Forest’ op het reeds veroverde publiek los, kwestie van de vele hits van de groep er diep in te wrijven. Jukebox The Cure heeft zijn werk gedaan, en om eerlijk te zijn moet je al een serieuze kloot zijn om na 30 nummers en meer dan twee en half uur uitmuntende muziek te gaan klagen dat je favoriete liedje er niet tussen zat. The Cure was zonder meer fantastisch, en een optreden van hen blijft voor deze trouwe fan een hoogmis die hij niet mag missen.

Setlist: Shake Dog Shake / Fascination Street / A Night Like This / All I Want / The Walk / Push / In Between Days / Sinking / Pictures of You / High / Lovesong / Just Like Heaven / Jupiter Crash / From the Edge of the Deep Green Sea / One Hundred Years / Give Me It

Bis 1: It Can Never Be the Same / Burn / A Forest

Bis 2: Step Into the Light / Want / Never Enough / Wrong Number

Bis 3: The Lovecats / Lullaby / Hot Hot Hot!!! / Friday I’m in Love / Boys Don’t Cry / Close to Me / Why Can’t I Be You?

ChristenUnie wil black metal-concert verbieden

Satan was een tijdje uit het nieuws verdwenen. De laatste keer dat wij van hem hoorden zat hij in de aars van Mauro (maar dat was nog in tijden van Evil Superstars). Maar hij is nu helemaal terug, althans volgens een lid van de burgerraad in het Nederlandse Amstelveen. Satan heeft de vorm aangenomen van black metal-bands Carach Angren, Monolith Deathcult en Tragacanth, en die willen in Amstelveen optreden op - godbetert - kerstavond. Als het van Henk Stoffels van de ChristeUnie aankomt zal dat feestje mooi niet doorgaan. Hij wil de schaapjes behoeden voor 'duistere invloeden', terwijl kertsmis net een 'feest van licht' moet zijn. 'Het is bekend dat heavy metal-bands satanisten zijn, of in elk geval vanuit die hoek... Ze komen in ieder geval niet uit een kerkkoor.' De ChristenUnie zal voorstellen om de subsidies voor de zaal P60 te herzien en dergelijke optredens in de toekomst onmogelijk te maken. Met slechts één gemeenteraadslid is de kans klein dat ze daarin slagen. De groepsleden van Carach Angren zelf houden het hoofd koel bij de hele commotie, en zijn de heer Stoffels vooral dankbaar voor de publiciteit, een 'godsgeschenk' als het ware, die black metal-bands maar zelden te beurt vallen. 

Optreden Carach Angren, Monolith Deathcult en Tragacanth op Kerstavond

ASP: Live... auf rauen Pfaden. Rar und pur + Best Of Rock

In 2014 had ASP het idee om de fans voor het 15-jarig jubileum van de groep eens goed te verwennen met een tournee waarin ze in tien Duitse steden telkens twee dagen zouden spelen. Op de ene avond werden de fans getrakteerd op een ‘Best Of’-optreden onder de naam ‘Best Of Rock’, de andere avond ging men iets intiemer te werk, met zelden gespeelde liedjes en semi-akoestische versies van bekendere nummers, onder de naam ‘Rar und pur’. Deze optredens vind je nu verzameld in een vierdubbele cd met prachtige lay-out.

Eigenlijk begon de tournee elke keer met het ‘Rar und pur’-optreden, en die vullen de eerste twee schijfjes van deze box. De cd steekt van wal met ‘De Profundis’, dat als titelnummer van het prachtige ‘Aus der Tiefe’ bezwaarlijk een zeldzaam nummer genoemd mag worden. Eigenlijk tel ik maar een paar zeldzame nummers: ‘Sara’ en het geweldige ‘Variété Obscur’ zijn obscure nummers die enkel de doorwinterde ASP-fans zullen kennen. De covers van ‘I Am The One’ (Danzig) en ‘Possesion’ (Sarha McLachlan) zijn uiteraard exclusief. ‘Me’ is misschien wereldberoemd om zijn video, maar wordt slechts zelden live gespeeld en krijgt hier een erg mooie behandeling.

Veel baanbrekender is de manier waarop alles gespeeld wordt. ‘Semi-akoestisch’ dus, wat in de praktijk betekent dat er akoestische gitaar op gebruikt wordt. Dat geeft zeer goede resultaten, onder meer op het reeds vermelde ‘Me’ of het fantastische ‘Demon love’. Ook de fifties rock’n’roll versie van ‘Finger weg! Finger!’ is vermeldenswaardig, al is het eerder lollig dan superieur aan het origineel. De herwerkte versies werpen hoe dan ook een nieuw licht op het oeuvre van ASP, dat na vijftien jaar reeds opvallend omvangrijk is.

De ‘Best Of Rock’-schijfjes betreden meer vertrouwd terrein. Harde gitaren, dreunende drums… Toch is er ook hier gewerkt aan de nummers, zodat er voldoende verrassingen en variaties in de set zitten. Die start met een medley van bijna een kwartier. Het is het startschot voor een heel resem hits die elkaar twee en half uur opvolgen. Hoewel je vanaf de eerste drumtonen beseft dat ‘Sing Child’ begonnen is, wordt de intro zo lang uitgesponnen dat je een echte adrenalinestoot krijgt als het nummer echt begint.

‘Und wir tantzten’ is zoals steeds een kippenvelmoment, des te meer dat Asp de zang bijna volledig aan het publiek overlaat. Ook de ‘Best Of Rock’ bevat trouwens een onbekend nummer. ‘Sündige Heiligen’ werd speciaal gespeeld voor het 15-jarig bestaan van de groep. Voorlopig vindt u het enkel op deze box.

Tussendoor onderhoudt Asp zijn publiek graag met zijn meningen over verschillende onderwerpen: over zijn werkverslaving, over misleidende dromen van roem, over zwarte vlinders, over het feit dat de industrie muziek enkel nog ziet als digitale ‘content', over televisiewedstrijden…

De box is misschien wat duurder, maar met 49 liedjes oftewel bijna 5 uur muziek kun je moeilijk zeggen dat je een kat in de zak koopt, zeker niet als het van uitmuntende kwaliteit is. In wezen is 40 euro zelfs niet zoveel in vergelijking met wat je ervoor terugkrijgt. Er staat al een nieuwe ‘Rar und pur’-tournee gepland in 2017, en deze box geeft me veel zin om daar een optreden van mee te pikken.

ASP