Posts tonen met het label Geschiedenis en politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Geschiedenis en politiek. Alle posts tonen

donderdag, november 02, 2017

The Rebel Riot Band: We kunnen de wereld niet veranderen, maar we kunnen zoveel mogelijk onszelf en onze omgeving veranderen.

Myanmar is momenteel in het wereldnieuws door de exodus van Rohingya-moslims naar Bangladesh. Maar wat u misschien niet weet is dat het land ook een kleine en uiterst actieve punkscene heeft. Eén van de groepen is The Rebel Riot Band, en deze idealisten spreken zich graag uit over de situatie in hun land.

The Rebel Riot Band is een punkgroep uit Myanmar. Hoe is het om een punker te zijn in jullie land?

De punkscene is rond 1995 gestart in ons land, denk ik. Een groep BMX fietsers zijn dan punkers geworden. Eén van de mensen uit deze groep was een schipper, en ging overzee voor zijn werk. Hij kocht een punkmagazine met een interview van de Sex Pistols en bracht dat mee. Toen de groep het interview gelezen had werd hij omgevormd van een BMX-groep naar een groep punkers… Zodus waren de Sex Pistols de eerste punkgroep in Myanmar.

Hoe levendig is de scene? Is het een grote scene?

Het is niet echt een grote scene. Ik denk dat je het kunt vergelijken met de punkscene in Europa rond 1980. Het is zich nog steeds aan het ontwikkelen. We hebben meer groepen nodig, meer zines, meer activiteiten, en zo voort.

Jullie zijn ook al verschillende keren in Indonesië gaan spelen. Een paar jaar terug kwam de Indonesische punkscene in het wereldnieuws omdat punks in Atjeh naar heropvoedingskampen werden gestuurd door de islamitische autoriteiten. Hoe is de situatie voor punks in Indonesië nu?

Die moslimoverheden zijn daar echt heel slecht. Ik heb heel veel respect voor de punks in Indonesië. Ze vechten een zware strijd voor vrijheid. Ik denk dat er tegenwoordig niet veel punks meer zijn in Atjeh. Indonesië kent veel verschillende regio’s met verschillende religieuze regels. In sommige regio’s zoals Atjeh zijn de regels heel streng, maar in andere regio’s is dat minder het geval.

Jullie hebben een heel idealistische levensstijl. Elke week organiseren jullie voedselbedelingen voor de daklozen in Rangoon, en jullie geven ook kunstlessen in scholen. Is dit een belangrijk aspect van de punk levensstijl voor jullie? Hoe slagen jullie erin om dit financieel draagbaar te houden?

Ja, bro. Dit is heel belangrijk voor ons. We klagen veel en zingen liederen over het systeem. Maar klagen is gemakkelijk, en het is beter om te doen wat we kunnen in onze omgeving. Daarom doen we deze dingen. We kunnen de wereld niet veranderen. We kunnen zelfs niet ons eigen land veranderen. Maar we kunnen zoveel mogelijk onszelf en onze omgeving veranderen. Het maakt niet uit of het kleine of grote dingen zijn. Doe het gewoon! Verander wat je kan. We hebben inderdaad een collectief bedrijf in Rangoon. Uit dat bedrijf zetten we geld opzij voor voedselbedelingen. We krijgen ook geld van vrienden uit andere landen en gebruiken af en toe crowdfunding.

Myanmar is momenteel in het wereldnieuws omwille van de exodus van Rohingya uit de Rakhine-regio. Jullie hebben onlangs een statement gemaakt dat de Rohingya niet de enige slachtoffers zijn in de regio en dat er andere vluchtelingen zijn die ook onze aandacht verdienen. Kan je daar meer over vertellen?

Juist, bro. Er zijn aan beide zijden vluchtelingen. De militaire leiders en China willen grote economische projecten opzetten in Rakhine. Dus willen ze daar mensen weg. Niet enkel de Rohingya, maar ook andere bevolkingsgroepen. Daarom wordt er dus gevochten. Ze gebruiken haat en racisme, maken mensen bang, enzovoort. Bij de Rohingya zijn er dan een aantal mensen die willen terugvechten tegen het leger. Ze hebben hun eigen leger opgericht: ARSA. Ze vechten tegen het leger en ander Rakhine-bewoners. In het nieuws komt dan: ‘terroristische aanval in Rakhine, een hoop onschuldige Rakhine mensen werden gedood, we moeten terugvechten…’ Het leger gebruikt dit. Lokale bewoners in Rakhine zijn kwaad en steunen het leger. Maar de soldaten doden niet enkel mensen van ARSA, ze vermoorden ook onschuldige Rohingyas. Dit geldt ook voor ARSA, die eveneens veel onschuldige slachtoffers maken. Het zijn beiden vervloekte moordenaars. Het is een hoop shit, bro. Het gaat heel slecht.

Een paar jaar geleden namen jullie een duidelijk standpunt in tegenover de discriminatie van moslims in Myanmar, waarbij jullie ook gezegd hebben dat boeddhistische organisaties als 969 ‘fascisten’ waren. Wie zijn deze organisaties en waarom zijn ze gevaarlijk?

969 heeft zijn naam intussen veranderd naar MaBaTha. Zij zijn pionnen van de militairen. Ze dansen naar de pijpen van de militairen. Ze verkondigen haat en racisme tussen boeddhisten en moslims. Ze zijn zeer gevaarlijk, want ons land is één van de sterke boeddhistische landen in de wereld. Veel mensen geloven alles wat boeddhistische monniken zeggen. Ze denken niet na of het juist of fout is. Ze geloven gewoon alles. 969 misbruikt dit zwakke punt bij de mensen. Het is verschrikkelijk. Maar wij proberen de mensen hun geesten te openen waar we kunnen, vooral bij de jonge mensen rondom ons…

Myanmar zit in een transitie van een militair regime naar democratie. Voelen jullie politieke verandering? Hoe denken jullie over deze evolutie?

Er is helaas weinig kans op democratie, bro. Mensen hebben hier geen echte vrijheid. De enige grote verandering is het economische systeem. Grote bedrijven uit het buitenland komen naar hier en proberen overal winst uit te halen. We kunnen niet vrij leven. We hebben bijvoorbeeld een wet die ’66 statement’ heet. Hiermee kan je gearresteerd worden als je negatieve dingen zegt over de regering of de monniken.

Hebben jullie het gevoel dat jullie punk levensstijl een impact heeft op andere mensen? Inspireert het mensen om een beter leven te leiden?

Ja, bro. dat voel ik. Vooral bij de jongere generatie. Ik denk dat we mensen inspireren om een goed leven te leiden.


vrijdag, oktober 28, 2016

Wave-Gotik-Treffen 2016, Deel II: Er was eens… de geschiedenis

25 jaar WGT. Dat is een poosje, en er mogen wat mij betreft nog wat jaartjes bijkomen. Het is ook een moment waarop men mag terugkijken, en dus zijn er dit jaar verschillende tentoonstellingen in het raam van het jubileum die op de geschiedenis van het festival en van de Grufti-scene in Oost-Duitsland focussen. De belangrijkste tentoonstelling is ongetwijfeld het historisch overzicht ‘Leipzig in Schwarz’ in het Stadtgeschichtliger Museum.

Het WGT ontstond in 1992, of meer precies nog in 1993, toen het oorspronkelijke Moonchild Festival werd omgedoopt tot het Wave-Gothic-Treffen. Maar eigenlijk was er een hele voorgeschiedenis. In de tweede helft van de jaren 80 kwamen de ‘Gruftis’ - naar het Duitse woord voor graf - ook in de DDR aan het oppervlak. De Gruftis werden vaak negatief bekeken en door de Stasi - de Oost-Duitse geheime dienst et argusogen in de gaten gehouden.

Overal werden meer of minder legale evenementen georganiseerd. Cassettes en platen werden uit Hongarije of uit het Westen binnengesmokkeld en dan eindeloos gekopieerd. Er bestond ook een ondergronds circuit waarvan de muziek eveneens op cassettes rondcirculeerde.

In Leipzig bestond een sien waarin Michael Brunner een centrale rol speelde. Deze mystiek aangelegde jongeman ging een cursus volgen in Potsdam, waar hij eveneens verwante zielen leerde kennen. Hij nam het initiatief om de Walpurgisnacht te gaan vieren aan de ruïne van het slot Belvedère in Potsdam, en nodigde zijn vrienden uit Leipzig uit. De opkomst was onverwacht hoog: 150 deelnemers van over heel de DDR, met zelfs wat West-Berlijners erbij. Het grootste deel van hen werd helaas opgepakt, maar voor een minderheid ging het feestje op de Pfingstberg gewoon door.

Het was niet enkel de politie en de staatsveiligheid die vijandig ingesteld waren. Skinheads vielen vaak de eerder passieve Grufties aan. In augustus 1990 - de muur was intussen gevallen - was er massaal geweld tegen Cure-fans die hun idolen in Leipzig aan het werk wilden zien. Extreemrechtse groepen stonden verspreid tussen het station van Leipzig en de arena waar het concert plaatsvond, en vielen de concertgangers aan.

Het was evenwel niet allemaal vijandigheid, want destijds waren er nog heel wat linken tussen Grufties en punks. Punks konden het ook vaak vinden met metalheads, maar die laatsten keken vaak neer op de in hun ogen weke Gruftis. Allen hadden wel een gemeenschappelijke vijand: de Stino’s of Stinknormaler. Die samenhang zou evenwel samen met de DDR verdwijnen.

Michael Brunner was ook de man die in 1991 - de DDR was intussen opgeslorpt door de Bundesrepublik - samen met zijn vriend Sandro Standhaft de organisatie ‘Moonchild’ oprichtte en fuiven begon te geven de Villa. De Villa was evenwel te krap voor het groter plan van beide heren: het organiseren van een Moonchild-festival. Daarvoor werd uitgeweken naar de Eiskeller aan Connewitz Kreuz. Ook dat bleek al snel te krap, want de capaciteit van 800 man was niet in verhouding tot de opgekomen 2000 man (voornamelijk door mond-op-mondreclame). Voor wie niet binnen kon was er ook op straat een feestje met kampvuren en drank.

Dat was wellicht de aanzet om de tweede editie - in 1993 - om te dopen tot een ‘Treffen’. De heimwee naar DDR-tijden - waarin het samenkomen belangrijker was dan het commerciële aspect en het programma - speelt vast mee. De locatie werd een paar honderd meter verplaatst naar Werk II en er kwamen nog meer goths op af. En dus klonk de evidente kritiek dat er wel degelijk meer programma was en minder contact tussen de deelnemers.

Gothics klagen graag, dat is geweten, maar ondanks alle kritiek bleef het festival jaar na jaar groeien. Voor het derde festival werd een nieuwe organisatie opgericht - Sol et Luna - onder leiding van Brunner. Standhaft werd verwijderd en verklaarde nog vele jaren de stad uit te trekken als het festival doorging. De naam van het festival werd gewijzigd in ‘Wave-Gotik-Treffen’, om weerwerk te bieden aan de alomtegenwoordigheid van het Engels in de sien. Het was ook de eerste keer dat er op meerdere locaties gevierd werd.

In 1998 bedroeg het aantal bezoekers al 12.000 geesten, en in 1999 20.000. Het festival barstte uit zijn voegen. De organisatoren mikten veel te hoog. Ze nodigden in 2000 niet minder dan 349 groepen uit, waar er het jaar daarvoor nog maar 112 waren. Het festival kon de gages van de groepen niet betalen. De organisatoren hadden elkaar meer tegengewerkt dan samengewerkt. Een hoop optredens worden afgelast. Op zondag houdt het veiligheidspersoneel het voor bekeken en breekt men de podia af.

Een aantal mensen neemt het initiatief om er toch nog iets van te maken. Bands spelen gratis en stellen hun materiaal ter beschikking en er vormt zich zelfs een gothic-veiligheidsdienst. De politie helpt ook mee, al was het maar om een grotere chaos te voorkomen. Dat blijkt evenwel niet nodig, want het publiek blijft er onvoorstelbaar kalm bij. Dit kan enkel op gothic-festivals. (Is er iemand die de vergelijking met Eurorock niet gemaakt heeft?)

Er is nog meer dat deze ‘Chaos-WGT’ in een slecht daglicht stelt. Al een paar jaar wordt er geklaagd dat het festival ruimte geeft aan extreemrechtse ideeën en groepen. Zo krijgt het nieuwrechtse gothmagazine Sigill jaarlijks een standje op de gothic-markt. In 2000 krijgt Von Thronstahl de kans om op te treden. Zanger Josef Klumb - ook zijn uitgeverij Verlag + Agentur Werner Symanek krijgt jaarlijks een standje op de markt - staat evenwel bekend als een aanhanger van antisemitische complottheorieën en krijgt een verbod om op te treden. De groep treedt dan op zonder zanger, maar met gemaskerde mannen die met vlaggen zwaaien. Op de vlag: een afbeelding van de zwarte zon, een occult symbool dat deel uitmaakte van de SS-burcht in Wewelsburg. Het kon moeilijker duidelijker. (Het WGT kreeg in 2009 trouwens opnieuw kritiek toen een afbeelding van de zwarte zon op de campingtickets van het festival stond.)

Hoe dan ook, het festival is in 2000 failliet. De organisatie wordt vanaf 2001 overgenomen door In Move GmbH. Zij zorgen weer voor financiële orde, al gaat dat onvermijdelijk gepaard met kritieken dat het te commercieel geworden is en dat het festival zijn alternatieve geest verloren is. Het programma wordt alvast diverser en bevat nu ook vertoningen in de opera en in musea. Het belang voor de stad kan - met een omzet van 3 tot 4 miljoen per jaar - niet onderschat worden, en dat heeft het festival in 2014 zelfs de Leipziger Tourismus-Preis toegewezen kreeg.

De jubileum-editie van het WGT biedt ook wat nog kleinere toonstellingen aan. In het station van Leipzig - het grootste van Europa - vindt een tentoonstelling plaats die wat basisinformatie over 25 jaar WGT geeft, maar vooral mooie foto’s biedt van verschillende fotografen. Eén van hen is Gerd Lehmann, de man die van 1997 tot 2007 de ‘Gestus-Mondkalender’ uitgaf. Hij heeft recht op een afzonderlijke tentoonstelling in Haus Leipzig.

Lehmann was een bekende modefotograaf in de DDR, maar gaf er in 2007 - na een carrière van meer dan 40 jaar - de brui aan. Niet allen had hij een mooie en lange carrière achter de rug, hij had ook weinig zin om zich aan te passen aan de vereisten van de digitale fotografie. Hij stelt evenwel nog graag zijn werk tentoon ‘in een sien waar hij zich immer thuisgevoeld heeft’. In het Grassimuseum gaat ten slotte een tentoonstelling ‘Gezichten uit het Wave-Gotik-Treffen’ door met foto’s van Marcus Rietzsch, een man die mooi geënsceneerde foto’s van festivalgangers maakt en sinds 10 jaar uitgeeft in het boek ‘Pfingstgeflüster’.

Er gaat evenwel nog een tweede belangrijke historische tentoonstelling door, deze keer niet over het WGT maar over de tijd daarvoor. Het is immers geen toeval dat er na de ‘Wende’ - de val van de muur en de hereniging - een groot festival kon ontstaan in Leipzig. In de tweede helft van de jaren 80 groeide immers - zoals gezegd - een grote Grufti-sien in de DDR.

Dat is een tentoonstelling in de Runde Ecke, het vroegere hoofdkwartier van de Stasi in Leipzig, met de focus op hoe de Stasi alternatieve jongeren in het oog hield. De tentoonstelling werd grondig gewijzigd sinds ik ze in 2012 voor het eerst bezocht. Waar de aandacht vroeger vooral ging naar de Gruftis, worden thans andere soorten ‘negatief-decadente’ groepen eveneens in de schijnwerpers gezet: Tramper (hippies), Punks, Skinheads, Heavy’s, New Romantics en Popper.

De Stasi - de spionagedienst in de DDR - kon rekenen op een breed netwerk van ‘Informelle Mitarbeiter’, mensen die regelmatig verslag kwamen brengen over verdachte gebeurtenissen en vrienden. In de gothsien was het aantal spionnen zelfs groter dan over de totale bevolking, zo leren we uit een lezing van John H. Nicholls, een man die een doctoraat schrijft over de hele kwestie. Waar over de bevolking gemiddeld 1 op 50 meewerkte met de Stasi, was dat in de sien 1 op 6.

Dat de Stasi kon rekenen op zoveel medewerking had met meerdere factoren te maken. Enerzijds kon men toegang krijgen tot westerse producten en alcohol, anderzijds waren er ook mensen die uit overtuiging deelnamen, omdat ze geloofden dat ze zo hielpen aan het uitbouwen van een socialistische staat. Dit kon tot de contradictorische situatie leiden dat mensen die erg belangrijk en toegewijd waren in de sien ook bij de Stasi gingen rapporteren. Anderzijds kon medewerking altijd geweigerd worden, zonder grote gevolgen voor de betrokkene.

De tentoonstelling toont tal van verslagen van verhoren van Gruftis. Het valt op dat deze meestal een erg eerlijk relaas geven. Zo zijn er verslagen van nachtelijke uitstappen op kerkhoven. Dit gebeurde meestal na een nachtje uitgaan. Er is zelfs een foto van een graf dat beklad is met een graffiti van ‘Boy George’.

Toch bleek de informatie van de Stasi niet altijd te kloppen. Zo worden Gruftis in een rapport als aanhangers van psychedelische muziek beschouwd (die dan weer als ‘duistere, depressieve muziek’ omschreven wordt). Nog geestiger is de opmerking dat ‘Codix’ - jawel, het staat zo in de tekst - een extreme vorm van Gruftis zijn die uit de metal komen en van vampieren en The Cure houden. De ‘Satansgruftis’ kan je dan weer herkennen aan hun rode gordel en veters. Zij slapen in zerken en verwoesten kerkhoven. Staat een gothic met zijn voeten over elkaar, dan kun je er gif op innemen dat het een aanhanger van Lucifer is, want enkel zij vertonen dit gedrag.

Er worden ook meer positieve dingen gezegd, die evenmin altijd kloppen: Gruftis geloven in een leven na de dood, voelen zich verbonden met de kerk maar staan vijandig tegen de leiding van de kerken, willen hulpbehoevende mensen helpen en kenmerken zich door een passieve houding. Net omwille van die passieve houding zijn ze een geliefd doelwit voor de veel gewelddadigere skinheads.

Wanneer de Gruftis net in de DDR verschenen is nog voer voor debat. Een document spreekt van 1987. Een ander document vermeldt dat The Cure veel aandacht kreeg in de West-Duitse media in 1985 en ’86, wat zeker van invloed was op de jeugd in de DDR. De reeds vermeldde John Nicholls wist ons te vertellen dat de financiering voor het surveilleren van ‘negatief-dekadente jongeren’ daalde nadat het ‘Punk-Problem’ in 1983 opgelost werd verklaard door de Stasi, maar dat het budget weer verhoogd werd in de jaren 1985 tot 1987. Iemand stelt de vraag of de eerste Grufties verschenen in het vacuüm dat de repressie tegen punks had achtergelaten in 1983, of pas bij de opgang van de tweede punkgolf vanaf 1985. Wie het weet mag het zeggen.

De tentoonstellingen bieden een hoop informatie voor wie zich wil inwerken in de geschiedenis van het WGT en van de Grufti-sien. De sien is evenwel nog lang niet gestorven, zo bewijst de jaarlijkse opkomst op het festival, dat zich intussen gestabiliseerd heeft rond de 20.000 tot 25.000 deelnemers. Dat mag wat mij betreft nog lang zo blijven, want nog leuker dan de geschiedenis kennen is zelf de geschiedenis schrijven.

dinsdag, april 12, 2016

Thomas Köner: The Futurist Manifesto

In 1909 publiceerde Filippo Tommaso Marinetti zijn Futuristisch Manifesto. Het moest het startsein zijn van een nieuwe kunstbeweging die de toekomst zou scheppen, radicaal brekend met het verleden. In een flamboyant geschreven tekst rekende Marinetti af met alles wat hem voorafgegaan was. Het Futuristisch Manifesto - overigens het eerste van vele futuristische manifesten - stelde een aantal richtijnen op voor de literatuur, in de eerste plaats voor poëzie. Diezelfde richtlijnen zouden later ook toegepast worden in de schilderkunst, de architectuur, muziek, toneel en film, waardoor het futurisme een stroming werd die in alle kunstvormen toepassingen vond.

Het manifest stak zijn verheerlijking van geweld, oorlog, nationalisme en destructie niet weg, ideeën die later zouden leiden tot een intensief engagement van de Italiaanse futuristen - Marinetti in het bijzonder - in het Italiaanse fascisme. De beweging was nochtans verbonden met andere stromingen uit het modernisme als de avant-garde of het dadaïsme, die er eerder pacifistische idealen op nahielden, en vaak ook als reactie op het eindeloos bloedvergieten in de Eerste Wereldoorlog ontstonden. Vele futuristen lieten zich daarentegen inlijven bij het begin van de oorlog, hopende dat ze hun land zo grootsheid en moderniteit zouden brengen.

 

Na de oorlog richtte Marinetti - intussen op een leeftijd waarop hij volgens zijn eigen manifest verdiende om in de mand gegooid te worden als een nutteloos manuscript - de Futuristische Politieke Partij op, die een jaar later - in 1919 - prompt werd ingelijfd bij de Fasci di Combattimento. Zodoende was hij één van de eerste leden van de Fascistische Partij, en schreef hij ook mee aan het Fascistisch Manifest. Marinetti zou in 1920 tijdelijk breken met het fascisme, dat volgens hem teveel het Romeinse Rijk verheerlijkte, oftewel het door hem o zo verfoeide verleden. Later zou hij weer een belangrijke rol opnemen in de beweging, en hij bleef het fascisme trouw tot aan zijn dood in1944.

En zo komen we tot deze dvd van Thomas Köner. De film wil duidelijk geen verheerlijking zijn van het manifest, maar eerder een kritische terugblik. Snelheid - één van de speerpunten van het Futuristisch Manifest - valt hier niet terug te vinden. De muziek volgt het tergend trage tempo van 4BPM, oftewel 4 tellen per minuut. Yep, de futuristen hebben verkregen wat ze wilden: snelheid, geweld, oorlog, industrialisering, wreedheid en onrecht. Vandaag keren we terug van het militante ultramodernisme naar de realiteit: de verwoestingen van oorlog, industrialisering en onmenselijkheid. Tijd om te bezinnen.

Het werk werd gemaakt om de honderdjarige verjaardag van het Futuristisch Manifest te vieren, op 20 februari 2009. De muziek werd besteld en uitgezonden door de Duitse radio WDR3, maar wordt hier vergezeld van een film waarop we filmprojecties op een mannelijk lichaam zien. Niet meer dan dat. Een stem citeert onverstaanbaar en slepend uit het manifest. Op de achtergrond hoor je aanhoudende elektronische geluiden en klanken uit een geprepareerde piano.

Veel wijzer zult u uit deze dvd niet worden. U moet de achtergronden van het futurisme en de bedoelingen van de kunstenaar begrijpen vooraleer u dit kunt vatten. Gelukkig heeft Dark Entries hiertoe al een eerste aanzet gegeven met deze bespreking. U kan er natuurlijk ook gewoon van genieten als een rustgevend werk. Want uiteindelijk gaat dit over de nood aan rust en meditatie na een eeuw van overdreven snelheid en geweld.



Thomas Köner_Futurist Manifesto_VON022 from Von Archives on Vimeo.

Die Grenzgänger: Und weil der Mensch ein Mensch ist

Na een heel fel gewaardeerde en gelauwerde cd met liederen uit de Eerste Wereldoorlog, zijn Die Grenzgänger terug met een cd met… liederen uit de concentratiekampen. Die Grenzgänger hebben al een mooi palmares wat betreft het illustreren van de Duitse geschiedenis met historische liederen. Ze pluizen hiervoor de archieven uit, op zoek naar authentieke liederen die de tijdsgeest en de ervaringen van de mensen weergeven.

Ze gaven eerder al cd’s uit met liederen van migranten die naar de Verenigde Staten vertrokken, liederen van de revolutionaire dichter Hoffmann von Fallersleben, de Marsrevolutie van 1920 en zoals gezegd de Eerste Wereldoorlog. Ook met het thema ‘liederen uit de concentratiekampen’ hebben ze zich al eerder ingelaten. Ze droegen zes nummers bij aan de compilatie ‘O bittre Zeit’, dat wellicht de meest complete en (quasi-)academische verzameling is over dit thema, dat in totaal 81 liederen en twee begeleidende boekjes van in totaal 126 bladzijden met teksten en context bevat.


De liederen op ‘und Weil der Mensch ein Mensch ist’ (zolang de mens een mens is) overlappen grotendeels met de nummers op ‘O bittre Zeit’, al is deze cd meer coherent dan de verzameling die tal van uiteenlopende artiesten en uitvoeringen telt, van originele a-capella-opnames tot avant-garde elektronische bewerkingen van de historische nummers.

Op ‘und weil der Mensch…’ vindt u 15 liederen, die effectief gezongen werden in de concentratiekampen en gevangenissen van het Derde Rijk. De cd vangt aan met wat wellicht het bekendste en allereerste nummer in het genre is: ‘Die moorsoldaten’. Het ontstond in 1933 in het kamp Börgermoor, het eerste concentratiekamp dat de nazi’s opzetten om politieke tegenstanders op te sluiten.

We wijzen er terloops even op dat de bedoeling in 1933 vooral was om politieke tegenstanders op te sluiten: communisten, vakbondsmilitanten, sociaaldemocraten… Velen van hen waren van joodse afkomst. Het is pas in 1941, toen de Tweede Wereldoorlog reeds uitgebroken was, dat men begon met de systematische uitroeiing van ongewenste bevolkingsgroepen: joden, zigeuners, homo’s…

Vele van de liederen zijn gebonden aan een kamp of gevangenis. Titels als ‘Auschwitzlied’, ‘Neuengammer Lagerlied’, ‘Im Walde von Sachsenhausen’ of ‘Buchenwaldlied’ spreken voor zich. Maar ook ‘Die Moorsoldaten’ of ‘Auf des Heubergs rauhen Höhen’ verwijzen naar concrete kampen.

Niet alle liederen stammen uit de concentratiekampen. Het titelnummer ‘und weil der Mensch…’ - ook bekend als het eenheidsfrontlied – is een compositie van Bertolt Brecht en Hanns Eisler. Beiden waren al snel na de machtsovername van de nazi’s naar veiliger oorden gevlucht, maar hun liederen werden wel in de kampen en gevangenissen gezongen.

Een ander lied dat niet in de kampen stamt, maar er wel op tragische wijze aan verbonden is, is ‘Mein Vater wird gesucht’, een lied over een communist die vermoord werd door de SA. Uiteraard is dit een hommage aan Zupfgeigenhansel, één van de eerste Duitse groepen die zich na de Tweede Wereldoorlog aan dit soort historische werken waagde, en het nummer al onder handen hadden genomen. Het oorspronkelijke lied stamt uit de veer van Hans Drach en werd op muziek gezet door Gerda Kohlmey. Beiden waren naar het buitenland gevlucht na de machtsovername van de nazi’s, en schreven sociaal geëngageerde theaterstukken. Drach werkte in de Sovjetunie, maar werd er - zoals vele Duitsers, hoe vurig communistisch ze ook waren - gevangengezet omwille van spionage. Hij werd na het Stalin-Hitlerpakt uitgeleverd aan de Gestapo en pleegde in 1941 zelfmoord in een Duits concentratiekamp.

Erg interessant zijn ook de liederen die verwijzen naar de Bundische Jugend, de jeugdbewegingen in Duitsland in het interbellum. ‘Graue Kollonen ziehen ins Moor’ is een kamplied dat gebaseerd is op een lied dat populair was onder de arbeidersjeugd, en oorspronkelijk door de Wandervogel en zelfs de Hitlerjugend gezongen werd, maar daarna steeds meer een oppositielied werd. ‘Schliess Aug und Ohr für eine Weil’ was populair in de Duiste jeugdbewegingen en was zelfs één van de favoriete liedjes van de Weisse Rose-oppositiegroep rond Hans en Sophie Scholl, die beiden ter dood veroordeeld werden om het verspreiden van anti-nazi pamfletten.

Hoewel de cd handelt over een van de donkerste bladzijden uit de geschiedenis, is de muziek vaak hoopvol. De hoop sterft als laatste, dat is bekend, en in bijna elk lied schuilt een passage waarin hoopvol uitgekeken wordt naar betere tijd: ‘Eeuwig kan het geen winter zijn’, ‘hou je kop hoog, het duurt niet meer lang’, ‘lichtend komt ook voor jullie de vrijheid’, ‘ooit komt de dag, dan zijn we vrij’…

Soms zijn de liederen zelfs ronduit vrolijk. ‘Wir zahlen keine Miete mehr’ (we betalen geen huur meer) – een nieuwe tekst op een hit uit de Weimarrepubliek - drijft de spot met de slechte levensomstandigheden in het kamp van Lichtenburg: ‘en als de cel nog een strozak had (…), dan gingen we nooit meer weg’.

Maar waar dit lied nog sarcasme en ironie is, wordt het op het slotnummer ‘Den Spaten geschultert’ – een lied dat zich vanuit het kamp van Aschendorfer Moor over de verschillende koncentratiekampen verspreidde - helemaal optimistisch: ‘we wachten vol hoop op de vrijheid (…) gevangen zijn we niet eeuwig, weldra openen ze de deuren, want we weten dat na deze nood, het stralende morgenrood voor ons zal schijnen’. Omdat het nummer wat te vrolijk was ten aanzien van de rest van de cd, hebben Die Grenzgänger een moment van stilte ingelast vooraleer dit lied aan te vangen.

Mocht u het nog niet doorhebben: ‘und weil der Mensch ein Mensch ist’ is verplichte kost voor iedereen die in het thema geïnteresseerd is. Deze liederen geven een hoogstnoodzakelijke extra dimensie aan de historische boeken die u de chronologie van de Duitse concentratiekampen zullen geven. Ze vertellen over het alledaagse leed van de gevangenen, over de hoop die ondanks de ellendige omstandigheden blijft leven, geven je inzicht in de levensomstandigeheden en bevatten in deze uitgave uitvoerige uitleg bij de nummers en de mensen die ze geschreven hebben.

En zolang de mens een mens is
Houdt hij niet van laarzen in het gezicht
Hij wil onder zich geen slaven zien
En boven zich geen heer

Die Grenzgänger

Samsas Traum: Friedrichs Geschichte

De nieuwe Samsas Traum is een ware verrassing geworden. Weg is de valse sprookjeswereld en het surrealisme van voorganger ‘Asen’ka - Ein Märchen für Kinder und solche, die es werden sollen’, dat zowel artistiek als commercieel een groot succes was. Ik had bij de eerste beluistering veel moeite met deze nieuwe Samsas Traum, maar naarmate ik me erin verdiepte werd ik er steeds meer aan verknocht.


Alexander Kaschte heeft de afgelopen tijd niet nagelaten om luidop te verkondigen hoezeer hij alles en iedereen beu was: de scene, zijn eigen reputatie, de pers, de politiek en de samenleving in zijn geheel. En het resultaat is… een meesterwerk. We hebben in het verleden al meermaals gedacht dat Kaschtes meningen niet altijd even genuanceerd waren, maar het lijkt eigen aan het karakter van deze notoire neuroot, en bovenal zijn artistiek scheppingsproces ten goede te komen.

Kaschtes denken heeft onmiskenbaar een belangrijke ethische dimensie: zijn fanatiek veganisme weerspiegelt een groot respect voor dieren en natuur, zijn (extreem)linkse ideeën een grote gevoeligheid voor ongelijkheid en discriminatie in onze maatschappij. En dat ethisch bewustzijn is de basis voor zijn nieuwe cd. Kaschte wil de wereld een geweten schoppen, en hij grijpt daarvoor terug naar het verhaal van ‘Tötungsanstalt Hadamar’.

Hadamar is een stadje in de buurt van Marburg, waar Kaschte woont. In het psychiatrisch hospitaal van Hadamar werd tijdens de tweede wereldoorlog een vleugel vrijgehouden die ingezet werd in het euthanasieprogramma van het derde rijk. Er werd een gaskamer en een verbrandingsoven ingezet, maar evengoed konden patiënten - het ging zowel om lichamelijk gehandicapten als om geestesgestoorden - een dodelijke injectie krijgen of de hongerdood sterven. In totaal kwamen 14.500 mensen in dit oord om.

De teksten zijn loodzwaar en pikdonker, net als de materie waarover ze handelen. De cd wordt opgehangen aan het verhaal van Friedrich, een jonge dichter die door zijn familie als onstabiel en door de artsen als schizofreen bestempeld wordt. Bij de teksten zit onder meer een gedicht van een patiënt, die misschien model heeft gestaan voor de figuur van Friedrich. De vernedering, de testen die de patiënten moesten ondergaan, het sadisme van de artsen, de ovens… alles komt aan bod.

Het overlijden van de 10.000ste patiënt werd gevierd met een personeelsbijeenkomst met de nodige drank waarop een overleden man met een waterhoofd ritueel de oven in werd gebracht. De familie werd niet op de hoogte gebracht van de overplaatsing van een patiënt naar Hadamar, en kregen na de moord een brief met een valse doodsoorzaak. En beide zaken worden bezongen op deze cd. Het inhoudelijk onderzoek is duidelijk grondig gebeurd.

Kaschte heeft met ‘Friedrichs Geschichte’ zijn eigen ‘The Wall’ gemaakt: een maatschappelijk geëngageerd en uiterst sombere conceptplaat. Het geluid gaat van volle symfonische stukken, harde geluidsmuren van gitaren tot zachte stukken met sobere pianobegeleiding. Kaschte gebruikt ook veelvuldig spreekgezang in hip hopstijl, funk, industrial-invloeden en symfonische rock. Controversieel, uiteraard en zelfs één van de elementen waar ik aanvankelijk twijfels over had. Maar nu ik de cd volledig doorgrond heb vind ik dat alle elementen in elkaar passen. Zo ook de sobere maar briljante afbeeldingen van vrouwlief Anastasia Kaschte.

Met ‘Poesie. friedrichs Geschichte’ wou Kaschte zich manifest distantiëren van de goth scene, en hoewel de cd uitstekend ontvangen wordt door de Duitse goth scene, valt op dat hij een breder publiek bereikt. Er gaan zelfs stemmen op om de cd als educatief materiaal te gebruiken in Duitse scholen, en dat is voor een controversiële kunstenaar als Kaschte toch een hele prestatie.

En Kaschte wou zeker en vast een link leggen naar vandaag. Want uiteraard zijn de misdaden van de nazi’s intussen gelukkig lang voorbij, maar ook vandaag zijn er nog genocides, ook vandaag nog worden ongewenste bevolkingsgroepen uit de weg geruimd. Islamitische staat is er het flagrantste voorbeeld van, maar ook in Burundi en Myanmar is de situatie onheilspellend, en zelfs bij onze ‘bondgenoten’ Saoedi-Arabië en Turkije is de mensenrechtensituatie op zijn minst zorgwekkend te noemen.

Gelukkig is het hier in West-Europa beter, maar ook bij ons zit solidariteit en mededogen in een crisis. Al wie niet economisch productief is, wordt steeds meer als een last gezien, en dat geldt ook voor zieken, mensen met een beperking of een psychische stoornis. En u hebt misschien ook vrienden die zeggen dat ze alle azielzoekers better zouden afknallen… Ach, misschien zie ik alles te somber in. Misschien ben ik zelf ook een neuroot. Maar het minste dat je kan zeggen is dat we in onze maatschappij niet richting meer solidariteit en meer aandacht voor minderbedeelden evolueren.

Samsas Traum: facebook / website

woensdag, april 29, 2015

Andrew King: De Eerste Wereldoorlog: voor god en vaderland?

De herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog van 2014 tot 2018 zal niemand ontgaan, en zelfs de zwarte scene deelt in de klappen. Dat vooral de geschiedenisfreaks uit de neofolk zich erop toeleggen zal niemand verbazen, en dat de grootste freak van allemaal - de Brit Andrew King - hierin medeplichtig zou zijn stond in de sterren geschreven. Hij had eerder al nummers opgenomen die met het thema verbonden waren, en heeft nu een set opgebouwd rond het thema en werkt aan een concept-cd met als werktitel ‘The Proud Tower’.

Andrew King is archivaris en wijdt zich aan het doen herleven van traditionele muziek, zij het met een experimenteel kantje. Dat kunnen we aan zijn cd’s merken, want die gaan gepaard met uitvoerige uitleg over de herkomst van de nummers, inclusief voetnoten en bibliografie. Daarnaast is hij ook schilder. Hij schilderde onder meer de platenhoezen voor Current 93, Ernte en vooral van Sol Invictus, een groep waar hij ook een tijdje bij speelde. Hij wordt vanavond begeleid door percussionist John Murphy (bekend van Whitehouse, Death In June, SPK, Foresta di Ferro en talloze andere groepen) en toetsenist Hunter Barr (van onder meer Naevus en KnifeLadder, beiden samen met John Murphy).

De eer om de avond te openen kwam echter toe aan Radio Klebnikov, een project dat poëzie en geluidskunst combineert. Op een achtergrond van geluidscollages, samples en livemuziek brengen ze stukken van Paul Celan - de joods-Roemeense dichter die zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog onder meer beschreef in het wereldberoemde ‘Todesfuge’ - en Guennadi Gor - een Rus die in bevreemdende beelden het beleg van Leningrad beschreef. Tussendoor krijgen we uitvoeringen van Bob Dylans ‘Masters of War’ en ‘All Things Are Quite Silent’, een traditioneel lied over een man die in het leger gedwongen wordt en dat vooral bekend is in de uitvoering van Steeleye Pan. De muzikale achtergrond varieert van ambient tot folk en noise, en eindigt met een stuk uit ‘Lament’, Einstürzende Neubautens fantastische werk over de Eerste Wereldoorlog. Een zeer geslaagde performance.

Dan komt Andrew King voor het eerst op het podium met zijn traditionele set. ‘Normaal gezien is mijn traditionele set het meest deprimerende deel van de avond, maar gezien het thema van het tweede deel is dit nog vrij luchtig’, laat hij weten. We krijgen een selectie moord- en andere ballades die zonder uitzondering afkomstig zijn van Kings twee belangrijkste cd’s: ‘The Amfortas Wound’ (1999) en ‘Deus Ignotus’ (2011). Hij begint a capella met ‘Edward’, waarna de twee muzikanten hem - op een sobere manier die vooral zijn vertolking moet onderstrepen - begeleiden op bekendere nummers als ‘The Week Before Easter’ en ‘The Wife of Usher’s Hill’, net als op een zeldzaam opgevoerd lied als ‘The Knight Templar’s Dream’.

Tussen de twee opvoeringen van King krijgen we ‘De brand van Leuven’ te zien, een reportage over één van de talrijke oorlogsmisdaden die in de oorlog plaatsgevonden hebben. Toen de Duitsers België binnenvielen - hiermee de neutraliteit schendend die het land bij zijn ontstaan in 1830 door de grootmachten opgelegd kreeg - kregen ze meer weerwerk dan verwacht. De Duitsers gingen zich te buiten aan buitengewoon brutale represailles. Om dit te vermijden kreeg Leuven bij het naderen van het Duitse leger het statuut van ‘Open Stad’, wat betekende dat de stad geen weerwerk zou bieden. De Duitse soldaten waren echter danig opgehitst door hun legerpropaganda en door geruchten over scherpschutters, waarvan het merendeel indianenverhalen bleken te zijn.

Als op 25 augustus een vuurgevecht ontstaat tussen twee Duitse compagnies en daarbij verschillende doden vallen, zijn de officieren er snel bij om de bevolking de schuld te geven. Alles ontaardt in standrechtelijke executies, plunderingen en brandstichting. Gaandeweg wordt het hele stadscentrum systematisch afgebrand, en men dreigt zelfs met een bombardement op Leuven. Pas na drie dagen stoppen de brandstichtingen. Het stadscentrum blijft in ruïnes achter. 209 burgers kwamen om. 1081 woningen en gebouwen werden vernield, waaronder de Sint-Pieterskerk en de universiteitsbibliotheek in de Lakenhal, die tienduizenden boeken bevatte waaronder middeleeuwse manuscripten en de perkamenten uitgaaf van Vesalius’ ‘De humanibus corporis fabrica’.

Dan snijdt Andrew King het hoofddeel van de avond aan: zijn set over de Eerste Wereldoorlog. Bij een foto van Sarajevo - waar een Servische nationalist het startschot voor de oorlog gaf - ontwart zich een dreigende geluidscollage: ‘The Queen Of The woods’. Opener ‘Lamps’ refereert naar de beroemde uitspraak van de Britse minister van Buitenlandse zaken Edward Grey - ‘De lichten gaan uit in heel Europa; wij zullen ze tijdens ons leven niet meer aan zien gaan.’ - een uitspraak die hij bij het uitbreken van de oorlog tegen een vriend deed terwijl bij valavond de straatlichten aangestoken werden. Grey heeft zijn aandeel gehad in het smeden van de allianties die deze oorlog een wereldwijde dimensie gaven en van de imperialistische strijd tussen de grootmachten die een belangrijk motief waren van de slachting. Hij ging er - in tegenstelling tot veel van zijn naïevere landgenoten - niet van uit dat de oorlog snel voorbij zou zijn. Nadat King het citaat declameert ontstaat een boeiend nummer met extracten uit liederen, marsen en posters uit verschillende landen die oproepen om deel te nemen aan de oorlog.

‘The Lads In Their Hundreds’ vertelt het vertrek van jonge Engelsen naar de oorlog, en wordt door King a capella gebracht. Het gedicht is van A.E. Housman, net als opvolger ‘Epitaph For An Army Of Mercenaries’, dat over de ‘British Expeditionary Force’ gaat, een klein legertje dat ten oorlog trok bij de inval van België. Hoewel de invasie van het eeuwig neutrale ‘Brave Little Belgium’ de officiële aanleiding was voor de intrede van het Verenigd Koninkrijk in de oorlog, wijs ik er graag op dat het Rijk meer haast zette achter de verovering van Duitse koloniale gebieden in Afrika dan in het sturen van troepen naar bondgenoten als België of Frankrijk. Dat zijn natuurlijk dingen die je niet zal lezen in de gedichten van Housman, die een blinde verheerlijking van de gezonden soldaten voorstaat. Noch in de set die King vandaag voordraagt.

‘De Eerste Wereldoorlog is geen levende geschiedenis meer, in de zin dat niemand die het meegemaakt heeft nog leeft’, weet King ons te vertellen. Maar het leeft nog in ons, omdat de 20ste eeuw erdoor geschapen werd, en ook door onze voorouders, zoals Kings grootvader Henry. Andrew King kiest ervoor om de oorlog vanuit een Brits standpunt te bekijken - het officiële Britse standpunt, wil ik eraan toevoegen - maar voert ook een aantal site-specifieke nummers uit. Het eerste van die nummers is ‘The Stripping Of The Altars’, een sacrament dat uitgevoerd wordt bij het ontwijden van een kapel of kerk en dat doorgaans gepaard gaat met de 22ste psalm, die hier gereciteerd wordt. Het nummer wordt begeleid door beelden van de brand van Leuven.

‘Have You News Of My Boy Jack’ is een lied dat al lang deel uitmaakt van Kings repertoire. Hier wordt het echter a capella gebracht. Het is gebaseerd op een gedicht van Rudyard Kipling, geschreven nadat zijn zoon sneuvelde bij een veldslag in Ieper. Hier worden de zaken iets problematischer. Kipling mag dan wel nobelprijswinnaar zijn en auteur van het vrij onschuldige jungleboek - nog steeds een favoriet van onze kinderen - hij was ook een fervent voorstander van kolonialisme en imperialisme. George Orwell, en dat is een auteur waar we hier graag mee dwepen, noemde hem een ‘profeet van het Britse imperialisme’. De geniale Christopher Hitchens uitte zich eveneens scherp: ‘niemand is in staat om de woorden van de slachtoffers te vertegenwoordigen. Dat gebeurde evenwel toen de jonge John Kipling als vermist opgegeven werd aan het eind van één van de hevigste gevechten in de vroege Eerste Wereldoorlog. Zijn vader Rudyard, ontzet door het feit dat zijn zoon uitgesloten werd uit het leger omwille van zijn slecht zicht, heeft hem destijds als reactie door de selectie gesmokkeld. We kunnen de omvang van zijn kwelling - nadat zijn belazerde zoon effectief in de loopgraven omkwam - slechts vaag veronderstellen.’

Met ‘Azazel’ waagt King zich aan de muzikale bewerking van een stuk van David Jones’ geweldige gedicht ‘In Parenthesis’. Hoewel ook Jones het verwijt kreeg vooral het heldhaftige in de oorlog te benadrukken, was er algemene consensus over de ontzettende literaire waarde van zijn gedicht, dat overigens afkomstig is van iemand die de loopgraven daadwerkelijk gekend heeft.

Verder krijgen we ‘Gethsemane’, een ontroerend gedicht over een soldaat die sterft bij een gasaanval. De tekst is opnieuw van Rudyard Kipling en de muziek van Peter Bellamy, een Engelse zanger die verschillende van Kiplings gedichten vertoonde. ‘Here Dead We Lie’ is dan weer een gedicht van de eerder genoemde Housman. Zeer ontroerend, maar opnieuw een verheerlijking van de ‘heldendood’ van de gevallenen.

Here dead we lie
Because we did not choose
To live and shame the land
From which we sprung.

Tenslotte komt de climax van de avond: ‘Leuven Recessional’. Het is het tweede site-specifieke nummer, waarop muziekstukken verwerkt zijn uit de regio waarin het gespeeld wordt. In dit geval zijn dat Pierre de la Rues Requiem en diverse stukken Vlaamse polyfonische muziek. Op de achtergrond zien we foto’s van Leuvenaars en van het Belgisch leger in de Eerste Wereldoorlog. Gedurende het nummer worden de namen voorgelezen van gesneuvelde Leuvenaars, hetgeen heel wat tijd in beslag neemt en leidt tot een uitbarsting als de georkestreerde zang opnieuw begint.

En toch weet ik niet of ik ontroerd of verbouwereerd moet zijn. ‘Leuven Recessional’ is opnieuw gebaseerd op een gedicht van Rudyard Kipling, oorspronkelijk geschreven voor het diamanten jubileum van koningin Victoria in 1897. Na de Eerste Wereldoorlog werd het een klassieker bij herdenkingen van de ‘onbekende soldaat’. (Wat was een mensenleven toen waard, dat men zo veel gesneuvelden eenvoudigweg als ‘onbekend’ gemarkeerd heeft.) Het is alweer een schaamteloze verheerlijking van het Brits imperialisme, gerechtvaardigd door talloze verwijzingen naar het christendom. (Ik vraag me af of al diegenen die naar het christendom verwezen om de oorlog goed te praten beseften dat de tegenzijde eveneens uit christenen bestond.)

King kiest vooral voor auteurs die hartstochtelijk voor de oorlog waren (ook al heeft Kipling de legerleiding vaak verweten roekeloos met jonge levens om te gaan). Er bestaat echter nog een heel andere benadering. Die van een onvoorstelbaar bloedbad waarin miljoenen jonge mensen de dood ingejaagd werden, vaak door gewetenloze officieren, soms enkel maar om de troepen bezig te houden of om honderd meter te veroveren op een vijand die een paar dagen later het omgekeerde zou doen. Een benadering van een oorlog waarin vooral mensen van eenvoudige komaf sneuvelden voor de imperialistische waanbeelden van de hogere klassen. En van een enorme verkwisting aan mensenlevens waar absoluut niets heldhaftigs aan was.

Waarom niet citeren uit Siegfried Sassoon en Wilfred Owen, twee dichters die de hel van de loopgraven veel realistischer omschreven hebben? Waarom niet Robert Graves, wiens roman ‘Good-Bye To All That’ toch als een klassieker over de oorlog wordt beschouwd? Het rijtje is nog lang. Ronald Skirth, Edwin Campion Vaughan, Vera Brittain, Edmun Blunden… Of zullen we ons blij stellen dat we tenminste ontsnapt zijn aan referenties naar Ernst Jünger en Julius Evola, twee aangebrande figuren die hoog in aanzien staan in de neofolk-scene?

Het mag zijn dat dit niet zeer verheffend is voor de talloze jongemannen die in de oorlog gesneuveld zijn - en waar ik het grootste respect voor heb - maar wat blijft er van hun ‘heldendaden’ over 100 jaar na datum? Wat blijft er over van de redenen waarom ze ten strijde trokken? Waarom moeten we voorwenden dat het toen juist was om Duitsers, Fransen, Britten of mensen van andere nationaliteiten neer te schieten, nu we in een verenigd Europa leven? Wat blijft er over van de koloniale wereldrijken waar ze voor gestorven zijn? Het zijn zaken waar we ons maar beter bewust van zijn. Voor we het weten zitten we weer met mensen die ons oproepen om te sterven voor god en vaderland.

Doch laat me met een positieve noot eindigen. Kings performance was heel intens en intellectueel en muzikaal hoogstaand. Hij gaf zelf aan zowel de doden als de overlevenden te willen gedenken met zijn set, en dat heeft hij ook gedaan. Bovendien laat hij weten dat hij niet van plan is om deze set nog vaak op te voeren. ‘Nummers over mensen die hun vriendin verdrinken of baby’s neersteken zijn een picknick in vergelijking met dit materiaal.’ Het zal niemand verwonderen dat ik liever een herdenking van de Eerste Wereldoorlog heb waarvan ik de uitgangspunten niet volledig deel, dan dat we verder verzinken in oppervlakkigheid en onze geschiedenis vergeten.

Addendum: we zijn ontzettend blij en trots dat Andrew King de moeite gedaan heeft om ons artikel te lezen en erop te repliceren om zijn uitgangspunten te verduidelijken. We publiceren hierbij zijn antwoord:

Om in te gaan op één van de vragen die je in je bespreking stelt: de reden waarom ik het niet nodig vond om werken van dichters te verwerken als Sassoon, Owen, Graves, et cetera is vooral omdat, als je opgegroeid bent in de jaren 60 en 70, zij heel erg het ‘officiële canon’ van de oorlogsdichters voorstelden, en hoewel ik daar principieel niets op tegen heb kon ik niet anders dan vaststellen hoe verschillend hun houding tegenover de oorlog was in vergelijking met die van mijn eigen grootvader (die nog steeds leefde in de jaren 70) en zijn medeveteranen. Ik bedoel dat niet in de zin van sociale verschillen (omdat bijna alle dichters van de ‘officiële canon’ officieren waren), maar ook in dat zijn eigenlijke houding en dat van zijn vrienden volledig verschillend waren van de poëzie waarvan wij als kinderen op school leerden dat ze de Grote Oorlog voorstelden, terwijl Kipling en Butterworth veel dichter stonden bij zijn zienswijze.

Ik ben me natuurlijk bewust van de ironie hiervan, aangezien geen van beide dichters ooit een schot gelost heeft, en je kan je de vraag stellen of ze effectief als ‘oorlogsdichters’ beschouwd moeten worden. Bovendien was Housman een opgejaagde, manisch-depressieve, onderdrukte homoseksueel en een classisist, en Kipling was tegelijkertijd een dichter van het imperium en een multiculturalist. Beiden waren dus ver verwijderd van de gemiddelde ‘Tommy’, dat kun je je wel inbeelden. MAAR hun verzen zijn gebaseerd op traditionele modellen en heeft het 'gemeenschappelijk gevoel' dat veel dichter komt bij de uitleg van de oorlog in termen die mijn grootvader gebruikt zou hebben dan die van de erkende canon.

David Jones is natuurlijk een heel andere zaak. Hij was een ultramodernist (waar Henry vast en zeker geen tijd voor gehad zou hebben) en tegelijkertijd een conservatief. Maar hij was geen officier, en ik geloof dat er in zijn gedicht - als je het kan ontcijferen - meer nabijheid is met de ervaring van de infanteriesoldaat dan in de meeste van de bekendere oorlogsdichters. Verder is er de cruciale manier waarop zijn mythologie en zijn religieuze overtuiging - voor hem - het ondragelijke dragelijk gemaakt hebben en een zin hebben gegeven aan zijn ervaringen (ja, het dichtste equivalent zou hierbij Jünger zijn), en dat is, voor mij, absoluut fascinerend.

In het maken van mijn keuzes veroordeel ik niet noodzakelijk andere gezichtspunten, maar ik wou de dingen vertellen vanuit minder gewaardeerde dichters, in een taal en attitude die dichter stond bij de veteranen die ik gekend heb, mocht dat zin hebben...

Andrew King

Andrew King (facebook)

Setlist

1ste set: Traditional: Edward / The Week Before Easter / The Prentice Boy / The Wife of Usher’s Well / The Wild Wild Berry / The Knight Templar’s Dream

2de set: The Proud Tower: The Queen of the Woods (intro / The Lamps / The Lads in their Hundreds / Epitaph for an Army of Mercenaries / The Stripping of the Alters / Have You News Of My Boy Jack? / Azazel / Gethsemane / Here Dead We Lie / Leuven Recessional

Bekijk hier de performance van de Proud Tower-set op het WGT in Leipzig:

donderdag, januari 01, 2015

Laibach herdenkt 70ste verjaardag van Warschauwse opstand

Voor de gelegenheid van de 70ste verjaardag van de Warschauwse opstand van 1944 - niet te verwarren met de opstand van het Warschauwse Getto in 1943 - brengt het Poolse Cultureel Centrum een nieuwe cd uit van Laibach: '1 VIII 1944. Warszawa'. Deze zal drie historische liederen bevatten die nauw verbonden zijn met de herdenking. De opstand vond plaats van 1 augustus tot 2 oktober 1944. Het Poolse Binnenlands Leger had toen met het vooruitzicht van de snelle Sovjetopmars besloten om Warschau, en bij uitbreiding het hele land, te bevrijden. Tegen alle verwachtingen in weigerden de Sovjets om de opstandelingen te hulp te komen, waardoor de Duitsers ruim de tijd kregen om de opstand neer te slaan en de stad volledig te dynamiteren alvorens op de vlucht te slaan. Wellicht had Stalin weinig zin om compromissen te moeten maken met het Poolse Binnenlands Leger in een toekomstige Poolse staat, waardoor hij de Duitsers vrij liet om hen te elimineren. 'Warszawskie dzieci' (Kinderen van Warschau) is één van de populairste Poolse liederen uit de opstand. 'Zog nit keynmol' (Zeg nooit) is een lied van de FPO. Neen, niet de partij van Jorg Haider, maar de Fareynikte Partizaner Organizatsye, een joodse partizanenorganisatie uit de buurt van Vilnius die tegen de Nazi's vocht in de Tweede Wereldoorlog. Naar verluidt was de dichter-partizaan Hirsch Glick toen hij de tekst schreef geïnspireerd door de opstand in het getto van Warschau. Tenslotte is er 'Mach Dir Nichts Daraus' (Maak je geen zorgen), een Duitse schlager uit de film 'Die Frau meiner Träume' uit 1944, toen de oorlog voor de Duitsers zo goed als verloren was. Op 24 oktober worden de nummers door Laibach voor het eerst live opgevoerd op het Soundedit Festival in Łódź, Polen.
Van 'Warszawskie dzieci' zou nog een video moeten volgen, maar aangezien deze nog niet voorhanden is, bieden we u een oudere versie van het nummer aan.


woensdag, juli 16, 2014

Sombras. Spanish post-punk and dark pop 1981-1986

Heerlijk! Een verzameling Spaanse wave en post-punk uit de eerste helft van de jaren 80. Om eerlijk te zijn kende ik nog geen enkele groep die op één van deze twee overladen cd’s prijkt, maar het werd tijd om me er in te verdiepen. En gelukkig krijg ik behalve de cd’s ook een boekje met omstandige uitleg bij de scene en haar historische kaders.
 
Spanje was in 1980 nog een prille en onstabiele democratie, herstellende van de Franco-dictatuur die tot 1975 geduurd heeft. Koning Juan Carlos, door Franco aangeduid en klaargestoomd als opvolger, heeft de eerste voorzichtige stappen richting constitutionele monarchie en democratie gezet, die misschien zelfs meer een gevolg zijn van een samenloop van omstandigheden dan van een vooraf opgemaakt plan van de vorst.
 
Spanje worstelde toen met heel wat problemen: economische crisis, torenhoge werkloosheid (even hoog als nu, na de financiële crisis van 2008), torenhoge criminaliteit, terrorisme… In 1981 werd er nog een poging tot staatsgreep gepleegd door militairen die terug een junta wilden vormen. Het kordate optreden van koning Juan Carlos, die in militair uniform een televisietoespraak gaf waarin hij de coup veroordeelde en de democratie verdedigde, deed de staatsgreep mislukken en leverde de koning - die tot dan nog het imago droeg van marionet van Franco - een grote populariteit.
 
Na de dood van Franco ontstond in Madrid de ‘Movida Madrileña’, een sociale en culturele beweging van jongeren die de toegenomen vrijheid aanwendden om te experimenteren met kunst, film, strips, literatuur en vooral drugs. (Movida refereert naar ‘hacer una movida’, het zich buiten de hoofdstad bevoorraden met drugs.) De beweging verspreidde zich buiten Madrid ook naar Barcelona, Bilbao en Vigo en heeft als bekendste exponent de Filmmaker Pedro Almodóvar. Ook punk en new wave worden algemeen tot de Movida gerekend, al beschouwt Jesús Rodríguez Lenin - één van de drie auteurs die een tekst bijdragen aan het boekje - de groepen op deze cd net als een breuk met de Movida, of als een meer artistiek, muzikaal en intellectueel vervolg op de Movida. Een beetje zoals Mick Mercer de gothic als een meer artistieke variant op de punk beschouwt.
 
Lenin gaat in zijn bijdrage ook in op een aantal hoofdpersonages uit de scene. Eduardo Benavente is veruit de belangrijkste figuur, die het startschot gaf met een aantal nummers van de op sterven staande groep Alaska y los Pegamoides en daarna de groepen Parálisis Permanente en Los Seres Vacíos leidde. Hij producete ook groepen als Cámara en stond mee aan de wieg van het label Tres Cipreses, dat ruigere groepen als La Fundación en Desechables (hun heroïneverslaafde gitarist werd neergeschoten toen hij een juwelierszaak probeerde te overvallen) uitbracht. Benavente stierf in een auto-ongeluk in 1983 en werd zo de martelaar van de beweging.
 
Een andere hoofdrolspeler is Servando Carballar Heymann die naast zijn prominente bijdrage aan groepen als El Aviador Dro y sus Obreros Especializados, Los Iniciados en Lunes de Hierro ook de baas was van het DRO-label dat de thuishaven werd van de meest interessante groepen uit deze periode, waaronder het avantgardistische Cabinete Caligere.
 
De linken tussen de verschillende groepen worden uitvoerig uit de doeken gedaan. De Madrileense scene is duidelijk het best vertegenwoordigd op de cd, maar er is ook aandacht voor de groepen uit Barcelona en Baskenland. In tegenstelling tot Madrid waren deze scenes erg gepolitiseerd, mogelijk om historische redenen. Zowel Catalonië als Baskenland waren haarden van verzet tegen de dictatuur van Franco. Franco op zijn beurt onderdrukte de Catalaanse en Baskische taal en cultuur om één enkele Spaanse identiteit te bevorderen.
 
Uit Barcelona krijgen we nummers van Donación Angeli, Ultratruita, Dios, New Buildings (uiteraard een verwijzing naar Einstürzende Neubauten) en het zeer interessante Claustrofobia, dat ook originele Spaanse, Arabische en Latijns-Amerikaanse elementen in hun muziek verwerkten. Baskenland had dan weer een fenomeen als ‘Rock Radical Vasco’, oftewel Radicale Baskische Rock. Deze is vertegenwoordigd door groepen als Jugos de Otros, Nueva Religión of Agrimensor K (een verwijzing naar Franz Kafka). De cd bevat daarenboven stukken van relevante groepen uit andere Spaanse regio’s.
 
Deze dubbel-cd verzamelt niet minder dan 42 Spaanse groepen die beïnvloed waren door The Cure, Xmal Deutschland, Fehlfarben, The Jesus And Mary Chain, Killing Joke en vul zelf maar aan. De muziek is volledig in het Spaans, Baskisch of Catalaans. De compilatie weet het juiste midden te vinden tussen variatie en coherentie. De nummers zijn gelijklopend genoeg om één geheel te vormen - met de nadruk op gitaargerichte new wave - maar ook verscheiden genoeg om niet te vervelen.
 
De cd’s bieden punky nummers tot en met voorzichtige synthpop, over funky ritmes, melancholische new wave en meer experimentele groepen. Moeilijke songstructuren hoef je hier niet te zoeken, wel jeugdig enthousiasme, opwinding, rebellie, existentiële twijfels en artistiek streven. Sombras biedt een evenwichtige verzameling die een goede en vrij uitgebreide inleiding geeft op het fenomeen van de Spaanse new wave. Wie alles kent van Britse, Duitse en Belgische wave en op zoek is naar meer zal hier een belangrijke inspiratiebron vinden.

Meer info op Munster Records






donderdag, oktober 11, 2012

Strafkamp voor twee leden van Pussy Riot, één lid voorwaardelijk vrijgelaten

De veroordeling van twee leden van de Russische feministische punkgroep Pussy Riot tot twee jaar werkkamp is in beroep bevestigd. Een derde lid werd voorwaardelijk vrijgelaten. Alledrie gaan ze wellicht in beroep tegen hun veroordeling voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

In eerste aanleg werden de drie schuldig verklaard aan ‘hooliganisme gemotiveerd door religieuze haat’ omwille van de veelbesproken opvoering van een punkgebed in de Christus Verlosserkathedraal in Moskou. De debatten gingen ook vandaag over de mogelijke schade die de gelovige klagers hebben geleden onder het optreden van 30 tot 40 seconden (waarvan we de videomontage hieronder nogmaals weergeven, zonder de intentie om iemand te kwetsen).

De zaak rond Pussy Riot reikt veel verder dan het lot van de drie meisjes. Het staat symbool voor verschillende pijnpunten in de Russische samenleving: de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de scheiding tussen kerk en staat, de behandeling van de oppositie… Poetin is erin geslaagd om Rusland na de woelige jaren '90-politiek te stabiliseren en economisch vooruit te brengen. Daarom geniet hij nog steeds een enorme populariteit.

De kritiek uit de oppositie is dat Poetin in zijn drang naar stabiliteit steeds meer individuele vrijheden opofferde. Poetins beleid was er deels op gericht om naast de communistische partij een tweede stabiele partij te vestigen: Verenigd Rusland. Vanuit die inspanningen is er de excessieve controle op de media ontstaan en een harde aanpak van oppositieleden. Later kwam hier ook de wens bij om een sterkere en eengemaakte Russische ideologie te scheppen, waarin nationalisme en religie een belangrijke rol spelen.

Misschien geloven de meisjes van Pussy Riot echt dat ze met hun acties de revolutie in Rusland zullen ontketenen. Zo ver zal het niet komen, maar de verdeeldheid in de Russische samenleving is tastbaar. Zelfs Poetin en Medvedev deden contradictorische uitspraken naar aanleiding van de zaak, al ligt dat misschien aan een soort profilering waarbij het tandem verschillende doelgroepen tegelijkertijd wil aanspreken.

Medvedev, die de meer liberale kant van de Russische overheid moet vertegenwoordigen, stelde dat de meisjes al zwaar genoeg gestraft zijn. Poetin, die het kiesvee moet aanspreken dat graag een ijzeren hand wil, zei al een paar dagen vóór het proces dat de meisjes gekregen hadden wat ze verdienden. Dit alles kwestie van de indruk van een sterk gepolitiseerd gerecht in Rusland nog wat kracht bij te zetten.

Het vonnis in beroep lijkt beiden wel een beetje gelijk te geven. Uiteraard moesten de rechters beklemtonen dat de aanwezige gelovigen bij de opvoering van het punkgebed zware schade opgelopen hebben. Maar voor Samoutsevitch werd de straf voorwaardelijk omdat ze geen kans kreeg om aan het punkgebed deel te nemen. Tegen de tijd dat ze haar gitaar uitgepakt had werd ze tegengehouden door de veiligheidsdiensten in de kathedraal. De klagers argumenteerden weliswaar dat het loutere feit dat ze willens was om deel te nemen aan de actie voldoende reden was om haar te veroordelen.

Internationaal kreeg pussy Riot een nominatie voor de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken, een prijs die jaarlijks uitgereikt wordt door het Europees Parlement, en kregen ze de door Yoko Ono uitgereikte LennonOno Grant for Peace (samen met Christopher Hitchens, niet bepaald een vredelievend man maar wel een vooraanstaand voorvechter van het recht op blasfemie). Pussy Riot krijgt ook de steun van de Birmaanse oppositieleidster Aung San Suu Kyi en van Amnesty International, dat hen als gewetensgevangenen beschouwt.




woensdag, oktober 03, 2012

Ga nu allen heen in vrede! Laibach, Qubus Oudenaarde, 17/09/2012

Laibach heeft op meer dan drie decennia quasi-mythische dimensies aangenomen. De groep nam van meet af aan - in het Joegoslavië van 1980 - een zeer confronterende houding aan. De naam alleen al! De Duitse benaming van de Sloveense hoofdstad Ljubljana deed velen terugdenken aan de verschrikkingen van de nazi-bezetting, of aan de imperialistische Oostenrijks-Hongaarse tijd.

Maar wat net de politieke dimensie van de aanpak van Laibach was, daar bestond veel verwarring over. En dat is net wat het uitermate boeiend maakt. Laibach trad naar voren als een groep die het gezag wou ondersteunen en versterken, die de teloorgang van de waarden van het communisme betreurde. Tegelijkertijd zwaaiden ze kwistig met fascistische symboliek, beelden van verderf en apocalyps, marxistische cultuurfilosofen en kunstzinnige verwijzingen.

Toen in 1987 een wedstrijd uitgeroepen werd om een affiche te vervaardigen voor de viering van de geboortedag van Tito, dingde de aan Laibach verwante groep Nieuw Collectivisme mee. De ingezonden poster toonde een trotse proletariër voor een Joegoslavische vlag met een vredesduif in zijn hand. De affiche werd tot winnaar uitgeroepen en afgedrukt op de cover van een tijdschrift.

Toen bereikte een bezorgd telefoontje de redactie… Hadden de verantwoordelijken niet opgemerkt dat de affiche identiek was aan een nazi-propaganda-affiche uit de jaren 30? Op de nieuwe poster waren de fascistische symbolen gewoon vervangen waren door communistische. De affiche werd onmiddellijk ingetrokken en er werd zelfs een proces aangespannen tegen de makers, dat al even snel vergeten werd.

Eigenlijk is het een wonder dat Laibach niet vaker in aanvaring is gekomen met de overheid. Natuurlijk werden een paar van hun vroege optredens verboden of onderbroken door de politie. En later werd - na een berucht televisie-interview waarin de groep zich gewillig liet opvoeren als gevaarlijke en decadente jongeren - hun naam verboden. Laibach kondigde hun optredens dan maar aan met affiches waarop het kruis van Malevitch prijkte, dat ze als symbool hadden uitgekozen en dat ook op hun armbanden te zien was.

Maar nooit was er sprake van om hen pakweg tot twee jaar werkkamp te veroordelen. Het kan alleen maar verklaard worden door de wil van Joegoslavië om zo vrij mogelijk over te komen, als een communistisch land dat onafhankelijk was van beide grootmachten en artistieke vrijheid hoog in het vaandel droeg.

Laibach deed zich voor als een groep ten dienste van de staat. Het bleek vergeefse moeite toen Joegoslavië in 1990 uit elkaar viel. Sommigen, en dan spreken we over de uitstekende Laibachwetenschapper Alexei Monroe, zullen zelfs beweren dat Laibach in deze periode een positieve rol gespeeld heeft. Omdat het onmogelijk was voor echte extremisten om Laibach in radicaliteit te overtreffen zou het bloedvergieten bij de Sloveense onafhankelijkheid beperkt gebleven zijn. Laibach mocht dan politiek agressief overkomen, er was geen boodschap, geen ideologie...

In de steek gelaten door de staat die ze wilden versterken, stichtten Laibach en hun bondgenoten in 1991 hun eigen staat: de NSK-staat. NSK – voluit: Neue Slowenische Kunst - was eigenlijk al in 1984 opgericht als een collectief van Sloveense kunstgroepen met identieke doelstellingen en een gemeenschappelijke filosofie. Laibach was de bekendste en muzikale poot van de beweging.

Het gebruik van het Duits in de benaming speelde weer in op de nooit geheelde wonden van de bezettingen onder de nazi’s en het Oostenrijks-Hongaarse Rijk, maar een toenmalige verklaring van NSK verwees naar de analogie met het bevrijdingsfront, het gezamenlijk front van antifascistische krachten in de Tweede Wereldoorlog. ‘Door het gebruik van de Duitse taal in de naam NSK heffen we de schulden die beide talen met zich brengen op’, vervolgde de tekst.

Toen Joegoslavië wegzonk in bloedige etnische conflicten werd NSK dus een onafhankelijke staat. Een staat zonder territorium en zonder grenzen. Iedereen kon op eenvoudig verzoek burger worden, en kreeg daarvoor een paspoort. Kunstenaars die onophoudelijk van nationalisme beschuldigd werden, stonden uiteindelijk aan de wieg van een wereldwijde virtuele staat waarin etnische afkomst van geen tel was.

De val van het communisme en de wereldwijde zege van het kapitalisme werden in 1992 door Laibach verwelkomd met de uiterst pessimistische en complexe cd ‘Kapital’, waarin economische voorspoedberichten in een propagandistisch kleedje gestoken werden. Daar kon je dan weer naar hartelust analogieën met andere ideologieën in zien.

In 1994 komt ‘NATO’ uit, een veel toegankelijkere verzameling covers - of ‘nieuwe originelen’, volgens de terminologie van Laibach - rond het thema oorlog. De cd werd opgedragen aan het conflict in Bosnië-Herzegovina. Laibach ging zelfs tweemaal optreden in het belegerde Sarajevo, waarmee ze hun belofte om NATO naar de stad te brengen waarmaakten. Het eerste concert vond plaats op de laatste dag van de oorlog, het tweede begon een paar uur nadat het vredesverdrag van Dayton getekend werd. Een paar dagen later landden echte NAVO-troepen in de stad.

In de tweede helft van de jaren 90 bracht Laibach ‘Jesus Christ Superstar’ voort, een conceptalbum over religie. Het is echter wachten tot 2003 vooraleer Laibach nog eens een baanbrekende cd uitbrengt. ‘WAT’ balt alles wat Laibach grootgemaakt heeft samen en spuwt het hard in je gezicht uit: harde beats, bombastische orkestraties, zware zang en hopen politieke verwijzingen. Conceptueel ademt het een koude oorlogssfeer uit, al vind je er occasioneel ook verwijzingen naar de oorlog tegen de terreur. (WAT staat officieel voor ‘We Are Time’, maar dat had evengoed ‘War Against Terror’ kunnen zijn.)

Het is een uitstekend beginpunt voor het concert van maandag. ‘B Mashina’ van WAT is een nieuw origineel van de minder bekende Sloveense groep Siddharta dat uitgekozen werd omwille van zijn apocalytische en dus Laibachiaanse boodschap. Het al even apocalyptische ‘Final Countdown’ - afkomstig van ‘NATO’ - blaast het hek van de dam. Het popnummer werd destijds overgoten door prachtig en bombastisch koorgezang. De groep noemde het ‘Wagneriaanse disco’, een geniale woordspeling die opnieuw duidelijk maakt hoe Laibach onverzoenbare extremen met succes samenbrengt.

Het werd hoog tijd dat Laibach ons land eens aandeed met een compilatie van hun grootste hits. Op de optredens van de afgelopen jaren kwamen enkel hun laatste cd’s aan bod (Le Botanique, 2007 of Gent, 2009) of aangevuld met herwerkingen van obscure nummers uit de begindagen (BIMfest 2010). Deze keer mochten ook de bekendste liederen van stal.

Zanger Milan Fras laat zich omringen door muzikanten waarvan je je kan afvragen of ze de luiers al ontgroeid waren toen Laibach industrieel geweld op de wereld begon af te vuren. Een glansrol is daarbij weggelegd voor Mina Špiler, die het oog en het oor gunt wat ze willen. Ze zingt mee op ‘America’, dat deel uitmaakte van verschillende herwerkte versies van volksliederen op ‘Volk’ uit 2006, en op ‘Under the Iron Sky’, een wat melig nummer uit de gloednieuwe soundtrack van de film ‘Iron Sky’.

Het script van 'Iron Sky' lijkt wel op het lijf geschreven van Laibach. Het vertelt hoe nazi’s naar de verborgen kant van de maan gevlucht waren aan het eind van de tweede wereldoorlog en zich voorbereidden om in een nabije toekomst terug te keren om de wereld te heroveren. ‘We komen in vrede’ is de slogan van zowel de film als van deze tournee.

Dan duiken we eventjes terug tot de zeer duistere nummers uit de beginjaren van Laibach, die voor de gelegenheid zwaar herwerkt werden. Zo hoor je op op ‘Smrt za Smrt’ naast pure noise ook avantgarde piano. ‘Brat Moj’ en ‘Ti, Ki Izzivas’ zijn beiden ontoegankelijke en ingewikkelde composities van brutale geluiden. En op een veel rustigere en mooie versie van ‘Die Liebe’ mag Špiler nog eens de show stelen.

Het volgende hoofdstuk uit het optreden wordt zowaar aan Bob Dylan besteedt. ‘Leben - Tod’ werd uitgebracht op één van de populairste cd’s van Laibach: ‘Opus Dei’. De slagzin ‘er is een leven voor de dood’ is een leuke algemeenheid die de draak steekt met Dylan. Met ‘See That My Grave Is Kept Clean’ begin je te denken dat Laibach fans zijn, zij die Dylan ooit omschreven als een ‘narcistische verchristelijkte egoïst van joodse afkomst, die eigenlijk niet kan zingen of spelen, die hopen slechte of onbeluisterbare platen opnam, een paar derderangsfilms regisseerde, zijn materiaal uit traditie haalde of elders stal’.

Deze indruk wordt bevestigd door de cover van ‘Ballad Of A Thin Man’, dat de groep opnam voor een hommage naar aanleiding van Dylans zeventigste verjaardag. Bij deze hommage paste ook het citaat van hierboven, dat we hierbij even vervolledigen: ‘Zonder hem en zijn legioenen aan fanatieke volgelingen, die hem tot messias en redder uitriepen, zou de laatste halve eeuw beduidend gedachtelozer en inhoudlozer zijn geweest in creatief en poëtisch opzicht. Daarom zijn wij, Laibach, vereerd dat we in dit project op onze eigen wijze voor hem kunnen neerbuigen. En we buigen ons heus niet zo vaak.’

Dan zijn de Beatles aan de beurt. Mina Špiler mag bijna op haar eentje de prachtige versie van ‘Across The Universe’ uitvoeren die Laibach opnam op hun (quasi-)integrale bewerking van ‘Let it be’ uit 1988. ‘Alle Gegen Alle’ is meer dan een nieuw origineel. Het is een ware hulde aan DAF, een groep die Laibach erg beïnvloed heeft. Špiler blijft onze aandacht stelen op ‘Du bist unser’.

‘Warme Lederhaut’ is een nieuwe versie van Warm Leatherette. Het oorspronkelijke nummer van The Normal was de allereerste uitgave van Mute Records, de platenmaatschappij die Laibach hielp om de wereld te veroveren en nu ook een nieuwe compilatie van de groep uitbrengt: ‘Reproduction Prohibited. An introduction to… Laibach’. ‘Love On The Beat’ is een nummer dat we in zijn originele versie al slecht vonden, maar dat wellicht ook bedoeld is als een eerbetoon aan een andere narcist van joodse afkomt. Gelukkig wordt de set afgesloten met ‘Tanz Mit Laibach’, een klepper van een nummer dat in een paar strofes de essentie van het filosofisch en kunstzinnig concept van Laibach weet te vatten.

De groep zal nog terugkomen voor twee andere essentiële klassiekers. ‘Leben heisst Leben’ is een hilarisch nieuw origineel uit Laibachs magnum opus: ‘Opus Dei’. Al kregen we maandag een heel nieuwe uitvoering voorgeschoteld, met stukken avantgardistische piano en de schitterendende Špiler in een hoofdrol.

Afsluiten doet Laibach met ‘Geburt einer Nation’, een cover van Queens hit ‘One Vision’. Oorspronkelijk moest dit door de Live Aid-concerten geïnspireerde nummer broederschap, kosmopolitisme en verdraagzaamheid uitstralen. Laibach demonstreerde dat je mits wijziging van de context, de taal en de begeleiding het totaal tegenovergestelde kunt bewerkstelligen. Het Duitse gerecht onderzocht naar aanleiding van het nummer of Laibach een nazi-boodschap wou uitdragen, maar dat mondde uiteraard op niets uit. Milan Fras sloot het nummer af met een welgemeend en donderend ‘jawohl’.

En zoals we gekomen waren, zo gingen we ook heen. In vrede.


vrijdag, augustus 17, 2012

Pussy Riot-uitspraak zet tsaar Poetin in zijn blootje

Drie leden van de Russische feministische punkgroep Pussy Riot zijn schuldig bevonden aan hooliganisme en krijgen elk 2 jaar cel. Ook al is dit verdict volledig surrealistisch, het hoeft niet echt te verrassen. De feiten waar Pussy Riot zich schuldig aan maakte waaren hooguit een fait divers, maar eens de juridische mallemolen op gang gezet was en men de meisjes omwille van hun gevaar voor de maatschappij bijna een half jaar in voorhechtenis gehouden heeft, kon het gerecht hen moeilijk gewoon vrijspreken. Poetin had zich na zijn herverkiezing als president voorgenomen om harder op te treden tegen de opposanten die hem al maanden het leven zuur maken. Met Pussy Riot lijkt hij zijn hand overspeeld te hebben. Hij dacht een zootje ongeregeld aan te pakken waar weinig publieke sympathie voor zou zijn, en zit opgescheept met een diep verdeeld land en een hoop internationale kritiek.

In Rusland en over heel de wereld wordt er gedebatteerd over de Russische omgang met essentiële waarden als vrijheid van meningsuiting, scheiding tussen kerk en staat, de onafhankelijkheid van het gerecht… De politieke leiders hadden niet op zo’n grote reactie gerekend, en zagen zich verplicht om tussen te komen. Eerst stuurde Poetin zijn lakei Medvedev uit om te verkondigen dat de meisjes in sommige landen veel strenger aangepakt zouden worden, wat de onmiddellijke reactie van de advocate opriep of Medvedev dan geen problemen had met landen waar ze mogelijk gestenigd zouden worden. Een paar dagen later herhaalde Poetin zelf nog eens deze gedachtegang, maar voegde eraan toe dat de meisjes volgens hem niet te hard bestraft moesten worden (waarmee hij inging tegen het advies van zijn vriend en bondgenoot Patriarch Kirill, hoofd van de Russische orthodoxe kerk).

Bekijk nogmaals het filmpje waar de hele zaak om draait: een optreden in de Christus Verlosserkathedraal in Moskou uit februari. De aanleiding was de uitdrukkelijke steun van Patriarch Kirill voor Poetins herverkiezing en zijn uitspraken tegen de protestbewegingen in het land. In feite duurde de hele performance in de Christus Verlosserkathedraal slechts 30 tot 40 seconden, en werd het in de clip aangevuld met opnames uit een andere kerk. U begrijpt dat de aanwezigen in de kathedraal getraumatiseerd zijn geweest. Bovendien waren de fictieve vuistslagen van de meisjes duidelijk bedoeld als een kaakslag voor alle gelovigen, dansten ze met hun rug naar het altaar en in de nabijheid van relikwieën en iconen die van onschatbare waarde zijn voor het geloof.

Pussy Riot blijft wellicht nog een tijdje opgesloten, maar zoals Nadja Tolokonnikova in haar afsluitende rede zei: ‘we zijn vrijer dan de mensen die tegenover ons zitten voor de aanklacht. Wij kunnen alles zeggen wat we willen, en doen dat ook. Zij kunnen enkel zeggen wat de politieke censuur hen toelaat.’ In een latere brief schreef ze over de vele steunbetuigingen: ‘Wat ook het verdict moge zijn voor Pussy Riot, wij – en jullie – zijn reeds aan het winnen.’ Pussy Riot heeft voor de hele wereld duidelijk gemaakt: 'de tsaar loopt in zijn blootje!'


Bekijk de oorspronkelijke video en de videoclip die de groep net na de uitspraak vrijgaf - Putin steekt de lont aan - hieronder:

Voyvoda: Изток (Iztok)

‘Als er ooit nog oorlog is in Europa, komt het door een verdomd zielige zaak in de Balkan’, zo sprak Bismarck ooit. Hij wist waarover hij het had. Als Rijkskanselier had hij in de conferentie van Berlijn in 1878 meegeschreven aan een compromis over de ‘oosterse kwestie’, waarin de Balkan werd onderverdeeld tussen alle partijen die er aanspraak op maakten: de Russische, Ottomaanse en Oostenrijks-Hongaarse rijken, en andere belanghebbenden die zich de afgelopen decennia hadden vrijgevochten van de Ottomanen: Grieken, Bulgaren, Roemenen en Serviërs. De Bulgaren kregen er verregaande autonomie binnen het Ottomaanse Rijk.

Ergens moet Bismarck aangevoeld hebben dat het bereikte evenwicht niet volstond, want de strijd tegen de Ottomanen in de Balkan bleef voortwoekeren. De Woiwode (of Voyvoda in het Bulgaars) speelden een hoofdrol in de strijd die Bulgarije in 1908 tot een onafhankelijk land maakte. Woiwode waren historisch gezien adellijke krijgsheren in het Ottomaanse Rijk, maar stonden van het begin van de 20ste eeuw synoniem met rebellerende commandanten tegen diezelfde Ottomanen. Tijdens de Eerste Balkanoorlog vochten Woiwode uit Bulgarije, Servië, Roemenië en Griekenland zij aan zij tegen de Ottomanen, die zich na afloop bijna geheel uit Europa moesten terugtrekken.

Maar de onderhuidse spanningen en vooral de ergernis over de Bulgaarse expansiedrang leidde binnen de maanden tot de Tweede Balkanoorlog, waarin de Bulgaren al hun voormalige bondgenoten over zich heen kregen. De Derde Balkanoorlog, die begon met een verdomd zielige aanslag op aartshertog Frans Ferdinand, deed de profetie van Bismarck helemaal uitkomen. Door een systeem van bondgenootschappen werd heel Europa en zijn kolonies – de hele wereld dus – meegesleept in een bloedig conflict. Vandaag wordt het woord Voyvoda nog steeds gebruikt door nationalistische Bulgaren die de annexatie van Macedonië nastreven en begerig uitkijken naar delen van Macedonië en Thracië die onder Griekenland vallen.

Hoe dan ook is de term Voyvoda – of krijgsheren – vandaag meer gepast voor een kille new wave groep dan voor een zootje nationalistische extremisten. De groep Voyvoda komt uit Bulgarije en tracht ons via hun muziek een glimp te geven van het leven in de Balkan. Het is tevergeefs zoeken naar echte muzikale invloeden uit de regio. Op een occasionele sample en twee nummers in het Bulgaars na zit alles in de stijl van de klassieke new-wave en post-punk. Niet echt vernieuwend, maar wel van het soort dat we graag hebben.

De cd varieert tussen de woede van Killing Joke en de melancholie van de vroege Cure. Andere voor de hand liggende associaties kunnen we maken met Xmal Deutschland of onze eigen The Names. De wisselwerking tussen atmosferische toetsen en harde gitaren mag als bijzonder geslaagd beschouwd worden. Het geheel is origineel en vooral hoogstaand genoeg om er uw oor aan te lenen. U kunt de cd immers beluisteren en downloaden via bandcamp. Er zijn ook gelimiteerde oplagen op vinyl en cd beschikbaar. De afsluiter 6000000words – waarvan u hieronder de clip ziet – is met zijn meeslepende melancholie zeker een hoogtepunt die alle aspecten van de cd samenvat.


zondag, juli 29, 2012

Pussy Riot nog steeds achter tralies

Bij ons worden optredens van rockgroepen in kerken gepromoot, kwestie van nog enig volk in die oude gebouwen te lokken en de onderhoudskosten ervan te rechtvaardigen. In Rusland loopt het anders. Drie leden van de feministische punkgroep Pussy Riot worden er nog steeds vastgehouden omwille van een ‘punkgebed’ in de Christus Verlosserkathedraal in Moskou waarin ze de heilige maagd smeekten om hen van Poetin te verlossen. Ondertussen zitten ze al vier maanden vast, en hun aanhouding werd recent nog eens verlengd tot januari. Maandag begint het proces tegen de drie meisjes.


Indien ze schuldig bevonden worden aan ‘hooliganisme’ dreigen ze zeven jaar achter de tralies te verdwijnen. De orthodoxe kerk, die eventjes haar masker van verdraagzaamheid en vergevingsgezindheid heeft laten vallen, roept openlijk op om de dames streng te straffen en waarschuwt haar gelovigen om niet van dit standpunt af te wijken. Goed, het optreden was niet bedoeld als een steunbetuiging aan de kerk, die haar steun voor Poetin tijdens de afgelopen verkiezingscampagne niet verborgen heeft, en het valt niet uit te sluiten dat sommige geloven op hun (lange) tenen getrapt werden door de opvoering. Iets gelijkaardigs gebeurt trouwens ook in Turkije, waar de wereldvermaarde pianist Fazil Say een gevangenisstraf van (slechts) 18 maanden boven het hoofd hangt omwille van een paar twitters waarin hij zich spottend uitliet over de islam.

Geef toe dat dit de oude knar Mgr. Leonard sympathiek doen klinken.

Free Pussy Riot

Steun de Amnesty International actie voor de vrijlating van Pussy Riot

De zaak Fazil Say in The New York Times