Posts tonen met het label Tuxedomoon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tuxedomoon. Alle posts tonen

dinsdag, april 12, 2016

Blaine L. Reininger (Tuxedomoon): Mijn toekomstplan is om te blijven doen wat ik doe tot ik het niet meer kan doen.

Blaine L. Reininger - bekend van Tuxedomoon - tourt opnieuw solo. Hij speelt nummers uit erg gewaardeerde platen als ‘Night Air’ en ‘Book of Hours’, aangevuld met klassiekers van Tuxedomoon. Na zijn optreden in Brussel greep ik de kans om mijn jeugdheld te vragen om een interview. We ontmoetten elkaar twee dagen later in het ‘Maison du Peuple’ in Sint Gillis. Toen hij de bar binnenkwam, besloot Blaine meteen dat de plek te ‘hipster’ was naar zijn smaak. Hij stelde voor om naar het nabijgelegen ‘Le Picasso’ te gaan. Het café bleek eigenlijk ‘Le Louvre’ te heten, maar we begrijpen het verband. Blaine bleek een spraakzame en openhartige dag te hebben.

Bedankt om ons de kans te geven om je te interviewen. Ik wil beginnen met de reden waarom we hier zijn. Je bent opnieuw solo aan het touren, iets wat je de afgelopen 20 jaar niet meer gedaan hebt. Vanwaar die keuze?

Ik ben beginnen werken met een booking agent, een Vlaming: Pieter De Clercq. We werkten reeds met hem samen voor Tuxedomoon, en hij vond ook solo-optredens voor mij. Dat is het, in feite. Het is niet dat ik het eerder niet wou doen. Ik vond gewoon geen gelegenheden.

Twintig jaar lang?

Wel, ik was bezig met Tuxedomoon. Er gebeurden een hoop zaken. Ik ontmoette ook die andere kerel, Georgio Valentino. We speelden samen. Ik speelde ook in zijn groep.

Je hebt dingen opgenomen met Georgio Valentino …

Inderdaad. Hij speelde een aantal van mijn nummers in zijn optredens: ‘Night Air’ en ‘Japanese Dream’. Hij nodigde me uit om mee te doen, en ik heb dat een paar keer gedaan.

Op verschillende van zijn platen …

Niet enkel op de platen. Ook op optredens in onder meer Gent en Rennes… Ik kreeg een uitnodiging om een speciale show te doen in Amsterdam vorig jaar. Ik heb hem gevraagd om mee te spelen. Hij kwam en het werkte erg goed. Ik heb een paar nummers aangepast voor gitaar, terwijl ze oorspronkelijk voor toetsen bedoeld waren. De meeste nummers op ‘Night Air’ zijn op toetsen geschreven, maar ze werken ook goed met twee gitaren en een laptop.

Je ontmoette Georgio ‘The Dove’ Valentino dus omdat hij je vroeg om met hem op te treden?

Hij vroeg me ook om samen op te nemen. We hebben elkaar online ontmoet. Hij schreef me. Eerst vroeg hij me om een interview te doen. Hij is journalist. Hij werkte aanvankelijk voor The Bulletin, en nu voor Flanders Today. Hij schrijft elke week een column. Hij bespreekt restaurants, concerten en zo. Ik ontmoette hem dus eerst in zijn hoedanigheid van journalist. Daarna schreef hij me om te vragen of ik op één of twee van zijn nummers wou spelen, en ik zei ‘waarom niet’. Hij stelde natuurlijk voor om ervoor te betalen, wat steeds helpt. Hij kwam naar Athene, en we werkten in mijn studio in mijn appartement. Ik mocht hem erg. We kwamen goed overeen en werden vrienden.

Luc Van Lieshout speelt ook op de platen van Georgio, maar dat heeft geen verband met jouw deelname?

Enkel in de zin dat Georgio een grote Tuxedomoon fan is. Hij kwam in Brussel terecht en ontmoette er de mensen van Tuxedomoon die er toen leefden. Bruce Geduldig woonde er toen, en Luc woont er nog steeds. Hij ontmoette hen af en toe en nodigde Luc uit om met hem te spelen. Later nodigde hij mij ook uit.

Ik heb gehoord dat jullie grootse plannen hebben met Tuxedomoon. Het zou verbonden kunnen zijn aan 40 jaar Tuxedomoon …

In 2017 vieren we 40 jaar, dus het is daar niet echt mee verbonden. Het is opnieuw het werk van onze agent. We zochten al lang naar iemand om mee samen te werken. We hebben verschillende mensen geprobeerd, en zijn uiteindelijk bij Pieter terechtgekomen. Ik heb hem online leren kennen. Ik ontmoet al die mensen omdat ik een internetfreak ben. Hij begon optredens te boeken voor Tuxedomoon. Om één of andere reden had hij meer succes dan de mensen met wie we eerder samenwerkten. We hadden veel meer optredens, in Parijs, in Duitsland, in dit deel van Europa. Onze vroegere agent vond vooral optredens in Bulgarije, Kroatië en Polen, niet in Duitsland, België, Nederland of Engeland. Deze kerel deed dat wel. Hij suggereerde een aantal clubs waar Tuxedomoon ‘Half Mute’ in zijn totaliteit zou spelen. We zijn erg actief geweest de laatste jaren. We hebben ‘Pink Narcissus’ uitgegeven, en nu die geluidsband voor ‘Blue Velvet Revisited’. Er is heel wat interesse voor deze zaken. En nu is er ook wat opwinding omtrent de ‘Half Mute’-tour. We willen aardig wat optredens geven in 2016.

Maar ook al ontstond Tuxedomoon in 1977, je ontmoette Steven Brown in 1976. Dat was de start.

Ik denk dat ik hem ontmoette in ’76, maar slechts zeer bondig. We hadden een gemeenschappelijk vriend in San Francisco. Hij kende ons allebei van op school. Hij vond dat we elkaar moesten ontmoeten, omdat we allebei scene-leiders waren in onze gemeente. Ik speelde in een groep en bracht een underground blad uit, en Steven had dit café waar hij films vertoonde. We hebben elkaar kort ontmoet in ’76. Dan verhuisde ik naar San Francisco om er elektronische muziek te studeren, en daar ontmoette ik Steven opnieuw. Hij zat in de elektronische klas. We zagen elkaar voor langere tijd niet. Ik besteedde geen aandacht aan hem. Hij kwam nooit naar de les. Hij kwam enkel naar school om het materiaal te gebruiken, net als vele anderen. We hadden een heel fijn synthesizer laboratorium. Aan het eind van het jaar - en dat was in ’77 - deden we een concert met alle studenten, waarin we voorstelden wat we aan het doen waren. Toen begreep ik dat hij erg interessante dingen deed. Wat ik deed was eveneens interessant. En zo zijn we dan samengekomen.

Ik heb begrepen dat jij hem uitgenodigd hebt voor een optreden dat reeds vaststond onder de naam ‘Tuxedomoon’. De naam kwam dus van jou.

Dat klopt. Ik wou iets doen. Ik had voor de school een optreden gedaan met mijn opnames, mijn composities, mijn poëzie, mijn films, mijn tekeningen en mijn computer. Het was mijn idee om al deze zaken te combineren, al deze disciplines. Mijn studie was bijna gedaan en ik besloot om de school te verlaten. Ik had niet genoeg tijd en ik wou iets anders doen. Ik wou vooruit gaan. Ik wou die performance naar buiten brengen en elders opvoeren. Er was een café waar verschillende vrienden werkten, en ik vroeg of ik er mocht optreden. We hebben een datum vastgelegd, maar ik wist nog niet echt wat ik zou doen. Ik had mijn opnames van op school. Er stond een datum vast. De datum naderde en ik had niets. Ik heb dus gevraagd om de datum te verzetten, en ik heb Steven gebeld. We begonnen samen te spelen en ik dacht dat het goed zou zijn om met hem samen te werken. De naam kwam uit andere bronnen. Het kwam uit mijn schrijfsels. Ik schreef kortverhalen en poëzie en zo verder. Deze naam kwam op, en ik hield hem in mijn achterhoofd voor ander gebruik. Het was eerst de naam van een karakter uit één van mijn verhalen. Het was iets dat een vriend gezegd had, en ik hield van dit soort toeval. Het werd zowat gesuggereerd door het universum. Een hoop dingen die ik destijds zag waren nuttig omdat ze min of meer opvielen in de stroom der gebeurtenissen. Dat was ook het geval met die ‘Joeboy’ productie. Het was afkomstig van een graffiti die ik op straat in San Francisco gezien had, en ik had geen idee wat het betekende. Het bleek uiteindelijk de naam van een Chinese bende te zijn. Maar dat kon ik niet weten. Ik dacht gewoon dat het een vreemde graffiti was, een vorm van straatpoëzie. Ik dacht ‘waw’ en ik schreef het op om later te gebruiken.

Daar komt de naam Joeboy dus vandaan …

Ja, en het was eigenlijk best gevaarlijk. De leider van de gang heette Joe, en zijn bende, zijn schurken, werden de Joeboys genoemd. De graffiti zei ‘Joeboys zijn politie’ (Joeboys police are), wat betekende dat ze politie-informanten waren. Ik had geen enkel idee wat het betekende. Ik vond het leuke poëzie en ik gebruikte het in een nummer. Ik wist niet beter, eigenlijk.


De zaken gingen erg snel. Jullie begonnen samen muziek te maken, en dan was er de ‘No Tears’-ep.

Daarvoor kwam nog de ‘Pinheads’-single. Dat hadden we volledig zelf gedaan. We begonnen te spelen en namen alles op, al sind het begin. We hadden een primitieve opname-installatie die behoorde tot de theaterformatie waar Steven mee samenwerkte.

The Angels Of Light …

Juist. We gebruikten hun opnameapparatuur. Een viersporen TEAC Tascam, erg populair destijds. Dat hadden ze op school ook. Zij hadden twee van die TEAC bandopnemers. We wisten reeds hoe we dat moesten gebruiken voor opnames. En ergens zagen we een advertentie van een bedrijf in San Francisco dat 500 of 1000 vinyls perste voor 300 dollar. We kregen het geld bij elkaar. We speelden wat shows, of we leenden het geld van een mecenas, een oudere man die meer geld had als wij. Hij leende ons 300 dollar. We hebben de single zelf verpakt in de living. Vrienden maakten een gelimiteerde editie met color xerox invoegsel, een vorm van kleurenfotocopies die erg high-tech was, echt geavanceerde technologie. Die stopten we in de hoes. Het is pas een jaar later dat we ‘No Tears’ opnamen. We hadden toen erg weinig geld. Het werd opnieuw mogelijk gemaakt door een mecenas. Wij speelden veel. We waren zichtbaar en organiseerde onze eigen evenementen. We hebben iets gedaan in het uitstalraam van een winkel. We noemden het ‘Salon Chez Dada’, en we nodigden al onze vrienden uit. We hadden installaties, kunst aan de muren en verschillende soorten performances. We werkten al een tijdje samen, een aantal maanden, en we hadden ons eigen repertoire. Een vriend had een opvoering opgezet. Zo ontmoetten we Winston Tong. Hij trad daar op. Ik denk dat Steven hem al kende. Ik zag wat hij deed en dacht: ‘wow, die kerel is geweldig, we moeten op één of andere wijze met hem proberen samen te werken’. In het begin waren we erg inclusief. Het was meer een artiestencoöperatieve waarin we al onze vrienden uitnodigden om mee te doen. We nodigden Winston uit. Hij kwam langs op één van de repetities met mij en Steven. Hij had interessante drugs mee. Hij zei dat het gelukspillen waren van de veteranen in het hospitaal. Ik weet niet wat het was, maar het was geweldig, en we speelden gewoon doorheen de nacht. Winston zong en het werkte allemaal uitstekend. Dat was onze eerste sessie samen. We waren al minstens één jaar samen, en we ontmoetten een andere kerel die met geld over de brug kwam. Hij was betrokken geweest bij een busongeval aan het vliegveld. Er was een rechtszaak en hij kreeg een grote som geld, ik weet niet, 200.000 dollar of zo. Hij besloot dat hij een platenmaatschappij wou oprichten en artiesten wou managen. En hij wou met ons starten. Hij gaf ons het geld om ‘No Tears’ op te nemen. We namen het gros van de ep opnieuw in onze huisstudio op, met uitzondering van het nummer ‘No Tears’. We hadden ook een geluidsingenieur ontmoet, een vluchteling uit het swingende Londen. Hij had een achtsporenrecorder in San Francisco. Hij nam het nummer op, en gaf er een zeer interessante draai aan. En we vonden opnieuw een platenmaker met spotprijzen. Een bedrijf uit Texas. Zij maakten platen voor kerkgroepen en schoolgroepen aan erg lage prijzen. Zij deden dus de eerste druk.

Hoe voel je je bij de langdurige invloed van dat ene nummer ‘No Tears’? Tuxedomoon wilt het niet meer spelen, maar jij doet dat wel.

Ik speel het. In dat opzicht ben ik als Paul McCartney. Ik bedoel, hij is grotendeels stront, maar hij is niet bang om te spelen wat zijn publiek wil horen. Ik vind het buitengewoon idioot, als je een nummer opgenomen hebt en mensen komen naar je kijken om dat ene nummer te horen, om te gaan zeggen: ‘neen, we spelen dat nummer niet’. Het is zoals Lou Reed ‘Walk On The Wild Side’ niet wou spelen… Iedereen weet dat Lou Reed een geweldige klootzak was. Het is niet alsof mensen me komen vragen om ‘Feelings’ of ‘Strangers in the Night’ te spelen. Ze willen een nummer horen dat ik geschreven heb en waar zij van houden, en dus speel ik het voor hen. Het is een goed nummer. Ik ben blij dat we iets hebben dat bijna een ‘hit’ is, het is een underground versie van een hit.

Na ‘No Tears’ kwam Peter Dachert - of Peter Principle - erbij. Er was ruzie met The Angels Of Light, en dus hadden jullie geen materiaal meer. Peter was de enige met een werkende versterker, en dus …

Dat is wat hij vertelt! Dat is niet waar. (lacht) Wat is er gebeurd? We hebben een woordwisseling gehad met Tom Tadlock van The Angels Of Light. The Angels Of Light waren absolute anarchisten. Ze waren tegen geld. Ze wilden geen geld vragen voor optredens en ze zagen mij als een verderfelijke invloed omdat ik in bars wou spelen waar we geld kregen, en zo in staat zouden zijn om te leven van onze muziek en het geld konden gebruiken om dingen te doen. Daar hadden zij een hekel aan, en dus hebben ze mij en Steven buitengeschopt. Ze hebben ons verdreven. We stonden daar weer op ons eentje. We waren erg afhankelijk van hun opnameapparatuur en loops en zo. Wij hadden geen opnametoestel meer. Wij bezaten al dat materiaal niet. We bezaten niet eens de synthesizer die we gebruikten. Ik had een gitaar, en dat was het. Ik had een beetje geld toen mijn vader stierf, en Steven en ik vonden een Vox Continental toetsenbord voor 200 dollar in een pandjeshuis. We hadden één versterker, en ik huurde een andere versterker. Dat was al wat we hadden. We probeerden in die bezetting te spelen: ik op gitaar en Steven op orgel, maar dat werkte niet zo goed. We hadden minstens een persoon meer nodig, liefst een basist. We begonnen rond te vragen. We hebben erom gevraagd op de radio. Peter had het radioprogramma gehoord en kwam langs voor een auditie. En hij was goed, weet je. We hadden al audities gehad met andere mensen, en ze kwamen af met instrumenten die ze zelf gemaakt hadden, die één interessant geluid produceerden. Er was een bizar elektronisch bouwsel dat twee of drie interessante geluiden kon maken. Maar ze kenden niets van muziek. We hadden een echte muzikant nodig. Peter kwam langs en hij wist hoe hij op zijn instrument moest spelen. Als we hem vroegen om C, F en G te spelen, speelde hij C, F en G. Hij was een echte muzikant en niet zomaar een artiest, een poseur, een dilettant. We hebben hem onmiddellijk aangeworven.

Met Peter hebben jullie het geweldige ‘Half Mute’ opgenomen, dat bijna onmiddellijk een succes was.

De sleutel hierbij is dat The Residents ons op een dag contacteerden. Ze hielden ons in het oog. Ze wilden DEVO tekenen, maar ze werden in snelheid genomen door Warner Brothers. En dus wilden ze andere lokale groepen tekenen, en ze hebben ons uitgekozen. En nog andere groepen: Chrome en een groep die MX-80 heette. Ze keken rond naar wie een goede investering zou kunnen zijn, en ze besloten dat wij dat waren, omdat we reeds dingen op onszelf deden. En zo kwam ‘Half Mute’ tot stand. Het werd gefinancierd door The Residents. We hebben dat toen - in ’79 - geschreven, en we gingen naar een interessante studio om het op te nemen.

En na ‘Half Mute’ deden jullie een Europese tournee, en besloten jullie om naar Londen te gaan om ‘Desire’ op te nemen. Waarom besloten om naar Europa te gaan?

We hadden een agent ontmoet in New York. Hij werkte onder meer met Joy Division samen. Hij was iemand als Broadway Danny Rose, het personage uit de gelijknamige film van Woody Allen, die een hoop fantastische mensen had ontdekt, en ze laten hem allemaal in de kou. Hij werkte met Joy Division, Michael Nyman, Clock DVA … Hij was ook één van de eersten om Depeche Mode te ontdekken. Hij zag ons aan het werk in New York, en benaderde Steven over een mogelijke Europese tournee. Het idee was om met Joy Division te touren. De tour was gepland, en dan heeft bozo zich van kant gemaakt. We moesten alles terug overwegen. We hebben de tour toch gedaan, op ons eentje, en zo hebben we de Brusselse connectie gelegd met Les disques du crépuscule, Michel Duval, Annick Honoré … Deze mensen werkten toen al samen met Factory in Engeland. Zij organiseerde het optreden in de Plan K. Net nadat we hadden getekend met The Residents, werden we ook aangesproken door een Engels bedrijf, een man die werkte met Charisma Records. Hij ging een sublabel starten onder de naam ‘Three’. Hij belde ons en wou ons tekenen, maar hij was net te laat. We hadden reeds getekend met Ralph Records (het label van The Residents). En dus tekende hij een overeenkomst met Ralph Records, enkel om ons te hebben. Charisma had zeer interessante dingen. Zij waren een groot platenlabel dat onder meer Monthy Python uitbracht. Het is door hen dat we besloten om in Engeland op te nemen. We hadden ook contact gemaakt met John Foxx van Ultravox. Via de pers! We spraken elk met interviewers. Ze vroegen hem welke Amerikaanse groepen hij interessant vond, en hij antwoordde Tuxedomoon. En ze vroegen mij om Engelse groepen, en ik zei Ultravox. En dus ontmoetten we elkaar, en hij stelde ons voor aan zijn geluidsingenieur. Een kerel genaamd Gareth Jones, die later nog met Depeche Mode zou werken. We gingen naar deze studio op het platteland in Engeland, in Surrey, omringd door koeien en schapen. Het was een soort residentiële studio waar je naartoe ging om te leven, te eten en te werken. John Foxx was niet rechtstreeks betrokken, maar hij kwam langs terwijl we aan het opnemen waren.

Was er geen sprake van dat hij zou deelnemen op ‘Desire’? Ik heb zoiets opgevangen …

We wisten niet of hij betrokken zou zijn. Uiteindelijk bleek hij helemaal niet betrokken, behalve dan omdat hij ons aan Gareth had voorgesteld. Hij kwam af en toe langs in de studio, hielp ons verder in Londen en suggereerde interessante mensen om mee samen te werken. Tijdens de tournee, net voor we gingen opnemen, had Peter deze vrouw in Rotterdam leren kennen: Saskia Lupini. Ze woont nog steeds in Brussel. Toen we ‘Desire’ opgenomen hadden, ging hij terug naar Rotterdam, en hij nam Steven mee. Ze ontmoetten een aantal mensen in Rotterdam, in de lokale scène, in het bijzonder Frankie Lievaart, die nu een bekende geluidsingenieur is en werkt met Gogol Bordello. Ze hingen veel rond met deze mensen en namen er dingen op. Ze hebben de muziek gemaakt van ‘Joeboy in Rotterdam’. Zelf ging ik terug naar de Verenigde Staten met de master van ‘Desire’. Mijn vrouw bracht het bij The Residents terwijl ik in New York bleef. Daarna gingen we voor korte tijd terug naar San Francisco, en er werd een andere tour geboekt, deze keer door een Frans bedrijf genaamd Celluloid. Ze tekenden een lijstje groepen uit San Francisco, waanronder wij en een groep die ‘Indoor Life’ heette. Het was werkelijk een tournee van vrienden. We gingen dus allemaal mee. Deze mensen organiseerden onze residentie in Rotterdam, in een utopische architectencommune genaamd ‘Utopia’. Na de tour gingen we naar Rotterdam, en daar waren we dan.

Jullie zijn beginnen repeteren in een ‘Sous-Sol’ …

Ja, we zaten in een kelder. Dat was waar we werkten, en daar werd de muziek geboren van ‘Suite en Sous-Sol’.

Maar jullie hebben later nog dingen toegevoegd. Die Marokkaanse invloeden, werden die niet toegevoegd eens jullie in Brussel kwamen?

Dat was de manier waarop we werkten. We hadden niet echt een plan. We intellectualiseerden onze muziek niet vooraleer we het opnamen. We volgden gewoon de stroom, en de ideeën kwamen op zoals ze opkwamen.

Je ging naar Amsterdam, en je had er dit beroemd accident. Het ‘Broken Fingers’-incident, als je wil.

Ik ging naar Amsterdam om mijn eerste solo-optreden te doen. Ik was al jaren aan eigen dingen aan het werken, buiten Tuxedomoon. Ik gebruikte bandopnames. Zo kon ik alle instrumenten zelf spelen. Zo hoefde ik niet met andere mensen te werken. Het is moeilijk om mensen te vinden om mee samen te werken. Zelfs in Tuxedomoon waren er dingen die ik geschreven had die niet aansloegen bij de anderen. Ze hadden verschillende ideeën over kunst. Dus zei ik: ‘wel, kus dan mijn kloten, ik ga het op mijn eentje doen’. En dat heb ik ook gedaan. Die nacht ging ik op zoek naar een automaat. Ik wou zo’n ‘kroketjes’ eten. Ik had honger. Ik had niets gegeten. Ik had geen geld … Dat is een andere reden waarom ik een solo show deed. Ik was volledig blut. Ik zag iemand op straat, en vroeg hem waar ik een automaat kon vinden. Hij was een soort junk. Hij greep mijn tas en ik begon hem te achtervolgen. Hij was enkel een ordinaire junk, geen professionele dief of zo. Een kleine drugverslaafde. En hij was bang. Ik achtervolgde hem. Ik was dronken. Hij smeet mijn zak neer. Ik zag de zak en ik vermoed dat ik de straat oprende. Ik weet niet meer wat daarna gebeurde. Ik heb mijn hoofd gestoten en werd wakker in het hospitaal.

En dit was de reden waarom jullie Rotterdam hebben moeten verlaten. Jullie leefden in een soort watermolen - was het iets in die aard? - en de eigenaar heeft jullie buitengesmeten.

Ja, het was een oud waterzuiveringsstation waar het drinkwater voor Amsterdam gemaakt werd. Hij was buiten gebruik. Ze hadden er een grote watertoren, en ze hebben die bewoonbaar gemaakt. Die andere mensen, wel … ze hielden sowieso niet van ons. Het waren allemaal hippies, weet je. Wij waren behoorlijk ruw, namen drugs en dronken veel. Ze hielden niet van wat wij maakten, of ze konden het niet begrijpen. Ze wilden gewoon van ons af. Ze hebben dat niet meteen gedaan, omdat ik invalide was. Ik kon nergens naartoe. Maar uiteindelijk zegden ze: ‘bol het af, rot op, het maakt ons niet uit wat er met jullie gebeurd, vaarwel …’

Ongeveer op hetzelfde moment heeft Maurice Béjart jullie uitgenodigd om naar Brussel te komen …

Dat was net daarvoor. Het was intussen duidelijk dat we moesten vertrekken. Steven reisde van Rotterdam naar Brussel in die zomer, en maakte een aantal contacten, ontmoette mensen … Bleek dat Maurice Béjart al muziek van ons gebruikt had in een ander stuk. Hij had zaken van Ralph Records gebruikt in een stuk. En hij besloot dat hij een volledig ballet bij ons wou bestellen, over Greta Garbo. Dat was één van de redenen waarom we hier kwamen leven. Steven heeft verblijfplaatsen voor ons gevonden.

In de Plan K?

Het waren appartementen van de leden van Plan K, verspreid over de hele stad. We kwamen allemaal naar hier en begonnen eraan te werken. En dan ben ik 18 jaar gebleven. Ik ben pas vertrokken in 1998.

Brussel was natuurlijk een belangrijke periode voor jullie. Jullie hebben ‘Suite en Sous-Sol’ uitgegeven, de muziek uit het ballet van Béjart kwam uit onder de naam ‘Divine’, en dan begonnen jullie te werken aan een project dat wellicht te ambitieus was: ‘The Ghost Sonata’ …

Dat was een opdracht van een theaterfestival in Italië.

Het paste goed in de ambitie van Tuxedomoon om muziek, theater en film te combineren …

Absoluut. Net daarvoor vroeg de Engelsman met wie we samenwerkten om een subsidie te vragen bij de English Art Council. Hij zag dat we behoorlijk kunstzinnige mensen waren. We hebben dat ook gedaan. Ik schreef een voorstel aan de Art Council van Nottingham. Verrassend genoeg kwamen ze met een residentie aandraven. We mochten drie weken op residentie in Nottingham in Engeland. Ons idee was om een opvoering te doen met lokale mensen, op verschillende manieren. Winston was betrokken, ik was betrokken, we hadden hogeschoolmeisjes die strijkers speelden op arrangementen die ik geschreven had, en een lokale groep die The Howdy Boys heette. Niemand heeft achteraf nog iets van hen gehoord. Ze speelden een aantal liedjes. We gaven lezingen en opvoeringen in scholen. Het was vanuit dit soort van ‘gemeenschapstheater’ dat een aantal ideeën voor ‘The Ghost Sonata’ het licht zagen. Dat stuk was het prototype voor wat later komen zou. Toen kregen we die vraag van het theaterfestival ‘Polverigi’ in Italië om een grote opvoering te doen. Dat werd dus ‘The Ghost Sonata’. Het grootste deel werd gedaan in een studio in Elsene: Pyramide Video Studio. Het idee was om live gebeurtenissen te synchroniseren met de video. Er waren kostuums en podiumbenodigdheden. Het was in de eerste plaats Winston zijn ding. Ze werkten er elke dag aan. Ik besloot dat ik daar niet bij betrokken wou zijn. Ik werkte aan de muziek, in het bijzonder de orkestraties. Steven en ik hadden de muziek geschreven. We hadden een eenmalig optreden in het centrum van Brussel, op de Grote Markt: Le Paradis Tropical. Er was een piano en een repetitielokaal. Ik en Steven gingen er binnen en begonnen te improviseren op piano en viool. Zo werken we altijd. Hij speelde, ik speelde, en zo gingen we steeds maar door. Ik heb een deel van dat materiaal ter hand genomen en het aangepast voor orkest. Toen we naar Italië gingen, had ik een soort gemeenschap, een vrijwilligers orkest met muzikanten uit de stad. Ik was niet betrokken bij de show. Ik dirigeerde het orkest.

Maar de opvoeringen waren niet zo succesvol. Jullie kregen te maken met praktische problemen en moeilijkheden …

Ik herinner me de avond van de eerste opvoering. We stonden opgesteld op de piazza, in het centrum van Ancona. We hadden een groot zwart oppervlak. Mensen hadden gehoord dat Tuxedomoon zou optreden, en ze dachten dat het een punkgroep zou zijn. Er waren een hoop punks aan het wachten om ons te zien spelen. Toen begon het optreden en zagen ze wat het was. Iemand nam een pot mayonaise en smeet het neer op het podium. Splash! Dat was redelijk tekenend voor hoe het ontvangen werd. Mensen kwamen om een groep te zien, en het was zo’n arty opvoering. We hebben op het festival zelf opgetreden, en dat verliep goed. Het optreden in het centrum van Ancona was niet goed. We deden een opvoering in Modena, waarschijnlijk de beste opvoering. Er was ook een opvoering die volledig ondergeregend was. De volgende avond speelden we een reguliere Tuxedomoon-show, als verontschuldiging. Ik voelde me zoveel beter in dit ander materiaal. Dat is natuurlijk mijn mening. Ik heb sindsdien heel wat gewerkt voor theater, als acteur, in Griekse tragedies, en ik vond dat erg leuk. Waar ik niet van hield bij ‘The Ghost Sonata’, is dat het te veel amateurtheater was, hogeschooltheater. Ik denk dat we ons hand daar overspeeld hebben. Niet Winston, hij was een opgeleide acteur. Maar de productie was echt amateuristisch, en het was toch wat beschamend. Tot op zekere hoogte was het de ervaring met ‘The Ghost Sonata’ die de wil opwekte om de groep te verlaten en mijn eigen muziek te maken. Ik wilde in een groep spelen. Ik wou geen balletcomponist zijn.

Je hebt de groep dus verlaten. Je had reeds de plaat ‘Broken Fingers’ uitgebracht, en nu begon je te werken aan ‘Night Air’. Ik vermoed dat het ook in moeilijke omstandigheden was. Michael Belfer - de gitarist die eerder bij Tuxedomoon was en nu je belangrijkste partner was - zei dat jullie absoluut geen budget hadden en zelfs niet genoeg geld om eten te kopen …

Oh ja, we waren extreem blut. We waren erg arm. Iedereen was het. Michael kwam naar Europa vooraleer ik de groep officieel verlaten had. Hij zou eigenlijk met Tuxedomoon werken. Er was niets. We hadden niets. Tussen de optredens in was er geen geld voor wie dan ook, voor wat dan ook … Er was geen budget om op te nemen. We hadden geen optredens. We namen ook geen optredens aan. Toen kwam er een voorstel van Crépuscule om een nieuwe plaat te maken. Ze hadden een budget. Het was niet veel, maar het was toch wat geld. Ik zei dus: ‘ja, laten we dat doen’, en Steven zei ‘neen’. Het was onvoldoende voor hem, het was niet goed genoeg voor Steven. Ik had iets van ‘we zitten hier te verhongeren, we hebben geld nodig, we moeten werk hebben…’ en Steven sloeg het aanbod af. Ik zei tot mezelf: ‘als de gasten dit voorstel afwenden, stap ik uit de groep’. En zo geschiedde. Ik ben zelf naar die kerel gestapt en heb voorgesteld om de plaat zelf te doen. We waren erg arm. Michael Belfer vertelde een verhaal over hoe hij Maizena-soep maakte. Hij had geen geld en geen eten. Het enige dat hij had was soja saus en een beetje maiszetmeel. En daar heeft hij dan soep mee gemaakt. Op een bepaald moment hadden mijn vrouw en ik één stukje Knorr. Eén! En één ui. Ze heeft dus de ui gesneden en het blokje Knorr doen koken. Dat was wat we gingen eten. We gingen er aan beginnen, en dan kwam Winston langs. Hij was ook blut en hij had honger. Dus hebben we met ons drieën een ui en een blokje Knorr gedeeld. Toen dacht ik: ‘hoe kunnen we een voorstel afslaan als we zo arm zijn?’ Door Tuxedomoon te verlaten en op mijn eentje te beginnen had ik uiteraard nog minder kans om iets te verdienen. Aan het begin van mijn solo carrière was het het nog zwaarder. Er was nog minder geld.


‘Night Air’ was een succes, maar de uitgave werd wel uitgesteld …

Tja, toen we de muziek schreven waren er geen afnemers. Niemand was er echt in geïnteresseerd. Ik had een paar solo optredens gedaan met Tuxedomoon. Op een bepaald moment speelden we in Rennes, en ik opende voor Tuxedomoon. Ik speelde met Michael. Hij speelde enkel met mij, niet met Tuxedomoon. Het was nog voor ik de groep verliet. Toen besloot ik om solo op te nemen, en Michael en ik begonnen samen te werken. We hadden een paar optredens, maar het was allemaal redelijk primitief. Ik had niet veel materiaal. Maar toen schreven we de nummers voor ‘Night Air’. Michel van Crépuscule stelde ons dan een budget voor. We hebben opnamesessies geboekt en ik vroeg Gareth Jones om af te komen en alles op te nemen. Uiteraard staan de mannen van Tuxedomoon ook op de plaat. Steven en Winston speelden mee, en Michael uiteraard. Het was een interessante en moeilijke tijd. Creatief gezien erg interessant, maar we waren zo arm. We waren natuurlijk een stelletje imbecielen. We gaven ons geld uit aan idiote zaken. Drugs! Maar het was niet enkel dat. Er was gewoon geen geld. We werkten niet genoeg. We werden niet genoeg betaald. We zaten hier op een vreemde plek …

Je bracht ‘Night Air’ uit in ’84, al denk ik dat het in ’83 opgenomen werd. In 1985 had Tuxedomoon een enorm succes met ‘Holy Wars’. Hoe voelde dat voor je aan?

Vooraleer ‘Holy Wars’ uitkwam was Tuxedomoon ook maar op de dool. Ze hadden ‘Soma’ uitgegeven, dat ze zelf opgenomen en geproduceerd hadden. Uiteindelijk konden ze een goed contract tekenen met Crammed. Ik had mijn contract voor zij er één hadden. Tegen de tijd dat ‘Holy Wars' uitkwam, spendeerde ik nog maar weinig aandacht aan wat Tuxedomoon deed. Ik was natuurlijk kwaad op hen. Ik was echt kwaad op Steven, omwille van het geld, maar ook in creatief opzicht. Ik was ook erg druk bezig. Ik had destijds een groep. Dat is moeilijk om nu te bevatten. Nu tour ik met één gast en nemen we alles mee in twee valiezen. Toen had ik mijn eigen PA-ploeg. Ik had een truck met een PA in, en een ploeg van drie-vier mensen. Ik had een drummer, een gitarist, een bassist en mijn vrouw mee.

Jij was dus erg bezig met je carrière, Tuxedomoon met hun carrière. Maar in ’88 heb je Tuxedomoon opnieuw vervoegd. 

Op dat moment had Steven Tuxedomoon zowat ontbonden. Hij zei: ‘genoeg van dat’. Mijn solo carrière wilde niet zo vlotten. Ik vroeg me af wat ik zou doen. Ik ben naar de mannen van Tuxedomoon gestapt en heb gevraagd wat ze ervan vonden om samen te touren. Het is moeilijk om hierover te praten zonder als een klootzak over te komen. Maar goed, we zijn allemaal klootzakken in deze business. Ik was jong en dwaas en extreem arrogant, maar ik voelde me ook ontzettend ondergewaardeerd in Tuxedomoon. Ik voelde me in de schaduw van Steven gedrongen. Ik vond dat Steven zijn nummers opdrong ten koste van de mijne. Dat is één van de redenen waarom ik wou vertrekken. Ik zei dus dat ik, indien ik zou terugkomen, de helft van de nummers wou zingen. Eerder zong ik één nummer op tien. Ik wou dus dat de tijd op het podium gelijk verdeeld werd. Het was alsof we beiden in onze hoek probeerden om nummer één te zijn. ‘Hey, kijk naar mij! Kijk niet naar hem, kijk naar mij!’ Maar de tournee was erg succesvol voor iedereen. We waren rocksterren. We verdienden geld, tourden in een bus … Ik kocht mezelf een nieuwe televisie. Ik had weer wat geld. En dan … was alles weg. We hebben het niet opgevolgd. We hebben het niet opnieuw gedaan. Dat was erg dom.

Maar jullie hebben een prachtplaat gemaakt met ‘The Ghost Sonata’, dat eindelijk uitgegeven werd.

Dat heeft erg lang geduurd. Het kwam door James Nice. Hij bezit nu Crépuscule. Hij was een vriend en ook een fan. Hij dacht dat ‘The Ghost Sonata’ iets was als ‘SMiLE’ van The Beach Boys, een verloren plaat. Het werd nooit uitgegeven, maar er waren hier en daar stukjes van te vinden. Ik had een paar opnames uitgegeven, en een deel van de muziek herwerkt. Hij wou dat uitgeven, maar dat was pas veel later. We namen wat we hadden. We hadden wat live-opnames van de opvoeringen, zoals het orkest. Die vielen mee, maar waren toch wat inferieur. Er waren ook opnames van het materiaal door het radio orkest van de BRT, maar we konden de rechten niet betalen. We hadden het geld niet. Het was een erg goede opname. Ik heb het later uitgegeven op één van mijn platen. Maar het was dus een productie van James. Het was niet echt met een label. Het was met Les Temps Modernes, dat erg ‘lage kosten’ was. Ik begon eraan en heb meteen zes of zeven violen toegevoegd, en drie of vier viola’s, om het orkest beter te doen klinken. De strijkers waren niet erg goed, en de opnames waren evenmin van hoge kwaliteit. We moesten het een beetje opkalefateren, en sommige nummers opnieuw opnemen. We hebben ze opnieuw opgenomen in een studio. En toen hebben we ‘The Ghost Sonata’ uitgegeven.

Je had dus een moment succes met Tuxedomoon, maar het duurde slechts één of twee jaar. Begin jaren 90 was het reeds voorbij. Het werd stil rond Tuxedomoon.

Wel, ik en Steven bleven samenwerken. We tourden met dit duet ding. Dat hebben we een paar jaar gedaan. Het waren een tijdlang mijn voornaamste optredens. We speelden vaak in Italië, in Frankrijk … We hebben een paar platen uitgegeven met enkel ons tweeën. Maar Tuxedomoon bestond niet meer, neen. We hebben verschillende dingen gedaan in de jaren 90. We maakten allebei muziek. Ik had geen andere job.

Je deed vooral soundtracks voor film, theater, dans …

Ja. Ik werkte voor films. Ik speelde ook mee in films. Een paar jaar lang hebben we niets gedaan. Steven verhuisde naar Mexico, Peter ging terug naar New York en ik was nog steeds in Brussel. Steven nodigde dan Peter uit om naar Mexico te komen, en ze namen ‘Joeboy in Mexico’ op. Ik vermoed dat Luc ook meespeelde. En ze zegden: ‘we zouden terug contact moeten opnemen met Blaine’. We kregen een aanbod van een dansensemble uit Israël om een residentie van tien dagen te den in Tel Aviv. We hadden in 1997 reeds een optreden gegeven in Tel Aviv, en we dachten dat het wel zou werken. We hadden ook optredens in Italië en Athene. We besloten om opnieuw samen te werken, maar het nam een tijdje in beslag. We hadden drie jaar nodig om iets op poten te zetten.. Rond 2000 begonnen we weer te touren.

Ik herinner het me nog goed. In 2004, misschien 2003, speelden jullie in Hasselt met Tuxedomoon.

Ja, maar we waren al een tijdje terug samen. We hebben in Duitsland getourd met dj Hell. Hij had een remix van ‘No Tears’ gemaakt. We waren slechts met drieën: ik, Steven en Peter. We hadden ook een residentie in Italië in 2001, en toen hebben we de nummers geschreven die we later uitgaven als ‘Cabin In The Sky’. Een flink deel van deze opnames bestonden al. Toen gebeurde er weer een paar jaar niets, om één of andere reden. We wachtten op dj Hell, om te zien waarmee hij op de proppen zou komen. Hij is een heel bekende dj en heeft veel geld. Dan heb ik de opnames die we gemaakt hadden naar Marc Hollander van Crammed gestuurd, en hij zei: ‘Dit is goed, waarom heb je me dat niet eerder gestuurd?’ In 2003 gingen we naar Brussel en werkten we de plaat af. Dat werd ‘Cabin In The Sky’, onze eerste plaat sinds ik weet niet … sinds ‘The Ghost Sonata’, wellicht.

Sindsdien heeft Tuxedomoon aan verschillende soundtracks gewerkt. ‘Bardo Hotel’, waarvan de film nog steeds niet uitgekomen is …

Oh nee. Er was geen film. Dat was maar schijn. Er ging een film komen, maar daar is minder dan niets van terechtgekomen. We gingen naar San Francisco om te werken, wat erg interessant was. We wilden met Winston samenwerken, maar hij kwam nooit opdagen. We hebben geprobeerd hem te betrekken, en hij was gewoon niet geïnteresseerd. Dus namen we een paar sessies op in San Francisco. We namen deze opnames en gaven ze uit als ‘Bardo Hotel’. We hadden het idee om een soort film te maken, en er werd zelfs wat gefilmd met dat doel op het oog, maar de film werd nooit verwezenlijkt.

Na ‘Bardo Hotel’ kwam uiteraard ‘Vapour Trails’, en verleden jaar hebben jullie ‘Pink Narcissus’ uitgegeven.

‘Pink Narcissus’ was … We moeten op deze manier werken. We moeten opdrachten krijgen. Iemand moet met het geld over de brug komen. We kregen een aanbod om op dit Etrange festival te spelen in Parijs, ik denk in 2011, om te spelen bij de film ‘Pink Narcissus’. We hebben de film zelf niet gekozen, het was hun idee. Ze vroegen verschillende groepen om te spelen bij dit soort cultfilms. Ze hadden reeds Coil en Psychic TV uitgenodigd op vorige edities, en nu vroegen ze ons. Die film is niet mijn kopje thee. Het is meer homoporno.

Luc zei iets gelijkaardigs.

Het is eigenlijk behoorlijk beschamend. Ik bedoel, ik zou me ook zo voelen om bij Emanuelle of zo te spelen. Het is zachte porno. Een hoop penissen. Maar het is visueel interessant. En het was een gelegenheid om samen te komen. Het festival betaalde de vliegtuigkosten, die altijd een grote uitgave zijn. We werkten in Lucs huis. Hij heeft een huis in het platteland in België. We werkten erg snel. We hebben alle muziek - 90 minuten - op tien dagen geschreven. Dan hebben we het opgevoerd, en we hebben het optreden opgenomen. Dat was een goed idee, want daarna gingen we bij Luc om alles op te nemen zolang als we het ons nog herinnerden. Maar Luc moest zijn computer verhuizen en de harde schijf viel eruit. Alle opnames waren verloren. Gelukkig hadden we die zeer goede live-opname. We hebben die herwerkt en als vinyl uitgegeven. Het was eigelijk best geslaagd. Ze hebben bijvoorbeeld een stuk uit ‘Pink Narcissus’ gebruikt in de New York Fashion week. Ze zongen mee op ‘Comme les garçons’. Dat was een succes en heeft ons aardig wat geld opgeleverd. Het werd goed ontvangen. Het volgende project was ‘Blue Velvet Revisited’. Dat deden we met Cult With No Name.

Oorspronkelijk gingen zij de soundtrack maken.

Op één of andere wijze hoorde de regisseur hun plaat. Het had niets met Tuxedomoon te maken. Hij hoorde dit nummer waarop Luc trompet speelde. Hij vond het een geweldig geluid, en wou die muziek gebruiken. Hij contacteerde Cult With No Name, en zij hebben gezegd dat de trompet van Luc van Tuxedomoon kwam. Erik Stein van Cult With No Name was zowat de voorzitter van onze fanclub. Hij begon met deze groep, en ze zijn in zekere zin onze leerlingen of onze discipelen. Ze hebben vaak voor ons geopend in Berlijn. Een jaar geleden openden ze ook voor ons, en hebben ze ons aan die regisseur voorgesteld. Zo ontplooide het project zich. We konden een paar opnames maken. We waren verleden jaar in Athene om er te spelen. Maar een paar optredens werden afgelast en we hadden dus tijd vrij. Ik heb een andere fan zo ver gekregen dat we zijn studio mochten gebruiken. Daar hebben we eraan gewerkt, en we hebben ook wat in Brussel gewerkt, in een ander klein repetitielokaal. Toen moest de muziek bewerkt en gemixt worden, en zo voort.

Een apart iets met ‘Blue Velvet Revisited’ is dat jullie de soundtrack gemaakt hebben vooraleer de film gemaakt werd, wat de omgekeerde werkwijze is …

Dat klopt. De man wou de film pas samenstellen nadat hij de muziek had. Hij wou geïnspireerd worden door de muziek om zijn film af te werken. Maar, weet je ... ik heb heel wat muziek gespeeld en ik dacht niet altijd na over het project waarvoor het bedoeld was. Recent nog deed ik een stuk in Zwitserland, voor een video. Ik wist dat het eraan zou komen. Ik had een vaag idee waarover het zou gaan, maar het is niet zo dat ik naar de video keek en minuut per minuut de muziek schreef terwijl ik ernaar keek. Ik wist een beetje wat het thema was, en dan dacht ik er niet te veel over na. Ik ging gewoon en deed mijn werk. Ik begon te schrijven en de ideeën kwamen op. Ik heb het hen opgestuurd en zij besloten wat ze goed vonden en wat niet. Zo werk ik gewoonlijk. Ik denk zo weinig mogelijk over het project na.

Ik denk dat we rond zijn. Misschien kan je nog iets zeggen over je toekomstplannen?

Mijn toekomstplan is om te blijven doen wat ik doe tot ik het niet meer kan doen. Dat is mijn toekomstplan.

We gaan dat Tuxedomoon ding doen waar ik het al over had. Mijn vrouw doet een productie van ‘De Meester en Margerita’ voor het nationaal theater in Athene. Ik speel de duivel en schrijf de muziek. Volgend jaar touren we met ‘Half Mute’. En wie weet wat daarna komt …

Blaine L. Reininger: website / facebook


donderdag, januari 01, 2015

...een stijlvolle Duif en een stel Tuxedo's met klasse...

Het Depot had die zondagavond met Tuxedomoon een heuse klepper uit de avantgardische muziekgeschiedenis op het podium staan, maar ondergetekende kwam eigenlijk speciaal voor het voorprogramma. Aangezien er nog een andere recensent van Dark Entries aanwezig was besloten we om de taken en de honneurs te verdelen. Het concertverslag als Gesamtkunstwerk zeg maar…
Ik moet zeggen: eenmaal Georgio ‘The Dove’ Valentino en de zijnen goed en wel geïnstalleerd waren kwamen ze bijna onmiddellijk ter zake. Een nummer als I Wish We Were Insects leent zich hier dan ook uitstekend toe. De band wist in zijn beperkte bezetting het origineel van op het album Mille Plateaux moeiteloos te evenaren. Ik had niet verwacht slechts 3 muzikanten op het podium te zien, maar the Young and the Beautiful hadden dankzij hun présence geen moeite om de ruimte te vullen. De bassiste hoefde daar zelfs niet voor te bewegen (wat ze dan ook nauwelijks deed) terwijl de gedreven drummer heel strategisch midden op het podium opgesteld stond. Georgio was dan weer zijn stijlvolle zelf, met een paarse boa smaakvol rond zijn hals gedrapeerd. Een en al pluimen, The Dove indeed… Na een ietwat stoere intro werd het hypnotiserend galmende You Wear Wistfull Well ingezet. Geen viool van Blaine L Reiniger, maar dat hoefde zelfs niet… Een blik in de zaal vertelde me dat The Dove & Co. al aan invloed aan het winnen waren. ‘I Won’t Betray You’ –Hommage à Chuck Berry- was een niet voor de hand liggende opvolger. Op het album is dit immers een nummer van een respectabele 17 minuten lang… Geen nood: voor de gelegenheid werd het nummer netjes ingekort… Wat ik wel miste was de bijdrage van Luc Van Lieshout’s trompet, terwijl de man nochtans in de backstage reeds aanwezig was. In ieder geval wisten de gitaarcapriolen van The Dove dit euvel op te vangen en ook de drummer toonde zich van zijn meest veelzijdige en expressieve kant. Alfredo Bravo van Flying Horseman en Blackie and the Oohoos is een ander voorbeeld van zo’n drummer die dankzij zijn gedrevenheid verzekerd is van eenzelfde soort podiumcharisma. Wat The Dove en zijn companen verder betreft: ze besloten hun set met de smartelijk gecroonde wals Suicide Note, dat net als …Wistfull Well op het album The Sorrows of Young Georgio (2011) te vinden is. De bitterzoete pijn van het bestaan als handelskenmerk, verpakt in een muzikaal jasje waarvan het confectiegehalte ver te zoeken is. Dit is muziek voor mensen die écht van muziek houden…
( Recensent Xavier: ) Gesamtkunstwerk, mijn reet. Bij het begin van de set van Tuxedomoon besluit collega Jan dat ik de honneurs voor de recensie van de Tuxedomoonset waar mag nemen, zich verdedigend met het argument dat hij meer vertrouwen heeft in mijn kennis betreffende Tuxedomoon; hoewel ik niet uitsluit dat de kwaliteit van de witte wijn Chateau Depot er ook voor iets tussen zit. Ik (Xavier) heb ook al wat op, maar neem met plezier over. Jan schreeuwt (noot van Jan: Euh… We stonden heel ‘strategisch’ vlak voor een box…) af en toe nog wat aanwijzingen in mijn oren. Collegiale samenwerking wordt erg gewaardeerd ten huize Dark Entries. Of misschien is het toch omdat ik er wat meer van ken, na jaren intense studie van deze groep uit… tja, van waar eigenlijk? Ze zijn ontstonden in Californië, maar zakten al snel af naar het Europese continent, alwaar hun experimentele muziek op een warmer onthaal kon rekenen. Ze leefden eerst in Nederland, maar verbleven het gros van de jaren 80 in Brussel, alwaar ze een trouwe fanbasis uitbouwden. Thans valt de groep moeilijk te localiseren. Blaine L. Reininger woont in Griekenland, Steven Brown in Mexico, Peter Principle in New York en Bruce Geduldig en Luc Van Lieshout in België.
Tuxedomoon is hier om hun laatste wapenfeit te verdedigen: Pink Narcissus. Deze cd is eigenlijk een nieuwe geluidsband voor de gelijknamige film van James Bidgood uit 1971. De drie eerste nummers van het optreden komen uit de soundtrack van deze homo-erotische film. Niet dat de film zo’n grote indruk maakte op de groep. Luc Van Lieshout liet ons na het optreden weten dat hij het een saaie tweederangsfilm vond. Maar Tuxedomoon aanvaardde wel de opdracht om nieuwe muziek te componeren op wat volgens sommigen een cultfilm is, en dat voor L’Etrange Festival in Parijs in 2011. Het duurt nog drie jaar alvorens de muziek op vinyl en download beschikbaar is voor het grote publiek.
Bruce Geduldig mag deze keer zijn rol als filmmaker en visueel regisseur van Tuxedomoonoptredens volop waar maken. In de filmprojecties zien we vaak een vreemde creatuur opdraven, een gestalte uit zwarte slierten die bij de dokter/psychiater op consult gaat of doelloos op een bouwwerf ronddwaalt... (noot van Jan: De tapeman zou de geluidsband kunnen voorstellen, depressief vanwege de verliezende strijd tegen het digitale tijdperk. In diezelfde zin is het verdwijnen van de pelicule in het voordeel van het digitale tijdperk een van de onderliggende thema's bij Inland Empire van David Lynch...). Geduldig - gekleed in het wit kleed van een dolgedraaide professor - mag zelfs een paar keer naar voor treden om stukken verwarde proza voor te dragen op de al even verwarde beelden. Er worden ook fragmenten uit de originele film Pink Narcissus geprojecteerd.
Doch Tuxedomoon beperkt zich gelukkig niet tot het afspelen van de laatste cd. ‘Nervous Guy’ staat als volgende nummer op de setlist, en dateert reeds uit 1979. Er komen nummers uit alle periodes aan bod. ‘Cabin in the Sky’ uit 2004 wordt vertegenwoordigd met ‘A Home Away’ en ‘Annuncialto’. Oudere nummers als ‘Time To Lose’ en ‘In The Name Of Talent’ doen het ook uitstekend. Jan probeert mij één en ander wijs te maken over de instrumenten waarmee de meesters spelen (noot van Jan: Het mondstuk en de body van de klarinet op het podium waren van een verschillend merk, zoals niet ongebruikelijk bij professionele spelers…), maar faalt daar door mijn magistraal gebrek aan kennis en interesse flagrant in. ‘Mucho Colores’ wordt door Brown voorgesteld als ‘een nummer over Europa vanuit Mexico’. Brown haalde zijn inspiratie bij de zapatistische rebellenleider Subcommandante Marcos, en toont aan zijn linkse wortels nog niet kwijt te zijn. (Hij speelde in de begindagen van Tuxedomoon ook bij de linksradicale theaterformatie The Angels Of Light, die naar verloop van tijd braken met de ideologisch verwarde ‘punks’ van Tuxedomoon. En over het feit dat Pink Narcissus enkel op vinyl verscheen zei hij flegmatisch ‘that’s capitalism in all of it’s glory’.)
Jan zegt: ‘Bij Tuxedomoon gaat het niet om de nummers, het gaat om de totaalbeleving: niet om wàt ze spelen, maar omdàt ze spelen’. En dat vat één en ander perfect samen. Bij Tuxedomoon moet je niet te veel verwachtingen hebben, maar moet je gewoon van het optreden genieten. Want na een dik uur en een verbluffende versie van ‘KM / Seeding The Clouds’ uit hun debuut ‘Half Mute’ houdt de groep het voor bekeken. Na enig aandringen komt Tuxedomoon nog terug om twee oeroude nummers te spelen: ‘Joeboy The Electronic Ghost’ - destijds nog een samenwerking met de reeds vermeldde Angels Of Light - en ‘Litebulb Overkill’, de allereerste van Brown en Reininger ooit.
Als Dark Entries op stap gaat weet je nooit wat je te wachten staat. Ik ging me een avondje ontspannen en uiteindelijk staan we daar met twee zatte redacteurs de optredens te recenseren. Jan mist zijn trein naar huis (noot van Jan: Het is niet omdat de website van de NMBS zegt dat een trein op een bepaald spoor vertrekt, dat het in werkelijkheid ook dàt spoor zal zijn…) en blijft bij mij slapen, maar pas nadat hij nog een interview met Georgio afneemt (noot van Jan: Aangenaam verkennend gesprek gehad met De Duif en drummer Benjamin, maar voor een écht interview hebben we gewoon een andere afspraak gemaakt… Dit heeft u van Dark Entries nog tegoed…). De ochtend erna bel ik met een zware kater mijn werk af en bespreken we nog één en ander in verband met de website. Ik zeg niet dat het elke dag gebeurt (noot van Jan: of maand, of trimester…), maar voor de gelegenheid waren we nog eens ‘punk as hell’
Voor dit concertverslag werkten onze recensenten Xavier K. en Jan D. samen. De persoonlijke stijl van beiden markeert een verschil tussen het verslag van hoofdprogramma en hoofdact, de Eer en Glorie worden gedeeld…

woensdag, juli 13, 2011

Tuxedomoon – Secret gig (L’Archiduc, 12 juli 2011)

Maandagavond 11 juli 2011, 19u20. Via facebook wordt het bericht de wereld ingestuurd dat Tuxedomoon de volgende dag een ‘secret gig’ zal spelen in het Brusselse café L’Archiduc. Een stunt die wel wat vragen opriep: zou het werkelijk om de legendarische groep gaan? Om een zijproject? Of om een akoestische set in een beperkte bezetting? Bovendien leek de vermelde zaal erg klein om een groep van deze reikwijdte te ontvangen. We namen het zekere voor het onzekere, gooiden onze plannen voor die avond weg, verzekerden ons van een wagen en trotseerden hagelrisico en het desastreuze Brusselse verkeer om onze jeugdhelden nog eens aan het werk te zien.
Bij aankomst konden we vaststellen dat de zaal toch wel erg krap was, zodat we ons meteen strategisch positioneerden om volop van het optreden te kunnen genieten. Tweede vaststelling: de groep was wel degelijk voltallig, dus geen zijproject of beperkte bezetting. Zelfs Bruce Geduldig, die al jaren het visuele aspect van de optredens opsmukt met projecties en mimespel, was aanwezig. Een maat voor niets, want zijn projecties op een zijmuur zijn wellicht aan iedereen voorbij gegaan. Een mogelijkheid was ook dat de groep dit optreden zou gebruiken om nieuw werk uit te proberen. Niets bleek minder waar, want ze pakten uit met een klassieke set.
De aftrap gaven ze met The Waltz, van de erg succesvolle cd Holy Wars uit 1985 en al jaren een gepast startnummer bij optredens. Ze zetten voort met Muchos Colores, een nummer van de laatste plaat Vapour Trails. De in Mexico residerende saxofonist-pianist-clarinetist-en-nog-wat-meer Steven Brown heeft voor dit nummer een tekst van de zapatistische rebellenleider Subcommandante Marcos op muziek gezet. Het was Brown die in 1976 in een cursus elektronische muziek in San Francisco Blaine L. Reininger ontmoette. Reininger bleek behendig met viool en gitaar en een strijdmakker in het zoeken naar nieuwe muzikale wegen. Ze richtten samen Tuxedomoon op. Ze werkten in verschillende bezettingen samen met diverse muzikanten, maar de groep stabiliseerde zich snel rond Brown en Reininger aangevuld met Peter Principle op bas.
Na de opnames van hun debuut Half-Mute in 1980 besloot de groep om naar Europa te verhuizen. Ze gingen naar Londen om er hun succesplaat Desire op te nemen, om daarna naar Rotterdam te vertrekken en zich al even snel in Brussel te vestigen. Tuxedomoon zou nog jaren in Brussel blijven wonen, waar ze een onderkomen hadden gevonden in de legendarische concertzaal Plan K. Ze zouden er samenwerken met Crammed records, een platenlabel dat experimentele muziek en interculturele samenwerking hoog in het vaandel hield, en met de fantastische geluidskunstenaar Gilles Martin, die als producer optrad voor al hun platen uit deze periode.
Het optreden van dinsdag legde het accent op het oudere werk. Ze spelen Time To Lose, dat ongeveer ontstaan moet zijn toen de groep zich in Brussel vestigde in 1982. Er kwamen ook verschillende nummers uit hun debuut Half-Mute aan bod: Fifth Column, Tritone en een tragere versie van What Use?. Zelfs de B-zijde van de eerste single uit 1978 - Joeboy The Electronic Ghost, opgenomen in een tijd waarin de groep samenwerkte met de San Franciscaanse radicaal-linkse theaterformatie The Angels Of Light - passeerde de revue.
Uiteraard speelt de groep ook recenter werk, zoals het uitstekende instrumentale nummer Tryptich uit de Hotel Bardo Soundtrack uit 2006, waarop de verschillende muzikanten tonen wat ze allemaal in hun mars hebben. Naast Reininger, Brown en Principle speelt ook Luc Van Lieshout mee, ooit als vervanger opgeroepen toen Reininger in 1983 de groep verliet, maar die in de groep bleef nadat Reininger zich in 1988 terug bij de groep voegde.
Een hoogtepunt zijn de versies van Allemande Bleue en Courante Marocaine, die oorspronkelijk voor de EP Suite en Sous-Sol uit 1982 opgenomen werden. Op deze EP liet de groep zich bijstaan door een aantal Marokkaanse muzikanten om een pareltje van bevreemdende experimentele muziek op te dienen. Tuxedomoon heeft de nummers prachtig aangepast aan de huidige bezetting. Het kwartet sluit af met Litebulb Overkill, het allereerste nummer dat de groep samen schreef in 1977 en wel vaker de afsluiter van hun concerten. Uiteindelijk heeft de groep een dik uur gespeeld, een korte maar overtuigende set. Bovendien had je echt het gevoel dat je aan iets uitzonderlijks kon deelnemen, alsof je deelt in het geheim van een laattijdig aangekondigd concert. Een prima stunt, natuurlijk.
Je zou denken dat er een vervaldatum staat op het label ‘vernieuwend’, zeker voor een groep die nu al meer dan 30 jaar meegaat. Hoewel we het geluid van Tuxedomoon ondertussen meer dan gewend zijn, valt toch nog op hoe fris en tijdloos het geheel klinkt. Wellicht konden toehoorders die de groep nog niet kenden niet vermoedden dat het gros van het werk van dinsdagavond uit de jaren 80 stamt. Tuxedomoon is erin geslaagd om zijn geluid actueel te houden, mede door het erg bescheiden gebruik van de drumcomputer en de technische bekwaamheid van de muzikanten. De groep verkeert duidelijk in topvorm. Het is uitkijken naar meer optredens van de cultformatie. 


Video: oorspronkelijke versie van het nummer Joeboy The Electronic Ghost uit 1977

zaterdag, oktober 20, 2007

30 jaar Tuxedomoon

Tuxedomoon viert zijn 30ste verjaardag. Dat deden ze door verleden week twee opeenvolgende avonden te spelen in de Brusselse beursschouwburg. Op de eerste avond speelden ze een selectie van hun beste nummers van de afgelopen drie decennia. Op de tweede avond stelden ze hun nieuwe plaat Vapour Trails voor. De groep stond borg voor twee avonden hoogstaande muziek, met een goed evenwicht tussen verassing en herkenbaarheid.

No Tears
Tuxedomoon ontstaat in 1977 in San Franscisco. Blaine L. Reininger en Steven Brown ontmoeten elkaar in een cursus elektronische muziek. Ze zijn onder de indruk van elkaars werk en organiseren een gemeenschappelijke jamsessie. Na een tijdje in los verband met leden van de linksradicale theaterformatie The Angels Of Light te werken, versterken gitarist Michael Belfer, drummer Paul Zahl en extra zanger Winston Tong de groep. Onder deze bezetting nemen ze in 1978 de ep No Tears op, tot op vandaag een cultplaat uit de elektronische avant-garde.

Na een breuk met The Angels Of Light (de theaterformatie vond de ‘punks’ van Tuxedomoon ideologisch verward) gaat Tuxedomoon op zoek naar nieuw personeel. Peter Dachert meldt zich enthousiast aan, en zal onder de naam Peter Principle de groep vervoegen. De mythe wil dat Principle slechts voor een paar optredens aangenomen werd omdat hij als enige over een werkende versterker beschikte. Hij is sindsdien één van de vaste groepsleden. Hij speelt voor het eerst mee op de in 1979 uitgegeven ep Scream With A View.

In 1980 brengt Tuxedomoon - gereduceert tot het trio Brown, Reininger en Principle - hun debuutplaat Half Mute uit. Hierop zijn de elementen aanwezig die vanaf dan het geluid van Tuxedomoon zullen typeren: elektronische ritmes, keyboards en effecten, de repetitieve bas van Principle waarover Brown en Reininger de vrije loop krijgen op respectievelijk sax en viool. De plaat wordt goed ontvangen. De groep kijkt al snel uit naar andere horizonten, met name naar Europa.

Victims of the Dance
Tuxedomoon gaat naar Londen om er Desire op te nemen, waarmee ze haar reputatie als nonconforme New Wave-formatie helemaal vestigt. Het enthousiaste onthaal in Nederland doet de groep beslissen om meteen naar Rotterdam te verhuizen. Ze beginnen er te werken aan hun Suite En Sous-Sol, een woordspeling op het keldertje waarin ze repeteren.

Als Maurice Béjart de groep vraagt om muziek te leveren voor een ballet geïnspireerd op het leven van Greta Garbo verhuizen ze naar Brussel, vanwaar ze de volgende jaren zullen opereren. De ambitie van Tuxedomoon om muziek te vermengen met theater en film begint vorm te krijgen. Divine van Béjart zal slechts één keer opgevoerd worden, maar Tuxedomoon zal de soundtrack apart uitbrengen. De plaat laat opnieuw een groep horen die een zeer eigen muzikale koers vaart.

Al snel volgt de uitgave van Suite en Sous-Sol, dat nog aparter is. De groep vermengt er haar experimenteel geluid met Marokkaanse instrumenten en ritmes. Er spelen ook een aantal Marokkaanse muzikanten op de plaat mee. Het geheel geeft een sfeer van vervreemding en paranoia weer van een multiculturele grootstad. (Ik denk hierbij steeds aan het aflopen van de Anspachlaan richting Zuidstation in Brussel, daar waar men zich afvraagt of men nog wel in België is.)

A Mystic Death
In hetzelfde jaar krijgt de groep een voorstel om mee een theatervoorstelling op te zetten in Italië: The Ghost Sonata van August Strindberg. Het doel om muziek, film en theater te verweven lijkt in dit project helemaal verwezenlijkt. Na eerst de soundtrack afgewerkt te hebben begint de groep aan de videobeelden die ze willen projecteren tijdens de opvoering. Het geheel moet echter onder grote tijdsdruk gebeuren en de groep wordt met vele tegenslagen geconfronteerd.

Van de geplande openluchtopvoeringen kunnen er slechts twee probleemloos doorgaan. Tuxedomoon is na afloop volledig opgebrand en de groepsleden zijn van elkaar vervreemd. Vijf maanden later zal Blaine L. Reininger de groep verlaten. In 1990, als Reininger de groep terug vervoegd heeft, wordt de sountrack van The Ghost Sonata verder afgewerkt en opgenomen, wat een uitstekende cd-uitgave oplevert.

Het duurt even voor de groep terug op adem komt. In 1985 staan ze er weer helemaal met Holy Wars. Deze voortreffelijke plaat wordt ook hun grootste commerciële succes. Om Reininger te vervangen zijn een aantal nieuwe muzikanten opgenomen, waaronder Luc Van Lieshout, die sindsdien een vaste waarde is in Tuxedomoon. Ze brengen in de tweede helft van de jaren ’80 nog twee platen uit: Ship Of Fools (1986) en You (1987).

In a manner of Speaking
In 1988 keert Blaine L. Reininger terug en gaat Tuxedomoon uitgebreid toeren. Ze brengen Pinheads On The Move uit, een compilatie van nummers uit hun beginperiode, en de eerder vermelde cd-versie van The Ghost Sonata. In 1997 gaat Tuxedomoon, waarvan de leden ondertussen over de wereld uitgezwermd zijn, opnieuw op tournee. Ze plannen een nieuwe plaat, maar verder dan een live-cd komen ze niet. De groep zal vanaf dan occasioneel samen spelen. In 2005 brengen ze hun eerste studioplaat in meer dan een decenium uit, Cabin In The Sky.

Nu is er ook een opvolger, Vapour Trails. De uitgave van de nieuwe plaat valt samen met de dertigjarige verjaardag van Tuxedomoon, en dat wordt gevierd met twee exclusieve concerten in de beursschouwburg van Brussel. Op het eerste concert blikken ze terug op hun rijk gevulde carrière, op hun tweede concert stellen ze hun nieuwe werk voor.

In retrospect – 11/10
Op het eerste concert stak de groep van wal met drie nummers uit hun Suite en Sous-Sol: Prelude, Allemande Bleue en Courante Marocaine. De Marokaanse muzikanten ontbreken, maar de groep weet in de huidige bezetting uitstekende versies te brengen. Het maakt van meet af aan duidelijk dat de groep niet zomaar de originele versies zal overnemen. Meteen volgt Some Guys, van de commercieel meest succesvolle plaat Holy Wars.

Reininger, die traditioneel de rol van lolbroek op zich mocht nemen, had zich voorgenomen om geen nummers meer aan te kondigen, maar kon het niet laten om voor de aanvang van Litebulb Overkill te verduidelijken dat dit het allereerste nummer was dat de groep samen geschreven had, exact 30 jaar geleden.

Volgen nog: Atlantis, The Cage, Time To Lose… Brown vermeldt dat veel van dit werk in Brussel geschreven is. Ongetwijfeld de reden waarom het verjaardagsconcert hier moest plaatsvinden. Bruce Geduldig mocht de optredens van een origineel visueel aspect voorzien aan de hand van video, lichtspel en allerhande spitsvondigheden. Desire, van de gelijknamige cultplaat uit 1981 werd opgevoerd en ook uit de eerste plaat Half mute werden verschillende nummers gespeeld. Als bisnummers kregen we nog This Beast, Luther Blisset en Egypt, afsluiters van een uitstekend concert.

The new album – 12/10
De opzet van de tweede avond was iets gewaagder, en er kwam dan ook minder volk opdagen. Ikzelf had verwacht dat ze de nieuwe plaat integraal zouden spelen, maar de groep had het breder opgevat. Ze speelden nummers uit de laatste drie cd’s: Cabin in the Sky uit 2005, Hotel Bardo Soundtrack uit 2006 en het gloednieuwe Vapour Trails.

De avond voordien kwam veel werk uit de tijd dat de hele groep in Brussel verbleef. Voor de nieuwe Tuxedomoon de wereld een dorp geworden. De leden leven in Athene, Mexico, New York, San Franscisco en Brussel. Cabin in the Sky werd in Italië opgenomen, Hotel Bardo in San Fransisco en Vapour Trails in Athene, in een studio met zicht op het acropolis. Ook de muziek klinkt meer dan ooit internationaal, met naast het Engels ook plaats voor Grieks (Big Olive), Italiaans (verschillende nummers uit Cabin In The Sky) of Spaans (Muchos Colores, gebaseerd op een tekst van de Zapatistische rebellenleider Subcommandante Marcos).

Met uitzondering van Cabin in the sky had ik het nieuwe materiaal amper gehoord en kon ik dus onbevooroordeeld naar het optreden gaan. Verassend genoeg vond ik de instrumentale nummers uit de Hotel Bardo Soundtrack de beste nummers van de avond. Deze nummers zijn eigenlijk ontstaan uit muziekimprovisaties tijdens de optredens van de afgelopen twee jaar en zijn uitzonderlijk uitgegeven in the Made to Measure-reeks van het Brusselse Crammed Records.

Effervescing
Het Crammed-label had Tuxedomoon in 1985 met open armen ontvangen en meteen via een speciaal opgerichte subafdeling het volledige werk van de groep heruitgegeven. Het verdiende terecht veel waardering door in de jaren ’80 artiesten van over de hele wereld te laten samenwerken aan letterlijk grensloze muziek. De Made to Measure-reeks werd gestart om experimentele instrumentale samenwerkingen te organiseren tussen de artiesten van het label. De reeks werd eigenlijk al afgesloten, maar voor Hotel Bardo werd nog een uitzondering gemaakt.

De nieuwe plaat Vapour Trails komt ook uit in een box met een extra live-cd en onuitgegeven werk op cd en dvd. De dvd maakt een hoop filmarchief uit de jaren tachtig voor het eerst op dvd beschikbaar. Het interessantste is zonder twijfel de vernieuwde filmversie van The Ghost Sonata. Nadat de groep besloten had van het oorspronkelijke stuk van Strindberg enkel de naam en het fin de siècle-gevoel over te houden, gingen ze op zoek naar vernieuwende ideeën voor de toneelopvoering. Winston Tong kwam met het voorstel om elk groepslid zijn eigen zelfmoord te laten regiseren. Later besloot de groep er een ‘opera zonder woorden’ van te maken. Er werden filmopnamen gemaakt om tijdens de opvoering af te spelen, en ook de opvoeringen werden gefilmd.

Van deze opnamen was in de jaren ’80 al een video uitgegeven, maar nu werden de videobeelden herwerkt op de geluidsband die in 1990 opgenomen werd, de officiële cd-uitgave van The Ghost Sonata. Op deze dvd kan je dus zien hoe Blaine Reininger zich doodzuipt, hoe Steven Brown zich ophangt nadat hij in een glazen bol de aftakeling van zijn lichaam aanschouwt, hoe Peter Principle een actrice die door zwarte magie in een fles geschrompen is opdrinkt en zo zichzelf vergiftigt…

The Electronic Ghost
De dvd bevat ook nog wat oude beelden uit de beginperiode van eind jaren ’70 die best onderhoudend zijn. Daarnaast heb je recht op alle videoclips die gemaakt zijn in de hoop ooit op MTV gespeeld te worden, maar nooit vertoond zijn op eender welke zender, plus nog wat live opnames en reportages. In totaal is dat bijna drie uur film waarvan de kwaliteit weliswaar varieert, maar die toch fijn zijn om te hebben.

In de box zit ook een cd met onuitgegeven werk. De nummers zijn zo gekozen dat ze een overzicht geven van de hele carrière van Tuxedomoon, al komt het gros van het materiaal uit de jaren ’70 en ’80. Voor de verzamelaar is dit eveneens een leuke toegift. Tenslotte krijg je een live-cd van het concert dat Tuxedomoon eerder dit jaar deed. Deze cd komt erg overeen met het optreden van verleden vrijdag. Ikzelf vind de live-uitvoeringen op het concert en op deze cd eigenlijk beter dan de nieuwe studio-opnames.

Voor de verjaardag van de cultgroep werden de fans behoorlijk in de watjes gelegd. Twee optredens en een cd-box. Men gaat ervan wensen dat de groep nog vaak verjaart. Een gelukkige verjaardag dus en hopelijk nog meer van dat.