Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

zondag, oktober 15, 2017

Lol Tolhurts: Cured. The tale of two imaginary boys

‘Ik wist dat ik iets moest schrijven. Niet gewoon het verhaal van de groep, maar het verhaal van een bevrijding.’ We starten waar het opmerkelijke boek van Lol Tolhurst, stichtend lid van The Cure, eindigt. Al op de eerste pagina waarschuwt Tolhurst dat zijn boek niet zomaar zijn autobiografie is. Het zijn zijn memoires, zijn versie van de feiten.

Ik vroeg me bij het openen van het boek af of het iets wezenlijk zou bijbrengen aan wat we al weten over The Cure, vooral in de wetenschap dat Tolhurts al de voornaamste bron was van biografieën als ‘Never Enough. The story of The Cure’ door Jeff Apter, een goed boek dat evenwel meer op het popfenomeen Cure focust, met enig onbegrip voor de meer donkere kant van de groep.

Ik zat er ver naast. Met ‘Cured. The story of two imaginary boys’ heeft Tolhurst voor een heel andere invalshoek gekozen. Het is een heel persoonlijk verhaal geworden, dat start met de eerste ontmoeting tussen Tolhurst en Robert Smith, toen ze als vijfjarige kleuters dezelfde bus moesten nemen naar een katholieke school in Crawley.

Het boek is onderverdeeld in drie delen. Het eerste deel wordt volledig besteed aan de kindertijd van Tolhurst en Smith, inclusief de eerste muzikale stappen, optredens en opnames, tot aan het contract met Fiction dat de leden de mogelijkheid gaf om professionele muzikanten te worden en platen uit te brengen. Hier horen de nodige anekdotes bij over het uitgaansleven, de eerste liefjes, de manier waarop het extravagante trio Smith-Tolhurst-Dempsey het moest ontgelden bij meer conformistische jongeren en extreemrechtse skinheads, et cetera.

In het tweede en meest omvangrijke deel vertelt Tolhurst over zijn ervaringen in The Cure. Zijn relaas is grotendeels persoonlijk, en bevat natuurlijk de beruchte episodes, zoals die nacht waarop Tolhurst op een zatte avond in alle haast in een badkamer liep en per ongeluk op het been van Billy Idol piste, net toen deze de liefde ging bedrijven met een groupie. Of de avond waarop Robert Smith en Simon Gallup met elkaar op de vuist gingen en zo een eind maakten aan het succesvolle trio, in de tournee die volgde op 'Pornography'.

Als Smith Tolhurst later contacteert om de groep als duo verder te zetten, neemt het verhaal een heel andere wending. Het is nog steeds het verhaal van Tolhurst in The Cure, maar het accent ligt meer en meer op een ander facet van de man in de groep, een uitermate destructief aspect dat uiteindelijk tot het vertrek van de schrijver zal leiden: Tolhursts steeds driester wordende alcoholverslaving.

Eigenlijk liep alcohol reeds als een rode draad door het boek. Het begint met de alcoholverslaving van Tolhursts vader, een reden waarom Tolhurst noch zijn familie ooit vrienden of kennissen bij hen thuis uitnodigden. De kinderen hadden geleerd hun vader te ontwijken, zeker als hij gedronken had. Tolhurst vertelt ook over zijn eerste glazen op een feestje van zijn broer, en hoe deze dezelfde nacht al leidden tot zijn eerste blackout.

Tolhurst was - net als de andere leden van The Cure - een hevig drinker, maar na ‘The Top’ en zeker ‘The Head On The Door’ was de zaak volledig uit de hand gelopen en hinderde zijn verslaving zijn creatieve inbreng op ernstige wijze. Er volgen heel wat anekdotes over dronken nachten, ongevallen of zelfs arrestaties.

Tolhurst vertelt hoe Porl Thompson tijdens de opnames van ‘Kiss Me Kiss Me Kiss Me’ naast hem kwam zitten en hem vertelde dat niemand hem kwalijk zou nemen indien hij professionele hulp zou opzoeken. Tolhurst bleef het probleem echter wegwuiven en dacht dat hij het zelf ging kunnen overwinnen.

Het is intussen bij iedereen bekend dat Tolhurst bijna niets bijdroeg aan ‘Disintegration’. Na de opnames van de plaat - die Tolhurst in het bijzijn van de hele groep afbrak, misschien omwille van het besef dat hij er te weinig aan had bijgedragen - stelde de vraag zich of Tolhurst mee op tournee kon. De spanningen in de groep waren al hoog opgelopen, en uiteindelijk nam Robert Smith de onvermijdelijke beslissing: Tolhurst aan de deur zetten.

Daar begint het derde deel van het boek. Tolhurst laat zich opnemen en bevrijdt zichzelf van de alcohol. Hij blijft evenwel afgunstig en revanchistisch. Hoewel The Cure hem ongelooflijk rijk heeft gemaakt, daagt hij de groep voor de rechtbank over auteursrechten. Een zaak die hij smadelijk verliest, waarna hij ook scheidt van zijn vrouw en kind. Tolhurst zit helemaal aan de grond, en heeft een tijdlang geen vaste woonplaats meer. Hij logeert bij vrienden en is al zijn geld kwijt.

Om zich uit de negatieve spiraal te trekken, zondert hij zich een tijd af in de woestijn. Het wordt een keerpunt waarna hij zijn leven terug opbouwt. Hij vindt een nieuwe partner waarmee hij na verloop van tijd muziek begint te maken onder de naam Levinhurst. In 2000 verzoent hij zich met Robert Smith en The Cure, en in 2011 speelt hij zelfs een aantal keren met The Cure in de ‘Reflections-tour’. Het boek eindigt dan ook positief, en dat is bewust gedaan.

Lol Tolhurst heeft Robert Smith een kopie gegeven van dit boek. ‘Ik weet dat ik al van hem gehoord zou hebben indien hij het niet goed zou vinden.’ Het dient gezegd te worden dat Tolhurst erg vriendelijk blijft voor zijn voormalige medemuzikanten. Er staat werkelijk geen negatief woord over hen in het boek. Tolhurst vermeldt niet eens dat Simon Gallup een paar jaar na zijn vertrek uit The Cure ook opgenomen moest worden om zijn drankverslaving, wat in deze context toch wel interessant was geweest.

Hij zegt wel dat er soms gevochten werd bij The Cure, iets wat wellicht niet past bij het imago van de groep bij het grote publiek. In de begindagen wilden de groepsleden wel eens het publiek in springen om af te rekenen met lastige mensen in het publiek. (Het waren de hoogdagen van de punk, nietwaar.) Dat Tolhurst binnen de groep vaak de uitlaatklep was voor frustratie en agressie van anderen, houdt hij weer voor zich.

Tolhurst is erg streng voor zichzelf en durft gerust beschamende dingen toe te geven. Toch heeft hij niet de moed om heel diep in te gaan op het proces tegen The Cure. (Of zou hij tegen het einde van het boek gewoon minder nauwkeurig te werk zijn gegaan?) Zo klopt het niet dat Tolhurst hetzelfde verdiende als de andere groepsleden in The Cure zoals in het boek staat. Hij verdiende als stichtend lid aanzienlijk meer dan de rest - op Robert Smith na, uiteraard - terwijl zijn inbreng veel kleiner was. Dit is misschien de reden waarom Tolhurst het ‘memoires’ noemt en geen autobiografie.

Wat het boek zeker uitzonderlijk maakt, is de openheid waarmee Tolhurst praat over zijn alcoholverslaving. Wat voor de ene vooral een razend interessant boek zal zijn over The Cure, zal voor anderen ook het verhaal zijn van een succesvol leven dat vernield werd door alcohol, en dan van schroot terug moest opgebouwd worden. Het samengaan van beiden maakt dit boek dubbel aanbevelenswaardig.

Lol Tolhurst


dinsdag, april 28, 2015

Alain Vanclooster & Steven Selschotter: Ik, Christoforus van Canaan

‘Ik, Christoforus van Canaan’ is de derde dichtbundel van Alain Vanclooster. Vanclooster lijkt daarbij zijn eigen weg en stijl uitgewerkt te hebben volgens een interessant concept: het hervertellen van klassieke, eeuwenoude parabels en mythen, terwijl hij zich daarbij ontdoet van alle onnodige ballast en achterhaalde wereldbeelden.

Vanclooster debuteerde in 2011 met ‘Vroeger is een haas’, een verzameling gedichten die over een periode van 25 jaar geschreven zijn. De gedichten waren fris en complexloos, maar Vanclooster zou snel andere en meer gevorderde terreinen opzoeken. In 2012 kwam ‘Alena van Dilbeek’ uit, een hervertelling van de legende van de heilige Alena, die teruggaat tot de 7de eeuw en in de 16de eeuw neergeschreven werd.

De heilige Alena van Dilbeek was de dochter van de heidense Frankische vorst Levold, die in het bezit was van Dilbeek. Alena geraakte verliefd op Pieter, een jonge christen die Alena en haar vader op een dag uit de nood hielp. Christenen werden onder koning Levold zwaar vervolgd, en vooral Levolds zonen blonken uit in wreedheid tegenover hen. Levold verbood Alena dan ook om Pieter te zien. Tegen het advies van haar vader in trok ze elke nacht met Pieter naar de missen in de bossen van Vorst, en ontpopte zich tot een populaire exegete en predikante. Uiteindelijk werd ze betrapt en door haar broers vermoord.

Wat er speciaal is aan het verhaal van Vanclooster? Dat het zowel hartverscheurend als hartverwarmend is, in vlotte, toegankelijke en liederlijke taal geschreven, en vooral dat het in een fris kleedje gestopt werd, weg van het klassieke verhaal van de vrome, onderworpen vrouw, maar in de optiek van een speels en vooruitstrevend christendom - niet dat ik me daar toe aangetrokken voel, maar dat ligt aan mij - waarin man en vrouw gelijk zijn en waarin liefde en verdraagzaamheid centraal staan. Het concept voor de dichtbundel ging terug tot 2004, toen Vanclooster een eerste versie voordroeg op de Week van de Amateurkunsten. Om het verhaal te schrijven spendeerde hij weken in bibliotheken en archieven op zoek naar hagiografieën, interpretaties en andere teksten die hij als bronmateriaal kon gebruiken.

Diezelfde oefening doet hij nu opnieuw met ‘Ik, Christoforus van Canaan’. Hij kiest opnieuw een heilige uit (Christoforus, ook bekend als Christoffel), heeft alweer extensief bronnenonderzoek gedaan en heeft alweer alles in een fris en modern kleedje gestoken… Over de historische Christoforus is heel weinig bekend. Er bestaan weliswaar verschillende legendes en gedaanten over de heilige Christoforus, patroonheilige van de reizigers. Het moet een hele taak geweest zijn voor Vanclooster om daar een coherent verhaal uit te boetseren. Hij baseert zich op de bekendste legende, die van Christoffel de Christusdrager, die hij aanvult met elementen uit de andere versies. Het verhaal is gebaseerd op de persoon van Reprobus, zoon van de koning van Canaan.

Reprobus is niet erg slim, maar is erg sterk en kerngezond. Edoch, hij heeft een kop als van een hond. Men lacht hem uit om dit gebrek. Hij wordt geplaagd, hij wordt haast gek. Hij was voorbestemd om de troon over te nemen van zijn vader, maar omwille van zijn verschijning en zijn spraakgebrek wordt hij onterfd en verstoten. Hij wil wraak nemen voor deze vernedering en sluit zich aan bij de Romeinse keizer, de grootste vijand van zijn vader. Reprobus verraadt zijn vader en dient in het Romeinse leger. Doch als de keizer - de machtigste man in de wereld - bekent bang te zijn voor de duivel en het Boze Oog, gaat hij op zoek naar de duivel en biedt hem zijn diensten aan. Reprobus wil immers enkel de machtigste dienen.

Doch Reprobus begint zich schuldig te voelen over het verraden van zijn vader en het kwaad dat hij in naam van de duivel aanricht. Bovendien komt hij er achter dat de duivel een zekere Christus vreest, en dus niet de machtigste man ter wereld is. Reprobus besluit geen enkele meester meer te dienen en terug te keren naar zijn geboortestreek. Onderweg komt hij de kluizenaar Bartholomeus tegen, die de uitgehongerde en oververmoeide Reprobus bij hem laat rusten en helpt om god te vinden door dienstig te zijn zonder onderdanig te zijn. Hij wijst Reprobus de rivier waar hij met zijn sterke gestalte mensen kan helpen oversteken.

Op een dag draagt Reprobus een kind over de rivier. Het kind wordt steeds zwaarder gedurende de rit terwijl de stroming almaar wilder tekeer gaat. Het vergt een uiterste krachtinspanning van Reprobus om de oever te bereiken. Het kind zal zich dan uiten als Christus, en verkondigt dat Reprobus met hem de lasten van de hele wereld op zijn schouders heeft gedragen. Hij herdoopt Reprobus tot Christoforus: hij die Christus draagt. Tot slot gebiedt Christus Christoforus om terug te gaan naar zijn thuis, waar zijn vader op sterven ligt.

Hier wijkt Vanclooster af van de oorspronkelijke mythologie, zoals hij dat trouwens ook al deed in ‘Alena van Dilbeek’. Christoforus wordt immers niet doodgemarteld door meer dan 400 soldaten waarvan tallozen sneuvelen en anderen zich bekeren tot het christendom. In het verhaal van Vanclooster krijgt Christoforus na zijn ontmoeting met Christus een menselijk gezicht. Door deze opmerkelijke draai en de herhaling van motieven doorheen het verhaal laat Vanclooster je achter met een warm en knus gevoel, alsof je zelf mee op zoek bent gegaan naar de zin van je leven en eveneens het antwoord gevonden hebt.

Zowel deze dichtbundel als de voorganger ‘Alena van Dilbeek’ werden geïllustreerd door Steven Selschotter, een leraar plastische kunsten die toevallig ook de neef van de dichter is. Net zoals Vanclooster slaagt Selschjotter erin met een minimum aan middelen - zwarte inkt op papier - verfijnde illustraties te maken die hartverwarmend zijn. Vanclooster en Selschotter hebben goed begrepen dat eenvoud soms de beste manier is om mensen geweldloos te ontwapenen, en dat is ook wat ze met deze bundel doen.