Posts tonen met het label Neofolk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Neofolk. Alle posts tonen

maandag, maart 07, 2022

Death in Rome schrijft hymne bij bestorming van het Capitool

'Het is niet de job van een artiest om politieke statements te maken. Het beste wat we kunnen doen is een soundtrack aanbieden over historische gebeurtenissen.' Aan het woord is Death in Rome, en het historisch evenement dat ze in de verf willen zetten is uiteraard de bestorming van het Capitool twee dagen geleden. Dit doen ze met het nummer 'White House Tomorrow', dat ze samen met hun collega's van King Dude - ook een aanbevelingswaardige neofolkgroep - hebben opgenomen. Het nummer klinkt ijzingwekkend serieus, en daar zijn de beelden van de clip niet vreemd aan.

Death in Rome is zoals elke zichzelf respecterende neofolkgroep berucht omwille van geruchten rond ranzige politieke voorkeuren, en ze weten van dit wapen net als Rome of Death in June - de groepsnaam is een eerbetoon aan deze groepen - behendig gebruik te maken. Hoe ze zo snel op de gebeurtenissen in de VS kunnen inspelen? Omdat ze het nummer al eerder opgenomen hebben als hun herwerking van het nummer 'Disneyland Tomorrow' van TV Smith. Voeg daar wat beelden van de bestorming van het Capitool aan toe, een extract uit de opruiende speech van Trump, en je hebt weer een typische cocktail die Death in Rome veel aandacht zal opleveren.

Update 9/01/2021: Intussen leren we dat het facebook-account van King Dude voor 30 dagen geblokkeerd is na het posten van het nummer 'White House Tomorrow' (het account is bereikbaar, maar de groep kan niets posten).

dinsdag, april 12, 2016

Jozef Van Wissem: When Shall This Bright Day Begin

De luit. Een eeuwenoud instrument afkomstig uit de Arabische en Perzische Oed. In de late middeleeuwen begon het instrument aan zijn opmars in Europa, en vooral in de renaissance en de barok was het instrument erg populair. Jozef Van Wissem grijpt terug naar de luiten zoals ze in de tijd geconcipieerd waren, maar steekt ze muzikaal in een fris kleedje.

Van Wissem is actief sinds 2000 en heeft vooral veel faam verworven door zijn uitgaven met punk-regisseur Jim Jarbusch (of zijn groep SQÜRL), met wie hij twee cd’s uitbracht en voor wie hij filmmuziek schreef. Hij heeft nog tal van samenwerkingen op zijn naam, onder meer met Maurizio Bianchi en Gary Lucas.

Ook hier neemt hij schoon volk mee. Of wat dacht u van Zola Jesus? Haar stem past perfect op ‘Ruins’, een hoogtepunt op de cd. Haar achtergrondzang op opener ‘To Lose Yourself Forever Is Eternal Happiness’ schept de sombere sfeer die heel de cd kenmerkt. De nummers waarop Van Wissem zelf zijn eigen grafstem laat weerklinken zijn wellicht het meest kil, terwijl de gesproken samples ons doen denken aan Godspeed You! Black Emperor, en dat vinden we ook een mooie referentie.

Voor wie Van Wissem nog niet kent is het wellicht even wennen, want dit is best wel eigenzinnige muziek. Zijn muziek is bijzonder minimaal, met soms slechts een paar luitakkoorden, repetitief getokkel en ijle elektronica op de achtergrond. Tegelijkertijd sluit het aan bij hedendaagse klassieke muziek. Al bij al is dit bijzonder intrigerende en rustgevende muziek, maar wel met een erg donker kantje.


Bekijk de zeer mooie clip bij Ruins, door regissseur Michael Lee Nirenberg:

Hekate: Ik heb de vaste overtuiging dat we uit mythen en legenden dingen kunnen leren voor ons eigen leven en voor onze ontwikkeling.

Hekate speelt binnenkort op op Black Easter. Aangezien ik deze groep en hun uiterst interessant werk al langer volg, leek het me een goede gelegenheid om de groep eens te interviewen. Om er iets speciaals van te maken, heb ik zanger en percussionist Axel Menz voorgesteld om een overzicht van de carrière van de groep te geven aan de hand van hun discografie.

Hekate zag het licht in 1993. In de eerste jaren werkten jullie veel samen met Chorea Minor. De muziek bestond vooral uit elektronica en percussie. Jullie hebben samen twee uitgaves gemaakt: ‘Sanctuary’ in 1993 en ‘The Seventh Sign’ in 1995. Daarna viel de groep uit elkaar. Wat is er in die aanvangsjaren gebeurd?

Onze eerste jaren waren erg spannend. Wij waren allemaal kinderen uit de jaren 80, die van de darkwave uit de jaren 80 naar de opkomende gothic scene trokken. Er was een kleine club in onze geboortestad Koblenz. De dj speelde er naast de hits van gebruikelijke groepen als The Cure, Joy Division of ook Depeche Mode ook heel obscure dingen. Hier leerden we de muziek van Current 93, Death In June, Coil, Delerium en Dead Can Dance kennen. Dat was voor ons een openbaring. Wij waren helemaal geen muzikanten, maar het idee was geboren om ook iets in die stijl te maken. Ik kocht op een antiekmarkt oude militaire ketelpauken en onze toetsenist kocht de legendarische K2000 synthesizer, die bijvoorbeeld door Douglas P. op zijn ‘But what ends when the symbol shatters’-lp gebruikt werd.

Mario noemde zichzelf voortaan Chorea Minor en zei me dat hij nooit een deel van Hekate kon zijn, daar hij zich in de toekomst meer aan ambient muziek wou wijden. We begonnen met de ‘Sacnctuary’-cassette en speelden op verschillende kunsttentoonstellingen, onder meer voor A.R. Penck, die ons zo opmerkte. Uit de experimentele fase zijn helaas enkel cassetteopnames overgebleven. Chorea Minor kwam dan met het idee om het christelijk geloof te behandelen. Zo ontstond ‘The Seventh Sign’, de eerste Hekate en Chorea Minor split-cd. Die thematiek leidde bij mij tot een afwijzing van het dogmatische christelijke geloof en uiteindelijk ook tot het einde van de samenwerking. Ik had toen al Achim en Susi leren kennen. Susi was al op ‘The Seventh Sign’ onze zangeres. Achim kwam er na de productie van de cd bij, en het werd een tot op heden voortdurende band van vriendschap en vertrouwen. Met Chorea Minor zijn we tot op heden vriendschappelijk verbonden. We hebben op het WGT 2012 in Leipzig samen het nummer ‘Endless Life’ gespeeld, wat ons veel plezier heeft gedaan.

In 1998 kwam jullie eerste lp uit: ‘Hambach 1848’, speciaal voor de herdenking 150 jaar na de mislukte Duitse revolutie van 1848. Wat was jullie motivatie om rond dit thema te werken?

‘Hambach 1848’ was voor ons werkelijk een uiteenzetting rond de demokratiebeweging in Duitsland. Ik ben met die nummers in de jeugdbeweging opgegroeid en heb ze vaak in het ouderlijke huis gehoord. De lp was absoluut een diepe beschouwing rond het thema, en had voor mij met identiteit en cultuur te maken.

Helaas hebben sommigen - zelfs uit akademische kringen - jullie destijds beschuldigd van extreemrechtse ideeën. Dat is vreemd, aangezien de nummers op ‘Hambach 1848’ liederen uit een democratische beweging waren. Hoe voelden jullie zich bij deze beschuldiging?

Het was een verschrikkelijke tijd. Er was aan de hogeschool van Koblenz een lezing van een professor over de nieuwrechtse beweging in Duitsland. Hij zag in ons jonge academici die trachtten nationalistische en nieuwrechtse ideeën onder het volk te verspreiden. Bovendien zei hij dat we in de toekomst zeker hoge akademische ambten zouden bezetten om onze ideeën beter in Duitsland te verspreiden. Ik werk momenteel met minderjarige niet-begeleide vluchtelingen in een school en leer die kinderen de Duitse taal aan. Die beschuldiging was absurd en bedrieglijk. De kritiek kwam van een mens die uit de 68ers beweging stamde en dus de leeftijd van onze ouders had. Zij hoorden in hun jeugd deze liederen, en plots is er een groep met een hoop trommels en zwarte kleren die ze speelden. Dat werkte provocerend en afstotend op die mensen die in hun jeugd alternatieve hippies waren. In hun ogen kon dat enkel rechts zijn. Het heeft jarenlange inspanningen gevergd om te tonen dat we vooral muzikanten, individuen en kunstenaars zijn die in de eerste plaats mensen willen onderhouden. Kunst mag provoceren, en dat is ook goed zo.

‘Sonnentanz’ was jullie eerste volledige cd met eigen composities. Het is opnieuw een conceptalbum over de ‘Bündische Jugend’, de Duitse jeugdbewegingen in het interbellum. De cd bezingt de romantische kant van deze bewegingen, hun bond met de natuur en hun drang naar vrijheid. Sommige van deze bewegingen waren haarden van verzet tegen de nazi’s. Axel, je grootvader was lid van één van die bewegingen. Was hij de inspiratie voor deze cd?

In deze tijd waren veel groepen kopieën van de toenmalige grote helden van de neofolk. Ongelooflijk veel groepen oriënteerden zich naar de Engelse voorbeelden, meer of minder goed. Ikzelf vond deze muzikale ideeën goed, maar ik wou er toch een meer eigen persoonlijke inhoud aan geven. Ik stam zelf uit de Bundische Jügend. Mijn vader en ik behoorden tot de Nerother Wandervogel. Mijn grootvader en zijn broer stamden uit een groep jongeren van de ‘1.11’. Mijn familie komt uit Keulen Ehrenfeld. Mijn grootvader en zijn broer sympatiseerden met de ‘Edelweispiraten’, destijds een verbond van jongeren die geen zin hadden om zich bij de Hitlerjugend en de ermee verbonden Gleichschaltung (gelijkschakeling) aan te sluiten. In het geheim gingen ze verder en hebben hun eigen liederen en traditie gekoesterd. Ja, ik geloof dat het voor mij belangrijk was om deze beweging - die altijd een deel van mijn familie was en is - voor te stellen.

‘Tempeltänze’ (2002) was gevarieerd en ging verder in de richting van middeleeuwse muziek en wereldmuziek. Jullie ontdekten nieuwe instrumenten en waren geïnteresseerd om nieuwe muziekstijlen te ontdekken. Wat herinner je je uit die tijd?

‘Tempeltänze’ was vooral geïnspireerd door onze interesse in het heidendom en de daaraan verbonden energie. Tegelijkertijd werd ook een breuk duidelijk. Ik had me destijds verder ontwikkeld en wou muzikaal nieuwe dingen uitproberen, mar het muzikale kunnen ontbrak ons nog. Achim en Susi ontwikkelden zich eveneens verder. Achim en ik trokken de stad uit, naar het platteland. Ik zocht vele krachtoorden in de natuur op en zo vond ik bijvoorbeeld de ‘Mithras Garden’, een Romeinse tempeltuin, aan een bron gelegen in het diepste van het Soonwoud. Daar kwam ik ik op het idee voor ‘Mithras Garden’. Een visioen die ik daar had toonde me een toekomst die met veel lijden en verlies verbonden was, maar ook met de hoop dat uit dit lijden een nieuwe kracht zou ontstaan die een oneindige vloed voorstelde. ‘In Mithras Garden I saw my Father I saw my mother I pray for our time and Age’. In deze tijd leerden we Andrea van Hagalaz’ Runendance kennen en werkten we met haar samen.

‘Goddess’ uit 2004 is gebaseerd op legenden en mythologieën. Het bevat liederen over de legenden van Morgane, Barbarossa of de stierenkultus op het eiland Kreta. Montségur vertelt over de geschiedenis van de katharen, een religieuze beweging die in het middeleeuwse Frankrijk vervolgd werd. Ik weet dat jullie zich als een heidense groep beschouwen. De naam Hekate verwijst naar de Griekse godin van de maan, de aarde en de onderwereld. Waarom zijn jullie zo in deze thema’s geïnteresseerd?

Deze thema’s boeien me al zolang ik denken kan. Ik heb de vaste overtuiging dat we uit mythen en legenden dingen kunnen leren voor ons eigen leven en voor onze ontwikkeling. Het zijn verhalen over onze gelijken en hun afkomst. Uiteindelijk ontstaan we uit de goddelijkheid van de natuur waaruit alles ontspringt en alles ook naar terugkeert. De natuur is de bron van onze inspiratie. De zon in de geest. De schijn van de maan. De aarde, mijn moeder. (Die Sonne im Geiste. Der Mond im Glanze. Die Erde meine Mutter.’ een verwijzing naar een nummer op ‘Sonnentanz’, xk.) Met de productie van ‘Goddess’ was ik niet echt tevreden. Thematisch had ik ook graag teksten uit de Noordelijke en Russische mythen en sagenwereld vertoond, maar op een moment werden de productiekosten te hoog en werd het tijd om de studio-opnames te beëindigen. Titels als ‘Montségur’ zijn erg belangrijk. Ik kon het laatste jaar Montségur bezoeken en dit krachtoord heeft me oneindig gesterkt.

Na ‘Goddess’ en de viering van tien jaar Hekate hebben jullie een lange tijd niets meer uitgegeven. Pas in 2011 kwamen jullie terug met ‘Die Welt der dunklen Gärten’, een uitstekende cd die jullie verder in de neoklassieke richting zag bewegen, terwijl de muzikale veelvoud die zo goed werkte op ‘Goddess’ behouden bleef. Hadden jullie zoveel tijd nodig om de cd te maken zoals jullie die wilden hebben?

Ja, het was een lange tijd. Ik was veel met mezelf bezig en moest verschillende lotgevallen verwerken. Een jarenlange relatie brak uiteen en mijn ouders stierven. Ik speelde in dit tijdperk veel met bevriende muzikanten, begeleidde Ordo Rosario Equilibrio en speelde een paar concerten met mijn soloproject Cascadeur. Susi verliet Hekate na ‘Goddess’ om na een paar jaar voor ‘Die Welt der dunklen Gärten’ - zowaar bij de aanvang ervan - terug te keren. Voor mij voelde Hekate zonder Susi onvolledig aan. Toen de cd ontstond had ik werkelijk de tot op heden beste groepssamenstelling met Jörg Schwickerath, Dirk Diederich, Achim Weiler en Susi Grosche.

Op ‘Die Welt der dunklen Gärten’, zoals ook op de meeste van jullie cd’s, worden verschillende talen gebruikt. Ondertussen hebben liederen in het Duits, Engels, Frans, Italiaans, Jiddisch en Latijn uitgegeven. Hoe belangrijk is dat meertalige aspect voor jullie?

Het idee om in verscheidene talen te zingen ligt me nauw aan het hart. Met de gebruikte talen kunnen we beter gevoelens en waarnemingen vertolken. Als het bijvoorbeeld om een joodse legende of een Frans sprookje gaat, waarom zouden we het dan niet in de originele taal proberen?

Jullie spelen op het Belgische Black Easter festival op zaterdag 26 maart. Wat mogen we verwachten? Een best-of show? Zullen jullie ook nieuwe nummers spelen?

We werken inderdaad aan een nieuwe cd. We spelen 50 minuten en zullen proberen om drie nieuwe nummers uit de toekomstige plaat te spelen. De plaat zal over symbolisme handelen. Parallel werken we ook aan een ‘Sonnentanz’-ep die een dwarsdoorsnede van ons werk moet voorstellen. Maar we zullen uiteraard ook nummers als ‘Seelenreise’ en ‘Morituri te salutant’ spelen, en ook een nummer uit de ‘Sanctuary’-cassette. We kijken enorm uit naar ns optreden in België en hopen dit jaar ook weer in Nederland te spelen. Beide landen zijn zeer belangrijk voor ons. We houden van de gastvrijheid en van het publiek bij jullie.

Hartelijk dank voor dit interview!

Ik moet jullie namens onze groep bedanken. Het was me een genoegen. Liefde en licht vanwege Hekate!



Twa Corbies: The Clamouring

Twa Corbies was oorspronkelijk bedoeld als een akoestische versie van Sol Invictus, een duo van Tony Wakeford en Gernot Musch, maar groeide uit tot een groep nu zijn debuut uitbrengt. Misschien ziet Wakeford het als de plaatsvervanger van Duo Noir, een samenwerking met Andrew King waar in onduidelijke maar zeker niet vriendschappelijke omstandigheden een eind aan kwam in 2010. Dit opzet als duo zou het organiseren van optredens gemakkelijker moeten maken voor mensen die zich geen groep van vijf muzikanten met een zwaar drankprobleem kunnen veroorloven, zo grapte Wakeford in een interview. De naam van de groep grijpt terug naar een traditioneel Schots lied waarin twee raven zich een feestmaal gunnen met het lijk van een gestorven ridder. Inderdaad een mooie referentie voor een neofolkgroep.

Die raven komen terug in ‘The Tower Of Babylondon’, met uiteraard ook een referentie naar de raven van The Tower Of London, waarvan de vleugels geknipt worden opdat ze niet zouden kunnen wegvliegen. Mochten er geen raven meer in het kasteel zijn, dan zou het koninkrijk zijn einde zien naderen (iets waar veel Britten wellicht niet rouwig om zouden zijn). Het nummer - een aanklacht tegen autoritarisme en machtsmisbruik - is afkomstig van Gernot Musch, en moet in geen opzicht onderdoen voor de composities van Wakeford. De composities van beide heren wisselen elkaar af, maar vullen elkaar perfect aan tot een geslaagd geheel.

Wie de geschiedenis van Sol Invictus en Tony Wakeford een beetje kent, weet dat Wakeford ooit een lid was van Crisis en opvolger Death In June. Van oorsprong extreem-links van gedachtegoed, bleek Wakeford zich op een bepaald moment bekeerd te hebben tot het extreemrechtse Brittish National Front (BNP). Het is wellicht de reden waarom hij uit Death In June gezet werd, want de zeer homoseksuele Douglas P. liep niet zo hoog op met de homofobe standpunten van de BNP. Wakeford had net iets meer tijd nodig om te beseffen hoe fout dit was, en heeft sindsdien in niet te verstane verwoordingen afstand genomen van deze partij.

Met deze plaat lijkt Wakeford weer aan te sluiten bij zij oorspronkelijk anarchistisch gedachtegoed. Want de plaat is relatief politiek. ‘No Bosses’ gaat trouwens terug naar de begindagen van Crisis. Het was de oorspronkelijke tekst voor de eerste single ‘No Town Hall’. Het nummer werd aangepast op vraag van een actiegroep die ijverde tegen de heel dure verhuis van het Londense stadshuis, terwijl het geld beter aan huisvesting zou worden besteed. We nemen het u evenwel niet kwalijk indien u dit als een voorbeeld van dwaasheid beschouwt van een geëngageerde groep die zich door eender welke ‘goede zaak’ laat manipuleren. Persoonlijk ben ik meer fan van ‘No Bosses’ dan van ‘New Town Hall’, en de inclusie van dit nummer is voor de fans zeker reden genoeg om de cd in huis te halen.

Het slotnummer ‘Laughing’ is een nieuw gearrangeerde versie van een nummer dat op het Crisis-debuut ‘Hymns of Faith’ stond. Grappig toch, dat Wakeford hier na 35 jaar naar teruggrijpt… Ook andere nummers zijn duidelijk politiek getint - steeds in een optie van kritiek ten aanzien van de machtigen - of bevatten niet mis te verstane religiekritiek ('Is There A Heaven', 'The Hand Of God'). ‘The Clamouring’ is niet zomaar een zijproject voor de allerfanatiekste liefhebbers van Sol Invictus, maar een volwaardige en zeer geslaagde neofolk-cd die veel meer mensen zou moeten behagen.

Twa Corbies (facebook)

Sangre de Muerdago: O Camiño das Mans Valeiras

Neem volgende ingrediënten: fijnzinnig gitaargetokkel, harp, fluit, cello, viool, viola en twee hemelse stemmen - en vrouwelijke en een mannelijke - die samen wondermooie duetten brengen. Verweef alles op zachte wijze en in de juiste hoeveelheden, en je krijgt Sangre de Muerdago. De Spaanse - of liever: Galicische - groep heeft met ‘O Camiño Das Mans Valeiras’ een dromerige plaat gemaakt die ergens tussen folk en neoklassiek zweeft.

De groepsleden zijn nochtans afkomstig uit de tegencultuur van Galicië, en hebben banden met punk en black metal. Dat verwondert ons helemaal niet, want deze overgang van harde naar zachtere muziek is eigenlijk best gebruikelijk in ons wereldje. En ja, ook dit soort feeërieke muziek kan je als een protest tegen onze huidige maatschappij beschouwen. Hun muziek ‘moet het leven buiten de moderne ketens van het kapitalisme en het jezelf doodwerken weergeven’, zo schreef Heathen Harvest ooit.

Sangre de Muerdago zingt in het Galicisch, de taal van de achtergestelde provincie in het noordwesten van Spanje waar ze vandaan komen. Hun inspiratie halen ze ook uit de Galicische folk uit de jaren 70 en 80, ook al verblijft de groep thans in Leipzig. De naam van de groep betekent ‘Het bloed van de maretak’ en titel van de plaat ‘De weg van de lege handen’. Een weg die ook ‘de weg van het volle hart’ is, aldus zanger en componist Pablo. ‘Het vereert een leven dat mogelijk arm is in materiële bezittingen, maar rijk en betekenisvol aan de spirituele kant.’

Zoveel heb ik dus kunnen achterhalen. Achter de verdere betekenis van hun teksten moet ik helaas gissen, maar dat de natuur, volksverhalen, oude wijsheden en liefde volop aandacht krijgen, zal niemand verwonderen. De feeërieke sfeer doet ons wat denken aan die andere Spaanse groep die we zo waarderen: Trobar de Morte. De stemmen zijn verschillend, maar de stemming is dezelfde. Hemels, romantisch, wondermooi, feeëriek…

De plaat is digitaal en op vinyl beschikbaar via bandcamp.

maandag, september 07, 2015

Rome: A Passage To Rhodesia

In 1965 kondigde de Britse kolonie Zuid-Rhodesië haar onafhankelijkheid af, in een poging om de blanke dominantie te vrijwaren van een zwarte meerderheid. Aanvankelijk zocht de nieuwe staat nog aansluiting bij de Commonwealth of Nations, het gemenebest van voormalige Britse kolonies en mandaatgebieden, maar toen dit niet lukte - het Verenigd Koninkrijk eiste immers dat eerst de meerderheid gerespecteerd zou worden - werd het een onafhankelijke republiek in 1970, internationaal geïsoleerd omwille van het apartheidsregime dat er heerste.

Ook intern bestond er - uiteraard - oppositie. De zwarte meerderheid bevatte meer dan 90% van de bevolking en al sinds de jaren 60 waren er regelmatig gewelddadige onlusten tussen zwarte militanten en het apartheidsregime. Na de unilaterale onafhankelijkheidsverklaring van het blanke regime ontaarde dat in de ‘Bush War’ met de zwarte bewegingen ZANU - de beweging van Robert Mugabe - en ZAPU, die vanaf 1972 een intensieve burgeroorlog werd. Dat het er bij momenten bijzonder wreed en bloedig aan toe ging, kunt u zelf wel raden.

De zwarte bevrijdingsbewegingen werden gesteund door de Sovjetunie, China, Zambia (het vroegere Noord-Rhodesië) en de westerse wereld. Maar het is vooral de onafhankelijkheid van buurland Mozambique in 1975 - een jaar na de Anjerrevolutie in het koloniserende Portugal - dat de balans liet doorslaan. Het werd voor iedereen - zelfs voor de ideologische partners in Zuid-Afrika - duidelijk dat een blank minderheidsregime in Rhodesië onhoudbaar was.

Het blanke regime voerde onderhandelingen en deed toegevingen, maar het jarenlange repressieve beleid maakte het erg moeilijk om nog zwarte leiders te vinden die bereid waren een consensus te vinden. Toch werden in 1979 verkiezingen volgens een meerderheidsstelsel gevoerd, die leidden tot de benoeming van bischop Muzorewa als eerste zwarte president. Aangezien ZANU en ZAPU niet aan de verkiezingen deelnamen woedde de oorlog in alle hevigheid voort.

In 1980 - na het Landcaster Court Agreement dat een eind maakte aan de burgeroorlog - werden opnieuw verkiezingen gehouden. Die werden gewonnen door Robert Mugabe, die naar verluid toen al begonnen was met het systematisch vervalsen van verkiezingen en het intimideren van tegenstanders. Het apartheidsregime was voorbij en op 18 april 1980 werd de Republiek Zimbabwe uitgeroepen.

En zo komen we tot het nieuwe werk van Rome, dat over Rhodesië gaat ten tijde van de burgeroorlog. Eerder had Jérôme Reuter al cd’s gemaakt met onderwerpen als vluchtelingen uit de Spaanse burgeroorlog - Flowers In Exile, wellicht de beste Rome-cd ooit - of allerhande anarchistische opstanden - de Die Æsthetik der Herrschaftsfreiheit-trilogie. Verrassend genoeg kiest onze linkse rakker nu om het verhaal te vertellen vanuit de optiek van blanke veteranen uit Rhodesië.

‘Indien we kijken naar wat vandaag als blanke onwetendheid wordt bestempeld, dan moeten we toch inzien dat hun onwetendheid eerder stamde uit afstand dan uit een aangeboren racisme of idiotie. Ondanks al hun misdaden waren de blanke Rhodesiërs geen racistische klootzakken of harteloze wezens, ook al institutionaliseerde hun systeem discriminatie en uitbuiting. Een enquête uit 1969 toonde dat 61% van de blanken ermee instemden om zwarten progressief te integreren in alle aspecten van het Europese economische en politieke leven. 45% dacht dat een meerderheidssysteem onontkomelijk was.’, zo schrijft Reuter in de inleiding tot de cd.

Er worden op verschillende plaatsen opnames met getuigenissen van veteranen opgenomen, en uiteraard heeft boekenworm Reuter de cd ook doorspekt met een hoop citaten van schrijvers en dichters als George Orwell, Joseph Conrad, T.S. Eliot, Jean-Paul Sartre en vele anderen. Het overheersend gevoel is er één van twijfels, schaamte en spijt, door mensen die goed beseften dat het blanke minderheidsregime ten dode opgeschreven was. Spijt dat ze geloofd hebben in het waanbeeld dat hen sinds hun jeugd werd ingeprent, van een Europees land met een Afrikaanse meerderheid. Spijt van een burgeroorlog die langs beide kanten gepaard ging met onmenselijke misdaden.

En dus is ‘A Passage To Rhodesia’ een van melancholie doordrenkte neofolk-plaat die we nu reeds een klassieker kunnen noemen. Warme gitaren, percussie, samenzang, samples… ‘Hate Us And See If We Mind’ - ook te horen uit de gelijknamige single uit 2013 - zegt de essentie: ‘We could never have won this, we were fighting blind. Now we all but conquered fate, so hate us and see if we mind’. Ook ‘A Country Denied’ - een hoogtepunt - gaat op hetzelfde stramien voort, en eigenlijk geldt dit de hele cd.

Reuter maakt gebruik van Afrikaanse referenties in de teksten - leeuwen, luipaarden en krokodillen komen regelmatig voor - alsook in de muziek, met bijvoorbeeld het gebruik van Afrikaanse xylofoons. In ‘In A Wilderness Of Spite’ zien we de rivier Aeeth - een onbestaande stroom waarnaar regelmatig verwezen werd in Die Æsthetik der Herrschaftsfreiheit - opnieuw opdagen, als het graf van Rhodesië. En het slotnummer ‘The Past Is Another Country’ gaat zelfs gepaard met een onschuldig kinderkoor.

De cd gaat niet in op wat achteraf gebeurde. Hoewel het apartheidsregime per definitie verwerpelijk was en gedoemd om te verdwijnen, heeft het bewind onder Robert Mugabe - die op 91 jaar al 35 jaar aan de macht is - een bijzonder slechte reputatie. Mugabes troepen richten tussen 1982 en 1986 verschillende slachtpartijen aan in Matabeleland - waarbij naar schatting 20.000 doden vielen - in een poging om een rivaliserende militie uit te roeien. De landhervormingen draaiden uit op een fiasco dat Zimbabwe economisch aan de grond bracht. Er was sprake van frequente intimidatie en geweld ten aanzien van oppositie- en vakbondsleden, homo’s, et cetera.

Reuter leert ons dat de zaken nooit zwart-wit zijn. Eerder dan een belerende cd te maken, maakt hij een cd waarin menselijke twijfels en paradoxen centraal staan. Twijfels en paradoxen die hoogst noodzakelijk zijn om de geschiedenis grondig te bestuderen. En dus is ‘A Passage To Rhodesia’ alweer een grand cru plaat van Rome, warm en melancholisch. Over een moeilijk thema, dat zeker, maar ook erg genietbaar voor mensen die gewoon van de menselijke emotie willen genieten die de cd uitstraalt.

Rome (facebook)

woensdag, april 29, 2015

Daar is de lente, daar is Kinderen van Moeder Aarde

Dat een groep met als naam 'Kinderen van Moeder Aarde' van de natuur houdt, kon u wel raden, en het is natuurlijk geen toeval dat ze op deze eerste lentedag gewacht hebben om hun debuut 'Green Man Dala' uit te brengen. Nog niet zo lang geleden speelden ze op de Dark Entries Night. Ook toen was het debuut al klaar, vertelden ze ons in een voorafgaand interview, maar de zoektocht naar een platenlabel bleek moeilijker dan gedacht. En dus werd een eigen label opgericht - Strix Nebulosa Records - om de cd uit te brengen. Deze zal de vorm aannemen van een kwalitatief hoogstaande cd-r. Bestellen kan via de facebook-pagina van de groep of via rokersvalley(a)gmail.com.

Er is een mooie reeks optredens met Kinderen van Moeder Aarde om de uitgave van debuut-cd 'Green Man Dala' te vieren. (Ik speel gitaar op de optredens.)

Zaterdag 2 mei: Concert en cd-voorstelling 'Green Man Dala'
Werelds café Gitan, Diestsesteenweg 253, 3010 Kessel-Lo, 21 uur

Zaterdag 9 mei: Benefiet 'Let us change Ethiopia'
Hertog Karelschool, Hoogveldweg 5, Wilsele-Putkapel (tijdstip nog vast te stellen, er zullen verschillende optredens zijn)

(Op zondag 10 mei is er opnieuw Parkveld-feest in Heverlee met tal van activiteiten overdag en 's avonds optredens van een didgeridoo-groep wiens naam me ontgaat maar die bestaat uit de twee hoofdleden van Kinderen van Moeder Aarde - dus zonder mij - en Gert Kleinkunst. De kans dat er nog andere mensen gaan optreden is reëel)
https://www.facebook.com/events/361418920730399/
(Her)lees ons interview met Kinderen van Moeder Aarde



Kinderen van Moeder Aarde propagandakanalen:
YouTube: https://www.youtube.com/user/DOORTOCHT/videos
Soundcloud: https://soundcloud.com/dmhrokersvalley
Facebook: https://www.facebook.com/KinderenVanMoederAarde?fref=ts

Har Belex: Chandelle

Zuivere neofolk, gespeeld door mensen die eerder in de electroscene thuishoren… Het bewijst dat de verschillende muziekstijlen in onze scene elkaar niet uitsluiten. En zo hebben we het graag. Har Belex-zanger Salva Maine is de frontman van Culture Kultür, terwijl multi-instrumentalist Manix S. de man is achter Pail en Caustic records, het label dat dit kleinood uitbrengt.

Dat het om een bijzonder mooie uitgave gaat is dan ook vanzelfsprekend. Een digipack in boekformaat waarbij elk nummer geïllustreerd wordt met de tekst en een toepasselijke illustratie. De muziek werd met dezelfde zorg gemaakt. Manix S. zorgt op zijn eentje voor gitaar, orgel, drums en samples. Hij laat zich muzikaal enkel bijstaan door David Sagastume, die met zijn prachtige cello de muziek nog een paar graden warmer maakt.

Zeer warme muziek, dus, rechtstreeks uit het zwoele Spanje. Er kruipt dan ook een mediterraans briesje in de neofolk van de heren. Zodoende zijn de Italianen van Spiritual Front misschien wel de meest vanzelfsprekende referentie. Maar ook Rome en :Of The Wand And The Moon: mogen hierbij vermeld worden.

De warmte van de muziek - de zachte bariton van Maine en de meeslepende folkgitaren en cello’s - verhinderen niet dat de teksten het in donkere sferen zoeken. Zo handelt ‘Annual’ over de slag bij Annual, toen in 1921 Marokkaanse berbers - wantrouwig als ze zijn tegenover elke overheid - een verpletterende overwinning vierden tegenover de Spaanse kolonisator. Voor de Spanjaarden betekende de nederlaag een breuk in hun koloniale politiek en een opstap naar de overwinning van de linkse republikeinen in 1931.

Dat Maine gebruik maakt van Engels, Spaans, Baskisch en zelfs Duits vinden we zonder meer geweldig. En dat Baskenland speciaal in de kijker staat, bewijzen liederen over de Baskische gezondheidsgodin Akerbeltz en de afsluiter ‘Guernika’, dat uiteraard over het bombardement op het Baskische stadje Guernica gaat tijdens de Spaanse burgeroorlog. Het bevat trouwens een (vermoedelijk) citaat van Pablo Picasso over de slachting. In het Baskisch. Een bijzonder rijke en warme cd dus.

Har Belex


Het nummer 'Freedom' stond ook al - in een lichtjes verschillende versie - op de split-ep 'Time Does Not Forgive' met Fragile. Deze clip werd er toen bij gemaakt:

Een lezer schrijft...

We zijn vandaag zo vrolijk, zo vrolijk, zo vrolijk, want we hebben een lezer. En niet zomaar de eerste de beste! Andrew King - en dat is een man die zijn sporen verdiend heeft in de neofolk - heeft de moeite genomen om onze bespreking van zijn optreden in Leuven door te nemen, en heeft ons geantwoord op de vraag waarom hij in zijn set over de Eerste Wereldoorlog vooral met dichters werkt die voor de oorlog waren, zoals Kipling en Housman. Een extract: ‘de reden waarom ik het niet nodig vond om werken van dichters als Sassoon, Owen, Graves, et cetera te verwerken, is vooral omdat, als je opgegroeid bent in de jaren 60 en 70, zij heel erg het ‘officiële canon’ van de oorlogsdichters voorstelden, en hoewel ik daar principieel niets op tegen heb, kon ik anders dan vaststellen hoe verschillend hun houding tegenover de oorlog was in vergelijking met die van mijn eigen grootvader (die nog steeds leefde in de jaren 70) en zijn medeveteranen. Ik bedoel dat niet in de zin van sociale verschillen (omdat bijna alle ‘officiële canon’ dichters officieren waren) maar ook in dat zijn eigenlijke houding en dat van zijn vrienden volledig verschillend waren van de poëzie waarvan wij als kinderen op school leerden dat ze de Grote Oorlog voorstelden, terwijl Kipling en Butterworth veel dichter stonden bij zijn zienswijze.’ King gaat in zijn antwoord - dat we in zijn totaliteit gepubliceerd hebben onder het oorspronkelijk artikel - dieper in op de verschillende dichters die hij uitgekozen heeft, en verduidelijkt zijn uitgangspunten. Een zeer interessante tekst om te lezen. Soms zijn we wat neurotisch, psychotisch en chaotisch, labiel en neogotisch, maar vandaag dus niet.

Andrew King (facebook)

Andrew King: De Eerste Wereldoorlog: voor god en vaderland?

De herdenking van 100 jaar Eerste Wereldoorlog van 2014 tot 2018 zal niemand ontgaan, en zelfs de zwarte scene deelt in de klappen. Dat vooral de geschiedenisfreaks uit de neofolk zich erop toeleggen zal niemand verbazen, en dat de grootste freak van allemaal - de Brit Andrew King - hierin medeplichtig zou zijn stond in de sterren geschreven. Hij had eerder al nummers opgenomen die met het thema verbonden waren, en heeft nu een set opgebouwd rond het thema en werkt aan een concept-cd met als werktitel ‘The Proud Tower’.

Andrew King is archivaris en wijdt zich aan het doen herleven van traditionele muziek, zij het met een experimenteel kantje. Dat kunnen we aan zijn cd’s merken, want die gaan gepaard met uitvoerige uitleg over de herkomst van de nummers, inclusief voetnoten en bibliografie. Daarnaast is hij ook schilder. Hij schilderde onder meer de platenhoezen voor Current 93, Ernte en vooral van Sol Invictus, een groep waar hij ook een tijdje bij speelde. Hij wordt vanavond begeleid door percussionist John Murphy (bekend van Whitehouse, Death In June, SPK, Foresta di Ferro en talloze andere groepen) en toetsenist Hunter Barr (van onder meer Naevus en KnifeLadder, beiden samen met John Murphy).

De eer om de avond te openen kwam echter toe aan Radio Klebnikov, een project dat poëzie en geluidskunst combineert. Op een achtergrond van geluidscollages, samples en livemuziek brengen ze stukken van Paul Celan - de joods-Roemeense dichter die zijn ervaringen in de Tweede Wereldoorlog onder meer beschreef in het wereldberoemde ‘Todesfuge’ - en Guennadi Gor - een Rus die in bevreemdende beelden het beleg van Leningrad beschreef. Tussendoor krijgen we uitvoeringen van Bob Dylans ‘Masters of War’ en ‘All Things Are Quite Silent’, een traditioneel lied over een man die in het leger gedwongen wordt en dat vooral bekend is in de uitvoering van Steeleye Pan. De muzikale achtergrond varieert van ambient tot folk en noise, en eindigt met een stuk uit ‘Lament’, Einstürzende Neubautens fantastische werk over de Eerste Wereldoorlog. Een zeer geslaagde performance.

Dan komt Andrew King voor het eerst op het podium met zijn traditionele set. ‘Normaal gezien is mijn traditionele set het meest deprimerende deel van de avond, maar gezien het thema van het tweede deel is dit nog vrij luchtig’, laat hij weten. We krijgen een selectie moord- en andere ballades die zonder uitzondering afkomstig zijn van Kings twee belangrijkste cd’s: ‘The Amfortas Wound’ (1999) en ‘Deus Ignotus’ (2011). Hij begint a capella met ‘Edward’, waarna de twee muzikanten hem - op een sobere manier die vooral zijn vertolking moet onderstrepen - begeleiden op bekendere nummers als ‘The Week Before Easter’ en ‘The Wife of Usher’s Hill’, net als op een zeldzaam opgevoerd lied als ‘The Knight Templar’s Dream’.

Tussen de twee opvoeringen van King krijgen we ‘De brand van Leuven’ te zien, een reportage over één van de talrijke oorlogsmisdaden die in de oorlog plaatsgevonden hebben. Toen de Duitsers België binnenvielen - hiermee de neutraliteit schendend die het land bij zijn ontstaan in 1830 door de grootmachten opgelegd kreeg - kregen ze meer weerwerk dan verwacht. De Duitsers gingen zich te buiten aan buitengewoon brutale represailles. Om dit te vermijden kreeg Leuven bij het naderen van het Duitse leger het statuut van ‘Open Stad’, wat betekende dat de stad geen weerwerk zou bieden. De Duitse soldaten waren echter danig opgehitst door hun legerpropaganda en door geruchten over scherpschutters, waarvan het merendeel indianenverhalen bleken te zijn.

Als op 25 augustus een vuurgevecht ontstaat tussen twee Duitse compagnies en daarbij verschillende doden vallen, zijn de officieren er snel bij om de bevolking de schuld te geven. Alles ontaardt in standrechtelijke executies, plunderingen en brandstichting. Gaandeweg wordt het hele stadscentrum systematisch afgebrand, en men dreigt zelfs met een bombardement op Leuven. Pas na drie dagen stoppen de brandstichtingen. Het stadscentrum blijft in ruïnes achter. 209 burgers kwamen om. 1081 woningen en gebouwen werden vernield, waaronder de Sint-Pieterskerk en de universiteitsbibliotheek in de Lakenhal, die tienduizenden boeken bevatte waaronder middeleeuwse manuscripten en de perkamenten uitgaaf van Vesalius’ ‘De humanibus corporis fabrica’.

Dan snijdt Andrew King het hoofddeel van de avond aan: zijn set over de Eerste Wereldoorlog. Bij een foto van Sarajevo - waar een Servische nationalist het startschot voor de oorlog gaf - ontwart zich een dreigende geluidscollage: ‘The Queen Of The woods’. Opener ‘Lamps’ refereert naar de beroemde uitspraak van de Britse minister van Buitenlandse zaken Edward Grey - ‘De lichten gaan uit in heel Europa; wij zullen ze tijdens ons leven niet meer aan zien gaan.’ - een uitspraak die hij bij het uitbreken van de oorlog tegen een vriend deed terwijl bij valavond de straatlichten aangestoken werden. Grey heeft zijn aandeel gehad in het smeden van de allianties die deze oorlog een wereldwijde dimensie gaven en van de imperialistische strijd tussen de grootmachten die een belangrijk motief waren van de slachting. Hij ging er - in tegenstelling tot veel van zijn naïevere landgenoten - niet van uit dat de oorlog snel voorbij zou zijn. Nadat King het citaat declameert ontstaat een boeiend nummer met extracten uit liederen, marsen en posters uit verschillende landen die oproepen om deel te nemen aan de oorlog.

‘The Lads In Their Hundreds’ vertelt het vertrek van jonge Engelsen naar de oorlog, en wordt door King a capella gebracht. Het gedicht is van A.E. Housman, net als opvolger ‘Epitaph For An Army Of Mercenaries’, dat over de ‘British Expeditionary Force’ gaat, een klein legertje dat ten oorlog trok bij de inval van België. Hoewel de invasie van het eeuwig neutrale ‘Brave Little Belgium’ de officiële aanleiding was voor de intrede van het Verenigd Koninkrijk in de oorlog, wijs ik er graag op dat het Rijk meer haast zette achter de verovering van Duitse koloniale gebieden in Afrika dan in het sturen van troepen naar bondgenoten als België of Frankrijk. Dat zijn natuurlijk dingen die je niet zal lezen in de gedichten van Housman, die een blinde verheerlijking van de gezonden soldaten voorstaat. Noch in de set die King vandaag voordraagt.

‘De Eerste Wereldoorlog is geen levende geschiedenis meer, in de zin dat niemand die het meegemaakt heeft nog leeft’, weet King ons te vertellen. Maar het leeft nog in ons, omdat de 20ste eeuw erdoor geschapen werd, en ook door onze voorouders, zoals Kings grootvader Henry. Andrew King kiest ervoor om de oorlog vanuit een Brits standpunt te bekijken - het officiële Britse standpunt, wil ik eraan toevoegen - maar voert ook een aantal site-specifieke nummers uit. Het eerste van die nummers is ‘The Stripping Of The Altars’, een sacrament dat uitgevoerd wordt bij het ontwijden van een kapel of kerk en dat doorgaans gepaard gaat met de 22ste psalm, die hier gereciteerd wordt. Het nummer wordt begeleid door beelden van de brand van Leuven.

‘Have You News Of My Boy Jack’ is een lied dat al lang deel uitmaakt van Kings repertoire. Hier wordt het echter a capella gebracht. Het is gebaseerd op een gedicht van Rudyard Kipling, geschreven nadat zijn zoon sneuvelde bij een veldslag in Ieper. Hier worden de zaken iets problematischer. Kipling mag dan wel nobelprijswinnaar zijn en auteur van het vrij onschuldige jungleboek - nog steeds een favoriet van onze kinderen - hij was ook een fervent voorstander van kolonialisme en imperialisme. George Orwell, en dat is een auteur waar we hier graag mee dwepen, noemde hem een ‘profeet van het Britse imperialisme’. De geniale Christopher Hitchens uitte zich eveneens scherp: ‘niemand is in staat om de woorden van de slachtoffers te vertegenwoordigen. Dat gebeurde evenwel toen de jonge John Kipling als vermist opgegeven werd aan het eind van één van de hevigste gevechten in de vroege Eerste Wereldoorlog. Zijn vader Rudyard, ontzet door het feit dat zijn zoon uitgesloten werd uit het leger omwille van zijn slecht zicht, heeft hem destijds als reactie door de selectie gesmokkeld. We kunnen de omvang van zijn kwelling - nadat zijn belazerde zoon effectief in de loopgraven omkwam - slechts vaag veronderstellen.’

Met ‘Azazel’ waagt King zich aan de muzikale bewerking van een stuk van David Jones’ geweldige gedicht ‘In Parenthesis’. Hoewel ook Jones het verwijt kreeg vooral het heldhaftige in de oorlog te benadrukken, was er algemene consensus over de ontzettende literaire waarde van zijn gedicht, dat overigens afkomstig is van iemand die de loopgraven daadwerkelijk gekend heeft.

Verder krijgen we ‘Gethsemane’, een ontroerend gedicht over een soldaat die sterft bij een gasaanval. De tekst is opnieuw van Rudyard Kipling en de muziek van Peter Bellamy, een Engelse zanger die verschillende van Kiplings gedichten vertoonde. ‘Here Dead We Lie’ is dan weer een gedicht van de eerder genoemde Housman. Zeer ontroerend, maar opnieuw een verheerlijking van de ‘heldendood’ van de gevallenen.

Here dead we lie
Because we did not choose
To live and shame the land
From which we sprung.

Tenslotte komt de climax van de avond: ‘Leuven Recessional’. Het is het tweede site-specifieke nummer, waarop muziekstukken verwerkt zijn uit de regio waarin het gespeeld wordt. In dit geval zijn dat Pierre de la Rues Requiem en diverse stukken Vlaamse polyfonische muziek. Op de achtergrond zien we foto’s van Leuvenaars en van het Belgisch leger in de Eerste Wereldoorlog. Gedurende het nummer worden de namen voorgelezen van gesneuvelde Leuvenaars, hetgeen heel wat tijd in beslag neemt en leidt tot een uitbarsting als de georkestreerde zang opnieuw begint.

En toch weet ik niet of ik ontroerd of verbouwereerd moet zijn. ‘Leuven Recessional’ is opnieuw gebaseerd op een gedicht van Rudyard Kipling, oorspronkelijk geschreven voor het diamanten jubileum van koningin Victoria in 1897. Na de Eerste Wereldoorlog werd het een klassieker bij herdenkingen van de ‘onbekende soldaat’. (Wat was een mensenleven toen waard, dat men zo veel gesneuvelden eenvoudigweg als ‘onbekend’ gemarkeerd heeft.) Het is alweer een schaamteloze verheerlijking van het Brits imperialisme, gerechtvaardigd door talloze verwijzingen naar het christendom. (Ik vraag me af of al diegenen die naar het christendom verwezen om de oorlog goed te praten beseften dat de tegenzijde eveneens uit christenen bestond.)

King kiest vooral voor auteurs die hartstochtelijk voor de oorlog waren (ook al heeft Kipling de legerleiding vaak verweten roekeloos met jonge levens om te gaan). Er bestaat echter nog een heel andere benadering. Die van een onvoorstelbaar bloedbad waarin miljoenen jonge mensen de dood ingejaagd werden, vaak door gewetenloze officieren, soms enkel maar om de troepen bezig te houden of om honderd meter te veroveren op een vijand die een paar dagen later het omgekeerde zou doen. Een benadering van een oorlog waarin vooral mensen van eenvoudige komaf sneuvelden voor de imperialistische waanbeelden van de hogere klassen. En van een enorme verkwisting aan mensenlevens waar absoluut niets heldhaftigs aan was.

Waarom niet citeren uit Siegfried Sassoon en Wilfred Owen, twee dichters die de hel van de loopgraven veel realistischer omschreven hebben? Waarom niet Robert Graves, wiens roman ‘Good-Bye To All That’ toch als een klassieker over de oorlog wordt beschouwd? Het rijtje is nog lang. Ronald Skirth, Edwin Campion Vaughan, Vera Brittain, Edmun Blunden… Of zullen we ons blij stellen dat we tenminste ontsnapt zijn aan referenties naar Ernst Jünger en Julius Evola, twee aangebrande figuren die hoog in aanzien staan in de neofolk-scene?

Het mag zijn dat dit niet zeer verheffend is voor de talloze jongemannen die in de oorlog gesneuveld zijn - en waar ik het grootste respect voor heb - maar wat blijft er van hun ‘heldendaden’ over 100 jaar na datum? Wat blijft er over van de redenen waarom ze ten strijde trokken? Waarom moeten we voorwenden dat het toen juist was om Duitsers, Fransen, Britten of mensen van andere nationaliteiten neer te schieten, nu we in een verenigd Europa leven? Wat blijft er over van de koloniale wereldrijken waar ze voor gestorven zijn? Het zijn zaken waar we ons maar beter bewust van zijn. Voor we het weten zitten we weer met mensen die ons oproepen om te sterven voor god en vaderland.

Doch laat me met een positieve noot eindigen. Kings performance was heel intens en intellectueel en muzikaal hoogstaand. Hij gaf zelf aan zowel de doden als de overlevenden te willen gedenken met zijn set, en dat heeft hij ook gedaan. Bovendien laat hij weten dat hij niet van plan is om deze set nog vaak op te voeren. ‘Nummers over mensen die hun vriendin verdrinken of baby’s neersteken zijn een picknick in vergelijking met dit materiaal.’ Het zal niemand verwonderen dat ik liever een herdenking van de Eerste Wereldoorlog heb waarvan ik de uitgangspunten niet volledig deel, dan dat we verder verzinken in oppervlakkigheid en onze geschiedenis vergeten.

Addendum: we zijn ontzettend blij en trots dat Andrew King de moeite gedaan heeft om ons artikel te lezen en erop te repliceren om zijn uitgangspunten te verduidelijken. We publiceren hierbij zijn antwoord:

Om in te gaan op één van de vragen die je in je bespreking stelt: de reden waarom ik het niet nodig vond om werken van dichters te verwerken als Sassoon, Owen, Graves, et cetera is vooral omdat, als je opgegroeid bent in de jaren 60 en 70, zij heel erg het ‘officiële canon’ van de oorlogsdichters voorstelden, en hoewel ik daar principieel niets op tegen heb kon ik niet anders dan vaststellen hoe verschillend hun houding tegenover de oorlog was in vergelijking met die van mijn eigen grootvader (die nog steeds leefde in de jaren 70) en zijn medeveteranen. Ik bedoel dat niet in de zin van sociale verschillen (omdat bijna alle dichters van de ‘officiële canon’ officieren waren), maar ook in dat zijn eigenlijke houding en dat van zijn vrienden volledig verschillend waren van de poëzie waarvan wij als kinderen op school leerden dat ze de Grote Oorlog voorstelden, terwijl Kipling en Butterworth veel dichter stonden bij zijn zienswijze.

Ik ben me natuurlijk bewust van de ironie hiervan, aangezien geen van beide dichters ooit een schot gelost heeft, en je kan je de vraag stellen of ze effectief als ‘oorlogsdichters’ beschouwd moeten worden. Bovendien was Housman een opgejaagde, manisch-depressieve, onderdrukte homoseksueel en een classisist, en Kipling was tegelijkertijd een dichter van het imperium en een multiculturalist. Beiden waren dus ver verwijderd van de gemiddelde ‘Tommy’, dat kun je je wel inbeelden. MAAR hun verzen zijn gebaseerd op traditionele modellen en heeft het 'gemeenschappelijk gevoel' dat veel dichter komt bij de uitleg van de oorlog in termen die mijn grootvader gebruikt zou hebben dan die van de erkende canon.

David Jones is natuurlijk een heel andere zaak. Hij was een ultramodernist (waar Henry vast en zeker geen tijd voor gehad zou hebben) en tegelijkertijd een conservatief. Maar hij was geen officier, en ik geloof dat er in zijn gedicht - als je het kan ontcijferen - meer nabijheid is met de ervaring van de infanteriesoldaat dan in de meeste van de bekendere oorlogsdichters. Verder is er de cruciale manier waarop zijn mythologie en zijn religieuze overtuiging - voor hem - het ondragelijke dragelijk gemaakt hebben en een zin hebben gegeven aan zijn ervaringen (ja, het dichtste equivalent zou hierbij Jünger zijn), en dat is, voor mij, absoluut fascinerend.

In het maken van mijn keuzes veroordeel ik niet noodzakelijk andere gezichtspunten, maar ik wou de dingen vertellen vanuit minder gewaardeerde dichters, in een taal en attitude die dichter stond bij de veteranen die ik gekend heb, mocht dat zin hebben...

Andrew King

Andrew King (facebook)

Setlist

1ste set: Traditional: Edward / The Week Before Easter / The Prentice Boy / The Wife of Usher’s Well / The Wild Wild Berry / The Knight Templar’s Dream

2de set: The Proud Tower: The Queen of the Woods (intro / The Lamps / The Lads in their Hundreds / Epitaph for an Army of Mercenaries / The Stripping of the Alters / Have You News Of My Boy Jack? / Azazel / Gethsemane / Here Dead We Lie / Leuven Recessional

Bekijk hier de performance van de Proud Tower-set op het WGT in Leipzig:

Sistema Bezopasnosti: Zwanenzang (Лебединая песня)

Sistema Bezopasnosti is het Russische begrip voor Veiligheidssysteem. Het is ook de naam van een Russisch exponent van de dark folk, en werd opgericht door Vladimir Doronin oftewel VlaD (als goede neofolker laat hij zich ook graag Letzte Soldat Nord noemen).

Sistema Bezopasnosti ontstond in 1993 als rockgroep in de Russische stad Tjoemen - de oudste Russische nederzetting in Siberië en de hoofdstad van de gelijknamige oblast - en nam vanaf 2000 een duidelijke draai richting neofolk. Al dient wel gezegd dat ze op hun eentje evenveel verscheidenheid in stijlen en klanken vertonen als de rest van de neofolkscene samen.

Deze ‘Zwanenzang’ verscheen oorspronkelijk in 2006 en wordt vandaag heruitgebracht in een zeer mooi digipack-formaat. De melancholische en melodische piano- en gitaarpartijen roepen het werk van David Tibet op, en dat doen de teksten ook, zij het in het zuiver Russisch. Die laatsten zijn een reflectie op het lot van het individu, zijn motivatie, vrijheid en eeuwigheid. In dit werk zitten een hoop esoterische en literaire referenties, onder meer naar de kabbalistische notie van verhuld licht en naar de apocalyptische beelden van Ragnarök, een element uit de Noorse mythologie dat over de ondergang van de goden en de wereld handelt.

Er zit uiteraard een belangrijk aspect van kritiek op de moderne geïndustrialiseerde samenleving in, op het gebrek aan idealen, aan sacraliteit... VlaD is trouwens professor filosofie aan de Staatsuniversiteit van Tjoemen, en kletst dus niet zomaar uit zijn nek als hij over de ondergang van de samenleving begint. En laat deze ondergang het onderwerp zijn van deze ‘Zwanenzang’.

De man durft muzikaal best buiten de lijntjes te kleuren, want op een cd met 10 nummers tel ik er vier die over de 10 minuten duren. Piano, percussie, folkgitaar en breed uitwaaierende orkestraties worden voorzien door het ‘virtueel orkest Via Dolorosa’. Een stem die dan weer verhalend, dan weer dreigend en woest overkomt, maakt het plaatje compleet.

De meest evidente muzikale referentie is zoals gezegd Current 93, maar de meer klassieke stukken zou je ook kunnen linken aan Sopor Aeternus, de meer martiale delen aan TriORE, de folkdelen aan diverse folkgroepen en ga zo maar door. Zelfs de invloed van klassieke Russische barden schemert door.

Een bijzonder geslaagde mix van stijlen, dus. En een intrigerend verhaal en concept, al is het voor ons moeilijk om alle nuances te verstaan. Doch deze cd bevat zoveel mooie momenten die ook genietbaar zijn zonder de van apocalyptische beelden doorspekte teksten te verstaan.





Sistema Bezopasnosti: Debitum et fides

Bij het zien van deze cd weet je meteen dat het om een neofolk-cd gaat. De hoes, de titel, en de foto’s aan de binnenkant spreken boekdelen. Vladimir Doronin, het brein achter het project die ook onder de namen VlaD en Letzte Soldat Nord door het leven gaat - laat zich fotograferen in een militaristisch jagerskostuum, als een ware Douglas P. met de folkgitaar in aanslag, en met zijn prachtige medemuzikante Olunina Anna die een grote vaandel met het hoesontwerp rechthoudt.

Het gaat om een cd van het Russische project Sistema Bezopasnosti (oftewel Veiligheidssysteem). Dat de zang in het Russisch is maakt dit op zich al uitzonderlijk, en als grote voorstanders van diversiteit en meertaligheid kunnen we dit alleen maar verwelkomen. Deze ‘Debitum et Fides’ (Plicht en trouw) kwam oorspronkelijk in 2011 uit en bestaat hier uit twee cd’s, die elk een eigen identiteit hebben.

De eerste cd - ‘plicht en trouw’, de originele cd - bevat de meer traditionele nummers, dat wil zeggen liederen met een klassieke lengte (meestal onder de 10 minuten), een normale structuur en zang. Doch laat hiermee niet gezegd zijn dat Sistema Bezopasnosti een eenvoudige groep is. Neen, repetitieve en hardere nummers met martiale percussie, trompetgeschal en elektrische gitaren worden afgewisseld met meer dromerige composities op folkgitaar en toetsen (strijkers, fluiten… Dornin sprrekt over het denkbeeldig orkest Via Dolorosa). Teksten handelen over de aliënatie van het individu in de moderne samenleving - doorspekt met beelden van terreur en ondergang - en zijn hoop om aan de werkelijkheid te ontsnappen in dromen, tradities, liefde en kunst.

Op de tweede cd - 'kosmologie en eschatologie', waarvan al langer een kladversie virtueel beschikbaar was en die nu voor het eerst op cd uitkomt - staan dan weer uitgestrekte klankvelden met veldopnames (wind, water, bellen…), repetitieve drumpatronen, elektronische effecten en ijle geluiden. De 5 nummers nemen 6 tot 22 minuten in beslag, met een gemiddelde van over het kwartier. Het is op het eerste zicht monotoon en hypnotisch, maar wie aandachtig luistert zal er toch heel wat variatie in ontdekken. Meer zelfs, VlaD slaagt erin om in één enkel nummer van trage soundscapes tot dreigende industrial te ontwikkelen. Van martiaal tromgeroffel en schallende trompetten evolueert hij naar sjamanische zang en tribale percussie. De combinatie tussen moderne elektronica en primitieve muziek werkt hier uitstekend. Al is het bij dit soort muziek niet zozeer de kunst om aandachtig te luisteren, dan wel om je volledig te ontspannen en te laten meeslepen op de golvende klanktapijten.

Zeggen dat je tijdens de hele beluistering van deze dubbelaar verstijfd zal zitten luisteren is misschien overdreven, en het risico op verlamming is te groot opdat we het u zouden aanraden. Maar dat het een hele prestatie is om zoveel verscheidenheid in sfeer en muzikale patronen te verwerken in één werk, dat zullen we niet ontkennen. De splitsing tussen de eerste en tweede cd is eveneens erg geslaagd, eigenlijk zelfs in die mate dat je het als twee verschillende cd’s kunt beschouwen die je naargelang je gemoed kan opzetten. Sistema Bezopasnosti heeft met 'Debitum et fides' een zeer interessant werk heruitgebracht, en doet dat in een zeer beperkte oplage. U begrijpt dat u er beter snel bij bent.


dinsdag, april 28, 2015

Ataraxia: Wind at Mount Elo (original soundtrack)

Ataraxia mag dan al bekend zijn van pracht-cd’s als ‘Simphonia Sine Nomine’ en (vooral) ‘Suenos’, het siert hen dat ze productief blijven en daarbij niet schuwen om van de begane paden af te wijken. Want deze nieuwe Ataraxia is echt iets verrassend, iets dat je niet verwacht had van een groep die zijn naam gemaakt heeft als intellectuele spruit van neofolk en neoklassiek.

‘Wind at Mount Elo’ is alles behalve een neofolk of neoklassieke cd geworden. Het klinkt het meest als progrock, met breed uitgezaaide toetsen en elektrische gitaarsolo’s. Gelukkig is er de heel herkenbare stem van Francesca Nicoli, anders zou je denken dat het om een totaal andere groep ging.
De ondertitel ‘original soundtrack’ zegt de essentie. Neen, het gaat hier niet om filmmuziek. Het gaat om de geluidsband bij een heuvel, bij een inspirerend landschap. En... het klinkt prachtig en rustgevend. Het beste is om bij de beluistering je ogen te sluiten en je in te beelden dat je zelf in een berglandschap wandelt en de wind door je haren en je vingers voelt waaien.

Ataraxia begon aan deze cd te werken in 2012, hetgeen betekent dat de groep aan verschillende projecten tegelijkertijd werkt. Voor deze cd bestaat Ataraxia uit vier leden: Francesca Nicoli aan de zang, Vittorio Vandelli op gitaar, Giovanni Pagliari op toetsen en Ricardo Spaggiari op drums. De plaat bevat ook een cover, en wel van Vlamingen (‘Espirito del Agua’ van Symbian meets Venja, een nummer dat trouwens zo goed in het geheel past dat u niet gemekt zou hebben dat het om een cover gaat).

Uiteraard bevat de cd de nodige verwijzingen naar oude teksten (onder meer de alchemistische formule en Latijnse grafschriften), maar eigenlijk is dit een cd waar je je hersenen niet te veel bij moet gebruiken - ongebruikelijk voor Ataraxia - en waarbij je je vooral moet laten meeslepen door de rustige golven die de muziek maakt.

PS: Ataraxia zal live te bewonderen zijn op het Black Easter festival op zaterdag 4 april (Zaal Zappa, Antwerpen).


donderdag, januari 01, 2015

Kinderen van Moeder Aarde: 'De inspiratie om deze muziek te schrijven komt volledig door langdurig te verblijven bij Moeder Natuur en haar verschillende dimensies.'

Bij het horen van de naam 'Kinderen van Moeder Aarde' denkt u misschien in de eerste plaats aan veganistische hippies die lofliederen aan de natuur brengen. En oh verrassing, u hebt dan nog gelijk ook. Kinderen van Moeder Aarde is ontsproten uit het brein van Bart Piette - u hopelijk bekend als het meesterbrein achter Dead Man's Hill, Experiments in Darkness en tal van andere projecten - en zijn levenspartner Els. Aangezien ze op 9 januari op de tiende Dark Entries Night spelen, vonden we het moment erg gepast om hen eens te vragen naar hun inspiratie en hun doelen.
 
Dag Bart en Els. Kinderen van Moeder Aarde is een relatief recent project van jullie. Ik heb er voor het eerst van gehoord in september 2012. Vertel eens hoe het project ontstaan is?
 
Bart: Goh, het is altijd een beetje hetzelfde verhaal. Na weer lange tijd in het bos te hebben vertoefd kwam de inspiratie - de influisteringen van Moeder Natuur - weer aanzetten. Ik hoorde teksten en melodieën in mijn hoofd die zongen over de schoonheid van Moeder Aarde, de planten en bomen, de dieren, de subtiele dimensies die gelijk lopen met die van ons. Na veel denkwerk over hoe deze muziek moest gecreëerd worden heb ik Els verteld over dit idee en we besloten dit alles samen uit te werken, en dachten na over hoe we dit alles het best in muziek konden vertalen.
Els: Het idee om samen muziek te gaan maken speelde al een tijdje in ons hoofd. In de zomer van 2012 begon Bart de eerste nummers voor Kinderen van Moeder Aarde te schijven en het concept voelde juist aan.
 
Als ik ‘Kinderen van Moeder Aarde’ in google zet, kom ik op een gelijknamig boek van Thea Beckman uit. Hebben jullie daar de inspiratie voor de groepsnaam gehaald? Zo niet, waar dan wel?
 
Bart: Nee, eigenlijk niet. Ik heb het boek zelfs nooit gelezen. De naam komt eigenlijk simpelweg van dat we allemaal kinderen van Moeder Aarde zijn, en haar dienen te zien, behandelen en te verzorgen als een moeder. Moeder Aarde en Vader Zon voeden ons, zij maken ons het leven mogelijk.
Els: Ik heb het boek ook nooit gelezen, de groepsnaam heeft dus niets te maken met het gelijknamige boek. Zoals Bart al zei staat het inderdaad voor de band met de Aarde.
 
De natuur staat centraal in het werk van Kinderen van Moeder Aarde. Zowel de samples van dieren en natuurgeluiden als de teksten geven me het beeld dat jullie erg verbonden zijn met de natuur. Maakt dit deel uit van een specifieke filosofie bij Kinderen van Moeder Aarde?
 
Bart: Absoluut. De inspiratie om deze muziek te schrijven komt volledig door langdurig te verblijven bij Moeder Natuur en haar verschillende dimensies. We zijn deel van haar dus hoe meer bij haar terugkeren, des te meer maken we terug kennis met het ware geluk en met de ware
verbondenheid die Zij ons te bieden heeft, en waarvoor het leven bedoeld is.
Els: Onze muziek is een uiting van onze Animistische levensvisie en manier van denken. De verbondenheid met de natuur komt er overal in terug. Ook onze Paganistische kijk op de wereld heeft een grote invloed op onze muziek. Nummers als 'Holly King' en 'King of the Oaks' hebben duidelijk Paganistische thema's.
 
Onze levensvisie, die ook duidelijk naar voor komt in onze muziek, uit zich ook in andere zaken op muzikaal vlak. Zo maken we bijvoorbeeld uit ethische overwegingen enkel gebruik van veganistische drums.
 
De eerste cd zou al klaar zijn om uitgegeven te worden. Wat mogen we daarvan verwachten en wat zijn jullie concrete vooruitzichten wat betreft de uitgave?
 
Bart: Deze is inderdaad klaar, en we zijn hiervoor momenteel een platenlabel aan het zoeken.
 
Deze cd verbindt nummers over zowel de lichte als de donkere kant van de Natuur. Gitaar en fluit komen bijna altijd aan bod in deze nummers, ondersteund door een natuurlijke of donkere experimentele geluidscollages die verschillende lagen in de natuur representeren. Laten we het gemakkelijkheidshalve sjamanistische rituele folk noemen.
 
Als ik jullie nummers op SoundCloud beluister, valt een grote verscheidenheid op. Enerzijds hebben jullie eerder folkgerichte nummers, anderzijds meer rituele, meditatieve stukken. Ik heb begrepen dat de tweede categorie prominent aanwezig zal zijn op een cd die ‘bronnen’ als uitgangspunt zal hebben. Kunnen jullie daar al iets meer over vertellen?
 
Bart: Dat klopt inderdaad. Kinderen van Moeder Aarde splitst zich op dit vlak uit in 2 richtingen. Enerzijds meer folk-achtige muziek, langs de andere kant rituele ambient, met een diepe sacrale saus erover. Dit werk zal gaan over enkele van de heilige bronnen in Europa. We hebben op deze plaatsen tijd doorgebracht, gezongen, geluisterd en mogen ontvangen. De 4 nummers die hier zullen opstaan zijn niet gecreëerd om muzikale pareltjes te zijn, eerder om de luisteraar volledig mee te sleuren tot in de diepte waar deze bronnen ontspringen, en om het verhaal van deze heilige plaatsen zo nauwkeurig mogelijk in klank om te zetten. Ze fungeren eigenlijk meer als poorten waardoor de luisteraar naar binnen kan gaan, om de paden van subtielere realiteiten te betreden.
 
Els: De nummers over de bronnen zijn ook een manier om een ode te brengen aan de plaatsen die ze muzikalerwijs beschrijven. Het is een soort van in muziek omzetten van de energie die wij ervaren op deze bijzondere plaatsen en de nummers brengen ook die energie over. Deze nummers klinken en voelen inderdaad heel anders dan onze meer folky nummers. Vandaar dat we ook besloten om hiervoor een andere cd uit te geven. Deze muziek leent zich beter tot meditatie, trancereizen of rustig luisteren, de sfeer is anders dan bij de andere nummers en de nummers zijn ook veel langer. Zoals Bart zei kan je deze nummers eigenlijk zien als een soort van muzikale reizen naar de bronnen.
 
Jullie hebben ook een idee om muziek te maken als lofzang voor planten. Maar dat is nog toekomstmuziek…
 
Bart: Inderdaad. We hebben hier al enkele nummers voor geschreven, maar het zal tijd vragen om dit hele concept rond te krijgen. Er moet diep over worden nagedacht want de lofzang moet de plant waardig zijn.
 
Els: De natuur in zijn totaliteit is het onderwerp van onze muziek. Bart kwam met het idee om nummers te schrijven gewijd aan bepaalde planten en bomen, met teksten en melodieën die aansluiten bij de energie, maar ook bij de folklore en mythologie van de betreffende plant. Het plantenrijk kan ons zoveel leren en het zou mooi zijn voor ons om daar ook een stukje van om te zetten in muziek.
 
Bart, we kennen jou ook als de man achter Dead Man’s Hill. In een vorig interview vertelde je mij dat je weinig inspiratie meer had voor dit project en dat het zou overvloeien in The Earth King, waar je in 2013 al een eerste aanzet toe gaf met de cd 'cycling between Sun and Moon'. Maar de laatste tijd heb je toch twee nieuwe nummers van Dead Man’s Hill online gezet. Zijn je plannen veranderd?
 
Bart: Ja, de inspiratie is minder berekenbaar dan ik oorspronkelijk dacht. Ondertussen heb ik reeds 8 nieuwe tracks geschreven die duidelijk onder Dead Man’s Hill vallen, terwijl The Earth King dan weer stil ligt. Ik ben momenteel actief naar een nieuw album aan het toewerken dus er zal binnenkort sowieso nieuw werk van Dead Man’s Hill verschijnen.
 
Op 9 januari treden jullie samen met Empusae op in de Kinky Star, voor de tiende editie van de Dark Entries Night. Wat kunnen we verwachten?
 
Bart: We zullen voornamelijk de meer folk-geïnspireerde nummers brengen, en we zijn eveneens blij dat we, voor ons derde optreden, onze nieuwe live-gitarist aan het grotere publiek kunnen voorstellen.
 
Els: De nummers voor de bronnen brengen we momenteel niet live, deze lenen zich voor een ander soort van livegebeuren dan concerten. Onze set zal inderdaad voornamelijk onze folky-nummers bestaan maar ook ritualistische elementen bevatten. Dit wordt ons tweede versterkt concert en de eerste keer dat we het podium zullen delen met onze live-gitarist Xavier. Het wordt dus ook voor ons nog een beetje een verrassing. Maar we hopen in elk geval een fijne energie en een mooi muzikaal gebeuren over te brengen.
 
Dank voor dit interview. Willen jullie nog een laatste woord toevoegen?
 
Bart: Hartelijk dank aan jou! Jazeker: de mensen die geïnteresseerd zijn in onze muziek kunnen terecht op www.facebook.com/kinderenvanmoederaarde. Er zijn links terug te vinden naar muziek en video's van dit project.
 
Dark Entries Night X (facebook event, 9 januari 2015)

donderdag, mei 15, 2014

Autopsia: Humanity Is The Devil 1604-1994

Nog niet zo lang geleden bespraken we voor jullie de heruitgave van 'Palladium' van Autopsia, een Servisch-Tsjechische groep die in pessimisme moeilijk te overtreffen valt. Dat 'Palladium' terug op CD uitkomt, lijkt logisch, omdat het als één van de meesterwerken van de groep beschouwd wordt. Maar voor andere uitstekende platen van de groep is er blijkbaar geen ruimte meer op de krimpende CD-markt. Vandaar dat ook Autopsia hun toevlucht neemt tot Bandcamp. Ze hebben er net 'Humanity Is The Devil 1604-1994' opgezet, en die kun je vanaf nu dus gratis streamen of voor een aanvaardbare prijs downloaden. Voor liefhebbers van de combinatie van dark ambient en neoklassiek.

"Alles bij elkaar gezien zijn we niet bekommerd om muziek. Ons thema is de dood en de wroeging om de dood. De muziek zit in de wroeging." - Autopsia

Autopsia op Facebook


maandag, april 21, 2014

Camerata Mediolanense: Het is vandaag bijna incorrect om nog te spreken over ‘meesterwerken’ in de kunst.

Vertute, Honor, Bellezza van Camerata Mediolanense was voor mij dé cd van 2013. Al snel na het verschijnen van mijn laaiend enthousiaste recensie van het werk kregen we het aanbod om een interview te doen met Elena Previdi, componiste en toetseniste van de groep. De vragen werden opgestuurd, maar er kwam geen antwoord op. Tot een paar dagen geleden, als bij wonder, het beantwoorde interview in mijn mailbox verscheen. Er zijn meer dan zes maanden verstreken tussen het opsturen van de vragen en het ontvangen van de antwoorden. Maar het werd dan ook een diepgaand interview waarin Elena zich uitlaat over kunst, haar verhouding tot Italië en de beschuldigingen van extreemrechtse sympathiën waar de groep onder te lijden had.

Om te beginnen: van harte gefeliciteerd met jullie laatste cd. Ik ben bijzonder onder de indruk van het samenspel tussen de solostemmen en het koorzang. Vinden jullie zelf dat het een stap voorwaarts is in vergelijking met jullie eerder werk?

Heel erg bedankt voor je waardering. Deze opname werd pas lang na de vorige opname uitgebracht. Meer dan tien jaar. Er is dan ook een natuurlijke evolutie in de perspectieven en vaardigheden van ouder wordende mensen. In deze lange periode heb ik mijn muzikale studies volbracht, en daarmee ben ik ook gevorderd in de kunst om met muziek om te gaan. Ik ben dan ook blij dat je opgemerkt en gesmaakt hebt dat er een grote interactie is tussen de solisten en het koor, omdat het één van de gevolgen is van mijn toegenomen kennis in contrapunt, een technisch middel dat tegenwoordig maar weinig mensen kennen en kunnen toepassen.

Maar hoe dan ook denken we niet dat het een stap voorwaarts is in vergelijking met onze vorige drie albums. Het is gewoon het resultaat van onze huidige inspiratie. Als we naar het verleden kijken, naar het geheel van onze uitgaven, dan denken we dat elk van onze vier uitgaven belangrijk is, en elk van hen past perfect bij de omstandigheden van een bepaald tijdperk. We zien geen enkele hiërarchie in ons werk.

De nieuwe cd is gebaseerd op poëzie van Francesco Petrarca. Je lijkt het leven en het werk van Petrarca diepgaand bestudeerd te hebben, afgaand op de tekst die je geschreven hebt in de kunstboekeditie van jullie cd. Wat fascineert jou zo bij deze grote dichter?

Mijn essay in het kunstboek is een onderzoek naar de tonnen muzikale vertoningen van Petrarcas werk in de laatste 700 jaar. Maar vooraleer ik deze muzikale bronnen doornam was ik al gestart met mijn eigen herontdekking van de poëzie van Petrarca. In Italië wordt Petrarca in het onderwijs besproken en gelezen. Hij gebruikt oud Italiaans, dat niet zo gemakkelijk te verstaan is bij een eerste kennismaking. Hij wordt dan ook vaak oppervlakkig gelezen, met weinig voldoening tot gevolg. Ik was ook zo toen ik studente was. Toen ik mijn Canzoniere (de voornaamste dichtbundel van Petrarca) terug ontdekte - een paar jaar geleden - was ik sprakeloos, verbouwereerd door zijn buitengewone poëtische kracht. Ik ontdekte voornamelijk drie dingen.

Het eerste is de ongelooflijke moderniteit van zijn denken, dat - ondanks zijn archaïsch taalgebruik - een belangrijke universele menselijkheid tentoonspreidt. In dit denken kunnen we onszelf vandaag diepgaand herkennen.

Het tweede is de absolute schoonheid, zijn wijze om dingen te verwoorden, de pracht van zijn poëtische stijlfiguren en linguïstische sonoriteiten die enkel opgemerkt kunnen worden als je ernaar luistert in de oorspronkelijke taal, en die dus gemakkelijker te vatten zijn als Italiaan.
Het derde is de muzikale kracht van zijn poëzie, die ik onmiddellijk ervaren heb, en die me hebben doen begrijpen waarom Petrarca de meest vertoonde dichter is in de geschiedenis.

Zoals je in het kunstboek aangeeft hadden de meeste gedichten al een muzikale bewerking gekregen. Waarom heb je gekozen om nieuwe versies te maken en wat denk je dat vernieuwend is aan jouw aanpak van zijn gedichten?

Veel van de teksten die ik gekozen heb om te vertonen zijn dezelfde teksten die - in de loop der eeuwen - al de meeste muzikale bewerkingen gekregen hebben: Vergine bella, Voi ch’ascoltate, Solo et pensoso, Vago augelletto… Ik heb mijn keuze gemaakt zonder rekening te houden met de omstandigheden, enkel door de aantrekkelijkheid van de gedichten. En het is interessant om onze versies met die van anderen te vergelijken. Ik heb dozijnen versies van Vergine bella kunnen waarderen, nadat ik mijn eigen versie gemaakt had. Vooraleer ik mijn eigen ding gedaan had, wou ik echter niets horen: ik wou in mijn oren niets anders dan de woorden van Petrarca. Je mag dus zeker zijn dat er tussen onze versies en alle vorige versies geen enkel verband is.

Dit gebeurt omdat onze nummers volledig ingebed zijn in de muzikale levensstijl van de 21ste eeuw. Maar ik heb eigenlijk geen antwoord op je vraag. Waarom heb ik zo vaak gekozen voor gedichten die al zo vaak in de geschiedenis vertoond zijn geweest, soms wel honderden keren?

Ik wil in deze context even mijn mening geven over meesterwerken. Het is vandaag bijna incorrect om nog te spreken over ‘meesterwerken’ in de kunst. Mensen vermijden om nog te oordelen over artistieke creaties, alsof ze beschaamd zijn om een mening te geven over de kwaliteit van een werk. Vandaag onderzoekt men de minder succesvolle opera’s van een componist, zijn minder bekend (en dus ‘minderwaardig’) werk. Het lijkt interessanter om iets verscholen te ontdekken, dan om de belangrijkste werken onder ogen te zien. Maar er bestaan werken die - ongeacht de geschiedenis - bestaan. Werken met een sterke innerlijke uitstraling, die overeind blijven, die zich niets aantrekken van trends, mode, stromingen en golven.

Petrarca heeft veel van dit soort meesterwerken voortgebracht. En ze werden erkend door het nageslacht, kregen hopen bewerkingen doorheen de eeuwen. De speciale aantrekkingskracht van de beroemde gedichten uit Canzoniere hebben hetzelfde effect gehad op mij. Het is gewoon een feit, ik heb geen rationele verklaring. Ik deed het boek gewoon open, en als ik iets vond dat me raakte, begon ik muziek te maken. En vaak kwam de muziek op deze teksten erg gemakkelijk: de woorden leken erop geboren.

Petrarca wou ook de glorie van het antieke Rome doen herleven. Daarom wordt hij soms de vader van het humanisme genoemd. Zijn wil om het Italiaanse grondgebied te verenigen en terug groots maken glimt door de tekst van 'Canzone all'Italia'. Mogen we zeggen dat hij een Italiaans nationalist was?

Deze beschouwing doet ons eigenlijk lachen. Wij hebben Petrarca nooit vanuit een politiek standpunt bekeken, als een soort nationalist. En voor Italië is het bijna onmogelijk om over een soort nationalisme te spreken. Italië was, en is, vooral een geografische benaming. Een heel aangename plek, vol vreugde en creativiteit, maar waar ieder voor zichzelf denkt en de andere wantrouwt, en met regeringsleden die niet om hun eigen volk geven. Petrarca zingt eigenlijk over deze gehavende prachtige eigenheid van Italië, niet over de Italianen. Door zijn Canzone all’Italia te gebruiken schreeuwen we het op dezelfde wijze als hij in zijn tijd (een wederkerend thema: wij vandaag; Goethe in 1790; Petrarca in 1350…).

Petrarcas belangstelling was vooral cultureel. Zijn verlangen naar Rome was het cultureel verheffen van de Romeinse kracht… Met zijn studies en ontdekkingen van oude klassieke teksten begon het moderne Humanisme: en het werd een Europees wonder, niet een die beperkt bleef tot ‘Italië’, ook al werd het gestart door een Italiaan.

Het grootste deel van het werk van Camerata Mediolanense is in het Italiaans, en gaat terug op Italiaanse bronnen. Naast Petrarca hebben jullie ook inspiratie geput uit Dante en het verhaal van Donna Lombarda. Zien jullie jezelf als een typisch Italiaanse groep of als ambassadeurs van de Italiaanse cultuur?

Niets van dit alles! Zoals ik al zei is onze relatie met Italië helemaal niet relaxed. Wij zijn gewoon hier geboren, leven hier, en lijden, lijden, lijden. Ik kan niet meer zeggen, want het zou te drastisch klinken. Camerata Mediolanense is een culturele entiteit die als een soort mirakel geboren is uit de ruïnes van de Italiaanse cultuur, en in het bijzonder uit de ruïnes van de Italiaanse muziekcultuur. Ik hou van de definitie van één van onze collega’s, een Italiaans journalist, die onlangs zei dat hij ons zag als ‘nieuwe humanisten’. We houden van dit standpunt en kunnen er ons volledig in vinden.

Het nieuws dat vandaag uit Italië komt is niet zo goed. De economische crisis lijkt hard toe te slaan, en de politiek lijkt bijna een circus voor een buitenstaander. Hoe zien jullie de huidige situatie in Italië?

Zoals ik al zei maakt het niets uit dat we hier en nu zijn. Wij geven geen moer om de huidige Italiaanse situatie. We geven niet om politiek en zijn volledig gefocust op kunst, wetenschap en geschiedenis vanuit verschillende perspectieven.

Samen met Vertute, Honor, Bellezza hebben jullie al jullie eerder werk heruitgegeven. Bij elke cd hebben jullie een bonus-cd toegevoegd. Hoe hebben jullie de nummers op deze extra cd’s uitgekozen? En waarom staan niet al jullie eerdere singles en ep’s - in het bijzonder het werk rond Dante - op deze cd’s?

Ons nieuw label (Prophecy) vroeg ons om alle nummers uit onze geschiedenis uit te geven, om hen een patent te geven voor ons volledige werk voor de grote opgave van de heruitgave van onze catalogus, allemaal verzameld in een houten doos. Een ware opera omnia van Camerata Mediolanense. Het project omhelsde de drie oude cd’s, de kunstboekversie van Vertute, al onze eigen uitgaven als 7” en 12”, en - uiteindelijk - alle nummers voor verschillende compilaties (vinyl, cassette, cd’s). Een aantal van die oude nummers zijn gênant omwille van hun geluidskwaliteit, maar het doel van deze operatie was zuiver filologisch, en moet dus ook vanuit dit perspectief beschouwd worden.

Eigenlijk hebben we ons nooit volledig kunnen vinden in dit project, want het werk rond Dante (drie 7” vinyls) zijn geen deel van deze tijdspanne. Ze maken deel uit van een project dat nog onvoltooid is. Dus veranderde de titel van de box van Opera Omnia (volledige werken) naar Gesammelte Werke (verzameld werk).

In de bijna 15 jaar tussen Madrigali en Vertute, Honor, Bellezza, heb je je doctoraat behaald. Waar ging je thesis over? Heeft het invloed gehad op je werk met Camerata Mediolanense?

De thesis heeft het werk van Camerata Mediolanense vooral beïnvloedt omdat… het me zoveel tijd gekost heeft, die niet naar de groep kon gaan. In mijn doctoraat heb ik een aantal werken bestudeerd die in Rome geschreven of verschenen zijn in de tweede helft van de 17e eeuw rond de geschiedenis van muziekinstrumenten. Sommigen zijn beroemd, zoals de Musurgia Universalis van Athanasius Kircher, maar anderen zijn totaal onbekend, zoals de De Tibiis Veterum van Bartholinus of de De tribus generibus instrumentorum van Francesco Bianchini. Mijn interesse ging uit naar de studie van de inhoud van deze boeken: om nieuwe informatie te ontdekken over oude muziekinstrumenten, maar ook om te begrijpen waarom er zoveel werken rond dit particulier onderwerp verschenen zijn in die periode, en dan nog allemaal in de stad Rome. Ik zal hier binnenkort een boek over uitgeven.

Mijn positie is echt ongebruikelijk. Ik ben niet alleen musicologe, maar ik heb ook verschillende muzikale kwalificaties (op niveau van de academie). Dit is uitzonderlijk voor een musicoloog, die meestal enkel een academische (‘boekkundige’) opleiding heeft. En tenslotte heb ik ook nog een passie voor darkwave muziek. Dit is een passie die door geen enkele van de academici die ik ken gedeeld wordt. Al deze dingen zullen uiteraard, op één of andere wijze, een invloed hebben op Camerata Mediolanense. Maar ik probeer als ik mijn eigen muziek maak mijn culturele achtergrond achter te laten en mijn instincten vrij te laten om creatief te zijn.

Voelen jullie jullie verwant met andere Italiaanse groepen als Ianva, Corde Oblique, Ataraxia... Is er zoiets als een Italiaanse neofolk/neoclassieke scene?

We hebben het gevoel dat er tegenwoordig een gebrek aan creativiteit is bij nieuwe groepen die bij de scene betrokken zijn. Ik hoop dat dit slechts van korte duur zal zijn. Maar je kan niet ontkennen dat er veel uitstekende creaties het licht gezien hebben in Italië in de laatste 20 jaar, en ik wil in je lijstje ook nog Argine en Ordo Equitum Solis toevoegen, die maar half ‘Italiaans’ zijn, maar al lang vanuit Italië opereren. We voelen ons met hen allen verbonden en voelen ons een deel van een gemeenschappelijke scene. Voor sommige van hen hebben we trouwens meer dan enkel artistieke bewondering: met Ataraxia, Argine en Ordo Equitum Solis heb ik nog live toetsen gespeeld. (Met Ataraxia speelde ik in Mexico, met OES over heel Europa, met Argine in Italië.) Onze menselijke en muzikale banden zijn diepgaand.

In Zwitserland hebben linkse radicalen een club aangevallen waar jullie gingen optreden omdat ze dachten dat jullie rechtse extremisten waren, hoewel dergelijke referenties niet in jullie werk voorkomen. Hoe denken jullie dat zoiets mogelijk was? Nemen jullie voorzorgsmaatregelen voor het geval dat dit opnieuw zou kunnen gebeuren?

Dat was zeker en vast het ergste hoofdstuk uit onze biografie, maar niet het enige. Ik mag beweren dat Camerata Mediolanense het slachtoffer is van persecussie, aangezien ook nog andere van onze concerten verhinderd werden. De redenen zijn waardeloos. Ik denk dat onze naam een slechte fascinatie uitoefent op radicale mensen: ‘camerata’ is een oud woord voor muziekensembles, maar voor onwetende mensen kan het klinken als ‘kamerade’.

Op radicaal-linkse websites gaat er nieuws rond dat juiste en valse berichten door elkaar halen, bijvoorbeeld nieuws over het feit dat we radicaal-rechtse bijeenkomsten bijgewoond zouden hebben, of bijgedragen hebben aan rechtse compilaties. Het is natuurlijk een aberratie dat sommigen denken dat een groep niet mag spelen omwille van zijn politieke overtuigingen. Maar hoe dan ook, in ons specifiek geval: hoewel het juist is dat we uitgenodigd zijn voor deze bijeenkomsten en compilaties, klopt het ook dat we toen geweigerd hebben. Omdat wij van aanvang aan hebben gekozen om elke politieke context te vermijden. Niet links, noch rechts. Camerata Mediolanense is een zuiver cultureel project.

Spijtig genoeg werd onze naam verspreid hoewel we niet deelgenomen hebben aan de vermelde evenementen. En het nieuws bleef aanwezig op extreem-linkse websites. Geen enkele van deze webmasters voelde, of voelt, de eerlijkheid om het valse nieuws recht te zetten of te vernietigen. De aanval in Zwitserland was slechts de laatste stap. Het was heel agressief. In ons bijzijn werden al onze instrumenten en de club vernield, en gelukkig kwamen we er zelf op miraculeuze wijze ongeschonden uit. De bezwaren van de aanvallers - een flyer - rechtvaardigde de actie op basis van de eerder vermeldde berichten. Op dit ogenblik eindigt in Zwitserland het proces tegen hen. In eerste aanleg leidde het tot 19 veroordelingen van de aanvallers en met een bevestiging van de volledige afwezigheid van politieke elementen in Camerata Mediolanense. We wachten nu op de tweede aanleg voor de laatste drie beschuldigden.

Momenteel is ons probleem dat een aantal Duitse schrijvers en onderzoekers de laatste tijd de valse beschuldigingen als waar hebben aangenomen en erover schrijven in boeken, op televisie komen… Zonder hun bronnen na te gaan! Zonder ons iets te vragen! Het nieuws staat op internet, dus het is ‘waar’. Dit is verbijsterend, vooral voor mij, omdat ik ook onderzoekster ben… Ik kijk mijn bronnen steeds na.

Je hebt in verschillende gothic en darkwave groepen gespeeld, en jullie spelen vaak op gothic concerten. Wat betekent de zwarte scene voor jullie?

Het is onze ‘stam’, en ik noem het zo als een antropologisch concept. Elk van ons (ik, Manuel, 3Vor en Marco) zijn muzikaal geboren met darkwave en postpunk, ondertussen al meer dan twintig jaar geleden. Uitgezonderd Manuel, die enkel in Camerata Mediolanense gespeeld heeft, zijn de anderen – 3Vor, Marco en ik – lid geweest of nog steeds actief bij verschillende ensembles, als stichter (3vor: NG, Marco: Sturm Und Drang) of als muzikant of medewerker. We genieten er nog steeds van om concerten en festivals in Italië en in het buitenland bij te wonen, als gewone bezoekers. Een verschil met het verleden is echter dat we - nu we wat ouder zijn - ook meer andere muziekgenres exploreren en concerten in andere scenes bijwonen. Veel mensen vallen bij het ouder worden terug op hun gewoonten, maar bij ons lijkt het omgekeerde te gebeuren. Ik denk dat je dat ook kunt horen in onze muziek.

Dank voor dit diepgaand interview!

Camerata Mediolanense

Facebook