Adam Usi heeft een obsessie met de joodse geschiedenis, en vooral met de donkerste aspecten ervan. Zijn nieuwe clip voor het nummer 'Transnistria' behandelt het verhaal van een jood die - zolang hij kan - de vuile klusjes in het concentratiekamp zal blijven voltooien, zoals het scheppen van kool voor de ovens. Voor de video werden erg symbolische plekken uitgekozen: het memoriaal van Dachau - een bekend concentratiekamp nabij München - en de bossen in de buurt waarnaar dodenmarsen leidden toen de geallieerden naderden op het einde van de oorlog. Koude rillingen en kippenvel verzekerd.
Posts tonen met het label Duitsland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duitsland. Alle posts tonen
zaterdag, oktober 21, 2017
vrijdag, oktober 28, 2016
Wave-Gotik-Treffen 2016, Deel II: Er was eens… de geschiedenis
25 jaar WGT. Dat is een poosje, en er mogen wat mij betreft nog wat jaartjes bijkomen. Het is ook een moment waarop men mag terugkijken, en dus zijn er dit jaar verschillende tentoonstellingen in het raam van het jubileum die op de geschiedenis van het festival en van de Grufti-scene in Oost-Duitsland focussen. De belangrijkste tentoonstelling is ongetwijfeld het historisch overzicht ‘Leipzig in Schwarz’ in het Stadtgeschichtliger Museum.
Het WGT ontstond in 1992, of meer precies nog in 1993, toen het oorspronkelijke Moonchild Festival werd omgedoopt tot het Wave-Gothic-Treffen. Maar eigenlijk was er een hele voorgeschiedenis. In de tweede helft van de jaren 80 kwamen de ‘Gruftis’ - naar het Duitse woord voor graf - ook in de DDR aan het oppervlak. De Gruftis werden vaak negatief bekeken en door de Stasi - de Oost-Duitse geheime dienst et argusogen in de gaten gehouden.
Overal werden meer of minder legale evenementen georganiseerd. Cassettes en platen werden uit Hongarije of uit het Westen binnengesmokkeld en dan eindeloos gekopieerd. Er bestond ook een ondergronds circuit waarvan de muziek eveneens op cassettes rondcirculeerde.
In Leipzig bestond een sien waarin Michael Brunner een centrale rol speelde. Deze mystiek aangelegde jongeman ging een cursus volgen in Potsdam, waar hij eveneens verwante zielen leerde kennen. Hij nam het initiatief om de Walpurgisnacht te gaan vieren aan de ruïne van het slot Belvedère in Potsdam, en nodigde zijn vrienden uit Leipzig uit. De opkomst was onverwacht hoog: 150 deelnemers van over heel de DDR, met zelfs wat West-Berlijners erbij. Het grootste deel van hen werd helaas opgepakt, maar voor een minderheid ging het feestje op de Pfingstberg gewoon door.
Het was niet enkel de politie en de staatsveiligheid die vijandig ingesteld waren. Skinheads vielen vaak de eerder passieve Grufties aan. In augustus 1990 - de muur was intussen gevallen - was er massaal geweld tegen Cure-fans die hun idolen in Leipzig aan het werk wilden zien. Extreemrechtse groepen stonden verspreid tussen het station van Leipzig en de arena waar het concert plaatsvond, en vielen de concertgangers aan.
Het was evenwel niet allemaal vijandigheid, want destijds waren er nog heel wat linken tussen Grufties en punks. Punks konden het ook vaak vinden met metalheads, maar die laatsten keken vaak neer op de in hun ogen weke Gruftis. Allen hadden wel een gemeenschappelijke vijand: de Stino’s of Stinknormaler. Die samenhang zou evenwel samen met de DDR verdwijnen.
Michael Brunner was ook de man die in 1991 - de DDR was intussen opgeslorpt door de Bundesrepublik - samen met zijn vriend Sandro Standhaft de organisatie ‘Moonchild’ oprichtte en fuiven begon te geven de Villa. De Villa was evenwel te krap voor het groter plan van beide heren: het organiseren van een Moonchild-festival. Daarvoor werd uitgeweken naar de Eiskeller aan Connewitz Kreuz. Ook dat bleek al snel te krap, want de capaciteit van 800 man was niet in verhouding tot de opgekomen 2000 man (voornamelijk door mond-op-mondreclame). Voor wie niet binnen kon was er ook op straat een feestje met kampvuren en drank.
Dat was wellicht de aanzet om de tweede editie - in 1993 - om te dopen tot een ‘Treffen’. De heimwee naar DDR-tijden - waarin het samenkomen belangrijker was dan het commerciële aspect en het programma - speelt vast mee. De locatie werd een paar honderd meter verplaatst naar Werk II en er kwamen nog meer goths op af. En dus klonk de evidente kritiek dat er wel degelijk meer programma was en minder contact tussen de deelnemers.
Gothics klagen graag, dat is geweten, maar ondanks alle kritiek bleef het festival jaar na jaar groeien. Voor het derde festival werd een nieuwe organisatie opgericht - Sol et Luna - onder leiding van Brunner. Standhaft werd verwijderd en verklaarde nog vele jaren de stad uit te trekken als het festival doorging. De naam van het festival werd gewijzigd in ‘Wave-Gotik-Treffen’, om weerwerk te bieden aan de alomtegenwoordigheid van het Engels in de sien. Het was ook de eerste keer dat er op meerdere locaties gevierd werd.
In 1998 bedroeg het aantal bezoekers al 12.000 geesten, en in 1999 20.000. Het festival barstte uit zijn voegen. De organisatoren mikten veel te hoog. Ze nodigden in 2000 niet minder dan 349 groepen uit, waar er het jaar daarvoor nog maar 112 waren. Het festival kon de gages van de groepen niet betalen. De organisatoren hadden elkaar meer tegengewerkt dan samengewerkt. Een hoop optredens worden afgelast. Op zondag houdt het veiligheidspersoneel het voor bekeken en breekt men de podia af.
Een aantal mensen neemt het initiatief om er toch nog iets van te maken. Bands spelen gratis en stellen hun materiaal ter beschikking en er vormt zich zelfs een gothic-veiligheidsdienst. De politie helpt ook mee, al was het maar om een grotere chaos te voorkomen. Dat blijkt evenwel niet nodig, want het publiek blijft er onvoorstelbaar kalm bij. Dit kan enkel op gothic-festivals. (Is er iemand die de vergelijking met Eurorock niet gemaakt heeft?)
Er is nog meer dat deze ‘Chaos-WGT’ in een slecht daglicht stelt. Al een paar jaar wordt er geklaagd dat het festival ruimte geeft aan extreemrechtse ideeën en groepen. Zo krijgt het nieuwrechtse gothmagazine Sigill jaarlijks een standje op de gothic-markt. In 2000 krijgt Von Thronstahl de kans om op te treden. Zanger Josef Klumb - ook zijn uitgeverij Verlag + Agentur Werner Symanek krijgt jaarlijks een standje op de markt - staat evenwel bekend als een aanhanger van antisemitische complottheorieën en krijgt een verbod om op te treden. De groep treedt dan op zonder zanger, maar met gemaskerde mannen die met vlaggen zwaaien. Op de vlag: een afbeelding van de zwarte zon, een occult symbool dat deel uitmaakte van de SS-burcht in Wewelsburg. Het kon moeilijker duidelijker. (Het WGT kreeg in 2009 trouwens opnieuw kritiek toen een afbeelding van de zwarte zon op de campingtickets van het festival stond.)
Hoe dan ook, het festival is in 2000 failliet. De organisatie wordt vanaf 2001 overgenomen door In Move GmbH. Zij zorgen weer voor financiële orde, al gaat dat onvermijdelijk gepaard met kritieken dat het te commercieel geworden is en dat het festival zijn alternatieve geest verloren is. Het programma wordt alvast diverser en bevat nu ook vertoningen in de opera en in musea. Het belang voor de stad kan - met een omzet van 3 tot 4 miljoen per jaar - niet onderschat worden, en dat heeft het festival in 2014 zelfs de Leipziger Tourismus-Preis toegewezen kreeg.
De jubileum-editie van het WGT biedt ook wat nog kleinere toonstellingen aan. In het station van Leipzig - het grootste van Europa - vindt een tentoonstelling plaats die wat basisinformatie over 25 jaar WGT geeft, maar vooral mooie foto’s biedt van verschillende fotografen. Eén van hen is Gerd Lehmann, de man die van 1997 tot 2007 de ‘Gestus-Mondkalender’ uitgaf. Hij heeft recht op een afzonderlijke tentoonstelling in Haus Leipzig.
Lehmann was een bekende modefotograaf in de DDR, maar gaf er in 2007 - na een carrière van meer dan 40 jaar - de brui aan. Niet allen had hij een mooie en lange carrière achter de rug, hij had ook weinig zin om zich aan te passen aan de vereisten van de digitale fotografie. Hij stelt evenwel nog graag zijn werk tentoon ‘in een sien waar hij zich immer thuisgevoeld heeft’. In het Grassimuseum gaat ten slotte een tentoonstelling ‘Gezichten uit het Wave-Gotik-Treffen’ door met foto’s van Marcus Rietzsch, een man die mooi geënsceneerde foto’s van festivalgangers maakt en sinds 10 jaar uitgeeft in het boek ‘Pfingstgeflüster’.
Er gaat evenwel nog een tweede belangrijke historische tentoonstelling door, deze keer niet over het WGT maar over de tijd daarvoor. Het is immers geen toeval dat er na de ‘Wende’ - de val van de muur en de hereniging - een groot festival kon ontstaan in Leipzig. In de tweede helft van de jaren 80 groeide immers - zoals gezegd - een grote Grufti-sien in de DDR.
Dat is een tentoonstelling in de Runde Ecke, het vroegere hoofdkwartier van de Stasi in Leipzig, met de focus op hoe de Stasi alternatieve jongeren in het oog hield. De tentoonstelling werd grondig gewijzigd sinds ik ze in 2012 voor het eerst bezocht. Waar de aandacht vroeger vooral ging naar de Gruftis, worden thans andere soorten ‘negatief-decadente’ groepen eveneens in de schijnwerpers gezet: Tramper (hippies), Punks, Skinheads, Heavy’s, New Romantics en Popper.
De Stasi - de spionagedienst in de DDR - kon rekenen op een breed netwerk van ‘Informelle Mitarbeiter’, mensen die regelmatig verslag kwamen brengen over verdachte gebeurtenissen en vrienden. In de gothsien was het aantal spionnen zelfs groter dan over de totale bevolking, zo leren we uit een lezing van John H. Nicholls, een man die een doctoraat schrijft over de hele kwestie. Waar over de bevolking gemiddeld 1 op 50 meewerkte met de Stasi, was dat in de sien 1 op 6.
Dat de Stasi kon rekenen op zoveel medewerking had met meerdere factoren te maken. Enerzijds kon men toegang krijgen tot westerse producten en alcohol, anderzijds waren er ook mensen die uit overtuiging deelnamen, omdat ze geloofden dat ze zo hielpen aan het uitbouwen van een socialistische staat. Dit kon tot de contradictorische situatie leiden dat mensen die erg belangrijk en toegewijd waren in de sien ook bij de Stasi gingen rapporteren. Anderzijds kon medewerking altijd geweigerd worden, zonder grote gevolgen voor de betrokkene.
De tentoonstelling toont tal van verslagen van verhoren van Gruftis. Het valt op dat deze meestal een erg eerlijk relaas geven. Zo zijn er verslagen van nachtelijke uitstappen op kerkhoven. Dit gebeurde meestal na een nachtje uitgaan. Er is zelfs een foto van een graf dat beklad is met een graffiti van ‘Boy George’.
Toch bleek de informatie van de Stasi niet altijd te kloppen. Zo worden Gruftis in een rapport als aanhangers van psychedelische muziek beschouwd (die dan weer als ‘duistere, depressieve muziek’ omschreven wordt). Nog geestiger is de opmerking dat ‘Codix’ - jawel, het staat zo in de tekst - een extreme vorm van Gruftis zijn die uit de metal komen en van vampieren en The Cure houden. De ‘Satansgruftis’ kan je dan weer herkennen aan hun rode gordel en veters. Zij slapen in zerken en verwoesten kerkhoven. Staat een gothic met zijn voeten over elkaar, dan kun je er gif op innemen dat het een aanhanger van Lucifer is, want enkel zij vertonen dit gedrag.
Er worden ook meer positieve dingen gezegd, die evenmin altijd kloppen: Gruftis geloven in een leven na de dood, voelen zich verbonden met de kerk maar staan vijandig tegen de leiding van de kerken, willen hulpbehoevende mensen helpen en kenmerken zich door een passieve houding. Net omwille van die passieve houding zijn ze een geliefd doelwit voor de veel gewelddadigere skinheads.
Wanneer de Gruftis net in de DDR verschenen is nog voer voor debat. Een document spreekt van 1987. Een ander document vermeldt dat The Cure veel aandacht kreeg in de West-Duitse media in 1985 en ’86, wat zeker van invloed was op de jeugd in de DDR. De reeds vermeldde John Nicholls wist ons te vertellen dat de financiering voor het surveilleren van ‘negatief-dekadente jongeren’ daalde nadat het ‘Punk-Problem’ in 1983 opgelost werd verklaard door de Stasi, maar dat het budget weer verhoogd werd in de jaren 1985 tot 1987. Iemand stelt de vraag of de eerste Grufties verschenen in het vacuüm dat de repressie tegen punks had achtergelaten in 1983, of pas bij de opgang van de tweede punkgolf vanaf 1985. Wie het weet mag het zeggen.
De tentoonstellingen bieden een hoop informatie voor wie zich wil inwerken in de geschiedenis van het WGT en van de Grufti-sien. De sien is evenwel nog lang niet gestorven, zo bewijst de jaarlijkse opkomst op het festival, dat zich intussen gestabiliseerd heeft rond de 20.000 tot 25.000 deelnemers. Dat mag wat mij betreft nog lang zo blijven, want nog leuker dan de geschiedenis kennen is zelf de geschiedenis schrijven.
Labels:
Duitsland,
Geschiedenis en politiek,
Leipzig WGT,
Oostblok
dinsdag, april 12, 2016
Die Grenzgänger: Und weil der Mensch ein Mensch ist
Na een heel fel gewaardeerde en gelauwerde cd met liederen uit de Eerste Wereldoorlog, zijn Die Grenzgänger terug met een cd met… liederen uit de concentratiekampen. Die Grenzgänger hebben al een mooi palmares wat betreft het illustreren van de Duitse geschiedenis met historische liederen. Ze pluizen hiervoor de archieven uit, op zoek naar authentieke liederen die de tijdsgeest en de ervaringen van de mensen weergeven.
Ze gaven eerder al cd’s uit met liederen van migranten die naar de Verenigde Staten vertrokken, liederen van de revolutionaire dichter Hoffmann von Fallersleben, de Marsrevolutie van 1920 en zoals gezegd de Eerste Wereldoorlog. Ook met het thema ‘liederen uit de concentratiekampen’ hebben ze zich al eerder ingelaten. Ze droegen zes nummers bij aan de compilatie ‘O bittre Zeit’, dat wellicht de meest complete en (quasi-)academische verzameling is over dit thema, dat in totaal 81 liederen en twee begeleidende boekjes van in totaal 126 bladzijden met teksten en context bevat.
De liederen op ‘und Weil der Mensch ein Mensch ist’ (zolang de mens een mens is) overlappen grotendeels met de nummers op ‘O bittre Zeit’, al is deze cd meer coherent dan de verzameling die tal van uiteenlopende artiesten en uitvoeringen telt, van originele a-capella-opnames tot avant-garde elektronische bewerkingen van de historische nummers.
Op ‘und weil der Mensch…’ vindt u 15 liederen, die effectief gezongen werden in de concentratiekampen en gevangenissen van het Derde Rijk. De cd vangt aan met wat wellicht het bekendste en allereerste nummer in het genre is: ‘Die moorsoldaten’. Het ontstond in 1933 in het kamp Börgermoor, het eerste concentratiekamp dat de nazi’s opzetten om politieke tegenstanders op te sluiten.
We wijzen er terloops even op dat de bedoeling in 1933 vooral was om politieke tegenstanders op te sluiten: communisten, vakbondsmilitanten, sociaaldemocraten… Velen van hen waren van joodse afkomst. Het is pas in 1941, toen de Tweede Wereldoorlog reeds uitgebroken was, dat men begon met de systematische uitroeiing van ongewenste bevolkingsgroepen: joden, zigeuners, homo’s…
Vele van de liederen zijn gebonden aan een kamp of gevangenis. Titels als ‘Auschwitzlied’, ‘Neuengammer Lagerlied’, ‘Im Walde von Sachsenhausen’ of ‘Buchenwaldlied’ spreken voor zich. Maar ook ‘Die Moorsoldaten’ of ‘Auf des Heubergs rauhen Höhen’ verwijzen naar concrete kampen.
Niet alle liederen stammen uit de concentratiekampen. Het titelnummer ‘und weil der Mensch…’ - ook bekend als het eenheidsfrontlied – is een compositie van Bertolt Brecht en Hanns Eisler. Beiden waren al snel na de machtsovername van de nazi’s naar veiliger oorden gevlucht, maar hun liederen werden wel in de kampen en gevangenissen gezongen.
Een ander lied dat niet in de kampen stamt, maar er wel op tragische wijze aan verbonden is, is ‘Mein Vater wird gesucht’, een lied over een communist die vermoord werd door de SA. Uiteraard is dit een hommage aan Zupfgeigenhansel, één van de eerste Duitse groepen die zich na de Tweede Wereldoorlog aan dit soort historische werken waagde, en het nummer al onder handen hadden genomen. Het oorspronkelijke lied stamt uit de veer van Hans Drach en werd op muziek gezet door Gerda Kohlmey. Beiden waren naar het buitenland gevlucht na de machtsovername van de nazi’s, en schreven sociaal geëngageerde theaterstukken. Drach werkte in de Sovjetunie, maar werd er - zoals vele Duitsers, hoe vurig communistisch ze ook waren - gevangengezet omwille van spionage. Hij werd na het Stalin-Hitlerpakt uitgeleverd aan de Gestapo en pleegde in 1941 zelfmoord in een Duits concentratiekamp.
Erg interessant zijn ook de liederen die verwijzen naar de Bundische Jugend, de jeugdbewegingen in Duitsland in het interbellum. ‘Graue Kollonen ziehen ins Moor’ is een kamplied dat gebaseerd is op een lied dat populair was onder de arbeidersjeugd, en oorspronkelijk door de Wandervogel en zelfs de Hitlerjugend gezongen werd, maar daarna steeds meer een oppositielied werd. ‘Schliess Aug und Ohr für eine Weil’ was populair in de Duiste jeugdbewegingen en was zelfs één van de favoriete liedjes van de Weisse Rose-oppositiegroep rond Hans en Sophie Scholl, die beiden ter dood veroordeeld werden om het verspreiden van anti-nazi pamfletten.
Hoewel de cd handelt over een van de donkerste bladzijden uit de geschiedenis, is de muziek vaak hoopvol. De hoop sterft als laatste, dat is bekend, en in bijna elk lied schuilt een passage waarin hoopvol uitgekeken wordt naar betere tijd: ‘Eeuwig kan het geen winter zijn’, ‘hou je kop hoog, het duurt niet meer lang’, ‘lichtend komt ook voor jullie de vrijheid’, ‘ooit komt de dag, dan zijn we vrij’…
Soms zijn de liederen zelfs ronduit vrolijk. ‘Wir zahlen keine Miete mehr’ (we betalen geen huur meer) – een nieuwe tekst op een hit uit de Weimarrepubliek - drijft de spot met de slechte levensomstandigheden in het kamp van Lichtenburg: ‘en als de cel nog een strozak had (…), dan gingen we nooit meer weg’.
Maar waar dit lied nog sarcasme en ironie is, wordt het op het slotnummer ‘Den Spaten geschultert’ – een lied dat zich vanuit het kamp van Aschendorfer Moor over de verschillende koncentratiekampen verspreidde - helemaal optimistisch: ‘we wachten vol hoop op de vrijheid (…) gevangen zijn we niet eeuwig, weldra openen ze de deuren, want we weten dat na deze nood, het stralende morgenrood voor ons zal schijnen’. Omdat het nummer wat te vrolijk was ten aanzien van de rest van de cd, hebben Die Grenzgänger een moment van stilte ingelast vooraleer dit lied aan te vangen.
Mocht u het nog niet doorhebben: ‘und weil der Mensch ein Mensch ist’ is verplichte kost voor iedereen die in het thema geïnteresseerd is. Deze liederen geven een hoogstnoodzakelijke extra dimensie aan de historische boeken die u de chronologie van de Duitse concentratiekampen zullen geven. Ze vertellen over het alledaagse leed van de gevangenen, over de hoop die ondanks de ellendige omstandigheden blijft leven, geven je inzicht in de levensomstandigeheden en bevatten in deze uitgave uitvoerige uitleg bij de nummers en de mensen die ze geschreven hebben.
En zolang de mens een mens is
Houdt hij niet van laarzen in het gezicht
Hij wil onder zich geen slaven zien
En boven zich geen heer
Houdt hij niet van laarzen in het gezicht
Hij wil onder zich geen slaven zien
En boven zich geen heer
Die Grenzgänger
Labels:
Dark Entries,
Duitsland,
Geschiedenis en politiek
NDW: Aus grauer Städte Mauern. Die Neue Deutsche Welle 1977-85
Neue Deutsche Welle. Voor de één is het een nachtmerrie die snel vergeten moet worden, voor de ander een eindeloze bron aan luisterplezier. Dat het sowieso om een relevante muziekstroming ging, bewijst de reeks waar Bear Family Records thans aan werkt. Of je een tomeloze fan van Neue Deutsche Welle bent, of gewoon interesse hebt in het fenomeen, je kunt niet beter treffen dan deze NDW-reeks.
Intussen zijn twee delen uitgekomen. Deel 3 verschijnt eind oktober en er staat ook een vierde en laatste deel op stapel. Het is de bedoeling dat je de vier delen verzamelt, want ze passen heel mooi naast elkaar in je cd-kast. Maar dat is heus niet de enige reden om de reeks in huis te halen. Met 45 tot 50 liedjes per aflevering - steeds dubbel-cd’s - haal je een hoop muziek in huis, en de selectie van de nummers is uitstekend. Je krijgt enerzijds de onsterfelijke hits, maar ook een hoop meer obscure nummers die wellicht zelfs de verzamelaar nog niet allemaal in huis heeft.
Bovendien - en dat is ontegensprekelijk hét argument om nog steeds fysieke cd’s te kopen - gaat elke aflevering gepaard met een boekje van liefst 150 bladzijden, prachtig opgezet en met absurd gedetailleerde informatie over elke groep en elk nummer. Zo absurd gedetailleerd dat ook nummers besproken worden die niet op de cd’s voorkomen, en dat is toch een beetje frustrerend. Frustrerend is ook dat de tekst enkel in het Duits is, wat hem dus grotendeels onbruikbaar maakt voor wie de taal van Goethe niet kent. Maar bij Dark Entries hebben we het grootste respect voor wie aan zo’n onderneming begint. Wat zeg ik? Het allergrootste respect!
Eigen aan de Neue Deutsch Welle is de spanning tussen alternatieve muziek en kitsch. Want wat begon als een culturele tegenbeweging, werd al snel ingehaald door de commercie. Volle gaas, Ich will Spass. Het duurde uiteraard niet lang of de alternatievelingen moesten niets meer hebben van de idiote popdeuntjes van niemandallen die op televisieshows hun nummers playbackten. Deze reeks neemt evenwel beide zijden van het verhaal op. Nena gaat hier zusterlijk samen met Nina Hagen, Markus met Malaria!, et cetera. En dan zijn er nog de talrijke eendagsvliegen die eveneens goed vertegenwoordigd zijn.
Ach, toegegeven, ondergetekende kan best wel genieten van Nena en co., maar zijn voorkeur gaat toch uit naar de alternatievere groepen en hij blijft wat dat betreft niet op zijn honger zitten: Xmal Deutschland, Fehlfarben, Die Krupps, Abwärts, DAF, Palais Schaumburg, Alexander von Borsig en velen meer. Enkel Einstürzende Neubauten blinken uit in afwezigheid. de makers van de reeks wijzen er in hun teksten dan ook op dat het enorm moeilijk was om alle rechten voor de nummers te verkrijgen, en dat is wellicht de verklaring. Bear Family heeft hier puik werk verricht. Hun bloed, zweet en tranen hebben u een extensieve inventaris van de Neue Deutsche Welle opgeleverd, waarvoor u net als wij zeer dankbaar zou moeten zijn. Chapeau!
dinsdag, september 08, 2015
Bettina Köster (Malaria!, Mania D.): Thurston Moore kwam binnen en zag ons, en hij zei dat als wij met zoiets wegkwamen, hij ook een groep kon starten.
Als lid van Malaria!, Mania D. en zelfs van de eerste versie van Einstürzende Neubauten speelde Bettina Köster een sleutelrol in de ondergrondse Berlijnse scène van eind jaren 70, begin jaren 80. Ze is nu de vijftig voorbij, maar blijft nog steeds punk. Binnen een paar maanden speelt ze op het BIMfest in Antwerpen. We belden haar op in haar huidige verblijfplaats in Italië.
Ik neem aan dat alles begon toen je eind jaren 70 naar West-Berlijn verhuisde om kunst te studeren. Waarom ben je verhuisd? Was je aangetrokken door de ondergrondse scène in West-Berlijn?
Ik ben als kind in Berlijn opgegroeid. Toen ik 15 was moest ik naar West-Duitsland verhuizen, naar een klein stadje waar ik absoluut niet van hield. Ik wou altijd al terug naar Berlijn. Het ingangsexamen voor de kunstschool vond daar eerder plaats dan op de andere school in Essen - in het Ruhrgebied. En de school was zo mooi, in zo’n prachtig gebouw. ik werd aanvaard in Berlijn en was erg blij om terug te keren. Ik was al eerder begonnen met saxofoon. Met weinig succes, want mijn buren werden gek elke keer als ik speelde. Ik was echt blij om in Berlijn te belanden als al die dingen tot stand kwamen, de nieuwe muziekscène. De SO36 - de club in Kreuzberg - had net geopend, net als de Jungle discotheek. Ik ging naar Berlijn en ineens begon van alles te gebeuren.
Er gebeurden toch al lang dingen. West-Berlijn had een speciaal statuut. Ik wil even Wolfgang Müller citeren, van de zeer experimentele groep Die Tödliche Doris. Hij zij dat West-Berlijn een ‘artificieel in stand gehouden constructie, een gesubsidieerd symbool van het vrije westen’, waar je erg goedkoop kon leven indien je eerder slechte woonomstandigheden aanvaardde, en dat je een hoop vrijheid gaf om de gekste ideeën uit te werken op artistiek vlak… Wat denk jij hiervan?
Dat is grotendeels juist. Berlijn had dit speciaal statuut omwille van de muur. Er was ook geen legerdienst. In West-Duitsland moesten jongens 18 maanden naar het leger. Indien je naar Berlijn verhuisde werd je vrijgesteld. Er was een grote toevloed van zogenaamde ‘Wehrdienstverweigerer ‘ (dienstweigeraars). Ik denk dat Berlijn ook een beetje anders was omwille van de generatie van ’68, de APO (Außerparlamentarische Opposition, buitenparlementaire oppositie). Zij deden een hoop dingen. Toen ik naar school ging in Berlijn was één van mijn leerkrachten van de APO. Ik heb net naar een film gekeken die ze over ons gemaakt hebben. Als ik erop terugkijk, dan kwam mijn punk-attitude toch van de ideeën die ik op school meekreeg. Het begon niet in ’77 of ’78. Ik denk dat Wolfgang pas later toekwam.
Ik denk dat hij sprak over de vroege jaren 80…
Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat hij één of twee jaar lager zat in de kunstschool. Ik denk dat hij in 1981 toegekomen is of zo. Hoe dan ook, Berlijn had een ander statuut dan de rest van Duitsland, maar een ander belangrijk verschil was dat er geen sluitingsuur was. Clubs en bars konden de ganse nacht open blijven, terwijl ze in de rest van Duitsland denk ik om 1 uur moesten sluiten. Hij had ook gelijk over de leefomstandigheden. Het was een paradijs, maar het was een erg armzalig paradijs.
Laten we het hebben over je eerste stappen in de muziekwereld. Ik denk dat je eerste groep Din-a-testbild was…
Ja. Ik heb een heel korte tijd met hen gespeeld. We hebben een optreden in Hamburg gedaan, dat trouwens mijn eerste optreden ooit was. Ik was volledig in chock. (lacht) Het was in de Markthalle, op een festival dat ‘In die Zukunft’ heette. Hamburg was veel meer punk en gewelddadig dan Berlijn. Bovendien was er een nabijgelegen gevangenis. De gevangenen kregen af en toe een vrije dag, meestal op vrijdag. Dan kwamen ze naar de Markthalle en… Weet je, ze droegen al mensen weg op berries vooraleer het optreden begonnen was.
Ouch…
Ik heb een beetje met Din-a-testbild gedaan, maar ben dan met een winkel begonnen: Eisengrau. Later is Gudrun Gut (het tweede kernlid van Malaria!, xk) me komen bijstaan.
Heb je Gudrun in Din-a-testbild leren kennen, of kenden jullie elkaar al langer?
Ze zat toen nog niet in Din-a-testbild. Ik zag haar in de Jungle en de SO36. Op een dag maakte ik me klaar om de winkel te openen. Zij liep voorbij en ik vroeg haar of ze erbij wou komen.
Echt? Is dat het verhaal?
Ja. Zij had geen geld, en dus zei ik ‘maar ik wel, dus…’ Zo zijn we begonnen. (lacht)
Je had dus de winkel met Gudrun, en die winkel werd zowat een trefpunt voor de West-Berlijnse ondergrondse scène.
Inderdaad. Er was nog een andere fantastische plek. Het was de Senzor platenwinkel in Belziger Strasse. Gudrun had er ook gewerkt. Senzor hield soms kleine concerten in de achterkamer. Wij waren de enige andere plek in de omgeving, en dus gingen de mensen van Senzor tot bij ons. Dat was de start.
En ik geloof dat Mania D. ook zo begonnen is, het project waarin jij en Gudrun samen muziek begonnen te maken…
Ja, met nog andere mensen. Weet je, met Eisengrau deden we shopping trips naar Italië om Fiorucci dingen te kopen en zo, maar we werkten ook samen met jonge Berlijnse designers. We hadden de steun van designers uit de oudere generatie, zoals Claudia Skoda, maar ook van mensen van onze generatie. Eén van hen was Karin Luner. Zij had samen met Beate Bartel en Eva Gössling Mania D. opgericht, maar ze repeteerden nooit omdat ze geen repetitielokaal hadden. Wij hadden een kelder onder de winkel, en we hadden gezegd dat ze daar mochten repeteren. Daarna zijn we ook toegetreden.
In die tijd speelde iedereen met iedereen. Ik was bijvoorbeeld Blixa Bargeld tegengekomen. Hij speelde films in een cinema. Ze betaalden nooit voor hun films en dus hadden ze slechts één film over die ze elke dag opnieuw vertoonden: The Rocky Horror Picture Show. Ik ontmoette Blixa en introduceerde hem bij Gudrun en de anderen. Hij had ook een groepje en een kelder. We gingen naar hem toe en maakten samen muziek, met zijn vriendin Suzy en Andrew Unruh.
En dat was dan de eerste bezetting van Einstürzende Neubauten, waar jullie ook bij betrokken waren.
Ja. Blixa kwam op een dag naar de winkel met de B.Z., wat ongeveer de Berlijnse rioolkrant is. De voorpagina vertelde dat de Kongresshalle ingestort was, en dus was de titel ‘Einstürzende Neubauten’ (instortende nieuwbouw). Wij zegden: ‘Waw, dat is een perfecte naam voor je groep’.
Iedereen speelde dus met iedereen. Er waren geen 500 groepen zoals nu. We hadden 15 à 20 mensen, en iedereen was betrokken. We hadden dat ook met de schilders Salomé en Fetting, die ze de ‘Jungen Wilden’ noemden. Zij vonden geen galerijen, en wij vonden geen plaatsen om te spelen. Er waren er gewoon geen. Dus trokken we samen op. Zij vertoonden hun kunst en wij verzorgden de muziek. We creëerden onze eigen plekken waar we konden optreden.
Het is leuk om die link te hebben tussen verschillende soorten kunst, wat destijds mogelijk was. Als ik terugkom op Wolfgang Müller, die zei ooit dat hij het onderscheid tussen hoge cultuur en subcultuur wou breken. In zekere zin zei hij dat het allemaal kon samensmelten.
Wat bedoel je met hoge cultuur?
Ik citeer hem gewoon. Hij heeft later op heel bekende plaatsen geëxposeerd. Ik denk dat het met de ‘Geniale Dilletante’ was. Hij zei: dit is hoge cultuur, want het is echt artistiek, maar het is niet bedoeld voor de elite. Het is een ondergronds cultuur, dus kan iedereen deelnemen… Ik denk dat hij dat bedoelde toen hij zei ‘we breken de grenzen tussen beiden’.
Je moet je Berlijn in die tijd voorstellen, laat ons zeggen rond ’81 of ’82. De regering van Berlijn - de senaat - had ontdekt dat het culturele aspect van Berlijn en wat daar gebeurde met die zogenaamde ondergrond heel wat bezoekers aantrok. Dus organiseerden ze open studio’s waar mensen bijvoorbeeld konden gaan kijken naar wat Salomé deed. Ze hielden ooit een receptie in een bar met de burgemeester van Berlijn. Maar niemand wou met hem praten. Ze hadden een groot buffet opgezet. Wij hadden altijd honger want er was geen geld. Het buffet was op een paar minuten op. Eigenlijk wilden we niets te maken hebben met de regering of wie dan ook uit de ‘hoge cultuur’. Later werden we echter met Einstürzende Neubauten, Mike Hentz van Minus Delta t, een paar groepen uit Düsseldorf en Malaria! uitgenodigd op Documenta in Kassel, wat ongeveer zo hoge kunst en hoge cultuur is als je maar kan geraken.
Ja, daar refereerde ik naar toen ik hoge cultuur zei…
Dan heb ik je goed begrepen. Maar daar hebben we niet zo’n goede tijd gehad. Onze curator - Karin Knöbel, die ons had uitgenodigd - had problemen met de directeurs van Documenta. Ze wilden Blixa buitengooien. We hebben allemaal gezegd dat indien hij weg moest, wij ook zouden weggaan. We waren nog steeds erg punk. Ik denk dat andere mensen niet begrepen wat we daar deden. (lacht) Hoe dan ook, we werden uitgenodigd en we zijn geweest. Met Malaria! hebben we ook in Londen in het ICA gespeeld (Institute of Contemporary Art). We kruisten dus af en toe met de kunstscène, maar het was anders dan het nu is.
Hoe belangrijk was het voor jullie dat Mania D. en Malaria! enkel uit vrouwen bestonden?
Het was belangrijk voor ons, want we hadden allemaal - toch minstens Gudrun en ik - in groepen gespeeld met mannen, en we konden onszelf nooit horen omdat de jongens altijd hun versterker veel luider zetten. We besloten dat we gehoord wilden worden. Toen hebben we dus een groep opgezet met enkel meisjes. Dat was het praktische aspect. Er was natuurlijk ook een filosofisch aspect. Vrouwen hebben een ander gevoel voor ritme, die je goed kon horen in Gudrun haar drumstijl. Ze kreeg steeds het compliment dat ze geen maat kon houden. (lacht) Maar het was ook gewild, want we wilden breken met de gedachten die toen overheersend waren, ook in de punkmuziek. We vonden dat het vrouwelijke ritme heel anders was dan de mannelijke, en aangezien we allemaal vrouwen waren wilden we dat vrouwelijke aspect onderzoeken, vrij van vooroordelen en vastgeroeste regels.
Laat ons terugkeren naar de punk, en naar wat ervoor gebeurde, in ’78 of ’79. Ik heb gehoord dat jullie met Mania D. hulp kregen van Tangerine Dream, die Krautrock pionieren met hun elektronische muziek.
Dat was niet met Mania D. maar met Malaria! In het begin was dat enkel Gudrun en ik. Christopher Francke van Tangerine Dream had ons ergens gezien en wou ons helpen. Hij bracht ons naar zijn studio, wat echt adembenemend was. Het zag er binnen als een Griekse tempel uit. Dan kwam Klaus Krüger, die bij Tangerine Dream was, maar destijds ook bij Iggy Pop speelde. Hij bracht een bevriende drummer mee die met Glenn Francke speelde in The Static: Christine Hahn. We hadden haar echt graag en hebben haar gesmeekt om bij de groep te komen.
Tangerine Dream was fantastisch. Er waren drie groepen in Berlijn: Tangerine Dream, Ash Ra Tempel en ik vergeet de derde (Kluster?, xk). Het feit dat ik de hulp kreeg van deze groepen en muzikanten toen ik jong was heeft me erg beïnvloed. Als ik denk aan de mogelijkheden en kansen die ik gekregen heb, wil ik graag iets terugdoen, om ook jongere groepen te helpen. Vind je het erg als ik even afwijk?
Neen, vertel ons over de jongere groepen die je wil promoten?
In september doe ik een optreden in Berlijn dat deel uitmaakt van een serie. Het doel van deze serie is een soort mentorschap waar oudere muzikanten jonge muzikanten voorstellen die ze erg goed vinden en dat ze dan samen iets doen. Ik heb een groep met mijn vriend Anton uitgekozen. Hij is een echte punk. Hij is nu 20 of 21, maar ik ken hem sinds hij 16 was. Hij is fantastisch en zijn groep heet PUFF. Mensen hebben ons toen geholpen, en wij helpen graag de jonge generatie.
Een andere iemand die jullie geholpen heeft is John Peel. Ik eb deze gekke anecdote gehoord dat John Peel belde. Gudrun nam op en verstond gewoon geen woord Engels, dus moest ze ophangen.
Gudrun haar Engels was toen heel heel slecht.
Maar jullie hebben toch maar voor John Peel opgenomen, en dat is een grote naam…
Hij hield echt van wat we deden. Ik heb geen idee van hoe hij aan onze plaat van Mania D. is geraakt, maar één van onze nummers werd lied van het jaar. Toen Mania D. ontbonden was nodigde hij ons uit met Malaria! om een John Peel session op te nemen. Ik heb er onlangs nog naar geluisterd, en het is best wel goed.
Iets anders dat we zeker moeten vermelden is jullie aandeel in de ‘Geniale Dilletante’, dat opnieuw een scène was waar iedereen met iedereen speelde. Kan je ons daar iets meer over vertellen?
De SO36 - beheerd door Martin Kippenberger en Andy Rohe - was gesloten. Het werd eerst een goedkope tapijtenwinkel, en dan een Turkse trouwzaal. Doordat de SO gesloten was hadden we nergens meer om te spelen. Samen met een paar vrienden gingen we naar de huwelijkszaal en vroegen of we het niet voor één nacht konden gebruiken. En daar kwamen dan ongeveer alle groepen uit Berlijn bijeen, van deze stijl van muziek natuurlijk. Zo begon het. Omdat we geen andere plekken hadden om op te treden.
Ik weet niet hoe lang het geduurd heeft. Ik weet enkel dat het in 1980 opgericht was. In ’81 of ’82 stopte Mania D., en uit de assen rees dan Malaria!
Mania D. stopte in 1980, en we startten Malaria in ’81. Er was een groot festival, want er waren geen andere plekken. Ik denk dat het geboekt was door Monika Döring. Zijn kon groepen naar de Tempodrom krijgen, een voormalige circustent. Daar ging een festival door dat ‘Geniale Dilletante’ genoemd was. Ik denk dat het in ’81 was.
Malaria! heeft echt internationaal succes gehad, vooral met het nummer ‘Kaltes Klares Wasser’ dat een hit werd. Hoe voelden jullie zich bij het idee om als undergroundgroep zo’n succes te hebben?
Wij waren echt dilettanten, we hadden gewoon geen flauw idee. We bevonden ons zo buiten de muziek business, vooral de commerciële kant ervan. Het leek ons allemaal heel normaal te zijn. De andere reden waarom we zo vaak internationaal speelden was dat ze in Duitsland niet naar ons luisterden of concerten voor ons organiseerden. In ’81 - denk ik - gingen we naar New York. Een producer had ons zien spelen op een vrouwenfestival in de Tempodrom, en had ons in New York uitgenodigd. We hebben gespeeld in de Mudd Club, Hurrah’s en Studio 57. Dat had op zijn beurt weer indruk gemaakt op de Duitsers.
Vanaf het begin voelden we ons meer verbonden met de groepen van Londen en New York dat met de Duitsers. De SO speelde daar zeker een rol in. Het werd voornamelijk gefinancierd door Martin Kippenberger. Hij had geld om al die No Wave New York mensen uit te nodigen, filmregisseurs en muzikanten: Adele Bertei, Lydie Lunch en ik denk ook Jim Jarmusch. Ze kwamen rechtstreeks uit New York naar de SO. Daarom was Berlijn heel hip. Indien deze mensen hun zinnen gezet hadden om in Berlijn een tour te spelen, waarbij ze door kleine bedragen te verzamelen hun kosten moesten dekken, dan was het onmogelijk geweest. Hij nodigde ook groepen uit Londen uit. Wij ontmoetten die dan en werden bevriend. Het was dan ook een natuurlijke ontwikkeling voor ons om naar Londen en New York te gaan. Nog een andere aspect was dat we een Belgisch label hadden, Les disques du crépuscule, de continentale partner van Factory Records. We waren eigenlijk al meer internationaal dan de meeste Duitse groepen van bij de start. En we waren nergens van onder de indruk, want wij wisten van niets en we waren punks, en zo waren ook alle anderen.
New York is erg belangrijk geworden voor jou. Er is een anecdote - ik weet niet of met met Mania D. of Malaria! was - dat jullie een hand hadden in de ontstaan van Sonic Youth. Klopt dat?
(lacht luid) Dat was in 1979. We waren daar gegaan met Mania D. Eigenlijk waren het enkel Beate en ik, en een paar meisjes uit New York. Anna Domino was erbij, en Lisa Rosen. Ik had een ontstoken wijsheidstand, en was dus niet in opperbeste staat. Het was in de Tier 3, een heel coole club. Ze hadden een cinema van boven en daaronder een concertzaal. Elke muzikant in New York was er. Lisa besloot om saxofoon te spelen, alhoewel ze dat nog nooit gedaan had. Anna Domino kreeg een aanval van podiumangst. Karin - onze drumster, ze was ook van Mania D. - sprong uit haar drumstel en moest haar schudden opdat ze synth zou spelen of iets anders. Het was zo erg dat Karin zich tijdens de pauze in de toiletten verstopt had. Maar op de ene of de andere manier werkte het toch. Thurston Moore kwam binnen en zag ons, en hij zei dat als wij met zoiets wegkwamen, hij ook een groep kon starten. Toen startte hij Sonic Youth met Kim Gordon. (lacht)
Het was echt verschrikkelijk. Ik zal het nooit vergeten. John Lurie van The Lounge Lizards - een saxofoonspeler - stond op de eerste rij. Toen ik probeerde op mijn sax te spelen keek hij naar mij en schudde met zijn hoofd. (lacht lang) We voelden ons echt van ‘oh neen, dit is zo beschamend’. Maar we hebben nog een ander concert gehad dat nog erger was. Dat was in ’81. Wil je dat je vertel?
Ja, natuurlijk!
Goed. we werden verondersteld met een soort all-star band te spelen in de Peppermint Lounge in New York. Het was met Adele Bertei, Laura Kennedy van Bush Tetras en Pat Place. Voor de show gingen we naar het feestje van een Japanse groep, The Plastics. Daar waren een hoop gasten: de mensen van B-52's, Tina Weymouth, David Byrne… Zij zegden: ‘oh, de meisjes gaan optreden, laat ons gaan kijken!’ Ze kwamen dus allemaal naar de Peppermint Lounge. Adele was zo dronken dat ze op de grond moest gaan liggen. Gudrun en ik stonden vooraan bongo te spelen, (lacht) en ik denk dat Laura zelfs overgegeven heeft op het podium, of iets in dien aard. (lacht nog) Dat was nog beschamender dan de Tier 3. (lacht nog harder)
Fantastisch verhaal! (lacht) En dus verhuisde je daarna - in ’82 - naar New York.
Dat was in ’83.
En Malaria! bleef gewoon verder bestaan. Was het moeilijk om de groep in stand te houden met zo een grote afstand tussen jullie?
Ja, dat was moeilijk. We hebben samen nog een plaat gemaakt, en hebben dan het project voor onbepaalde tijd stilgezet. Ik denk dat het in ’84 was.
Ja, het einde was in ’84.
Het was eigenlijk geen slechte beslissing. In ’84 begon alles wat vreemd te worden. We waren hongerig, hadden genoeg gedaan. We leden onder het feit dat we altijd blut waren, en sommigen wilden commerciëler worden. De industrie had een veel grotere vinger in dit soort muziek. Mensen wilden commerciëler worden. Andere muzikanten besloten dan weer dat ze hier niet aan wilden deelnemen. Ze wilden hun liefde voor muziek niet verliezen omwille van commerciële zaken of de industrie, en verlieten liever de muziekwereld. Vanaf ’84 kwamen al deze vreemde groepen op die echt niets gemeen hadden met ons… Ik bedoel, het werd al eerder new wave genoemd, maar die groepen… Ik wil niet zeggen dat ze artificieel waren, maar ze hebben dat typisch jaren 80 geluid gecreëerd. Laat ons het zo zeggen.
Jullie zijn er dus even mee opgehouden, het was niet echt een split. Jullie kwamen met Malaria! terug in het begin van de jaren 90.
Ik had nog een andere groep in New York met verschillende mensen, allemaal uitwijkelingen uit Europa, zoals Barbara Gogan van The Passions en Sara Lee van Gang of Four. Ze waren allemaal naar New York gekomen in de vroege jaren 80. We hadden twee jaar lang een groep, en dan heb ik me een tijdje uit de muziek teruggetrokken.
Tot aan het begin van de jaren 90…
Ja. Ik leefde toen in Holland en de meisjes van Malaria! zijn me daar komen bezoeken. We hebben een 12-inch gemaakt die geproduced werd door Jim Thirlwell van Foetus. Daarna gingen we naar Berlijn en namen er een andere plaat op met Malaria! - ‘Cheerio!’ - dat best een leuke plaat is. Er staan een paar goede nummers op. Daarna zijn we weer uit elkaar gegaan.
Ik weet niet of ik elk project kan opnoemen waar je bij betrokken was. Ik ben op de hoogte van Autonervous en van je solo-cd ‘Queen of Noise’ uit 2009, waarvan de titel trouwens een verwijzing is naar iets dat John Peel destijds gezegd had.
Ja, hij had ons zijn ‘queens of noise’ genoemd met Mania D., en dus vond ik dat ik het recht had om mijn cd ‘Queen of Noise’ te noemen.
Wat ik opmerk over deze latere projecten - zowel je solo-cd als Autonervous - is dat ze steeds die vonk van waanzin behouden die Malaria! ook had. Ze zijn een beetje uit hetzelfde hout gesneden.
Hoe moet ik dit verwoorden? Ik was een deel van Malaria! en van Mania D. en dit album is ook een deel van mij, dus - en ik wil niet vreemd klinken - staat mijn hart of mijn muzikale identiteit er ook op. Ik ben er nog steeds en dit is wat ik ben.
Ben je momenteel aan nieuwe projecten aan het werken?
Ja. Ik zit hier thuis in mijn home studio, en ik werk al een tijdje aan nieuwe liederen. Ik wil een nieuwe plaat maken, mark ik werk heel heel traag. Ik hou ervan om hier te werken. Ik zit op het platteland, dicht bij de Middelandse zee. ’s Ochtends geef ik mijn planten water en ga ik zwemmen. Daarna zit ik in de studio. Ik heb oorspronkelijk klassieke gitaar geleerd, en ik was er best goed in. Maar in de punk tijden - met Mania D. en Malaria! - hadden we besloten om allemaal instrumenten te spelen waarin we geen onderwijs over hadden gehad, die we niet echt geleerd hadden, om de regels in de muziek te breken en zo. Onlangs heb ik mijn gitaar terug opgenomen, en ik moet zeggen dat ik er echt van geniet. Als ik aan een plaat begin, heb ik steeds een idee of een concept, maar eens ik eraan begin verandert dat toch helemaal. Het is een reis, en ik vraag me af waar die me naartoe zal leiden. In dat stadium zit ik nu. Als ik op het BIM festival kom spelen, begin september, hoop ik een paar van mijn nieuwe nummers voor te stellen.
Dat zou leuk zijn. Als ik je beschrijving hoor, kijk ik er al naar uit. We herinneren ons je optreden op het Gothic Festival in Waregem in 2010, net na de uitgave van ‘Queen of Noise’. Ik vond dat erg goed; Het was zeer minimalistisch en plezant chaotisch. Je was enkel vergezeld van een drumster, en dus wou ik weten of het op het festival iets gelijkaardigs zou zijn.
Ja, het zal een beetje hetzelfde zijn. Anderzijds zal ik een aantal covers brengen, dingen waar ik erg veel van hou, die me beïnvloed hebben of waar ik veel naar luisterde toen ik jong was. Eén ervan is ‘Caresse’ van Psychic TV. Ik heb het al geprobeerd. Het is niet gemakkelijk, maar het is zo mooi. Ik ben dus benieuwd, maar ik heb er vertrouwen in dat ik ook een paar nieuwe nummers kan brengen. En dan natuurlijk… Ze zeggen altijd ‘Bettina, ex-Malaria!’, maar ik zou liever hebben dat ze zeggen ‘Bettina van Malaria!’. Ik heb iemand die met me samenwerkt en die me advies geeft over de zakelijke aspecten. Hij zei iets interessant. Mijn nieuwe werk is mijn nieuw werk, maar het is leuk om dat in de context te plaatsen van wat ik eerder gedaan heb. Ik heb dus naar de oude Malaria!-nummers geluisterd en er een paar uitgekozen waar ik erg van hou. Ik heb ze geschreven. Ze zijn nog steeds een deel van mij. Het is niet zomaar de oude nummers spelen omdat mensen ze willen horen, maar omdat ik ze zelf erg graag speel.
Dan denk ik dat we kunnen uitkijken naar je optreden op het festival. Dank je voor dit geweldig interview.
dinsdag, mei 06, 2014
Diary of Dreams: Elegies in Darkness
Diary of Dreams heeft een nieuwe cd uit, en dat is op zich al een
evenement. De groep behoort immers tot het beste wat de zwarte scene
vandaag te bieden heeft, en ze staan er om bekend om vrij consistent
goede cd’s af te leveren. Ook muzikaal is hun aanbod consistent. Grote
stijlveranderingen of muzikale experimenten heeft de groep nooit gekend,
wat maakt dat hun verschillende cd’s in principe inwisselbaar zijn.
Toch zijn er platen die een voorkeur genieten. ‘Freak Perfume’ (2002)
wordt vaak als een hoogtepunt beschouwd, en was zeker hun grootste
commercieel succes met hits als ‘The Curse’ en ‘Traumtänzer’. Het succes
van het album valt minstens gedeeltelijk te verklaren door het groter
gebruik van dansbare ritmes en elektronica, dat soms bij de futurepop
aanschuurt. Zelf geef ik de voorkeur aan ‘End Of Flowers’ (1996), de
tweede cd en één van de zwaarmoedigste platen is in mijn verzameling (en
er zitten nogal wat zwaarmoedige platen in die verzameling).
In de tijd van ‘End Of Flowers’ stond Diary of Dreams nog bekend als
het zijproject van de bassist van The Garden Of Delight: Adrian Hates.
Zonder The Garden Of Delight te willen vexeren kunnen we stellen dat
Hates zijn voormalige groep in populariteit oneindig heeft weten te
overtreffen, en veel mensen zich zelfs niet meer bewust zijn van zijn
toenmalige bijdrage aan de gothrock-groep.
In den beginne en voor het grootste deel van zijn oeuvre deed Adrian
Hates alles alleen, maar sinds Nigredo (2004) hoort minstens Gaun:A - de
gitarist met de prachtige hanekam - tot de vaste samenstelling van de
groep. Later zijn daar nog verschillende andere namen bij gekomen,
waaronder Torben Wendt, die zich ondertussen weer concentreert op zijn
hoofdproject Diorama. Tegenwoordig bestaat de groep naast Hates en
Gaun:A nog uit Flex op gitaar en Dejan op drums. Het feit dat er nu twee
gitaristen in de groep spelen geeft al aan dat deze cd iets meer
gitaargericht is.
Dat Diary of Dreams een typisch geluid heeft en een consistente
carrière heeft uitgebouwd hoeft echter niet te betekenen dat het
allemaal eenheidsworst is. Eigenlijk wordt de hele diversiteit van het
oeuvre van Diary of Dreams hier breed uitgesmeerd, en die loopt van
dansbare elektronische nummers (‘Dream of a Ghost’), sombere
gitaargerichte songs (‘a dark embrace’, ‘the battle’) tot zachte
ballades (‘Die Gassen der Stadt’, ‘deamon’), al zijn verschillende
nummers ook gewoon een mix van dit alles (de geweldige single ‘a day in
december’, ‘The Game’). Ook bevat deze cd meer Duitstalige nummers dan
vroegere cd's van de groep (‘Malum’, ‘StummKult’…).
Naast de gebruikelijke bombast, die op deze cd misschien nog eens extra
aangedikt werd, vallen ook de meer complexe ritmes op, met meerdere
lagen opeengestapelde percussiegeluiden. Ook de gitaargeluiden zijn
merkwaardig, en beperken zich zeker niet tot het aanslagen van akkoorden
en het spelen van solo’s. Je moet er goed op letten, want sommige
gitaargeluiden zijn heel subtiel en vallen niet meteen als gitaar te
herkennen.
De versie die hier voor mij ligt is de special edition. Er staan drie
nummers meer op dan op de reguliere cd (goed voor 74 minuten muziek in
plaats van 60). En neen, dat zijn geen overbodige nummers, maar nummers
die kwalitatief even hoogstaand zijn als de rest van de cd. Rep je als
je deze versie nog op de kop wil tikken, want special editions van Diary
of Dreams staan erom bekend snel uitverkocht te zijn.
Samengevat: Diary of Dreams heeft opnieuw een uitstekende cd
afgeleverd, maar misschien zelfs meer dan dat. Deze cd zou wel eens een
mijlpaal kunnen zijn. Omdat het alles verzamelt wat de groep in zijn
carrière heeft gedaan, omdat de composities zo uitgekiend zijn, omdat
het een samenhangend geheel vormt en omdat alles tot in de puntjes
afgewerkt is. Deze hoort zeker bij de betere cd's van Diary of Dreams.
Labels:
Dark Entries,
Diary of Dreams,
Duitsland,
Wave en Goth
donderdag, juli 26, 2012
Hekate: Hambach-1848
Hambach-1848 was het eerste volwaardige album van Hekate en kwam
oorspronkelijk enkel op vinyl uit in 1998, 150 jaar na de gebeurtenissen
waarnaar de plaat verwees. Na het succes van Die Welt der dünklen
Garten uit 2011 is het werk voor het eerst op cd verkrijgbaar.
1848 moet zowat het jaar van de Europese lente geweest zijn, met
democratische revoluties in Frankrijk, België, Nederland, Zweden,
Italië… In Frankrijk en Nederland leidde het tot aanzienlijke stappen
vooruit in de democratisering. In bijna alle andere landen werden de
opstanden bloedig neergeslagen, misschien nog het meest van al in
Duitsland.
Het begon met de Verlichting. Onder invloed van het nieuwe
gedachtengoed gingen in heel Europa mensen nadenken over democratie en
de afschaffing van het feodalisme. In Frankrijk en de Verenigde Staten
leidde het zelfs tot revoluties en de invoering van republieken.
Duitsland, dat destijds verdeeld was in talloze vorstendommen, bleef
flink in de greep van het absolutisme, al had je wel pogingen tot
verlicht despotisme in Pruisen en Oostenrijk.
Napoleon wist de wisselende coalities van monarchieën tegen de Franse
revolutie af te wenden, kroonde zichzelf tot keizer en veroverde op een
haartje na heel Europa. Zijn inval in Duitsland werd wisselend onthaald
in de verschillende Duitse staten, maar uiteindelijk dwongen de
verzamelde Duitsers Napoleon op zijn knieën in de Volkerenslag in
Leipzig. Na zijn nederlaag waaide de wind van de reactie over Europa om
de oude grenzen en monarchieën – mits een paar opportunistische
wijzigingen – terug in ere te herstellen.
Doch de idealen van de Franse Revolutie waren hiermee niet dood.
Bovendien deden verschillende misoogsten en de industriële revolutie de
armoede over heel Europa stijgen. De Februarirevolutie van 1848 in
Frankrijk stak het vuur aan de lont. De Franse koning moest aftreden en
de republiek werd opnieuw ingevoerd. Al snel sloeg de vonk over naar
Baden, en verspreidde de revolutie zich als een lopend vuurtje over het
hele Duitstalige gebied.
De revolutionairen eisten democratische hervormingen en Duitse eenheid.
Frankrijk mocht dan al de inspiratie voor de opstand vormen, de
Duitsers kozen de kleuren van de anti-Napoleoncoalitie – zwart, rood,
goud – als kleuren van hun opstand. (Het Duitse nationalisme was ook
aangewakkerd door de dreiging van een Franse aanval op het Rijngebied.
Het zette Niklas Becker en Robert Shumann in 1840 aan om het Rheinlied
te schrijven: ze zullen hem niet hebben, de vrije Duitse Rijn, zolang...
U hebt weinig verbeelding nodig om te raden welk weinig geïnspireerd
volkslied hierop gekalkeerd werd.)
Geconfronteerd met de massale opstand konden de Duitse vorsten niet
anders als een paar toegevingen doen. Over heel Duitsland werden er
liberale ministers aangeduid en hervormingen doorgevoerd. Het meest
indrukwekkende was de vorming van een democratisch verkozen parlement in
Frankfurt - de zetel van de Duitse Bond met vertegenwoordigers uit alle
Duitstalige landen - dat een gezamenlijke en liberale Duitse grondwet
moest schrijven.
In dit parlement zetelde ook Robert Blum, aan wie Hekate deze cd
opdraagt. Blum was een erg kritische journalist en politicus uit Leipzig
en werd één van de grote helden van de revolutie van 1848, ook al
hoorde hij tot de radicaaldemocratische en republikeinse minderheid in
het parlement. Hij werd in november 1948 terechtgesteld nadat hij had
deelgenomen aan de Weense opstand, die hij als laatste reddingsboei zag
voor de intussen steeds meer in de hoek gedromde revolutie. De
Pruisische Koning Frederik Willem IV verkoos om het advies van zijn
officier Gustav von Griesheim te volgen: ‘tegen democraten helpen
slechts soldaten’. Het parlement van Frankfurt werd opgedoekt, en overal
werden opstanden in het bloed gesmoord.
Al vanaf de eerste noten is duidelijk dat Hekate niet kiest voor
traditionele of historisch getrouwe versies van de nummers. Het gebruik
van elektronische klanken en omstandig tromgeroffel laten er geen
twijfel over bestaan dat we hier binnen het genre van de neofolk zitten.
Bleifeld is een lange intro met sfeervolle synths en drommen percussie.
Hecker’s Traum citeert een strofe uit het Heckerlied, maar is eveneens
een sfeervolle mix van electronica en tromgeroffel. Friedrich Hecker was
een voorman in de revolutie in Baden. In zijn steeds radicalere ideeën
nam hij ook socialistische accenten over. Want 1848 was niet enkel een
liberale revolutie. Het was ook het jaar van het communistisch manifest,
van de eerste communistenprocessen, van het verbod op de Neue
Rheinische Zeitung, van het exil van Marx uit België en uit Duitsland
naar Engeland…
Hecker riep in Baden de republiek uit en leidde een gewapende opstand
tegen de Pruisische monarchie. Het werd hem niet in dank afgenomen, ook
niet door zijn mederevolutionairen. De revolte werd immers hardhandig
neergeslagen en hypothekeerde de slaagkansen van de revolutie. Zoals
vele andere revolutionairen vluchtte Hecker naar de Verenigde Staten.
Die Gedanken sind frei is wellicht het bekendste nummer uit deze
periode en op deze cd. De tekst dateert uit 1780, terwijl de melodie
ergens tussen 1810 en 1820 ontstond. Het nummer dankt zijn succes niet
enkel aan de prachtige en niet mis te verstane tekst, maar ook aan
‘Forty-Eighters’ als Hecker die tegen slavernij en racisme vochten in
hun nieuwe vaderland en het nummer tot vrijheidslied verheven in de
Amerikaanse Burgeroorlog.
Trotz alledem ontstond in juni 1848, als de kansen van de revolutie al
gekeerd waren. Het werd één van de bekendste 1848-liederen, net als het
Bürgerlied, dat al in 1845 geschreven werd en hier een prachtige
uitvoering met harp krijgt. De tekst van Georg Herweg verwoordt prachtig
de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Unser die Welt,
trotz alledem is een door percussionist :R*NE: geschreven ode aan de
revolutionairen. Deze al bij al vrij korte cd eindigt met het
instrumentele Gedankenfreiheit, opnieuw met harp en elektronica.
Dit is niet de meest volledige noch de meest gedocumenteerde cd over
dit onderwerp, maar wel een zeer geslaagde. Het geeft ons de kans om een
paar duidelijke conclusies te rekken. De opstand van 1848 was niet de
eerste uiting van een autoritair nationalisme dat later tot Hitler
leidde. Het was een oprecht democratische revolutie. Met het falen van
de revolutie kreeg het militaristische Pruisen – een leger met een
staat, zoals Mirabeau ooit opmerkte – de overhand en kon het de
eenmaking van Duitsland voltooien in een allesbehalve democratische
context.
Tenslotte moeten we benadrukken dat de beschuldigingen van
rechtsextremisme – die in het neofolk wereldje helaas niet altijd van de
lucht zijn – in het geval van Hekate volledig misplaatst waren. Deze cd
leert ons veel over de geschiedenis en is een gepaste hommage aan de
revolutionairen van 1848.
Andere cd-bronnen:
- Dieter Süverkrüp: 1848. Lieder der deutschen Revolution
- Zupfgeigenhansel: Alle die dies Lied gesungen
- Stimmen der 20.jahrhunderts: Hymnen der Deutschen
- Märche und balladen aus den Freiheitskriegen 1813-1815
Xavier Kruth
23/07/2012
23/07/2012
Labels:
Duitsland,
Geschiedenis en politiek,
Neofolk,
Wave en Goth
Hekate: Die Welt der dunklen Gärten
Met deze pracht-cd begeeft Hekate zich in één klap bij de
belangrijkste groepen in de neofolk. En één van de meest volgroeide acts
ook, want op deze cd vind je een grote variatie van alles wat het genre
te bieden heeft: van folk tot neoklassiek, van striemende percussie tot
elektronische klanktapijten.
Hekate trok mijn aandacht omdat ze ooit een plaat uitbrachten met
nummers uit de Duitse revolutie van 1848: ‘Hambach 1848’. Helaas ging
dat ook gepaard met een paar foute verdenkingen aan het adres van de
groep. Nu ken ik dit repertoire ook in de uitvoeringen van uitgesproken
linkse folkartiesten als Zupfgeigenhanzel, Dieter Süverkrüp of Walter
Mossmann, en mijn mening is dat deze nummers meer een uitgesproken
democratische geest uitstralen dan enige drang naar totalitarisme. (Deze
liederen voeden eerder de interpretatie dat de mislukking van de
democratische revolutie van 1848 de deur heeft opengezet voor een Duitse
eenmaking onder aanvoering van het autoritaire Pruisen, het leger dat
destijds ook een land had.)
U hebt begrepen dat een groep die dergelijke onderwerpen aansnijdt
mijn interesse wekt. En op deze cd vind ik nog veel meer dat mijn
interesse wekt. De cd zit vol literaire citaten: Lord Byron, Anaïs Nin,
Joseph von Eichendorff... En ze citeren liever Kant dan Nietsche, wat
voor een neofolk-groep ook verfrissend is. Ze doen het bovendien in
verschillende talen. Op deze cd hoor je Duits, Engels en Frans en
Latijn.
Muzikaal is het eveneens erg veelzijdig. Uiteraard krijgen we gitaar,
zwevende synths, percussie en afwisselende zang van Axel Menz en
Suzanne Grosche. Maar Hekate heeft zijn best gedaan om nog een tikkeltje
meer te doen: koorgezang, orkestraties, oosterse en middeleeuwse
instrumenten. Zo is ‘Die dunkle Wolke’ een prachtige herwerking van een
traditioneel middeleeuws lied. Het titelnummer is een heel erg mooie
ballade. ‘Per Aspera ad Astra’ is vernoemd naar het schilderij van Karl
Wilhelm Diefenbach dat de cover siert. En op afsluiter ‘House of God’
kan je de invloeden van Dead Can Dance gewoon niet ontlopen.
Kortom, met Die Welt Der Dunklen Gärten heeft Hekate een klassewerk
afgeleverd, hun beste werk ooit. Twintig jaar doorzetten heeft
onmiskenbaar zijn vruchten afgeleverd.
donderdag, juni 14, 2012
XXI Wave-Gotik-Treffen in Leipzig: Griezels, feeën en DDR-Grufties
‘Een stad vol griezels’, zo betitelden De Standaard en Het Nieuwsblad
hun fotoreportage over het XXIste Wave-Gotik-Treffen in Leipzig. ‘Naast
de optocht van de griezels was er een festival met de zwaarste industrial en
de donkerste rock’, wisten de kranten nog te melden. Nu wil ik de
berichtgeving van onze kwaliteitspers niet tegenspreken, maar Leipzig is
nog zoveel meer dan dat. Het feit dat heel de stad zwart kleurt met de
meest extravagante kapsels en kleding – van griezelig tot feeëriek – is
een belangrijke factor in de charme van het festival. Ook al zak ik voor
de 6de keer naar Leipzig af, het blijft een adembenemend schouwspel.
Meer dan 200 optredens in alle stijlen en voor alle smaken, aangevuld
met films, lezingen en tentoonstellingen zijn een ander aspect. Dat al
deze evenementen uitgesmeerd worden over een hele stad die op zich al de
reis rechtvaardigt, is nog iets dat het Treffen onderscheidt van andere
festivals. Het is gewoonweg onmogelijk om alles te zien. Zorgvuldig
afwegen en plannen is de boodschap. En je planning niet overladen, want
dat zorgt enkel voor frustratie. Een eerste blik op het programma leert
ons dat er weinig grote of onvermijdelijke namen op staan. We beslissen
om er een rustige WGT van te maken en het programma van dag tot dag
samen te stellen op basis van onze inspiratie. Dat laatste is wonderwel
gelukt, het eerste werd een totale mislukking.
Dag 1: Grufties in de DDR
De tentoonstelling ‘Als der Südfriedhof mein Wohnzimmer war - Grufti-Szene in der DDR’
wist me al meteen te intrigeren. Het vindt plaats in de ‘Runde Ecke’,
dat vroeger de hoofdzetel was van de Stasi in Leipzig en nu een museum
is over de geschiedenis en de methoden van de beruchte geheime dienst.
Deze gelegenheidstentoonstelling handelt over de manier waarop de
‘Grufties’ – de vroege goths, genoemd naar het Duitse woord voor graf –
behandeld werden in de DDR. Door de overheid werden ze beschouwd als
‘negatief-decadente jongeren’, samen met punks, skinheads en
heavy-metallers. Veiligheidsdiensten hielden nauwkeurige statistieken
bij van de aanwezigheid van dergelijke jongeren in elke stad.
Op de tentoonstelling kon je verslagen van de verhoren van aangehouden
Grufties inzien. Daaruit bleek dat Grufties een pessimistische
levenshouding aannamen, de dood vereerden, occultistische en
anarchistische standpunten innamen, al waren ze minder politiek
ingesteld dan de punks. Er bleken toen al verschillende stromingen te
bestaan, waarvan de belangrijkste de Cureheads waren,
die af en toe een wit hemd plachten te dragen en niet veel moesten
hebben van al het occulte gelul van de andere groep, de harde kern die
het liefst ’s nachts in kerkhoven samenkwam en op zijn beurt onderling
verdeeld was tussen aanhangers van satan en van lucifer. Maar veel meer
nog dan de politie vreesden de Grufties de skinheads, die het geweld
tegen hun negatief-decadente medejongeren niet schuwden. Het geweld kwam
grotendeels van één kant. De Grufties zelf onderscheidden zich door hun
apathische en geweldloze houding, zo notuleerden de Stasi-medewerkers.
De victoriaanse picknick van onze landgenote en
fotografe Viona Ielegems maakt ondertussen deel uit van de vaste
afspraken op het WGT. Het Clara-Zetkin park ziet letterlijk zwart van
het volk, en niet zomaar het eerste het beste volk. Iedereen heeft zich
prachtig opgemaakt in kostuums en hoepelrokken, met de nodige make-up en
zin voor detail. We blijven iets te lang in de ban van deze
verleidelijke sirenes en komen bijgevolg pas in de Felsenkeller als Ahráyeph – nog landgenoten - hun slotakkoord spelen. Maar we zijn hier vooral om Press Gang Metropol
te zien, een groep die drie vierden van wijlen Corpus Delicti verenigt.
De nieuwe groep verenigt invloeden van de klassieke drievuldigheid -
The Cure, Joy Division en Bauhaus - met de veelvuldigheid aan Editors,
Interpols, Nationals en White Lies. Gelukkig zijn nog niet alle scherpe
kantjes eraf. Bij momenten klinken ze zelfs als Corpus Delicti, zeker
als ze nummers van hun legendarische voorgangers overnemen.
Dan begeef ik me naar het Centraltheater, de schouwburg van de stad
waar naar mijn ervaring enkel goede concerten doorgaan. Het contrast
tussen het statige theater en de extravagante goths is opnieuw treffend.
Corde Oblique doet wat je verwacht van een groep van
het Prikosnovenie-label. Hun rustige, dromerige folk vertolkt de
Italiaanse geschiedenis en natuur en is zonder meer een hoogtepunt van
het festival. Love Is Colder Than Death straalt de Dead
Can Dance-invloeden uit, maar doet dat goed. Minpunt is dat drie vierde
van de muziek vooraf opgenomen is. Toch spelen ze nog één vierde live,
waaronder de prachtige zang van Anja Herrmann en instrumenten
als sitar, oosterse fluit, en diverse percussie-instrumenten. Heerlijk.
Dag 2: ten dienste van de staat
Ook op zaterdag kom ik al vroeg uit de veren om een lezing over Laibach en NSK
bij te wonen. Alexei Monroe, een Brit die een lijvige doctoraatsthesis
en nog tal van andere publicaties over het onderwerp op zijn naam heeft
staan, blijkt die moeite niet gedaan te hebben. Dat zijn gsm-wekker
onvoorzien terug op de Britse tijd was overgeschakeld kan als een
verzachtende omstandigheid gelden. Alexander Nym, de tweede spreker,
weet de zaak te redden door een uitgebreide uiteenzetting te geven en
uit Monroes bijdrage voor te lezen uit het door hem samengestelde boek
Schillerndes Dunkel, een prachtige en rijkelijk geïllustreerde uitgave
van meer dan 400 bladzijden waarbij je evenwel wat rechtse retoriek en
veelvoudige occulte verwijzingen door de vingers moet zien.
Als Monroe eindelijk komt opdagen heeft hij nog net de tijd om zijn
nieuwe boek State Of Emergence voor te stellen. Dat handelt over het
eerste NSK-wereldcongres in Berlijn in oktober 2010. De
NSK – oftewel Neue Slowenische Kunst - werd in 1984 opgericht als
kunststroming en bestond uit Laibach, Irwin (schilderkunst) en het
Scipion Nasice Sisters Theater. Samen probeerden ze op provocerende
wijze de link tussen kunst en ideologie te onderzoeken. Met de nodige
zin voor ironie proclameerden ze zichzelf als dienaars van de staat.
Toen Joegoslavië uit elkaar viel, vonden ze er niets beter op dan een
eigen staat op te richten. Zo werd NSK de eerste virtuele kunststaat
zonder grenzen. Iedereen kan vrijwillig burger worden, en het blijkt dat
veel inwoners gepassioneerd zijn door hun nieuwe nationaliteit. Ze
produceren hun eigen volkskunst, hebben eigen nieuwsuitzendingen,
congressen en zetten overal waar ze kunnen initiatieven op.
Zo gaf Monroe in het begin van de namiddag toelichting bij een tentoonstelling rond Autopsia in de NSK-ambassade in Leipzig.
Deze keer ben ik rijkelijk te laat, maar nog tijdig genoeg om te
vernemen dat Autopsia, een aan Laibach verwant collectief dat
oorspronkelijk Servisch was maar al heel lang vanuit Praag opereert,
zich thematisch bezig houdt met martial muziek, religie, metafysica,
technologie en dood. Hun kunst bevat minder verwijzingen naar fascisme
en communisme, maar is muzikaal en visueel even conceptueel uitgewerkt
als Laibach. Andere aandachtspunten zijn het doorgedreven pessimisme en
het totaal gebrek aan hoop in hun werk. Op zondag geven ze hun eerste
concert in 25 jaar in het Völkerschlachtdenkmal. Alweer een activiteit
bij op mijn reeds drukke agenda.
Dan begeef ik me weer naar het Stasi-museum om een debat over de DDR-Grufties
bij te wonen. Sprekers zijn de eerder vermeldde Alexander Nym en
Alexandert Pehlemann, hoofdredacteur van het boek ‘Spannung, Leistung,
Widerstand’ over de ondergrondse subcultuur in de DDR. Deze laatste
spreekt onder meer over de sterke criminalisering en repressie die de
punkers trof nadat Stasileider Erich Mielke in 1983 had opgeroepen om
het ‘Punk-Problem’ op te lossen. Vanaf 1984-85 gingen de zaken erop
vooruit. Punkoptredens konden doorgaan in de kerken, die meer en meer
een verzamelpunt vormden voor alle vormen van oppositie. De Stasi zocht
dan weer naar informanten binnen de scene. Elke punkband had één of twee
Innoficieller Mitarbeiter (IM’s) die informatie doorgaven. Een ander
gespreksonderwerp was de moeilijkheid en de vindingrijkheid om aan de
juiste kleren te geraken. Sommige groepen traden destijds in
Sovietuniformen op, en Pehlemann maakte zich vrolijk over de
verschijning van diezelfde uniformen op het WGT. ‘Eindelijk een
tegengewicht voor al die Wehrmachtuniformen.’
Een muziekfestival? Wel, het wordt inderdaad tijd om nog eens een
streepje muziek op te snuiven. Ik ga naar het heidens dorp, waar naast
een middeleeuwse markt in open lucht ook heel wat folk en neoklassiek te
horen valt. De eerste groep die ik daar aan het werk zie, is het Deense
Euzen. Geen folk, maar buitengewoon dromerige en
romantische progrock die echt indruk op me weet te maken. Maar de groep
waar ik voor kwam is Trobar de Morte. Hun optreden in
het Centraltheater verleden jaar staat nog steeds in mijn geheugen
gegrift, en met hun tournee met Faun hebben ze hun populariteit in
Duitsland blijkbaar goed weten te verankeren. Ook deze keer weten ze met
hun op Keltisch getinte muziek het publiek te veroveren.
Ik verander opnieuw van locatie om in de Felsenkeller het 20-jarig jubileum van Hekate
bij te wonen. Tien jaar geleden vierde de groep zijn verjaardag ook al
op het WGT, in de veel kleinere Moritzbastei. Hun laatste cd Die Welt
der dunklen Gärten was een succes en leidde ook tot heruitgaven van hun
hele discografie. Toch wordt het optreden een afknapper. Ze beginnen
zowat een uur te laat. De groep bestaat vooral uit percussionisten, die
in de eerste plaats aangevuld worden met samples en elektronica.
Gelukkig worden er nu en dan ook akoestische gitaren en draailieren
bovengehaald en steekt er regelmatig een uitstekende violist zijn kop
op. Ook gastbijdragen van In Slaughter Natives en Andréa Nebel weten het
optreden wat uit het slop te werken. Maar van zo’n interessante groep
had ik nu eenmaal veel meer verwacht.
Dag 3: Völkerschlacht
Voorpaginanieuws in de Leipzicher Volkszeitung: ‘Reuze-Gothic-party is
lol en vult de kassa’. De 20.000 gothicers die zich uit de ganse wereld
naar Leipzig hebben begeven boeken alle hotels vol en kijken niet op een
euro meer of minder. Hotels zijn best tevreden met het zwart volkje. Ze
hoeven hoogstens een later ontbijt en wat meer kapstokken om hun
extravagante kostuums aan te hangen. En na hun vertrek een grondige
wasbeurt in de badkamer, om alle sporen van haarlak te verwijderen.
Alles bijeengeteld brengt het festival een omzet van 15 miljoen op voor
de stad. Niet mis. Je begrijpt waarom de plaatselijke middenstand elk
jaar weer uitkijkt naar het WGT.
De derde dag beginnen we met een culturele uitstap naar het Völkerschlachtdenkmal.
Hier vonden de hevigste gevechten plaats in de Volkerenslag in 1813. Na
de catastrofale nederlaag van zijn Grande Armée in de Russische
veldtocht trachtte Napoleon zijn macht in Duitsland te bestendigen, maar
trof in Leipzig een grote coalitie van Russen, Oostenrijkers, Pruissen
en Zweden die hem een koekje van eigen deeg gaven. Met de inzet van meer
dan 500.000 strijdkrachten, waarvan zeker 100.000 het leven lieten, was
het destijds de grootste en dodelijkse veldslag in de
wereldgeschiedenis.
Dan is het tijd voor de jaarlijkse shopping in de agra-Halle.
Dit redelijk ver uit het centrum gelegen domein is het kloppend hart
van de WGT. Het biedt plaats aan een uitgebreide camping en een
concertzaal met een capaciteit van 5.000 personen. Om het domein te
bereiken moet je eerst door een herenhaag aan fotografen die erop uit
zijn om kiekjes te maken van de mooist uitgedoste creaturen. Dan wandel
je door een lange baan die we al jaren de catwalk noemen. Het circus aan
hanekammen, cybers en victoriaanse kostuums blijft de moeite om te
zien. En dan geraken we er. De markt, waar je alles vindt dat je elders
niet of nauwelijks vindt: kleren, schoenen, sieraden, boeken en
natuurlijk cd’s. Mocht u denken dat ik als Dark Entries-medewerker
sowieso al in de cd’s verzink – niet onterecht trouwens – dan kan ik u
hierbij melden dat mijn verzameling elk jaar met het WGT nog een boost
krijgt.
Ik heb al snel twee uur besteedt aan het overlopen van alle standjes,
en na een omweg langs het hotel keer ik terug naar het
Völkerschlachtdenkmal om het eerste optreden van Autopsia
in 25 jaar tijd mee te maken. IJle tonen, diepe stemmen, pauken en
galmende geluiden… Muzikaal is het wat ik verwacht hadden, maar te zien
viel er helemaal niets, tenzij de crypte van het majestueuze monument
dat in 1913 gebouwd werd bij de honderste verjaardag van de
Volkerenslag, aan de vooravond van een nog veel grotere slachting. Het
optreden evolueert van soundscapes naar neoklassiek, rituele percussie,
industrial en experimentele elektronica. Een uur lang blijven de
muzikanten van achter een zwart gordijn spelen. Het is me niet duidelijk
of het om een nieuwe compositie gaat of een mix van eerder werk die
vakkundig aan elkaar gewerkt wordt, maar ik vermoed eerder het laatste
want het optreden sluit af met een stukje dubieuze dubstep die
vermoedelijk van hun recente samenwerking met Achtar afkomstig is.
Op mijn terugweg weet ik nog een flink deel van het optreden van Of The Wand And The Moon
mee te pikken. Eigenlijk ben ik niet zo vertrouwd met dit project van
de Deen Kim Larsen, maar uit de reacties van het publiek kan ik afleiden
dat de man een groot deel van zijn klassiekers speelt, bestaande uit
melancholische en zweverige neofolk in de stijl van Rome en Sol
Invictus.
Dag 4: kerk en oppositie
De vierde dag is een dag waarop we het rustiger aan doen. Andermaal beginnen we met een museum: het Zeitgeschichtliches Forum,
dat handelt over de geschiedenis van de DDR. Opnieuw gaat er veel
aandacht naar de tegencultuur en haar muzikale varianten in de
communistische staat. Na een tijdlang het bestaan van rockgroepen door
de vingers gezien te hebben, beslist de overheid in 1965 om beatgroepen
te verbieden. Het leidt in Leipzig tot één van de grootste betogingen
sinds de massale opstand 1953. De uitwijzing van Wolf Biermann,
een van oorsprong marxistische dichter en zanger die omwille van zijn
kritiek op de autoritaire staat het zwijgen opgelegd werd en na een
controversieel optreden in West-Duistland zijn burgerschap kwijtspeelde,
is een kantelmoment. Talloze artiesten protesteerden heftig tegen de
uitzetting en werden op hun beurt aangehouden of uitgewezen.
Aangezien er niet zoveel alternatieven voorhanden waren voor kritische
stemmen, concentreerde de tegenbeweging zich steeds meer rond de kerken.
Daar kwamen de vredes- en milieubewegingen samen en konden verboden
artiesten als Bettina Wegner of Stefan Krawczyk
optreden. Beiden werden uiteindelijk uitgewezen naar het westen. De
wekelijkse vredesdiensten in de Nicolaikirche in Leipzig groeiden in
1989 uit tot maandagdemonstraties, die week na week meer volk trokken en
uiteindelijk meer dan 300.000 mensen op de been brachten. Leizpig was
hiermee de eerste stad waar massabetogingen plaatsvonden, die zich al
snel over het hele land verspreidden. Hiermee verdiende Leipzig de titel
van hoofdstad van de ‘vreedzame revolutie’.
Het WGT is een uitgetekende kans om van alles te ontdekken, als je maar
de nodige openheid van geest toont. Op aanraden van een vriend gaan we
naar de Felsenkeller om Coronatus aan het werk te zien, een Duitse symfonische metalgroep met twee zangeressen. Later op de avond zouden in dezelfde zaal Tyr en Finntroll
optreden, maar ik verkies de Parkbühne, een mooie locatie om de laatste
dag rustig en zonnig door te brengen. Daar zijn we getuige van het
energieke optredens van The Exploding Boy en van onze eigen Belgische The Names.
Door een speling van het lot waren deze de afsluiter op het podium, een
plaats waar ze eigenlijk ook thuishoren. Ze wisselen onsterfelijke
nummers als Night Shift en Calcutta af met nieuw werk. Pure nostalgie
natuurlijk, maar ook dat maakt deel uit van het WGT.
Tenslotte staat in het Centraltheater nog Irfan op het
programma, één van de pareltjes dat het Franse cultlabel Prikosnovenie –
4AD, maar dan beter – aan het licht heeft gebracht. Deze Bulgaarse
groep wist met hun eerste cd al veel lof te vergaren omdat ze de
invloeden van Dead Can Dance vermengden met hun eigen muzikale traditie.
Later dit jaar komt een nieuwe cd van hen uit, waarop de Byzantijnse en
Ottomaanse invloeden nog nadrukkelijker aanwezig zullen zijn. Een
passende afsluiter voor een festival dat voor mij behoorlijk in het
teken van het oosten stond.
Bij het afsluiten van het WGT heb ik het gevoel dat ik er moeilijk meer
uit had kunnen halen. Een vol-Treffen dus. Ook al was dit niet de meest
indrukwekkende affiche aller tijden, ik heb geen spijt van mijn keuzes.
Het festival biedt zoveel mogelijkheden en variaties dat je altijd wel
iets vindt naar je smaak. Ik heb bij het weggaan alvast mijn kamer
geboekt voor volgend jaar.
Foto’s:
1. De victoriaanse picknick (www.viona-art.com)
2. Fotomodel en artiste nemisx op het victoriaanse picknick (nemisx.wordpress.com)
3. Plakaat van de NSK-ambassade te leipzig
4. Sfeerbeeld van het heidens dorp
5. Lady Morte van Trobar de Morte in het heidens dorp (www.trobardemorte.com)
6. Elven en magiërs poseren in het Südfriedhof
7. Bonte kleuren aan de agra-Halle
8. The Names op de Parkbühne (http://www.myspace.com/thenamesofficialwebsite)
9. Wachten op Autopsia op de trappen van het Völkerschlachtdenkmal (www.autopsia.net)
9. Wachten op Autopsia op de trappen van het Völkerschlachtdenkmal (www.autopsia.net)
10. Batcavers aan de agra-Halle
Labels:
Duitsland,
Leipzig WGT,
Oostblok,
Wave en Goth
Abonneren op:
Posts (Atom)
