Posts tonen met het label The Crooning Hour. Alle posts tonen
Posts tonen met het label The Crooning Hour. Alle posts tonen

zaterdag, mei 23, 2009

De vier seizoenen van Praag

Dit artikel geeft achtergrondinformatie voor een uitzending over Tsjechische alternatieve muziek die ik heb samengesteld voor The Crooning Hour. Door een samenloop van omstandigheden is het programma niet uitgezonden.

De vier seizoenen van Praag. Muziek uit de Tsjechische ‘Underground’

De val van het communisme, zo wordt gezegd, duurde 10 jaar in Polen, 10 maanden in Oost-Duitsland en 10 dagen in Tsjecho-Slowakije. Václav Havel – het boegbeeld van de fluwelen revolutie in Tsjecho-Slowakije – verkondigt graag de invloed die de alternatieve rockmuziek had op de geschiedenis van zijn land, van de binnengesmokkelde opnames van Frank Zappa en The Velvet Underground tot de eigen ondergrondse muziekscene die buiten haar wil – verschillende muzikanten werden in een proces in 1976 tot gevangenisstraffen veroordeeld – de aanzet gaf tot de oprichting van de mensenrechtenbeweging Charta 77.

Překrásná země (Prachtig land)

We vangen aan met een communistische hymne uit 1952. Toen Tsjecho-Slowakije in 1945 door de Russen – en voor een deel ook door de Amerikanen - bevrijd werd, bestond er veel sympathie voor de Slavische grote broer. Tsjecho-Slowakije was sinds het uiteenvallen van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie in 1918 als een Slavisch land naar buiten getreden. Bovendien waren de Tsjecho-Slowaken niet vergeten hoe de westerse grootmachten Frankrijk en Groot-Brittannië in 1938 het verdrag van München ondertekenden en daarmee hun prille natie aan Hitler overleverden, die Sudetenduitsland bij Duitsland aanhechtte en een jaar later de rest van het gebied opsplitste in het Protectoraat Bohemen en Moravië en de Slowaakse Republiek, beiden vazalstaten van het Duitse Derde Rijk. Arbeiders en intellectuelen hadden na de oorlog wel oren naar de heilsboodschap van het communisme. De Tsjecho-Slowaakse communistische partij wist een stevige machtsbasis te verwerven en door een behendige machtspolitiek en gewelddadige intimidatie van politieke tegenstanders de macht volledig naar zich toe te trekken in 1948.

Het Tsjecho-Slowaakse communisme was er één van de harde lijn. Kritische stemmen werd het zwijgen opgelegd, ook binnen de communistische partij. De Griekse regisseur Costa-Gravas maakte met l’Aveu (de bekentenis) een uitstekende film over de processen tegen uit de gratie gevallen communisten. In de jaren ‘60 groeide het ongenoegen over het inefficiënte en bureaucratische beleid. De communistische leider Novotný, een man die de destalinisatie in de Sovjetunie nooit echt verteerd had, begon langzamerhand ook de Sovjetleiders flink op de zenuwen te werken. Novotný werd in januari 1968 vervangen door Alexander Dubček, een jonge hervormingsgezinde communist die meteen alle censuur afschafte en een rits hervormingen doorvoerde die moesten leiden naar een ‘socialisme met een menselijk gezicht’. Een paar maanden later, op 20 augustus, maakten de Sovjettanks samen met hun bondgenoten van het Warschaupact een einde aan de Praagse lente.

Aktual: Děti bolševismu (Kinderen van het bolsjewisme)

Aktual ontstond rond 1968, nog voor de Russische tanks Praag binnenrolden, als een amateuristisch en anarchistisch collectief. Frontman Milan Knížák kon gerust gelden als een ultra-alternatieveling en zwartkijker die zelfs het kunstzinnige milieu rond de groep Plastic People of the Universe te conformistisch vond. Een paar dagen na de Sovjetinval schreef hij ‘Russen naar huis’, een nummer met de niet mis te verstane zinsnede ‘steek het communisme in jullie reet’. Dergelijke nummers maakten hem niet populair bij de overheid en al snel verliet hij het land richting Verenigde Staten. In 1970 kwam hij terug en zou de groep nog tot 1973 bestaan. Het nummer ‘Kinderen van het bolsjewisme’ is gebaseerd op een communistische hymne waarvan Knížák de tekst aanpaste.

Wij zijn kinderen van het bolsjewisme
Ons bloed is roder dan rood
We hebben nog nooit gehoord van cynisme
We breken elke muur met ons hoofd

The Rock & Jokes Extempore Band: Plesnivý embryo Jan (Het schimmelige embryo Jan)

JéJé Neduha begon in de jaren ’60 op te treden met een repertoire van folk en spirituals. In 1972 richtte hij de groep Extempore op, die met een mix van rock en absurd cabaret naar buiten trad. De naam zou snel veranderen in ‘The Rock and Jokes Extempore Band’. In de dagen van de ‘normalisering’ – zoals de overheid de periode na de Sovjetinval noemde – werd het leven van muzikanten flink zuur gemaakt. Wie in het openbaar wou spelen moest een examen afleggen en een ‘peter’ aanduiden, iemand die zich borg stelde voor de groep en die doorgaans erg moeilijk te vinden was. Ondanks de moeilijkheden wist de groep faam te verwerven in het jazz en rockmilieu. Meningsverschillen tussen verschillende sterke karakters in de groep zullen tot een split leiden in 1978. Neduha ging in op een voorstel om het land legaal te verlaten. Mikoláš Chadima, die de groep in 1976 had vervoegd als saxofonist, nam de leiding over en liet zich inspireren door de opkomende punk en new wave. Na een rumoerig concert wist de groep net te ontkomen aan een rechtszaak zoals die een paar jaar eerder was aangespannen tegen de Plastic People of the Universe. In 1979 ondertekende Chadima de Charta ’77. In 1981 ontbond hij de groep en startte hij de MCH Band op, waarover later meer.

JéJé Neduha kwam na de val van de muur terug en richtte Extempore opnieuw op. De groep nam een cd op waarop ze naast een aantal nieuwe nummers ook oude klassiekers opneemt, zoals dit nummer. Het lied handelt over een jonge man die in een bar gaat eten en een oude man tegenkomt die hem een goedkope kamer aanbiedt. Eens aangekomen verandert de oude man de jongen in een embryo.

Oh, mijn vriend is een schimmelige embryo geworden
Oh, hij slaapt nu in sterk water
De oude man zal opnieuw op jacht gaan
Kijk uit, jonge mensen
Hij aast op jonge knapen
Ga best niet eten in bars

Plastic People of the Universe: Ach to státu hanobení (Oh, de laster van de staat)

Het verhaal van de Plastic People of the Universe begint in 1968, kort na de inval van het Warschau-pact. ‘We wilden niets met politiek te maken hebben en we hadden niet liever gehad dan dat de politiek ook niets met ons te maken wilde hebben’, zei Ivan Jirous, een kunsthistoricus die als inspirator en organisator van de groep gold. Zijn idee was dat de rockmuziek een Tweede Cultuur moest worden, wars en los van de algemene cultuur. De Plastic People of the Universe begonnen met het naspelen van nummers van The Velvet Underground en Frank Zappa. Jirous trok Paul Wilson, een Canadese student die in Tsjecho-Slowakije kwam kijken hoe het marxisme het er in de praktijk van af bracht, aan om de groep de Engelstalige teksten aan te leren en om zelf mee te zingen. In 1970 trok de overheid de toestemming om op te treden in. Jirous gebruikte dan zijn lidmaatschap van de vakbond van kunsthistorici om congreszalen vast te krijgen. Onder het mom van lezingen over Andy Warhol en The Factory bracht de groep dan haar repertoire van Velvet Underground-covers ten beste.

In 1972 vervoegde Vratislav Brabenec de groep. De uitmuntende saxofonist stelde wel voorwaarden: de groep moest eigen nummers componeren en in het Tsjechisch zingen. Hij stelde voor om teksten te gebruiken van Egon Bondy, een Tsjechische dichter en filosoof wiens werk verboden was door de overheid. Bassist Milan Hlavsa stond in voor de erg experimentele muziek, gebaseerd op obsessieve en repetitieve bas- en drumpatronen overlapt met vakkundige solo’s op verschillende instrumenten. Zo namen ze in 1974 de plaat ‘Egon Bondy’s Happy Heart Club Banned’ op, die pas in 1978 en zonder medeweten van de groep in Frankrijk zou verschijnen. De groep kon amper nog optreden in Praag en zelfs optredens op het platteland werden met de grootste omzichtigheid aangekondigd. In 1974 liep het flink mis toen de politie verschillende concertgangers arresteerde. In 1976 organiseerden de Plastic People mee het Tweede Festival van de Tweede Cultuur, dat de groep een plaats in de geschiedenisboeken zou opleveren. Een maand na het concert hield de politie een grootschalige actie tegen de ondergrondse muzikscene waarin 27 muzikanten gearresteerd en meer dan 100 fans ondervraagd werden. In het daarop volgende proces kregen vier muzikanten gevangenisstraffen van 8 tot 18 maanden. Paul Wilson, die de groep nochtans in 1972 had verlaten, werd uitgewezen naar Canada.

Het proces vormde de aanleiding voor een groep van intellectuelen – onder hen de jonge toneelschrijver Václav Havel – om een charter op te stellen voor meer mensenrechten in Tsjecho-Slowakije: de Charta 77. Ze hadden immers vastgesteld dat het westen meer aandacht had voor het verzet van intellectuelen dan voor de vervolging van rockmuzikanten. Havel zou later zijn buitenverblijf ter beschikking stellen voor opnames van de Plastic People en voor het Derde Festival van de Tweede Cultuur in 1977. De repressie van de overheid hield aan. Brabenec verliet in 1982 ‘vrijwillig’ het land na vele aanhoudingen en ondervragingen. Als de houding van de overheid eind jaren ’80 versoepelde, splitte de groep merkwaardig genoeg over de vraag of ze hun naam zouden wijzigen om opnieuw openlijk te kunnen optreden. Kort daarna viel de muur. Václav Havel werd president en nodigde de leden van The Velvet Underground in Praag uit, waar ze getracteerd werden op een concert van Pulnoc, de nieuwe groep van Plastic People-bassist Milan Hlavsa. Frank Zappa kreeg van Havel zelfs een officiële functie als cultureel attaché van Tsjecho-Slowakije. In 1997 vroeg Havel de Plastic People om een reunieconcert te spelen op de verjaardag van Charta 77 en in 1999 neemt hij de herenigde groep zelfs mee naar het witte huis, waar ze samen met hun grote idool Lou Reed mochten optreden voor een rits prominenten waaronder Bill Clinton.

DG 307: Nic zvláštního (Niets vreemds)

DG 307 verwijst naar diagnose 307, een psychiatrische diagnose die naar verluid af en toe werd toegepast op dissidenten onder het communisme. Een alternatieve theorie zegt dat de diagnose erg populair was in bepaalde middens omdat het recht gaf op ‘het boekje’, dat op zijn beurt vrijstelling van legerdienst betekende. De groep werd in 1973 gevormd door dichter Pavel Zajíček en Plastic People-bassist Milan Hlavsa. Beiden worden opgepakt na het Festival van de Tweede Cultuur in 1976 en Zajíček loopt zelfs een celstraf op van 8 maanden. Milan Hlavsa zou eind jaren ’70 de groep verlaten om zich volledig te weiden aan de Plastic People of the Universe. Zajíček verlaat in 1980 het land en leeft achtereenvolgens in Zweden en de Verenigde Staten. Na de val van het communisme keert hij terug en blaast hij de groep nieuw leven in.

Ze had een sneeuwwit lichaam
Een herinnering aan breekbare engelen
Die waken over je doen en laten
Ogen als het puin van dromen
Ergens zindert een ontploffing na
Het lijkt wel in mijn eigen hart te zijn
Ergens heeft er iemand gelachen
Ergens anders heeft iemand zich opgehangen
Het lijkt wel of ik het zelf ben, zonder het te weten
En hier in deze droom, in deze straat waar ik stond
Was er niets vreemds aan de gang
Niets zo vreemd

Jaroslav Hutka: Vandrovali hudci

Jaroslav Hutka is een folkmuzikant uit Moravië – het oostelijk deel van Tsjechië - die vanaf de tweede helft van de jaren ’60 succes kende met het hernemen van traditionele Moravische liederen en met zijn eigen protestliederen. Hij kwam meermaals in conflict met de overheid tijdens de ‘normalisering’ en uiteindelijk stelde de politie hem voor de keuze: gevangenis of vrijwillig exil. Hij vertrok in 1978 naar Nederland, waar hij jaren verbleef en zijn geluk beproefde met een Nederlandstalige plaat. Zonder succes. In 1989 keerde hij terug naar Tsjecho-Slowakije. Hij werd er als een held ontvangen en zong zijn liederen in uitverkochte stadions.

Karel Kryl: Děkuji (Bedankt)

Karel Kryl komt in 1968 in Praag wonen als assistent van een televisiereportageprogramma. Hij begint er op te treden in bars en clubs. Na de Sovjetinval schrijft hij nummers waarin hij zijn afkeer van de inval en van het communisme scherp verwoordt. In 1969 komt zijn plaat Bratříčku zavírej vrátka (Broeder, sluit het hek) uit. Het titelnummer, waarin een jongen aan zijn broer vraagt of het hek wel goed gesloten is en de wolf niet binnenkan, is een metafoor voor de onvoorzichtige houding van Tsjecho-Slowakije voor de Sovjetinval. De plaat verdwijnt vrijwel onmiddellijk uit de handel en Kryl moet de benen nemen. Hij vlucht naar West-Duitsland, waar hij naast zijn werk voor Radio Free Europe, een door de CIA gesteunde anticommunistische radio die uitzendingen deed naar de landen in het Oostblok, nog verschillende platen zou opnemen. Kort na de val van de muur sterft zijn moeder. Kryl keert terug naar Tsjecho-Slowakije om de begrafenis bij te wonen. Hij zal er terug optreden en een behoorlijk succes genieten tot aan zijn dood in 1994.

God schiep een twijg
Opdat ik er een krans van zou maken
Bedankt voor de pijn
Die me leert om vragen te stellen
Bedankt voor het falen
Dat me harder doet werken
Voor het vermogen om te geven
Zelfs als er geen kracht meer overblijft
Bedankt voor de zwakte
Die me leert om bescheiden te zijn

Dvouletá Fáma: To ta ta to

Dvouletá Fáma – Tsjechisch voor tweejarige roem – is één van de gangmakers van de Tsjechische new wave. De groep ontstaat in 1981 en brengt polyrithmische jazz-rock met absurde teksten en de merkwaardige zang van Jana Macháčková. De groep is erg actief van 1981 tot 1983, het jaar waarin hun enige en uitstekende studioplaat uitkomt. Dvouletá Fáma kan de druk helaas niet aan en valt uitéén. Eind jaren tachtig wordt de groep hervormd met een aantal nieuwe leden, een nieuw geluid en dichter Radomil Uhlíř als zanger.

MCH Band: Leicht/Lež/Lie (Moeiteloos)

Mikoláš Chadima is één van de centrale figuren uit de Praagse ondergrond. Hij speelde in Elektrobus, Kilhets en Extempore, de groep die hij in 1981 ontbond op het hoogtepunt van haar succes. De laatste plaat van Extempore – het tweedelige Velkomĕsto (de stad) - was een succes en de groep was er zelfs in geslaagd om er een paar keer in het buitenland mee op te treden. De buitenlandse ervaring deed de frustraties en wrijvingen in de groep enkel toenemen en kort erna besloten ze er de brui aan te geven. Chadima probeerde verschillende projecten op te starten, maar het is pas met de oprichting van de MCH Band - naar zijn eigen initialen - dat hij weer een duurzaam project had. Ondertussen verscheen zijn naam in de media als ondertekenaar van de charta ’77. Openbaar optreden werd van dan af zo goed als onmogelijk. De MCH Band gold dus vooral als een groep die opnam in huisstudios en haar samizdat-cassettes illegaal verdeelde. Op de schaarse optredens verschool de groep zich vaak achter een schuilnaam. Dit alles resulteerde in onwaarschijnlijk sombere en kille muziek vol spitsvondige geluidsexperimenten. Voor de teksten deed Chadima vaak een beroep op dichter Ivan Wernisch. De tekst van dit nummer komt van een gedicht van Jürgen Fuchs, een Oost-Duitse dissident waarvan Chadima verschillende werken op muziek heeft gezet.

Moeiteloos
Komt de leugen

Ze zegt
Dat het goed met me gaat
Ze zegt
Dat het mooi zal worden

Moeiteloos
Komt de leugen
En klopt op mijn schouder

Emil Ludvík: V lednu je máj (In januari wordt het mei)

In de jaren ’30 worden jazz en swing populair, ook in Tsjecho-Slowakije. Er vormen zich orkesten die zich volledig aan deze muziek weiden. Het Emil Ludvík Orchestra reflecteert de samenstelling van de bevolking van Praag in het interbellum. Tsjechische, joodse en Duitse muzikanten spelen er zij aan zij. Eind jaren ‘30 groeien de spanningen tussen de bevolkingsgroepen. Veel Sudetenduitsers, die de afscheiding van Tsjecho-Slowakije van het Oostenrijk-Hongaarse Rijk nooit verteerd hebben, voelen zich aangetrokken door de nazi-ideologie die hen de aansluiting bij het Duitse Rijk voorspiegelt. Sommige Duitse muzikanten weigeren om nog met Tsjechen of joden samen te spelen en verlaten het orkest. Fritz Weiss, een joodse trompettist die de muzikale directie en de arrangementen van het Emil Ludvík Orchestra op zich neemt, blijft ook na het uitbreken van de oorlog in Praag. Al snel mogen joodse muzikanten er niet meer optreden of deelnemen aan opnames. Toch blijft Weiss actief betrokken bij het orkest. Rond het einde van 1941 wordt hij gedeporteerd naar het concentratiekamp Theresiënstadt. Ook daar blijft hij arrangementen schrijven, die hij via een wacht naar het orkest in Praag opstuurt. In 1944 wordt hij naar Auschwitz gestuurd. Bij aankomst delen de nazi’s de nieuwkomers in twee groepen onder: diegenen die fit genoeg zijn om te kunnen werken en diegenen die onmiddellijk moeten sterven. Weiss sluit in het geniep aan bij de groep van zijn oude vader en sterft niet veel later.

Ilse Weber: Ich wandre durch Theresienstadt (Ik zwerf door Theresiënstadt)

De joodse Ilse Weber begon al vroeg met het schrijven van sprookjes, gedichten en toneelstukken voor kinderen. Net als vele joden in Praag was ze Duitstalig. (Denk maar even aan de bekendste onder hen: Franz Kafka.) De joden in Tsjecho-Slowakije zaten gewrongen tussen de verwantschap met de Duitsers en het Tsjecho-Slowaakse nationalisme, en vaak werden ze zowel door Tsjechen als door Duitsers als vreemden beschouwd. Weber was voorstandster van een betere verstandhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Het zou niet veel baten. Van de multiculturele stad Praag zou na het deporteren en uitmoorden van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en de uitdrijving van de Duitsers aan het einde van de oorlog niet veel overblijven. Weber zelf werd in 1942 naar Theresiënstadt gedeporteerd, waar ze als verpleegster werkte en zich over een groep kinderen ontfermde. In 1944 ging ze naar Auschwitz. Tot op het laatste moment bleef ze bij de kinderen. Ooggetuigen vertellen dat Weber met de kinderen al zingend de gaskamer introk, zonder illusies over het lot dat haar te wachten stond.

Ik wend me af, bedroefd en moe
Zo zwaar wordt het mij daarbij
Wanneer zal ons leed een einde kennen
Wanneer zijn wij weer vrij

Iva Bittová: Divná slečinka (Vreemd meisje)

Eind 1989 vindt de Fluwelen Revolutie plaats in Tsjecho-Slowakije. Hoewel de Tsjecho-Slowaken al maanden getuige waren van de onrust in andere communistische landen, ondermeer door de toevloed aan DDR-burgers die via hun land naar West-Duitsland trachtten te gaan, bleef het regime er stevig in het zadel. Pas op 16 november, een week na de val van de muur in Berlijn, begonnen de betogingen. Dan volgden ze elkaar in snel tempo op. Communistische prominenten dienen één voor één hun ontslag in en op 29 december wordt Václav Havel verkozen tot president door – o ironie – een parlement dat nog grotendeels bestaat uit communisten. Het democratische Tsjecho-Slowakije zou echter niet lang bestaan. Spanningen tussen Tsjechen en Slowaken leiden tot een regeringscrisis. Een groep politici komt in het geheim bijeen om de splitsing van het land te bespreken. Een splitsing waar de meerderheid van het land nooit om gevraagd heeft en die nooit in een referendum door de bevolking is bekrachtigd.

Avant-garde violiste en zangeres Iva Bittová is waarschijnlijk de meest internationaal bekende Tsjechische muzikante. Haar vader Koloman Bitto was een vermaarde Roma-muzikant uit Slowakije, speelde verschillende instrumenten en bracht zijn kinderen de liefde voor muziek bij. Bittová volgde dramaschool en concentreerde zich in de jaren ’70 op haar carrière als actrice voor film en theater. Vanaf de jaren ’80 gaat ze volop voor de muziek. Ze combineert zang en viool, twee instrumenten die ze op een hoogst eigenzinnige manier aanwendt. In de jaren ‘80 speelt ze in de alternatieve rockgroep Dunaj en brengt een paar platen uit met haar man Pavel Fajt, drummer en centraal figuur uit de Tsjechische alternatieve muziek. Vanaf de jaren ‘90 brengt ze regelmatig cd’s uit, soms enkel met haar zang en viool, soms begeleid door andere muzikanten. Haar inspiratie haalt ze uit rock, jazz, klassiek, zigeuner en Moravische volksmuziek.

Ida Kelarova: Chodila po poli (Ik wandelde door het veld)

Ida Kelarova is de zus van Iva Bittová. Ze verlaat Tsjechoslowakije voor Engeland aan het eind van de jaren ’80. Na zich jaren aan haar gezin geweid te hebben, keert ze eind jaren ’90 terug naar Tsjechië en begint ze opnieuw te musiceren. Met haar krachtige stem en haar piano maakt ze melancholische versies van zigeunerliederen, Moravische en Slowaakse muziek. Ze geeft ook zangcursussen over heel Europa en heeft haar eigen muziekschool in Moravië.

zondag, oktober 26, 2008

Radio Berlin

Berlijn is een stad met een bewogen geschiedenis. In de afgelopen 150 jaar was het de hoofdstad van Pruissen, van het Duitse Keizerrijk, de Weimarrepubliek, het Derde Rijk, de DDR en van de Bondsrepubliek. Bovendien is deze stad ook steeds een muzikale en culturele hoofdstad geweest. Berlijn was een broeihaard voor artistieke ontwikkelingen en haar invloed reikte tot ver buiten Duitsland. Stof genoeg voor een radiouitzending. De uitzending wordt vanavond om 23u live uitgezonden op radio scorpio (online beluisterbaar).

FDJ: Du brauchst ja nicht aus Berlin zu sein
Alle Duitsers zijn ook Berlijners, aldus de FDJ. De Freie Deutsche Jugend werd in de jaren dertig opgericht en was nauw verbonden met de Kommunistische Partij van Duitsland. Onder het nazi-regime was de beweging illegaal. Na de tweede wereldoorlog werd het de massaorganisatie voor jongeren in Oost-Duitsland. Bijna 90% van de Oost-Duitse jongeren waren lid. Wie zijn kinderen niet stuurde deed dat vaak om religieuze redenen, maar ontnam hen daarmee ook heel wat carrière- en studiemogelijkheden.

Klick & Aus: Systeme rasten ein
Vanaf de jaren tachtig bestond er een ondergrondse alternatieve muziekscène in Oost-Duitsland. Oost-Berlijnse jongeren konden via de radio of soms gewoon live horen wat zich aan de andere kant van de muur op muzikaal vlak afspeelde. Beïnvloed door de experimentele new wave en punkmuziek beginnen ze ook hun eigen ding te doen. Het resultaat werd illegaal verdeeld aan de hand van cassetteopnames. Veel van de activiteiten concentreerden zich in de Prenzlauerbergwijk. Deze industriële wijk lag vlak aan de muur die oost en west scheidde. Daarom wilden weinig mensen er wonen. Alternatieve artiesten kwamen er wel graag, en zo werd Prenzlauerberg een beetje de oosterse Kreuzberg. Dit alles onder het waakzame oog van Stasi-agenten die goed geïnfiltreerd waren in het kunstenaarsmilieu.

Die Tödliche Doris: Tanz im Quadrat

In West-Berlijn wilden nog minder mensen wonen. Om deze ommuurde stad te bereiken moest men door een hoop militaire controles. De stad trok wel heel wat alternatievelingen, krakers, artiesten en andere dienstweigeraars. West-Berlijners waren immers vrijgesteld van legerdienst. Wolfgang Müller, het brein achter Die Tödliche Doris, verwoordde het zo: ‘West-Berlijn was een artificieel in stand gehouden constructie, een gesubsidieerd symbool van het vrije westen. Je kon hier overleven met erg weinig geld, als je ten minste bereid was om te leven in eerder slechte omstandigheden: geen douche, geen verwarming... Deze omgeving bood een grote vrijheid om werkelijk eigenzinnige ideeën te verwezenlijken in kunst en muziek.’

Die Tödliche Doris was een goed voorbeeld van deze eigenzinnigheid. Het concept was om elk concept zoveel mogelijk tegen te gaan en te weerleggen. Bracht de groep éénmaal een erg experimentele en ontoegankelijke plaat uit, dan werd de volgende plaat luchtige pop. Müller stond ook aan de wieg van het Geniale Dilletanten-festival, dat Einstuerzende Neubauten, Malaria en andere gelijkgestemde artiesten samen programmeerde.

Einstuerzende Neubauten: Feurio!
Op 27 februari 1933 brandt de Reichstag in Berlijn. De dader, een jonge Nederlandse pyromaan genaamd Marinus van der Lubbe, wordt snel gevat. Hitler wil bewijzen dat de communisten achter deze brand zitten, en dus verschijnen op het proces ook verschillende prominente communisten in de beklaagdenbank. De rechter laat zich echter niet onder druk zetten en pleit enkel van der Lubbe schuldig. Hitler is woedend over deze uitspraak. Hij neemt maatregelen om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aan banden te leggen. De nazi-partij zit al even te wachten op een gelegenheid om de Kommunistische Partij te verbieden en grijpt deze kans. Door het uitschakelen van deze rivaal weten de nazi de volgende verkiezingen te winnen en door volmachten alle macht naar zich toe te trekken. In Londen komt een door communisten gedomineerde 'onderzoekscommissie' tot het besluit dat de nazi’s zelf achter de brand zitten. Marinus van der Lubbe, die altijd heeft volgehouden dat hij de brand alleen en op eigen initiatief gesticht heeft, wordt geëxecuteerd.

Einstuerzende Neubauten heeft zo zijn eigen theorie over de Reichstagbrand. In een ode aan het vuur – Feurio is een oud Duits woord voor vuur – pleit zanger Blixa Bargeld van der Lubbe vrij. König Feurio heeft het vuur aangestoken. Bargeld werd als tiener zelf van school gestuurd na een poging om de school in brand te steken. Het nummer is afkomstig van de Neubautens meesterwerk uit 1989: Haus der Luege.

Chor & Orchester Siegurd Brauns: Aufbauwalzer
Na de Tweede Wereldoorlog is Berlijn net als menig Duitse stad platgebombardeerd. De Oost-Berlijners laten het hoofd niet zakken en trekken al zingend naar de Aufbausonntag om het puin te ruimen.

Opbouwzondag is er vandaag weer
Het puin smelt weg als sneeuw in de zon
En wij zingen vrolijke liederen
Wij bouwen en zingen ondanks regen en wind
Hoog als de hemel, hel als de zon en zo schoon
Bouwen we de huizen, snel zullen de kranen weer draaien

Was ist denn an der Weberwiese los
Nog een liedje over hetzelfde thema.

Wat is er aan de hooiveld gebeurd?
Daar staat een huis zo reuzegroot
Dat stond er een paar weken geleden nog niet
Berlijn bouwt op, Berlijn: dat zijn wij!

Karl-Heinz Weichert: Wenn die Kastaniën und der Flieder wieder blüh’n
Voor de DDR-leiders was het duidelijk: Berlijn was een deel van hun land. Al in 1948 – Duitsland was toen nog niet opgedeeld - blokkeerden de Sovjetautoriteiten de toegang tot West-Berlijn met het doel om de stad te annexeren. Bijna een jaar lang kon West-Berlijn enkel via een luchtbrug bevoorraad worden. In 1958 eisten zowel de Sovjetunie als de DDR dat de ‘Westmächten’ zich binnen de zes maanden uit de stad zouden terugtrekken. Berlijn zou dan een apart statuut van ‘vrije stad’ krijgen. Het ultimatum werd verschillende keren verlengd, maar als de Oost-Duitsers in 1961 de Berlijnse Muur bouwden, werd het voorstel naar de vuilnismand verwezen.

Dit DDR-propagandalied uit 1960 beeldt uit hoe de toekomst er uit had kunnen zien indien men het voorstel had aanvaard.

Als de kastanjes en de vlieren openbloeien
Dan zal Berlijn een vrije stad worden
Dan wordt de frontstad een vrije stad
Die geen oorlog meer vrezen moet

Als de kastanjes en de vlieren openbloeien
Dan zullen de ami’s aan de overkant eens wat zien
Dan vangt de vrede eindelijk aan
En zal Berlijn vrolijk en gelukkig zijn

Malaria: Kaltes klares Wasser
Gudrun Gut had al in een prille versie van Einstuerzende Neubauten en in Mania D. gespeeld. In 1981 vormt ze samen met Bettina Köstner de vrouwengroep Malaria. Ze worden één van de vaandeldragers van de Neue Deutsche Welle.

Alexander von Borsig: Hiroshima
Een nummer uit de tijd dat Alexander Hacke zich nog naar de fabriek waarin zijn vader werkte noemde. Als puber toerde Hacke reeds op zijn eentje door heel Europa. Hij belde zo nu en dan naar zijn moeder om te zeggen dat alles goed met hem ging. Zonder te vermelden waar hij zat, want dan zou zijn moeder het hoederecht over hem verliezen. De man musiceerde in een hoop projecten en zijprojecten uit West-Berlijn, maar is vooral bekend vanwege zijn bijdrage aan – alweer – Einstuerzende Neubauten. Begin jaren tachtig had hij onverwacht succes met het nummer Hiroshima dat ‘single of the week’ werd in de New Musical Express.

Oktoberklub: Burgerlied 79
In de jaren ’60 waren folk en protestliederen erg populair. In Oost-Berlijn ontstond – net als op veel andere plaatsen in de wereld - een Hootenanny-Klub waarin jonge folkliefhebbers onder begeleiding van de Canadese folkzanger Perry Friedman samen musiceerden. De Engelse benaming was een doorn in het oog van de Oost-Duitse autoriteiten. De groep werd herdoopt in Oktoberklub en zou van dan af nauw verbonden zijn aan de FDJ (Freie Deutsche Jugend, zie boven). De groep was erg populair en trad vaak op op het jaarlijkse Festival des Politische Liedes. Op dit Berlijnse festival kwamen linkse folkmuzikanten uit heel de wereld optreden voor een FDJ-publiek.

Soldatenchor und Zentrales Orchester der NVA: Jung sind die Linden
Op 13 augustus 1961 werd de Berlijnse Muur opgetrokken. De muur was bedoeld om de massale vlucht van oost naar west tegen te gaan. De doorgang tussen Oost en West-Berlijn was toen de enige weg om in West-Duitsland te geraken. Via deze weg verlieten tussen 1949 en 1961 zo'n 2,6 miljoen mensen de DDR en Oost-Berlijn. Officieel was de muur een ‘antifascistische verdedigingsmuur’ tegen de westelijke agressie. ‘Jung sind die Linden’ is een soldatenlied van de Nationale Volksarmee (NVA) over de bewakers van de muur.

Het was in de dagen van Augustus
De rozen bloeiden in de tuinen
Toen hebben we onze verdedigingsmuur gebouwd
We konden niet langer wachten

Wie het leven verstoort en de waarschuwing niet hoort
Botst weldra op de vuist van ons machtige leger
Zolang men in Bonn met oorlog dreigt
Blijven wij op wacht aan de Spree

Wolf Biermann: Nur wer sich ändert, bleibt sich treu
Wolf Biermann was oorspronkelijk verheugd over de bouw van de muur. Deze overtuigde marxist liep niet hoog op met de mensen die hun heil zochten in de kapitalistische Bundesrepublik. Diezelfde muur bracht hem in moeilijkheden als het door hem opgerichte Berliner Arbeiter- und Studententheater een stuk programmeerde over de bouw van de muur. Biermann kreeg beroepsverbod, eerst voor een half jaar, later – na uitgave van een plaat en een dichtbundel - definitief. Hij nam in zijn woning in de Chausseestrasse 131 in Oost-Berlijn zijn platen op en liet ze in het westen verschijnen. Deze woning was ook een trefpunt voor dissidenten in de DDR, zoals Robert Havemann en Jürgen Fuchs.

In 1976 kreeg Biermann de toelating om een paar keer op treden in de BRD. Maar een op televisie uitgezonden optreden in Keulen waarin Biermann de DDR fel bekritiseerde viel niet in goede aarde bij de DDR-leiders. Biermann mocht na afloop niet meer terugkeren naar Oost-Berlijn. Zijn uitwijzing werd de aanleiding voor een omvangrijke protestbeweging van artiesten en intellectuelen in Oost-Duitsland, waarvan sommigen Biermann spoedig mochten volgen in zijn exil. Biermann vestigde zich in West-Berlijn en zou gradueel zijn geloof in het socialisme verliezen. Hij vatte zijn uitzonderlijke levensloop samen op dit nummer: enkel wie verandert, blijft zichzelf trouw.

Jürgen Fuchs / Mikolas Chadima: Treue
Jürgen Fuchs was al een vriend van Biermann toen ze nog samen in Oost-Berlijn woonden. Hij begon met schrijven toen hij studeerde. Hij schreef korte, scherpe gedichten over het leven in de DDR. Stasi en universiteit namen nota van zijn rebelse geschriften. Een pacifistisch manifest van Fuchs schoot bij de autoriteiten in het verkeerde keelgat en hij werd bijgevolg van de universiteit geweerd. In 1976 werd hij opgepakt na de protesten rond de uitwijzing van Biermann. Hij keek op tegen 11 jaar gevangenis, maar na internationale protesten mocht hij in 1977 Biermann gaan vergezellen in West-Berlijn.

Mikolas Chadima was een sleutelfiguur uit de ondergrondse muziekscène in Praag onder het communisme. Hij had een grote aanhang met zijn groep Extempore en later de MCH Band. Deze muziek was verboden, maar net als andere groepen (we vernoemen hier toch even Plastic People of the Universe en DG307) wist Chadima zijn publiek te bereiken via illegale cassetten en concerten. Als gevolg van zijn eigen ervaringen met de totalitaire staat kweekte hij een grote interesse in de figuur van Jürgen Fuchs en zette hij verschillende van zijn gedichten op muziek.

Herbst in Peking: Wirbeläulenkrebs
Herbst in Peking wordt in 1987 opgericht in Oost-Berlijn. De naam van de groep komt van een boek van Boris Vian, net als de tekst van dit nummer. Na de bestorming van het Tiananmen-plein in Peking in 1989 krijgt de naam een bittere bijklank. Bovendien roept de groep tijdens een concert een minuut stilte uit in solidariteit met de slachtoffers van de slachting. De overheid gunt de groep geen toelating meer om op te treden. Dit verbod sleept niet lang aan, want de muur begint op dat moment al aardig te wankelen. Met Bakschischrepublik leveren ze de DDR-rockscene een hymne die nauw verbonden zal blijven aan de Wende.

Dagmar Krause: Spartakus 1919 (Hanns Eisler)
Dit nummer handelt over de Spartakistenopstand. Na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog heerste grote chaos in Duitsland. Een chaos die vaak samenging met politiek geweld. In januari 1919 breekt in Berlijn een spontane opstand van arbeiders uit die hervormingen naar sovjetmodel eisen. De democratische regering riep de hulp in van vrijkorpsen, rechtse paramilitaire organisaties die de militaire nederlaag en de Weimarrepubliek bestreden, om de opstand neer te slagen. Deze laatsten gingen bijzonder driest te werk en vermoordden onder meer Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, de leiders van de Spartakistenbond naar wie de opstand genoemd is.

Hanns Eisler experimenteerde in zijn vroege jaren met atonale muziek en twaalftonige compositietechnieken. Na zijn aankomst in Berlijn werd hij marxist en probeerde hij ook toegankelijke propagandistische liederen te schrijven. Hij ontmoette er Berthold Brecht, het begin van een lange en vriendschappelijke samenwerking die onder meer legendarische strijdliederen als het Solidariteitslied en het Eenheidsfrontlied opleverde. In 1933 werd hun muziek in de ban geslagen door het nazi-bewind. Brecht en Eisler kwamen na vele omzwervingen in de Verenigde Staten terecht. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen ze terug in Duitsland. Eisler schreef er onder meer het volkslied van de DDR.

Dagmar Krause komt uit de avantgarde muziekscene in Hamburg en speelde onder meer in Slapp Happy en in Henry Cow. Als ze in 1978 gevraagd wordt voor de hoofdrol in een opvoering van ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ van Berthold Brecht en Kurt Weill, neemt haar carrière een andere wending. Ze geraakt gefascineerd door het werk van Berthold Brecht, Kurt Weill en Hanns Eisler ten tijde van de Weimarrepubliek. Ze brengt achtereenvolgens een cd met Brecht/Weill-nummers en één met Eisler-composities uit, beiden zowel in het Engels als in het Duits uitgegeven.

Gisela May: Zu Potsdam unter den Eichen (Berliner Requiem – Kurt Weill/Berthold Brecht)
Berthold Brecht vestigt zich in 1924 in Berlijn en zou daar zijn marxistisch politiek bewustzijn opdoen. In 1933 beschuldigen de nazi’s hem van hoogverraad. Hij vlucht naar Praag en komt later in de V.S. terecht. In Duitsland worden ondertussen zijn boeken verbrand. In 1947 moet hij in de V.S. verschijnen voor de Commissie voor Anti-Amerikaanse Activiteiten. Hij verlaat het land en keert terug naar Berlijn. Hoewel hij principieel in de DDR verblijft en er een gevierd schrijver is, is zijn verhouding met de overheid niet opperbest.

Kurt Weill kwam uit een joods gezin en vluchtte in de jaren ’30 eveneens naar de Verenigde Staten. In tegenstelling tot Brecht, met wie zijn relatie toen niet meer zo goed was, weet hij wel commercieel door te breken in de V.S. door muziek voor film en theater te schrijven. Hij overleed in New York in 1950. Het Berliner Requiem werd op 22 mei 1929 uitgezonden op Radio Frankfurt, dat het stuk ook bestelde. Niet toevallig bevat het stuk vele verwijzingen naar het einde van de Eerste Wereldoorlog en de Spartakistenopstand ongeveer tien jaar voor de uitzending.

Ton Steine Scherben: Macht kaputt was euch kaputt macht
Ton Steine Scherben is ongetwijfeld de belangrijkste exponent van de linkse krakersbeweging in de Berlijnse Kreuzbergwijk van de jaren '70. De groep speelde al vroeg in de jaren 70 een soort protopunk waarin ze rauwe gitaren koppelden aan radikale politieke slogans. ‘Met zo'n plaat kan je niet zo maar bij je ouders langsgaan en zeggen: "kijk een wat er van mij geworden is!"’, herinnert zanger Rio Reiser zich achteraf. Ton Steine Scherben weigerden principieel om een commerciële platendeal af te sluiten en gaan in 1985 failliet. Rio Reiser wist later nog succes te boeken als soloartiest en stierf in 1996.

Nina Hagen Band: Wir leben immer... noch
Nina Hagen groeide op in Oost-Berlijn en ambieerde een carrière in film en muziek. Ze werkte aan haar eerste plaat toen ze samen met haar moeder Eva-Maria Hagen, de vriendin van de eerder vermelde Wolf Biermann, naar West-Berlijn mocht verhuizen in 1976. Hoewel het werk dat ze in Oost-Berlijn afwerkte eerder poppy was, vond ze zichzelf in West-Berlijn terug uit en werd ze er al snel de first lady van de oprukkende punkbeweging. Omringd door prima muzikanten maakte ze furore met haar debuut ‘Nina Hagen Band’. Haar band kon echter moeilijk om met haar sterallures en onberekenbaarheid en verliet haar in 1980. Ze ging solo verder, maar zou nooit meer de hoogtepunten uit de begindagen bereiken.

Lok Kreuzberg: Hand in Hand im Park
De muzikanten uit de Nina Hagen Band kwamen voor een groot deel uit Lok Kreuzberg. Deze erg geëngageerde groep vermengde progressieve rock met politiek cabaret. Ze brachten verschillende platen uit en kenden een behoorlijk succes, maar zijn vandaag ten onrechte in de vergetelheid geraakt.

Chor & Orchester Siegurd Brauns: Dank euch, ihr Sowjetsoldaten
Op 8 mei 1945 ondertekenden de Duitsers de capitulatie in Berlijn, hoewel ze de dag ervoor al onvoorwaardelijk gecapituleerd hadden voor de geallieerden in Reims. Stalin had geëist dat er een tweede capitulatie zou komen in het door hem bevrijdde Berlijn. De Sovjets gedroegen zich bij de bevrijding niet bepaald voorbeeldig. De val van Berlijn ging gepaard met massale plunderingen en verkrachtingen. Berlijners werden zelfs geacht om hun deuren niet te sluiten opdat Sovjetsoldaten vrij hun gang konden gaan.

Dit alles is echter niets in vergelijking met de wreedheden die de Duitsers begaan hebben aan het Oostfront. Al van bij de aanvang van Operatie Barbarossa - zoals de Duitsers de aanval op de Sovjetunie noemden – liet Hitler weten dat dit een vernietigings- of uitroeiingsoorlog ging worden, een term die pas zijn volle betekenis krijgt als men bedenkt dat de Duitsers aan het Oostfront pas echt begonnen zijn met de uitroeiing van ongewenste ‘rassen’ en bevolkingsgroepen. 20.000.000 Sovjetburgers kwamen om tijdens de oorlog.
 
In Oost-Berlijn werd na WOII het Palast der Republik opgetrokken. Dit gebouw – dat diende als parlement en als cultuurpaleis voor de DDR - was ondermeer het toneel van de viering van 35 jaar DDR waaruit deze opname stamt. Ook voor de 40-jarige verjaardag van de DDR waren dergelijke feestelijkheden gepland, maar deze konden amper doorgaan door het tumult dat gepaard ging met de val van de muur. Vandaag is het gebouw gesloopt om plaats te maken voor het her op te bouwen Berliner Stadsschloss van de Hohenzollerndynastie. Eén van de laatste groepen om er op te treden waren – dat kunnen we toch niet onvermeld laten – Einstuerzende Neubauten. Zanger Blixa Bargeld drukte daarbij de wens uit dat de mythe zou ontstaan dat de Neubauten zelf het gebouw gesloopt hebben.

Pionierchor Edgar André Berlin: Wir brauchen den Frieden wie die Blume das Licht
Een radioprogramma over de geschiedenis van Oost-Berlijn maken zonder ook maar één kinderkoor te spelen? Het zou ongehoord zijn. Wisten jullie trouwens dat het voormalige Oost-Duitsland vandaag nog altijd evenveel klassieke orkesten telt als heel de rest van Duitsland samen, hoewel het maar één vierde van het territorium omvat? Een teken van het belang dat de Oost-Duitse machthebbers aan muziek en cultuur hechtten. Ook kinderkoren waren bijzonder in trek. En de talrijke kinderkoren hebben nog veel talrijkere platen opgeleverd. Waarvan velen na de val van de muur gewoon op het vuilnisbelt zijn beland. Wij halen er voor jullie nog eens eentje van onder het stof. Wat dachten jullie van een vredesliedje?

donderdag, april 24, 2008

Crooning Kraut

Dit artikel geeft achtergrondinformatie bij de uitzending van The Crooning Hour over krautrock. Je kan de uitzending beluisteren tot maandag 5 mei op http://www.xlair.be/. Klik onder programma's op The Crooning Hour en dan op 'luisteren'.

Crooning Kraut

De jaren ’70 in West-Duitsland. Aan de universiteiten studeert een generatie die haar ouders en grootouders niet kan vergeven dat ze zich ingelaten hebben met Hitler en zijn Nazi’s. Zij dromen van een heel andere wereld die de totale antipool moet worden van Nazi-Duitsland. De contestatie neemt radicale vormen aan en ontaard soms in geweld. De aanslagen van de Rote Armee Fraction zijn er de grootste uitwas van. Minder gevaarlijk en een stuk interessanter zijn de muzikanten die deze generatie opleverde. In de jaren ’60 en ’70 nam rock een nieuwe dimensie aan. In het zog van de hippiebeweging werd er gezocht naar nieuwe manieren om muziek te maken. West-Duitsland springt mee op de kar en zal de muzikale vernieuwing nog radicaliseren. De beweging kreeg een beetje kunstmatig de naam krautrock toebedeeld.

Want krautrock is eigenlijk geen muziekgenre. Het bundelt een hele rits erg uiteenlopende groepen die vooral gemeen hebben dat ze elk hun eigen ding doen. Het loopt van de Duitse progressieve rock tot de eerste elektronische groepen, van minimaal tot theatraal… Veel van de betrokken groepen voelen er helemaal niets voor om als ‘krautrock’ bestempeld te worden. De term werd trouwens uitgevonden door de Britse muziekpers en is nooit erg verspreid geweest in Duitsland. Kraut was in Groot-Brittannië een ingeburgerd pejoratief begrip voor Duitsers, een erfenis uit de twee wereldoorlogen. Het is vermoedelijk BBC-presentator John Peel die de term krautrock gelanceerd heeft, geïnspireerd door het nummer ‘Mama Düül und ihre Sauerkrautband spielt auf’ van Amon Düül. Het platenlabel Virgin neemt later de term over om haar Duitse groepen te promoten. Toch vallen er een aantal gemeenschappelijke kenmerken waar te nemen: de tomeloze experimenten, het gebruik van de eerste elektronica, geluidseffecten en het maken van soms erg lange nummers.

De krautrockers gingen in hun experimenteerdrift nog een stuk verder dan hun evenknieën uit andere landen. Hoe valt dit te verklaren? Het trauma van de tweede wereldoorlog en de wens om radicaal nieuwe dingen uit te proberen is er zeker een aspect van. Door hun geschiedenis wilden Duitse muzikanten alles nog radicaler in vraag stellen. Anderzijds is het ook deze generatie die opnieuw dingen maakt die typisch Duits zijn. De meeste Duitse rockmuziek was tot dan vooral geïnspireerd op de Angelsaksische wereld en grotendeels in het Engels gezongen. Met de krautrock wordt Duits in de rockmuziek terug normaal. Tenslotte was er in Duitsland veel minder een muzikale traditie waarop men kon terugvallen. De tweede wereldoorlog was niet enkel een historische en politieke breuk, maar ook een muzikale. Men wou niet herinnerd worden aan de muziek van voor of tijdens de oorlog. Britse of Amerikaanse rockers kregen een vorming met vaste waarden en het naspelen van klassiekers. Het gebrek aan muzikale erfenis bood muzikanten in Duitsland veel meer ruimte om te experimenteren. Waar dit allemaal toe geleid heeft hoort u in deze aflevering van The Crooning Hour.

Frumpy: How the gypsy was born

Frumpy kwam voort uit de City Preachers, een folkgroep uit Hamburg. Eind jaren ’60 verlaat drummer Udo Lindenberg de groep om een succesvolle solocarrière aan te vangen. Hij wordt één van de gangmakers van de Duitstalige rock. Andere groepsleden vormen Frumpy en richten zich naar de progressieve rock. Van 1970 tot 1972 brengen ze twee platen uit die een grote invloed hebben op de Duitse rockmuziek. Het nummer ‘How the gypsy was born’ werd een hit. De groep werd door het tijdschrift Music Express verkozen tot beste Duitse rockgroep, terwijl zangeres Inga Rumpf met de titel van ‘meest getalenteerde individu in de Duitse rock’ ging lopen. Ze zou na het uiteenvallen van de groep nog succes hebben met haar groep Atlantis en als soloartieste.

Faust: Why don’t you eat carrots

Faust staat voor één van de meest geschifte verhalen uit de rockgeschiedenis. Journalist Uwe Nettelbeck krijgt in 1970 de vraag of hij een aan te raden Duitse groep kent. Hij komt op de proppen met Faust. De groep is net gevormd en is gedurende nachtelijke discussies op het idee gekomen om zich een jaar lang af te zonderen in een afgelegen plek om er totaal vernieuwende muziek te maken. Platenmaatschappij Polydor blijkt bereid om in het project mee te stappen. De groep kon intrek nemen in een tot studio omgebouwde school in de buurt van Hamburg. Al snel begint de groep meer eisen te stellen. Ze vragen een voltijds geluidstechnicus. Polydor vaardigt Kurt Graupner af, die helpt met de opnames en het maken van materiaal. Hij bouwt onder meer primitieve echoboxen en effectenkasten waarmee de groepsleden niet enkel hun eigen instrument kunnen vervormen, maar ook die van de andere leden. Het budget is quasi onbeperkt.

De groep musiceert dag en nacht, maar de chaotische werkwijze levert niet meteen een plaat op. De druk van de platenmaatschappij stijgt. Op basis van een aantal improvisaties knutselen ze hun debuut ‘Faust’ bijeen. De plaat verkoop slecht, zeker in vergelijking met het fenomenale budget dat Polydor in de groep geïnvesteerd heeft. Ze eisen dat de groep live optreedt om de plaat bekend te maken. Op twee weken tijd bereidt de groep een optreden voor. In surround sound, een technologie die toen nog in zijn kinderschoenen zat. Tot net voor de deuren opengaan, zit de hele groep te solderen om de geluidsinstallatie gereed te hebben. Faust vraagt het aanwezige publiek om later terug te komen. Onder hen heel wat hoge bonzen van Polydor. Of er überhaupt een optreden geweest is blijft een mysterie, maar vast staat dat Uwe Nettelbeck een bevriende journalist vraagt om te schrijven dat het uiteindelijk een fantastisch concert is geweest.

Het artikel overtuigt Polydor om verder in Faust te investeren. Als ook de volgende plaat ‘So far’ slecht verkoopt, geven ze de groep de bons en tellen ze hun torenhoge verlies uit. Richard Branson is op dat ogenblik op zoek naar groepen voor zijn nieuwe platenlabel Virgin. Hij is erg geïnteresseerd in de Duitse alternatieve scène en stelt de groep voor om zeer goedkope platen van hen uit te brengen. ‘The Faust Tapes’ en ’71 minutes’ blijken effectief goed te verkopen. De groepsleden waaien dan uit over Europa. Ze komen later bijeen en huren zonder overleg een peperdure studio in een hotel in München met de melding om de factuur naar Virgin te sturen. Na een paar dagen beginnen ze eraan te twijfelen of Virgin de kosten wel zal dragen. Ze kiezen het hazenpad, maar belanden in de gevangenis. De ouders van een paar groepsleden betalen de rekening. Dan wordt de geldkraan definitief dichtgedraaid en verdwijnt de groep. In de jaren ’90 duiken ze uit het niets terug op. Platen als ‘Rien’, ‘Edingburg 1997’ en ‘Ravvivando’ zijn aanraders voor liefhebbers van experimentele muziek.

Kraftwerk: Autobahn (extract)

De eerste elektronische muziek werd al aan het einde van de 19e eeuw gemaakt. Lange tijd was dit het domein van wetenschappelijk onderzoek en hedendaagse componisten. In de jaren ’60 beginnen elektronische geluidseffecten en toetsenborden verspreid te geraken. Begin jaren ’70 komen ook de eerste synthesizers op de markt.
Ralf Hütter and Florian Schneider ontmoeten elkaar in een improvisatiecursus in Dusseldorf. Ze richten samen de groep Organisation op, waarmee ze experimentele improvisaties spelen. In 1970 richten ze Kraftwerk op, waarmee ze resoluut de elektronische toer op gaan. De eerste drie platen zijn erg experimenteel, maar met Autobahn kunnen ze in 1974 een groter publiek bereiken. Het twintig minuten lange titelnummer wordt zelfs een hit in de VS.

Kluster: Zwei-Osterei 1 (extract)

West-Berlijn is na de bouw van de muur in 1961 een wereld op zich. Niemand wou in deze geïsoleerde stad wonen, behalve marginalen, artiesten of andere legerdienstontlopers. Artistiek vormde Berlijn een bruisende biotoop waarin bijna alles toegestaan was, behalve wat voor de hand lag.

Kluster was één van die groepen uit West-Berlijn die het experiment zo ver dreven als ze konden. Ontstaan in 1969 uit Conrad Schnitzler, Hans-Joachim Roedelius en Dieter Moebius, maakten ze muziek met alles wat ze onder handen kregen. Dat maakten ze dan met een maximaal aantal effecten onherkenbaar. Een christelijk platenlabel was bereid om de platen uit te geven, op voorwaarde dat er religieuze teksten op voorkwamen. Schnitzler, een oudgediende van Tangerine Dream, nam het reciteren ervan voor zijn rekening. De teksten versterkten het onheilspellende karakter van de muziek nog meer. Na drie platen hield Schnitzler het voor bekeken. De andere groepsleden veranderden de naam in Cluster, waarmee ze nog een hoop platen uitbrachten en onder meer samenwerkten met Brian Eno en Can.

Can: Tango Whyskyman

Deze invloedrijke groep werd in 1968 gevormd in Keulen. Bassist Holger Kzuckay en toetsenist Irmin Schmidt waren leerlingen van de hedendaagse componist Karlhein Stockhausen. Drummer Jacky Liebezeit kwam uit de jazzwereld. Hoewel erg experimenteel zal het werk van Can snel een rockstempel krijgen met een vaak minimalistische en repetitieve inslag. Het vinden van een vaste zanger blijkt problematisch. De Amerikaanse schilder Malcolm Mooney hield het snel voor bekeken omwille van psychiatrische problemen. Vervanger Damo Suzuki verving hem jarenlang, maar verliet de groep toen hij zich bekeerde tot getuige van jehova. Dan namen de verschillende muzikanten zelf de zang voor hun rekening. Holger Czuckay verliet de groep in 1977, en in 1980 ontbond de groep zich. Er volgden verschillende reunies.

Walter Mossmann en Heiner Goebbels: Unruhiges Requiem (extract)

Walter Mossmann en Heiner Goebbels kwamen allebei uit de radicaal-linkse hoek. Toch stonden ze voor een heel ander muzikaal repertoire. Mossmann was de zuivere linkse protestzanger die korte belerende liedjes maakte op zijn folkgitaar, terwijl Goebbels stond voor de experimentele geluidsmontages die zich ellenlang uitstrekten. In 1983 gingen ze uitzonderlijk samenwerken voor het nummer Unruhiges Requiem. Mossmann was gefascineerd door de Siciliaanse liedjesmaker Cicciu Busacca, die lange nummers maakte met afwisselend zang en vertellingen, parodie en melancholie... Mossmann wou met zijn Unruhiges Requiem hetzelfde doen, en vroeg Goebbels om zijn nummer van geluidscollages te voorzien. Wekenlang stuurde Goebbels om de zoveel dagen cassetteopnames met nieuw materiaal naar Mossmann. Deze laatste was behoorlijk onder de indruk en verwerkte de passages in het steeds langere nummer. Het resultaat van de samenwerking werd een hoogtepunt voor beide muzikanten.

Tangerine Dream: Fauni-Gena

Nogmaals West-Berlijn. Kunststudent Edgar Froese begon als rockgitarist, maar richtte zich steeds meer op experimentele muziek en elektronica. In 1967 mondde dit uit in Tangerine dream. De groep was één van de eersten om te experimenteren met de moog-synthesizer, de eerste commercieel verkrijgbare synth. Op dat ogenblik wist niemand goed hoe ermee om te gaan. De geluidssensoren waren zo gevoelig dat het geluid vervormde naargelang de temperatuur in de omgeving. Als je op een bepaald moment een geluid uit je synth haalde, wist je nooit of je het later weer zou kunnen herhalen. Dus liet Tangerine Dream constant de opnameapparatuur draaien. De eerste platen waren zwaar experimentele geluidscollages. In 1973 draaide de legendarische BBC-dj John Peel de plaat Atem geregeld in zijn programma. Ook Richard Branson knikte instemmend mee en bracht verschillende platen van Tangerine Dream uit op zijn Virgin platenlabel.

Amon Düül II: Tables are turned

‘De eerste Duitse groep die een eigen bijdrage vormt aan de rockgeschiedenis’, schreef the New Musical Express ooit over Amon Düül II. De oorspronkelijke Amon Düül ontstond in 1967 als een los collectief hippies uit een kunstcommune in Munchen. Ze speelden muzikale improvisaties op politieke meetings en betogingen. Al snel trad er een split op tussen de meer muzikaal gevormde leden en de meer politiek georiënteerde leden. De eersten splitsten zich af en vormden Amon Düül II. Ze brachten verschillende platen uit met grotendeels geïmproviseerde psychedelische rock. De meer gepolitiseerde fractie zou zich verder verbinden aan de radicale West-Berlijnse Commune I met Ushi Obermaier, icoon van de Duitse hippiebeweging en de vrije liefde, als prominent lid. Ook zij brachten nog verschillende platen uit die grotendeels uit één improvisatiesessie uit 1968 voortkwamen.

Lok Kreuzberg: Leise Sohlen

Lok Kreuzberg werd in 1972 gevormd door linkse studenten in West-Berlijn. Kreuzberg was een Duitse wijk die net aan de Berlijnse muur zat. Het was in de jaren ’70 en ’80 een toevluchtoord voor krakers en andere alternatievelingen. Lok Kreuzberg is een typisch uitvloeisel van deze alternatieve cultuur. De groep is sterk geïnspireerd door agit-prop en politiek cabaret. Typerend is ook de grote verscheidenheid aan stijlen die ze vermengen. Sommige groepsleden spelen later in de Nina Hagen-band en Spliff.

Neu!: Hero

Neu ontstond in 1971 als een zijproject van Kraftwerk. Kenmerkend is de motorik-beat die repetitief door alle nummers heen gebruikt wordt, omringd met minimale akkoorden en veel geluidseffecten. De groep verkoopt weinig platen, maar is heel invloedrijk. Het nummer ‘hero’ is onder meer een inspiratie voor David Bowies nummer ‘heroes’.

David Bowie: Helden

Eind jaren ’70 trekt Bowie naar Berlijn, op de vlucht voor de neveneffecten van zijn beroemdheid en zijn drugverslaving. Berlijn geniet zijn voorkeur omdat hij er zonder problemen over straat kan wandelen, maar ook omdat hij gefascineerd is door de Duitse alternatieve muziek. De Berlijnse jaren blijken een creatief hoogtepunt voor Bowie. In die periode brengt hij twee absolute meesterwerken uit: Low en Heroes. De invloed van de krautrockers is erg hoorbaar op deze platen. Brian Eno, die eerder al met Cluster samenwerkte en eveneens fan was van de Duitse alternatieve scène, heeft ook zijn stempel gedrukt op deze twee platen, in het bijzonder op de instrumentale tweede zijde van elke plaat.

Het nummer heroes haalt zijn titel van het nummer Hero van Neu!. Over de inhoud van het nummer is veel gespeculeerd. Duidelijk is de verwijzing naar een liefdesaffaire met de Berlijnse muur op de achtergrond. Bowie gaf later toe dat het geïnspireerd was op een affaire tussen producer Tony Visconty en een achtergrondzangeres in de studio. Bowie nam ook versies van het nummer op in het Duits en het Frans. In deze versie worden de Engelse en de Duitse versie vermengd.

dinsdag, februari 26, 2008

Het daghet in den oosten

Dit artikel geeft achtergrondinformatie bij de uitzending van The Crooning Hour over alternatieve muzikanten in het voormalige Oostblok. Je kan de uitzending beluisteren tot maandag 10 maart op http://www.xlair.be/. Klik onder programma's op The Crooning Hour en dan op 'luisteren'.


Het daghet in den oosten. Alternatieve muziek in het voormalige Oostblok.

Er was eens een spook, dat waarde door Europa. Het spook van het communisme. Het spook regeerde ooit over de helft van het continent. Tot in 1989 onverwacht de communistische regimes instortten.

Het spook hield van muziek. Grote budgetten werden besteed aan het maken van kunst en muziek die de communistische idealen moesten verspreiden. Wie erkend werd als officieel muzikant of componist had een goed leven. Werk, inkomen en aanzien waren verzekerd. Van andere muzikanten hield het communisme minder of zelfs helemaal niet. Eigenzinnige of kritische stemmen werden meermaals het zwijgen opgelegd. Het is aan deze mensen dat deze uitzending van The Crooning Hour gewijd is.

In het programma willen we aan de hand van een aantal artiesten een historisch overzicht geven van hoe communistische regimes met dissidente muzikanten omgingen.

Vladimir Vysotsky: Dialog Y Televisora

Vladimir Vysotsky is een icoon uit de Russische muziek, vergelijkbaar met Jacques Brel bij ons. Hij was oorspronkelijk acteur en schreef liedjes voor de films waarin hij meespeelde. Zijn muziek en zijn teksten sloegen aan bij het grote publiek, maar niet bij de partijbonzen. Zijn liedjes circuleerden enkel ondergronds via cassettes. Zijn teksten gaven een humoristisch beeld van het dagelijkse leven van gewonen lieden in de Sovjetunie. De overheid vreesde voor verhulde kritiek in de vaak sarcastische liedjes. Pas aan het einde van de jaren ’70 bracht de officiële Sovjetplatenmaatschappij Melodiya platen van hem uit. Hij stierf kort erna, in 1980. Zijn populariteit was toen zo groot dat één miljoen mensen zijn begrafenis bijwoonden.

Renft: Gänselieschen

De DDR lag aan de frontlijn van de Koude Oorlog in Europa. De onmiddellijke nabijheid van een kapitalistisch land dat bovendien dezelfde taal sprak, dwong de DDR-leiders om steeds opnieuw te bewijzen hoeveel beter hun communistisch systeem was. Radio en televisie uit de Bondsrepubliek waren daarbij een doorn in het oog. Men probeerde lange tijd om de toegang tot deze uitzendingen met stoorzenders te verhinderen. Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen voor de verderfelijke invloed van het ‘westfernsehen’ kon men niet verhinderen dat Oost-Duitse jongeren op de hoogte bleven van de nieuwste muzikale ontwikkelingen in het westen en zich ernaar gingen gedragen.

Het Klaus Renft Combo ontstond in 1958, in een periode waarin de DDR zich vrij liberaal opstelde tegenover rock. Begin jaren ’60 verstrengde de houding tegenover ‘beatgroepen’ en kreeg het Klaus Renft Combo evenals hun opvolger The Buttlers optredenverbod. In 1967 werd het verbod opgeheven en bracht Renft een Oost-Duitse variatie op de hippies: folkrock met een experimentele inslag en maatschappijkritische teksten. Sommige van deze teksten gingen te ver voor het regime en in 1975 volgde een definitief verbod, inclusief gevangenschap en ballingschap van sommige leden. Andere groepsleden vormden nieuwe groepen waarmee ze bij gelegenheid liederen van Renft bleven spelen.

Wolf Biermann: Du lass Dich nicht verhärten, live in Keulen op 13 november 1976

Wolf Biermann is ongetwijfeld de bekendste dissident uit de DDR. Als overtuigd marxist begreep hij niet waarom hij in zo’n repressief systeem leefde en hij stak dat niet onder stoelen of banken. Jarenlang beroepsverbod en huisarrest werden zijn deel. In 1976 kreeg Biermann de toelating om voor een paar optredens naar West-Duitsland af te reizen. Hij trad in Keulen op voor een nokvolle sporthal. De West-Duitse televisie zond het optreden live uit. De DDR had het verstoren van West-Duitse televisiezenders al een paar jaar opgegeven en dus konden ook DDR-burgers die avond zien hoe Biermann scherpe kritiek uitte op de DDR. Biermann was na afloop niet meer welkom in Oost-Duitsland en verloor het staatsburgerschap. Veel DDR-kunstenaars protesteerden openlijk tegen de uitwijzing, maar de overheid gaf geen duimbreed toe en dreef de repressie tegen kritische stemmen op.


Laat je toch niet verharden
In deze harde tijden
Zij die te hard zijn breken
Zij die te scherp zijn snijden
En breken weldra ook

Plastic People of the Universe: Recently

‘We wilden niets met politiek te maken hebben en we hadden graag gezien dat de politiek ook niets met ons te maken wilde hebben.’ Aan het woord is Ivan Jirous, ‘manager’ van The Plastic People of the Universe. The Plastic People ontstonden in 1968, kort nadat de Russische tanks een einde maakten aan de Praagse lente. Discussies over het al dan niet menselijke gelaat van het socialisme waren niet aan hen besteed. Wat de groep wou, was een ‘tweede cultuur’ oprichten, wars en afgezonderd van de algemene cultuur. Ze begonnen met het spelen van nummers van Frank Zappa (aan wie ze hun naam ontleenden) en The Velvet Underground. Toen de groep het moeilijk kreeg om op te treden gebruikte Jirous zijn lidmaatschap van de kunstenaarsvakbond om congreszalen vast te krijgen. Daar gaf hij een korte inleiding over het artistieke belang van Andy Warhol en The Factory, waarna de groep de rest van de avond zijn uiteenzetting muzikaal mocht illustreren.

De groep moest snel uit Praag verdwijnen en hield jarenlang enkel concerten in afgelegen dorpen. Na twee afleveringen van Jirous’ Festival van de Tweede Cultuur werden alle Plastic People gearresteerd, samen met verschillende andere artiesten. Het proces groeide uit tot een conflict tussen staat en hippies. Het gerecht veroordeelde vier Plastic People tot gevangenisstraffen. Onder de aanwezigen in de rechtszaal: ene Vaclav Havel, een jonge schrijver die vier maanden later met zijn Charter 77 meer respect voor de mensenrechten zou eisen in Tsjecho-Slowakije. Havel zou ook zijn buitenverblijf ter beschikking stellen voor het derde Festival van de Tweede Cultuur en voor opnamesessies van de Plastic People. In 1982 gaf saxofonist Vratislav Brabenec er de brui aan. Hij was de onophoudelijke arrestaties en soms gewelddadige ondervragingen beu. Hij vertrok naar Canada, waar ook de Canadese ex-Plastic-zanger Paul Wilson verbleef. In de tweede helft van de jaren ’80 liberaliseerde het muziekklimaat in Tsjecho-Slowakije. Ironisch genoeg valt de groep uiteen over de vraag of ze zouden ingaan op een voorstel om hun naam te veranderen om zo openlijk te kunnen optreden.

Ivan Jirous ging na voordrachten van protestpoëzie opnieuw in de cel. Jirous en Havel kwamen pas na de fluwelen revolutie vrij. Havel werd verkozen als president van het nieuwe Tsjecho-Slowakije, maar vergat zijn vroegere passies niet. Hij nodigde leden van The Velvet Underground uit op een concert van Pulnoc, de nieuwe groep van Plastic People-bassist Milan Hlavsa. Frank Zappa kreeg zelfs een officiële functie als cultureel attaché van Tsjecho-Slovakije. Het is opnieuw Vaclav Havel die in 1997 de Plastic People terug bij elkaar riep om de dertigjarige verjaardag van Charter ’77 te vieren. De reünie bracht nieuwe platen en tournees met zich mee. De groep bestaat nog steeds.

Goran Bregovic: Gas Gas

Joegoslavië neemt in dit verhaal een aparte plaats in. Het land vaarde een onafhankelijke koers, was geen lid van het Warschaupact en was bijgevolg veel minder afhankelijk van Moskou. Rockmuziek was er nooit verboden en westerse groepen waren er vrij verkrijgbaar. Van elke belangrijke pop- of rockstroming was er een Joegoslavische variant: van blues, progressieve rock, disco tot punk en new wave.

Goran Bregovic kende in Joegoslavië een enorm succes met zijn groep Bijelo Dugme. ‘Rockmuziek was de enige manier om te protesteren tegen het regime zonder in de gevangenis te belanden’, zei hij ooit. Hij mocht desalniettemin optreden voor president Tito zelf. In 1989 ontbond hij de groep en schakelde hij over naar het componeren van filmmuziek voor onder andere Emir Kusturicas meesterwerken Time Of The Gypsies en Underground. Gas Gas komt van Bregovics fantastische aanpassing van het opera van Carmen: ‘Karmen with a happy end’ uit 2004.

Kino: Ik wil rust

Rockmuziek was lang verboden in de Sovjetunie. Vanaf de jaren ’80 kwam daar verandering in. Leningrad (nu Sint-Petersburg) gold als het rockcentrum van het land met groepen als Kino, Akvarium en DDT. De meeste rockgroepen kregen geen erkenning als officiële groep, wat inhield dat ze geen enkele ondersteuning kregen en zelfs geen geld mochten vragen voor optredens. Veel rockmuzikanten uit die periode verdienden hun geld als arbeider of nachtwaker. Zo ook de muzikanten van Kino, het Russische antwoord op de new wave. Door jong te sterven in een auto-ongeval wist zanger Victor Tsoi in Rusland het statuut van rockmartelaar te verwerven.

Feeling B: Wir wollen Artig sein

Eind jaren ’70 verschenen de eerste punks in het straatbeeld van de DDR. De eerste golf werd door middel van soms brutale repressie de kop ingedrukt. Midden in de jaren ’80 kwam het fenomeen terug en was er geen houden meer aan. Gebleekt piekhaar en hanekammen doken overal op. Feeling B ging in een omgebouwd busje door Oost-Duitsland optreden met hun lolpunk. Een aantal leden braken later internationaal door met Rammstein.

Laibach: Achtung

Laibach begon in 1980 industrieel geweld op Joegoslavië af te vuren. De aanpak bleek van meet af aan uitermate controversieel en complex. Door zich voor te doen als een groep die het gezag wilde versterken en de teloorgang van de waarden van het communisme betreurde, maar tegelijkertijd ambivalent te spelen met verwijzingen naar fascisme en kitscherige pop, schepten ze grote verwarring. Wellicht zou deze groep in elk ander communistisch land verboden zijn. Zelfs West-Duitsland overwoog bepaalde nummers te censureren. In Joegoslavië kwam het niet verder dan een verbod op de naam Laibach, de Duitse en daarom controversiële naam van de Sloveense hoofdstad Ljubljana.

A.F. Moebius: Böser Traum

In de naweeën van de punk ontstond ook de meer experimentele new wave. Onder invloed van westerse groepen als Einstuerzende Neubauten (uit dat ingesloten kapitalistisch eilandje midden in de DDR, West-Berlijn), Virgin Prunes en vele anderen, gingen ook Oost-Duitse jongeren aan het werk met al wat geluid maakte. Ze namen hun experimenten op aan de hand van cassettes die ze dan onder vrienden verspreidden. De groepjes en de opnames vermenigvuldigden zich snel. Deze jongeren gebruikten geen cassettes omdat het goedkoop was. Ze waren integendeel erg duur, maar waren voor hen de enige manier om hun muziek te verspreiden op een onafhankelijke manier.

Emir Kusturica & The No Smoking Orchestra: Djinji Rindji Bubamara

Het verhaal van Zabranjeno Pusenje (No Smoking) begint in 1981 in Sarajevo. De groep sluit aan bij een stroming die zich novi primitivisam (nieuwe primitieven) noemt. Ze spelen een mix van garagerock en folk die typisch is voor Sarajevo. De groep kent snel succes. Een grapje van zanger Nelle Karajlic over een kapotte Marchall-versterker bij een optreden brengt de groep in moeilijkheden. ‘De maarschalk heeft het begeven. Ik bedoel, de versterker.’ De allusie naar de dood van Maarschalk Tito leidt tot een boycot van de platen, afzeggingen van optredens en een hoop kritiek in de media. In 1987 vervoegt de geniale filmregisseur Emir Kusturica de groep.

De groep splitst in twee na het uiteenvallen van Joegoslavië. Een deel van de muzikanten blijft in Sarajevo, een ander deel hervormt zich in Belgrado. De groep uit Belgrado zal haar naam veranderen in ‘Emir Kusturica & The No Smoking Orchestra’ en verder evolueren tot een levendige balkanfolkgroep. Ze breken internationaal door met de muziek voor Kusturicas films Black Cat White Cat en Life is a Miracle.

Akvarium: Dubrovsky

Akvarium ontstond in de jaren ’70, toen rock in de Sovjetunie enkel ondergronds bestond. In 1980 namen ze deel aan het rockfestival van Tbilisi. Menigeen hoopte dat dit festival de legalisering van de rockmuziek in de Sovjetunie zou inluiden. Akvariumvoorman Boris Grebenshikov werd als gevolg van zijn optreden ontslagen uit zijn baan als ingenieur en uit de Komsomol, de communistische jongerenorganisatie. Dit laatste ontslag betekende doorgaans een drastische inperking van je carrièremogelijkheden.

Akvarium nam gedurende de jaren ’80 met beperkte middelen verschillende platen op die bijna allemaal klassiekers werden. Grebenshikov mocht in zijn eentje de Russische Beatles, de Russische Dylan en de Russische Pink Floyd incarneren (vrij indrukwekkend, zelfs voor een overtuigde Boeddhist). De groep gaf regelmatig illegale concerten in appartementen of kelders. Akoestisch, zodat buren en politie er geen lucht van zouden krijgen. Toen bleek dat buitengesmokkelde opnames van Akvarium goed verkochten in de VS, bracht de in geldnood verkerende platenmaatschappij Melodiya eind jaren ’80 platen van Akvarium uit. De groep viel uiteen in ’89.

Grebenshikov probeert dan internationaal door te breken met twee soloplaten in het Engels. Het wordt een flop. Hij keert terug naar Rusland om er muziek te maken die Russisch is in hart en nieren. ‘Hier word je niet vrolijk van, maar alle ellende zou even mooi moeten zijn’, schrijft men over de nieuwe Akvarium van de jaren ‘90. De muziek sluit goed aan bij de neergeslagen sfeer die in vele voormalige Oostbloklanden heerst. De overgang naar een markteconomie laat immers veel mensen in de kou staan. Lonen en pensioenen worden niet uitbetaald, werk is geen zekerheid meer en er heerst veel armoede.

Huil niet, Masha, hier ben ik
Huil niet, de zon komt terug op
Schuil toch niet weg voor de Heer
Hij moet ons nog vinden
De heilige stad Jeruzalem
Schijnt door het ijs en de sneeuw
Kijk hoe ze rijst om ons heen
Ze verwacht ons…

Theodor Bastard: Pustota

Sinds de val van het communisme zijn verschillende stijlen alternatieve muziek populair geworden. Onder meer het vermengen van elektronica en etnische invloeden. Theodor Bastard is een Russische groep rond Fedor Svoloch die zich gaandeweg uitbreidt met andere muzikanten, onder meer met Yana Veva aan de zang. Het nummer Pustota komt van de schitterende gelijknamige plaat uit 2004. Bekijk de uitstekende clip van het nummer op hun website: http://www.theodorbastard.com/.

Donis: An kalnelio akmenèlis

Meer van hetzelfde, maar dan uit Litouwen. Het nummer is afkomstig van de compilatie ‘Amber tribes: new wave of baltic avantgarde, electronic, ethno, ambient, industrial’. Het nummer verwijst naar de heidense achtergrond van Litouwen, een geliefd thema in de Baltische metal- en gothicscene.


Epiloog: Om presentator Luc Sinatra te plezieren voegden we nog toe:


Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde: Fritz der Traktorist

Eind jaren ’80 waagde menig Oost-Duitse groep zich aan het opnemen van punk- of kitschversies van DDR-hymnes. Hier namen de Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde een klassieker uit 1952 onder handen. In 1952 verlieten tienduizenden mensen de DDR en werd de eerste stoorzender ingesteld die West-Duitse uitzendingen op radio en televisie moest verstoren. Om het moreel hoog te houden werden ‘massaliederen’ als Fritz der Traktorist op de openbare omroep uitgezonden. Het nummer geeft een humoristisch relaas van landarbeider Fritz die dankzij zijn noeste arbeid de knapste vrouw van het dorp aan de haak weet te slaan. De Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde laten echter na om de laatste strofe over te nemen, waarin Fritz ‘omwille van gevaar voor veiligheid en vrede’ opgeroepen wordt voor de verdediging van de heimat.