zondag, mei 25, 2008

Einstuerzende Neubauten: Alles Wieder Offen Tour, Ancienne Belgique, 21/05/2008

Het was alweer meer dan drie jaar geleden sinds de Einstuerzende Neubauten ons land aandeden. Traditiegetrouw traden ze woensdag opnieuw in de Ancienne Belgique op. Ze kwamen er hun nieuwe plaat Alles Wieder Offen voorstellen. Deze ligt in het vervolg van voorganger Perpetuum Mobile, maar wordt ook algemeen beschouwd één van de meest toegankelijke cd's die Einstuerzende Neubauten ooit opgenomen heeft.

Wieder neu? 

De groep ving aan met de opener van de nieuwe plaat, Die Wellen. Dan begroet Blixa Bargeld het publiek in vier talen en maakt wat grapjes over het aantal keren dat ze in de AB gespeeld hebben (de eerste keer was in 1965 als voorprogramma van Jacques Brel). Nagorny Karabach, wederom van de nieuwe plaat, is een zachte ballade zoals we er van de Neubauten meer kennen en nog meer willen kennen. Indrukwekkend is de manier waarop Rudolf Moser een ronddraaiende vliegtuigturbine bespeelt met een stalen borstel. Door de verschillende lengtes van de uitstekels weet hij verschillende tonen uit het instrument te halen. Dit is het soort dingen die je pas kan als je jaren ervaring hebt met het bouwen en bespelen van zelf ontworpen instrumenten. 

Het nummer heeft ook wat controverse veroorzaakt. Bargeld vertelt hoe hij via google een bericht kreeg dat het Azerbeidzjaanse nieuwsagentschap een verklaring heeft afgelegd dat de Neubauten de separatisten in deze opstandige regio steunt. In werkelijkheid is niemand uit de groep ooit in Nagorny Karabach geweest. Verklaringen dat het nummer een vervolg was op Armenia – een nummer uit de Neubautens tweede plaat Zeichnungen des Patienten O.T. – en dat de groep zich toen sterk identificeerde met de tragische geschiedenis van de Armeniërs hebben voor opschudding gezorgd. Het deed Bargeld alvast terugdenken aan de tijd waarin de Neubauten in West-Berlijn woonden en niets te maken wilden hebben met de rest van Duitsland. Ook toen werden ze separatisten genoemd. 

Met Dead Friends kregen we een nummer van de voorlaatste plaat Perpetuum Mobile. Daarna staat alles weer in het teken van de laatste plaat. Op Let’s Do It A Dada mag N.U. Unruh een stukje dadaïstische poëzie voordragen met een witte hoed en cape, terwijl Bargeld met een boor en een bekertje een plaat probeert af te spelen. Wat in het optreden opvalt is dat de groep soms erg verschillende en vooral langere versies brengt van de nummers op de plaat. Ook zingt Bargeld regelmatig een paar zinnen in het Engels. Deze aanpak maakt vooral van Unvolständigkeit een hoogtepunt.

Merchandising 

Sinds een paar tournees nemen de Neubauten elk concert op en is het voor de aanwezigen mogelijk om dezelfde avond nog opnames van het concert te kopen. Daarom stopt de groep even met spelen als de eerste cd opgenomen is en de tweede opnames moeten starten. In de tussentijd kan Bargeld ook wat reclame maken voor alle merchandising die de groep aanbiedt. 

Het tweede deel van het optreden starten de neubauten met Tagelang Weiss, een nummer uit Grundstueck. Deze cd maakte deel uit van Phase II van neubauten.org, de betalende supporter-site. Na Phase I, die leidde tot Perpetuum Mobile en waarbij de supporters een lichtjes afwijkende cd met een paar extra nummers kregen, besloten ze om in de volgende fase een cd te maken die enkel voor de supporters bestemd zou zijn. Het resultaat is fantastisch. Een deel ervan valt ook te beluisteren op de dvd Palast der Republik. Toevallig waren er ook nog wat exemplaren van de exclusieve supporters-cd te koop aan de stand. Dat de Neubauten weinig scrupules kennen wisten we al. Deze keer komt het mij goed uit, want dit wou ik erg graag hebben.

Rampe 

Daarna improviseerden de Neubauten een stuk, een traditie die ze al sinds de begindagen volhouden. Soms leiden deze improvisaties later tot volwaardige nummers. In Von Wegen werden een paar oudere nummers van de neubauten geciteerd, maar dat kon weinig soelaas brengen voor diegenen die al een heel optreden naar wat oude Neubauten hunkerden. Als daarna Die Befindlichkeit des Landes gespeeld werd, brak een daverend applaus los. Dat dit nummer uit Silence is Sexy door iedereen gekend is zal er iets mee te maken hebben. 

In zijn tussenteksten liet Blixa Bargeld een licht schijnen op zijn teksten. Bargelds teksten zijn prachtig, maar niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Hier en daar vind je op internet al literaire analyses van Bargelds teksten. We vernamen dat die Befindlichkeit des Landes gebaseerd is op een tekst van Walter Benjamin. Susej, wederom van de laatste plaat, zou ontstaan zijn nadat Bargeld oude opnames teruggevonden heeft die hij begin jaren '80 in een klein keldertje had gemaakt. De tekst werd een dialoog tussen de jonge en de oude Blixa. 

Je vraagt mij: oude man, 
Waar is hetgeen ik voorhad bij jou gebleven? 
Staat het opgeschreven of is het verdronken? 
Ik zeg: wat van mij overblijft heeft enkel met jou te maken 
Onder lagen van jaren, jaarringen 
Staat het nog steeds gegraveerd

2000 

Bij de eerste bisnummers zitten weer wat oudere nummers, maar niets dat uitgekomen is voor 2000. De groep wou enkel nummers spelen die ontstaan zijn in deze incarnatie van de Neubauten. Bij de tweede bisronde haalt Blixa Bargeld het Dave-kaartenspel boven. Dit is een set van 600 kaarten waarop cryptische aanwijzingen staan voor de verschillende leden van de groep. Iedereen trekt een aantal kaarten, kiest een instrument en denkt uit wat hij gaat doen. De groepsleden weten niets van elkaars kaarten. Dan improviseren ze een nummer. De Neubauten hebben net een cd afgewerkt met 15 nummers die volgens dit procédé gemaakt zijn. Volgens Bargeld staan er een paar van de meest experimentele dingen op die ze ooit opgenomen hebben. De cd ligt binnenkort in de winkel.

Wie de oude Neubauten wou horen heeft pech gehad. Meer dan twee uur lang hebben ze enkel nummers van de laatste cd gespeeld, een paar improvisaties, en een handjevol nummers van de afgelopen platen, waarvan één uit een cd die eigenlijk een collector’s item is. Bovendien bestond het gros van het optreden uit langzame, atmosferische nummers. Veel mensen waren hierdoor teleurgesteld. De recensies die ik tot nog toe gelezen heb, waren niet bepaald lovend. Ik begin wat te twijfelen aan mijn beoordelingsvermogen, maar ik heb de opnames van het optreden nog eens kritisch beluisterd en ik blijf bij mijn oordeel: dit was een uitstekend optreden. Van de Neubauten verwacht je nu eenmaal iets speciaals. Einstuerzende Neubauten is een groep die consequent tegen de stroom en de verwachtingen ingaat en zichzelf steeds opnieuw uitvindt zonder haar verleden te verloochenen.

(Klik hier om mijn recensie van het vorige optreden van de Neubauten in de AB te lezen.)

donderdag, april 24, 2008

Crooning Kraut

Dit artikel geeft achtergrondinformatie bij de uitzending van The Crooning Hour over krautrock. Je kan de uitzending beluisteren tot maandag 5 mei op http://www.xlair.be/. Klik onder programma's op The Crooning Hour en dan op 'luisteren'.

Crooning Kraut

De jaren ’70 in West-Duitsland. Aan de universiteiten studeert een generatie die haar ouders en grootouders niet kan vergeven dat ze zich ingelaten hebben met Hitler en zijn Nazi’s. Zij dromen van een heel andere wereld die de totale antipool moet worden van Nazi-Duitsland. De contestatie neemt radicale vormen aan en ontaard soms in geweld. De aanslagen van de Rote Armee Fraction zijn er de grootste uitwas van. Minder gevaarlijk en een stuk interessanter zijn de muzikanten die deze generatie opleverde. In de jaren ’60 en ’70 nam rock een nieuwe dimensie aan. In het zog van de hippiebeweging werd er gezocht naar nieuwe manieren om muziek te maken. West-Duitsland springt mee op de kar en zal de muzikale vernieuwing nog radicaliseren. De beweging kreeg een beetje kunstmatig de naam krautrock toebedeeld.

Want krautrock is eigenlijk geen muziekgenre. Het bundelt een hele rits erg uiteenlopende groepen die vooral gemeen hebben dat ze elk hun eigen ding doen. Het loopt van de Duitse progressieve rock tot de eerste elektronische groepen, van minimaal tot theatraal… Veel van de betrokken groepen voelen er helemaal niets voor om als ‘krautrock’ bestempeld te worden. De term werd trouwens uitgevonden door de Britse muziekpers en is nooit erg verspreid geweest in Duitsland. Kraut was in Groot-Brittannië een ingeburgerd pejoratief begrip voor Duitsers, een erfenis uit de twee wereldoorlogen. Het is vermoedelijk BBC-presentator John Peel die de term krautrock gelanceerd heeft, geïnspireerd door het nummer ‘Mama Düül und ihre Sauerkrautband spielt auf’ van Amon Düül. Het platenlabel Virgin neemt later de term over om haar Duitse groepen te promoten. Toch vallen er een aantal gemeenschappelijke kenmerken waar te nemen: de tomeloze experimenten, het gebruik van de eerste elektronica, geluidseffecten en het maken van soms erg lange nummers.

De krautrockers gingen in hun experimenteerdrift nog een stuk verder dan hun evenknieën uit andere landen. Hoe valt dit te verklaren? Het trauma van de tweede wereldoorlog en de wens om radicaal nieuwe dingen uit te proberen is er zeker een aspect van. Door hun geschiedenis wilden Duitse muzikanten alles nog radicaler in vraag stellen. Anderzijds is het ook deze generatie die opnieuw dingen maakt die typisch Duits zijn. De meeste Duitse rockmuziek was tot dan vooral geïnspireerd op de Angelsaksische wereld en grotendeels in het Engels gezongen. Met de krautrock wordt Duits in de rockmuziek terug normaal. Tenslotte was er in Duitsland veel minder een muzikale traditie waarop men kon terugvallen. De tweede wereldoorlog was niet enkel een historische en politieke breuk, maar ook een muzikale. Men wou niet herinnerd worden aan de muziek van voor of tijdens de oorlog. Britse of Amerikaanse rockers kregen een vorming met vaste waarden en het naspelen van klassiekers. Het gebrek aan muzikale erfenis bood muzikanten in Duitsland veel meer ruimte om te experimenteren. Waar dit allemaal toe geleid heeft hoort u in deze aflevering van The Crooning Hour.

Frumpy: How the gypsy was born

Frumpy kwam voort uit de City Preachers, een folkgroep uit Hamburg. Eind jaren ’60 verlaat drummer Udo Lindenberg de groep om een succesvolle solocarrière aan te vangen. Hij wordt één van de gangmakers van de Duitstalige rock. Andere groepsleden vormen Frumpy en richten zich naar de progressieve rock. Van 1970 tot 1972 brengen ze twee platen uit die een grote invloed hebben op de Duitse rockmuziek. Het nummer ‘How the gypsy was born’ werd een hit. De groep werd door het tijdschrift Music Express verkozen tot beste Duitse rockgroep, terwijl zangeres Inga Rumpf met de titel van ‘meest getalenteerde individu in de Duitse rock’ ging lopen. Ze zou na het uiteenvallen van de groep nog succes hebben met haar groep Atlantis en als soloartieste.

Faust: Why don’t you eat carrots

Faust staat voor één van de meest geschifte verhalen uit de rockgeschiedenis. Journalist Uwe Nettelbeck krijgt in 1970 de vraag of hij een aan te raden Duitse groep kent. Hij komt op de proppen met Faust. De groep is net gevormd en is gedurende nachtelijke discussies op het idee gekomen om zich een jaar lang af te zonderen in een afgelegen plek om er totaal vernieuwende muziek te maken. Platenmaatschappij Polydor blijkt bereid om in het project mee te stappen. De groep kon intrek nemen in een tot studio omgebouwde school in de buurt van Hamburg. Al snel begint de groep meer eisen te stellen. Ze vragen een voltijds geluidstechnicus. Polydor vaardigt Kurt Graupner af, die helpt met de opnames en het maken van materiaal. Hij bouwt onder meer primitieve echoboxen en effectenkasten waarmee de groepsleden niet enkel hun eigen instrument kunnen vervormen, maar ook die van de andere leden. Het budget is quasi onbeperkt.

De groep musiceert dag en nacht, maar de chaotische werkwijze levert niet meteen een plaat op. De druk van de platenmaatschappij stijgt. Op basis van een aantal improvisaties knutselen ze hun debuut ‘Faust’ bijeen. De plaat verkoop slecht, zeker in vergelijking met het fenomenale budget dat Polydor in de groep geïnvesteerd heeft. Ze eisen dat de groep live optreedt om de plaat bekend te maken. Op twee weken tijd bereidt de groep een optreden voor. In surround sound, een technologie die toen nog in zijn kinderschoenen zat. Tot net voor de deuren opengaan, zit de hele groep te solderen om de geluidsinstallatie gereed te hebben. Faust vraagt het aanwezige publiek om later terug te komen. Onder hen heel wat hoge bonzen van Polydor. Of er überhaupt een optreden geweest is blijft een mysterie, maar vast staat dat Uwe Nettelbeck een bevriende journalist vraagt om te schrijven dat het uiteindelijk een fantastisch concert is geweest.

Het artikel overtuigt Polydor om verder in Faust te investeren. Als ook de volgende plaat ‘So far’ slecht verkoopt, geven ze de groep de bons en tellen ze hun torenhoge verlies uit. Richard Branson is op dat ogenblik op zoek naar groepen voor zijn nieuwe platenlabel Virgin. Hij is erg geïnteresseerd in de Duitse alternatieve scène en stelt de groep voor om zeer goedkope platen van hen uit te brengen. ‘The Faust Tapes’ en ’71 minutes’ blijken effectief goed te verkopen. De groepsleden waaien dan uit over Europa. Ze komen later bijeen en huren zonder overleg een peperdure studio in een hotel in München met de melding om de factuur naar Virgin te sturen. Na een paar dagen beginnen ze eraan te twijfelen of Virgin de kosten wel zal dragen. Ze kiezen het hazenpad, maar belanden in de gevangenis. De ouders van een paar groepsleden betalen de rekening. Dan wordt de geldkraan definitief dichtgedraaid en verdwijnt de groep. In de jaren ’90 duiken ze uit het niets terug op. Platen als ‘Rien’, ‘Edingburg 1997’ en ‘Ravvivando’ zijn aanraders voor liefhebbers van experimentele muziek.

Kraftwerk: Autobahn (extract)

De eerste elektronische muziek werd al aan het einde van de 19e eeuw gemaakt. Lange tijd was dit het domein van wetenschappelijk onderzoek en hedendaagse componisten. In de jaren ’60 beginnen elektronische geluidseffecten en toetsenborden verspreid te geraken. Begin jaren ’70 komen ook de eerste synthesizers op de markt.
Ralf Hütter and Florian Schneider ontmoeten elkaar in een improvisatiecursus in Dusseldorf. Ze richten samen de groep Organisation op, waarmee ze experimentele improvisaties spelen. In 1970 richten ze Kraftwerk op, waarmee ze resoluut de elektronische toer op gaan. De eerste drie platen zijn erg experimenteel, maar met Autobahn kunnen ze in 1974 een groter publiek bereiken. Het twintig minuten lange titelnummer wordt zelfs een hit in de VS.

Kluster: Zwei-Osterei 1 (extract)

West-Berlijn is na de bouw van de muur in 1961 een wereld op zich. Niemand wou in deze geïsoleerde stad wonen, behalve marginalen, artiesten of andere legerdienstontlopers. Artistiek vormde Berlijn een bruisende biotoop waarin bijna alles toegestaan was, behalve wat voor de hand lag.

Kluster was één van die groepen uit West-Berlijn die het experiment zo ver dreven als ze konden. Ontstaan in 1969 uit Conrad Schnitzler, Hans-Joachim Roedelius en Dieter Moebius, maakten ze muziek met alles wat ze onder handen kregen. Dat maakten ze dan met een maximaal aantal effecten onherkenbaar. Een christelijk platenlabel was bereid om de platen uit te geven, op voorwaarde dat er religieuze teksten op voorkwamen. Schnitzler, een oudgediende van Tangerine Dream, nam het reciteren ervan voor zijn rekening. De teksten versterkten het onheilspellende karakter van de muziek nog meer. Na drie platen hield Schnitzler het voor bekeken. De andere groepsleden veranderden de naam in Cluster, waarmee ze nog een hoop platen uitbrachten en onder meer samenwerkten met Brian Eno en Can.

Can: Tango Whyskyman

Deze invloedrijke groep werd in 1968 gevormd in Keulen. Bassist Holger Kzuckay en toetsenist Irmin Schmidt waren leerlingen van de hedendaagse componist Karlhein Stockhausen. Drummer Jacky Liebezeit kwam uit de jazzwereld. Hoewel erg experimenteel zal het werk van Can snel een rockstempel krijgen met een vaak minimalistische en repetitieve inslag. Het vinden van een vaste zanger blijkt problematisch. De Amerikaanse schilder Malcolm Mooney hield het snel voor bekeken omwille van psychiatrische problemen. Vervanger Damo Suzuki verving hem jarenlang, maar verliet de groep toen hij zich bekeerde tot getuige van jehova. Dan namen de verschillende muzikanten zelf de zang voor hun rekening. Holger Czuckay verliet de groep in 1977, en in 1980 ontbond de groep zich. Er volgden verschillende reunies.

Walter Mossmann en Heiner Goebbels: Unruhiges Requiem (extract)

Walter Mossmann en Heiner Goebbels kwamen allebei uit de radicaal-linkse hoek. Toch stonden ze voor een heel ander muzikaal repertoire. Mossmann was de zuivere linkse protestzanger die korte belerende liedjes maakte op zijn folkgitaar, terwijl Goebbels stond voor de experimentele geluidsmontages die zich ellenlang uitstrekten. In 1983 gingen ze uitzonderlijk samenwerken voor het nummer Unruhiges Requiem. Mossmann was gefascineerd door de Siciliaanse liedjesmaker Cicciu Busacca, die lange nummers maakte met afwisselend zang en vertellingen, parodie en melancholie... Mossmann wou met zijn Unruhiges Requiem hetzelfde doen, en vroeg Goebbels om zijn nummer van geluidscollages te voorzien. Wekenlang stuurde Goebbels om de zoveel dagen cassetteopnames met nieuw materiaal naar Mossmann. Deze laatste was behoorlijk onder de indruk en verwerkte de passages in het steeds langere nummer. Het resultaat van de samenwerking werd een hoogtepunt voor beide muzikanten.

Tangerine Dream: Fauni-Gena

Nogmaals West-Berlijn. Kunststudent Edgar Froese begon als rockgitarist, maar richtte zich steeds meer op experimentele muziek en elektronica. In 1967 mondde dit uit in Tangerine dream. De groep was één van de eersten om te experimenteren met de moog-synthesizer, de eerste commercieel verkrijgbare synth. Op dat ogenblik wist niemand goed hoe ermee om te gaan. De geluidssensoren waren zo gevoelig dat het geluid vervormde naargelang de temperatuur in de omgeving. Als je op een bepaald moment een geluid uit je synth haalde, wist je nooit of je het later weer zou kunnen herhalen. Dus liet Tangerine Dream constant de opnameapparatuur draaien. De eerste platen waren zwaar experimentele geluidscollages. In 1973 draaide de legendarische BBC-dj John Peel de plaat Atem geregeld in zijn programma. Ook Richard Branson knikte instemmend mee en bracht verschillende platen van Tangerine Dream uit op zijn Virgin platenlabel.

Amon Düül II: Tables are turned

‘De eerste Duitse groep die een eigen bijdrage vormt aan de rockgeschiedenis’, schreef the New Musical Express ooit over Amon Düül II. De oorspronkelijke Amon Düül ontstond in 1967 als een los collectief hippies uit een kunstcommune in Munchen. Ze speelden muzikale improvisaties op politieke meetings en betogingen. Al snel trad er een split op tussen de meer muzikaal gevormde leden en de meer politiek georiënteerde leden. De eersten splitsten zich af en vormden Amon Düül II. Ze brachten verschillende platen uit met grotendeels geïmproviseerde psychedelische rock. De meer gepolitiseerde fractie zou zich verder verbinden aan de radicale West-Berlijnse Commune I met Ushi Obermaier, icoon van de Duitse hippiebeweging en de vrije liefde, als prominent lid. Ook zij brachten nog verschillende platen uit die grotendeels uit één improvisatiesessie uit 1968 voortkwamen.

Lok Kreuzberg: Leise Sohlen

Lok Kreuzberg werd in 1972 gevormd door linkse studenten in West-Berlijn. Kreuzberg was een Duitse wijk die net aan de Berlijnse muur zat. Het was in de jaren ’70 en ’80 een toevluchtoord voor krakers en andere alternatievelingen. Lok Kreuzberg is een typisch uitvloeisel van deze alternatieve cultuur. De groep is sterk geïnspireerd door agit-prop en politiek cabaret. Typerend is ook de grote verscheidenheid aan stijlen die ze vermengen. Sommige groepsleden spelen later in de Nina Hagen-band en Spliff.

Neu!: Hero

Neu ontstond in 1971 als een zijproject van Kraftwerk. Kenmerkend is de motorik-beat die repetitief door alle nummers heen gebruikt wordt, omringd met minimale akkoorden en veel geluidseffecten. De groep verkoopt weinig platen, maar is heel invloedrijk. Het nummer ‘hero’ is onder meer een inspiratie voor David Bowies nummer ‘heroes’.

David Bowie: Helden

Eind jaren ’70 trekt Bowie naar Berlijn, op de vlucht voor de neveneffecten van zijn beroemdheid en zijn drugverslaving. Berlijn geniet zijn voorkeur omdat hij er zonder problemen over straat kan wandelen, maar ook omdat hij gefascineerd is door de Duitse alternatieve muziek. De Berlijnse jaren blijken een creatief hoogtepunt voor Bowie. In die periode brengt hij twee absolute meesterwerken uit: Low en Heroes. De invloed van de krautrockers is erg hoorbaar op deze platen. Brian Eno, die eerder al met Cluster samenwerkte en eveneens fan was van de Duitse alternatieve scène, heeft ook zijn stempel gedrukt op deze twee platen, in het bijzonder op de instrumentale tweede zijde van elke plaat.

Het nummer heroes haalt zijn titel van het nummer Hero van Neu!. Over de inhoud van het nummer is veel gespeculeerd. Duidelijk is de verwijzing naar een liefdesaffaire met de Berlijnse muur op de achtergrond. Bowie gaf later toe dat het geïnspireerd was op een affaire tussen producer Tony Visconty en een achtergrondzangeres in de studio. Bowie nam ook versies van het nummer op in het Duits en het Frans. In deze versie worden de Engelse en de Duitse versie vermengd.

zondag, maart 16, 2008

Never Enough (The Cure, Sportpaleis Antwerpen, 14/03/2008)

Het was alweer twee jaar geleden sinds The Cure ons land aandeed. In 2006 had Robert Smith net de helft van de groep ontslagen. Ex-gitarist, jeugdvriend en schoonbroer Porl Thompson mocht de tot de kern gereduceerde groep op gitaar versterken. Op de Lokerse feesten sneed de groep dan ook vooral het hardere gitaarwerk aan. Dat het deze keer anders ging lopen, werd duidelijk toen we net voor de groep opkwam gerinkel hoorden dat wees op ‘plainsong’ als opener. Deze fenomenale klassieker werd opgevolgd door een verbluffende versie van ‘prayers for rain’. Toen we daarna nog ‘a strange day’ hoorden wisten we het zeker: dit optreden kon niet meer stuk.

Het gebrek aan synthesizers werd deze keer gecompenseerd door sequencers te gebruiken, of nog beter: door de belangrijkste stukken zo goed mogelijk op gitaar na te spelen. Deze aanpak leverde onder meer uitstekende versies op van ‘the walk’ en ‘in between days’. Gitarist Porl Thompson verdient hierbij een eervolle vermelding. Bassist Simon Gallup krijgt dat ook omdat hij als late veertiger nog steeds schaamteloos in een zwarte stretch kan rondlopen. Robert Smith kan dat al lang niet meer, maar als spil van de groep en als grandioze antiheld van de rockmuziek krijgt hij van ons sowieso niets dan lof.

We kregen ook een aantal nieuwe nummers voorgeschoteld, drie in totaal. De nieuwe cd was oorspronkelijk beloofd voor februari, maar zoals gewoonlijk zal dat een paar maanden later worden. Afgezien daarvan speelde de groep het veilig. Alle hoogtepunten vermelden zou ons te ver leiden, maar we kunnen zeker niet voorbijgaan aan ‘lovesong’, ‘to wish impossible things’, ‘pictures of you’, ‘lullaby’ en ‘from the edge of the deep green sea’. En evenmin aan ‘push’, ‘friday I’m in love’, ‘just like heaven’, ‘primary’, ‘never enough’ en ‘one hundred years’. Afsluiten deed the groep met ‘disintegration’. ‘How the end always is…’ Iedereen wist dat dit nog niet het einde was.

Verassend was dat The Cure tijdens de eerste bisronde zowat de helft van de plaat ‘seventeen seconds’ uit 1980 speelde, en bij de tweede bisronde enkel nummers die nog ouder zijn. Na een derde bisronde hield de groep het voor bekeken. De groep heeft in bijna drie uur zo’n 35 nummers gespeeld. Een hoop klassiekers, wat verassingen, en allemaal uitstekend uitgevoerd. Dit optreden kon maar één doel dienen: de fans een verbluffende avond geven die ze zich nog lang zullen herinneren. De strategie was doorzichtig, maar daarom niet minder doeltreffend. Dit was voorlopig - en misschien wel definitief - het beste concert van 2008.

dinsdag, februari 26, 2008

Het daghet in den oosten

Dit artikel geeft achtergrondinformatie bij de uitzending van The Crooning Hour over alternatieve muzikanten in het voormalige Oostblok. Je kan de uitzending beluisteren tot maandag 10 maart op http://www.xlair.be/. Klik onder programma's op The Crooning Hour en dan op 'luisteren'.


Het daghet in den oosten. Alternatieve muziek in het voormalige Oostblok.

Er was eens een spook, dat waarde door Europa. Het spook van het communisme. Het spook regeerde ooit over de helft van het continent. Tot in 1989 onverwacht de communistische regimes instortten.

Het spook hield van muziek. Grote budgetten werden besteed aan het maken van kunst en muziek die de communistische idealen moesten verspreiden. Wie erkend werd als officieel muzikant of componist had een goed leven. Werk, inkomen en aanzien waren verzekerd. Van andere muzikanten hield het communisme minder of zelfs helemaal niet. Eigenzinnige of kritische stemmen werden meermaals het zwijgen opgelegd. Het is aan deze mensen dat deze uitzending van The Crooning Hour gewijd is.

In het programma willen we aan de hand van een aantal artiesten een historisch overzicht geven van hoe communistische regimes met dissidente muzikanten omgingen.

Vladimir Vysotsky: Dialog Y Televisora

Vladimir Vysotsky is een icoon uit de Russische muziek, vergelijkbaar met Jacques Brel bij ons. Hij was oorspronkelijk acteur en schreef liedjes voor de films waarin hij meespeelde. Zijn muziek en zijn teksten sloegen aan bij het grote publiek, maar niet bij de partijbonzen. Zijn liedjes circuleerden enkel ondergronds via cassettes. Zijn teksten gaven een humoristisch beeld van het dagelijkse leven van gewonen lieden in de Sovjetunie. De overheid vreesde voor verhulde kritiek in de vaak sarcastische liedjes. Pas aan het einde van de jaren ’70 bracht de officiële Sovjetplatenmaatschappij Melodiya platen van hem uit. Hij stierf kort erna, in 1980. Zijn populariteit was toen zo groot dat één miljoen mensen zijn begrafenis bijwoonden.

Renft: Gänselieschen

De DDR lag aan de frontlijn van de Koude Oorlog in Europa. De onmiddellijke nabijheid van een kapitalistisch land dat bovendien dezelfde taal sprak, dwong de DDR-leiders om steeds opnieuw te bewijzen hoeveel beter hun communistisch systeem was. Radio en televisie uit de Bondsrepubliek waren daarbij een doorn in het oog. Men probeerde lange tijd om de toegang tot deze uitzendingen met stoorzenders te verhinderen. Ondanks herhaaldelijke waarschuwingen voor de verderfelijke invloed van het ‘westfernsehen’ kon men niet verhinderen dat Oost-Duitse jongeren op de hoogte bleven van de nieuwste muzikale ontwikkelingen in het westen en zich ernaar gingen gedragen.

Het Klaus Renft Combo ontstond in 1958, in een periode waarin de DDR zich vrij liberaal opstelde tegenover rock. Begin jaren ’60 verstrengde de houding tegenover ‘beatgroepen’ en kreeg het Klaus Renft Combo evenals hun opvolger The Buttlers optredenverbod. In 1967 werd het verbod opgeheven en bracht Renft een Oost-Duitse variatie op de hippies: folkrock met een experimentele inslag en maatschappijkritische teksten. Sommige van deze teksten gingen te ver voor het regime en in 1975 volgde een definitief verbod, inclusief gevangenschap en ballingschap van sommige leden. Andere groepsleden vormden nieuwe groepen waarmee ze bij gelegenheid liederen van Renft bleven spelen.

Wolf Biermann: Du lass Dich nicht verhärten, live in Keulen op 13 november 1976

Wolf Biermann is ongetwijfeld de bekendste dissident uit de DDR. Als overtuigd marxist begreep hij niet waarom hij in zo’n repressief systeem leefde en hij stak dat niet onder stoelen of banken. Jarenlang beroepsverbod en huisarrest werden zijn deel. In 1976 kreeg Biermann de toelating om voor een paar optredens naar West-Duitsland af te reizen. Hij trad in Keulen op voor een nokvolle sporthal. De West-Duitse televisie zond het optreden live uit. De DDR had het verstoren van West-Duitse televisiezenders al een paar jaar opgegeven en dus konden ook DDR-burgers die avond zien hoe Biermann scherpe kritiek uitte op de DDR. Biermann was na afloop niet meer welkom in Oost-Duitsland en verloor het staatsburgerschap. Veel DDR-kunstenaars protesteerden openlijk tegen de uitwijzing, maar de overheid gaf geen duimbreed toe en dreef de repressie tegen kritische stemmen op.


Laat je toch niet verharden
In deze harde tijden
Zij die te hard zijn breken
Zij die te scherp zijn snijden
En breken weldra ook

Plastic People of the Universe: Recently

‘We wilden niets met politiek te maken hebben en we hadden graag gezien dat de politiek ook niets met ons te maken wilde hebben.’ Aan het woord is Ivan Jirous, ‘manager’ van The Plastic People of the Universe. The Plastic People ontstonden in 1968, kort nadat de Russische tanks een einde maakten aan de Praagse lente. Discussies over het al dan niet menselijke gelaat van het socialisme waren niet aan hen besteed. Wat de groep wou, was een ‘tweede cultuur’ oprichten, wars en afgezonderd van de algemene cultuur. Ze begonnen met het spelen van nummers van Frank Zappa (aan wie ze hun naam ontleenden) en The Velvet Underground. Toen de groep het moeilijk kreeg om op te treden gebruikte Jirous zijn lidmaatschap van de kunstenaarsvakbond om congreszalen vast te krijgen. Daar gaf hij een korte inleiding over het artistieke belang van Andy Warhol en The Factory, waarna de groep de rest van de avond zijn uiteenzetting muzikaal mocht illustreren.

De groep moest snel uit Praag verdwijnen en hield jarenlang enkel concerten in afgelegen dorpen. Na twee afleveringen van Jirous’ Festival van de Tweede Cultuur werden alle Plastic People gearresteerd, samen met verschillende andere artiesten. Het proces groeide uit tot een conflict tussen staat en hippies. Het gerecht veroordeelde vier Plastic People tot gevangenisstraffen. Onder de aanwezigen in de rechtszaal: ene Vaclav Havel, een jonge schrijver die vier maanden later met zijn Charter 77 meer respect voor de mensenrechten zou eisen in Tsjecho-Slowakije. Havel zou ook zijn buitenverblijf ter beschikking stellen voor het derde Festival van de Tweede Cultuur en voor opnamesessies van de Plastic People. In 1982 gaf saxofonist Vratislav Brabenec er de brui aan. Hij was de onophoudelijke arrestaties en soms gewelddadige ondervragingen beu. Hij vertrok naar Canada, waar ook de Canadese ex-Plastic-zanger Paul Wilson verbleef. In de tweede helft van de jaren ’80 liberaliseerde het muziekklimaat in Tsjecho-Slowakije. Ironisch genoeg valt de groep uiteen over de vraag of ze zouden ingaan op een voorstel om hun naam te veranderen om zo openlijk te kunnen optreden.

Ivan Jirous ging na voordrachten van protestpoëzie opnieuw in de cel. Jirous en Havel kwamen pas na de fluwelen revolutie vrij. Havel werd verkozen als president van het nieuwe Tsjecho-Slowakije, maar vergat zijn vroegere passies niet. Hij nodigde leden van The Velvet Underground uit op een concert van Pulnoc, de nieuwe groep van Plastic People-bassist Milan Hlavsa. Frank Zappa kreeg zelfs een officiële functie als cultureel attaché van Tsjecho-Slovakije. Het is opnieuw Vaclav Havel die in 1997 de Plastic People terug bij elkaar riep om de dertigjarige verjaardag van Charter ’77 te vieren. De reünie bracht nieuwe platen en tournees met zich mee. De groep bestaat nog steeds.

Goran Bregovic: Gas Gas

Joegoslavië neemt in dit verhaal een aparte plaats in. Het land vaarde een onafhankelijke koers, was geen lid van het Warschaupact en was bijgevolg veel minder afhankelijk van Moskou. Rockmuziek was er nooit verboden en westerse groepen waren er vrij verkrijgbaar. Van elke belangrijke pop- of rockstroming was er een Joegoslavische variant: van blues, progressieve rock, disco tot punk en new wave.

Goran Bregovic kende in Joegoslavië een enorm succes met zijn groep Bijelo Dugme. ‘Rockmuziek was de enige manier om te protesteren tegen het regime zonder in de gevangenis te belanden’, zei hij ooit. Hij mocht desalniettemin optreden voor president Tito zelf. In 1989 ontbond hij de groep en schakelde hij over naar het componeren van filmmuziek voor onder andere Emir Kusturicas meesterwerken Time Of The Gypsies en Underground. Gas Gas komt van Bregovics fantastische aanpassing van het opera van Carmen: ‘Karmen with a happy end’ uit 2004.

Kino: Ik wil rust

Rockmuziek was lang verboden in de Sovjetunie. Vanaf de jaren ’80 kwam daar verandering in. Leningrad (nu Sint-Petersburg) gold als het rockcentrum van het land met groepen als Kino, Akvarium en DDT. De meeste rockgroepen kregen geen erkenning als officiële groep, wat inhield dat ze geen enkele ondersteuning kregen en zelfs geen geld mochten vragen voor optredens. Veel rockmuzikanten uit die periode verdienden hun geld als arbeider of nachtwaker. Zo ook de muzikanten van Kino, het Russische antwoord op de new wave. Door jong te sterven in een auto-ongeval wist zanger Victor Tsoi in Rusland het statuut van rockmartelaar te verwerven.

Feeling B: Wir wollen Artig sein

Eind jaren ’70 verschenen de eerste punks in het straatbeeld van de DDR. De eerste golf werd door middel van soms brutale repressie de kop ingedrukt. Midden in de jaren ’80 kwam het fenomeen terug en was er geen houden meer aan. Gebleekt piekhaar en hanekammen doken overal op. Feeling B ging in een omgebouwd busje door Oost-Duitsland optreden met hun lolpunk. Een aantal leden braken later internationaal door met Rammstein.

Laibach: Achtung

Laibach begon in 1980 industrieel geweld op Joegoslavië af te vuren. De aanpak bleek van meet af aan uitermate controversieel en complex. Door zich voor te doen als een groep die het gezag wilde versterken en de teloorgang van de waarden van het communisme betreurde, maar tegelijkertijd ambivalent te spelen met verwijzingen naar fascisme en kitscherige pop, schepten ze grote verwarring. Wellicht zou deze groep in elk ander communistisch land verboden zijn. Zelfs West-Duitsland overwoog bepaalde nummers te censureren. In Joegoslavië kwam het niet verder dan een verbod op de naam Laibach, de Duitse en daarom controversiële naam van de Sloveense hoofdstad Ljubljana.

A.F. Moebius: Böser Traum

In de naweeën van de punk ontstond ook de meer experimentele new wave. Onder invloed van westerse groepen als Einstuerzende Neubauten (uit dat ingesloten kapitalistisch eilandje midden in de DDR, West-Berlijn), Virgin Prunes en vele anderen, gingen ook Oost-Duitse jongeren aan het werk met al wat geluid maakte. Ze namen hun experimenten op aan de hand van cassettes die ze dan onder vrienden verspreidden. De groepjes en de opnames vermenigvuldigden zich snel. Deze jongeren gebruikten geen cassettes omdat het goedkoop was. Ze waren integendeel erg duur, maar waren voor hen de enige manier om hun muziek te verspreiden op een onafhankelijke manier.

Emir Kusturica & The No Smoking Orchestra: Djinji Rindji Bubamara

Het verhaal van Zabranjeno Pusenje (No Smoking) begint in 1981 in Sarajevo. De groep sluit aan bij een stroming die zich novi primitivisam (nieuwe primitieven) noemt. Ze spelen een mix van garagerock en folk die typisch is voor Sarajevo. De groep kent snel succes. Een grapje van zanger Nelle Karajlic over een kapotte Marchall-versterker bij een optreden brengt de groep in moeilijkheden. ‘De maarschalk heeft het begeven. Ik bedoel, de versterker.’ De allusie naar de dood van Maarschalk Tito leidt tot een boycot van de platen, afzeggingen van optredens en een hoop kritiek in de media. In 1987 vervoegt de geniale filmregisseur Emir Kusturica de groep.

De groep splitst in twee na het uiteenvallen van Joegoslavië. Een deel van de muzikanten blijft in Sarajevo, een ander deel hervormt zich in Belgrado. De groep uit Belgrado zal haar naam veranderen in ‘Emir Kusturica & The No Smoking Orchestra’ en verder evolueren tot een levendige balkanfolkgroep. Ze breken internationaal door met de muziek voor Kusturicas films Black Cat White Cat en Life is a Miracle.

Akvarium: Dubrovsky

Akvarium ontstond in de jaren ’70, toen rock in de Sovjetunie enkel ondergronds bestond. In 1980 namen ze deel aan het rockfestival van Tbilisi. Menigeen hoopte dat dit festival de legalisering van de rockmuziek in de Sovjetunie zou inluiden. Akvariumvoorman Boris Grebenshikov werd als gevolg van zijn optreden ontslagen uit zijn baan als ingenieur en uit de Komsomol, de communistische jongerenorganisatie. Dit laatste ontslag betekende doorgaans een drastische inperking van je carrièremogelijkheden.

Akvarium nam gedurende de jaren ’80 met beperkte middelen verschillende platen op die bijna allemaal klassiekers werden. Grebenshikov mocht in zijn eentje de Russische Beatles, de Russische Dylan en de Russische Pink Floyd incarneren (vrij indrukwekkend, zelfs voor een overtuigde Boeddhist). De groep gaf regelmatig illegale concerten in appartementen of kelders. Akoestisch, zodat buren en politie er geen lucht van zouden krijgen. Toen bleek dat buitengesmokkelde opnames van Akvarium goed verkochten in de VS, bracht de in geldnood verkerende platenmaatschappij Melodiya eind jaren ’80 platen van Akvarium uit. De groep viel uiteen in ’89.

Grebenshikov probeert dan internationaal door te breken met twee soloplaten in het Engels. Het wordt een flop. Hij keert terug naar Rusland om er muziek te maken die Russisch is in hart en nieren. ‘Hier word je niet vrolijk van, maar alle ellende zou even mooi moeten zijn’, schrijft men over de nieuwe Akvarium van de jaren ‘90. De muziek sluit goed aan bij de neergeslagen sfeer die in vele voormalige Oostbloklanden heerst. De overgang naar een markteconomie laat immers veel mensen in de kou staan. Lonen en pensioenen worden niet uitbetaald, werk is geen zekerheid meer en er heerst veel armoede.

Huil niet, Masha, hier ben ik
Huil niet, de zon komt terug op
Schuil toch niet weg voor de Heer
Hij moet ons nog vinden
De heilige stad Jeruzalem
Schijnt door het ijs en de sneeuw
Kijk hoe ze rijst om ons heen
Ze verwacht ons…

Theodor Bastard: Pustota

Sinds de val van het communisme zijn verschillende stijlen alternatieve muziek populair geworden. Onder meer het vermengen van elektronica en etnische invloeden. Theodor Bastard is een Russische groep rond Fedor Svoloch die zich gaandeweg uitbreidt met andere muzikanten, onder meer met Yana Veva aan de zang. Het nummer Pustota komt van de schitterende gelijknamige plaat uit 2004. Bekijk de uitstekende clip van het nummer op hun website: http://www.theodorbastard.com/.

Donis: An kalnelio akmenèlis

Meer van hetzelfde, maar dan uit Litouwen. Het nummer is afkomstig van de compilatie ‘Amber tribes: new wave of baltic avantgarde, electronic, ethno, ambient, industrial’. Het nummer verwijst naar de heidense achtergrond van Litouwen, een geliefd thema in de Baltische metal- en gothicscene.


Epiloog: Om presentator Luc Sinatra te plezieren voegden we nog toe:


Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde: Fritz der Traktorist

Eind jaren ’80 waagde menig Oost-Duitse groep zich aan het opnemen van punk- of kitschversies van DDR-hymnes. Hier namen de Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde een klassieker uit 1952 onder handen. In 1952 verlieten tienduizenden mensen de DDR en werd de eerste stoorzender ingesteld die West-Duitse uitzendingen op radio en televisie moest verstoren. Om het moreel hoog te houden werden ‘massaliederen’ als Fritz der Traktorist op de openbare omroep uitgezonden. Het nummer geeft een humoristisch relaas van landarbeider Fritz die dankzij zijn noeste arbeid de knapste vrouw van het dorp aan de haak weet te slaan. De Linkssentimentale Transportarbeiterfreunde laten echter na om de laatste strofe over te nemen, waarin Fritz ‘omwille van gevaar voor veiligheid en vrede’ opgeroepen wordt voor de verdediging van de heimat.

vrijdag, december 28, 2007

Laibach: de drang naar utopie en haar tegenstrijdigheden (Botanique, 13/12/2007)

‘The harmony between heaven and earth only holds if man looks up at the stars without wanting to grasp them in his hands.’
‘Het is moeilijk om een meer succesvolle dadaïstische daad te verzinnen.’ Zo omschreef de Sloveense filosoof Taras Kermauner in 1983 het op de voorgrond komen van een groep die zich ‘Laibach’ noemde, naar de Duitse naam van de Sloveense hoofdstad Ljubljana. Door de gespannen verhouding met de Duitsers doorheen de geschiedenis was de naam erg omstreden. Toen in 1918 het Habsburgse Rijk ineenstortte en de Slovenen samen met Kroaten en Serviërs een eigen staat vormden, werd het gebruik van de Duitse benaming sterk ontmoedigd. Na de bombardementen en de bezetting van Ljubjana door Nazi-Duitsland werd de Duitse naam ronduit verwerpelijk geacht.

De eerste TV-generatie
Niet alleen de naam van de groep was controversieel. In een land waarin kunst en ideologie nauw met elkaar verweven waren, nam Laibach zich voor om de spanning tussen beiden te onderzoeken. ‘Alle kunst kan het object worden van manipulatie, behalve de kunst die zelf de taal spreekt van de manipulator’, zo schreven ze in hun manifest van 1983. De kille, industrieel en militaristisch klinkende muziek deed niets om foute vermoedens op te lossen. Na een aantal optredens mocht de groep op gesprek op de Sloveense televisie. Daar zat de hele groep in uniformen strak voor zich uit te staren en zetten ze hun totalitaire parodie gewoon verder:

‘Kunst is een nobele missie die fanatisme vergt, en Laibach is een organisme waarvan de doelen, het leven en de middelen hoger zijn – in kracht en duur – dan de doelen, levens en middelen van onze individuele leden.’
Gevraagd naar een reactie op het verbod van hun eerste optreden in hun heimatstad Trbolvje antwoordde de groep:
‘De Trbovlje-actie van 1980 was bedoeld om het nationale veiligheidsnetwerk te testen. Het was een test van positief bewustzijn in het rode mijndistrict. De actie was een succes, want het was bedoeld om verboden te worden. De arbeiders werkten nauw samen met de politie, waarmee ze hun positief bewustzijn bewezen.’



Spreek de naam niet uit
Het interview laat vele kijkers perplex achter, en de Joegoslavische overheid vraagt zich af wat ze tegen een groep als Laibach kan aanvangen. De gemeente Ljubljana rakelt een oud reglement op waaruit ze besluit dat Laibach de naam van de gemeente op een ongeoorloofde wijze in de Duitse verdraaiing gebruikt. Het uitspreken van de naam Laibach wordt op die manier verboden, net als het optreden onder deze naam.

De groep houdt het hier niet bij. Ze kondigen hun optredens aan door zelf affiches op te hangen waarop enkel een asymmetrisch zwart kruis te zien is, naar een ontwerp van de Russische avant-gardeschilder Kazimir Malevitsj, met plaats en tijdstip van het gebeuren in kleine letters. De groep onderneemt ondertussen ook zijn eerste Europese tournee, ‘The Occupied Europe Tour’. Ze kiezen zoveel mogelijk voor data en plaatsen geassocieerd aan historische evenementen, wat opnieuw op veel onbegrip onthaald wordt.

Schilder
De groep wordt afwisselend beschuldigd van zowel extreemrechtse als extreemlinkse sympathieën, maar neemt daarbij bewust een ontkennende houding aan. Zij wijden zich aan de studie van ideologie en kunst en nemen zelf geen standpunt in, zo luidt hun uitleg. ‘We zijn evenzeer fascisten als Hitler een schilder was’, antwoordde zanger Milan Fras op de vraag die stilaan iedereen obsedeerde. De groep nam op een quasi-masochistische manier de rol van zondebok op in het licht van alle verdenkingen aan hun adres.

De Sloveense post-marxist Slavoj Žižek interfereerde om de lof te zingen van de groep:
‘Ik denk dat de basisboodschap van Laibach was: ‘wij willen meer vervreemding’. Andere dissidenten hebben het regime bekritiseerd, maar steeds aanvaardden ze haar eigen premissen en logica. In het geval van Laibach was het alsof het regime haar eigen boodschap teruggezonden kreeg, in haar ware, naakte vorm.’

De groep had het inderdaad zo pienter gespeeld dat diegenen die hen en hun uitspraken bekritiseerden ongewild ook de officiële ideologie van het communistische Joegoslavië bekritiseerden, waarvan zij de meest extreme uitgangspunten vertolkten.

Gibt mir ein Leitbild
In 1987 breekt de groep internationaal door met Opus Dei, dat op Mute label uitkomt. Daarop vallen vooral de covers van Queens One Vision (Geburt einer Nation) en Opus’ Life is Live (in twee versies: Leben heisst Leben in het Duits en Opus Dei in het Engels). Het geheel klink zo fascistisch dat Duitsland zelfs overweegt om de plaat te verbieden. Maar de nummers zijn gewoon letterlijke vertalingen van de originelen, en de afbeelding van een hakenkruis van bijlen op de hoes blijkt overgenomen uit het werk van de antifascistische dadaïst John Heartfield.

Wie Laibach verwijt om met de covers goedkoop succes na te streven slaat de bal ook mis. Laibach beweerde al van meet af aan dat het niets nieuws creëerde, maar de invloeden uit haar omgeving kopieerde. Het maken van de muziek verloopt volgens hen volgens vooraf bepaalde regels, het concept van de ‘ready-made’ dat ze van Marcel Duchamp overnemen. Met hun covers (de groep noemt ze Nieuwe Originelen) willen ze in vraag stellen of onschuldig geachte popmuziek niet ideologisch geladen is en aantonen dat liedjes die in hun oorspronkelijke betekenis naastenliefde uitstralen een heel andere betekenis kunnen krijgen door muziek en taal te veranderen.

Volk
Op naar het optreden. De bedoeling was om de laatste cd voor te stellen. Volk is een verzameling van herwerkte volksliederen. Typisch Laibach was om de zaal al op te warmen met Joegoslavische partizanenliederen. Voor de groep opkwam lieten ze de Brabançonne uit de luidsprekers schallen.

De groep vangt aan met Germania, een herwerking van het Lied der Deutschen. Zoals verwacht is het Laibach te doen om tegenstellingen in het beeld van een land op de voorgrond te laten komen. Er wordt vaak verwezen naar het koloniale verleden van een land (Anglia, Francia) of naar de problemen met minderheden (Francia, America). Rossiya is, net als het oorspronkelijke volkslied, één van de hoogtepunten. Laibach bewijst zijn huiswerk goed gedaan te hebben, want naast stukken uit het huidige Russische volkslied kreeg je ook fragmenten uit oudere versies en uit de Internationale, dat diende als Sovjethymne tussen 1917 en 1944.

My country, right or wrong
Op de achtergrond kregen we ook videobeelden te zien. De groep beperkte zich tot vrij voor de hand liggende montages van nationale symbolen en vlaggen. Op Yisra’el werden de Israelische en Palestijnse vlaggen met elkaar vermengd en met Laibach-symbolen. Het gaf enerzijds geruststelling omdat je niet steeds naar bedekte toespelingen moest gaan zoeken. Anderzijds verwacht je van Laibach nu eenmaal veel dubbele bodems, en die kregen we niet.

Of wel? De groep sloot af met Slovania, een herwerking van het huidige volkslied van Slovenië. Het nummer is oorspronkelijk een hymne aan de Slavische volkeren: Hey Slaven. Op de achtergrond konden we een kaart zien van het hele Slavische gebied, waaruit verschillende steden vermeld werden.

Nogmaals Slavoj Žižek (uit een interview van begin jaren ’90):

‘Het mag lijken alsof Laibach verwijst naar een hoop typisch Sloveense symbolen. Maar de dingen zijn toch lichtjes anders dan ze op het eerste zicht lijken. Om te beginnen is elke nationale traditie in zichzelf inconsistent. Wat Laibach doet is het volgende: ze verwijzen niet enkel naar Sloveense nationale symbolen, maar ook naar Sloveense symbolen die eigenlijk Slavische symbolen zijn, naar elementen uit de fascistische symboliek en tegelijkertijd naar elementen uit de stalinistische symboliek. Wat volgens mij prima werkt bij Laibach is dat zij al deze volledig inconsistente elementen samenbrengen. Je denkt dat je nationale identificatiepunten voorgeschoteld krijgt, maar je krijgt een onsamenhangend geheel, zodat elke beslissing opnieuw naar de luisteraar wordt verwezen.’

NSK
Als de groep het podium verlaat, hebben ze op een paar nummers na heel de cd in exact dezelfde volgorde gespeeld. Laibach gelooft niet in originaliteit. Op de achtergrond weergalmt de NSK-hymne, en de beelden roepen de aanwezigen op om burger te worden van ‘de eerste globale staat in de wereld’.

De NSK-staat ontstond in 1991. Het bouwde voort op de Neue Slovenische Kunst, in 1984 opgezet als een collectief van kunstenaars die een gemeenschappelijke filosofie aanhingen. Naast Laibach zijn ook Irwin (schilderkunst) en het Scipion Nasice Sisters Theater medeoprichters. In 1991 wordt de NSK als onafhankelijke staat uitgeroepen. Iedereen kan vrijwillig burger worden van de staat, waar hij ook woont. De groep die zo vaak voor nationalisten versleten zijn blijken ineens kosmopolieten te zijn die een utopische staat zonder grenzen nastreven.

Tanz mit
Na een kort intermezzo komt de groep terug. Ze vangen aan met Tanz mit Laibach, van hun uitstekende cd WAT uit 2003. Hierin maakt de groep zichzelf en haar filosofie tot thema:

Wir tanzen Ado Hinkel
Benzino Napoloni
Wir tanzen Schiekelgrueber
Und tanzen mit Maitreya
Mit Totalitarismus
Und mit Demokratie
Wir tanzen mit Faschismus
Und roter Anarchie
De laatste zinnen maken weer duidelijk hoe Laibach alle onderling tegenstrijdige ideologieën met elkaar confronteert in haar muziek. De personages in het eerste deel komen uit Charlie Chaplins film The Great Dictator. Laibach enkel als ernst beschouwen zou niet grappig zijn. Laibach enkel als grap beschouwen zou niet ernstig zijn.

NATO
Dan spelen ze Alle Gegen Alle, het enige nummer van de avond dat meer dan vijf jaar oud is. Het komt van de plaat NATO uit 1994. Met de oorlogen in ex-Joegoslavië op de achtergrond hernamen ze toen nummers rond het thema oorlog. De groep ging ook tweemaal optreden in het belegerde Sarajevo, dat ze tot NSK-vrijstaat proclameerden. De weerklank was groot. Zoran Thaler, de toenmalige minister van buitenlandse zaken van Slovenië, gaf een kopie van NATO aan NAVO-secretaris-generaal Willy Claes.

De rest van het optreden speelt de groep enkel nog nummers van WAT: Du bist unser, Hell:Symmetry, Achtung en Das Spiel ist aus. Na een heel optreden bijna uitsluitend uit de laatste twee platen te hebben geput, laat de groep nog een medley afspelen waarin veel van hun oudere nummers verwerkt zitten. De aftiteling loopt als de groep het publiek uitwuift.

donderdag, november 01, 2007

Intimistisch concert van Stephan Eicher in het Koninklijk Circus

Een concert van Stephan Eicher kan alle kanten uit. De Zwitser doet niets liever dan zijn nummers in totaal nieuwe versies op het publiek afvuren. Hij maakt van zijn optredens ook steeds een afgewerkt geheel. In 2003 trok hij met zijn Taxi Europa Tour alle registers open: vlammende rock, videobeelden, humor en een uitstekende setlist. Een memorabel concert in de AB eindigde ook op cd en dvd.

Dinsdagavond deed Eicher het rustiger aan. Hij kwam het podium op, tokkelde de eerste noten van Two People In A Room op zijn gitaar, deed ze met een loop eindeloos herhalen, en bouwde geleidelijk aan met steeds meer lagen gitaar en zang zijn nummer uit. Het resultaat was verbluffend. Het gebruik van loops zou een rode draad worden doorheen de avond.

Geluidsmuur
Eicher blijft nog even alleen om Manteau De Gloire en Venez Danser te spelen. Slechts dan komt een tweede muzikant op het podium: de begaafde multi-instrumentalist Reyn. Eicher vangt Eldorado - het titelnummer van zijn nieuwe cd - aan en halverwege valt Reyn in op piano. Dan beginnen ze met loops het lied uit te bouwen. Reyn stapt snel over van piano naar orgel, drums, bas, meer drums, meer orgel, en uiteindelijk hebben de twee heren een indrukwekkende geluidsmuur opgebouwd die ze minutenlang aanhouden.

Nadien komen de laatste twee muzikanten op: Martin Wenk, bekend van Calexico, op trompet, vibrafoon en een multitude van andere instrumenten, en oude rot Toby Dammit op drums en toetsen. Eicher is de enige die slechts één instrument speelt. Weiss Nid Was Es Isch is een ballade waarvan de tekst geschreven is door Martin Suter, de bekende Zwitserse schrijver. Eicher heeft voor zijn laatste plaat een beroep op hem gedaan voor teksten in het Zwitserduits.

Poliglot
Het schrijven van nummers in verschillende talen is al lang een handelsmerk van Eicher. De samenwerking met tekstschrijvers ook. Pas d’Ami Comme Toi is afkomstig van de pen van de Franse schrijver Philippe Djian, en is één van de vele hits die ze samen in het Franse taalgebied gemaakt hebben. Engelberg, de plaat waar het nummer van afkomstig is, was de doorbraak van Eicher als soloartiest. Deze plaat en haar opvolger Carcassonne hebben Eicher een plaats opgeleverd onder de grote Franstalige artiesten, ook al heeft hij nooit zijn veeltalig aspect verlogend.

Het zijn ongetwijfeld die twee platen die er tot op vandaag voor zorgen dat Eicher voor uitverkochte zalen kan spelen. Eicher weet deze succesperiode te relativeren. Op de RTBF zei hij ooit: “we hebben er honderduizenden exemplaren van verkocht, maar Eisbär is miljoenen keren over de toonbank gegaan”. De gebroeders Eicher hadden begin jaren tachtig een totaal onverwachte hit met dit lied, al zal Eicher wel toegeven dat Grauzone eigenlijk het project was van zijn broer Martin.

Luiheid
Rivière is een andere Eicher/Djian–compositie uit de hoogdagen. Op een optreden van Eicher in Vietnam kwamen ooit twee mannen hem vragen om het nummer niet te spelen, omdat het ‘een ode aan de luiheid’ zou zijn. Eicher laat zich zoiets niet zeggen. Hij speelde het toch en besloot dat al zijn liedjes odes aan de luiheid zijn.

Luiheid is ongetwijfeld een karaktereigenschap van Eicher. Als je er even op let merk je dat zijn nummers meestal niet erg moeilijk zijn. Strofes en refrein op eenvoudige akkoorden, meer hoeft het niet te zijn. Het zijn die eenvoudige basisstructuren die hem toelaten om zijn nummers steeds te herwerken en van nieuwe arrangementen te voorzien.

(Zouden luiheid en creativiteit aan elkaar verwant zijn? Panamarenko zei ooit dat je om goede kunst te maken eerst lange tijd niets moest doen. Is het dan niet rampzalig dat we in een maatschappij leven die steeds minder mensen toelaat om niets te doen?)

Vermengen
I Tell This Night is dan weer een relict uit de tijd waarin Eicher zijn platen helemaal alleen maakte, enkel met synthesizers en gitaar. Nu kregen we een akoestische versie waarin tussen de strofes het pianodeuntje van Tu Ne Me Dois Rien doorklonk. Eicher speelt graag met liedjes, vermengt ze, herschikt ze... In zijn vorige tournee voegde hij Joe Le Taxi en The Final Countdown samen tot een hilarische cover die beide originelen overtrof.

De volledige versie van Tu Ne Me Dois Rien volgt. De finale Eicher/Djian-compositie! Al vraagt een mens zich wel af waarom er zo nodig ronkende drums moesten komen onder een nummer dat prima zonder kan. Op I Cry At Commercials mag Reyn op zijn piano een cabaretsfeer oproepen. Tussen al die melancholie moeten natuurlijk ook wat snellere nummers komen. De Mani Matter-cover Hemmige is een beproefde liveklassieker. Déjeuner En Paix, On Nous A Donner en Combien De Temps mogen ook als rockers dienst doen.

Gastcomposities
Eicher rond hier af, maar komt nog twee keer terug. Een eerste keer om Rendez-Vous te spelen, een compositie van de Franse ster Raphaël. Deze man verdiende in het Franse taalgebied zijn sporen met twee fantastische platen: La Réalité uit 2003 en Caravane uit 2005. Tenslotte volgt nog Dimanche En Septembre van de hand van Mickey 3D, de man die ook J’ai Demandé A La Lune schreef voor Indochine. Het valt op dat Eicher voor zijn laatste plaat veel beroep heeft gedaan op andere schrijvers.

Stephan Eicher werkt zijn optredens altijd uit tot iets verassend. Hij lijkt er plezier in te hebben om alle verwachtingen te bedriegen en toch te overtreffen. Met vier muzikanten haalt hij het onderste uit de kan. Hij weet ook het publiek te bespelen. De loops die ze een heel optreden lang gebruiken, en waarin ook het publiek soms mee opgenomen wordt, maken het geheel ook erg origineel. Creatief entertainment op de top.

zaterdag, oktober 20, 2007

30 jaar Tuxedomoon

Tuxedomoon viert zijn 30ste verjaardag. Dat deden ze door verleden week twee opeenvolgende avonden te spelen in de Brusselse beursschouwburg. Op de eerste avond speelden ze een selectie van hun beste nummers van de afgelopen drie decennia. Op de tweede avond stelden ze hun nieuwe plaat Vapour Trails voor. De groep stond borg voor twee avonden hoogstaande muziek, met een goed evenwicht tussen verassing en herkenbaarheid.

No Tears
Tuxedomoon ontstaat in 1977 in San Franscisco. Blaine L. Reininger en Steven Brown ontmoeten elkaar in een cursus elektronische muziek. Ze zijn onder de indruk van elkaars werk en organiseren een gemeenschappelijke jamsessie. Na een tijdje in los verband met leden van de linksradicale theaterformatie The Angels Of Light te werken, versterken gitarist Michael Belfer, drummer Paul Zahl en extra zanger Winston Tong de groep. Onder deze bezetting nemen ze in 1978 de ep No Tears op, tot op vandaag een cultplaat uit de elektronische avant-garde.

Na een breuk met The Angels Of Light (de theaterformatie vond de ‘punks’ van Tuxedomoon ideologisch verward) gaat Tuxedomoon op zoek naar nieuw personeel. Peter Dachert meldt zich enthousiast aan, en zal onder de naam Peter Principle de groep vervoegen. De mythe wil dat Principle slechts voor een paar optredens aangenomen werd omdat hij als enige over een werkende versterker beschikte. Hij is sindsdien één van de vaste groepsleden. Hij speelt voor het eerst mee op de in 1979 uitgegeven ep Scream With A View.

In 1980 brengt Tuxedomoon - gereduceert tot het trio Brown, Reininger en Principle - hun debuutplaat Half Mute uit. Hierop zijn de elementen aanwezig die vanaf dan het geluid van Tuxedomoon zullen typeren: elektronische ritmes, keyboards en effecten, de repetitieve bas van Principle waarover Brown en Reininger de vrije loop krijgen op respectievelijk sax en viool. De plaat wordt goed ontvangen. De groep kijkt al snel uit naar andere horizonten, met name naar Europa.

Victims of the Dance
Tuxedomoon gaat naar Londen om er Desire op te nemen, waarmee ze haar reputatie als nonconforme New Wave-formatie helemaal vestigt. Het enthousiaste onthaal in Nederland doet de groep beslissen om meteen naar Rotterdam te verhuizen. Ze beginnen er te werken aan hun Suite En Sous-Sol, een woordspeling op het keldertje waarin ze repeteren.

Als Maurice Béjart de groep vraagt om muziek te leveren voor een ballet geïnspireerd op het leven van Greta Garbo verhuizen ze naar Brussel, vanwaar ze de volgende jaren zullen opereren. De ambitie van Tuxedomoon om muziek te vermengen met theater en film begint vorm te krijgen. Divine van Béjart zal slechts één keer opgevoerd worden, maar Tuxedomoon zal de soundtrack apart uitbrengen. De plaat laat opnieuw een groep horen die een zeer eigen muzikale koers vaart.

Al snel volgt de uitgave van Suite en Sous-Sol, dat nog aparter is. De groep vermengt er haar experimenteel geluid met Marokkaanse instrumenten en ritmes. Er spelen ook een aantal Marokkaanse muzikanten op de plaat mee. Het geheel geeft een sfeer van vervreemding en paranoia weer van een multiculturele grootstad. (Ik denk hierbij steeds aan het aflopen van de Anspachlaan richting Zuidstation in Brussel, daar waar men zich afvraagt of men nog wel in België is.)

A Mystic Death
In hetzelfde jaar krijgt de groep een voorstel om mee een theatervoorstelling op te zetten in Italië: The Ghost Sonata van August Strindberg. Het doel om muziek, film en theater te verweven lijkt in dit project helemaal verwezenlijkt. Na eerst de soundtrack afgewerkt te hebben begint de groep aan de videobeelden die ze willen projecteren tijdens de opvoering. Het geheel moet echter onder grote tijdsdruk gebeuren en de groep wordt met vele tegenslagen geconfronteerd.

Van de geplande openluchtopvoeringen kunnen er slechts twee probleemloos doorgaan. Tuxedomoon is na afloop volledig opgebrand en de groepsleden zijn van elkaar vervreemd. Vijf maanden later zal Blaine L. Reininger de groep verlaten. In 1990, als Reininger de groep terug vervoegd heeft, wordt de sountrack van The Ghost Sonata verder afgewerkt en opgenomen, wat een uitstekende cd-uitgave oplevert.

Het duurt even voor de groep terug op adem komt. In 1985 staan ze er weer helemaal met Holy Wars. Deze voortreffelijke plaat wordt ook hun grootste commerciële succes. Om Reininger te vervangen zijn een aantal nieuwe muzikanten opgenomen, waaronder Luc Van Lieshout, die sindsdien een vaste waarde is in Tuxedomoon. Ze brengen in de tweede helft van de jaren ’80 nog twee platen uit: Ship Of Fools (1986) en You (1987).

In a manner of Speaking
In 1988 keert Blaine L. Reininger terug en gaat Tuxedomoon uitgebreid toeren. Ze brengen Pinheads On The Move uit, een compilatie van nummers uit hun beginperiode, en de eerder vermelde cd-versie van The Ghost Sonata. In 1997 gaat Tuxedomoon, waarvan de leden ondertussen over de wereld uitgezwermd zijn, opnieuw op tournee. Ze plannen een nieuwe plaat, maar verder dan een live-cd komen ze niet. De groep zal vanaf dan occasioneel samen spelen. In 2005 brengen ze hun eerste studioplaat in meer dan een decenium uit, Cabin In The Sky.

Nu is er ook een opvolger, Vapour Trails. De uitgave van de nieuwe plaat valt samen met de dertigjarige verjaardag van Tuxedomoon, en dat wordt gevierd met twee exclusieve concerten in de beursschouwburg van Brussel. Op het eerste concert blikken ze terug op hun rijk gevulde carrière, op hun tweede concert stellen ze hun nieuwe werk voor.

In retrospect – 11/10
Op het eerste concert stak de groep van wal met drie nummers uit hun Suite en Sous-Sol: Prelude, Allemande Bleue en Courante Marocaine. De Marokaanse muzikanten ontbreken, maar de groep weet in de huidige bezetting uitstekende versies te brengen. Het maakt van meet af aan duidelijk dat de groep niet zomaar de originele versies zal overnemen. Meteen volgt Some Guys, van de commercieel meest succesvolle plaat Holy Wars.

Reininger, die traditioneel de rol van lolbroek op zich mocht nemen, had zich voorgenomen om geen nummers meer aan te kondigen, maar kon het niet laten om voor de aanvang van Litebulb Overkill te verduidelijken dat dit het allereerste nummer was dat de groep samen geschreven had, exact 30 jaar geleden.

Volgen nog: Atlantis, The Cage, Time To Lose… Brown vermeldt dat veel van dit werk in Brussel geschreven is. Ongetwijfeld de reden waarom het verjaardagsconcert hier moest plaatsvinden. Bruce Geduldig mocht de optredens van een origineel visueel aspect voorzien aan de hand van video, lichtspel en allerhande spitsvondigheden. Desire, van de gelijknamige cultplaat uit 1981 werd opgevoerd en ook uit de eerste plaat Half mute werden verschillende nummers gespeeld. Als bisnummers kregen we nog This Beast, Luther Blisset en Egypt, afsluiters van een uitstekend concert.

The new album – 12/10
De opzet van de tweede avond was iets gewaagder, en er kwam dan ook minder volk opdagen. Ikzelf had verwacht dat ze de nieuwe plaat integraal zouden spelen, maar de groep had het breder opgevat. Ze speelden nummers uit de laatste drie cd’s: Cabin in the Sky uit 2005, Hotel Bardo Soundtrack uit 2006 en het gloednieuwe Vapour Trails.

De avond voordien kwam veel werk uit de tijd dat de hele groep in Brussel verbleef. Voor de nieuwe Tuxedomoon de wereld een dorp geworden. De leden leven in Athene, Mexico, New York, San Franscisco en Brussel. Cabin in the Sky werd in Italië opgenomen, Hotel Bardo in San Fransisco en Vapour Trails in Athene, in een studio met zicht op het acropolis. Ook de muziek klinkt meer dan ooit internationaal, met naast het Engels ook plaats voor Grieks (Big Olive), Italiaans (verschillende nummers uit Cabin In The Sky) of Spaans (Muchos Colores, gebaseerd op een tekst van de Zapatistische rebellenleider Subcommandante Marcos).

Met uitzondering van Cabin in the sky had ik het nieuwe materiaal amper gehoord en kon ik dus onbevooroordeeld naar het optreden gaan. Verassend genoeg vond ik de instrumentale nummers uit de Hotel Bardo Soundtrack de beste nummers van de avond. Deze nummers zijn eigenlijk ontstaan uit muziekimprovisaties tijdens de optredens van de afgelopen twee jaar en zijn uitzonderlijk uitgegeven in the Made to Measure-reeks van het Brusselse Crammed Records.

Effervescing
Het Crammed-label had Tuxedomoon in 1985 met open armen ontvangen en meteen via een speciaal opgerichte subafdeling het volledige werk van de groep heruitgegeven. Het verdiende terecht veel waardering door in de jaren ’80 artiesten van over de hele wereld te laten samenwerken aan letterlijk grensloze muziek. De Made to Measure-reeks werd gestart om experimentele instrumentale samenwerkingen te organiseren tussen de artiesten van het label. De reeks werd eigenlijk al afgesloten, maar voor Hotel Bardo werd nog een uitzondering gemaakt.

De nieuwe plaat Vapour Trails komt ook uit in een box met een extra live-cd en onuitgegeven werk op cd en dvd. De dvd maakt een hoop filmarchief uit de jaren tachtig voor het eerst op dvd beschikbaar. Het interessantste is zonder twijfel de vernieuwde filmversie van The Ghost Sonata. Nadat de groep besloten had van het oorspronkelijke stuk van Strindberg enkel de naam en het fin de siècle-gevoel over te houden, gingen ze op zoek naar vernieuwende ideeën voor de toneelopvoering. Winston Tong kwam met het voorstel om elk groepslid zijn eigen zelfmoord te laten regiseren. Later besloot de groep er een ‘opera zonder woorden’ van te maken. Er werden filmopnamen gemaakt om tijdens de opvoering af te spelen, en ook de opvoeringen werden gefilmd.

Van deze opnamen was in de jaren ’80 al een video uitgegeven, maar nu werden de videobeelden herwerkt op de geluidsband die in 1990 opgenomen werd, de officiële cd-uitgave van The Ghost Sonata. Op deze dvd kan je dus zien hoe Blaine Reininger zich doodzuipt, hoe Steven Brown zich ophangt nadat hij in een glazen bol de aftakeling van zijn lichaam aanschouwt, hoe Peter Principle een actrice die door zwarte magie in een fles geschrompen is opdrinkt en zo zichzelf vergiftigt…

The Electronic Ghost
De dvd bevat ook nog wat oude beelden uit de beginperiode van eind jaren ’70 die best onderhoudend zijn. Daarnaast heb je recht op alle videoclips die gemaakt zijn in de hoop ooit op MTV gespeeld te worden, maar nooit vertoond zijn op eender welke zender, plus nog wat live opnames en reportages. In totaal is dat bijna drie uur film waarvan de kwaliteit weliswaar varieert, maar die toch fijn zijn om te hebben.

In de box zit ook een cd met onuitgegeven werk. De nummers zijn zo gekozen dat ze een overzicht geven van de hele carrière van Tuxedomoon, al komt het gros van het materiaal uit de jaren ’70 en ’80. Voor de verzamelaar is dit eveneens een leuke toegift. Tenslotte krijg je een live-cd van het concert dat Tuxedomoon eerder dit jaar deed. Deze cd komt erg overeen met het optreden van verleden vrijdag. Ikzelf vind de live-uitvoeringen op het concert en op deze cd eigenlijk beter dan de nieuwe studio-opnames.

Voor de verjaardag van de cultgroep werden de fans behoorlijk in de watjes gelegd. Twee optredens en een cd-box. Men gaat ervan wensen dat de groep nog vaak verjaart. Een gelukkige verjaardag dus en hopelijk nog meer van dat.

maandag, februari 12, 2007

Euer Dienst ist die Aufklärung: een muzikaal perspectief op de Stasi

Met de fantastische film ‘Das Leben der Anderen’ staat de voormalige DDR weer volop in de aandacht. De film focust op één van de donkerste aspecten van de Deutsche Demokratische Republik: de spionage op artiesten en burgers door de Stasi, de toenmalige geheime dienst. Met een mooi uitgekiend verhaal over een Stasi-agent die gaandeweg sympathie verwerft voor de schrijver die hij moet bespioneren, en uiteindelijk zijn slachtoffer beschermt, weet de film niet enkel de kijkers te beroeren. Het werpt ook een licht op de praktijken van de veiligheidsdienst.

De Stasi, voluit het Ministerium für Staatssicherheit, stond bekend als een bijzonder efficiënte veiligheidsdienst. 90.000 mensen werkten er. Niet minder dan 300.000 informanten werkten mee. Dit op een totale bevolking van 16 miljoen mensen. Ongeveer één op de vijftig inwoners waren dus verbonden aan de Stasi. Met deze aantallen wist de Stasi één van de grootste - misschien wel dé grootste - penetratiegraden van een geheime dienst op een bevolking te bereiken. Miljoenen mensen werden in de gaten gehouden.

Repräsentationslieder

Minder bekend is dat de Stasi ook veel muziek heeft nagelaten. Alle massaorganisaties in de DDR hadden hun ‘Repräsentationslieder’, liederen die een positief beeld moesten uitstralen van de organisatie in het bijzonder en van de DDR in het algemeen. Zo hadden de FDJ (Freie Deutsche Jugend), de Junge Pionieren, de Nationale Volksarmee, de landbouwbedrijven (LPG’s) … elk hun lijfliederen.

De Stasi had een groot repertoire aan dergelijke nummers, met ook haar eigen ‘Klangkörpern’ (fanfares die de nummers brachten) en zelfs haar hofcomponisten (Kurt Greiner-Pol voor de muziek en Siegfried Berthold voor de teksten, al zijn deze twee zeker niet verantwoordelijk voor het complete ‘oeuvre’ aan Stasi-liederen). De nummers bezongen de moed van de spionnen, hun offerbereidheid, hun vaderlandsliefde … dit alles overgoten met een ideologisch sausje over de opbouw van het socialisme en de nood aan waakzaamheid tegenover de klassenvijand.

Tsjekisten

Opmerkelijk is hoe de Stasi-agenten in hun liederen constant over zichzelf zongen als ‘tsjekisten’, een verwijzing naar de Tsjeka, de Sovjet geheime dienst van 1917 tot 1922. Dit waren de mannen van de Rode Terreur, die genadeloos tegen alle volksvijanden tekeer gingen in de jaren na de Russische Revolutie. De bolsjewistische leiders, Lenin op kop, waren overtuigd dat de terreur nodig was om hun plannen te verwezenlijken. De Franse Revolutie had immers haar periode van terreur gekend, en dus moest Rusland daar onvermijdelijk ook door.

De beruchte Tsjeka-leider Feliks Dzerzjinski werd in vele liederen als voorbeeld opgehemeld. Zijn boeken waren naast die van Lenin en Marx verplichte lectuur voor Stasi-agenten. Stasi-liedjes kregen titels mee als het ‘Tschekistenlied’ en het ‘Dzierzynski-Lied’. Andere nummers noemden ‘Wir schützen die Früchte der Revolution’, ‘Marsch der Kampfgruppen der Arbeiterklasse’ of ‘Wir tragen die roten Spiegel’.

Kundschafter

Het nummer ‘Euer dienst ist die Aufklärung’ bezingt de ‘soldaten aan het onzichtbare front’ of ‘Kundschafter’. Met andere woorden: de spionnen die naar West-Duistland gestuurd werden. Het nummer was oorspronkelijk een sovjetcompositie, maar werd in het Duits herwerkt door Markus Wolf, die van 1951 tot 1986 de spionagedienst leidde. Een deel van het lied bleef in het Russisch gezongen, om de vriendschap met ‘moedertje Rusland’ te beklemtonen.

Euer Dienst ist die Aufklärung,
Namen bleiben geheim
Unauffällig die Leistungen,
Stets im Blickfeld der Feind
Das Gespräch mit Genossen,
Viel zu selten daheim
Für das Tragen der Orden
Bleibt oft nicht mehr die Zeit

Wachsam sein, immerzu – wachsam sein!
Und das Herz ohne Ruh’ – wachsam sein!
Auch in friedlicher Zeit – wachsam sein! – nie geschont:
Tschekisten, Beschutzer des Friedens der Menschen,
Soldaten der unsichtbaren Front



Ich liebe alle Menschen

De versie van het ensemble “Klassenbruder-Waffenbruder” van Karl-Marx-stadt moest oorspronkelijk uitkomen op een plaat die met de 40ste verjaardag van de DDR zou verschijnen en als titel droeg “Wir bauen das Haus und sichern den Frieden”. Met de festiviteiten van deze 40ste verjaardag liep het ernstig mis. De plaat zou nooit uitkomen.

We schrijven 1989. DDR-burgers proberen al maanden om via Hongarije naar het westen te vluchten. In het binnenland komen steeds meer burgers op straat om te protesteren tegen het regime. Het feest voor de 40ste verjaardag is nog maar net begonnen, of de DDR davert op haar grondvesten. Massademonstraties volgen elkaar op en het regent kritiek op de DDR-kopstukken. Stasi-leider Erich Mielke komt in het parlement onder vuur te liggen en stommelt: ‘ik… ik hou toch van alle mensen’. Uiteindelijk valt de muur. Minder dan een jaar later houdt de DDR definitief op te bestaan.

Die andere Bands

Het is dan ook geen toeval dat de schrijvers in de film ‘Das Leben der Anderen’ voorwenden dat ze een stuk schrijven voor de 40ste verjaardag van de DDR, terwijl ze in werkelijkheid een kritische tekst schrijven voor een West-Duitse krant. Dat de film plaatsvindt in 1984 zal wellicht ook geen toeval zijn, want er wordt aangenomen dat de controle op artiesten na 1985 sterk verzwakte. Het was alvast zo dat de censuurcommissies sindsdien steeds meer bevolkt werden door kunstenaars, die aanzienlijk minder streng waren dan de traditionele partijkaders.

Begin jaren 80 mochten de leden van de punkgroep Namenlos - eigenlijk hadden ze ervoor gekozen om zonder naam te spelen, zodat de Stasi het moeilijk zou hebben om hen op te zoeken - maanden achter de tralies voor een lied waarin ze de Stasi vergeleken met de SS. Maar men houdt de vooruitgang niet tegen. Met een paar jaar vertraging op hun westerse generatiegenoten, begonnen ook Oost-Duitse jongeren zich in zwart leer te hullen en hun haar naar alle windstreken te richten, om dan in duistere keldertjes naar loeiharde muziek te luisteren. De cultdocumentaire ‘Flüstern und Schreien’ uit 1987 verfilmde de Oost-Duitse alternatieve scène en werd een hit in de DDR-bioscopen.

Unbequeme Dichter

Jaren daarvoor kon songschrijver en toneelregisseur Wolf Biermann niet op dergelijke openheid rekenen. Hem werd in 1976, na een rumoerig concert in Keulen, het staatsburgerschap van de DDR ontnomen. In de twaalf jaren die voorafgingen was zijn muziek al verboden. De DDR-leiding beschouwde zijn optredens als pessimistisch en vijandig tegenover de staat, en had hem zelfs als ‘vervelende dichter’ gestigmatiseerd.

Nochtans was Biermann een overtuigd marxist, afkomstig uit een communistisch joods gezin uit Hamburg. Na de oorlog ging hij zich uit overtuiging in Oost-Berlijn vestigen. Hij had geen goed woord over voor de miljoenen Duitsers die de omgekeerde weg verkozen, naar het kapitalistische westen. Hij was zelfs enthousiast toen in 1961 de Berlijnse Muur opgetrokken werd om deze vlucht tegen te houden.

Berufsverbot

In 1963 zou Biermann echter meewerken aan een toneelstuk over een koppel dat gescheiden werd door de bouw van de muur. De avond voor de première sluit de staat het theatergezelschap. Biermann krijgt een half jaar beroepsverbod en wordt uitgesloten uit de SED (de socialistische eenheidspartij). Na een aantal optredens in West-Duitsland krijgt hij in 1965 een definitief publikatie-, optreden- en reisverbod.

Samen met zijn vriend Robert Havemann zal Biermann de DDR bekritiseren vanuit een marxistisch perspectief. Zijn beroepsverbod zou 12 jaar aanslepen. Hij profiteert niet van de relatieve ontdooiing in het cultuurbeleid die op de machtsovername van Erich Honecker volgt, in 1971. In 1976 krijgt Biermann wel het recht om naar West-Duitsland te reizen voor een aantal optredens.

Ich möchte am liebsten weg sein…

Wie het concert van 13 november 1976 in Keulen beluistert, zal merken dat Biermann zijn scherpe kritiek op de DDR onderbouwt met citaten van Marx en Rosa Luxemburg. Zelfs na al die jaren isolement verkiest hij de DDR boven de kapitalistische Bundesrepubliek. Hij zal ook een lied zingen waarin hij betreurt dat de zoon van Havemann naar het westen gevlucht is. (Flori Havemann was gevlucht na een aanvaring met de overheid omdat hij in 1968 uit solidariteit met de opstandelingen in Praag een Tsjecho-Slovaakse vlag had uitgehangen.)

Maar anderzijds uit hij die avond vrijuit kritiek op de DDR, alsook zijn frustratie over zijn jarenlange beroepsverbod. Dat de DDR een dictatuur was, dat er geen vrije meningsuiting bestond, dat er een absurde bureaucratie heerste … zelfs een grapje over de Stasi kon eraf. De DDR-leiders konden er niet mee lachen. Ze lieten prompt weten dat Biermann niet meer welkom was in hun heilstaat.

…und bleibe am liebsten hier

Biermann was bijzonder verbitterd over zijn verplichte exil naar het westen. In de DDR werd zijn uitzetting de aanleiding tot een omvangrijke beweging van verontwaardiging. Meer dan honderd kunstenaars protesteerden openlijk tegen de beslissing. De SED zou echter niet toegeven. De repressie tegen kritische intellectuelen en kunstenaars werd integendeel nog opgevoerd. Deze gebeurtenissen zouden ertoe leiden dat alle protestbewegingen zich steeds meer rond de kerken zouden verzamelen.

Biermann musiceerde in West-Duitsland verder en liet niet af in zijn kritiek op zijn voormalig vaderland. Zijn ‘Stasi-ballade’, dat in 1974 verscheen op zijn derde langspeelplaat 'aah - ja!', had hij bewust niet gespeeld op zijn concert in Keulen, uit angst voor de reactie van de SED. Hij drijft daarin de spot met de Stasi-agenten die hem in het oog moeten houden. Na de hereniging van Duitsland ijvert Biermann tegen de PDS, de opvolgpartij van de SED. Hij wordt een graag geziene commentator van Duits-Duitse aangelegenheden. Desalniettemin betuigt hij geen spijt over zijn verleden, want ‘enkel wie verandert, blijft zichzelf trouw’.

Stasi-ballade (Wolf Biermann)

Menschlich fühl ich mich verbunden
mit den armen Stasi-Hunden
die bei Schnee und Regengüssen
mühsam auf mich achten müssen
die ein Mikrophon einbauten
um zu hören all die lauten
Lieder, Witze, leisen Flüche
auf dem Klo und in der Küche
- Brüder von der Sicherheit
ihr allein kennt all mein Leid

Ihr allein könnt Zeugnis geben
wie mein ganzes Menschenstreben
leidenschaftlich zart und wild
unsrer großen Sache gilt
Worte, die sonst wärn verscholln
bannt ihr fest auf Tonbandrolln
und ich weiß ja! Hin und wieder
singt im Bett ihr meine Lieder
- dankbar rechne ich euchs an:
die Stasi ist mein Ecker
die Stasi ist mein Ecker
die Stasi ist mein Eckermann



(Lees de volledige tekst hier.)


CD-bronnen:
  • Die Partei hat immer Recht. Eine Dokumentation in Liedern.
  • Helden an der unsichtbaren Front. Tchekisten singen, rezitieren und musizieren.
  • Wolf Biermann: Das geht sein’ sozialistischen Gang. Dokumentation: Köln, 13 November 1976.
  • Wolf Biermann: Hänschen-klein ging allein. Konzert in der Gedenkstätte Bautzner Strasse am 5. Dezember 2004.

zaterdag, december 16, 2006

Indochine speelt Vorst-Nationaal plat

Het is een fenomeen dat aan deze kant van de taalgrens maar weinig aandacht gekregen heeft, maar de Franse New-wave-groep Indochine heeft de afgelopen jaren al zijn optredens in België in een minimum van tijd uitverkocht. Gisteren speelden ze voor de zoveelste keer in Vorst Nationaal, en de groep wist iedereen te overdonderen.

In Vlaanderen is Indochine blijven kleven aan het imago van het synthpop-groepje uit de jaren tachtig, vaandeldrager van de Franse New-Wave. In 1982 brachten ze hun eerste plaat ‘l’aventurier’ uit. Het titelnummer werd meteen een internationale hit, en bezorgde de groep een imago van intelligente nerds die hun inspiratie halen uit stripverhalen en computerspelletjes. Ze weten daarmee een enorm publiek aan te spreken. Gedurende de jaren tachtig scoren ze hit na hit, en gaan hun platen ontelbare keren over de toonbank.

Maar aan het einde van de jaren tachtig lijkt het tij te keren. De critici beschouwen de groep als een cliché, en bovendien één van bedenkelijk niveau. De naam Indochine kan niet meer uitgesproken worden zonder er een spottend lachje aan toe te voegen. De verkoopcijfers blijven fenomenaal, maar de groep lijdt duidelijk onder de kritiek. De groep zal zich steeds meer centreren rond de gebroeders Nicola en Stéphane Sirkis, die na het vertrek van andere groepsleden als enigen de groep levend houden.

Revival
Na het overlijden van Stéphane in 1999 besluit Nicola als laatste oorspronkelijk groepslid alsnog Indochine verder te zetten. Hij gaat het geluid vernieuwen, naar een meer industrieel geluid waarin onder meer de invloed van Nine Inch Nails doorschemert. Nicola zal zich ook omringen met nieuwe mensen. Oli de Sat zal als nieuw groepslid creatief meewerken, en er wordt ook beroep gedaan op externe krachten als Mickey 3D en Jean-Louis Murat.

De plaat die hieruit resulteert, 'Paradise', projecteert Indochine weer naar de voorgrond van de Franse muziekscene. Indochine is plots weer helemaal hip. De nummers volgen een concept dat duidelijk succes kent: een mix van elektronica en gitaar, eenvoudig van opzet maar met catchy melodieën en uitgekiende geluiden, alternatief genoeg voor de alternativo’s, en poppy genoeg voor het grote publiek. Iedereen is vol lof over de nieuwe plaat.

‘J’ai demandé à la lune’ wordt een grote hit, gevolgd door verschillende andere nummers. De groep weet ook een nieuw publiek van tieners aan te spreken, en groeit zelfs uit tot een ware hype. De Paradise-tour verkoopt geweldig en zal uiteindelijk 3 jaren aanslepen. In 2006 zal de dubbelaar ‘Alice et June’ verder inspelen op het nieuwe geluid, met wederom een enorm succes.

Nog niet vermoeid
Men kan zich natuurlijk afvragen hoe lang zo een succes kan duren zonder een weerslag te kennen. Het optreden van gisteren was het zoveelste dat maanden op voorhand uitverkocht was. Er staat opnieuw een optreden geboekt voor maart. Maar wie gehoopt had zijn kaarten aan de inkom met een flinke winst te verkopen, kwam bedrogen uit. De kaarten gingen daar voor minder dan 10 euro van de hand, terwijl ze in voorverkoop 34 kostten.

In de zaal vertoonde de revival van Indochine echter nog geen sporen van vermoeidheid. Vanaf het eerste nummer zingt het publiek zowat elke noot mee. Ook de groep is duidelijk in topvorm. Wat vooral opvalt is de enorme aandacht voor het visuele. Het optreden begint met een minutenlange ritmische intro met tekenfilmanimatie op een gordijn. Als het gordijn valt, zet de groep ‘dunkerque’ in achter een tweede, doorzichtig gordijn. Daarop worden eveneens beelden geprojecteerd, in harmonie met de opstelling van de groep. Indrukwekkend.

Rock en nostalgie
De groep speelt anderhalf uur lang de nummers van de twee laatste platen. Dat blijken vooral harde rockers te zijn. Dat is wellicht het materiaal dat het meest bekend is bij het huidig publiek. Pas later op de avond wordt ook aan de nostalgisci iets gegund, met ‘trois nuits par semaine’, een nummer dat het nog altijd goed doet op fuiven in Frankrijk.

Er wordt een rustiger intermezzo ingelast als Nicola op zijn eentje ‘un singe en hiver’ speelt op zijn akoestische gitaar. Daarna komt de groep terug om een akoestische versie te geven van ‘salombo’. De sobere begeleiding van piano en folkgitaar maakt deze versie tot een melodisch hoogtepunt.

Later neemt Indochine het rockrepertoire terug op, met ‘punishment park’ als één van de hoogtepunten van het concert. Als na twee en een half uur zelfs de meest veeleisende ziel begint te denken dat het tijd wordt om af te sluiten, speelt de groep nog een ellenlange versie van ‘l’aventurier’. Het publiek brult zodanig mee dat het nog weinig uitmaakt of de groep juist speelt of niet.

Na een laatste toegift zal Indochine onder luid applaus en toejuichingen het podium verlaten. Wat blijft is het beeld van een groep die de kneepjes van het vak kent, uitstekend kan rocken, op de juiste momenten de spanning op- en afbouwt, sterk esthetisch denkt en een beroep kan doen op een eindeloze reeks hits. Kortom: verbluffend en nog lang niet uitgeblust.

donderdag, november 16, 2006

Das Ich in Vilnius. Laatste optreden?


“This was, and will always be, for the rest of the future, the last show of Das Ich.”

De laatste noten van Gottes Tod zijn net uitgestorven als Stefan Ackermann deze woorden uitspreekt. Het is 11 uur in het zaaltje in Vilnius, de hoofdstad van Litouwen. Een heel optreden lang al zingt Ackermann duidelijk tegen zijn zin. Hij bleef immobiel achter zijn microfoon staan en zong maar half overtuigd zijn teksten, hij die zich anders in alle mogelijke bochten wringt en zijn ziel uit het lijf schreewt.

Ik was eerder toevallig op dit optreden terechtgekomen, op uitnodiging van een vriend die in Vilnius woont, net toen Das Ich er op een Halloween-Party kwam spelen. Op het programma stonden verder gothic- en metal-groepen uit Rusland, Polen en Litouwen. Deze genres zijn hier erg populair en trekken, in vergelijking met Vlaanderen, een jonger publiek aan. De verwevenheid tussen gothic en metal is hier ook diepgaander als in Vlaanderen.

De organisatoren hadden het optreden van de Poolse deathrock-groep Miguel and the Living Dead kunnen aflassen wegens ziekte van één van de groepsleden. Er werd op Das Ich gerekend om de avond goed te maken.

Het optreden gaat al van meet af aan fout. Bij het openingsnummer stormt Ackermann zoals gewoonlijk als een gek het podium op, maar na amper één strofe houdt hij het voor bekeken en verdwijnt hij. Bruno Kramm en SiSsy (Stefan Siegl) zingen van achter hun keyboards het liedje uit, en kondigen dan een korte pauze aan, “om te zien wat er fout is met onze zanger”. Een probleem met de luidsprekers wordt als aanleiding aangewezen, en na wat boxen verplaatst te hebben kan het optreden verder.

Alleen heeft Ackermann er nu duidelijk geen zin meer in. Hij blijft als versteend achter zijn microfoon staan, kijkt misprijzend het publiek in, en als het even kan verdwijnt hij vanachter op het podium. Bruno Kramm en SiSsy doen hun best om enthousiast te blijven, en het wordt al bij al een goed optreden. Naast de nummers van de laatste cd, Cabaret, worden klassiekers als Kaïn und Abel en Destillat gespeeld. Het geluid viel, vanuit de zaal althans, erg goed mee.

Ackermann kondigt na de eerste bisnummers het einde aan van Das Ich. Heeft hij gewoon een slechte dag? Doet hij dit wel vaker? Of is er echt iets mis? Voorlopig is er alvast geen enkele bevestiging of ontkenning. Misschien is dat ene zinnetje zelfs al lang vergeten… Best zo, trouwens.