woensdag, augustus 13, 2014

Lacrimosa: De jonge Tilo zou nooit geloven dat Lacrimosa zou uitgroeien tot een wereldwijd succes, zelfs geen seconde.

Lacrimosa is terug met een nieuwe cd: ‘Live In Mexico City’. De cd moet een weergave zijn van de afgelopen tournee, na de uitstekende cd ‘Revolution’. Dark Entries kreeg de kans om een exclusief gesprek te hebben met Tilo Wolff, het meesterbrein achter de groep. Hij vertelde ons uiteraard over de nieuwe cd, maar ging ook in op de geschiedenis van Lacrimosa, zijn drijfveren en hij verklaart ons zelfs waarom ons Belgenlandje een belangrijke plaats inneemt in het verhaal van de groep.

‘Live In Mexico City’ is de derde live-cd van Lacrimosa, na ‘Live’ (1998) en ‘Lichtjahre’ (2007). Je hebt slechts twee platen uitgebracht sinds ‘Lichtjahre’: ‘Sehnsucht’ en ‘Revolution’. Waarom vind je het een juiste beslissing om een nieuwe live-cd uit te brengen?

Tilo Wolff: Er zijn voornamelijk twee redenen. De eerste is de plaat ‘Revolution’. Het is de eerste keer dat we bijna alle nummers op een cd live brengen. Ik was erg enthousiast over de live versies van de nummers van ‘Revolution’ en ik wou een live opname voor mijn eigen archief, om naar te kunnen luisteren. Soms vragen mensen mij of ze een opname kunnen hebben van het concert dat ze bijgewoond hebben, een soort souvenir, iets dat ze kunnen herbeluisteren. Ik heb dat gevoel ook vaak. Ik was bijvoorbeeld erg blij dat Leonard Cohen twee live platen heft uitgebracht van zijn laatste tournee. De tweede reden is dat ‘Lichtjahre’ eerder een soort compilatie was, waarbij we nummers uitkozen die op verschillende concerten opgenomen waren. Deze keer wilden we een heel concert opnemen van begin tot einde, met de speciale atmosfeer dat dit meebrengt en de spanning die doorheen het optreden opbouwt. We namen eigenlijk een rustpauze in de tour nadat we Europa en Rusland hadden aangedaan en voor dat we naar Latijns-Amerika gingen toen ik het idee kreeg om één van de concerten op te nemen. Ik was zo blij met de tournee dat ik een volledig concert wou opnemen.

Het heeft dus niets te maken met het feit dat het in Mexico opgenomen is? Jullie genieten daar een buitengewoon succes, alsook in heel Latijns Amerika en in Azië. Het is toch verrassend voor een alternatief gothic-metal groep om dergelijke status te verwerven, vooral aangezien jullie voornamelijk in het Duits zingen. Hoe verklaar je dit?

Ik geloof dat het komt omdat Lacrimosa een heel emotionele groep is. Dat werkt goed bij Latijns Amerikaanse mensen. Maar we hebben ook een hardere kant. Latijns-Amerikanen houden van harde muziek, zoals metal. En anderzijds luisteren ze naar een hoop emotionele muziek. Ik denk dat deze combinatie - hard en emotioneel - perfect werkt bij Lacrimosa. In Azië denk ik dat het gewoon het feit is dat we één van de enige westerse groepen zijn die daar spelen. Ze kennen daar gewoonweg niet zo veel westerse groepen, en ze appreciëren enorm dat we daar komen spelen. We zijn één van de enige groepen die deze landen twee keer bezocht hebben in de afgelopen jaren. Het is erg grappig, want toen we daar waren, bevonden we ons tussen mensen als Tina Turner. Er waren maar twee andere westerse groepen geprogrammeerd in die zaal.

Het lijkt erop dat jullie dit succes bereikt hebben met slechts weinig aandacht van de media. Lacrimosa wordt zelden op de radio gespeeld, behalve in gespecialiseerde gothic en metal programma’s. Blijkbaar vinden de fans hun weg tot jullie zonder veel inmenging van de media.

Dat zou waar kunnen zijn. Ik hoor veel verhalen over hoe mensen Lacrimosa hebben leren kennen. Vele mensen lijken het gevonden te hebben door hun relaties. Ze hadden een lief dat van donkere muziek hield en hebben het zo ook leren liefhebben. Er is een hoop mond-aan-mond reclame gaande, en soms hoor je echt verrassende dingen. Een tijd geleden hoorde ik het verhaal van een Duitse journalist die Lacrimosa had leren kennen door zijn Braziliaanse vriendin. Hij leefde in Duitsland maar had die Braziliaanse connectie nodig om ons te ontdekken.

De ‘Revolution Tour’ was iets heel speciaal. Ik heb twee optredens gezien. In Duitsland, aangezien jullie niet in België speelden. Je hebt nog nooit zo geëngageerd geklonken, soms zelfs wat prekerig. In het verleden stond Lacrimosa bekend om zijn eerder pessimistische kijk op de samenleving en op menselijke relaties. Nu lijkt het wel alsof je alles wat fout gaat in de wereld wil veranderen. Ben je het daarmee eens?

In zekere zin wel. Het klopt dat Lacrimosa altijd al geïdentificeerd werd met een pessimistisch wereldbeeld. Ik was altijd al zeer pessimistisch ingesteld over de maatschappij waar we in leven. Ik ben dat nog steeds, ik vind dat onze maatschappij vijandig is ten aanzien van de mens en het leven. Maar in de afgelopen jaren ben ik meer en meer beginnen denken dat het niet genoeg is om te klagen… je moet er ook iets aan doen! Stop met rouwen en verdrietig zijn, en handel. Dat was de basisidee achter ‘Revolution’. Je zou kunnen zeggen dat het allemaal al eerder begonnen is, met ‘Fassade’ (2001), dat een bezinning was over de banden tussen het individu en de maatschappij. Maar het was toch nog anders. We wilden destijds de mensen nog niet oproepen om positief te denken en te handelen.

Eén van de nummers waarin dit erg opvalt is ‘Weil du Hilfe brauchst’, dat ook opgenomen is op de nieuwe cd. Het is een oproep voor meer begrip en altruïsme. Toen ik naar het nummer luisterde kon ik niet nalaten om te denken aan ‘Der letzte Hilfeschrei’, een nummer uit je eerste cd ‘Angst’ (1991). Zou het kunnen dat de oudere en wijzere Tilo nu de hulpkreet van de jongere Tilo met zijn angsten beantwoord?

Ik heb daar nog nooit zo over gedacht. Ik heb nooit een verband gezien tussen beide nummers. Maar je maakt wel een goed punt. Er is zeker geen bewuste verwijzing naar ‘Der letzte Hilfeschrei’ in ‘Weil du Hilfe brauchst’. Dat was helemaal niet in mijn gedachten. Misschien is er iets voor lange tijd in mijn onderbewustzijn achtergebleven en daar een lange tijd blijven sluimeren. Ik zou zeggen dat het in de eerste plaats een ander perspectief is. Toen ik ‘Der letzte Hilfeschrei’ schreef wou ik gewoon mijn gevoelens uiten, op een heel directe manier. Op ‘Angst’ hoor je ook enkel toetsen en synth. Geen gitaar, geen orkest, geen andere instrumenten. ‘Weil du Hilfe brauchst’ is een ander perspectief, dat van een buitenstaander die kijkt naar iemand die hulp nodig heeft. Het is hetzelfde onderwerp, maar vanuit een ander standpunt. Je ziet er eigenlijk meer in dan ik. Het was nooit bedoeld om een referentie te zijn naar ‘Der letzte Hilfeschrei’.

Beeld je nu even in dat je de jongere Tilo zou kunnen ontmoeten, degene die ‘Angst’ opgenomen heeft. Wat zou je hem willen zeggen?

Ik ben er niet zeker van dat ik hem wat dan ook zou willen vertellen, aangezien ik niet zou willen dat hij wat dan ook anders zou doen. Indien ik de kans zou hebben om met hem te praten zou hij ‘Angst’ misschien niet opnemen, of hij zou de opvolger ‘Einsamkeit’ niet maken. Hij zou al deze prachtige muziek niet schrijven. Ik wil hem zeker niet beïnvloeden. Misschien zou ik wel met hem praten, maar dan hoop ik dat hij het zich geen zier aantrekt en gewoon verder gaat met hetgene hij aan het doen is.

En zou de jonge Tilo geloven dat Lacrimosa dit wereldwijd succes zou bereiken na 34 jaar?

Neen. Geen seconde. Dat zat helemaal niet in mijn hoofd. Toen ik begon met mijn eigen liederen op te nemen wou ik gewoon een cassette maken waar ik en mijn vrienden naar konden luisteren. Mijn motivatie was om muziek te zetten op mijn poëzie en mijn gevoelens te uiten. Ik dacht niet aan succes. Er was geen plan. De meeste muzikanten die ik ken hadden geen plan om beroemd te worden. Natuurlijk zijn er ook sommige mensen die een groep oprichten met als doel om beroemd te worden, maar zo eenvoudig is het niet. En het was zeker niet mijn geval.

Laat ons terugkeren naar de cd. We hebben opgemerkt dat ‘Live In Mexico City’ het eerste album van Lacrimosa is waarbij de titel meer dan één woord bevat. Hoe komt dat?

We wilden een titel hebben die in de eerste plaats de inhoud goed weergaf. Ik heb zitten nadenken over een kortere titel. Ik dacht aan ‘Live III’, maar dat zijn reeds twee woorden. Ik heb gezocht naar een prachtig woord dat het allemaal zou samenvatten, maar het was echt moeilijk. ‘Live In Mexico City’ zegt het eigenlijk allemaal. Het is één concert, één avond. Het was ook belangrijk dat het opgenomen is in Latijns-Amerika. Het is de eerste keer dat een cd opgenomen wordt waarbij een Latijns-Amerikaans publiek Duitse teksten meezingt. We wilden dat ook duidelijk maken met de titel.

Er is ook een speciale editie van de cd met een live dvd. Maar er staan slechts vier nummers op de dvd. Ik kan me inbeelden dat jullie het hele concert opgenomen hebben, dus waarom slechts vier nummers?

Toen we de uitgave van het album planden ging ik doorheen het beeldmateriaal dat we hadden. Ik dacht dat het een goed idee was om een eerste uitgave te doen met wat filmmateriaal dat we hadden. De twee live cd’s in de eerste editie zijn exact dezelfde als de reguliere cd, maar het bevat een extra dvd. En dat voor dezelfde prijs. We hebben slechts vier nummers kunnen monteren, en dat zijn degene die je op de dvd vindt. We hadden geen tijd om meer te doen. Het is momenteel heel druk. Er is een hoop werk.

Waar werk je momenteel aan?

Er is natuurlijk een hoop werk verbonden aan de uitgave van het album. Een hoop promotiewerk. We krijgen vragen voor interviews van over de hele wereld. Dit zal zeker nog een paar dagen duren. Ik hoop dat het snel over zal zijn. Daarna gaan we repeteren voor de twee zomerfestivals waarop we gaan spelen in Duitsland, het Waterschloss Klaffenbach dicht bij Chemnitz en het Amphi festival in Keulen. We hebben een volledig nieuwe setlist voor deze festivals. We zullen ook wat nieuwe dingen opnemen.

Je zei ooit dat er een nieuwe Snakeskin-cd (het elektronisch zijproject van Tilo, xk) op stapel stond…

Ja, ik plande aan een nieuwe Snakskin-cd te werken na de tournee. Maar dan kwam er het idee om een live-cd te maken, en daar kroop een hoop tijd en energie in. Ik heb dus alle plannen met Snakeskin uitgesteld naar 2016.

Dat is nog een tijdje. Er zijn tegenwoordig een hoop Duitse gothic-metal groepen. Ik denk aan ASP, Mantus, Samsas Traum… Goed, dat zijn drie groepen van Trisol natuurlijk. Heb je het gevoel dat je hen beïnvloed hebt? Denk je dat je op één of andere manier de deur opengezet hebt voor hen.

Ja hoor. Ze zeggen het mij ook als ik hen ontmoet, dat ze naar Lacrimosa luisterden, dat het belangrijk was voor hen. Ik was ooit op een festival waar verschillende van die groepen speelden, en iemand zei me: ‘kijk, dat zijn je kinderen. Jij bent hun vader.’ Dus ja, ik geloof dat ik de deur opengezet heb. Zonder Lacrimosa zouden ze niet hetzelfde doen. Misschien zouden ze niet in het Duits zingen. Ze zouden waarschijnlijk iets anders doen.

Jij was eigenlijk de eerste om met dit soort muziek op de proppen te komen, zeker in het Duits. Dat was destijds een behoorlijk risico. Je hebt wel je aandeel kritiek gekregen toen je ‘Inferno’ uitbracht (1994, de cd waarmee Lacrimosa van dark wave naar gothic metal overging, xk).

Toen ik de eerste single in de nieuwe Lacrimosa stijl uitgaf – Schakal – ging iedereen van stapel. ‘Wat is dat?’, vroegen ze. De gothic dj’s waren verward. Ze zeiden dat het geen gothic was, maar metal. Sommigen weigerden om het te spelen. Het is grappig want vandaag beschouwen mensen ‘Inferno’ als een mijlpaal en Schakal als een fantastisch nummer, een klassieker. Maar destijds zei de gothic pers: ‘dit is geen gothic’. En de metal pers… wel, die zegden eigenlijk niets. Het was te donker voor hen. Ze negeerden het gewoon.

Het was natuurlijk gewaagd, maar het heeft ook opgeleverd. Ik schreef ooit in een recensie dat je voor elke fan die je toen verloren hebt, er tien bijgekregen hebt, misschien wel honderd. Als je kijkt naar de groepen waarmee je in de beginjaren vergeleken werd – zoals Goethes Erben en Das Ich – dan is Lacrimosa groter geworden dan hen. De risico’s die je genomen hebt zijn dus positief uitgedraaid…

Dat zal wel zo zijn. Ik geloof dat de nieuwe stijl in het bijzonder belangrijk was om internationaal door te breken, vooral buiten het Europese continent. Weet je, toen ik jong was luisterde ik naar Joy Division en Bauhaus, fantastische groepen die duistere muziek maakten. Ik hield van hen maar ik wou niet gewoon herhalen wat zij ook deden. En ze waren niet zo hard. Ik had ook een hardere kant in mij. Aan de andere kant luisterde ik ook naar groepen als Guns N’ Roses en AC/DC, maar zij waren niet duister genoeg voor mij. Ik wou de combinatie maken tussen harde muziek en duistere muziek. Dat was mijn doel toen ik ‘Inferno’ uitbracht. Bijgevolg was ik te hard voor de gothics en te duister voor de metal-fans. Maar het is goed uitgedraaid, en het gaf me de kans om internationaal door te breken.

We kunnen zeggen dat je heel loyale fans hebt, soms zelfs op het randje van het fanatieke. Als ik het zo bekijk denk ik dat je fans meer geneigd zullen zijn om nog steeds de cd’s van Lacrimosa te kopen, ondanks de crisis in de muziekindustrie. Heb je het gevoel dat Lacrimosa hierdoor minder onder de crisis in de muziekwereld lijdt?

Oh, maar ik voel de crisis. Het treft ons ook. Maar je hebt wel een punt. We hebben heel loyale fans. Ik denk vaak dat ik daar blij om moet zijn. Het moet wel degelijk veel harder zijn voor groepen die niet zo’n loyale fans hebben.

Ik ben door mijn vragen heen. Heb je nog wat laatste woorden die je wil toevoegen?

Ja, die heb ik. Je zei daarnet dat we niet in België gespeeld hebben gedurende de laatste twee tournees, en dat vind ik ook heel spijtig. Omdat België eigenlijk het land was waar alles startte voor Lacrimosa… althans op het internationale niveau. Het was het eerste land waar we uitgenodigd werden om te spelen buiten Duitsland. België is dus heel belangrijk voor mij. Het was de start. En ik ben me bewust dat we loyale fans hebben in België. We zouden graag opnieuw in België spelen. We hebben dat ook geprobeerd, maar we konden geen organisatoren vinden die een Lacrimosa concert wilden opzetten. We hebben geen management. We hebben ons eigen label: Hall of Sermon. Alles wat we doen komt op mijn bureau terecht. Dat maakt het natuurlijk moeilijker om een tournee te organiseren. Maar ik hoop dat we opnieuw in België kunnen spelen in de toekomst.

Dat hopen wij ook. Heel erg bedankt voor het interview.

Jij ook bedankt, voor je tijd en voor het interview.

donderdag, juli 17, 2014

Parkveld feest met optredens van mij en De kinderen van moeder aarde

Waarde vrienden en vriendinnen,

Dit weekend - op 20 en 21 juli - gaan de zomerdagen op het parkveld door. Het parkveld is een stukje groen in Heverlee waar de stad Leuven woon- en industriegebied van wil maken. Om dit te verhinderen heeft een groep mensen zich het recht toegeëigend om het land te bewerken en er allerhande activiteiten te organiseren. Tijdens het volgende weekend kan je twee dagen lang op de akker te werken, aan debatten deelnemen, bomen beklimmen, veganistisch eten en zelfs overnachten. En 's avonds zitten we allemaal gezellig rond het kampvuur en voorzien we een streepje muziek.

En hier komt het natuurlijk. Op zaterdagavond zal ik er optreden, eerst solo en dan als gitarist van De kinderen van moeder aarde, een groepje dat bestaat uit Rupsie Rups en Hertje van Siberië, twee van de mensen die erg actief zijn op het parkveld. (En voor de liefhebbers: er zijn linken tussen deze groep en Dead Man's Hill, Experiments In Darkness, The Earth King en nog vele andere projecten.)

Meer info over het parkveld en de zomerdagen (met programma).

Het parkveld bevindt zich achter de schaatsbaan in Heverlee: Ondernemingenweg 1, 3001 Heverlee. Als je voor de schaatsbaan staat wandel je langs de rechterkant door en kom je er. Wie met het openbaar vervoer wil komen neemt bus 4 of 5 en stapt af aan de halte 'Heverlee Schaatsbaan'.

Meer info over De kinderen van moeder aarde vind je op Soundcloud en facebook.

Meer info over mezelve.

En kom, een interview met Bart Piette alias Rupsie Rups dat ik voor Dark Entries afgenomen heb.



woensdag, juli 16, 2014

Caprice: Girdenwodan, Part 2

Caprice werd bekend omwille van hun prachtige neoklassieke bewerkingen van Tolkien-gedichten in de ‘Elvenmusic’-trilogie. De cd’s kwamen uit op het Franse sprookjeslabel Prikosnovénie, en bevatten alles wat dit label zo begerenswaardig maakt: prachtige composities, tal van verwijzingen naar natuur en bovennatuurlijke verschijnselen, de hemelse etherische stem van Inna Brejestovskaya en een algemene fantasierijke atmosfeer.
 
Het dertienkoppige ensemble rond componist Anton Brejetovski is al aan zijn twaalfde cd toe, en het tweede en laatste luik van de Girdenwodan-cyclus. De muzikanten zijn afkomstig uit prestigieuze instellingen als het Russisch Nationaal Orkest, het Bolshoi Theater, het Alexandrov Folk Ensemble… De Girdenwodan refereert naar een dans uit de sprookjeswereld. Met dit tweeluik sluiten ze terug aan bij de cd’s die feeërische onderwerpen aansneden, na op ‘Masquerade’ het werk van antistalinistische dichters vertoond te hebben.
 
De teksten zijn deze keer gebaseerd op Angelsaksische romantische dichters als Robert Burns, Robert Lewis Stevenson, Felicia Dorothea Hemans, Oscar Wilde en Lord Byron. Deze dichters kwamen al eerder aan bod op 'Sister Simplicity' uit 2004. Hier en daar werd een tekst lichtje aangepast door Brejetovski.
 
Het album vangt aan met een paukenslag en new age-achtige fluiten en synths. Dan vallen de strijkers in, de oboe, de harp, de klingende percussie… en zo ontluikt het geluid dat we van Caprice gewoon zijn. Het eerste nummer is gebaseerd op een eerder Poperiaanse bedenking van John Lennon: I believe in everything, until it’s disproved. ‘Dingly Bell’ zit wel volledig in de sprookjeswereld en vanaf ‘Again’ zit je met je hoofd in de wolken om niet meer neer te dalen tot het einde van de cd.
De composities zijn opgewekt en up-tempo. Ze bevatten vaak ongebruikelijke ritmes als 5/4 en 7/4. Caprice heeft meer dan twee jaar gewerkt aan deze cd, meer dan aan welke vorige cd ook. En het valt eraan te horen. De composities, de sfeer, de zang, de magie… alles werkt naar het ultieme doel toe: je naar hogere sferen toe leiden waar de verbeelding wel degelijk aan de macht is.
 
Deze cd is typische Caprice, wat het sowieso al heel erg de moeite waard maakt. Maar het is misschien zelfs iets beter dan de gemiddelde Caprice-cd, en dat maakt het voor liefhebbers van neoklassieke fantasie echt een aanbeveling. Zowel Caprice als Prikosnovénie hebben weer een schot in de roos gescoord met deze uitstekende uitgave.

Caprice op Prikosnovénie

Caprice op facebook



Marcel Vanthilt staat nog steeds scherp

We hoeven het op deze pagina waarschijnlijk niet te zeggen, maar vooraleer hij een bekende televisiepresentator werd, schreef Marcel Vanthilt Vlaamse muziekgeschiedenis met Arbeid Adelt!. Samen met zijn companen Luc Van Acker en David Salomon stond deze groep garant voor absurde en komische elektronische new wave, en voor titels als 'De dag dat het zonlicht niet meer scheen' (ook de titel van een uitvoerig boek over gothic door Dark Entries-redacteur Kurt Ingels), 'Ik sta scherp', 'Lekker Westers', 'Death Disco' en 'Stroom'. Dat er van dit verleden toch wat is blijven hangen bij Vanthilt bewijst hij met de nieuwe Marcel Vanthilt-EP, die u op vinyl of digitaal kan verkrijgen via Starman Records. De clip die Vanthilt maakte voor het hoofdnummer 'Paracetamol' is alvast zo hilarisch dat we u deze niet willen ontzeggen. Er mag al eens gelachen worden, zelfs op een gothic site!

Download hier de Marcel Vanthilt-EP


Sombras. Spanish post-punk and dark pop 1981-1986

Heerlijk! Een verzameling Spaanse wave en post-punk uit de eerste helft van de jaren 80. Om eerlijk te zijn kende ik nog geen enkele groep die op één van deze twee overladen cd’s prijkt, maar het werd tijd om me er in te verdiepen. En gelukkig krijg ik behalve de cd’s ook een boekje met omstandige uitleg bij de scene en haar historische kaders.
 
Spanje was in 1980 nog een prille en onstabiele democratie, herstellende van de Franco-dictatuur die tot 1975 geduurd heeft. Koning Juan Carlos, door Franco aangeduid en klaargestoomd als opvolger, heeft de eerste voorzichtige stappen richting constitutionele monarchie en democratie gezet, die misschien zelfs meer een gevolg zijn van een samenloop van omstandigheden dan van een vooraf opgemaakt plan van de vorst.
 
Spanje worstelde toen met heel wat problemen: economische crisis, torenhoge werkloosheid (even hoog als nu, na de financiële crisis van 2008), torenhoge criminaliteit, terrorisme… In 1981 werd er nog een poging tot staatsgreep gepleegd door militairen die terug een junta wilden vormen. Het kordate optreden van koning Juan Carlos, die in militair uniform een televisietoespraak gaf waarin hij de coup veroordeelde en de democratie verdedigde, deed de staatsgreep mislukken en leverde de koning - die tot dan nog het imago droeg van marionet van Franco - een grote populariteit.
 
Na de dood van Franco ontstond in Madrid de ‘Movida Madrileña’, een sociale en culturele beweging van jongeren die de toegenomen vrijheid aanwendden om te experimenteren met kunst, film, strips, literatuur en vooral drugs. (Movida refereert naar ‘hacer una movida’, het zich buiten de hoofdstad bevoorraden met drugs.) De beweging verspreidde zich buiten Madrid ook naar Barcelona, Bilbao en Vigo en heeft als bekendste exponent de Filmmaker Pedro Almodóvar. Ook punk en new wave worden algemeen tot de Movida gerekend, al beschouwt Jesús Rodríguez Lenin - één van de drie auteurs die een tekst bijdragen aan het boekje - de groepen op deze cd net als een breuk met de Movida, of als een meer artistiek, muzikaal en intellectueel vervolg op de Movida. Een beetje zoals Mick Mercer de gothic als een meer artistieke variant op de punk beschouwt.
 
Lenin gaat in zijn bijdrage ook in op een aantal hoofdpersonages uit de scene. Eduardo Benavente is veruit de belangrijkste figuur, die het startschot gaf met een aantal nummers van de op sterven staande groep Alaska y los Pegamoides en daarna de groepen Parálisis Permanente en Los Seres Vacíos leidde. Hij producete ook groepen als Cámara en stond mee aan de wieg van het label Tres Cipreses, dat ruigere groepen als La Fundación en Desechables (hun heroïneverslaafde gitarist werd neergeschoten toen hij een juwelierszaak probeerde te overvallen) uitbracht. Benavente stierf in een auto-ongeluk in 1983 en werd zo de martelaar van de beweging.
 
Een andere hoofdrolspeler is Servando Carballar Heymann die naast zijn prominente bijdrage aan groepen als El Aviador Dro y sus Obreros Especializados, Los Iniciados en Lunes de Hierro ook de baas was van het DRO-label dat de thuishaven werd van de meest interessante groepen uit deze periode, waaronder het avantgardistische Cabinete Caligere.
 
De linken tussen de verschillende groepen worden uitvoerig uit de doeken gedaan. De Madrileense scene is duidelijk het best vertegenwoordigd op de cd, maar er is ook aandacht voor de groepen uit Barcelona en Baskenland. In tegenstelling tot Madrid waren deze scenes erg gepolitiseerd, mogelijk om historische redenen. Zowel Catalonië als Baskenland waren haarden van verzet tegen de dictatuur van Franco. Franco op zijn beurt onderdrukte de Catalaanse en Baskische taal en cultuur om één enkele Spaanse identiteit te bevorderen.
 
Uit Barcelona krijgen we nummers van Donación Angeli, Ultratruita, Dios, New Buildings (uiteraard een verwijzing naar Einstürzende Neubauten) en het zeer interessante Claustrofobia, dat ook originele Spaanse, Arabische en Latijns-Amerikaanse elementen in hun muziek verwerkten. Baskenland had dan weer een fenomeen als ‘Rock Radical Vasco’, oftewel Radicale Baskische Rock. Deze is vertegenwoordigd door groepen als Jugos de Otros, Nueva Religión of Agrimensor K (een verwijzing naar Franz Kafka). De cd bevat daarenboven stukken van relevante groepen uit andere Spaanse regio’s.
 
Deze dubbel-cd verzamelt niet minder dan 42 Spaanse groepen die beïnvloed waren door The Cure, Xmal Deutschland, Fehlfarben, The Jesus And Mary Chain, Killing Joke en vul zelf maar aan. De muziek is volledig in het Spaans, Baskisch of Catalaans. De compilatie weet het juiste midden te vinden tussen variatie en coherentie. De nummers zijn gelijklopend genoeg om één geheel te vormen - met de nadruk op gitaargerichte new wave - maar ook verscheiden genoeg om niet te vervelen.
 
De cd’s bieden punky nummers tot en met voorzichtige synthpop, over funky ritmes, melancholische new wave en meer experimentele groepen. Moeilijke songstructuren hoef je hier niet te zoeken, wel jeugdig enthousiasme, opwinding, rebellie, existentiële twijfels en artistiek streven. Sombras biedt een evenwichtige verzameling die een goede en vrij uitgebreide inleiding geeft op het fenomeen van de Spaanse new wave. Wie alles kent van Britse, Duitse en Belgische wave en op zoek is naar meer zal hier een belangrijke inspiratiebron vinden.

Meer info op Munster Records






Nieuwe compilatie van ASP op komst

ASP is sinds jaar en dag één van de belangrijkste Duitse gothic groepen. Veel van dat succes hebben ze te danken aan de cyclus van de 'Schwarze Schmetterling' (zwarte vlinder), een prachtig concept dat over vijf CD's uitgespreid wordt en waarin het hoofdpersonage Asp, die het beste voorheeft met de wereld maar afgezonderd leeft in een donkere toren, het opneemt tegen de zwarte vlinder, die het (zelf)destructieve in de mens gestalte geeft. Of Asp en de zwarte vlinder twee te onderscheiden personages zijn dan wel twee aspecten van één persoon wordt nooit volledig duidelijk gemaakt.
 
De compilatie 'Horror Vacui' uit 2008 verzamelde het beste uit die cyclus en betekende de definitieve doorbraak van de groep. Maar sindsdien is er veel gebeurd: de prachtige dubbel-CD 'Zaubererbruder', gebaseerd op het kinderverhaal 'De meester van de zwarte molen' (Krabat) en de nieuwe 'Fremd'-cyclus, waarin ondertussen al drie CD's verschenen zijn. Bovendien is 'Horror Vacui' al lang uitverkocht (en als u het mij vraagt is dat een bewuste strategie van Trisol om dergelijke compilaties slechts in een beperkte oplage op de markt te brengen). Dus werd het tijd voor een nieuw overzicht, en die zal 'Per Aspera Ad Aspera' heten.
 
Alexander Spreng (Asp) ging op zijn website in op de strategie van groepen om op compilaties één of twee onuitgegeven nummers te plaatsen om ook de die-hard fans tot het kopen van de CD aan te zetten, en erkent de dubbelzinnigheid hiervan. Daarom doet ASP er weer een schepje bovenop. Er komt een standaard dubbel-CD-versie die in de winkel verkrijgbaar zal zijn en de beste nummers in hun originele versie zal verzamelen, en er komt een exclusieve versie van drie CD's met een hoop bonusmateriaal die enkel via de website van ASP verkrijgbaar zal zijn. Hoe dan ook blijft het wachten tot oktober vooraleer u de CD zal kunnen bemachtigen.

ASP




Mantus: Portrait aus Wut und Trauer

Ik heb mijn lof voor de vorige twee cd’s van Mantus niet onder stoelen of banken gestoken. De ‘Sünder-ep’ - die eigenlijk een volwaardige cd is - en ‘Wölfe’ waren allebei fantastische platen die tot het beste behoren dat de groep gemaakt heeft. Het spreekt dan ook voor zich dat ik uitkeek naar nieuw werk van het Duitse zwartromantische duo. Het is zowaar een dubbelaar geworden. Mantus levert inderdaad geen half werk af, zoals gewoonlijk.

De eerste cd is de eigenlijke nieuwe plaat: ‘Portrait aus Wut und Trauer’. Zoals de titel aanduidt gaat het hier om een cd die de minder aangename gevoelens in het leven behandelt. Meesterbrein Martin Chindler en zangeres Chiara Amberia - een recente aanwinst die Schindlers zuslief Thalia verving nadat die het in 2012 voor bekeken hield - wisselen elkaar aan de zang af. Zoals gewoonlijk.

Daaronder heeft Martin Schindler composities opgemaakt waarin hij alle instrumenten voor zijn rekening neemt om bombastische, symfonische goth-metal op hoog niveau te spelen. De gitaren bespelen het hele spectrum van zware riffs, melodisch getokkel tot schitterende solo’s. Maar Schindler toont dat hij ook piano, synth en drums op een uitmuntend niveau beheerst. Verder krijg je ook gevarieerde geluiden van fluit, strijkers, blazers, orgel en diverse andere instrumenten. Met zo’n talent kun je heel wat muzikanten jaloers maken. Inderdaad, zoals gewoonlijk.

De teksten van Schindler zijn pikdonker en behandelen behalve woed en treurnis ook nog vrolijke onderwerpen als neuroses, kwalen, pijn, haat en dood. Hij verwijst tussendoor naar Nietsche en Fritz Zorn en ontpopt zich tot een echte misantroop: ‘Ja, ich hasse alle Meschen und ich hasse diese Welt’. Nogmaals: zoals gewoonlijk.

‘Portrait aus Wut und Trauer’ is bijgevolg een ‘gewoonlijke’ cd voor Mantus. Hij is minder vernieuwend dan voorganger ‘Wölfe’, maar heeft verder hetzelfde niveau. Een hoog niveau, dat spreekt voor zich. En dus is het - zoals gewoonlijk - een uitstekende plaat.

Het tweede schijfje is een bonus-cd, maar wat voor één! ‘Grenzland. Ein lyrische Hörstück in 12 Teilen’ stamt uit 2008, een periode waarin Mantus geen cd’s uitgebracht heeft. Het bewijst dat Schindler tussen 2006 en 2009 niet enkel met zijn duimen heeft zitten draaien (ok, hij heeft in die periode ook twee Black Heaven cd’s uitgebracht). Mij verwondert het dat dit nu pas uitkomt, want het is bijzonder goed.

En neen, deze keer niet ‘zoals gewoonlijk’. ‘Grenzland’ breekt met de tradities van Mantus. Schindler waagt zich op het pad van de Neue Deutsche Todeskunst, met iets dat het midden houdt tussen de vroege Goethes Erben en Endraum. De gitaren zijn tot het minimum herleid terwijl synths en toetsen de hoofdmoot innemen en Schindler zijn poëtische teksten in langzame spreekzang voordraagt.

Enige constante met de rest van het oeuvre van Mantus is de zwartgallige sfeer. ‘Het volgende werk berust op de overtuiging dat de ervaring van extreme eenzaamheid één der fundamenteelste en hoogste bezigheden van het menselijk bestaan voorstelt’, waarschuwt het cd-boekje al. En zo klinkt het ook. Getormenteerd, neerslachtig, depressief…

Ik moet zeggen dat ‘Grenzland’ al meer opgestaan heeft dan ‘Portrait aus Wut und Trauer’, misschien omdat dit een totale verassing is. En één totale verrassing plus één erg goede cd zoals we het van Mantus gewoon zijn maakt dat ik niet anders kan dan u aanbevelen om deze nieuweling van de groep binnen te halen en te omarmen.

Mantus

zondag, mei 18, 2014

Goed nieuws uit Oekraïne

Neen, niet alles is kommer en kwel in Oekraïne. Op politiek vlak misschien wel, maar op muzikaal vlak heeft het land wel wat te bieden. Zo bracht de Oekraïense groep Flëur onlangs een prachtige single uit: Znaki. Flëur is een Russischtalige groep uit Odessa die opgebouwd is rond de twee componistes Olga Pulatova en Olena Voinarovska. Ze spelen grotendeels akoestische muziek op piano, gitaar, cello, viool, dwarsfluit, percussie en andere instrumenten. De resulterende muziek noemen ze droompop. Ze genieten in het westelijk deel van Europa enige faam door hun samenwerking met het Franse sprookjeslabel Prikosnovenie, dat trouwens zijn naam heeft ontleend aan de debuut-cd van Flëur. Maar na drie cd's zijn ze zich meer gaan afstemmen op Oost-Europa en Rusland, waardoor hun muziek hier vooral online beschikbaar is.

Download Flëur op Kroogi



Een ander opmerkelijk initiatief is 'Folk For The People', een compilatie van folkgroepen ten gunste van de slachtoffers die gevallen zijn tijdens de Euromaidan-protesten in Oekraïne. Het initiatief komt van Mich Rozek, drummer van de Belgische tribal folkgroep Rastaban die zelf ook Oekraïense roots heeft. 35 groepen hebben een bijdrage geleverd voor de compilatie, waaronder veel Oekraïense folkgroepen maar ook internationale groepen als Faun, Orfeo, Kelten Zonder Grenzen en Daemonia Nymphe.



Bandcamp: beluister en download 'Folk For The People - A benefit compilation for the victims of repression in Ukraine'

zaterdag, mei 17, 2014

Lacrimosa verbreekt tradities met nieuwe cd-cover

Binnenkort komt er een nieuwe live-dubbel-cd van Lacrimosa uit. De derde al, na 'Live' (1998) en 'Lichtjahre' (2007). Vandaag maakt Lacrimosa de cover van de nieuwe cd bekend, die 'Live in Mexico City' zal heten. Aandachtige Lacrimosa-exegeten - zoals er onder andere bij Dark Entries van rondlopen - zullen een paar veranderingen opmerken met de regels die Lacrimosa zichzelf in het verleden heeft opgelegd. Ten eerste is het de eerste keer dat een full-cd van Lacrimosa een titel krijgt van meer dan één woord. Jawel hoor, kijk het maar na. Ten tweede prijkt er een foto op de cover en geen tekening, iets wat ze in het verleden enkel bij singles deden. Bon, zolang als ze hun muziek in ere houden blijven we echter uitkijken naar deze cd, die op 18 juli uitkomt.

Lacrimosa

donderdag, mei 15, 2014

Gratis live-download van The Imaginary Suitcase

We hebben onze bewondering voor Laurent Leemans' soloproject The Imaginary Suitcase niet onder stoelen of banken gestoken, vooral niet voor zijn laatste cd 'Driftwood'. Om zijn publiek te bedanken voor het succes van zijn afgelopen tournee, dat hem zowat overal in België gebracht heeft, schenkt Leemans ons een live-opname van zijn concert in Luik als gratis download. Het houdt onder andere een cover in van 'The Three Shadows' van Bauhaus, naast een hele schare nummers uit zijn vorige cd's. Enig minpunt: het fantastische nummer 'Zombie for you' staat er niet op, maar dat kan je hieronder nog eens beluisteren. De plaat - getiteld 'Live in the Ardent City' - valt voor 0 euro te downloaden op de Bandcamp-pagina van het project: http://theimaginarysuitcase.bandcamp.com/. Daar kan je trouwens ook alle vorige platen van The Imaginary Suitcase beluisteren. Doen!




Autopsia: Humanity Is The Devil 1604-1994

Nog niet zo lang geleden bespraken we voor jullie de heruitgave van 'Palladium' van Autopsia, een Servisch-Tsjechische groep die in pessimisme moeilijk te overtreffen valt. Dat 'Palladium' terug op CD uitkomt, lijkt logisch, omdat het als één van de meesterwerken van de groep beschouwd wordt. Maar voor andere uitstekende platen van de groep is er blijkbaar geen ruimte meer op de krimpende CD-markt. Vandaar dat ook Autopsia hun toevlucht neemt tot Bandcamp. Ze hebben er net 'Humanity Is The Devil 1604-1994' opgezet, en die kun je vanaf nu dus gratis streamen of voor een aanvaardbare prijs downloaden. Voor liefhebbers van de combinatie van dark ambient en neoklassiek.

"Alles bij elkaar gezien zijn we niet bekommerd om muziek. Ons thema is de dood en de wroeging om de dood. De muziek zit in de wroeging." - Autopsia

Autopsia op Facebook


dinsdag, mei 06, 2014

Laibach: Spectre (een plaat waar je eindeloos over kan filosoferen)

Er waart een spook door Europa, het spook van Laibach. Had Laibach tot nog toe een vrij autoritaire en zelfs totalitaire uitstraling, dan kiezen ze nu onomwonden de kant van het verzet tegen de gevestigde machten. Want de heersende ideologie is tegenwoordig de ideologie van het verzet tegen het establishment, of zo heeft Laibach het toch geïnterpreteerd.

‘Laibach neemt een duidelijk standpunt in het politieke spectrum, en valt zijn (enigszins comfortabele) politieke ‘vrijheid’ en neutraliteit af’, was ongeveer de boodschap die de groep bracht bij de uitgave van SPECTRE. Een vreemde zet op het eerste zicht, maar wie wat dieper denkt begrijpt dat Laibach haar voormalige strategie van dubbelzinnigheden en verwarring gewoon toepast op een nieuw actiegebied.

Wie aan ‘verzet’ denkt, denkt misschien in de eerste plaats aan linkse oppositiegroepen als de andersmondialisten, indignados, Occupy (Wall Street, Frankfurt) en tal van linkse revolutionaire partijen. Maar de revolutionaire wind die de afgelopen jaren door de wereld waaide is zeker niet beperkt tot links. Wat doe je met de Tea Party, die zich duidelijk aan de uiterst rechtse kant van het politieke spectrum bevindt? (Ik vermoed dat de zin ‘I want torture, arms and corporations. No control, president or parliament’ op het nummer ‘Bossanova’ naar deze beweging verwijst.)

Ook in Europa kregen bewegingen als ‘les bonnets rouges’ in Bretagne of het ‘Hoojvorkenprotest’ in Italië - hoewel niet zo gemakkelijk in te schakelen in de links-rechts-dichotomie - een duidelijke steun uit extreemrechtse hoek. En wat men algemeen onder de noemer van de ‘Arabische lente’ heeft samengevat was vaak een coalitie van islamisten, liberalen en linksen. Ook de protesten tegen Poetin in Rusland vormden een grote heterogeniteit.

In de nieuwe verzetsbewegingen speelt het internet een belangrijke rol. Denk aan wikileaks, anonimous… of aan de protesten in Turkije (waar Twitter en YouTube zelfs een tijdje werd afgesloten) of in Rusland. In het manifest dat Laibach samen met deze cd uitbrengt kan men lezen dat ‘SPECTRE opereert als een supranationaal partij-organisatie (de collectieve geest, de wereldwijde samenzwering…) naar het model van de sociale netwerken en informationeel totalitarisme…’

Ook de traditionele premisse als zouden revolutionaire bewegen vaak vanuit de armste lagen van de bevolking vertrekken is voor relativering vatbaar (alhoewel dit nooit echt het geval is geweest: Marx en vele andere revolutionairen erkenden de nood aan een geschoolde ‘voorhoede’ in het revolutionaire proces en ook in Al Qaida zijn de voornaamste aanvoerders vaak afkomstig uit de hogere lagen van de bevolking en goed geschoold). Recente revolutionaire bewegingen in Thailand en Venezuela gingen eerder uit van de middenklasse, terwijl de armste delen van de bevolking (het ‘lompenproletariaat’, om opnieuw Marx te citeren) de regering bleven steunen.

Wat betekent het dus als Laibach nu oproept tot verzet, tot revolutie, tot opstand? Niet zo veel natuurlijk, want net zoals ze in het verleden met succes de fascistische, communistische en kapitalistische ideologieën ontleedden en hun inhoud verdraaiden, zijn ze er nu op uit om de tegenstrijdigheden binnen en tussen alle bewegingen die zich tot het ‘verzet’ rekenen bloot te leggen.

Dit komt het best tot uiting in een andere geniale zet van de groep bij het uitbrengen van SPECTRE: de oprichting van een nieuwe partij. De SPECTRE-partij heeft ‘de bedoeling om een mogelijkheid te bieden voor een georganiseerde en gesynchroniseerde internationale beweging die de wereld wil veranderen waar het nodig en mogelijk is.’ Een betere wereld… Wie kan daar nu tegen zijn?

Maar hier komen we terug op de vertrouwde strategie van Laibach. Ja, ze zagen er vroeger uit als een groep die het nazisme en het stalinisme verheerlijkte, maar wie verder keek dan zijn neus lang was kwam er snel achter dat dit maar een maskerade was. Er zat helemaal geen boodschap of ideologie achter Laibach. Integendeel, wat ze deden was die ideologieën vakkundig deconstrueren en hun interne tegenstrijdigheden blootleggen. En dat doen ze nu ook met de wereldwijde protestbewegingen.

Ik ga niet elk nummer op deze cd bespreken, maar wil toch even stilstaan bij ‘Eurovision’. ‘Europe is falling apart’, klinkt het met veel zekerheid op dit nummer. Nu heeft Laibach al een zekere faam om altijd het ergste te voorspellen en dan achteraf te zeggen dat ze het toch al op voorhand gezegd hadden. Maar Europa is wel degelijk in crisis. Verschillende landen zitten in een zware economische crisis (Griekenland, Spanje, Portugal…), of tellen bewegingen die overwegen om uit de Europese Unie te treden (Frankrijk, Nederland, het Verenigd Koninkrijk).

Maar ook de Europese instellingen hebben een probleem van geloofwaardigheid. Binnenkort gaan we stemmen voor een Europees Parlement waarin het belangrijkste debat dat is tussen de pro-Europeanen (alle traditionele partijen) en de ‘eurosceptici’ (extreemrechts en voor een deel ook extreemlinks). Er is een probleem met een parlement dat geen duidelijke meerderheid of oppositie kent, en dat in principe zelf de rol van wetgevende macht niet volledig kan opnemen (alle wetsvoorstellen moeten vanuit de Europese Commissie komen, een commissie die enorm veel macht heeft maar helemaal niet verkozen wordt en enkel een compromis is tussen de lidstaten die elk een afgevaardigde uitvaardigen).

Daarbuiten is SPECTRE een naar Laibach-normen vrij toegankelijke plaat geworden, misschien wel de meest toegankelijke die ze ooit gemaakt hebben. Een nummer als ‘Eat Liver’ is verrassend poppy. Wie hunkert naar de industriële broehaha uit de begindagen zal zich zonder twijfel ergeren aan deze nieuwe koers, maar ik heb er geen enkel probleem mee. Het is ook duidelijk dat Ivan Novak, de huisideoloog van Laibach, de drijvende kracht was achter de nieuwe cd en zijn concept. Maar ook Mina Špiler - die bijna de nieuwe frontvrouw van Laibach geworden is - en haar groepsmaat Matevž Kolenc uit Melodrom speelden een belangrijke rol.

Deze cd bevat ook nog een paar bonustracks. ‘Love On The Beat’ (Serge Gainsbourg) en ‘See That My Grave Is Kept Clean’ (Blind Lemon Jefferson) zijn wat mij betreft covers waar we het even goed zonder hadden kunnen doen. ‘The Parade’ en ‘Just Say No!’ zijn dan weer nummers die perfect in het algemene concept van de cd pasten, maar die blijkbaar niet weerhouden zijn. Deze cd is in wezen perfect met zijn tien originele nummers.

U merkt het, de nieuwe Laibach is weer aanleiding tot eindeloos gefilosofeer, en dat is ook de reden waarom ik er nu al aan verknocht ben. Ik heb het al eerder gezegd: Laibach brengt conceptuele kunst in muziekvorm. Laibach stelt alles in vraag, maar geeft geen antwoorden… Deze cd is een doordenker, en dat mag heus wel in de o zo oppervlakkige (muziek)wereld van vandaag.




Diary of Dreams: Elegies in Darkness

Diary of Dreams heeft een nieuwe cd uit, en dat is op zich al een evenement. De groep behoort immers tot het beste wat de zwarte scene vandaag te bieden heeft, en ze staan er om bekend om vrij consistent goede cd’s af te leveren. Ook muzikaal is hun aanbod consistent. Grote stijlveranderingen of muzikale experimenten heeft de groep nooit gekend, wat maakt dat hun verschillende cd’s in principe inwisselbaar zijn.

Toch zijn er platen die een voorkeur genieten. ‘Freak Perfume’ (2002) wordt vaak als een hoogtepunt beschouwd, en was zeker hun grootste commercieel succes met hits als ‘The Curse’ en ‘Traumtänzer’. Het succes van het album valt minstens gedeeltelijk te verklaren door het groter gebruik van dansbare ritmes en elektronica, dat soms bij de futurepop aanschuurt. Zelf geef ik de voorkeur aan ‘End Of Flowers’ (1996), de tweede cd en één van de zwaarmoedigste platen is in mijn verzameling (en er zitten nogal wat zwaarmoedige platen in die verzameling).

In de tijd van ‘End Of Flowers’ stond Diary of Dreams nog bekend als het zijproject van de bassist van The Garden Of Delight: Adrian Hates. Zonder The Garden Of Delight te willen vexeren kunnen we stellen dat Hates zijn voormalige groep in populariteit oneindig heeft weten te overtreffen, en veel mensen zich zelfs niet meer bewust zijn van zijn toenmalige bijdrage aan de gothrock-groep.
In den beginne en voor het grootste deel van zijn oeuvre deed Adrian Hates alles alleen, maar sinds Nigredo (2004) hoort minstens Gaun:A - de gitarist met de prachtige hanekam - tot de vaste samenstelling van de groep. Later zijn daar nog verschillende andere namen bij gekomen, waaronder Torben Wendt, die zich ondertussen weer concentreert op zijn hoofdproject Diorama. Tegenwoordig bestaat de groep naast Hates en Gaun:A nog uit Flex op gitaar en Dejan op drums. Het feit dat er nu twee gitaristen in de groep spelen geeft al aan dat deze cd iets meer gitaargericht is.

Dat Diary of Dreams een typisch geluid heeft en een consistente carrière heeft uitgebouwd hoeft echter niet te betekenen dat het allemaal eenheidsworst is. Eigenlijk wordt de hele diversiteit van het oeuvre van Diary of Dreams hier breed uitgesmeerd, en die loopt van dansbare elektronische nummers (‘Dream of a Ghost’), sombere gitaargerichte songs (‘a dark embrace’, ‘the battle’) tot zachte ballades (‘Die Gassen der Stadt’, ‘deamon’), al zijn verschillende nummers ook gewoon een mix van dit alles (de geweldige single ‘a day in december’, ‘The Game’). Ook bevat deze cd meer Duitstalige nummers dan vroegere cd's van de groep (‘Malum’, ‘StummKult’…).

Naast de gebruikelijke bombast, die op deze cd misschien nog eens extra aangedikt werd, vallen ook de meer complexe ritmes op, met meerdere lagen opeengestapelde percussiegeluiden. Ook de gitaargeluiden zijn merkwaardig, en beperken zich zeker niet tot het aanslagen van akkoorden en het spelen van solo’s. Je moet er goed op letten, want sommige gitaargeluiden zijn heel subtiel en vallen niet meteen als gitaar te herkennen.

De versie die hier voor mij ligt is de special edition. Er staan drie nummers meer op dan op de reguliere cd (goed voor 74 minuten muziek in plaats van 60). En neen, dat zijn geen overbodige nummers, maar nummers die kwalitatief even hoogstaand zijn als de rest van de cd. Rep je als je deze versie nog op de kop wil tikken, want special editions van Diary of Dreams staan erom bekend snel uitverkocht te zijn.

Samengevat: Diary of Dreams heeft opnieuw een uitstekende cd afgeleverd, maar misschien zelfs meer dan dat. Deze cd zou wel eens een mijlpaal kunnen zijn. Omdat het alles verzamelt wat de groep in zijn carrière heeft gedaan, omdat de composities zo uitgekiend zijn, omdat het een samenhangend geheel vormt en omdat alles tot in de puntjes afgewerkt is. Deze hoort zeker bij de betere cd's van Diary of Dreams.





maandag, april 21, 2014

Camerata Mediolanense: Het is vandaag bijna incorrect om nog te spreken over ‘meesterwerken’ in de kunst.

Vertute, Honor, Bellezza van Camerata Mediolanense was voor mij dé cd van 2013. Al snel na het verschijnen van mijn laaiend enthousiaste recensie van het werk kregen we het aanbod om een interview te doen met Elena Previdi, componiste en toetseniste van de groep. De vragen werden opgestuurd, maar er kwam geen antwoord op. Tot een paar dagen geleden, als bij wonder, het beantwoorde interview in mijn mailbox verscheen. Er zijn meer dan zes maanden verstreken tussen het opsturen van de vragen en het ontvangen van de antwoorden. Maar het werd dan ook een diepgaand interview waarin Elena zich uitlaat over kunst, haar verhouding tot Italië en de beschuldigingen van extreemrechtse sympathiën waar de groep onder te lijden had.

Om te beginnen: van harte gefeliciteerd met jullie laatste cd. Ik ben bijzonder onder de indruk van het samenspel tussen de solostemmen en het koorzang. Vinden jullie zelf dat het een stap voorwaarts is in vergelijking met jullie eerder werk?

Heel erg bedankt voor je waardering. Deze opname werd pas lang na de vorige opname uitgebracht. Meer dan tien jaar. Er is dan ook een natuurlijke evolutie in de perspectieven en vaardigheden van ouder wordende mensen. In deze lange periode heb ik mijn muzikale studies volbracht, en daarmee ben ik ook gevorderd in de kunst om met muziek om te gaan. Ik ben dan ook blij dat je opgemerkt en gesmaakt hebt dat er een grote interactie is tussen de solisten en het koor, omdat het één van de gevolgen is van mijn toegenomen kennis in contrapunt, een technisch middel dat tegenwoordig maar weinig mensen kennen en kunnen toepassen.

Maar hoe dan ook denken we niet dat het een stap voorwaarts is in vergelijking met onze vorige drie albums. Het is gewoon het resultaat van onze huidige inspiratie. Als we naar het verleden kijken, naar het geheel van onze uitgaven, dan denken we dat elk van onze vier uitgaven belangrijk is, en elk van hen past perfect bij de omstandigheden van een bepaald tijdperk. We zien geen enkele hiërarchie in ons werk.

De nieuwe cd is gebaseerd op poëzie van Francesco Petrarca. Je lijkt het leven en het werk van Petrarca diepgaand bestudeerd te hebben, afgaand op de tekst die je geschreven hebt in de kunstboekeditie van jullie cd. Wat fascineert jou zo bij deze grote dichter?

Mijn essay in het kunstboek is een onderzoek naar de tonnen muzikale vertoningen van Petrarcas werk in de laatste 700 jaar. Maar vooraleer ik deze muzikale bronnen doornam was ik al gestart met mijn eigen herontdekking van de poëzie van Petrarca. In Italië wordt Petrarca in het onderwijs besproken en gelezen. Hij gebruikt oud Italiaans, dat niet zo gemakkelijk te verstaan is bij een eerste kennismaking. Hij wordt dan ook vaak oppervlakkig gelezen, met weinig voldoening tot gevolg. Ik was ook zo toen ik studente was. Toen ik mijn Canzoniere (de voornaamste dichtbundel van Petrarca) terug ontdekte - een paar jaar geleden - was ik sprakeloos, verbouwereerd door zijn buitengewone poëtische kracht. Ik ontdekte voornamelijk drie dingen.

Het eerste is de ongelooflijke moderniteit van zijn denken, dat - ondanks zijn archaïsch taalgebruik - een belangrijke universele menselijkheid tentoonspreidt. In dit denken kunnen we onszelf vandaag diepgaand herkennen.

Het tweede is de absolute schoonheid, zijn wijze om dingen te verwoorden, de pracht van zijn poëtische stijlfiguren en linguïstische sonoriteiten die enkel opgemerkt kunnen worden als je ernaar luistert in de oorspronkelijke taal, en die dus gemakkelijker te vatten zijn als Italiaan.
Het derde is de muzikale kracht van zijn poëzie, die ik onmiddellijk ervaren heb, en die me hebben doen begrijpen waarom Petrarca de meest vertoonde dichter is in de geschiedenis.

Zoals je in het kunstboek aangeeft hadden de meeste gedichten al een muzikale bewerking gekregen. Waarom heb je gekozen om nieuwe versies te maken en wat denk je dat vernieuwend is aan jouw aanpak van zijn gedichten?

Veel van de teksten die ik gekozen heb om te vertonen zijn dezelfde teksten die - in de loop der eeuwen - al de meeste muzikale bewerkingen gekregen hebben: Vergine bella, Voi ch’ascoltate, Solo et pensoso, Vago augelletto… Ik heb mijn keuze gemaakt zonder rekening te houden met de omstandigheden, enkel door de aantrekkelijkheid van de gedichten. En het is interessant om onze versies met die van anderen te vergelijken. Ik heb dozijnen versies van Vergine bella kunnen waarderen, nadat ik mijn eigen versie gemaakt had. Vooraleer ik mijn eigen ding gedaan had, wou ik echter niets horen: ik wou in mijn oren niets anders dan de woorden van Petrarca. Je mag dus zeker zijn dat er tussen onze versies en alle vorige versies geen enkel verband is.

Dit gebeurt omdat onze nummers volledig ingebed zijn in de muzikale levensstijl van de 21ste eeuw. Maar ik heb eigenlijk geen antwoord op je vraag. Waarom heb ik zo vaak gekozen voor gedichten die al zo vaak in de geschiedenis vertoond zijn geweest, soms wel honderden keren?

Ik wil in deze context even mijn mening geven over meesterwerken. Het is vandaag bijna incorrect om nog te spreken over ‘meesterwerken’ in de kunst. Mensen vermijden om nog te oordelen over artistieke creaties, alsof ze beschaamd zijn om een mening te geven over de kwaliteit van een werk. Vandaag onderzoekt men de minder succesvolle opera’s van een componist, zijn minder bekend (en dus ‘minderwaardig’) werk. Het lijkt interessanter om iets verscholen te ontdekken, dan om de belangrijkste werken onder ogen te zien. Maar er bestaan werken die - ongeacht de geschiedenis - bestaan. Werken met een sterke innerlijke uitstraling, die overeind blijven, die zich niets aantrekken van trends, mode, stromingen en golven.

Petrarca heeft veel van dit soort meesterwerken voortgebracht. En ze werden erkend door het nageslacht, kregen hopen bewerkingen doorheen de eeuwen. De speciale aantrekkingskracht van de beroemde gedichten uit Canzoniere hebben hetzelfde effect gehad op mij. Het is gewoon een feit, ik heb geen rationele verklaring. Ik deed het boek gewoon open, en als ik iets vond dat me raakte, begon ik muziek te maken. En vaak kwam de muziek op deze teksten erg gemakkelijk: de woorden leken erop geboren.

Petrarca wou ook de glorie van het antieke Rome doen herleven. Daarom wordt hij soms de vader van het humanisme genoemd. Zijn wil om het Italiaanse grondgebied te verenigen en terug groots maken glimt door de tekst van 'Canzone all'Italia'. Mogen we zeggen dat hij een Italiaans nationalist was?

Deze beschouwing doet ons eigenlijk lachen. Wij hebben Petrarca nooit vanuit een politiek standpunt bekeken, als een soort nationalist. En voor Italië is het bijna onmogelijk om over een soort nationalisme te spreken. Italië was, en is, vooral een geografische benaming. Een heel aangename plek, vol vreugde en creativiteit, maar waar ieder voor zichzelf denkt en de andere wantrouwt, en met regeringsleden die niet om hun eigen volk geven. Petrarca zingt eigenlijk over deze gehavende prachtige eigenheid van Italië, niet over de Italianen. Door zijn Canzone all’Italia te gebruiken schreeuwen we het op dezelfde wijze als hij in zijn tijd (een wederkerend thema: wij vandaag; Goethe in 1790; Petrarca in 1350…).

Petrarcas belangstelling was vooral cultureel. Zijn verlangen naar Rome was het cultureel verheffen van de Romeinse kracht… Met zijn studies en ontdekkingen van oude klassieke teksten begon het moderne Humanisme: en het werd een Europees wonder, niet een die beperkt bleef tot ‘Italië’, ook al werd het gestart door een Italiaan.

Het grootste deel van het werk van Camerata Mediolanense is in het Italiaans, en gaat terug op Italiaanse bronnen. Naast Petrarca hebben jullie ook inspiratie geput uit Dante en het verhaal van Donna Lombarda. Zien jullie jezelf als een typisch Italiaanse groep of als ambassadeurs van de Italiaanse cultuur?

Niets van dit alles! Zoals ik al zei is onze relatie met Italië helemaal niet relaxed. Wij zijn gewoon hier geboren, leven hier, en lijden, lijden, lijden. Ik kan niet meer zeggen, want het zou te drastisch klinken. Camerata Mediolanense is een culturele entiteit die als een soort mirakel geboren is uit de ruïnes van de Italiaanse cultuur, en in het bijzonder uit de ruïnes van de Italiaanse muziekcultuur. Ik hou van de definitie van één van onze collega’s, een Italiaans journalist, die onlangs zei dat hij ons zag als ‘nieuwe humanisten’. We houden van dit standpunt en kunnen er ons volledig in vinden.

Het nieuws dat vandaag uit Italië komt is niet zo goed. De economische crisis lijkt hard toe te slaan, en de politiek lijkt bijna een circus voor een buitenstaander. Hoe zien jullie de huidige situatie in Italië?

Zoals ik al zei maakt het niets uit dat we hier en nu zijn. Wij geven geen moer om de huidige Italiaanse situatie. We geven niet om politiek en zijn volledig gefocust op kunst, wetenschap en geschiedenis vanuit verschillende perspectieven.

Samen met Vertute, Honor, Bellezza hebben jullie al jullie eerder werk heruitgegeven. Bij elke cd hebben jullie een bonus-cd toegevoegd. Hoe hebben jullie de nummers op deze extra cd’s uitgekozen? En waarom staan niet al jullie eerdere singles en ep’s - in het bijzonder het werk rond Dante - op deze cd’s?

Ons nieuw label (Prophecy) vroeg ons om alle nummers uit onze geschiedenis uit te geven, om hen een patent te geven voor ons volledige werk voor de grote opgave van de heruitgave van onze catalogus, allemaal verzameld in een houten doos. Een ware opera omnia van Camerata Mediolanense. Het project omhelsde de drie oude cd’s, de kunstboekversie van Vertute, al onze eigen uitgaven als 7” en 12”, en - uiteindelijk - alle nummers voor verschillende compilaties (vinyl, cassette, cd’s). Een aantal van die oude nummers zijn gênant omwille van hun geluidskwaliteit, maar het doel van deze operatie was zuiver filologisch, en moet dus ook vanuit dit perspectief beschouwd worden.

Eigenlijk hebben we ons nooit volledig kunnen vinden in dit project, want het werk rond Dante (drie 7” vinyls) zijn geen deel van deze tijdspanne. Ze maken deel uit van een project dat nog onvoltooid is. Dus veranderde de titel van de box van Opera Omnia (volledige werken) naar Gesammelte Werke (verzameld werk).

In de bijna 15 jaar tussen Madrigali en Vertute, Honor, Bellezza, heb je je doctoraat behaald. Waar ging je thesis over? Heeft het invloed gehad op je werk met Camerata Mediolanense?

De thesis heeft het werk van Camerata Mediolanense vooral beïnvloedt omdat… het me zoveel tijd gekost heeft, die niet naar de groep kon gaan. In mijn doctoraat heb ik een aantal werken bestudeerd die in Rome geschreven of verschenen zijn in de tweede helft van de 17e eeuw rond de geschiedenis van muziekinstrumenten. Sommigen zijn beroemd, zoals de Musurgia Universalis van Athanasius Kircher, maar anderen zijn totaal onbekend, zoals de De Tibiis Veterum van Bartholinus of de De tribus generibus instrumentorum van Francesco Bianchini. Mijn interesse ging uit naar de studie van de inhoud van deze boeken: om nieuwe informatie te ontdekken over oude muziekinstrumenten, maar ook om te begrijpen waarom er zoveel werken rond dit particulier onderwerp verschenen zijn in die periode, en dan nog allemaal in de stad Rome. Ik zal hier binnenkort een boek over uitgeven.

Mijn positie is echt ongebruikelijk. Ik ben niet alleen musicologe, maar ik heb ook verschillende muzikale kwalificaties (op niveau van de academie). Dit is uitzonderlijk voor een musicoloog, die meestal enkel een academische (‘boekkundige’) opleiding heeft. En tenslotte heb ik ook nog een passie voor darkwave muziek. Dit is een passie die door geen enkele van de academici die ik ken gedeeld wordt. Al deze dingen zullen uiteraard, op één of andere wijze, een invloed hebben op Camerata Mediolanense. Maar ik probeer als ik mijn eigen muziek maak mijn culturele achtergrond achter te laten en mijn instincten vrij te laten om creatief te zijn.

Voelen jullie jullie verwant met andere Italiaanse groepen als Ianva, Corde Oblique, Ataraxia... Is er zoiets als een Italiaanse neofolk/neoclassieke scene?

We hebben het gevoel dat er tegenwoordig een gebrek aan creativiteit is bij nieuwe groepen die bij de scene betrokken zijn. Ik hoop dat dit slechts van korte duur zal zijn. Maar je kan niet ontkennen dat er veel uitstekende creaties het licht gezien hebben in Italië in de laatste 20 jaar, en ik wil in je lijstje ook nog Argine en Ordo Equitum Solis toevoegen, die maar half ‘Italiaans’ zijn, maar al lang vanuit Italië opereren. We voelen ons met hen allen verbonden en voelen ons een deel van een gemeenschappelijke scene. Voor sommige van hen hebben we trouwens meer dan enkel artistieke bewondering: met Ataraxia, Argine en Ordo Equitum Solis heb ik nog live toetsen gespeeld. (Met Ataraxia speelde ik in Mexico, met OES over heel Europa, met Argine in Italië.) Onze menselijke en muzikale banden zijn diepgaand.

In Zwitserland hebben linkse radicalen een club aangevallen waar jullie gingen optreden omdat ze dachten dat jullie rechtse extremisten waren, hoewel dergelijke referenties niet in jullie werk voorkomen. Hoe denken jullie dat zoiets mogelijk was? Nemen jullie voorzorgsmaatregelen voor het geval dat dit opnieuw zou kunnen gebeuren?

Dat was zeker en vast het ergste hoofdstuk uit onze biografie, maar niet het enige. Ik mag beweren dat Camerata Mediolanense het slachtoffer is van persecussie, aangezien ook nog andere van onze concerten verhinderd werden. De redenen zijn waardeloos. Ik denk dat onze naam een slechte fascinatie uitoefent op radicale mensen: ‘camerata’ is een oud woord voor muziekensembles, maar voor onwetende mensen kan het klinken als ‘kamerade’.

Op radicaal-linkse websites gaat er nieuws rond dat juiste en valse berichten door elkaar halen, bijvoorbeeld nieuws over het feit dat we radicaal-rechtse bijeenkomsten bijgewoond zouden hebben, of bijgedragen hebben aan rechtse compilaties. Het is natuurlijk een aberratie dat sommigen denken dat een groep niet mag spelen omwille van zijn politieke overtuigingen. Maar hoe dan ook, in ons specifiek geval: hoewel het juist is dat we uitgenodigd zijn voor deze bijeenkomsten en compilaties, klopt het ook dat we toen geweigerd hebben. Omdat wij van aanvang aan hebben gekozen om elke politieke context te vermijden. Niet links, noch rechts. Camerata Mediolanense is een zuiver cultureel project.

Spijtig genoeg werd onze naam verspreid hoewel we niet deelgenomen hebben aan de vermelde evenementen. En het nieuws bleef aanwezig op extreem-linkse websites. Geen enkele van deze webmasters voelde, of voelt, de eerlijkheid om het valse nieuws recht te zetten of te vernietigen. De aanval in Zwitserland was slechts de laatste stap. Het was heel agressief. In ons bijzijn werden al onze instrumenten en de club vernield, en gelukkig kwamen we er zelf op miraculeuze wijze ongeschonden uit. De bezwaren van de aanvallers - een flyer - rechtvaardigde de actie op basis van de eerder vermeldde berichten. Op dit ogenblik eindigt in Zwitserland het proces tegen hen. In eerste aanleg leidde het tot 19 veroordelingen van de aanvallers en met een bevestiging van de volledige afwezigheid van politieke elementen in Camerata Mediolanense. We wachten nu op de tweede aanleg voor de laatste drie beschuldigden.

Momenteel is ons probleem dat een aantal Duitse schrijvers en onderzoekers de laatste tijd de valse beschuldigingen als waar hebben aangenomen en erover schrijven in boeken, op televisie komen… Zonder hun bronnen na te gaan! Zonder ons iets te vragen! Het nieuws staat op internet, dus het is ‘waar’. Dit is verbijsterend, vooral voor mij, omdat ik ook onderzoekster ben… Ik kijk mijn bronnen steeds na.

Je hebt in verschillende gothic en darkwave groepen gespeeld, en jullie spelen vaak op gothic concerten. Wat betekent de zwarte scene voor jullie?

Het is onze ‘stam’, en ik noem het zo als een antropologisch concept. Elk van ons (ik, Manuel, 3Vor en Marco) zijn muzikaal geboren met darkwave en postpunk, ondertussen al meer dan twintig jaar geleden. Uitgezonderd Manuel, die enkel in Camerata Mediolanense gespeeld heeft, zijn de anderen – 3Vor, Marco en ik – lid geweest of nog steeds actief bij verschillende ensembles, als stichter (3vor: NG, Marco: Sturm Und Drang) of als muzikant of medewerker. We genieten er nog steeds van om concerten en festivals in Italië en in het buitenland bij te wonen, als gewone bezoekers. Een verschil met het verleden is echter dat we - nu we wat ouder zijn - ook meer andere muziekgenres exploreren en concerten in andere scenes bijwonen. Veel mensen vallen bij het ouder worden terug op hun gewoonten, maar bij ons lijkt het omgekeerde te gebeuren. Ik denk dat je dat ook kunt horen in onze muziek.

Dank voor dit diepgaand interview!

Camerata Mediolanense

Facebook

The Imaginary Suitcase: We worden dagelijks gevoed met stront, maar toch zijn we geschokt als je openlijk zegt dat je het niet lekker vindt.

The Imaginary Suitcase is in feite geen groep. Het is het soloproject van Laurent Leemans, die daarnaast ook zanger-gitarist is van de flamboyante folkgroep Ceili Moss. Met zijn soloproject laat hij al zijn demonen los in een soort apocalyptische folk. We horen er referenties in gaande van Woven Hand, Nick Cave, The Jesus and Mary Chain tot Echo & The Bunnymen, The Smiths, & Also The Trees en David Bowie. Maar bovenal zijn we onder de indruk van de diepgang en de teksten die The Imaginary Suitcase ten toon spreidt. En dus vroegen we Laurent om een woordje uitleg bij zijn inspiratie en zijn teksten voor zijn laatste cd ‘Driftwood’. We kregen prompt antwoord,..


1. Driftwood

Het nomadische leven, door keuze of verplichting, is een vaak terugkerende thema in folk en aanverwante stijlen, van "Wandering star" tot "the wild rover", Johnny Cash's "the folksinger" (waarvan de cover mijn allereerste ontmoeting met de klank van Nick Cave was), Ewan MacColl's "the Manchester rambler" of "the moving on song", en noem maar tientallen anderen op. Soms gaat het over de terugkeer van de verloren zoon, soms om het verheerlijken van het nomadische leven, soms om een portret van het lot van de nomaden die altijd met wantrouwen worden verwelkomd en met opluchting worden weggewuifd wanneer ze vertrekken. "Driftwood" is mijn bijdrage aan die eindeloze reeks. Ik ben een beetje een huismus, maar ik probeerde me in de schoenen van een kerel te plaatsen die als een wolk leefde en het geweldig vond om elke dag een ander leven te testen, om ergens te verankeren. De intro riff vond ik toen ik een oude nummer van de Noorse groep Bel Canto probeerde te spelen. Ik liep vast, maar vond het resultaat wel interessant. Zo zijn wel een degelijk aantal van mijn nummers geboren...

2. Bring on the dancing horses 

Dit nummer van Echo & the Bunnymen heeft mijn leven veranderd. Echt waar. Veel muzikanten hebben zo'n tienerverhaal van leven zonder prikkeling tot op de dag dat ze The Beatles, The Velvet, The Doors, The Sex Pistols of wie dan ook hoorden en plots beseften dat er een wereld vol geluid bestond. Woede en geluiden die je op weg kunnen brengen over het hele spectrum van denkbare emoties en zelfs over degene waarvan je niet wist dat ze bestonden. Mijn weg naar Damascus gebeurde dankzij "Bring on the dancing horses". Ik zal dat moment nooit vergeten, het gevoel dat de zwaartekracht afgeschaft was, het KO staande. Dit nummer en een paar anderen uit mijn inwijdingsjaren geven me na al die jaren nog kippenvel. Zolang het zo blijft, denk ik graag dat ik nog niet oud ben.

3. Second to none 

Kwaad is een thema dat me fascineert. Niet zozeer de tirannen, de grote geesten zoals Heidegger die in gruwel schommelen, de seriemoordenaars of de criminele meesterbreinen. Ik ben geïnteresseerd in wat gebeurd in de geest van de kleine mens die vrijwillig kiest om actief medeplichtig aan gruwel te worden. Bijvoorbeeld: tijdens de Tweede Wereldoorlog was het bijna onmogelijk voor een jonge Duitse man om aan het leger te ontsnappen. Zelfs de Neurenberg processen hebben dat erkend, en bijna geen enkele leider van de Wehrmacht werd veroordeeld. Van de Weerstand deel uitmaken was zo een ongelooflijk gevaarlijke job dat heel weinig de moed konden opbrengen, en dat is begrijpelijk. Maar niemand was verplicht om tot de SS toe te treden, niemand was verplicht om brieven te schrijven om weerstanders of joden aan te geven, niemand was verplicht om exterminatiekampbewaker te worden. Toch zijn er duizenden mensen in Duitsland - maar ook in alle bezette landen - die deze keuze hebben gemaakt, zonder zelfs de hoop op een financiële winst. Het is schrijnend, maar er zijn heel wat mensen die graag pijn toebrengen. Kwaad is plezierig, en het is toch opmerkelijk dat het eender welke hond met een hoed die ruzie wil opstarten zo ongelooflijk makkelijk discipelen vindt.

4. Half of myself 

Mijn beste poging om een "silly love song" te schrijven. Er is me verschillende keer gezegd - of in blogs en artikels geschreven - dat bijna al mijn nummers over romantische relaties gingen die zuur draaien en dat men daar niet per se daarmee een hele album lang mee geconfronteerd wilde worden. Ik ontving dit een beetje als een klap, want wat ik probeer is precies om teksten te schrijven die op verschillende niveaus geïnterpreteerd kunnen worden en het blijkt dat ik er niet in geslaagd ben. Dus wilde ik een positief liefdeslied schrijven. Toen ik de akkoorden vond deden ze me aan "Just like honey" van The Jesus & Mary Chain denken, en in plaats van het te proberen te verbergen, heb ik beslist om de gelijkenis totaal aan te nemen. JAMC is een van mijn favoriete groepen. Toen ik voor het eerst de video van "April skies" zag, dacht ik dat het technisch niet mogelijk was om ZO cool te zijn.

5. Like rain 

Dit nummer heb ik kort na de dood van Nelson Mandela geschreven. Het is geen loflied. (Wie ben ik om over Mandela te praten? Ik besta zelfs niet…). Maar ik wilde het gevoel uiten dat als iemand die je echt bewondert en die je inspiratie gaf sterft, de mensheid berooft wordt van de laatste Man, dat de wereld nu een koude en vuile riool wordt waarin kakkerlakken kronkelen die doen alsof ze leeuwen zijn. Ik durf er niet aan te denken wat ik zal voelen als Morrissey of Patti Smith sterft.

6. Ashes to ashes 

Ik had het over de schok die de Bunnymen me gaven en hoe het mijn leven van kop op staart zette, maar ietwat vroeger had David Bowie de muren van mijn zekerheden al goed gebarsten. Ik ben in een familie van muziekliefhebbers geboren, maar waar ze harde rock en pop verachtten. Voornamelijk mijn vader, die alleen maar klassieke muziek en Franse chanson aanvaardbaar vond. Voor hem was de Italiaanse 19e eeuw opera de hoogste vorm van kunst ooit, terwijl Bowie of Mick Jagger dumptrucks beledigingen veroorzaakten. Enkel The Beatles kregen van hem een beetje genade. Je hoeft geen twee keer te raden hoe stormachtig vader-zoon gesprekken konden zijn...

7. Holy water 

Op dit nummer gebruik ik mijn autoharp, een Amerikaans instrument dat Centraal-Europese oorsprongen heeft, vrij populair in Appalachian folk muziek. Het is echt makkelijk bespeelbaar en geeft een prachtige klank die geen reverb nodig heeft. De tekst gaat over een shemale minnaar die langs een rivier wandelt en aan zijn verloren geliefde denkt. Maar er is iets verkeerd. Wat is er precies gebeurd? Wordt vervolgd...

8. Before I knocked 

Een gedicht van Dylan Thomas. Heeeeel lang geleden las ik dat Bob Zimmerman zijn naam naar Dylan veranderde ter ere van die Welshe dichter. Ik moest er natuurlijk meer over weten en dus heb ik een volume "collected poems" gekocht. Ik zal geen literatuuranalyse beginnen, maar je kan kortweg zeggen dat Dylan Thomas een zak pijn en kwelling was, al vermeed hij de val van sentimenteel zelfvoldaanheid. Dit gedicht gaat over de twijfels en angsten die Christus moet hebben gevoeld. Tenminste, zo heb ik het geïnterpreteerd.

9. A plausible lie 

Een lichtvoetig sputum in het gezicht van onze consumptiemaatschappij. We worden dagelijks gevoed met stront, iedereen weet het, maar toch zijn we geschokt als je openlijk zegt dat je het niet lekker vindt. Ja, er is bijna niks in de wereld van 2014 dat ik waardevol vind. Tenminste niks van wat ons als kostbaar en benijdenswaardig door de propaganda-Abteilung van de 1% voorgesteld wordt. Ik heb mijn twijfels over altermondialisme, ecologie en progressivisme. Behalve van Amnesty International ben ik geen lid van een NGO en ik zie mezelf niet als een activist, want vaak is het maar een pretentieuze kudde tegen een andere. Maar ik probeer simpelweg om slimme keuzes te maken in mijn dagelijks leven. En ik ben er zeker van dat als iedereen alleen maar hetgeen makkelijk haalbaar is zou doen om de wereld te verbeteren, het al een ongelooflijk groot verschil zou maken. Maar luiheid, ijdelheid en mediocriteit zijn altijd sterker...

10. Three sisters 

Een beetje hetzelfde thema, maar in een meer apocalyptische kleding. Ik ben er bijna zeker van dat het goede op het einde triomfeert, maar niet vooraleer het kwaad bijna alles heeft vernield. Ik verwacht bijvoorbeeld dat de mensheid olie tot het allerlaatste druppel zal pompen en verbruiken, ook al weet iedereen dat de Aarde in een snelkookpan verandert. Maar de combinatie van de hebzucht van enkelen en de lafheid van bijna alle andere zal ervoor zorgen dat het niet anders gaat. Ik herinner me niet meer wie het heeft gezegd, maar ik heb ooit gelezen dat "goede ideeën aan de macht komen nadat men alle slechte ideeën grondig heeft geprobeerd".

11. Full moon lullaby 

Er is een moment van de dag dat ik bijzonder zalig vind: het moment wanneer je naar bed gaat en voor een minuutje of zo ben je noch wakker, noch in slaap. Na een album dat (hopelijk) een rollercoaster van diepgaande emoties is, wilde ik op een zachtere noot afscheid nemen.

Officiële website

The Imaginary Suitcase: Driftwood

De opvolger van 'Full Moon Fever' uit september 2013 moest oorspronkelijk een ep worden, maar Laurent Leemans bleek een overschot van inspiratie te hebben. En dus is het resultaat een volwaardige cd die niet moet onderdoen voor zijn voorganger. En dat terwijl er amper zes maanden zijn verstreken tussen de twee uitgaven.

Opener en titelnummer ‘Driftwood’ doet ons meteen denken aan de term ‘apocalyptische folk’, maar dan niet zozeer in de zin van Current 93 en Death In June - alhoewel - maar eerder in de strekking van 16 Horsepower en Woven Hand. ‘Second to none’ is een dreigend klaaglied dat door merg en been snijdt.

Leemans weet folk in al zijn vervoegingen te spelen en blijkt een zeer sterke tekstschrijver te zijn, wiens narratieve stijl de kracht van zijn nummers nog opdrijft. Zijn vertellingen zijn donker en onheilspellend, zoals Nick Cave ook placht te zijn in zijn hoogdagen. ‘I won't set out to save the world, I'm not even sure that it deserves to be saved in the first place’, zingt hij in ‘Like rain’… En zo kan ik uit deze plaat nog wel een paar prachtcitaten halen.

‘Half of myself’ doet me denken aan The Jesus And Mary Chain, met zijn minimale percussie en poppy melodie. Ook opvallend zijn de twee covers die de plaat sieren: ‘Bring On The Dancing Horses’ van Echo & The Bunnymen en ‘Ashes To Ashes’ van David Bowie. Er bestaan slechtere referenties en The Imaginary Suitcase doet ze alle eer aan.

‘Before I Knocked’ is een op toon gezet gedicht van de Welshe dichter Dylan Thomas dat Leemans a capella brengt. Met ‘Full Moon Lullaby’ laat Leemans de plaat zachtjes landen met zacht gitaargetokkel, xylofoon en de zang van Cécile Gonay. Laurent Leemans toont weerom aan dat hij met minimale middelen een gevoelige snaar weet te raken, eentje die nog even blijft nazinderen.



Autopsia: Palladium

Het is moeilijk om pessimistischer te zijn dan Autopsia. Hun hoofdthema is de dood. Ze doen uitspraken als: ‘Autopsia is een grafsteen op het graf van de tijd. Autopsia is archeologie. Het discours van en over het begin. Aan het begin staat de dood.’ Hun cd’s dragen namen als ‘Death is the mother of beauty’ (een citaat van Wallace Stevens) en ‘Humanity Is The Devil 1604 - 1994’. Andere thema’s die ze aansnijden zijn religie, metafysica en technologie.

Autopsia is een mysterieuze groep die in de muziekmythologie wellicht bekend zal blijven als een aan Laibach aanverwante groep. Aanverwant omdat ze ook uit ex-Joegoslavië stammen, meer bepaald uit Servië, al opereren ze sinds 1991 uit Praag. Aanverwant ook omdat ze zich met een multitude van kunstvormen bezig houden. Industriële en martiale muziek natuurlijk, maar ook beeldende kunst, fotografie, film en literatuur. Aanverwant tenslotte omwille van de apocalyptische sfeer die in hun kunst heerst.

Het mysterie rond Autopsia is compleet. We weten dat ze in 1980 ontstaan zijn. De leden (of het lid, al naargelang) zijn volledig anoniem. Op het enige optreden dat ik ooit van hen zag - op het WGT in Leizig, één van de zeer zeldzame optredens van de groep - zaten de muzikanten verscholen achter een zwart gordijn, terwijl hun muziek in de grote hal van het Völkerschlachtdenkmal weergalmde.
 
‘Palladium’ wordt vaak één van de beste cd’s van Autopsia genoemd, en het was dan ook al even wachten op een heruitgave. Die komt er nu eindelijk via Old Europa Cafe. De weerklank die de cd gehad heeft, wordt vaak verbonden aan het moment waarop het uitkwam: 1991, net voor het uitbreken van een reeks verschrikkelijke oorlogen in ex-Joegoslavië. De muziek leek toen goed aan te sluiten bij de politieke gebeurtenissen.

Maar hier schuilt toch ook een groot verschil met Laibach: Autopsia is in feite nauwelijks politiek geladen. Bij hen geen verwijzingen naar totalitarisme of dubbelzinnige ideologische uitspraken. Enkel doemdenkerij en hopeloosheid. ‘Palladium’ straalt uiteraard een apocalyptische sfeer uit, maar dat kan ook van hun ander werk gezegd worden en is dus niet noodzakelijk aan de historische gebeurtenissen gelinkt. De opnames dateren trouwens uit 1989. 

Hun muziek wordt vaak als ‘industrial’ omschreven, maar dat behoeft toch enige nuance. Wat we horen zijn bombastische symfonische stukken die repetitief geloopt worden en onderstut worden door duistere soundscapes en martiale percussie. Alles is volledig instrumenteel.

Omdat de oorspronkelijke cd slechts ongeveer 40 minuten duurde, heeft Old Europa Café ervoor gekozen om deze heruitgave aan te vullen met een selectie nummers uit ‘Factory Rituals’ dat ongeveer rond dezelfde periode opgenomen werd voor een Autopsia-tentoonstelling in Belgrado, en die in sfeer en instrumentatie heel goed aansluit bij het hoofdwerk. Als uitleg bij de nummers liet de groep zich weer uiterst pessimistisch uit: ‘in een maatschappij waarin alles geprivatiseerd is, houden enkel rituelen alles bijeen’.


The Names: In Time

The Names is één van Belgiës best bewaarde geheimen. Natuurlijk is menigeen zich nog bewust van hits als ‘Calcutta’ en ‘Nightshift’. Maar ondanks het feit dat ze uitgegeven werden door het befaamde Factory label en geproduced werden door Martin Hannett - de legendarische producer van Joy Division - zijn ze nooit echt doorgebroken.

De groep ontstond in 1977 onder de naam The Passengers, maar herdoopte zich in 1979 naar The Names. In 1981 namen ze de single ‘Calcutta’ op, dat op een zeker succes kon rekenen. Maar met hun lp ‘Swimming’ kwamen ze blijkbaar wat te laat om nog te genieten van de Britse cold wave hype. Toch genoten ze een bescheiden succes in België, Frankrijk en Nederland. Na een finale single - ‘The Astronaut’ uit 1982 - hield de groep het voor bekeken.

Doch hier eindigt het verhaal niet. In 1995 komen drie van de oorspronkelijke leden terug samen onder de naam Jazz, en nemen ze de plaat ‘Night Vision’ op, dat nu blijkbaar tot de discografie van The Names gerekend wordt. In 2007 organiseerden Le Fantastique een ‘Factory Night (once again)’ in de legendarische zaal Plan K, overigens de zaal waar The Names in 1980 een paar van hun opnames doorgaven aan Joy Division-manager Rob Gretton, wat tot hun contract met Factory zou leiden.

Ik was zelf aanwezig op dat concert - ik bedoel het optreden van 2007, natuurlijk - dat verschillende groepen die vroeger op Factory Records zaten verzamelde, en ik vond The Names toen het hoogtepunt van de avond. Het werd een nieuwe start voor The Names. Een jaar later - in 2008 - kwam de cd ‘Monsters Next Door’ uit op Str8line Records.

Wat u op deze ‘In Time’ vindt, is eigenlijk een verzameling nummers uit de laatste twee uitgaven - 'Night Vision' en 'Monsters Next Door' - die bij hun uitgave misschien niet de aandacht gekregen hebben die ze verdienden. De cd wordt aangevuld met een nummer dat ze opgenomen hebben voor de compilatie ‘After Twilight’ (Halloween in June). Er staan ook twee onuitgegeven composities op van toetsenist Christophe Den Tandt. De overige nummers zijn allemaal van de hand van zanger Michel Sordinia.

Het lijkt erop dat The Names weer onnoemelijk veel te laat zijn met deze cd. Het is eigenlijk een anachronisme, zelfs volledig achterhaald. Klassieke new wave, eigenlijk. Nummers als ‘Flesh Wounds’, ‘I Am The Rain’, ‘The Fall’… zijn stuk voor stuk pareltjes in het genre. ‘Zeroes’ wordt opgedragen aan Martin Hannet (‘Zeroes choose to climb the wall of sound’). Op het slotnummer ‘In Time’ worden zelfs de strijkers boven gehaald, met een heel fraai resultaat.

Een beetje rebels, maar ook ingetogen, melodisch en melancholisch, is dit bedoeld voor liefhebbers van goede oude new wave. Maar, tenzij ik me vergis, is dit ook het profiel van menig Dark Entries lezer. En wat dat betreft is het een voltreffer.

The Names op Factory Benelux

The Names: Swimming

Blijkbaar in de wolken door onze lovende recensie van ‘In Time’, dat materiaal verzamelt dat The Names opgenomen hebben tussen 1995 en 2014, heeft Factory Benelux ons gevraagd om ook de oorspronkelijke plaat ‘Swimming’ uit 1982 te bespreken. Assertief als we zijn hebben we sowieso moeite om neen te zeggen, maar op zo’n voorstel gaan we zelfs met vreugde in. Want ‘Swimming’ is in feite een klassieker uit de Belgische new wave. En het kan geen kwaad om dit stukje vaderlandse muziekgeschiedenis even te recapituleren.

Ze ontstaan in het magische jaar 1977 onder de naam The Passengers, oorspronkelijk met Isabelle Hanrez aan de zang, en speelden covers van The Velvet Underground en Richard Hell. Ze beginnen ook al vrij snel eigen nummers te schijven en winnen zelfs een talentenjacht. Na het vertrek van Hanrez neemt bassist Michel Sordinia de zang over. Na een succesvol optreden voor de BRT-radio krijgen ze een aanbod om een eerste single op te nemen.

In de tussentijd veranderen ze hun naam in The Names, nadat ze een bericht hadden gelezen dat er in het Verenigd Koninkrijk al een groep met de naam Passengers aan het werk was. (Een maat voor niets, zou snel blijken, want de Britse Passengers zou geen lang leven beschoren zijn.)
De eerste single werd kritisch goed ontvangen, maar verkocht niet erg. Wellicht was het geluid iets te melancholisch voor de typische post-punk scene, en dan weer te alternatief voor het grote publiek. Hoe dan ook brengt de single het breekpunt als Sordinia tijdens een concert van Joy Division in Brussel een exemplaar doorspeelt aan Joy Division-manager Bob Gretton. Een paar weken later krijgen ze het aanbod om een single op te nemen voor Factory, waar de groep prompt op inging (tegelijkertijd een gelijkaardig aanbod van Fiction weigerend waarvan Sordinia later zou toegeven dat het commercieel voordeliger zou zijn geweest).

Hoe dan ook, het is de link met Factory Records en met Joy Division-producer Martin Hannett die de groep legendarisch zou maken en zou zorgen dat er tot op de dag van vandaag over hen gesproken wordt. Al snel komt de eerste single uit: ‘Nightshift’, dat de groep in positieve zin doet opvallen. Sordinia zou later een boekje open doen over de soms moeilijke samenwerking met Hannett, zonder daarom zijn uitzonderlijke waarde teniet te doen. Zo had Hannett acht maanden nodig om de volgende single - het legendarische ‘Calcutta’, nog steeds één van de beste nummers van de groep - te mixen.

Toen de groep in 1982 naar Manchester kwam om er hun debuutalbum op te nemen, weigerde Hannett de demo’s op voorhand te beluisteren. De opnames verliepen soms moeizaam, en de groep was niet over de hele lijn gelukkig over de aanpak van Hannett. Als de plaat uitkwam - niet op Factory, maar op Les Disques Du Crépuscule dat aan Factory verwant was - was de Britse scene al nieuwe wegen op aan het zoeken. Joy Division werd New Order, The Cure was met Pornography de kant van de pikzwarte gothic opgegaan…

Het succes was dan ook minder dan verwacht, en bleef vooral beperkt tot de Benelux en Frankrijk. Spijtig, want de Names hadden beter verdiend. Nummers als ‘Discovery’, ‘The Fire’, ‘Life By The Sea’ en ‘Light’ zijn uitstekend, al verraden nummers als ‘Shanghaï Gesture’ nog een beetje een gebrek aan maturiteit.

Deze cd-versie houdt behalve de originele plaat ook nog de singles ‘Calcutta/Postcards’ en ‘Nightshift’ in, absolute klassiekers en zelfs de beste nummers op de cd. Maar je krijgt niet - zoals op eerdere edities - de volledige verzameling singles uit dit tijdperk mee. In de plaats daarvan krijg je de opnames van een John Peel Session met nummers uit ‘Swimming’.

Na een laatste single ‘The Astronaut’ hield de groep het voor bekeken. Ook hier zou Sordinia later van zeggen dat ze met iets meer doorzettingsvermogen wellicht verder geraakt waren. Al zou hier nog een mouw aan gepast worden, met een reünie van een aantal bandleden onder de naam ‘Jazz’ in 1995, hun optreden op ‘A Factory Night (once again)’ in 2007 en de cd ‘Monsters Next Door’ in 2009. Opnames uit de laatste twee cd’s vinden jullie op de recent verschenen verzamelaar ‘In Time’, waarvan u de bespreking elders op deze site vindt.

The Names op Factory Benelux