zondag, oktober 20, 2013

Shadowplay 2011: op de derde dag...

Al twee dagen Shadowplay achter de kiezen. Op de derde dag hebben we wat meer moeite om op tijd te komen en dus mis ik noodgedwongen The Thieves of Silence en NTRSN. The Merciful Nuns zijn het nieuwe project van Artaud Seth van The Garden Of Delight. Hij ziet de groep als een hommage aan de klassieke gothic-rock, en dat is ook wat ze ons hier voorschotelen. Minder metalgericht als zijn voorganger, brengen The Merciful Nuns een fijne show die ook visueel goed in elkaar steekt.

Jan Dewulf mocht verleden jaar al op het Gothic festival optreden met Mildreda, maar met Diskonnekted gaat hij bredere horizonten tegemoet. De basis is nog steeds electro, maar de groep verweeft verschillende soorten elektronische muziek in zijn geluid. De recente toevoeging van een gitarist zorgt eveneens voor een breder spectrum, zowel in de hardere als in de meer atmosferische stukken.

‘Let’s get in the mood for some deathrock-like music.’ En of! Met hun optreden bewees Bloody, Dead and Sexy niet enkel dat ze trouw zijn aan het concept van de klassieke deathrock, maar ook dat ze ondertussen zelf mee de norm bepalen in het genre. Donkere muziek met scherpe gitaren waarop het publiek duidelijk uit de bol ging. (Toch alvast het deel dat voor mij, al stond ik zelf ook ergens van voor).

Naar verluid was het optreden van Plastic Noise Experience een waar feestje, al ben ik daar zelf geen getuige van geweest.

Ulterior wordt vaak vergeleken met The Sisters of Mercy. Ze spelen met drumcomputer, bas, gitaar en de zanger is een irritante etter met een leren jekker. En rock-n’-roll-attitude! Hij lacht het publiek uit, smijt zijn microstatief pardoes op de grond en gooit zijn bekertjes in de menigte, woehoe! Als deze groep inderdaad de grootste rockgroep op de planeet wil worden, dan valt er nog een lange weg te gaan.

Nadat Nitzer Ebb in 1995 uit elkaar ging, trok zanger Douglas McCarthy zich terug uit de muziekwereld. Een ontmoeting met de Franse technoster Terence Fixmer deed hem op die beslissing terugkomen, en sindsdien laat het duo onder de naam Fixmer/McCarthy regelmatig donderende beats op de wereld los, die de dansers zeker niet onberoerd laten.

Ik herinner me nog hoe The Cranes eensklaps groot werden toen ze in het voorprogramma van The Cure speelden in hun Wish-tour. The Cranes hadden toen een uitstekende eerste plaat afgeleverd met ‘Wings Of Joy’. Na een paar platen vond ik dat de groep te ver afgegleden was van het oorspronkelijke idee, en hield ik hen voor bekeken. Ik vroeg me dus af wat ik van hun optreden kon verwachten, en het werd een zeer positief weerzien. De groep is inderdaad geëvolueerd naar melancholische gitaar-shoegaze, maar het resultaat is uitstekend, donker een meeslepend. En ook een fijn contrast met de luidere groepen op het festival.

Vive La Fête heeft zich van in het begin laten beïnvloeden door uiteenlopende muziekstijlen als New Wave, Neue Welle en Nouvelle Vague. En dus hoeft het niet te verwonderen dat ze ook populair zijn in de zwarte scene. Hun nummers blijven steeds binnen een scherp afgelijnd concept: korte teksten, een dansbare synthbas, afwisselend zang van Danny Mommens en Els Pynnoo. Maar live maakt de groep zijn naam helemaal waar.

Clan Of Xymox komt dan weer echt uit de jaren tachtig, waarin ze snel furore maakten met hun melancholische new wave. Ze tekenden op het legendarische 4AD en waren bevriend met grote namen als Dead Can Dance. In Kortrijk beginnen ze hun optreden met recenter werk. De groep heeft in mei immers nog een nieuwe cd uitgebracht: The Darkest Hour, dat duidelijk elektronischer van klank is. Later op het optreden pakken ze uit met klassiekers als Louise, There’s No Tommorow, Back Door, en als toegift – omdat we zo braaf geweest zijn – een zoals steeds sublieme versie van A Day.

Als lid van Joy Division en New Order heeft Peter Hook muziekgeschiedenis geschreven. Zijn basstijl heeft talloze muzikanten beïnvloed. Hij heeft nu een nieuwe groep opgericht om Unknown Pleasures in zijn volledigheid te spelen. Ongetwijfeld lucratief, maar niet volledig gespeend van hypocrisie aangezien Hook, samen met de nu door hem verfoeide Bernard Sumner, oorspronkelijk van mening was dat deze plaat veel te zwaar en deprimerend was. Nu, wat ook de motieven en de bijhorende ruzietjes met de andere bandleden mogen zijn, wij zijn met deze muziek opgegroeid en dus laten we het ons allemaal welgevallen. Hook begint zijn set met een paar nummers uit de prille begindagen – No Love Lost, Leaders of Men, Glass, Digital – om dan over te gaan tot het beloofde hoofdgerecht: de integrale uitvoering van Unknown Pleasures. We gaan het niet allemaal opsommen, u kent de plaat ook. Als eerste toegift krijgen we een paar rustigere nummers (Atmosphere en Ceremony) en hij sluit af met twee vette hits: Transmission en – vanzelfsprekend – Love Will Tear Us Apart. Met zo’n setlist kun je nu eenmaal niet veel mis doen, zeker niet als je het ook nog eens heel goed en intens brengt. Binnenkort breidt Hook er nog een exra tour met Closer aan (ja, we verdenken hem ervan zijn financiële belangen niet uit het oog te verliezen). Maar nostalgie, legende en steengoede muziek... dat volstaat voor een superafsluiter van een superfestival. Hopelijk volgend jaar meer van dat.

zondag, oktober 13, 2013

Looking for Europe. The history of Neofolk. (Andreas Diesel, Dieter Gerten)

‘Er is geen andere scene naast ons die op esthetisch vlak zoveel doet om als ‘rechts’ aanschouwd te worden en zich dan zo onbegrepen of beledigd voelt als een buitenstaander inderdaad tot die conclusie komt.’ Dit citaat uit ‘Looking for Europe. The history of Neofolk’ van Andreas Diesel en Dieter Gerten zou weleens de ultieme samenvatting van het boek kunnen zijn.

Looking for Europe is een indrukwekkend werk, dat poogt om de belangrijkste aspecten en groepen uit de Neofolk op een rijtje te zetten. Het is het zusterboek voor ‘Looking for Europe. The Neofolk Compendium’, een schitterende compilatie die op vier cd’s de geschiedenis van en de belangrijkste groepen uit de Neofolk verzamelt. Ook de cd-verzameling hield al een behoorlijke uitleg van bijna 40 bladzijden in over Neofolk. Is een volledig boek er dan niet wat over? Neen, absoluut niet. Van dit boek van 500 bladzijden is geen blad overbodig. Het is zelfs zo goed dat je er spijt van hebt als je het uit hebt.

Het boek is opgedeeld in drie delen. Een eerste deel geeft een inleiding en een overzicht van de belangrijkste invloeden, van de wortels in de Gothic en Industrial scenes tot de belangrijkste voorgangers. In een tweede deel komen de belangrijkste groepen aan bod. Let wel, er komen minder en soms andere groepen aan bod dan op de cd’s, maar de diepgang met dewelke ze besproken worden is onovertroffen. De auteurs weten elk nummer te plaatsen en geven u tekst en uitleg bij elke historische of literaire referentie. In een derde deel worden een aantal hete hangijzers verder uitgediept, zoals de spirituele fascinaties of het gekoketteer met fascistische symbolen en ideeën.

Hangijzers die eigenlijk als een rode draad doorheen het hele werk lopen. Blijkbaar houden de vele extreemrechtse verwijzingen niet enkel buitenstaanders bezig, maar ook de aanhangers van het genre zelf. Bijna elk interview houdt een vraag in over de vele verdenkingen van extreemrechtse sympathieën waarmee het genre geconfronteerd worden. Sommige groepen - zoals Kirlian Camera - worden vooral besproken omwille van die verdenkingen, en niet zozeer omwille van de muziek.

Het is duidelijk de bedoeling van de auteurs om te bewijzen dat van die aantijgingen niets aan is. Ze doen hieromtrent heel verdienstelijk werk en weten me grotendeels te overtuigen. Want zelf heb ik ook al vaak sceptisch toegekeken naar wat zich in de Neofolk allemaal afspeelt en naar de ware obsessie die deze groepen hebben met fascistoïde ideeën. Maar, zo stellen de auteurs met verve, het thematiseren van deze donkere zijde van de geschiedenis en van de menselijke geest hoeft niet te betekenen dat men met dit gedachtegoed sympathiseert.

De kritiek, zo valt te lezen, komt vooral van linkse atheïsten, een groep waar ikzelf me prima in kan vinden. Zij staan meteen op de barricades van zodra iets er fascistisch uitziet, en begrijpen geen knijt van de spirituele achtergrond die Neofolk beweegt. Laat me op dat laatste punt alvast schuld bekennen. Ik loop eigenlijk niet zo hoog op met zaken als metafysica en alchemie, en de idiote fascinatie voor magick en runen begrijp ik al helemaal niet.

Wat de fascistische verwijzingen betreft, moet ik zeggen dat het me soms afstoot, maar ook een zekere aantrekkingskracht heeft. Het is zeker één van de redenen waarom ik het boek gekocht heb. Zo heb ik na het lezen van dit boek geen enkele moeite om te begrijpen dat een groep als Strength Through Joy - dat zijn naam afleidt van de fascistische organisatie Kraft Durch Freude - vooral gedreven is vanuit een historische interesse, net zoals The Moon Lay Hidden Beneath A Cloud en Der Blutharsch, die ook vele referenties naar nazisme en fascisme in hun werk verweven hebben.

De critici krijgen het verwijt om zich altijd op dezelfde feiten te fixeren en het groter geheel niet te willen zien. Maar de auteurs lijken van hun kant soms belangrijke feiten eveneens te willen minimaliseren. Zo wordt het lidmaatschap van Tony Wakeford (Sol Invictus) tot het Britisch National Front amper het vermelden waard geacht. Ook al weet ik dat Wakeford zich al duizendmaal heeft moeten verantwoorden voor iets dat hij zelf als ‘waarschijnlijk de grootste stommiteit in mijn leven’ omschreven heeft, het hoort thuis in het debat. Ik moet anderzijds toegeven dat het deel over Death In June - die hier als ‘de zwanezang van het fascisme’ omschreven worden - bijzonder goed onderbouwd is, ook al heb ik nog steeds mijn twijfels bij het stuk over het bezoek van Douglas Pearce aan Kroatië, dat hier als louter liefdadigheid wordt omschreven.

Meer moeite heb ik met de behandeling van Boyd Rice. Deze operettemisantroop die openlijk voor zijn sociaal-darwinistische en elitaire ideeën uitkomt, wordt gemakkelijk vrijgepleit met het argument dat het gemiddelde managementboek evenveel sociaal-darwinisme inhoudt als zijn controversiële uitspraken. Met dergelijke sneren aan de management-ideologie ben je bij mij natuurlijk aan het juiste adres, maar het is toch wat kort door de bocht. Bovendien lezen we dat ‘hij bij ons weten geen racistische, antisemitische of homofobe uitspraken gedaan heeft’. Bekijk dan nog even het videofragment waarin Boyd zich trots als een vertegenwoordiger van de ‘underground racial music’ voordoet en ook zijn kameraden uit Current 93 en Death In June mee in bad trekt.

Maar wat ook de tegenargumenten - die zoals gezegd niet echt uitgediept worden - zijn, de auteurs sloven zich uit om te bewijzen dat hier geen werkelijk fascisme achter schuilt, dat het meer om een interesse gaat om de schaduwkanten van de geschiedenis en de mensheid gaat. Enkel Josef Klumb van Von Thronstahl lijkt geen genade te vinden in hun ogen, maar hier wordt wederom niet dieper op ingegaan.

Het is dan ook interessant om even in te gaan op de vele invloeden, die uitvoerig beschreven en uitgelegd worden. Het refereren naar occulte schrijvers of geschiedenis is een belangrijk aspect van de Neofolk. De invloeden zijn legio, maar een aantal referenties - schrijvers, filosofen, historische figuren, films - komen bij verschillende groepen steeds opnieuw terug, en vormen een soort ‘canon’ van verwijzingen. Ik citeer hier een aantal namen die verschillende keren terugkomen in het boek:
  • Friedrich Nietsche: de invloedrijke Duitse filosoof en bedenker van de ‘übermensch’ hoeft amper voorgesteld te worden. Hoewel Nietsche op zich niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor wat de nazi’s van hem gemaakt hebben, kan het geen kwaad om in dit verband even Leszek Kołakowski te citeren: ‘de nazi’s hebben hun übermenschen opgedragen om ‘de wil tot macht’ te lezen, en het baat niet om te zeggen dat dit puur toeval was en dat ze even goed ‘kritiek van de zuivere rede’ hadden kunnen kiezen.’
  • Ernst Jünger: een controversiële Duitse schrijver die aanvankelijk sterk nationaal-revolutionair gericht was, maar met de nazi’s brak toen ze de macht grepen. Later schreef hij werken over de ‘waldganger’ en de ‘anarch’, over types van individuen die zich van de rest van de maatschappij afzonderen om hun eigen gang te gaan.
  • Julius Evola: een anti-egalitair en antidemocratisch Italiaans filosoof en esotericus die dicht bij de fascisten stond en een terugkeer naar een sterk hiërarchische traditionele maatschappij voorstond.
  • Ezra Pound: een Amerikaans modernistisch dichter die in het interbellum naar Italië verhuisde en er zijn steun voor Mussolini uitsprak, alsook voor andere fascistische figuren als Hitler en Oswald Mosley.
  • Yukio Mishima: een Japans extreemrechtse schrijver die drie keer genomineerd werd voor de nobel-prijs literatuur. Hij pleegde hara-kiri na een mislukte couppoging door zijn privémilitie, de Tatenokai.
  • Aleister Crowley: een Brits occultistisch schrijver, die zichzelf zag als gronder en profeet van de thelemitische religie, en ook een vooraanstaand lid was van de Ordo Templi Orientis.
  • Karl Maria Wiligut: Oostenrijks occultist en SS-brigadeleider die een belangrijke rol speelde in de esoterische fantasieën van Heinrich Himmler, onder meer in de heropbouw van de Wewelburg, dat ze wilden uitbouwen tot ‘centrum van de wereld’.
  • Hermann Hesse: Zwitserse nobelprijs literatuur, auteur van onder meer ‘Siddharta’ en ‘De steppewolf’. Hij waarschuwde al vanaf de jaren 20 voor het opkomend fascisme in Duitsland.
  • Leni Riefenstahl: Duitse filmregisseur die vooral bekend is van nazi-propagandafilms als ‘Triumph des Willens’.
  • Corneliu Codreanu: stichter van de fascistische IJzeren Garde, een gewelddadige en antisemitische beweging in het interbellum in Roemenië.
  • Austin Osman Spare: een Engelse occulte kunstenaar. Na kort in de omgeving van de eerder vernoemde Crowley te hebben vertoefd, ontwikkelde hij zijn eigen esoterische filosofie.
  • Oswald Spengler: Duits conservatief schrijver, vooral bekend van ‘De ondergang van het avondland’ waarin hij een pessimistisch beeld gaf van een Europa in verval. Stond aanvankelijk achter de nazi’s, maar keerde zich later van hen af, onder meer omwille van hun rassenleer.
  • The Wicker Man: een Britse horrorfilm uit 1973, waarin een politieagent op zoek gaat naar een verdwenen meisje en op een eiland terechtkomt waar een mysterieuze heidense cultus bedreven wordt.
  • Il portiere di notte: een controversiële Italiaanse film uit 1974 over een overlevende van een concentratiekamp die een sadomasochistische relatie aangaat met een voormalige SS-officier.
Het lijkt er sterk op dat de canon van referenties in de Neofolk sterk naar rechts toe neigt. Ze lijken er ook door geobsedeerd om verbrande figuren te rehabiliteren, waarbij ze de literaire en filosofische verdiensten van mensen als Evola, Pound of Mishima los van hun fascistische voorkeuren willen beschouwen. Anderzijds is deze keuze ook sterk esoterisch, spiritueel en traditionalistisch beïnvloedt. Deze voorkeuren kunnen niet anders dan ook iets zeggen over de aanhangers van het genre, al hoeft dat van hen nog geen nazi’s te maken.

In het laatste deel wordt erop gewezen dat de neofolkers erg individualistisch en anticonformistisch zijn, op het elitaire en zelfs misantropische af. Dat is ook de reden waarom ze volstrekt ongevaarlijk zijn, wat hun fascinaties en obsessies ook zijn. Als ze zich steeds van elk kuddegevoel afzetten, kan er geen grote volksbeweging uit voortvloeien. Maar het is een ongemeen interessante subcultuur, die een reële diepgang inzake geschiedenis, literatuur en filosofie inhoudt. En die diepgang wordt in dit boek prima uiteengezet. Enkel daarom al zou ik deze ‘Looking for Europe’ aanraden.

The Revolutionary Army Of The Infant Jesus: After The End

Eén van de mysterieuste groepen die je kan indenken. Zelfs op internet valt er vrij weinig te vinden over dit geheimzinnig project. Laat ons zeggen dat deze uitgave eigenlijk al meer vrijgeeft dan we ooit eerder hadden geweten. Twee van deze cd’s werden eerder al uitgegeven door het cultlabel Apocalyptic Vision (herinner je Sopor Eaternus in zijn/haar begindagen). Toen kregen we amper informatie over de herkomst van de muziek.
 
Deze keer krijgen we bij elke cd toch al de informatie over de plaats van opnames en het jaar waarin het opgenomen is. Bovendien krijg je een korte tekst waarin een fan vertelt over een optreden van de groep, waarbij de leden achter een papieren scherm schuil gingen, om op het einde door het papier te breken. We kunnen er alleszins uit afleiden dat de groep uit Liverpool komt en veel inspiratie haalt uit religieuze thema’s.
 
Tegenwoordig heeft The Revolutionary Army Of The Infant Jesus een facebook-pagina en zelfs een YouTube-kanaal, maar je zal er niet te weten komen wie achter het project zit. Wel komen we te weten dat de naam afkomstig is uit de film Cet obscur objet du désir, waarin het een terroristische groepering aanduidde. Er bestaat blijkbaar een grote consensus dat de muzikale referenties van de groep Current 93 en Dead Can Dance zijn, al ligt het dichter bij de eerste groep als bij de tweede.
 
‘The Gift of Tears’ is de eerste cd uit de box. Het is in 1987 opgenomen in Liverpool. De muziek is psychedelisch en hypnotisch, met nadruk op folkgitaar, fluit en mantrische gezangen. De religieuze inspiratie valt niet te ontlopen, getuige titels als ‘Come Holy Spirit’ en ‘Communion’. De cd klinkt als een mix van een oude hippie folkband en een kerkmuziekensemble.
 
‘Mirror’ is de tweede plaat van de groep en dateert uit 1991. Het gaat verder op de ingeslagen weg, maar klinkt meer matuur. Er is een grotere rijkdom aan klanken, meer percussie, elektronische begeleiding en samples en het geluid is gewoon beter. De cd bevat onder meer een vreemde en originele adaptatie van een psalm van Joseph Gelineau, een jezuïet en musicoloog die een eigen methode had ontwikkeld om psalmen op muziek te zetten.
 
‘A Rumour Of Angels’ is de nieuwe cd uit de box. Niet zozeer omdat alle muziek erop nieuw is - het zou opgenomen zijn tussen 1994 en 2013 - maar omdat de cd nog niet uitgegeven was. Het begint met een lang elektronisch stuk met samples uit hun eerder werk: ‘Cantata Sacra’. Je vindt er ook de twee nummers uit ‘La Liturgie Pour La Fin du Temps’, die als bonus tracks werden opgenomen bij vroegere uitgaven van de groep, alsook drie van de vier nummers van de ep ‘Paradis’ uit 1995. (Waarom niet alles, opdat de collectie volledig zou zijn?) Het eindigt met twee onuitgegeven nummers: ‘Suspended Upon A Cross’, een traditioneel lied rond witte donderdag, en het origineel nummer ‘After The End’.
 
Met deze box haal je in één keer het quasi-totale oeuvre van RAIJ in huis. Ondertussen werkt de groep aan een nieuwe cd. The Revolutionary Army Of The Infant Jesus is zeker aan te raden voor fans van Current 93 en Dead Can Dance, maar ik moet wel opmerken dat het geluid vaak stoffig klinkt en dat de nummers soms te langdradig zijn, zodat ze het niveau van de één noch van de andere halen.
 
 
 

ASP: Maskenhaft. Ein Versinken in elf Bildern

Het langverwachte tweede deel van de Fremder-zyklus van ASP. We waren al heel lovend over het eerste deel en de GeitErfahrer-ep (deel 1.1). Wat te denken dan van dit nieuwe deel?
 
De cover vind ik persoonlijk niet zo mooi, ook al weet ik dat ASP er veel zorg aan besteedt. Ze bedanken ons zelfs om de fysieke cd te kopen zodat ze de artwork erbij kunnen maken. Ook het feit dat dit een dubbel-cd is, maar in feite twee verschillende mixen van dezelfde cd, is iets waar ik mijn twijfels over heb. De Relief Abmischung is zogezegd bedoeld voor uw stereo, terwijl de Plakat Abmischung u een beter geluid zou verzekeren in de auto of op uw mp3-speler. Heel attent, maar ik stoor me niet zo aan de verschillen in geluid tussen de verschillende speelwijzen, en vermoed dat deze nobele attentie weinig navolging zal krijgen.
 
De muziek dan. De cd begint sterk met ‘Augenaufschlag’, dat wat herinnert aan de meer folky behandeling op ‘Zaubererbruder’. (Ik heb trouwens nooit begrepen waarom Alexander Spreng beweerde dat hij dit meesterwerk liever niet onder de naam ASP had willen uitbrengen.) ‘Die Kreatur mit den stählernen Maske’ doet natuurlijk denken aan de man met het ijzeren masker, net als de cover van de cd.
 
De thematiek is nog steeds dat van het zich ‘vreemd voelen’ in de wereld. Dat de nieuwe cyclus bedoeld is als een vervolg op de zeer succesvolle cyclus van de ‘Schwarze Schmetterling’, valt uit de teksten af te leiden. De referenties komen vrij expliciet aan bod in nummers als ‘Aufbruchstimmung (Herzjagd)’ en ‘Das Märchen vom Wildfang-Windfang’. Ook opvallend zijn de geëlaboreerde pianostukken op ‘Wanderer’ en ‘Schneefall in der Hölle’.
 
Voor de eerste keer heeft Spreng alle nummers chronologisch afgewerkt, volgens een schema dat hij voordien voorhanden had. En hier schuilt ook de zwakheid van deze plaat. Het lijkt erop dat Asp op automatische piloot stond bij het maken van deze cd. Het klinkt typisch ASP, maar echte kleppers als ‘Ich will brennen’, ‘Und wir tanzten’ of ‘Ballade von der Erweckung’ zal je hier tevergeefs zoeken.
 
Daarom moet ik noodgedwongen tot het besluit komen dat dit niet de sterkste ASP-plaat ooit is. Verassend, want ik voorganger ‘GeistErfahrer’ blijf ik een subliem werkstuk vinden. Deze cd is lang niet slecht, en ASP kan zich nog steeds één van de interessantste gothic-acts van het ogenblik noemen. Maar ze hebben in het verleden beter gedaan, en dus moet u deze cd vooral als een aanvulling beschouwen aan uw reeds goed gevulde verzameling ASP-cd’s.
 

Kentin Jivek & Miro Snejdr: Voir dire

Deze cd valt met de deur in huis, met het bezwerende piano en accordeon, strijkers, lichte percussie… Allemaal in een heerlijk duistere sfeer, de sfeer van een bruin café waar in deze vroege uurtjes het rookverbod niet meer van tel is en menig stamgast nog boven zijn laatste glas uitstaart en zich afvraagt wat hij met de komende dag zal aanvangen, mocht er nog iets mee aan te vangen zijn.
 
Ik heb al een paar cd’s van Kentin Jivek besproken, maar deze is zonder twijfel de beste. Dat ligt niet in het minst aan de samenwerking met Miro Snejdr. In 2012 werkten de heren al samen voor de ‘Dois ep’, nu pakken ze alles uit voor ‘Voir Dire’.
 
Kentin Jivek maakte totnogtoe atmosferische ambient-folk die niet van enig experiment vies was. De teksten zijn deze keer volledig in het Frans, met slecht af en toe wat achtergrondzang in het Engels. Hij die vroeger als trots polyglot zijn platen in Babylon spraak inzong. Het is een positieve keuze. De teksten klinken geheimzinnig en diep, perfect in samenhang met de muziek. Jivek hangt nog steeds de crooner uit, maar zijn stem klinkt beter dan ooit tevoren.
 
Het verhaal van Miro Snejdr is enigszins ongerijmd. Deze pianist uit Slovakije had nummers van Death In June bewerkt voor piano en online gezet. Douglas P. heeft er lucht van gehad en heeft Snejdr uitgenodigd om samen een cd op te nemen, waarin hij zich enkel liet begeleiden door de piano van Snejdr: Peaceful Snow.
 
Op 'Voir Dire' lijkt het er op dat Snejdr voor een groot deel van de muzikale omzetting verantwoordelijk is. De piano en accordeon zijn volledig van zijn hand, en klinken absoluut prachtig. Ik vermoed dat Snejdr ook de man is echter de jazzy drums, die de donkere sfeer nog versterken. Slechts hier en daar hoor ik gitaar doorschemeren.
 
De plaat klinkt als een mix van chanson, cabaret, folk, avantgarde en croonermuziek, tegelijk retro en tijdloos. Het is bovendien van heel hoog niveau en laat je hunkerend naar meer achter. Kortom, de heren hebben hierbij een klasseplaat afgeleverd.
 
Kentin Jivek & Miro Snejdr



Camerata Mediolanense: Vertute, Honor, Bellezza

Voorwaar een opmerkelijke cd, deze vierde studio-cd van Camerata Mediolanense: het Milaanse Kamermuziekensemble. Vijftien jaar na voorganger ‘Madrigali’ gaat het voort op de ingeslagen weg, maar is het nog een stuk geraffineerder. Reden voor het lange wachten is het doctoraat in musicologie van Elena Previdi, de componiste van de groep, en het lang vaag blijven van een project voor een opvolger voor ‘Madrigali’.
Na eerder al het werk van Dante onder handen te hebben genomen, is deze cd opgebouwd rond de poëzie van Francesco Petrarca. Petrarca was een Italiaanse dichter die wel eens de vader van het humanisme genoemd wordt, omwille van zijn studie van klassieke teksten waaronder onuitgegeven briefwisseling van Cicero.
Op een mooie dag ontmoette Petrarca de mooie Laura de Sade in een kerk in Avignon, en werd op slag smoorverliefd. Dat Laura reeds getrouwd was deed er niet toe, hij begon liefdesgedichten voor haar te schrijven. Door één bijna banale ontmoeting bleef hij tot na haar dood gedichten aan haar opdragen, die uiteindelijk gebundeld werden in de dichtbundel ‘Canzoniere’. Het werd een klassieker van poëzie voor een ideale en onbereikbare liefde, dat zelfs aanleiding gaf tot het woord ‘petrarkisme’. Het verhaal zegt ook dat de markies De Sade, een nazaat van Laura, erg onder de indruk was van de gedichten toen hij die in de gevangenis las.
‘Vertute, Honor, Bellezza’ staat voor ‘Deugd, eer, schoonheid’ en is opgebouwd rond gedichten uit Canzoniere. De groep Camerata Mediolanense bestaat uit een kerngroep van 4 muzikanten: Elena Previdi, 3vor, Marco Colombo en Manuel Aroldi, maar maakt daarnaast gebruik van sessiemuzikanten en verschillende zangers en zangeressen. Het resultaat is zonder meer prachtig: vloeiende muziek die meestal rond een elektronische basis opgebouwd wordt, maar soms ook met klassieke instrumenten als harp, viool en trompet, en met in de eerste plaats veel aandacht voor de zang. De zanglijnen zijn zeer gesofisticeerd en de samenzang tussen de solostemmen en het koor is zeer doordacht. Een paar van de hoogtepunten zijn ‘Dolci Ire’, ‘O Mia Stella’ en ‘Quest'anima Gentil’.
De cd is versierd met schilderijen van Saturno Buttò, die een eigen blik werpt op de religieuze en historische context van de liederen, en op de positie van de vrouw in het bijzonder. Niet verwonderlijk, gezien het thema van de gedichten van Petrarca.
Er bestaat ook een driedubbele-cd uitgave in boekformaat van ‘Vertute, Honor, Bellezza’, waarin je nog twee singles hebt die samen met hoofdwerk de Petrarca-trilogie van de groep moeten vormen. Eén single houdt ook ‘Canzone alla Vergine’ in, het nummer waarvoor de eerste video ooit van Camerata opgenomen is. Wie meteen alles van Camerata Medionalense in huis wil halen kan met de cd box de volledige discografie in een paar muisklikken bestellen.
Camerata Mediolanense

Beluister hieronder de hele cd:


Samsas Traum: Best Of - Leben Bedeutet Kämpfen

Een verzamel-cd samenstellen kan soms een hachelijke onderneming zijn. In principe moet je enkel de beste nummers uit een bepaalde periode van een groep samenvoegen, maar succes is niet altijd gegarandeerd.
 
Pak nu deze nieuwe verzamelaar van Samsas Traum. Samsas Traum heeft er eigenlijk al een handje van weg om na een succesvolle cd nog een paar extra uitgaven uit te brengen die de indruk wekken dat er vooral geld in het laadje moet komen. We zagen dat al na het fantastische ‘Anleitung zum Todsein’, en nu opnieuw na het schitterende ‘Asen'ka - ein Märchen für Kinder und solche, die es werden wollen’. Voor de eerste nieuwe uitgave na Anen'ka, ‘Niemand, niemand anderem als dir’, met neoklassieke interpretaties van de nummers van Asen’ka, zijn we relatief mild geweest: het is een onderhoudende cd die heel mooi verpakt is.
 
Wat dan met deze nieuwe 'Best Of'? Ook hier is de verpakking weer heel erg de moeite waard: een dubbel-cd in 7'-formaat met uitvoerige biografie, discografie en een multitude van foto’s met uitleg. Alles weliswaar in het Duits, maar we gunnen ons het recht om een klein extract te vertalen uit de begindagen van Samsas Traum: ‘Kaschte geloofde vast in zijn succes en ging ervan uit, dat het vanaf nu regelmatig geld ging regenen. Hij smeet zijn spaargeld in een aanval van rockster-waanzin door het venster en kocht zich een fiets, een televisie en een dvd-speler. Natuurlijk brak op dit ogenblik de geldstroom weg – er volgde een zenuwslopende droge tijd in Alexander Kaschtes portemonnee, een fase, waarin hij vaak rijst met kruidenblokjes at, van zijn vrienden hulp in de vorm van noedels aannam en in een zichtbaar slechte wijk van Marburg moest intrekken.’
 
De cd is vrij duur – meer dan dertig euro – en men mag zich afvragen welk doelpubliek Trisol net wil bereiken: de trouwe fans die alles van Samsas Traum kopen, of nieuwe geïnteresseerden die een overzicht van het oeuvre van de groep willen. In beide gevallen lijkt het concept wat vreemd. Zullen trouwe fans enkel voor de verpakking en het instrumentele onuitgegeven nummer (Leben Bedeutet Kämpfen) dit werk in huis halen? Of zullen de nieuwe geïnteresseerden zich laten verleiden om een dure uitgave in boekformaat te kopen?
 
De cd begint – en zo hoort het ook – met het citaat waarin Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte en merkte hij dat hij in zijn bed veranderd was in een gigantische kever (uit Kafkas roman de gedaanteverwisseling, waarnaar Alexander Kaschte zijn project noemde). Mij lijkt evenwel dat de eerste excursies van Kaschte in de black metal nog vrij chaotisch klinken, ook al houden ze ‘’Satanshimmel voller Geigen’ en ‘Für Immer’ in, twee zeer sterke nummers. Maar hier knelt het volgende schoentje: de compilatie bestaat wel degelijk uit de bekendste en favoriete nummers, maar dat zijn keer om keer de hardere nummers, zodat je geen zicht krijgt op het volledige spectrum dat Samsas Traum bestrijkt met zijn muziek.
 
Dit wordt in het bijzonder duidelijk bij de keuze van de nummers uit ‘Tineoidea Oder: Die Folgen Einer Nacht’ of ‘A.Ura Und Das Schnecken.Haus’. Uiteraard moesten nummers als ‘Die Zärtlichkeit der Verdammten’ en ‘Endstation Eden’ op deze compilatie prijken, maar het had geen kwaad gekund om er ook wat meer symfonische en melodische nummers bij te plaatsen. (Waarom niet ‘Ich Wünsch' Mir, Dass Das Zebra Schweigt’, toch ook een publiekslieveling?) Het prachtige 'Tineodea' is een uitzondering op deze regel.
 
Alle cd’s uit de discografie van Samsas Traum krijgen exact drie liedjes toegemeten. Behalve het grotendeels akoestische ‘Wenn Schwarzes Regen’ dat er slechts twee krijgt waarvan één opnieuw een rockend nummer is. Opnieuw: angst om nummers te plaatsen die uit de toon springen? Naast het overzicht van hits krijg je op elke cd een paar bonusnummers, die van bonus-cd’s afkomstig zijn. Maar ook hier: de echte fans hebben die al en de anderen zullen er niet om malen.
 
Een verzameling goede nummers is nog niet noodzakelijk een goede verzameling. Deze cd valt in de val van de compilatie: door enkel voor de meest voor de hand liggende hits te kiezen, komt slechts één aspect van de groep aan bod. Daarom raad ik enkel de overtuigde fans aan om deze cd te kopen. Wie een eerste kennismaking met Samsas Traum wil is beter – en goedkoper – af met het kopen van ‘A.Ura Und Das Schnecken.Haus’ of de nog vrij verse ‘Asen'ka - ein Märchen für Kinder und solche, die es werden wollen’. Twee uitstekende cd's die wel het volle kunnen van Alexander Kaschte tentoonsprijden.

Mantus: Fatum. Best of 2000-2012

Mantus bestaat 13 jaar, en heeft met zijn bombastische gothic metal in die tijd heel wat zieltjes veroverd in Duitsland. Zeker met het succes van ‘Wölfe’ en de tournee met ASP was een nieuw overzicht van het werk van de groep – 11 cd’s en 3 ep’s – op zijn plaats. Er bestond al een compilatie uit 2006 – ‘Chronik’ – maar die is enkel nog digitaal beschikbaar en er zijn sindsdien zeven nieuwe uitgaven geweest.
 
Mantus startte in 2000 als het studioproject van Martin Schindler en zijn zus Thalia, dat een mix tussen darkwave en gothic-metal ten beste bracht. Deze samenstelling bleef lang onveranderd, tot Chiara in 2012 de rol van Thalia overnam. Van dan af zag men de groep ook op de podia, wat oorspronkelijk nooit de bedoeling was geweest.
 
Het is Martin Schindler die alle composities en teksten voor zijn rekening neemt, en ook alle instrumenten inspeelt: gitaar, synths, drums, bas... De afwisseling tussen vrouwelijke en mannelijke stemmen is een waarmerk van Mantus. Deze cd klinkt uit één stuk. Je kan over de tijd een kleine evolutie van darkwave richting scherpere gitaren opmerken, maar over het algemeen is hun werk consistent. Al is het wel zo dat een aantal vroege werken zoals ‘Phönix’, ‘Kleiner Engel flügellos’, het prachtige ‘Wie ein Engel’ en het eveneens bijzondere ‘Gemeinsam in den Tod’ heropgenomen zijn voor deze cd. Er staat ook een exclusief nieuw nummer op - Trauma - om zich ervan te vergewissen dat ook de trouwe fans zich de cd aanschaffen.
 
Ik ben verast een aantal nummers niet op de compilatie terug te vinden, zoals ‘Wir warten auf den Tod’ en ‘Dunkler Engel’. Niet eens alle cd's uit de discografie van de groep zijn vertegenwoordigt. Doch 'Fatum' is goed gevuld: 15 nummers per cd, dus 30 in totaal. Veel meer kon er niet op. Wel is er plaats voor niet minder dan vier covers. Die geven aan hoe groot de invloeden zijn die Martin Schindler tot zich neemt: avantgarde-industrial (Einstuerzende Neubauten), Duitse kleinkunst (Storm & Wasser), Duitse punk (Slime) tot klassieke muziek (Chopin). Allemaal Duitstalige nummers, zoals het concept het wil.

In tegenstelling tot de compilatie van Samsas Traum die ook rond deze tijd uitkomt, is er niet voor gekozen om chronologisch te werken of enkel de harde nummers eruit te kiezen. Hier komen alle aspecten van het muzikale oeuvre aan bod, van zachte genegenheid tot robuuste bombast. Het cd-boekje bevat geen biografie, maar gewoon alle teksten. Ook hier komt de hele breedte van Schindlers kunnen aan bod, van weemoedig tot weemoedig. De zeer poëtische teksten hebben vaak een filosofische inslag, zoals in het prachtige ‘Seelenlos’ (een nummer waarin het elektronische zijproject Black Heaven ook deelplichtig is):

ik zie uit het venster over de straten van deze grauwe stad
waar is het paradijs dat de wereld mij beloofd had
de leegte brandt in mijn hart, glijdt door mijn kop
ik zoek, maar ik vraag niet meer naar satan of naar god
mensen gaan voorbij, weten niet wat doen met hun tijd
een leven zonder inhoud als uitweg uit de eenzaamheid
in doodse stilte zullen dromen en gedachten sterven
ze willen geen derde rijk, maar zullen een vierde evenmin verhinderen
 
U hebt het begrepen, het is weer treurnis troef met Mantus. Maar wel met diepgang en stijl. Een mooi overzicht over een mooie carrière.

Er is een licht dat nooit uitgaat

Er is een licht dat nooit uitgaat
Daar aan de overkant
In één van de appartementen
In één van de woonblokken
Symbolen van de westerse beschaving
Waar men de mensen in onderbrengt
Als mieren opeengehoopt

Er is een licht dat nooit uitgaat
Ook niet in het diepst van de nacht
Als alle andere lichten uitgedoofd zijn
De voorbije dag alweer vergeten
We nog niet aan de volgende toe zijn

Er is een licht dat nooit uitgaat
En bij het aanschouwen van dat licht
Stel ik me vragen
Wie ben je?
Wat doe je?
Waarom gaat je licht nooit uit?

Waarom gaat dat licht nooit uit?
Ben je bezig?
Heb je zorgen?
Moet je morgen niet werken?

Misschien vraag jij je ook af
Waarom mijn licht nog brandt
Misschien rook je nog een sigaret
Beslist de laatste voor vannacht

Er is een licht dat nooit uitgaat
Maar misschien is het gewoon een licht
Een licht dat nooit uitgaat

maandag, augustus 12, 2013

Akvarium Kwartet

De legendarische Russiche groep Akvarium blijft na veertig jaar zoeken naar vernieuwende wegen. Een paar jaar geleden traden ze in een bezetting van 19 muzikanten vanuit de hele wereld op met het project Aquarium International, ondertussen hebben ze alles weer tot het minimum herleidt. Opmerkelijke deelnemer is voormalig gitarist Aleksei Zubarev, die meespeelde op prachtplaten als het Russisch album (1991), Kostroma Mon Amour (1994) en Navigator (1995). Voorts krijg je uiteraard frontman Bosris Grebenshikov op akoestische gitaar, Boris Rubekin op toetsen en Oleg "Shar" Shavkunov op drums. En ze nemen al hun optredens op en zetten ze op het wereldwijde web. Hieronder een optreden uit maart in Archangelsk.

donderdag, juli 25, 2013

Roger Waters: The Wall Live. Als stenen zand zijn en enkel lucht overblijft

De 'In The Flesh' tournee na de uitgave van 'Animals' in 1977 werd een moeilijke klus voor Pink Floyd, en met name Roger Waters werd steeds gefrustreerder door het boertige gedrag van het publiek. Hij ergerde zich er aan dat mensen bleven schreeuwen tijdens zachtere nummers, en hij spuwde zelfs op een toeschouwer die een hek opklom tijdens het laatste concert van de tour. Hij voelde zich in die mate van zijn publiek vervreemd dat hij begon te dromen van concerten waarin een muur de groep van de toeschouwers scheidde.

Dat was de kiem van wat later ‘The Wall’ zou worden, één van de beste platen die ooit opgenomen is. Na de tour gingen de verschillende muzikanten van Pink Floyd elk hun eigen weg om solo-cd’s te maken of om andere artiesten te producen. Waters bleef nieuw materiaal schrijven, en als de groep na de onderbreking terug bijeen komt stelde hij hen twee projecten voor. Het eerste noemde hij ‘Bricks in the Wall’ en was een autobiografisch stuk gebaseerd op het spuwincident. Het tweede was een werk dat handelde over huwelijk en relaties. De groep mocht één van de twee projecten kiezen en koos voor The Wall. Het tweede project zou later het licht zien als ‘The Pros and Cons of Hitch Hiking’, de plaat waarmee Waters in 1984 duidelijk maakte dat hij definitief een punt zette achter Pink Floyd.
 
The Wall werd een ambitieuze conceptplaat. Waters, gitarist David Gilmour en producer Bob Ezrin werkten het oorspronkelijke idee van Waters verder uit tot het verhaal van Pink, een getraumatiseerde rockster die zich terugtrekt uit de wereld door een muur rond zichzelf te bouwen. De plaat werd een mijlpaal in de muziekgeschiedenis, en wordt nu passend gevierd door een grootse The Wall Live-tournee.
 
Eerst een paar cijfers. Er werden meer dan 40 miljoen exemplaren van The Wall verkocht. 35.000 mensen zakten gisteren naar Werchter af om The Wall Live te zien. Wereldwijd hebben al 3,3 miljoen de show gezien. Tijdens het optreden wordt een muur van 150 meter breed en 12 meter hoog gebouwd, bestaande uit maar liefst 1000 bouwstenen. Er wordt geschat dat de tour zo’n 60 miljoen dollar kostte om te maken, en nog veel meer zal opbrengen.
 
Als we de festivalweide binnenwandelen staat de muur al over de hele lengte van het terrein, met een grote opening ter hoogte van het podium. Dan is het afwachten, want de show begint pas na 22 uur, als de duisternis valt. Het optreden trekt op gang met ‘In The Flesh?’ en groots licht- en vuurwerk. Het nummer geeft een ironische kijk van de artiest die in optredens slechts een oppervlakkig deel van zichzelf toont. Het is de aanvang van een plaat die in zijn totaliteit gespeeld wordt. We leren de wereld kennen van Pink, wiens vader sneuvelde in de oorlog en die bijgevolg in een gebroken gezin opgroeit.
 
Tijdens ‘The Happiest Days Of Our Lives’ verschijnt een grote pop die een tirranieke leraar voorstelt, een ander trauma van Pink. Het is het voorspel op ‘Another Brick In The Wall part 2’, dat een gigantische hit werd. Waters laat er een koor van achtergestelde kinderen op aantreden, die een t-shirt met opschrift 'fear builds walls' dragen. Het idee om het nummer op een discoritme te bouwen kwam van Bob Ezrin en werd niet door iedereen goed onthaald. Waters vond het idee om een single uit te brengen aanvankelijk onzin, maar stemde ten slotte in toen hij de finale versie met kinderkoor hoorde. Dat het nummer en zijn anti-autoritaire boodschap overgenomen werd door stakende Zuid-Afrikaanse studenten was een grote overwinning voor Waters. Midden in het tijdperk van de punks wist hij met een afgeschreven mastodontgroep als Pink Floyd een rebels en politiek relevant statement te maken, gekoppeld aan commercieel succes.
 
En ook tijdens het optreden maakt Waters een politiek statement, door een akoestische coda toe te voegen aan het nummer: ‘The Ballad of Jean Charles de Mezenes’, naar de jonge Braziliaan die in 2005 neergeschoten werd in de Londense Tube omdat hij als een terrorist aanzien werd.
 
Eigenlijk is The Wall één groot politiek statement. Tegen oorlog. Een heel optreden lang zien we foto's van mensen die gewelddadig om het leven gekomen zijn. Waters roept op zijn website op om foto's en verhalen van dierbaren die gevallen zijn in een confict door te geven. Een statement tegen totalitarisme ook, want pinks metamorfose in een fascistische dictator en de symboliek die ermee gepaard gaat doen duidelijk denken aan het Derde Rijk.
 
Ondertussen zien we hoe medewerkers nieuwe stenen aanbrengen in de muur, die langzaam aan de muzikanten omringt. De muur wordt gebruikt om tal van projecties op af te vuren. ‘Mother’ zingt Roger Waters samen met zijn 30 jaar jongere alter ego, een video-opname die van Waters gemaakt werd tijdens de oorspronkelijke The Wall tournee met Pink Floyd in 1980. Tijdens ‘Goodbye Blue Sky’ worden we gebombardeerd met kruisen, hamers en sikkels, halve manen, joodse sterren en logo’s van shell en mercedes. In ‘Empty Spaces’ zien we de bekende beelden van de elkaar beminnende bloemen, die zich omvormen tot een liefdesspel van fallus en vulva tot het verschrikkelijke slangen worden die elkaar verscheuren.
 
Tijdens heerlijk paranoïde nummers als ‘One Of My Turns’, ‘Don’t Leave Me Now’ en ‘Another Brick in the Wall, part 3’ voltrekt zich de scheiding tussen Pink en zijn vrouw en wordt de muur steeds verder afgewerkt, om zich volledig te sluiten op ‘Goodbye Cruel World’, het symbolische moment waarop Pink zich helemaal in zijn eigen wereld terugtrekt.
 
Na een korte onderbreking begint de groep aan het tweede deel van de plaat. ‘Hey You’ biedt visueel weinig meer dan de afgewerkte muur. In de volgende nummers krijgen we glimpen van de muzikanten te zien door gaten in de muur, of staat Waters moederziel alleen aan de voet van de muur.
 
Tegen ‘In The Flesh’ is de metamorfose van Pink in een fascistische demagoog voltrokken. Waters staat in een lange leren jas zijn publiek te beoordelen en er de corrupte elementen uit te halen. De afbeeldingen van gekruiste hamers maken de totalitaire sfeer compleet. De vergelijking tussen een rockconcert en een totalitaire bijeenkomst gaat wederom terug op Waters' slechte ervaringen tijdens de 'In The Flesh'-tour. (De vergelijking zou later nog geperfectioneerd worden door Laibach, die dit aspect tot concept van hun groep zouden maken.)
 
De totalitaire sfeer blijft aanhouden terwijl de show naar zijn climax toe bouwt: ‘The Trial’, waarin de volledig losgeslagen Pink voor een gerecht gevoerd wordt en alle andere personages - de tirranieke leerkracht, de overbezorgde moeder, de vrouw van Pink - komen getuigen. Het verloop van het proces wordt aan de hand van tekenfilmanimatie afgebeeld. Uiteindelijk klinkt het verdict: de muur moet neergehaald worden, hetgeen ook gebeurt met de twaalf meter hoge muur op de weide. Eens de brokstukken over het hele podium uitgesmeerd liggen komt de groep naar voren om ‘Outside The Wall’ te spelen, de anticlimax waarin alles terugkeert naar een vreedzame situatie.
 
Deze show is fenomenaal, ter ere van een meesterwerk dat al meer dan dertig jaar overeind blijft staan, hoe vaak ook de symbolische muur in het centrum ervan gesloopt wordt. Het gewaagde concept, de hopen psychologische en historische verwijzingen, de geëngageerde geest... het zijn allemaal stukken in een werk dat ons oproept om alle muren te slopen, niet in het laatst de muren van angst waarin elk van ons opgesloten zit, de angst voor de ander, voor het andere... The Wall is een oproep voor begrip, humanisme en verbondenheid die hopelijk nog lang inspirerend zal werken.

Rome: Hate Us And See If We Mind

De naam van deze cd klinkt als een uitdaging. Een uitdaging waarop men het antwoord maar al te gemakkelijk kan raden. Een muzikale uitdaging ook, misschien bedoeld om de fans te tergen.
 
De vorige cd - ‘Hell Money’ - vonden we iets minder. En wij niet alleen, want zelfs de promotekst van Trisol merkt op dat sommigen nog steeds moeite hebben met die cd. Het zou kunnen dat een aantal mensen ook moeite zullen hebben met deze cd. Het is nog niet de volwaardige opvolger voor 'Hell Money', die moet nog komen. Evenmin is het een single die de volgende plaat moet aankondigen, want daarvoor is de speeltijd van bijna 50 minuten toch wat hoog gegrepen. Het is dus een iets tussenin geworden: een ep.
 
De eerste twee nummers zijn het meest verassend. Ze nemen elk een twintigtal minuten in. Geen folk zoals we van Rome gewoon zijn, maar industriële dark ambient waarin Reuter aan de hand van uiteenlopende samples - van industrieel gedreun tot klassieke muziek - beklemmende en repetitieve klankvelden opbouwt, die verschillende sequenties kennen en dus in één nummer behoorlijk variëren. Doch waar de meeste groepen in dit genre onderdrukte agressie vertolkten, voel ik hier meer gelatenheid en berusting. En hoe verbazend ook, ik hoor er echo’s in van Romes vroeger werk, onder meer van de meer industriële stukken van de ambitieuze trilogie ‘Die Æsthetik der Herrschaftsfreiheit’.
 
De tweede helft van de cd is dan de single die de volgende cd aankondigt. ‘Hate Us And See If We Mind’ en ‘The Fever Tree’ zijn melancholische folkliedjes van het soort waar Reuter een patent op heeft, en reken maar dat hij hier excelleert. Als dit een voorbode is van het nieuwe album, dan begin ik alvast te watertanden om het volledige werk te horen.
 
Rome lijkt zich werkelijk niets aan te trekken van diegenen die hem haten. Hij blijft gewoon verder zijn weg gaan, al is het langs kronkelende baantjes en met hindernissen bezaaide kasseiwegen. De verwachtingen aan zijn adres legt hij gemoedelijk naast zich neer. En hoewel het slechts een ep is, een tussendoortje in afwachting van volwaardig werk, toch is deze heel erg aan te raden.

Samsas Traum: Niemand, niemand anderem als dir

Wat een prachtuitgave! Deze cd-box in boekformaat is nochtans slechts een ‘aanvulling’ op het een paar maanden geleden verschenen ‘Asen'ka - ein Märchen für Kinder und solche, die es werden wollen’. Drie jaar had onze notoire neuroot Alexander Kaschte aan Asen’ka gewerkt, en het resultaat mocht er zijn. Een mijlpaal in de muzikale geschiedenis van Samsas Traum.
 
Nu brengt Kaschte apart een cd uit met neoklassieke bewerkingen van de nummers van Asen’ka. Aansluitend is er ook een kinderboek uitgegeven: ‘Asen’ka und die Worte der Wölfe’. Daarin worden de tekeningen van vrouwlief Anastasia Kaschte vergezeld van het verhaal, maar dan op kindermaat geschreven, met minder verwijzingen naar de dood. Dat Kaschte zijn gezin moet onderhouden zal er iets mee te maken hebben, maar deze keer is het geen schot naast de roos (zoals met ‘käfer.maden.wurmer.spinnen’, dat een absoluut nodeloze aanvulling was op het prachtige ‘Anleitung zum Todsein’).
 
Hoewel er veel gitaren aan te pas kwamen, was het duidelijk dat Asen’ka zeer orkestraal opgebouwd was, en ik had al een vermoeden dat de meeste nummers gebaseerd waren op pianostukken. Deze indruk wordt bevestigd op ‘Niemand, niemand anderem als dir’. De nummers blijven sterk overeind staan in hun neoklassieke en instrumentele versie. Gitaren komen er niet aan te pas, tenzij een beetje getokkel op een folkgitaar. Wel valt heel hard op dat alle orkestrale stukken op synthesizer zijn ingespeeld of geprogrammeerd, hetgeen de authenticiteit van de opnames wat schaadt.
 
De nummers hebben telkens een nieuwe titel gekregen. Zo heet ‘Von Sieg zu Sieg’ hier ‘Jetzt und hier und überall’, en ‘Heute noch’ werd vertaald naar ‘Morgen schon’. Zo vermeld ik meteen twee hoogtepunten van de cd. Soms voegt Kaschte nog zachte elektronische percussie toe, of pauken, zodat ook de ritmisch snellere nummers overeind blijven. Kleine strofen tekst vind je terug op ‘Die Schönheit des Lebens zur Ehre’, in het Russisch gezongen door Vic Anselmo, en op ‘Finde mich an allen Orten’ waar Kaschte wat aanvullende tekst voor geschreven heeft.
 
De bonus-cd is eigenlijk een soort single met vijf nummers. Drie ervan zijn uitvoeringen van ‘Niemand, niemand anderem als dir’. Eenmaal in het Duits met naast Kaschte Liv Kristine van Leave’s Eyes, eenmaal in het Zweeds door My Engström-Renman, en tenslotte in het Russisch door Vic Anselmo. Deze drie versies worden twee keer onderbroken door ‘Im Ursprung der Schatten’, een 15 minuten durende black-metal epos uit Asen’ka waarop Kaschte zich opnieuw laat bijstaan door respectievelijk Engström-Renman in het Zweeds en Anselmo in het Russisch.
 
En dan de verpakking. Die loont zoals gezegd de moeite en verklaart waarom deze cd zo prijzig is. In een mooie ingebonden harde hoes krijg je een korte biografie, de teksten van de nummers in de verschillende talen, de persfoto’s voor Asen’ka in mooie kleurendruk, een fotoreportage over hoe Anastasia Kaschte de tekening van twee meter lang en 40 centimeter hoog maakte die als artwork voor de cd diende, en nog wat foto’s met humoristische kanttekeningen van Kaschte.
 
‘Asen’ka’ was een meesterwerk en het is vanzelfsprekend dat men eerst het hoofdwerk koopt vooraleer men zich afgeleide producten aanschaft. Ik heb Asen’ka destijds maar een 9 gegeven, omdat ik me heb laten overtuigen dat dit de hoogste notatie was bij Dark Entries. Maar eigenlijk had het een 10 moeten zijn, en zou deze een 9 mogen krijgen. Als u de logica van mijn waanzin begrijpt, dan vat u ook waarom het uiteindelijk een 8 is geworden.

vrijdag, juni 28, 2013

Hekate: Sonnentanz

Na het succes van de ‘Hambach - 1848’-lp - dat nummers uit de mislukte Duitse revolutie van 1948 vertolkte - bracht Hekate in 2000 ‘Sonnentanz’ uit. Het was hun eerste grote uitgave met vooral eigen nummers.
 
Opnieuw is er een overkoepelend historisch thema, dat van de ‘Bundische Jugend’ in Duitsland. Dit was een verzamelnaam voor jeugdbewegingen die actief waren vanaf het einde van de eerste wereldoorlog in Duitsland. In de jeugdbewegingen kon een onafhankelijke jeugdcultuur ontstaan waarin jongeren zich los van de invloed van volwassene konden ontwikkelen. De beweging was erg romantisch, gericht op natuur en avontuur. Ook muziek en liederen speelden een grote rol in de Bundische Jugend.
 
Toen de nazi’s de macht grepen trachtten ze de jeugdbeweging naar hun hand zetten. In 1934 verboden de nazi’s de confessionele jeugdbewegingen als Neudeutschland in het kader van de ‘Gleichschaltung’ of Gelijkschakeling, de grootschalige beweging die ook politieke partijen en pers aan banden legde. Vanaf 1936 werd het lidmaatschap van de Hitlerjugend, dat alle jeugdbewegingen moest verzamelen of vervangen, verplicht gesteld voor alle jongeren.
 
Historisch gezien is de houding van de bundische Jugend ten aanzien van het nationaal-socialisme verdeeld. Sommige historici zien hen als vaandeldragers van de brede Duitse nationalistische beweging, die waarden als plichtsbesef en volgzaamheid uitdroegen. Vele Bunden lieten zich dan ook gewillig opnemen in de Hitlerjugend. Anderzijds bleven een deel van de bundische Jugend ondergronds bestaan en werden ze aarden van verzet tegen het nationaal-socialisme. Een deel van de leden was van de Eerste Wereldoorlog teruggekomen begeesterd door pacifistische idealen.
 
In 1937 volgde dan ook een zware repressiegolf tegen de bonden die niet in de mars liepen die de nazi’s hen voorhielden. Voorbeelden van verzet tegen het nationaal-socialisme vinden we in de Jungendschaft waar ook Hans Scholl lid van was, en in de Edelweisspiraten.
 
Het is vooral met deze vrije Bunden dat Hekate zich inlaat, met de jeugdige romantiek van naar vrijheid hunkerende jongeren. De foto’s die het hoesje en het boekje sieren komen uit het familiealbum van Alex Menz, percussionist en bezieler van Hekate. De cd begint met een citaat uit het middeleeuwse Nibelungenlied. Andere nummers hebben een thematische, zij het soms dunne link met het thema: de link met de romantiek, stijdlust en vrijheid van de jeugdbewegingen.
 
Dat Hekate zich meer verwant voelt met het verzet tegen nazi-Duitsland bewijst het nummer ‘Dos Kelbl’, een joods nummer uit Warschau dat ten tijde van het getto en daarna als verzetsnummer bekend zou worden. De meest bekende versie is die van Donovan als ‘Donna donna’. Het nummer wordt gezongen in het Jiddisch, wat de taalrijkdom nog vergroot van een cd die al nummers bevatte in het Frans, Engels en Duits.
 
‘Die Gedanken sind frei’ is identiek overgenomen uit ‘Hambach - 1848’ met het argument dat het ook aansluit bij het gedachtegoed van de bundische Jugend. En ‘Sonnentanz’ geeft dan weer de verbondenheid van de jeudbeweging met natuur en vrijheid, natuurlijk in de heidense sfeer die Hekate nauw aan het hart ligt.
 
Hoewel hier traditionele elementen aanwezig zijn, is dit zeker geen folkplaat. Daarvoor zijn de elektronische geluiden en de percussie te dominant aanwezig. Sonnentanz is een cd geworden waarop Hekate zich vrij laat inspireren door de Bundische Jugend, een beklijvend werk rond een thema dat meer neofolkgroepen heeft geïnspireerd.

Hekate

woensdag, juni 05, 2013

Peter Murphy viert 35 jaar Bauhaus

35 jaar Bauhaus moeten we zonder Bauhaus vieren. De groep viel onherroepelijk uiteen na de opnames van hun laatste cd ‘Go Away White’. En dus besloot Peter Murphy om de verjaardag maar op zijn eentje te celebreren. Ik ben benieuwd wat de andere leden ervan vinden. Het zou me niet verbazen dat ze er hetzelfde van denken als wat New Order dacht van Peter Hook toen hij met Joy Division-covers begon te toeren. Maar het heeft wel het voordeel dat je de groepsleden niet al vechtend over het podium zal zien rollen, zoals haast het geval was op het Bauhaus-optreden op de Lokerse feesten in 2006. Hoe dan ook, op zo’n verjaardag kon Dark Entries onmogelijk afwezig blijven. De AB was goed gevuld, en dat op een maandagavond, om de Gothfather aan het werk te zien.

Ik had misschien liever gezien dat Peter Murphy de hele avond zou vullen, maar de AB had toch verkozen om een voorprogramma uit te nodigen. Met Kiss The Anus Of A Black Cat hadden ze het niet beter kunnen treffen. Nummers als ‘Define π’ of ‘Let Things Drift’ klinken als een hoogst noodzakelijke aanvulling op Pornography, met zware synths en spaarzame gitaren. Het gros van de nummers komt van hun laatste cd ‘Weltuntergangsstimmung’, die eigenlijk een breuk vormde met hun door Current 93 en Sixteen Horsepower beïnvloedde eerder werk. De stem van Stef Heeren klinkt onheilspellend en ondanks mijn oorspronkelijke bezwaren had dit optreden gerust langer mogen duren.
In de pauze voor het aantreden van Peter Murphy mocht het publiek exclusief kennis maken met een paar nummers uit ‘Lion’, de nieuwe cd waar Murphy momenteel aan werkt en die in de herfst moet uitkomen. Een leuk initiatief, natuurlijk niet volledig gespeend van commerciële belangen. Ik ben evenwel niet overdonderd door de nieuwe nummers. Het klinkt te poppy en glad naar mijn smaak, zoals ook verschillende andere solo-cd’s van Murphy. Maar we zullen nog even wachten alvorens een definitief oordeel te vellen.
Dan wordt alles donker. Als het licht terug schemert staan de muzikanten op het podium en weerklinken de eerste noten van ‘King Volcano’, onmiddelijk gevolgd door ‘Kingdom Come’. Dit is wel een zonderlinge keuze. Twee nummers met folkgitaar. Twee nummers van de plaat die Bauhaus voor de eerste keer uit elkaar zag gaan. Tijdens de opnames van ‘Burning From The Inside’ uit 1983 was Murphy zwaar ziek en droeg hij minder bij dan op de vorige platen. Op een aantal nummers werd de zang zelfs overgenomen door David J en Daniel Ash.
Dan maken we een spong naar 1980 en het debuut ‘In The Flat Field’, een plaat die NME ooit beschreef als ‘negen nummers onbenullig gekreun en geransel ontdaan van ook maar het meest vluchtig vleugje belang’, een mooie beschrijving die evenwel niet strookt met de erkenning die de plaat zou krijgen als een mijlpaal in de gothic. Tijdens nummers als ‘Double Dare’ en ‘God In An Alcove’ valt evenwel op dat Murphy niet zo goed bij stem is vanavond. En als hij wild in het rond begint te springen doet hij me een beetje aan bompa punk denken.
Gelukkig is ‘Silent Hedges’ een onverwoestbaar nummer. Zo zijn we bij ‘The Sky’s Gone Out’ uit 1982 toegekomen, naar mijn bescheiden mening de beste Bauhaus-plaat ooit. ‘Self-confidence bleeds from a thousand wounds. Faults of civilisation, burning the private paradise of dreams.’ Ronduit geniaal.
‘Too Much 21st Century’ is dan weer afkomstig van de plaat die die Bauhaus voor de tweede keer uit elkaar zag gaan: ‘Go Away White’ uit 2008. Deze plaat volgde op de erg succesvolle reünietournee uit 2006. Toch moet het door gebeurtenissen in de studio een klein wonder heten dat de plaat er kwam. De uitgave ging gepaard met de belofte om nooit meer samen te spelen, ook niet om de cd te promoten. Tot ieders verassing bracht Bauhaus een erg experimentele cd uit die helemaal niet aansloot bij het eerder werk van de groep. Een plaat de best zijn goede momenten heeft, maar dit nummer hoort daar wat mij betreft niet echt bij.
Na een omweg richting ‘Mask’ uit 1981 - ‘Kick In The eye’ - speelt Murphy ook zijn solonummer ‘A Strange Kind Of Love’, waarbij hij op het slot al een paar zinnen uit ‘Bela Lugosi’s Dead’ neuriet, een introductie op het nummer dat volgt: de eerste single van Bauhaus die over de negen minuten duurde en verwees naar de de legendarische incarnatie van Dracula uit het interbellum. Het valt opnieuw op dat Murphys stem het wat laat afweten, hij die anders tot behoorlijke vocale prestaties in staat is.
De tijd van de grote hits is aangebroken: ‘The Passion Of Lovers’, ‘She’s In Parties’... Zelfs ‘Stigmata Martyr’ komt aan bod. Ietwat verrassend aangezien Murphy tijdens de reunietournee van Bauhaus om religieuze redenen - Murphy heeft zich na de split bekeerd tot het soefisme, een mystieke stroming binnen de islam - weigerde te spelen. Even speel ik met de gedachte dat ik naar een oude man zit te kijken die al zijn idealen verloochend heeft, en hier enkel staat om zijn portemonnee te vullen.
Na ‘Dark Entries’ - een nummer waar we om één of andere reden bijzonder aan gehecht zijn - zet Murphy met de Dead Can Dance-cover ‘Severance’ een punt achter het optreden. Of toch niet, hij komt nog twee keer terug om te bewijzen dat zijn stem echt niet meewil. Van zijn solonummer ‘Cool Cool Breeze’ maakt hij zelfs een fenomenaal zootje. Tijdens het nummer becommentarieert hij zelf dat het veel te hoog is voor hem. Wat dan met ‘Ziggy Stardust’? Wel, dit nummer mocht gewoon niet ontbreken op deze avond, en Murphy ontwijkt vakkundig de hoogste noten. Ook de tweede bisronde met ‘Hollow Hills’ mocht er zijn. Dit was geen superoptreden en kon zeker niet tippen aan het reunieoptreden dat Bauhaus in 2006 in dezelfde zaal gaf, maar toch zijn we blij om deze invloedrijke man - en meer nog: deze invloedrijke muziek - nog eens live gehoord te hebben.
Setlist:
Kiss The Anus Of A Black Cat: Define π / Let Things Drift / My Word As Gospel / Drone For Conan / Shake Off Your Dreams / Ruins
Peter Murphy: King Volcano / Kingdom Come / Double Dare / In The Flat Field / God In An Alcove / Boys / Silent Hedges / Too Much 21st Century / Kick In The Eye / A Strange Kind Of Love / Bela Lugosi’s Dead / The Passion Of Lovers / She’s In Parties / Stigmata Martyr / Dark Entries / Severance
Bis 1: All We Ever Wanted / Subway / Cool Cool Breeze / Ziggy Stardust
Bis 2: Hollow Hills / Spirit

Death In June: Lives At The Edge Of The World

Het ziet eruit als fascisme, het smaakt als fascisme, maar het is geen fascisme. Met deze dvd viert Death In June dertig jaar provocaties en dubbelzinnigheid. Niet minder dan drie optredens, alle drie opgenomen in de Franse stad Brest in het laatste decennium, krijg je er achtereenvolgend op te zien.

Volgens sommigen is Death In June een groep die er enkel een nazi-fetishisme op nahoudt, die de oerinstincten vertolkt van mensen om verboden vruchten te smaken, die nazi-symboliek als een soort pornografie verkoopt. Laat ons dus even overlopen wat we zeker weten. Death In June rees in 1981 uit de assen van Crisis, een punkgroep met een uitgesproken links imago dat liefst op antifascistische en antiracistische bijeenkomsten speelde. Death In June bestond aanvankelijk uit Douglas Pearce, Tony Wakeford en Patrick Leagas. Zowel Pearce als Wakeford waren lid geweest van extreemlinkse bewegingen.

Teleurgesteld in de eigendunk van de meeste mensen en vooral van extreem links nam Death In June zich van begin af aan om het spiegelbeeld te zijn van de gemeenheid van de mensheid. Van Tony Wakeford weten we zeker dat hij zich in de begindagen van Death In June sterk voor extreemrechtse ideeën interesseerde, en zich zelfs aansloot bij het Brittisch National Front. Hij zou er snel spijt van krijgen en zich sindsdien nog vaak moeten verantwoorden. Daarbij haalt hij steeds opnieuw aan dat hij met een hoop mensen samenwerkt die vanwege hun afkomst of hun geaardheid zouden vervolgd worden als het National Front aan de macht zou komen.

Wakeford verliet Death In June in 1984. Het andere stichtend lid Patrick Leagas lag volgens de legende in 1981 aan de basis van de naam. Tijdens een repetitie vroeg Pearce aan Leagas waarover een tekst ging. ‘Oh, the usual death and gloom’, antwoordde Leagas. Pearce had dit misverstaan als ‘Death In June’ en zo had de groep een naam. Het was ook Leagas die met het idee op de proppen kwam om in SS-uniformen op te treden.

Oh, how we laughed… ‘Hoe hebben we gelachen over jullie onvermogen in ons jullie zelf te zien’, is een vaak aangehaald citaat van Leagas. Hij kon er blijkbaar minder mee lachen toen een oude dame hem in de metro aansprak over de nazi-symbolen die hij en zijn makkers droegen. ‘Het is cool om de Totenkopf en andere memorabilia te dragen in een kunstzinnig context, maar als je in het gezelschap bent van mensen die gediend hebben, voormalig verzetslui of gevangenen uit een concentratiekamp zie je eruit als een idioot, zeker als je het ontgroeid zou moeten zijn en beter zou moeten weten. Ach, de onbezorgdheid van de jeugd! En ik zou het allemaal opnieuw doen. Wel, misschien…’

De naam Death In June werd achteraf in het kader geplaatst van de nacht van de lange messen, toen Hitler zich ontdeed van lastige bondgenoten aan het hoofd van de SA (Sturm Abteilung). Hoewel ze regelmatig herhaalden dat dit een interpretatie is heeft de groep zelf aanzienlijk aan dit verband gewerkt. Pearce liet zich in Zillo ontvallen: ‘Op zoek naar een toekomstperspectief kwamen we uit bij het nationaal-bolsjewisme, zoals die als een rode draad door de hiërarchie van de Sturm Abteilung loopt.’

Over de nacht van de lange messen verklaarde Pearce: ‘Onze interesse komt niet van het vernietigen van elke oppositie, maar van onze identificatie met en begrip van de linkse elementen in de SA die of vermoord werden door de SS. Die dag is buitengewoon belangrijk in de geschiedenis. Ze planden de executie of de omverwerping van Hitler. We zouden in een volledig andere wereld leven, kan ik me voorstellen…’

Dit zou best zo kunnen zijn, maar dan in de zin dat Röhm en consoorten niet de zenuwen noch de waanzin zouden hebben gehad om op korte tijd zowel Oostenrijk als Sudetenland in te palmen en dan nog eens de oorlog te verklaren aan Polen, wetende dat twee grootmachten zich borg hadden gesteld voor de integriteit van dit land. Dit betekent evenwel niet dat we Röhm als een heldhaftige tegenstander van de nazi’s moeten beschouwen. Hij was een overtuigde nazi en antisemiet, en niet vies van politiek geweld.

Hoe het ook zij, na het vertrek van Leagas gaat Pearce op zijn eentje verder en schrijft een aantal platen die de basis leggen voor hetgeen nu neofolk heet. In 1992 weet hij alle verdenkingen aan zijn adres nog te verscherpen. Om te beginnen door te weigeren om op een festival te spelen dat Das Ich wou ombuigen tot een protest tegen racistisch geweld, maar vooral door zijn steun aan Kroatië in de Joegoslavische burgeroorlog. De opbrengsten van de cd ‘Something Is Coming’ gingen naar een oorlogshospitaal in Kroatië. Bovendien verklaarde hij hierover dat het ‘niet om een zuiver humanitaire daad ging. Het was een culturele, een sociaal-Europese.’

Niet zo onschuldig, als je weet dat in die tijd ook de Vlaams Blok Jongeren medische en humanitaire hulp aan Kroatië gaven, en dat zonder omwegen deden in de strijd tegen multiculturalisme en voor etnisch homogene gebieden. Daarnaast draagt Pearce over de jaren bij tot verschillende controversiële cd’s: ter ere van de nazi-beeldhouwer Joseph Torak, van nazi-filmregisseur Leni Riefenstahl. Percussionist John Murphy neemt zelfs deel aan een eerbetoon aan de Roemeense fascist Corneliu Codreanu.

Eerder dan rechtuit racistisch speelt Death In June eerder met ambivalentie rond het onderwerp. Over Laibach zei Slavoj Žižek ooit dat ze het verborgen gezicht van het fascisme tentoonspreidden, en dus niet konden beschuldigd worden van echt voor fascisme te staan. Ze verwijzen even veel naar het fascisme als naar het communisme. Bij Death In June ligt de tweede graad echter bij het feit dat Pearce zich enerzijds identificeert met de nationaal-bolsjewieken en anderzijds een sample verwerkt van een Gauleiter die de moorden uit de nacht van de lange messen rechtvaardigt. Hier geen geniale uitspraken als ‘het is niet omdat het communisme gestorven is dat het kapitalisme zal overleven’.

Toch lijkt het moeilijk denkbaar dat de openlijk homoseksuele Pearce zich volledig inlijft bij extreemrechts. Bij Death In June lijkt het motief eerder te zijn dat elke veroordeling van discriminatie leidt tot discriminatie van het omgekeerde. Bij duidelijk (nieuw)rechts georiënteerde liefhebbers van neofolk ziet men eerder een elitair conservatief denken dat gespeend is van racisme en homofobie en een grote interesse vertoont in mystieke - al dan niet heidense - thema’s. Maar door constant als nazi’s te poseren trek je op den duur wel mensen die het echt menen, en daar lopen er al aardig wat van rond in de scene.

We kunnen natuurlijk discussiëren in hoeverre dit alles gevaarlijk is. Sommigen zullen zeggen dat Death In June de weg openen om de subcultuur in te palmen met een fascistische ideologie, en het zo terug maatschappelijk aanvaardbaar kunnen maken. Ook al is dat het uitgesproken doel van sommige extreem-rechtse groepen, ik zie het in dit geval niet zo meteen gebeuren. Daarvoor is Death In June inderdaad te complex en zijn publiek te tegendraads en intellectueel. Je zou omgekeerd kunnen argumenteren dat ze de subcultuur in een slecht daglicht stellen - zoals onlangs gebleken is uit het verbod op de optredens van de groep in Dentergem, een gemeente waarvan we weten dat ze steeds kordaat optreedt en zeker niet gelinkt wil worden met extreemrechts. Al moet ik hier eventjes de vrije meningsuiting laten primeren. Van mij moeten noch de platen nog de optredens van Death In June verboden worden.

Wat deze dvd betreft kan je niet klagen. Je hebt recht op drie volledige optredens. Eigenlijk is het laatste optreden - uit de 30th anniversary tour - het enige dat aan minimale kwaliteitsnormen voldoet, met zowaar drie deftige camerastandpunten. Wie vandaag gewend is aan YouTube zal er misschien niet over vallen dat het eerste optreden uit 2002 van de kwaliteit is die je tegenwoordig met je gsm kunt opnemen, zeker niet aangezien het ook een gastoptreden behelst van operettemisantroop en sociaal-darwinist Boyd Rice. Het tweede optreden is nauwelijks beter, maar je bent er getuige hoe een fan de regenboogvlag van Pearce van zijn drum trekt, een incident dat naar verluid aanleiding was van Pearces jarenlange weigering om op te treden.


Laat iedereen zijn fascinatie maar botvieren, maar neem me niet kwalijk dat ik het bekritiseer. Dat sommigen taboes willen doorbreken is hun zaak, de dag dat er geen discussie en controverse meer is over het gebruik van verbrande symbolen en ideeën lijkt me geen prettig vooruitzicht.

Death In June


maandag, juni 03, 2013

XXII Wave-Gotik-Treffen in Leipzig: de stad kleurt zwart

‘Op een dag zag de stad er helemaal anders uit, en het bleef zo een paar dagen duren.’ Een Japanse studente getuigt over wat ze ervaren heeft bij haar verblijf in Leipzig toen het Wave Gotik Treffen (WGT) begon. Een paar dagen per jaar kleurt de stad zwart. Het WGT is één van de festivals waar het publiek deel uitmaakt van de show. Het indrukwekkende carrousel aan hanekammen, extravagante kostuums, hoepelrokken en alles wat je je maar kan indenken is adembenemend. Alles is toegelaten, als het maar extravagant is. Bovendien is het concept om het festival over de hele stad te houden, op verschillende locaties, zodat je overal waar je komt de extravagante goths tegenkomt.

Er staan maar weinig grote namen op de affiche dit jaar. Ik vraag me af of dit met besparingen of met de crisis te maken heeft. Toch slagen de organisatoren er weer in om meer dan 200 acts te verzamelen. Dit is inclusief lezingen en randactiviteiten, maar het is heel wat. Het betekent dat je keuzes moet maken, want door de afstanden tussen de verschillende podia kan je onmogelijk alles meepikken. Niet zo’n eenvoudige taak.

Op vrijdag begeef ik me eerst naar de Agra, het hoofdpodium en campingplaats van het festival, om er mijn bandje te gaan afhalen en iets te eten. De bussen droppen hele ladingen weelderig uitgedoste goths uit, die zich dan door een cordon aan fotografen naar het festivalterrein begeven. Ondertussen is de zon hevig aan het slaan en heb ik er al spijt van dat ik vanochtend nog een pullover aangedaan heb. Bovendien ben ik mijn zonnebrandolie vergeten. Het beste zal zijn om de komende dagen uit de zon te blijven. Niet evident aangezien het buitenpodium op de Parkbuhne, midden in het Clara Zetkin-park, één van de interessantste podia is dit jaar. En diegene waar ik me als eerste begeef.
De eer om het festival te openen komt toe aan Terminal Gods, klassieke Britse gothrock met bas, gitaren, een diepe stem en een drumcomputer. Doet de bezetting wat aan de Sisters denken, dan doet de muziek dat ook. Een geslaagd optreden.

Tussen de groepen door ga ik even wandelen op de victoriaanse picknick van onze landgenote Viona Ielegems, die eveneens in het park plaatsvindt. Die picknick barst volledig uit zijn voege. Een volledige weide wordt gevuld door mensen die zich voor de gelegenheid weelderig opgemaakt hebben: barokke en victoriaanse kledij, jurken, hoepelrokken, weelderige kapsels en schmink… Een prachtig schouwspel.

The Breath Of Life mag dit jaar als één van de Belgische trotsen aantreden. (Andere vaderlandse groepen zijn Hypnoskull, A Split Second en het onvermijdelijke Suicide Commando.) The Breath Of Life spelen hun typische wave-met-viool, met de lenige en hoge stem van Isabelle Dekeyser in het middelpunt. Hun hit Nasty Cloud heeft een nieuw kleedje gekregen. Het is te zeggen: het begint langzaam met minimale begeleiding, maar groeit dan uit tot het nummer dat we allemaal kennen.

Still Patient is opnieuw klassieke gothrock in dezelfde bezetting als Terminal Gods, maar deze keer uit Duitsland. Als ik het goed begrepen heb is dit hun eerste optreden in 14 jaar en hebben ze destijds ook op het WGT gespeeld.
 
Gitane Demone doet het anders, heeft het altijd al anders gedaan. 55 jaar is dit voormalig Christian Death-lid ondertussen. Ik heb haar drie jaar geleden al op hetzelfde podium zien spelen, en het was toen één van de hoogtepunten van het festival. Toen had ze een driekoppige groep mee, die echter minimaal speelde om haar indrukwekkende zang te ondersteunen. Deze keer heeft ze enkel een gitarist mee. De zang van de Deathrock-diva staat weeral centraal, volumineus en gevarieerd. Na een paar nummers weet je dat dit een onvergetelijk wordt, een intense en genietbare ervaring.
 
Na Gitane Demone is het de beurt aan Sex Gang Children. Hier weet je al voor het concert dat het onvergetelijk wordt. Ze openen met een herwerkte versie van Barbarossa. Alle muzikanten dragen Vendetta-maskers op hun achterhoofd en staan met hun rug naar het publiek. Andi Sex Gang heeft het masker op zijn gezicht geschminkt. Sex Gang Children slaagt erin om Gitane Demone te overtreffen, en dat is geen geringe prestatie. Nieuw werk - de cd Viva Vigilante is nog niet uitgekomen, maar is hier al beschikbaar - wordt afgewisseld met oudere nummers als Sebastiane of het geweldige Arms Of Cicero. Veel van het nieuw werk - zoals Salamun Child of Die Traube - kennen we ondertussen ook al, sinds de tijd dat ze eraan aan het werken zijn. Ze sluiten af met Song And Legend en Dieche, twee absolute klassiekers.
 
Op de volgende dag bezoek ik het middeleeuws marktje op de Moritzbastei en koop er een paar flessen zoete bessenwijn en mede. In het Stasimuseum ‘Runden Ecke’ loopt opnieuw de tentoonstelling ‘Kinder der Nacht’. Ik kijk even naar de documentaire ‘Unsere Kinder’ over jongerensubkulturen in de DDR, maar kom al snel tot de conclusie dat mijn Duitse vaardigheden wat tekortschieten.
 
Dan maar naar Werk 2, een oud industrieel gebouw waar we getrakteerd worden op Deathrock. Mescaline Babies maakt lustige Batcave die als een iets punkier versie van Corpus Delicti klinkt. Spiritual Bat zit wat in het verlengde, maar werkt met vooropgenomen bas en synth. Deze laatsten leveren een eerder mak optreden.
 
De eerste keer dat ik Bloody, Dead And Sexy zag was in het voorprogramma van Sex Gang Children in Waregem. Het heeft toen indruk gemaakt, en die indruk werd nog versterkt door hun uitstekende cd’s en hun optredens op het Gothic Festival en Shadowplay. Ondertussen zijn ze een vaste waarde in de Deathrock-scene. Ze hebben bovendien een nieuwe cd: Bad Ambient. Ze zeggen dat het een nieuw geluid is: Psychedelic-Deathrock, maar eerlijk gezegd rockt het als vanouds. En maar goed ook, want zo een muziek is er altijd te weinig. Nadat de groep I Have Got A Friend In Mescaline gespeeld heeft, kondigen ze aan dat dit normaal het einde van de show is, maar dat ze vandaag een verassing in petto hebben. Gitane Demone komt voor het laatste nummer haar fantastische stem lenen. Plastic Night Sky handelt over de dood van Nira, de dochter van zanger Rosa Jahn. Het wordt een waar kiekenvelmoment.
 
Tijd voor iets anders. We begeven ons naar het heidens dorp, waar net een concert van Letzte Instanz doorgegaan is dat aan de uitstroom van uitbundige fans te beoordelen zeer succesvol geweest is. Wij zijn hier om Daemonia Nymphe te aanschouwen. Deze Griekse groep speelt op zelf gebouwde traditionele instrumenten. Met twee zangeressen, een percussionist, een contrabassist en Spyros Giasafaki die verschillende instrumenten speelt brengen ze een visueel aantrekkelijke show. Maar de feeërieke en dromerige sfeer van hun cd’s weten ze live niet te herscheppen.
 
Op de derde dag begeven we ons al vroeg naar het gothic-café en absintherie Sixtina, om er het optreden bij te wonen van Anna Aliena, die er haar ‘Alien Pop’ ten beste geeft, synthpop met een geoefende operastem. Ze bereidt momenteel haar derde ep voor, maar speelt ook nummers uit haar vorige twee ep’s en uit compilaties, zoals het Hongaarse zelfmoordnummer Gloomy Sunday.
 
Nadat ik mijn jaarlijkse aankopen gedaan heb op de gigantische gothic markt van de agra-halle - alles van kledij, pruiken, sieraden tot cd’s - ga ik uitzonderlijk binnen in de agra, de grootste zaal van het festival. Later deze avond speelt Lacrimosa er. End Of Green is aan de beurt als ik binnenkom. Deze voormalige doommetalband is razend populair in Duitsland, maar ik vraag me een beetje af waarom.
Na End Of Green stroomt de zaal leeg, maar ze stroomt weldra nog voller voor The Birthday Massacre. Hun mix van pop, punk en wave kan terecht op veel belangstelling rekenen. Ook al zien de groepsleden er wat belachelijk uit in hun volledig witte kleren, ze geven een uitstekend concert waarbij het publiek volledig uit de bol gaat.
 
Opnieuw stroomt de hal leeg en nog voller. Voor Lacrimosa, de groep waar ik uiteindelijk ook voor kom. In zijn aankondiging spreekt Tommy over een recente reis naar Oost-Azië en hoe Lacrimosa daar in elke cd-winkel ligt. Het succes van de groep is onvoorstelbaar. Ze gaven 20 jaar geleden hun eerste concert op het WGT in Werk 2, en Tilo Wolff dankt het publiek voor de trouw. Ik geniet van elke noot. Lacrimosa dringt tot diep in mij door.
 
 
De laatste dag van het festival begint slecht. De fuif die ik de avond ervoor bezocht heb en waarop ik tot 6 uur ’s ochtends heb staan dansen en drinken eist zijn tol. Stem kwijt, oververmoeid en een kanjer van een kater. Zo geschiedde dat ik het optreden van Whispers In The Shadow op de Parkbuhne gemist heb, naar verluid nochtans een aanrader. In Mitra Medusa Inri zie ik wel en brengt dansbare synthpop dat af en toe wat aan Wolfsheim doet denken, maar is over het algemeen middelmatig.
 
Other Day kende ik al van hun optreden in Waregem in het voorprogramma van Alien Sex Fiend een paar jaar geleden. Een optreden dat ik toen uitstekend vond. Ze treden deze keer in een heel andere bezetting op, met cello, gitaar en drums. De zanger en de celliste horen tot de mooist opgemaakte goths die ik dit festival op het podium gezien heb. De muziek is treurig en traag. De uitvoering is niet perfect, maar het gevoel is er wel.
 
‘Welkom op de begrafenis van Catastrophe Ballet.’ Deze groep heeft het WGT uitgekozen om hun afscheidsconcert te geven. Voor de gelegenheid heeft de groep ook wat gastzangers uitgenodigd om een punt te zetten achter 25 jaar muziek maken: Volker Zacharias (Girls Under Glass), Patricia Nigiani (Project Pitchfork), Oswald Henke (Goethes Erben), William Faith (Faith and the Muse). De muziek is erg gevarieerd, van industrieel klinkende nummers tot gothrock, van psychedelische trekjes tot punk.
 
Ze spelen nummers uit hun ganse carrière, en interpreteren bij het afsluiten nog wat covers van Anarchy in the UK (Sex Pistols), 21st Century Boy (Sigue Sigue Sputnik), om te eindigen met een uitgestrekte versie van Goodbye Cruel World (Pink Floyd) waarbij de groepsleden elkaar allemaal vaarwel zeggen en er hoogstwaarschijnlijk ook een paar traantjes gepinkt werden op het podium. Een intens en mooi moment en een afscheid in stijl voor de groep. Daarmee zet ook ik een punt achter mijn bezoek, met de intentie om er volgend jaar weer bij te zijn.
 
 
Setlist Lacrimosa: Intro / Brennende Komet / Schakal / Alleine zu zweit / Not every pain hurts / Verloren / Ohne dich ist alles nichts / Weil du Hilfe brauchst / If the world stood still a day / Alles Luege / Der Morgen danach / Irgendein Arsch / Liebesspiel / Rote Symphonie / Revolution /
Bis: Stolzes Herz / Feuer / Lichtgestalt