zaterdag, november 20, 2010

30 jaar Einstuerzende Neubauten


30 jaar al bestaan Einstuerzende Neubauten, en dat hoort uiteraard uitgebreid gevierd te worden. Dat doen ze met een tournee waarbij de groep in elke stad twee keer zal spelen. Op de eerste avond krijgt het publiek een korte set van nummers die maar zelden gespeeld worden, aangevuld met soloprojecten van de groepsleden die variëren naargelang de locaties. Op de tweede avond spelen de Neubauten een lange set met een overzicht van hun werk in drie decennia. Donderdag en vrijdag was de AB in Brussel aan de beurt.

In 1980 ontstond Einstuerzende Neubauten in West-Berlijn, dat toen nog een ommuurde stadstaat was in het midden van de DDR. West-Berlijners stonden in die tijd bekend als nogal eigenzinnige en soms wat marginale types. Berlijn, haar levensstijl en bruisend nachtleven trok destijds heel wat alternatievelingen en kunstenaars aan. De Neubauten maakten een eerste verschijning op 1 april 1980 in de Berlijnse nachtclub Moon, waar ze muziek improviseerden op vertoningen van Super 8 filmpjes van amateurregisseurs. De groep bestond toen al uit Blixa Bargeld en NU Unruh, die in het echte leven ook bekend stonden als Christian Emmerich en Andrew Chudy, aangevuld met Gudrun Gut en Beate Bartel uit de groep Mania D, de voorloper van Malaria!. Ze spelen dan nog op conventionele instrumenten, die ze uiteraard even goed beheersten als hun collega’s uit de erg boeiende West-Berlijne new wavescene.

Het zou niet lang duren vooraleer Unruh door geldgebrek zijn drumstel verkoopt en beslist om dan maar zelf een drumstel te bouwen uit metalen spullen die hij samengeraapt heeft. Al snel zitten de Neubauten in een staalconstructie onder een Berlijns viaduct hun eerste opname te maken. De groep wordt later aangevuld door FM Einheit van de Hamburgse punkgroep Abwärts. Kollaps, een plaat die ze in amper 9 dagen, met een minimaal budget en zonder geluidstechnicus opnemen, klinkt als een radicaal statement. ‘We wilden eenvoudigweg een onhoorbare plaat maken’, zei FM Einheit er ooit over. De muziek is wild en tegendraads. De groep heeft zich een ruim assortiment boren en schroot aangeschaft, waar ze trots mee poseren op de plaathoes. (De foto is trouwens een parodie op een soortgelijke foto die je vindt op Ummagumma van Pink Floyd.)

In de hierop volgende tournee wordt de groep aangevuld met Mark Chung, bassist van Abwärts, en Alexander Hacke. Samen nemen ze in 1983 Die Zeichnungen des Patienten O.T. op, waarin ze hun geluidsexperimenten en de kunst om te musiceren op zelfgebouwde instrumenten heel erg perfectioneren. Het resultaat is een erg donkere en experimentele plaat. Met Halber Mensch uit 1985, waarop onder meer de alternatieve hit Yü-Gung staat, wisten ze hun reputatie als cultgroep helemaal te vestigen. Het bevat ook het uitstekende Seele Brennt, een zelden gespeeld maar erg geliefd nummer dat de Neubauten op hun korte set op donderdagavond speelden. Als bisnummer speelden ze die avond nog Sand, een cover van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra die ze opnamen als B-zijde van Yü-Gung. Het waren de twee oudste nummers die we de afgelopen dagen te horen kregen.

Op Fünf auf de nach oben offenen Richterskala (1987) lijkt de groep zich tevreden te stellen met weinig uitgewerkte nummers, maar dat maken ze ruimschoots goed als in 1989 het meesterwerk Haus der Lüge uitkomt. De muziek is veelzijdig, rijk en tot in detail uitgewerkt, tegelijk experimenteel en diepgaand en – toch in vergelijking met al het voorgaande – erg toegankelijk. De teksten van Blixa Bargeld vallen op door hun scherpte, originaliteit en zijn vele woordspelingen. Frasering, klanken en woordkeuze zijn ondertussen uitgekiend op een heel hoog niveau. De Neubauten speelden het titelnummer van deze prachtplaat op vrijdagavond, het enige nummer uit de tachtiger jaren op een retrospectief optreden dat nochtans bedoeld was om drie decennia Neubauten te overlopen. Dat had wat mij betreft net iets meer mogen zijn, maar goed.

Haus der Lüge bleek de lat destijds erg hoog te leggen voor de groep, waardoor het werk aan een opvolger traag loopt. De groepseden concentreren zich een tijdje op nevenprojecten en werken ook mee aan een theaterproductie van Die Hamletmaschine van Heiner Müller. Als Tabula Rasa dan uiteindelijk in 1993 uitkomt, kan er geen enkele twijfel bestaan over de blijvende relevantie van de groep. De muziek wordt steeds diepgaander en tegelijkertijd toch toegankelijker. De groep die een paar jaar geleden nog met drilboren en slaghamers te werk ging, blijkt een zekere rust en harmonie gevonden te hebben. De teksten zijn wederom van wereldniveau. Op het optreden van vrijdag speelden ze het fantastische Die Interimsliebenden, dat door Blixa op indrukwekkende wijze ingeleid werd door de intro achterstevoren te zingen en dan via loops om te vormen tot de aanvang van het nummer. In hun eerste bisnummer haalden ze de drilboren nog eens boven voor het 15 minuten lange Headcleaner.

Het werk aan een opvolger neemt wederom meer tijd in beslag dan verwacht. Bassist Mark Chung, die al jaren de groepsfinanciën beheert en dat ook voor steeds meer bevriende muzikanten doet, verlaat de groep om zich te concentreren op zijn carrière als muziekuitgever. Fundamenteler is het vertrek van FM Einheit, die de trage werkwijze van Bargeld meer dan moe is. Bargeld besluit om de plaat desondanks af te werken. Ende Neu verschijnt in 1996 en is dan het werk van het trio Bargeld-Unruh-Hacke. Bargeld gaf al snel na het verschijnen te weten dat de plaat een paar van hun sterkste nummers bevat (het titelnummer, Stella Maris en Was ist ist zijn absolute klassiekers) maar ook een paar van hun zwakste nummers ooit. De nummers die ze uitkozen voor hun optreden van vrijdag – Installation N° 1 en zowaar The Garden als opener van de avond – horen wat mij betreft helaas niet tot de sterkste nummers.

Voor de volgende cd – Silence is sexy, die in 2000 uitkomt – is de groep weer uitgegroeid tot een kwintet. Jochen Arbeit en Rudi Moser van Die Haut zijn de nieuwkomers op respectievelijk gitaar en percussie. De cd wordt algemeen lovend onthaald, en het hoeft niet te verwonderen dat de groep uitgebreid uit deze plaat putte bij hun optreden. Die Befindlichkeit des Landes werd gespeeld met een uitgebreide appendix die misschien net als het oorspronkelijk nummer gebaseerd is op het werk van Walter Benjamin of alvast hetzelfde thema behandelt: hoe Berlijn omgaat met zijn geschiedenis. Op Silence is sexy steekt de voormalige kettingroker maar intussen rookvrije Bargeld nog een sigaret op. De sigaret was immers hun manier om een stilte op te nemen die toch hoorbaar was, een metafoor voor zinloos tijdverdrijf.

De Neubauten blijven in het nieuwe millennium zoeken naar nieuwe wegen om muziek te maken. Ze starten een project waarbij supporters zich tegen betaling kunnen inschrijven op een website, en daar de evolutie van de nummers en het opnameproces kunnen volgen en becommentariëren. Het resultaat – Perpetuum Mobile uit 2003 – is een conceptalbum waarin luchtverplaatsingen een belangrijk rol spelen in de vorm van wind en luchtcompressoren. De supporters kregen een aparte cd met extra nummers. Ook deze plaat was goed vertegenwoordigd om het optreden, met Dead Friends en YouMe & MeYou. Het concept om via internet exclusieve muziek aan te bieden bevalt de groep duidelijk. In de tweede fase van het supportersproject beloven ze een exclusieve cd die enkel voor de fans beschikbaar zal zijn. En de hieruit voortkomende Grundstück-cd is ook uitstekend. Het belangrijkste nummer – het 25 minuten durende ‘grote’ Grundstück – werd integraal gespeeld op donderdagavond, gevolgd door het originele ‘kleine’ Grundstück , afkomstig van Perpetuum Mobile.

In die periode beginnen de Neubauten ook met de Musterhaus-serie, opnieuw cd’s die enkel via  een inschrijvingssysteem op het internet verspreid worden en die nog experimenteler willen zijn dan de Neubauten. Er komen in totaal 8 cd’s in deze serie uit. In de derde fase van de supportersproject nemen ze – opnieuw onder de naam Einstürzende Neubauten – Alles wieder offen op, een cd waarvan de ingeschreven fans een alternatieve versie krijgen. Op deze cd blikken de Neubauten terug op hun oeuvre. De titel verwijst naar Fünf auf der nach obenen Richterskala. Het nummer Von Wegen citeert verschillende nummers uit de geschiedenis van de groep, en werd vrijdag aangevangen met een stukje Halber Mensch. Susej bouwt voort op een experiment dat Blixa Bargeld begin jaren tachtig in de kelder van een Hamburgse studio aanving, maar toen niet verder kon uitwerken. Meer dan de helft van deze plaat passeerde vrijdag de revue, een teken dat de Neubauten erg trots zijn op hun laatste productie. En terecht.

En de concerten van de zijprojecten dan? In Brussel hadden we recht op ‘Die Körper ohne uns’, een choreografisch werk van Abrahem Hutado. Jochen Arbeit componeerde de muziek. Het begon met een film waarop twee mensen geluid produceerden door op de grond te stampen en over muren te wrijven en liep dan langzaam over tot elektronische soundscapes waarin af en toe een vleugje gitaar te bespeuren viel. Er waren twee acteurs, maar wat ze deden kon ik van mijn standplaats niet zo goed volgen. Al viel dat naarmate de zaal leegliep steeds beter mee. Op de achtergrond was een videobeeld te zien van een man die zeer langzaam – over meer dan tien minuten – geeuwde. Wellicht zou dit in een andere setting meer op zijn plaats geweest zijn, maar hier hadden de Neubauten met hun korte set de adrenaline en de verwachtingen al behoorlijk de hoogte in geduwd. En dus was de reactie van het publiek eveneens een langgerekte geeuw.

Met ‘Beating The Drum’ heeft N.U. Unruh het extreem andere effect bereikt. Hij liet een dertigtal tafels met drums en cimbalen aandragen en dan kon het publiek op volledig interactieve wijze mee drummen op een luide baslijn. Ik had dit al eens eerder kunnen aanschouwen op een dvd en vond het resultaat toen een ongelooflijke kakofonie. Wel, het is ook een ongelooflijke kakofonie, maar als je zelf meespeelt valt dat niet zo op. Inderdaad, zelfs ik die doorgaans een hekel heb aan al het ‘interactief’ gedoe op optredens – enkel aan het in de handen klappen na de liedjes doe ik uit beleefdheid mee – heb mee op de cimbalen zitten slaan en vond dat een ongelooflijk aangename ervaring.

Verder brengen de Neubauten voor hun jubileum ook een nieuwe verzamelaar uit: Strategies against architecture IV. Daarin putten ze onder meer uit de vele exclusieve supporter- en Musterhaus-cd’s. Dit zorgt wel voor wat verontwaardiging bij sommigen, maar ik had dit al van ver zien aankomen. De vorige verzamelaar dateert nog maar van 2002 en sindsdien hebben de Neubauten slechts twee studio-cd’s opgenomen. Bovendien heb ik me zelf ook niet alle Musterhaus-cd’s aangeschaft en ben ik blij dat ik op die manier een zicht krijg op hun producties. Er staat ook nog een dvd aangekondigd die het dertigjarig bestaan van de groep documenteert. Overkill? Misschien, maar de kans is ook groot dat we daarna een tijdje niets meer van de Neubauten horen. In een interview met het parool lieten Bargeld en Unruh alvast weten dat ze na de tournee voorlopig geen plannen meer hebben met de Neubauten. Nu van genieten dus!

* * * * *
Ik raad iedereen aan om het optreden te bekijken dat de Neubauten een paar dagen voorheen gaven in Parijs, en dat op een paar details na identiek is aan hun set in de AB.

Maandagavond zal Jochen Arbeit nog eens aan het werk te zien zijn in Les Ateliers Claus, in een performance waarvan nu al aangekondigd wordt dat oordopjes onontbeerlijk zijn om het bij te wonen.

(Klik hier om mijn recensie te lezen van het Neubauten-optreden van de vorige tournee, en hier om mijn recensie te lezen van hun tournee van hun 25-jarig jubileum.)

zondag, mei 09, 2010

Lacrimosa: Schattenspiel

Lacrimosa brengt voor zijn twintigjarig bestaan een dubbel-cd uit met onuitgegeven nummers. In een mededeling beantwoordde Tilo Wolff op de vraag waarom ze geen 'Best Of' uitbrengen. ‘Een Best Of is voor mensen die een groep amper kennen en met een verzameling hits overtuigd moeten worden. ... Voor de twintigste verjaardag willen wij geen plaat maken voor diegenen die nooit in Lacrimosa geïnteresseerd waren, maar hebben we een cd gemaakt voor diegenen aan wie we het jubileum te danken hebben: jullie, ons publiek.’


Een cd met onuitgegeven nummers uitbrengen, is soms een riskante onderneming. Er zijn vaak goede redenen waarom bepaalde nummers de uiteindelijke cd’s niet halen. Bovendien liet Tilo Wolff in het verleden al weten dat er eigenlijk weinig onuitgegeven nummers bestaan. Lacrimosa brengt bijna alles wat ze opnemen uit. Wat niet op de officiële cd komt, vond vaak een plaats op de b-zijde van een single.


Om maar te zeggen: hoewel ik steeds uitkijk naar een nieuwe Lacrimosa, waren de verwachtingen hier niet zo hooggespannen. Alhoewel, de cd heeft het grote voordeel dat het een overzicht geeft van de hele carrière van de groep, van de pikzwarte begindagen van ‘Angst’ tot op vandaag. Moeten we dit opvatten als een samenvatting? Werpt de cd een nieuw licht op de loopbaan van Lacrimosa? Bestaat de cd uit meer dan een verzameling afgekeurde liedjes? Zouden er nog verborgen pareltjes in te vinden zijn? Laat ons even luisteren.


De eerste cd begint met de opnames van de eerste cassette ‘Clamor’, die in 1990 op 100 exemplaren uitgegeven werd en sindsdien onvindbaar is. Er stonden twee nummers op die een paar maanden later ook op het debuut Angst verschenen: Seele in Not en Requiem. Heel wat fans hunkerden ernaar om deze oerversies te horen, en nu ze eindelijk op cd uitgebracht zijn kunnen we met zekerheid zeggen: ze verschillen eigenlijk niet zo veel van de nummers die we al jaren kennen, zij het dat deze versies iets korter zijn.


De notities die Tilo Wolff in het boekje geschreven heeft over elk nummer laten een licht schijnen over het ontstaan van elk nummer en de evolutie van Lacrimosa. Seele in Not zag het licht toen Tilo Wolff op een zomerdag met een zelfgeschreven tekst aan het klavier van zijn ouders plaatsnam, zonder echt piano te kunnen spelen. Nadat hij op die manier ook Requiem geschreven had, begon hij echter te twijfelen of hij zijn grens niet bereikt had en of hij nog verder muziek kon schrijven. Een twijfel die gelukkig snel verdween.


Met Seelenübertritt krijgen we nog een onuitgegeven nummer uit de begindagen. Hoewel de pikzwarte monotonie van het nummer een zekere charme heeft – Tilo Wolff noemde het nummer ook ‘Requiem II’ – moet ik toch zeggen dat het weinig om het lijf heeft. Wie nog steeds elke avond Angst in zijn cd-speler laat draaien, zal zich eraan verlekkeren. De anderen zullen wellicht snel leren om dit nummer over te slaan.


Schuld und Sühne heeft meer te bieden. Lacrimosa waagt zich hier zowaar aan experimentele electro-noise. Het is begrijpelijk dat dit nummer nooit op een officiële cd terechtgekomen is omwille van de buitengewone stijl, maar ik kan het wel smaken.


Dreht Euch is een instrumentaal nummer dat met 2 minuten 14 seconden wellicht het kortste Lacrimosa-nummer ooit is. Het is een oefening in melancholische kermismuziek die erg aantrekkelijk klinkt, maar wellicht nog niet voldoende afgewerkt was. Mocht dat wel gebeurd zijn, dan had het niet misstaan op Einsamkeit, de tweede plaat van Lacrimosa. Dem Ende entgegen werd opgenomen ten tijde van opvolger Satura, maar zou wel degelijk misstaan hebben op deze prachtplaat.


Na Satura heeft Wolff wederom het gevoel dat hij in een bepaalde richting al het mogelijke heeft verwezenlijkt. Hij neemt een eerste versie van Schakal, ondertussen met Anne Nurmi als vrouwelijke stem, die hem een hint geeft van de richting die hij verder uit kan. Op basis daarvan werkt hij het idee uit om gothic metal te combineren met symfonische arrangementen. Een beslissing die aanvankelijk erg omstreden was, maar die Lacrimosa op onvoorspelbare wijze tot de meest succesvolle gothicgroep van zijn generatie zou maken.


Uit deze periode stamt ook de oerversie van Vermächtnis der Sonne, dat erg anders klinkt als de uiteindelijke cd-versie en eveneens erg goed is. Om de eerste cd van Schattenspiel af te sluiten krijgen we nog een versie van Copycat met symfonisch orkest, die de groep op het laatste ogenblik nog aan de compilatie heeft toegevoegd. Het valt op dat we voor de periode van 1994 tot 2003 geen nieuwe nummers voorgeschoteld krijgen, maar enkel nieuwe versies van reeds bekende stukken. De keuze om de eerste cd te concentreren op het begin van de jaren ’90 en de tweede vanaf 2002 te laten lopen, geeft wel een zekere homogeniteit aan elke cd.


De tweede cd vangt aan met Ein Hauch von Menschlichkeit, met meer elektronica maar uiteindelijk niet zo ver verwijderd van het nummer waar we sowieso al erg van hielden. Van dan af krijgen we enkel originele nummers. 'Morgen' is een leuk stuk met een sobere begeleiding van akoestische gitaar en klavier. Ik was bang om bij Schönheit straft jedes Gefühl een variatie te krijgen op The Road To Pain, maar eigenlijk is dit best een goed nummer. Het bevat veel variatie, een sterke opbouw naar een climax en degelijke arrangementen. Ein Fest für die Verlorenen is dan weer een nummer waarvan je begrijpt dat het de officiële cd niet gehaald heeft.


Dan volgt volgens mij het beste deel van de compilatie: Mantiquor, Der Verlust en Déjà vu zijn drie nummers die de poppy kant van Lacrimosa tonen en hier allemaal op hun plaats zijn. Het zou me niet verwonderen mocht Lacrimosa bij hun komende optredens – onder meer op het Wave-Gotik-Treffen in Leipzig – uit deze nummers putten. De tweede cd van Schattenspiel sluit af met twee nieuwe composities. Al is ‘compositie’ wel een groot woord voor Sellador, een nummer dat bestaat uit het ad infinitum herhalen van één zin op twee akkoorden begeleiding. Hier rijst bij mij vooral de vraag: heeft Tilo Wolff werkelijk een klassiek orkest laten samenkomen om dit in te spelen? Ohne Dich ist Alles Nichts is een liefdeslied in de klassieke Lacrimosa-stijl, een mix van gitaren en orkest dat goed overeind blijft maar niet tot het beste hoort wat ze gemaakt hebben.


Afsluitend kan ik stellen dat deze cd voor de Lacrimosa-fans best een leuke aanvulling is op hun verzameling. Het onthult een paar nummers die echt de moeite zijn. Andere nummers mogen dan van mindere kwaliteit zijn, maar bieden een nieuw zicht op de evolutie van de groep. Wie daarentegen nog niet alle klassiekers in huis heeft – zoals er zijn: Satura, Elodia, Echos, Lichtgestalt, Einsamkeit en minstens één van de live-cd’s – heeft hier weinig te zoeken en kan zich beter eerst de originele cd’s aanschaffen.

donderdag, november 05, 2009

Over de muur. Geschiedenis van het gedeelde Duitsland

Dit artikel geeft achtergrondinformatie bij de eerste uitzending van Vergeten Tijd over de Berlijnse muur. De uitzending zal een maand lang beluisterbaar zijn op de site van xlair.

Over de muur. Geschiedenis van het gedeelde Duitsland

20 jaar geleden. 9 november 1989. De Berlijnse muur valt. In de eerste uitzending van Vergeten Tijd vertellen we de geschiedenis van de muur en van het gedeelde Duitsland, in muziek: van schlagers tot punk, van protestliederen tot politieke hymnen.

Mei 1945, Berlijn. Hitlers visioen van het Derde Rijk eindigt in een tragedie voor miljoenen Duitsers. Duitsland heeft de oorlog verloren, vele Duitse steden zijn platgebombardeerd, armoede en honger tieren welig en uit het oosten komen drommen Duitse vluchtelingen aan. Al voor het einde van de oorlog maakten de geallieerden afspraken over de verdeling van Duitsland in vier bezettingszones. Ook Berlijn, de Duitse hoofdstad, werd netjes in vier verdeeld onder de vier overwinnaars. Als de koude oorlog later de bezettingsmachten onderling verdeelt, blijkt de frontlijn dwars door Duitsland te lopen. De muur die op de nacht van 12 op 13 augustus 1961 gebouwd werd in de hoofdstad, en die gezinnen, collega's en vrienden van elkaar scheidde, werd het symbool van de ideologische strijd tussen oost en west. Het symbool was zo sterk dat de val van de muur algemeen beschouwd wordt als het einde van de koude oorlog en - naargelang de radicaliteit van de meningen - als het einde van een grootmacht, van een ideologie of zelfs van de geschiedenis.

Karl Berbuer: Wir sind die Eingeborenen von Trizonesiën (Wij zijn inboorlingen van Trizonesiën)

Al snel na de oorlog reizen er meningsverschillen tussen de westerse grootmachten - de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk - enerzijds en de Sovjetunie anderzijds. Churchill waarschuwde reeds in 1946 voor het vallen van een ‘ijzeren gordijn’ in Europa. In 1947 kondigde president Truman in het Amerikaanse congres zijn nieuwe doctrine aan: de VS zullen de vrije wereld helpen tegen de communistische dreiging. De Amerikaanse en de Britse zones in Duitsland vormen in 1947 een economische eenheid – de bizone - , waartoe een jaar later ook de Fransen toetreden – de trizone. Ondertussen hebben de Amerikanen ook het Marschall-plan afgekondigd, waarmee vele westerse laden en ook de westerse bezettingszones in Duitsland van economische hulp genieten bij de heropbouw. De drie westerse bezettingsmachten gaan steeds meer samenwerken, en hier en daar begint men te vrezen voor een deling van het land. Karl Berbuer scoort in 1948 een grote Schlager en krijgt ook de lachers op zijn hand door de ‘inboorlingen van Trizonesiën’ te bezingen, het nieuwe vaderland van de inwoners van de drie westerse bezettingszones. Omdat West-Duitsland in de jaren na de oorlog niet over een volkslied beschikte, werd dit nummer tussen 1949 en 1952 soms als Duitse hymne opgevoerd bij grote sportmanifestaties, tot grote ergernis van onder meer bondskanselier Konrad Adenauer.

Een klein hoopje diplomaten
Maakt vandaag grote politiek
Ze scheppen zones, veranderen staten
En hoe zit het op het ogenblik met ons?
Wij zijn inboorlingen van Trizonesiën...

Nationalhymne der DDR (Volkslied DDR)

In 1948 zit het er bovenhands op als de westerse bezettingsmachten een geldhervorming aankondigen in hun zones. Dat er een geldhervorming moest komen in Duitsland was voor iedereen duidelijk. Maar aangezien een akkoord met de Sovjetzone maar niet van de grond komt, voeren de westerse bezettingsmachten in hun eengemaakte economische ruimte de Duitse Mark in. De Sovjets zijn woedend. Ze plaatsen Berlijn - dat volledig door hun bezettingszone omgeven is - onder embargo. De westerse bezettingsmachten zetten een luchtbrug op om Berlijn te bevoorraden en voeren ondertussen hun plannen uit om tot een eigen grondwet te komen en vrije verkiezingen te houden. Het leidt in mei 1949 tot de oprichting van de Bundesrepublik Deutschland (BRD).

In de Sovjetzone kan men niet anders dan op de proppen komen met een eigen staat: de Deutsche Demokratische Republik (DDR), die in oktober boven de doopvont wordt gehouden. Beide kampen benadrukken dat de oplossing tijdelijk is, en dat is ook wat de meerderheid der Duitsers gelooft. De nieuwe Oost-Duitse staat krijgt een eigen vlag en een eigen hymne, een compositie van Hanns Eisler op een tekst van Johannes R. Becher. In de Bondsrepubliek moest men nog even wachten op een volkslied. Nadat verschillende voorstellen hiervoor werden afgewezen, drukte Adenauer in 1952 opnieuw het sinds 1945 verboden Lied der Deutschen – bekend van de zinsnede ‘Deutschland über alles’ – door als volklied de BRD, al werd de hymne beperkt tot de oorspronkelijke derde strofe.

Franz Josef Degenhardt: Spiel nicht mit den Schmuddelkinder (Speel niet met de vieze kinderen)

Na de oorlog overleefden in Duitsland veel straatkinderen van zwarte handel, diefstal en bedelarij. Het waren vaak wezen of kinderen uit gezinnen die gebroken waren door de oorlog. Roberto Rossellini maakte er in 1948 de ophefmakende film ‘Germania Anno Zero’ over, gefilmd in het nog grotendeels uit puin bestaande Berlijn. Toch bleek West-Duitsland na de oorlog vrij snel economisch vooruit te gaan. Amerikanen en Britten stelden alles in het werk om het economische herstel zo snel mogelijk te laten verlopen, kwestie van de dure bezetting niet te lang te laten aanslepen. Reeds in 1950 bereikte het inkomen van een arbeidersgezin opnieuw het vooroorlogse peil. Onder Adenauer verdubbelden de lonen. Het ‘Wirtschaftswunder’ zorgde voor een vlaag van nationale trots die – samen met een fel beleden anti-communisme – het bindmiddel werd om de Bondsrepubliek langdurig als onafhankelijk land te vestigen.

Franz Josef Degenhardt is een Liedermacher met een uitgesproken links profiel. Hij werd een icoon van de studentenprotesten in 1968, onder meer omdat hij als advocaat verschillende leden uit de ‘buitenparlementaire oppositie’ verdedigde. In 1971 werd hij uit de sociaaldemocratische SPD gezet omwille van zijn steun aan de in West-Duitsland verboden communistische partij.

Chor & Orchester Siegurd Brauns: Aufbauwalzer (Opbouwwals)

Het economisch herstel in het oosten verliep minder vlot. Het agrarische oosten van Duitsland was al langer een economisch achtergesteld en dunbevolkt gebied. Na de geallieerde overwinning moest deze regio ook het gros van de ‘heimatvetriebenen’ uit het oosten ontvangen. Miljoenen Duitsers uit Tsjecho-Slowakije, Joegoslavië, Hongarije, de Sovjetunie en in de eerste plaats uit Polen waren in hun geboorteland niet meer gewenst en werden naar Duitsland verdreven. In ruil voor het oostelijk deel van Polen, dat door de Sovjetunie werd geannexeerd, kreeg Polen een belangrijk deel van Oost-Duitsland. Ook hier mochten de Duitsers vertrekken. Daar kwam nog bovenop dat de Sovjetunie in haar bezettingzone heel wat industrie ontmantelde en afvoerde om het her op te bouwen in hun land, als herstel voor de zware schade die de Sovjetunie in de oorlog geleden had.

Om het puin van de oorlog te ruimen en het land her op te bouwen organiseerden de autoriteiten in de DDR in de jaren ’50 regelmatig opbouwzondagen, waarop mensen op vrijwillige basis kwamen helpen met bouwwerken.

Opbouwzondag is er vandaag weer
Het puin smelt weg als sneeuw in de zon
En wij zingen vrolijke liederen
Wij bouwen en zingen ondanks regen en wind
Hoog als de hemel, hel als de zon en zo schoon
Bouwen we de huizen, snel zullen de kranen weer draaien

Höre, Kind von Schwabenland (Hoor, kind uit Zwaben)

In dit nummer bezingt één van de talrijke kinderkoren uit Oost-Duitsland de wens naar een eengemaakt Duitsland, die in beide delen van het land nog lang na de scheiding van 1949 bleef leven. Op feestdagen vroeg men kinderen in de DDR om vredeswensen naar het westen te sturen aan de hand van ballonnen. In 1952 herhaalde Stalin zijn voorstel om de deling ongedaan te maken en een eengemaakt en neutraal Duitsland te scheppen. Historici discussiëren nog steeds over de werkelijke motieven van Stalin, maar het blijft erg waarschijnlijk dat Stalin nogal in zijn maag zat met zijn ‘ongeliefd kind’ en meer voelde voor één neutrale Duitse staat waarin het welvarende westelijke deel mee zou betalen voor de heropbouw van het arme oosten. De brokken vallen echter niet meer te lijmen. Politici uit het West-Duitsland willen hun deel van het land duidelijk in de westelijke invloedssfeer integreren, terwijl de oosterse leiders erg gehecht zijn aan het communisme. Als de Bondsrepubliek in 1955 tot de NAVO toetreedt, wordt het herenigingsvoorstel voorgoed naar de vuilnismand verwezen. De tijdelijke deling is een definitieve geworden.

Renft: Gänselieschen

In de jaren ’50 komt de Rock-’n-roll uit de Verenigde Staten overgevlogen naar Duitsland. Letterlijk, want niemand minder dan Elvis Presley kwam onder grote media-aandacht zijn legerdienst volbrengen in West-Duitsland. Ook in Oost-Duitsland kon men westerse muziektrends volgen dankzij de West-Duitse radio en televisie. De DDR probeerde lange tijd om de toegang tot deze media met stoorzenders te verhinderen, zonder al te veel succes. Ook in Oost-Duitsland ontstaan groepjes die zich aan de rockmuziek wijden. Het Klaus Renft Combo is er één van. Ze ontstaan in 1958, in een periode waarin de DDR zich vrij liberaal opstelt tegenover rockmuziek. Begin jaren ’60 verstrengt de houding tegenover ‘beatgroepen’ en krijgt het Klaus Renft Combo evenals hun opvolger The Buttlers optredenverbod. In 1967 werd het verbod opgeheven en brengt Renft een Oost-Duitse variatie op de hippies: folkrock met een experimentele inslag en maatschappijkritische teksten. Sommige van deze teksten gaan te ver voor het regime en in 1975 volgt een definitief verbod.

Günther Haack: Die 13

In 1952 sloot de DDR de grens met West-Duitsland hermetisch af. Behalve in Berlijn, dat van dan af de gemakkelijkste weg werd om Oost-Duitsland te verlaten. Meer dan 2 en half miljoen DDR-burgers trokken de komende jaren via deze weg naar het westen. Vooral hooggeschoolden zochten zo een betere toekomst. De DDR-leiders vreesden dat deze leegloop de ontwikkelingskansen van hun land ernstig hypothekeerden. Op de nacht van 12 op 13 augustus 1961 werd in het geheim een muur opgetrokken die West-Berlijn van de omliggende DDR isoleerde. De inwoners zagen pas de volgende ochtend dat ze niet meer naar de andere kant van de stad konden. DDR-leider Walter Ulbricht had nochtans recent verklaard dat ‘niemand de intentie heeft om een muur te bouwen’. De bouw van de muur ging gepaard met een propagandaoffensief om de bouw ervan te vergoelijken. Officieel was de muur een ‘antifascistische verdedigingsmuur’ gericht tegen de westelijke agressie. Dit nummer van Günther Haack bespot westerse politici als de West-Berlijnse burgemeester Willy Brandt, de latere bondskanselier van de BRD, als naïevelingen die een put groeven voor de DDR en nu hun verdiende loon krijgen.

De Willy is passé
Dat doet de ami’s pijn
Ze gaven aan de frontstad
NATO-schilden als symbool
Maar ze bereikten spijtig genoeg
Enkel een grote volksverhuizing

De éne brengt de 13de pech
De andere brengt ze geluk
Maar wat men ooit verloren is
Bekomt men niet terug

Ton Steine Scherben: Rauch-Haus-Song

In de jaren ’60 sloeg de politieke contestatie hoogtij in heel Europa. In West-Duitsland kreeg het protest een extra dimensie. Linkse jongeren verweten de oudere generatie dat ze de ogen dicht had gehouden voor de misdaden van het nazisme. Net als in andere landen dweepten revolutionaire studenten met Ho Chi Minh en Che Guevara en ontaardden de straatprotesten vaak in geweld. Eind jaren ’60 vonden sommige radicalen de gewapende strijd gerechtvaardigd. Ze richten stadsguerrilla’s op en plegen terroristische aanslagen. De Rote Armee Fraktion (RAF) is de meest beruchte van deze bewegingen.

West-Berlijn was ondertussen een wereld op zich geworden. Voor westerse politici was West-Berlijn een uitstalraam van de westerse welvaart naar het oosten toe, een belangrijke troef in de ideologische strijd tegen het communisme. Maar de stad was slechts via een klein aantal doorgangen en een hoop militaire controles bereikbaar, en dus liepen weinig Duitsers warm om de erenaam van Berliner te mogen dragen. De stad werd een aantrekkingspool voor legerdienstontlopers – West-Berlijners moesten immers niet naar het leger – hippies en andere alternatievelingen. Vooral in de Kreuzberg-wijk concentreerden zich vele kraakpanden. Op kunstzinnig vlak vormde West-Berlijn een eigen biotoop voor alternatieve muzikanten waarvoor niets te ver ging en bijna alles te conventioneel klonk. Rauch-Haus-Song, een nummer van Ton Steine Scherben over een politierazzia op een groot kraakpand, werd de hymne van de West-Berlijnse krakers.

Oktoberklub: Burgerlied 79

In de jaren ’60 waren folk- en protestliederen erg populair. In Oost-Berlijn ontstond – net als op veel andere plaatsen in de wereld - een Hootenanny-Klub waarin jonge folkliefhebbers onder begeleiding van de Canadese folkzanger Perry Friedman samen musiceerden. De Engelse benaming was een doorn in het oog van de Oost-Duitse autoriteiten. De groep werd herdoopt in Oktoberklub en zou van dan af nauw verbonden zijn aan de FDJ – of Freie Deutsche Jugend - de officiële jeugdbeweging waar meer dan 90% van de Oost-Duitse jongeren lid van waren. De groep was erg populair en lag mee aan de basis van het jaarlijkse Festival des Politische Liedes. Op dit Berlijnse festival kwamen linkse folkmuzikanten uit heel de wereld optreden voor een FDJ-publiek.

Wolf Biermann: Du lass Dich nicht verhärten (Laat je toch niet verharden, live in Keulen op 13 november 1976)

Wolf Biermann is ongetwijfeld de bekendste dissident uit de DDR. Als overtuigd marxist begreep hij niet waarom hij in zo’n repressief systeem leefde en hij stak dat niet onder stoelen of banken. Jarenlang beroepsverbod en huisarrest werden zijn deel. In 1976 kreeg Biermann de toelating om voor een paar optredens naar West-Duitsland af te reizen. Hij trad in Keulen op voor een nokvolle sporthal. De West-Duitse televisie zond het optreden live uit. De DDR had het verstoren van West-Duitse televisiezenders al een paar jaar opgegeven en dus konden ook DDR-burgers die avond zien hoe Biermann scherpe kritiek uitte op de DDR. Hij was na afloop niet meer welkom in Oost-Duitsland en verloor het staatsburgerschap. Veel DDR-kunstenaars protesteerden openlijk tegen de uitwijzing, maar de overheid gaf geen duimbreed toe. Verschillende oproerkraaiers werden opgepakt, gevangengezet en soms zelfs uitgewezen.

Laat je toch niet verharden
In deze harde tijden
Zij die te hard zijn breken
Zij die te scherp zijn snijden
En breken weldra ook

Mikoláš Chadima/Jürgen Fuchs: Treue (Trouw, op een gedicht van Jürgen Fuchs)

Jürgen Fuchs was al een vriend van Biermann toen ze nog samen in Oost-Berlijn woonden. Hij begon met schrijven toen hij studeerde. Hij schreef korte, scherpe gedichten over het leven in de DDR. Stasi en universiteit namen nota van zijn rebelse geschriften. Een pacifistisch manifest van Fuchs schoot bij de autoriteiten in het verkeerde keelgat en hij werd bijgevolg van de universiteit geweerd. In 1976 werd hij opgepakt na de protesten rond de uitwijzing van Biermann. Hij keek op tegen 11 jaar gevangenis, maar na internationale protesten mocht hij in 1977 Biermann gaan vergezellen in West-Berlijn.

Mikoláš Chadima was een sleutelfiguur uit de ondergrondse muziekscène in Praag onder het communisme. Hij had een grote aanhang met zijn groep Extempore en later de MCH Band. Het leven van alternatieve muzikanten was vaak zwaar in Tsjecho-Slowakije, maar net als andere groepen (we besteden hier binnenkort een volledige uitzending van Vergeten Tijd aan) wist Chadima zijn publiek te bereiken via illegale cassettes en concerten. Als gevolg van zijn eigen ervaringen met de totalitaire staat kweekte hij een grote interesse in de figuur van Jürgen Fuchs en zette hij verschillende van zijn gedichten op muziek.

Herbst in Peking: Bakschischrepublik (Aalmoesrepubliek)

In de jaren '80 ontstonden in Oost-Duitsland net als in het westen dilettantische punk- en new wavegroepen. Ze namen hun werk op aan de hand van cassettes die ze dan onder hun vrienden verdeelden. Veel van de activiteiten van deze muziekscène concentreerden zich in de Prenzlauerbergwijk, een industriële wijk vlak aan de muur. De Stasi hield de alternatieve scène nauwgezet in het oog, en had zelfs zijn informanten onder de muzikanten. Wie de ene dag mee op het podium stond, ging de dag nadien verslag uitbrengen over de optredens en wie wat gezegd had bij de geheime dienst.

Herbst in Peking is één van de talrijke groepen die onder de noemer ‘die anderen Bands’ vallen. Ze worden in 1987 opgericht in Oost-Berlijn. Na de bestorming van het Tiananmen-plein in Peking krijgt de naam van de groep een bittere bijklank. Als ze tijdens een concert een minuut stilte uitroepen in solidariteit met de slachtoffers van de slachting, gunt de overheid de groep geen toelating meer om op te treden. Dit verbod sleept niet lang aan, want de muur begint op dat moment al aardig te wankelen. Met Bakschischrepublik leveren ze de DDR-rockscene een hymne die nauw verbonden zal blijven aan de Wende.

Gerhard Schöne: Mit dem Gesicht zum Volke (Met het aangezicht naar het volk)

1989, het jaar van de grote omslag. In mei slagen de Hongaarse autoriteiten een eerste bres in het ijzeren gordijn. Ze zetten voorzichtig hun grens open. DDR-burgers komen massaal naar Hongarije in de hoop om in Oostenrijk te geraken. Als de Hongaren in september beslissen om de Oost-Duitsers die de grens over willen geen duimbreed meer in de weg te leggen, zet zich een stroom van vluchtelingen in gang die langs alle kanten proberen om de DDR te verlaten. Ondertussen weet de Oost-Duitse politieke oppositie te bewijzen wat iedereen eigenlijk al wist: de DDR vervalst systematisch verkiezingsresultaten. Er richten zich nieuwe oppositiegroepen op, vaak verbonden aan kerken die al jaren de meest zichtbare oppositie vertegenwoordigen. Vanaf september vinden er wekelijks vredesdiensten plaats in de Nikolaikirche in Leipzig. Die eindigen in grote optochten tegen het regime. Het voorbeeld wordt al snel opgevolgd in andere steden. Als op 7 november de viering van 40 jaar DDR begint, davert de staat op haar grondvesten. Vele festiviteiten worden afgelast. De spanning stijgt tot de DDR op 9 november in een chaotische persconferentie bekend maakt dat burgers vrij de grens kunnen oversteken. De grensposten in Berlijn worden overrompeld en het duurt niet lang of men vergrijpt zich aan de muur die de stad zo lang gescheiden heeft.

Gerhard Schöne was een erg populaire zanger in de DDR. Haast elk gezin beschikte wel over een cassette of een plaat van hem. Ook de DDR-overheid hoorde graag nummers als ‘Met het aangezicht naar het volk’. Schöne bezingt hoe hij een politieke meeting bijwoont in Nicaragua, een land dat sinds de Sandinistische revolutie van 1979 de volle solidariteit van de DDR genoot. Noch Schöne noch de DDR-overheid konden vermoeden dat DDR-burgers het nummer als een kritiek op hun eigen leiders zouden zien. Het nummer blijft voor vele Duitsers verbonden aan de dagen van de Wende.

Laub: widergefühlich

Wir sind Helden: So Und So

Het stof van de gevallen muur is nog niet gaan liggen, of er gaan stemmen op om de deling van Duitsland ongedaan te maken. Minder dan een jaar na de val van de muur is het zover: op 3 oktober 1990 viert men plechtig de hereniging van het land. De hereniging wordt algemeen op gejuich onthaald, maar schept ook veel onzekerheid. Had in de DDR niet iedereen werk? Zorgde de overheid niet voor woningen en voor lage prijzen voor basisgoederen als voeding? De overgang naar een kapitalistische economie zorgde voor vele fabrieksluitingen en een hoge werkloosheid, die twintig jaar nadien nog niet verdwenen is. Bovendien ergeren sommigen in het oosten zich aan de Besserwessi’s die hun land opgeslokt hebben en die op hun beurt neerkijken op de luie Ossi’s.

Om af te sluiten spelen we nog twee hedendaagse groepen uit Berlijn, een stad die nog steeds borg staat voor kwalitatief hoogstaande en originele muziek.

dinsdag, september 15, 2009

Lacrimosa, Vooruit Gent, 14 september 2009

Je moest gisteren niet drummen voor een goede plaats om Lacrimosa te zien in de Vooruit in Gent. Dat was verleden keer wel anders. Het optreden was niet eens uitverkocht. Voor zover ik weet is dat de eerste keer in jaren, en reken maar dat ik al meer dan 10 jaar geen enkel optreden van deze groep in België mis. Dat is nog nooit tegengevallen, en ook deze keer werd het een memorabel concert.

De beperkte opkomst valt misschien te verklaren door de laatste cd – Sehnsucht – die ik een beetje een tegenvaller vind. Toen Lacrimosa de laatste keer ons land aandeed, had de groep twee meesterwerken op rij afgeleverd: het klassiek georiënteerde Echos uit 2003 en het meer rockgerichte Lichtgestalt uit 2005. De ellenlange tournee nadien resulteerde in een live-cd en dvd – beiden Lichtjahre gedoopt - die wederom lovenswaardig zijn en de uitstekende live-reputatie van de groep bevestigen.

In zekere zin gaat Sehnsucht verder op de ingeslagen weg. Na zich tot 2003 steeds meer op klassieke orkestraties geconcentreerd te hebben, is het geluid sindsdien weer meer op gitaren afgestemd. En Sehnsucht is een echte gitaarplaat met slechts bescheiden orkestrale passages. Opmerkelijk is dat Tilo Wolff op deze cd zelf alle gitaarpartijen op zich neemt en zelfs het orkest dirigeert. Daarmee speelt de groep – het duo Tilo Wolff en Anne Nurmi – zelf alle instrumenten behalve de drums en de orkestraties. Live worden ze bijgestaan door hun uitstekende begeleidingsgroep.

Die Sehnsucht In Mir, de opener van zowel het optreden als de plaat, geeft volgens mij goed weer wat er mis is met Sehnsucht. Een ééntonige en ellenlange intro van twee akkoorden gitaar is nu eenmaal niet wat je verwacht van een groep waarvan je composities vol sprankellende harmonieën en verassende wendingen gewoon bent. De manier waarop Tilo Wolff vanuit een televisiescherm het publiek toezong hadden we al eerder gezien bij Bauhaus, maar bewijst wel de aandacht die de groep besteedt aan de visuele inkleding van hun optredens. Ze doen dat tegenwoordig met iets minder choreografie en vuurwerk als vroeger, zonder daarmee aan kracht in te boeten.

Meteen volgt Alleine Zu Zweit uit Elodia, een cd die zowel artistiek als commercieel een voltreffer was en samen met Echos het verst ging in de symfonische arrangementen. Schakal is iets ouder en markeert het breekpunt – Inferno - waarop Tilo Wolff afstand deed van de zwaarmoedige darkwave van de eerste drie platen en zich richtte op de combinatie van gothic-metal en symfonische muziek. Hij kreeg destijds veel kritiek op deze beslissing, maar dankzij verschillende knappe platen en een aantal hits zag hij zich met zijn nieuwe koers bevestigd als één van de meest succesvolle gothicgroepen uit de jaren ’90.

Het was ook op Inferno dat Anne Nurmi Lacrimosa vervoegde. Sommigen houden hun hart vast als zij de microfoon overneemt, maar dat was deze keer meer dan onterecht. A Prayer For Your Heart is met enige voorsprong het beste nummer van de laatste cd en Anne bracht er een indrukwekkende vertolking van. Toen ze later ook Not Every Pain Hurts uitstekend uitvoerde kwam de gedachte bij me op dat ze in het verleden vaak overdreven hard is aangepakt. (Ik herinner me een optreden waar ze werd uitgejouwd toen ze één van haar nummers bracht.)

Mandira Nabula, van de laatste cd, kan me wederom niet helemaal overtuigen, maar daarna krijgen we niets minder dan een indrukwekkende lijst topnummers uit alle periodes: Alles Lüge, Tränen der Sehnsucht, Der Morgen Danach, Letzte Ausfahrt: Leben, Lichtgestalt, Komet… Nummers die één voor één duidelijk maken waarom we van Lacrimosa houden en zullen blijven houden. Afsluiten doen ze met het magistrale Stolzes Herz, een nummer dat je bij de nek grijpt en meesleept van de zachte piano-intro, de langzaam opkomende drums, de snerende gitaren tot aan het slot waarop een heel koor de muziek begeleidt. Dat bepaalde delen vooraf opgenomen zijn deert me niet. Je kunt nu eenmaal niet met een orkest en een koor op tournee gaan, en zeker op dit nummer zijn ze essentieel.

Bij de eerste bis krijgen we Call Me With The Voice Of Love, een nummer van de laatste cd dat wel weet te overtuigen en waarop Tilo een mooie trompetsolo ten beste brengt, en een zoals steeds uitstekende versie van Ich Verlasse Heut Dein Herz. De tweede bisronde bestaat uit Feuer, met enige voorsprong het slechtste nummer uit de laatste cd en verassend genoeg ook de single, en een fijne uitvoering van A.U.S. (Alles Unter Schmerzen), eveneens van Sehnsucht. Ondertussen heeft Tilo ook een foto van het publiek genomen voor zijn website en heeft hij het Belgische publiek zelfs gefeliciteerd met de overwinning van Kim Clijsters in de US Open.

De groep wuift finaal het publiek uit. Om het publiek naar buiten te begeleiden zetten de organisatoren nog even de Kyrie op die je op Echos terugvindt. Het is spijtig dat we dergelijke nummers nooit live vertolkt zullen horen. Het zou nochtans een goed idee zijn, en waarom zou dit niet zoals andere symfonische muziek een subsidie krijgen voor de uitvoering ervan? Hoe dan ook, en ondanks al mijn kritische opmerkingen over de laatste cd: dit was een fantastisch optreden. Het feit dat we na 18 nummers en zo’n twee uur muziek nog een paar nummers missen – Halt Mich, Durch Nacht Und Flut… – bewijst alleen maar uit wat een omvangrijk oeuvre aan absolute topcomposities de groep kan putten.


Klik hier om mijn recensie van het vorige optreden van Lacrimosa in de vooruit te lezen.

zaterdag, mei 23, 2009

De vier seizoenen van Praag

Dit artikel geeft achtergrondinformatie voor een uitzending over Tsjechische alternatieve muziek die ik heb samengesteld voor The Crooning Hour. Door een samenloop van omstandigheden is het programma niet uitgezonden.

De vier seizoenen van Praag. Muziek uit de Tsjechische ‘Underground’

De val van het communisme, zo wordt gezegd, duurde 10 jaar in Polen, 10 maanden in Oost-Duitsland en 10 dagen in Tsjecho-Slowakije. Václav Havel – het boegbeeld van de fluwelen revolutie in Tsjecho-Slowakije – verkondigt graag de invloed die de alternatieve rockmuziek had op de geschiedenis van zijn land, van de binnengesmokkelde opnames van Frank Zappa en The Velvet Underground tot de eigen ondergrondse muziekscene die buiten haar wil – verschillende muzikanten werden in een proces in 1976 tot gevangenisstraffen veroordeeld – de aanzet gaf tot de oprichting van de mensenrechtenbeweging Charta 77.

Překrásná země (Prachtig land)

We vangen aan met een communistische hymne uit 1952. Toen Tsjecho-Slowakije in 1945 door de Russen – en voor een deel ook door de Amerikanen - bevrijd werd, bestond er veel sympathie voor de Slavische grote broer. Tsjecho-Slowakije was sinds het uiteenvallen van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie in 1918 als een Slavisch land naar buiten getreden. Bovendien waren de Tsjecho-Slowaken niet vergeten hoe de westerse grootmachten Frankrijk en Groot-Brittannië in 1938 het verdrag van München ondertekenden en daarmee hun prille natie aan Hitler overleverden, die Sudetenduitsland bij Duitsland aanhechtte en een jaar later de rest van het gebied opsplitste in het Protectoraat Bohemen en Moravië en de Slowaakse Republiek, beiden vazalstaten van het Duitse Derde Rijk. Arbeiders en intellectuelen hadden na de oorlog wel oren naar de heilsboodschap van het communisme. De Tsjecho-Slowaakse communistische partij wist een stevige machtsbasis te verwerven en door een behendige machtspolitiek en gewelddadige intimidatie van politieke tegenstanders de macht volledig naar zich toe te trekken in 1948.

Het Tsjecho-Slowaakse communisme was er één van de harde lijn. Kritische stemmen werd het zwijgen opgelegd, ook binnen de communistische partij. De Griekse regisseur Costa-Gravas maakte met l’Aveu (de bekentenis) een uitstekende film over de processen tegen uit de gratie gevallen communisten. In de jaren ‘60 groeide het ongenoegen over het inefficiënte en bureaucratische beleid. De communistische leider Novotný, een man die de destalinisatie in de Sovjetunie nooit echt verteerd had, begon langzamerhand ook de Sovjetleiders flink op de zenuwen te werken. Novotný werd in januari 1968 vervangen door Alexander Dubček, een jonge hervormingsgezinde communist die meteen alle censuur afschafte en een rits hervormingen doorvoerde die moesten leiden naar een ‘socialisme met een menselijk gezicht’. Een paar maanden later, op 20 augustus, maakten de Sovjettanks samen met hun bondgenoten van het Warschaupact een einde aan de Praagse lente.

Aktual: Děti bolševismu (Kinderen van het bolsjewisme)

Aktual ontstond rond 1968, nog voor de Russische tanks Praag binnenrolden, als een amateuristisch en anarchistisch collectief. Frontman Milan Knížák kon gerust gelden als een ultra-alternatieveling en zwartkijker die zelfs het kunstzinnige milieu rond de groep Plastic People of the Universe te conformistisch vond. Een paar dagen na de Sovjetinval schreef hij ‘Russen naar huis’, een nummer met de niet mis te verstane zinsnede ‘steek het communisme in jullie reet’. Dergelijke nummers maakten hem niet populair bij de overheid en al snel verliet hij het land richting Verenigde Staten. In 1970 kwam hij terug en zou de groep nog tot 1973 bestaan. Het nummer ‘Kinderen van het bolsjewisme’ is gebaseerd op een communistische hymne waarvan Knížák de tekst aanpaste.

Wij zijn kinderen van het bolsjewisme
Ons bloed is roder dan rood
We hebben nog nooit gehoord van cynisme
We breken elke muur met ons hoofd

The Rock & Jokes Extempore Band: Plesnivý embryo Jan (Het schimmelige embryo Jan)

JéJé Neduha begon in de jaren ’60 op te treden met een repertoire van folk en spirituals. In 1972 richtte hij de groep Extempore op, die met een mix van rock en absurd cabaret naar buiten trad. De naam zou snel veranderen in ‘The Rock and Jokes Extempore Band’. In de dagen van de ‘normalisering’ – zoals de overheid de periode na de Sovjetinval noemde – werd het leven van muzikanten flink zuur gemaakt. Wie in het openbaar wou spelen moest een examen afleggen en een ‘peter’ aanduiden, iemand die zich borg stelde voor de groep en die doorgaans erg moeilijk te vinden was. Ondanks de moeilijkheden wist de groep faam te verwerven in het jazz en rockmilieu. Meningsverschillen tussen verschillende sterke karakters in de groep zullen tot een split leiden in 1978. Neduha ging in op een voorstel om het land legaal te verlaten. Mikoláš Chadima, die de groep in 1976 had vervoegd als saxofonist, nam de leiding over en liet zich inspireren door de opkomende punk en new wave. Na een rumoerig concert wist de groep net te ontkomen aan een rechtszaak zoals die een paar jaar eerder was aangespannen tegen de Plastic People of the Universe. In 1979 ondertekende Chadima de Charta ’77. In 1981 ontbond hij de groep en startte hij de MCH Band op, waarover later meer.

JéJé Neduha kwam na de val van de muur terug en richtte Extempore opnieuw op. De groep nam een cd op waarop ze naast een aantal nieuwe nummers ook oude klassiekers opneemt, zoals dit nummer. Het lied handelt over een jonge man die in een bar gaat eten en een oude man tegenkomt die hem een goedkope kamer aanbiedt. Eens aangekomen verandert de oude man de jongen in een embryo.

Oh, mijn vriend is een schimmelige embryo geworden
Oh, hij slaapt nu in sterk water
De oude man zal opnieuw op jacht gaan
Kijk uit, jonge mensen
Hij aast op jonge knapen
Ga best niet eten in bars

Plastic People of the Universe: Ach to státu hanobení (Oh, de laster van de staat)

Het verhaal van de Plastic People of the Universe begint in 1968, kort na de inval van het Warschau-pact. ‘We wilden niets met politiek te maken hebben en we hadden niet liever gehad dan dat de politiek ook niets met ons te maken wilde hebben’, zei Ivan Jirous, een kunsthistoricus die als inspirator en organisator van de groep gold. Zijn idee was dat de rockmuziek een Tweede Cultuur moest worden, wars en los van de algemene cultuur. De Plastic People of the Universe begonnen met het naspelen van nummers van The Velvet Underground en Frank Zappa. Jirous trok Paul Wilson, een Canadese student die in Tsjecho-Slowakije kwam kijken hoe het marxisme het er in de praktijk van af bracht, aan om de groep de Engelstalige teksten aan te leren en om zelf mee te zingen. In 1970 trok de overheid de toestemming om op te treden in. Jirous gebruikte dan zijn lidmaatschap van de vakbond van kunsthistorici om congreszalen vast te krijgen. Onder het mom van lezingen over Andy Warhol en The Factory bracht de groep dan haar repertoire van Velvet Underground-covers ten beste.

In 1972 vervoegde Vratislav Brabenec de groep. De uitmuntende saxofonist stelde wel voorwaarden: de groep moest eigen nummers componeren en in het Tsjechisch zingen. Hij stelde voor om teksten te gebruiken van Egon Bondy, een Tsjechische dichter en filosoof wiens werk verboden was door de overheid. Bassist Milan Hlavsa stond in voor de erg experimentele muziek, gebaseerd op obsessieve en repetitieve bas- en drumpatronen overlapt met vakkundige solo’s op verschillende instrumenten. Zo namen ze in 1974 de plaat ‘Egon Bondy’s Happy Heart Club Banned’ op, die pas in 1978 en zonder medeweten van de groep in Frankrijk zou verschijnen. De groep kon amper nog optreden in Praag en zelfs optredens op het platteland werden met de grootste omzichtigheid aangekondigd. In 1974 liep het flink mis toen de politie verschillende concertgangers arresteerde. In 1976 organiseerden de Plastic People mee het Tweede Festival van de Tweede Cultuur, dat de groep een plaats in de geschiedenisboeken zou opleveren. Een maand na het concert hield de politie een grootschalige actie tegen de ondergrondse muzikscene waarin 27 muzikanten gearresteerd en meer dan 100 fans ondervraagd werden. In het daarop volgende proces kregen vier muzikanten gevangenisstraffen van 8 tot 18 maanden. Paul Wilson, die de groep nochtans in 1972 had verlaten, werd uitgewezen naar Canada.

Het proces vormde de aanleiding voor een groep van intellectuelen – onder hen de jonge toneelschrijver Václav Havel – om een charter op te stellen voor meer mensenrechten in Tsjecho-Slowakije: de Charta 77. Ze hadden immers vastgesteld dat het westen meer aandacht had voor het verzet van intellectuelen dan voor de vervolging van rockmuzikanten. Havel zou later zijn buitenverblijf ter beschikking stellen voor opnames van de Plastic People en voor het Derde Festival van de Tweede Cultuur in 1977. De repressie van de overheid hield aan. Brabenec verliet in 1982 ‘vrijwillig’ het land na vele aanhoudingen en ondervragingen. Als de houding van de overheid eind jaren ’80 versoepelde, splitte de groep merkwaardig genoeg over de vraag of ze hun naam zouden wijzigen om opnieuw openlijk te kunnen optreden. Kort daarna viel de muur. Václav Havel werd president en nodigde de leden van The Velvet Underground in Praag uit, waar ze getracteerd werden op een concert van Pulnoc, de nieuwe groep van Plastic People-bassist Milan Hlavsa. Frank Zappa kreeg van Havel zelfs een officiële functie als cultureel attaché van Tsjecho-Slowakije. In 1997 vroeg Havel de Plastic People om een reunieconcert te spelen op de verjaardag van Charta 77 en in 1999 neemt hij de herenigde groep zelfs mee naar het witte huis, waar ze samen met hun grote idool Lou Reed mochten optreden voor een rits prominenten waaronder Bill Clinton.

DG 307: Nic zvláštního (Niets vreemds)

DG 307 verwijst naar diagnose 307, een psychiatrische diagnose die naar verluid af en toe werd toegepast op dissidenten onder het communisme. Een alternatieve theorie zegt dat de diagnose erg populair was in bepaalde middens omdat het recht gaf op ‘het boekje’, dat op zijn beurt vrijstelling van legerdienst betekende. De groep werd in 1973 gevormd door dichter Pavel Zajíček en Plastic People-bassist Milan Hlavsa. Beiden worden opgepakt na het Festival van de Tweede Cultuur in 1976 en Zajíček loopt zelfs een celstraf op van 8 maanden. Milan Hlavsa zou eind jaren ’70 de groep verlaten om zich volledig te weiden aan de Plastic People of the Universe. Zajíček verlaat in 1980 het land en leeft achtereenvolgens in Zweden en de Verenigde Staten. Na de val van het communisme keert hij terug en blaast hij de groep nieuw leven in.

Ze had een sneeuwwit lichaam
Een herinnering aan breekbare engelen
Die waken over je doen en laten
Ogen als het puin van dromen
Ergens zindert een ontploffing na
Het lijkt wel in mijn eigen hart te zijn
Ergens heeft er iemand gelachen
Ergens anders heeft iemand zich opgehangen
Het lijkt wel of ik het zelf ben, zonder het te weten
En hier in deze droom, in deze straat waar ik stond
Was er niets vreemds aan de gang
Niets zo vreemd

Jaroslav Hutka: Vandrovali hudci

Jaroslav Hutka is een folkmuzikant uit Moravië – het oostelijk deel van Tsjechië - die vanaf de tweede helft van de jaren ’60 succes kende met het hernemen van traditionele Moravische liederen en met zijn eigen protestliederen. Hij kwam meermaals in conflict met de overheid tijdens de ‘normalisering’ en uiteindelijk stelde de politie hem voor de keuze: gevangenis of vrijwillig exil. Hij vertrok in 1978 naar Nederland, waar hij jaren verbleef en zijn geluk beproefde met een Nederlandstalige plaat. Zonder succes. In 1989 keerde hij terug naar Tsjecho-Slowakije. Hij werd er als een held ontvangen en zong zijn liederen in uitverkochte stadions.

Karel Kryl: Děkuji (Bedankt)

Karel Kryl komt in 1968 in Praag wonen als assistent van een televisiereportageprogramma. Hij begint er op te treden in bars en clubs. Na de Sovjetinval schrijft hij nummers waarin hij zijn afkeer van de inval en van het communisme scherp verwoordt. In 1969 komt zijn plaat Bratříčku zavírej vrátka (Broeder, sluit het hek) uit. Het titelnummer, waarin een jongen aan zijn broer vraagt of het hek wel goed gesloten is en de wolf niet binnenkan, is een metafoor voor de onvoorzichtige houding van Tsjecho-Slowakije voor de Sovjetinval. De plaat verdwijnt vrijwel onmiddellijk uit de handel en Kryl moet de benen nemen. Hij vlucht naar West-Duitsland, waar hij naast zijn werk voor Radio Free Europe, een door de CIA gesteunde anticommunistische radio die uitzendingen deed naar de landen in het Oostblok, nog verschillende platen zou opnemen. Kort na de val van de muur sterft zijn moeder. Kryl keert terug naar Tsjecho-Slowakije om de begrafenis bij te wonen. Hij zal er terug optreden en een behoorlijk succes genieten tot aan zijn dood in 1994.

God schiep een twijg
Opdat ik er een krans van zou maken
Bedankt voor de pijn
Die me leert om vragen te stellen
Bedankt voor het falen
Dat me harder doet werken
Voor het vermogen om te geven
Zelfs als er geen kracht meer overblijft
Bedankt voor de zwakte
Die me leert om bescheiden te zijn

Dvouletá Fáma: To ta ta to

Dvouletá Fáma – Tsjechisch voor tweejarige roem – is één van de gangmakers van de Tsjechische new wave. De groep ontstaat in 1981 en brengt polyrithmische jazz-rock met absurde teksten en de merkwaardige zang van Jana Macháčková. De groep is erg actief van 1981 tot 1983, het jaar waarin hun enige en uitstekende studioplaat uitkomt. Dvouletá Fáma kan de druk helaas niet aan en valt uitéén. Eind jaren tachtig wordt de groep hervormd met een aantal nieuwe leden, een nieuw geluid en dichter Radomil Uhlíř als zanger.

MCH Band: Leicht/Lež/Lie (Moeiteloos)

Mikoláš Chadima is één van de centrale figuren uit de Praagse ondergrond. Hij speelde in Elektrobus, Kilhets en Extempore, de groep die hij in 1981 ontbond op het hoogtepunt van haar succes. De laatste plaat van Extempore – het tweedelige Velkomĕsto (de stad) - was een succes en de groep was er zelfs in geslaagd om er een paar keer in het buitenland mee op te treden. De buitenlandse ervaring deed de frustraties en wrijvingen in de groep enkel toenemen en kort erna besloten ze er de brui aan te geven. Chadima probeerde verschillende projecten op te starten, maar het is pas met de oprichting van de MCH Band - naar zijn eigen initialen - dat hij weer een duurzaam project had. Ondertussen verscheen zijn naam in de media als ondertekenaar van de charta ’77. Openbaar optreden werd van dan af zo goed als onmogelijk. De MCH Band gold dus vooral als een groep die opnam in huisstudios en haar samizdat-cassettes illegaal verdeelde. Op de schaarse optredens verschool de groep zich vaak achter een schuilnaam. Dit alles resulteerde in onwaarschijnlijk sombere en kille muziek vol spitsvondige geluidsexperimenten. Voor de teksten deed Chadima vaak een beroep op dichter Ivan Wernisch. De tekst van dit nummer komt van een gedicht van Jürgen Fuchs, een Oost-Duitse dissident waarvan Chadima verschillende werken op muziek heeft gezet.

Moeiteloos
Komt de leugen

Ze zegt
Dat het goed met me gaat
Ze zegt
Dat het mooi zal worden

Moeiteloos
Komt de leugen
En klopt op mijn schouder

Emil Ludvík: V lednu je máj (In januari wordt het mei)

In de jaren ’30 worden jazz en swing populair, ook in Tsjecho-Slowakije. Er vormen zich orkesten die zich volledig aan deze muziek weiden. Het Emil Ludvík Orchestra reflecteert de samenstelling van de bevolking van Praag in het interbellum. Tsjechische, joodse en Duitse muzikanten spelen er zij aan zij. Eind jaren ‘30 groeien de spanningen tussen de bevolkingsgroepen. Veel Sudetenduitsers, die de afscheiding van Tsjecho-Slowakije van het Oostenrijk-Hongaarse Rijk nooit verteerd hebben, voelen zich aangetrokken door de nazi-ideologie die hen de aansluiting bij het Duitse Rijk voorspiegelt. Sommige Duitse muzikanten weigeren om nog met Tsjechen of joden samen te spelen en verlaten het orkest. Fritz Weiss, een joodse trompettist die de muzikale directie en de arrangementen van het Emil Ludvík Orchestra op zich neemt, blijft ook na het uitbreken van de oorlog in Praag. Al snel mogen joodse muzikanten er niet meer optreden of deelnemen aan opnames. Toch blijft Weiss actief betrokken bij het orkest. Rond het einde van 1941 wordt hij gedeporteerd naar het concentratiekamp Theresiënstadt. Ook daar blijft hij arrangementen schrijven, die hij via een wacht naar het orkest in Praag opstuurt. In 1944 wordt hij naar Auschwitz gestuurd. Bij aankomst delen de nazi’s de nieuwkomers in twee groepen onder: diegenen die fit genoeg zijn om te kunnen werken en diegenen die onmiddellijk moeten sterven. Weiss sluit in het geniep aan bij de groep van zijn oude vader en sterft niet veel later.

Ilse Weber: Ich wandre durch Theresienstadt (Ik zwerf door Theresiënstadt)

De joodse Ilse Weber begon al vroeg met het schrijven van sprookjes, gedichten en toneelstukken voor kinderen. Net als vele joden in Praag was ze Duitstalig. (Denk maar even aan de bekendste onder hen: Franz Kafka.) De joden in Tsjecho-Slowakije zaten gewrongen tussen de verwantschap met de Duitsers en het Tsjecho-Slowaakse nationalisme, en vaak werden ze zowel door Tsjechen als door Duitsers als vreemden beschouwd. Weber was voorstandster van een betere verstandhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Het zou niet veel baten. Van de multiculturele stad Praag zou na het deporteren en uitmoorden van de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en de uitdrijving van de Duitsers aan het einde van de oorlog niet veel overblijven. Weber zelf werd in 1942 naar Theresiënstadt gedeporteerd, waar ze als verpleegster werkte en zich over een groep kinderen ontfermde. In 1944 ging ze naar Auschwitz. Tot op het laatste moment bleef ze bij de kinderen. Ooggetuigen vertellen dat Weber met de kinderen al zingend de gaskamer introk, zonder illusies over het lot dat haar te wachten stond.

Ik wend me af, bedroefd en moe
Zo zwaar wordt het mij daarbij
Wanneer zal ons leed een einde kennen
Wanneer zijn wij weer vrij

Iva Bittová: Divná slečinka (Vreemd meisje)

Eind 1989 vindt de Fluwelen Revolutie plaats in Tsjecho-Slowakije. Hoewel de Tsjecho-Slowaken al maanden getuige waren van de onrust in andere communistische landen, ondermeer door de toevloed aan DDR-burgers die via hun land naar West-Duitsland trachtten te gaan, bleef het regime er stevig in het zadel. Pas op 16 november, een week na de val van de muur in Berlijn, begonnen de betogingen. Dan volgden ze elkaar in snel tempo op. Communistische prominenten dienen één voor één hun ontslag in en op 29 december wordt Václav Havel verkozen tot president door – o ironie – een parlement dat nog grotendeels bestaat uit communisten. Het democratische Tsjecho-Slowakije zou echter niet lang bestaan. Spanningen tussen Tsjechen en Slowaken leiden tot een regeringscrisis. Een groep politici komt in het geheim bijeen om de splitsing van het land te bespreken. Een splitsing waar de meerderheid van het land nooit om gevraagd heeft en die nooit in een referendum door de bevolking is bekrachtigd.

Avant-garde violiste en zangeres Iva Bittová is waarschijnlijk de meest internationaal bekende Tsjechische muzikante. Haar vader Koloman Bitto was een vermaarde Roma-muzikant uit Slowakije, speelde verschillende instrumenten en bracht zijn kinderen de liefde voor muziek bij. Bittová volgde dramaschool en concentreerde zich in de jaren ’70 op haar carrière als actrice voor film en theater. Vanaf de jaren ’80 gaat ze volop voor de muziek. Ze combineert zang en viool, twee instrumenten die ze op een hoogst eigenzinnige manier aanwendt. In de jaren ‘80 speelt ze in de alternatieve rockgroep Dunaj en brengt een paar platen uit met haar man Pavel Fajt, drummer en centraal figuur uit de Tsjechische alternatieve muziek. Vanaf de jaren ‘90 brengt ze regelmatig cd’s uit, soms enkel met haar zang en viool, soms begeleid door andere muzikanten. Haar inspiratie haalt ze uit rock, jazz, klassiek, zigeuner en Moravische volksmuziek.

Ida Kelarova: Chodila po poli (Ik wandelde door het veld)

Ida Kelarova is de zus van Iva Bittová. Ze verlaat Tsjechoslowakije voor Engeland aan het eind van de jaren ’80. Na zich jaren aan haar gezin geweid te hebben, keert ze eind jaren ’90 terug naar Tsjechië en begint ze opnieuw te musiceren. Met haar krachtige stem en haar piano maakt ze melancholische versies van zigeunerliederen, Moravische en Slowaakse muziek. Ze geeft ook zangcursussen over heel Europa en heeft haar eigen muziekschool in Moravië.

maandag, december 01, 2008

Terrible. Cruel. Fascinant. Alain Bashung in de AB 27/11/2008

Begin dit jaar kocht ik een kaart om één van de meest eigenzinnige stemmen uit de Franse muziekwereld aan het werk te zien in het Koninklijk Circus. Groot was mijn frustratie toen ik hoorde dat het concert uitgesteld werd. Toen ik later hoorde dat Bashung het concert om gezondheidsredenen had uitgesteld, dacht ik meteen: te veel gerookt! Dat hij ondanks zijn behandeling voor longkanker verder gaat met zijn tournee is erg moedig. In mei maakte hij er in het Koninklijk Circus een indrukwekkende show van. Hij deed dat donderdag nog eens over in de AB.

Bashung opende met Comme un Lego van zijn nieuwe plaat Bleu Pétrole. ‘Quelqu’un a inventé ce jeu, terrible, cruel, fascinant.’ Het nummer kon wel als motto voor de avond gelden. Bashung draagt duidelijk de gevolgen van zijn ziekte. Hij is graatmager en naar verluid dienen hoed en zonnebril om te verbergen dat de chemotherapie de overmacht had over haar en wenkbrauwen. Al is die zonnebril er volgens mij altijd al geweest. Volgens de laatste berichten ging zijn toestand erop vooruit, waarop Bashung prompt nieuwe optredens aankondigde. De komende week zal hij trouwens nog twee keer in een uitverkochte AB spelen.

Bashung heeft zich omringd met uitstekende muzikanten, en dat is nodig want zijn nummers zijn niet zo eenvoudig te vertolken. Cellist Jean-François Assy moest op zijn eentje alle strijkerspartijen op zich nemen, en speelde dat in een handomdraai klaar. Bassist Bobby Jocky en drummer Arnaud Dieterlen boden een stevige onderbouw en Yann Péchin was gewoonweg subliem op gitaar. Bashung speelde vooral de crooner - met grootse handgebaren om het dramatische van zijn muziek nog extra in de verf te zetten - maar nam af en toe een gitaar in de hand of een harmonica in de mond. De lichtshow bestond uit trage kleurcombinaties die uitstekend bij de muziek pasten en de sfeer zowaar nog zwaarder maakten.

Dan volgden ‘Je t’ai manqué’ en ‘Hier à Sousse’, twee nummers die Gaëtan Roussel van Louise Attaque voor Bashungs laatste plaat geschreven heeft. Bashung heeft voor zijn laatste werk immers veel op andere componisten en tekstschrijvers gerekend. Slechts aan drie nummers heeft hij mee geschreven. Nu, wie onder meer een beroep doet op de vrij sublieme Gérard Manset voor het schrijven van nummers, kan in mijn ogen weinig fout doen. Al bij al heeft Bashung met Bleu Pétrole een aardige plaat afgeleverd. Een plaat die naar zijn doen vrij toegankelijk is en zelfs gemakkelijk te categoriseren valt met verwijzingen naar de Tindersticks of Tom Waits. Toch zal Bleu Pétrole onvermijdelijk in de schaduw blijven van zijn voorgangers.

En één van die voorgangers kwam donderdag ruimschoots aan bod. Fantaisie militaire uit 1998 werd ooit door een panel artiesten verkozen tot ‘beste Franse plaat van de laatste 20 jaar’. Met La nuit je mens speelt Bashung één van de absolute hoogtepunten van de avond. Ook Mes prisons en Samuel Hall mogen Fantaisie militaire vertegenwoordigen. Eigenlijk put Bashung een heel optreden lang vooral uit Bleu Pétrole en Fantaisie Militaire. Met A perte de vue speelt Bashung ook iets uit Chatterton uit 1994. Deze plaat wordt beschouwd als het eerste deel van de drieluik Chatterton – Fantaisie militaire – l’Imprudence. Is Chatterton nog vrij toegankelijk en licht verteerbaar, dan zou het gemoed steeds zwaarder worden doorheen de twee volgende delen van de trilogie.

Ik was in mei wat teleurgesteld dat Bashung geen enkel nummer gespeeld heeft uit wat ik als zijn absolute meesterwerk beschouw: l’Imprudence uit 2002. (Teleurgesteld is misschien een groot woord voor hetgeen je voelt na een magistraal concert, maar je snapt wel wat ik bedoel.) Deze keer hadden we toch recht op één nummer uit dit opus: Mes bras. Het is vreemd dat Bashung niet meer speelt van deze alom geloofde plaat. Het was ook vreemd om Bashung zelf in een onderhoud met Le Monde te horen zeggen: ‘Ik denk dat de waardering voor l’Imprudence de artistieke waarde ervan overstijgt. De goede wil die ik erin steek is blijkbaar sterker dan het resultaat.’

Wat nog? Meer van Bleu Pétrole : Je tuerai la pianiste, Le secret des banquises… Als na een paar akkoorden ‘blowing in the wind’ de bottleneckgitaar van Osez Josephine weerklinkt, gaat het publiek uit de bol. Er zijn in dit optreden weinig gelegenheden geweest om uit de bol te gaan. Het kwam wat raar over dat het publiek achteraf nog minuten in de handen bleef klappen op zware, langzame nummers waaruit het gros van dit concert bestond. Hoe dan ook, met Fantaisie militaire (het nummer) heeft Bashung een uistekende afsluiter voor een uitstekend optreden, één van de beste optredens van het afgelopen jaar!


Update: op 14 maart 2009 is het nieuws gekomen. Bashung is niet meer. Ook hij nu dood.

zondag, oktober 26, 2008

Radio Berlin

Berlijn is een stad met een bewogen geschiedenis. In de afgelopen 150 jaar was het de hoofdstad van Pruissen, van het Duitse Keizerrijk, de Weimarrepubliek, het Derde Rijk, de DDR en van de Bondsrepubliek. Bovendien is deze stad ook steeds een muzikale en culturele hoofdstad geweest. Berlijn was een broeihaard voor artistieke ontwikkelingen en haar invloed reikte tot ver buiten Duitsland. Stof genoeg voor een radiouitzending. De uitzending wordt vanavond om 23u live uitgezonden op radio scorpio (online beluisterbaar).

FDJ: Du brauchst ja nicht aus Berlin zu sein
Alle Duitsers zijn ook Berlijners, aldus de FDJ. De Freie Deutsche Jugend werd in de jaren dertig opgericht en was nauw verbonden met de Kommunistische Partij van Duitsland. Onder het nazi-regime was de beweging illegaal. Na de tweede wereldoorlog werd het de massaorganisatie voor jongeren in Oost-Duitsland. Bijna 90% van de Oost-Duitse jongeren waren lid. Wie zijn kinderen niet stuurde deed dat vaak om religieuze redenen, maar ontnam hen daarmee ook heel wat carrière- en studiemogelijkheden.

Klick & Aus: Systeme rasten ein
Vanaf de jaren tachtig bestond er een ondergrondse alternatieve muziekscène in Oost-Duitsland. Oost-Berlijnse jongeren konden via de radio of soms gewoon live horen wat zich aan de andere kant van de muur op muzikaal vlak afspeelde. Beïnvloed door de experimentele new wave en punkmuziek beginnen ze ook hun eigen ding te doen. Het resultaat werd illegaal verdeeld aan de hand van cassetteopnames. Veel van de activiteiten concentreerden zich in de Prenzlauerbergwijk. Deze industriële wijk lag vlak aan de muur die oost en west scheidde. Daarom wilden weinig mensen er wonen. Alternatieve artiesten kwamen er wel graag, en zo werd Prenzlauerberg een beetje de oosterse Kreuzberg. Dit alles onder het waakzame oog van Stasi-agenten die goed geïnfiltreerd waren in het kunstenaarsmilieu.

Die Tödliche Doris: Tanz im Quadrat

In West-Berlijn wilden nog minder mensen wonen. Om deze ommuurde stad te bereiken moest men door een hoop militaire controles. De stad trok wel heel wat alternatievelingen, krakers, artiesten en andere dienstweigeraars. West-Berlijners waren immers vrijgesteld van legerdienst. Wolfgang Müller, het brein achter Die Tödliche Doris, verwoordde het zo: ‘West-Berlijn was een artificieel in stand gehouden constructie, een gesubsidieerd symbool van het vrije westen. Je kon hier overleven met erg weinig geld, als je ten minste bereid was om te leven in eerder slechte omstandigheden: geen douche, geen verwarming... Deze omgeving bood een grote vrijheid om werkelijk eigenzinnige ideeën te verwezenlijken in kunst en muziek.’

Die Tödliche Doris was een goed voorbeeld van deze eigenzinnigheid. Het concept was om elk concept zoveel mogelijk tegen te gaan en te weerleggen. Bracht de groep éénmaal een erg experimentele en ontoegankelijke plaat uit, dan werd de volgende plaat luchtige pop. Müller stond ook aan de wieg van het Geniale Dilletanten-festival, dat Einstuerzende Neubauten, Malaria en andere gelijkgestemde artiesten samen programmeerde.

Einstuerzende Neubauten: Feurio!
Op 27 februari 1933 brandt de Reichstag in Berlijn. De dader, een jonge Nederlandse pyromaan genaamd Marinus van der Lubbe, wordt snel gevat. Hitler wil bewijzen dat de communisten achter deze brand zitten, en dus verschijnen op het proces ook verschillende prominente communisten in de beklaagdenbank. De rechter laat zich echter niet onder druk zetten en pleit enkel van der Lubbe schuldig. Hitler is woedend over deze uitspraak. Hij neemt maatregelen om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aan banden te leggen. De nazi-partij zit al even te wachten op een gelegenheid om de Kommunistische Partij te verbieden en grijpt deze kans. Door het uitschakelen van deze rivaal weten de nazi de volgende verkiezingen te winnen en door volmachten alle macht naar zich toe te trekken. In Londen komt een door communisten gedomineerde 'onderzoekscommissie' tot het besluit dat de nazi’s zelf achter de brand zitten. Marinus van der Lubbe, die altijd heeft volgehouden dat hij de brand alleen en op eigen initiatief gesticht heeft, wordt geëxecuteerd.

Einstuerzende Neubauten heeft zo zijn eigen theorie over de Reichstagbrand. In een ode aan het vuur – Feurio is een oud Duits woord voor vuur – pleit zanger Blixa Bargeld van der Lubbe vrij. König Feurio heeft het vuur aangestoken. Bargeld werd als tiener zelf van school gestuurd na een poging om de school in brand te steken. Het nummer is afkomstig van de Neubautens meesterwerk uit 1989: Haus der Luege.

Chor & Orchester Siegurd Brauns: Aufbauwalzer
Na de Tweede Wereldoorlog is Berlijn net als menig Duitse stad platgebombardeerd. De Oost-Berlijners laten het hoofd niet zakken en trekken al zingend naar de Aufbausonntag om het puin te ruimen.

Opbouwzondag is er vandaag weer
Het puin smelt weg als sneeuw in de zon
En wij zingen vrolijke liederen
Wij bouwen en zingen ondanks regen en wind
Hoog als de hemel, hel als de zon en zo schoon
Bouwen we de huizen, snel zullen de kranen weer draaien

Was ist denn an der Weberwiese los
Nog een liedje over hetzelfde thema.

Wat is er aan de hooiveld gebeurd?
Daar staat een huis zo reuzegroot
Dat stond er een paar weken geleden nog niet
Berlijn bouwt op, Berlijn: dat zijn wij!

Karl-Heinz Weichert: Wenn die Kastaniën und der Flieder wieder blüh’n
Voor de DDR-leiders was het duidelijk: Berlijn was een deel van hun land. Al in 1948 – Duitsland was toen nog niet opgedeeld - blokkeerden de Sovjetautoriteiten de toegang tot West-Berlijn met het doel om de stad te annexeren. Bijna een jaar lang kon West-Berlijn enkel via een luchtbrug bevoorraad worden. In 1958 eisten zowel de Sovjetunie als de DDR dat de ‘Westmächten’ zich binnen de zes maanden uit de stad zouden terugtrekken. Berlijn zou dan een apart statuut van ‘vrije stad’ krijgen. Het ultimatum werd verschillende keren verlengd, maar als de Oost-Duitsers in 1961 de Berlijnse Muur bouwden, werd het voorstel naar de vuilnismand verwezen.

Dit DDR-propagandalied uit 1960 beeldt uit hoe de toekomst er uit had kunnen zien indien men het voorstel had aanvaard.

Als de kastanjes en de vlieren openbloeien
Dan zal Berlijn een vrije stad worden
Dan wordt de frontstad een vrije stad
Die geen oorlog meer vrezen moet

Als de kastanjes en de vlieren openbloeien
Dan zullen de ami’s aan de overkant eens wat zien
Dan vangt de vrede eindelijk aan
En zal Berlijn vrolijk en gelukkig zijn

Malaria: Kaltes klares Wasser
Gudrun Gut had al in een prille versie van Einstuerzende Neubauten en in Mania D. gespeeld. In 1981 vormt ze samen met Bettina Köstner de vrouwengroep Malaria. Ze worden één van de vaandeldragers van de Neue Deutsche Welle.

Alexander von Borsig: Hiroshima
Een nummer uit de tijd dat Alexander Hacke zich nog naar de fabriek waarin zijn vader werkte noemde. Als puber toerde Hacke reeds op zijn eentje door heel Europa. Hij belde zo nu en dan naar zijn moeder om te zeggen dat alles goed met hem ging. Zonder te vermelden waar hij zat, want dan zou zijn moeder het hoederecht over hem verliezen. De man musiceerde in een hoop projecten en zijprojecten uit West-Berlijn, maar is vooral bekend vanwege zijn bijdrage aan – alweer – Einstuerzende Neubauten. Begin jaren tachtig had hij onverwacht succes met het nummer Hiroshima dat ‘single of the week’ werd in de New Musical Express.

Oktoberklub: Burgerlied 79
In de jaren ’60 waren folk en protestliederen erg populair. In Oost-Berlijn ontstond – net als op veel andere plaatsen in de wereld - een Hootenanny-Klub waarin jonge folkliefhebbers onder begeleiding van de Canadese folkzanger Perry Friedman samen musiceerden. De Engelse benaming was een doorn in het oog van de Oost-Duitse autoriteiten. De groep werd herdoopt in Oktoberklub en zou van dan af nauw verbonden zijn aan de FDJ (Freie Deutsche Jugend, zie boven). De groep was erg populair en trad vaak op op het jaarlijkse Festival des Politische Liedes. Op dit Berlijnse festival kwamen linkse folkmuzikanten uit heel de wereld optreden voor een FDJ-publiek.

Soldatenchor und Zentrales Orchester der NVA: Jung sind die Linden
Op 13 augustus 1961 werd de Berlijnse Muur opgetrokken. De muur was bedoeld om de massale vlucht van oost naar west tegen te gaan. De doorgang tussen Oost en West-Berlijn was toen de enige weg om in West-Duitsland te geraken. Via deze weg verlieten tussen 1949 en 1961 zo'n 2,6 miljoen mensen de DDR en Oost-Berlijn. Officieel was de muur een ‘antifascistische verdedigingsmuur’ tegen de westelijke agressie. ‘Jung sind die Linden’ is een soldatenlied van de Nationale Volksarmee (NVA) over de bewakers van de muur.

Het was in de dagen van Augustus
De rozen bloeiden in de tuinen
Toen hebben we onze verdedigingsmuur gebouwd
We konden niet langer wachten

Wie het leven verstoort en de waarschuwing niet hoort
Botst weldra op de vuist van ons machtige leger
Zolang men in Bonn met oorlog dreigt
Blijven wij op wacht aan de Spree

Wolf Biermann: Nur wer sich ändert, bleibt sich treu
Wolf Biermann was oorspronkelijk verheugd over de bouw van de muur. Deze overtuigde marxist liep niet hoog op met de mensen die hun heil zochten in de kapitalistische Bundesrepublik. Diezelfde muur bracht hem in moeilijkheden als het door hem opgerichte Berliner Arbeiter- und Studententheater een stuk programmeerde over de bouw van de muur. Biermann kreeg beroepsverbod, eerst voor een half jaar, later – na uitgave van een plaat en een dichtbundel - definitief. Hij nam in zijn woning in de Chausseestrasse 131 in Oost-Berlijn zijn platen op en liet ze in het westen verschijnen. Deze woning was ook een trefpunt voor dissidenten in de DDR, zoals Robert Havemann en Jürgen Fuchs.

In 1976 kreeg Biermann de toelating om een paar keer op treden in de BRD. Maar een op televisie uitgezonden optreden in Keulen waarin Biermann de DDR fel bekritiseerde viel niet in goede aarde bij de DDR-leiders. Biermann mocht na afloop niet meer terugkeren naar Oost-Berlijn. Zijn uitwijzing werd de aanleiding voor een omvangrijke protestbeweging van artiesten en intellectuelen in Oost-Duitsland, waarvan sommigen Biermann spoedig mochten volgen in zijn exil. Biermann vestigde zich in West-Berlijn en zou gradueel zijn geloof in het socialisme verliezen. Hij vatte zijn uitzonderlijke levensloop samen op dit nummer: enkel wie verandert, blijft zichzelf trouw.

Jürgen Fuchs / Mikolas Chadima: Treue
Jürgen Fuchs was al een vriend van Biermann toen ze nog samen in Oost-Berlijn woonden. Hij begon met schrijven toen hij studeerde. Hij schreef korte, scherpe gedichten over het leven in de DDR. Stasi en universiteit namen nota van zijn rebelse geschriften. Een pacifistisch manifest van Fuchs schoot bij de autoriteiten in het verkeerde keelgat en hij werd bijgevolg van de universiteit geweerd. In 1976 werd hij opgepakt na de protesten rond de uitwijzing van Biermann. Hij keek op tegen 11 jaar gevangenis, maar na internationale protesten mocht hij in 1977 Biermann gaan vergezellen in West-Berlijn.

Mikolas Chadima was een sleutelfiguur uit de ondergrondse muziekscène in Praag onder het communisme. Hij had een grote aanhang met zijn groep Extempore en later de MCH Band. Deze muziek was verboden, maar net als andere groepen (we vernoemen hier toch even Plastic People of the Universe en DG307) wist Chadima zijn publiek te bereiken via illegale cassetten en concerten. Als gevolg van zijn eigen ervaringen met de totalitaire staat kweekte hij een grote interesse in de figuur van Jürgen Fuchs en zette hij verschillende van zijn gedichten op muziek.

Herbst in Peking: Wirbeläulenkrebs
Herbst in Peking wordt in 1987 opgericht in Oost-Berlijn. De naam van de groep komt van een boek van Boris Vian, net als de tekst van dit nummer. Na de bestorming van het Tiananmen-plein in Peking in 1989 krijgt de naam een bittere bijklank. Bovendien roept de groep tijdens een concert een minuut stilte uit in solidariteit met de slachtoffers van de slachting. De overheid gunt de groep geen toelating meer om op te treden. Dit verbod sleept niet lang aan, want de muur begint op dat moment al aardig te wankelen. Met Bakschischrepublik leveren ze de DDR-rockscene een hymne die nauw verbonden zal blijven aan de Wende.

Dagmar Krause: Spartakus 1919 (Hanns Eisler)
Dit nummer handelt over de Spartakistenopstand. Na de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog heerste grote chaos in Duitsland. Een chaos die vaak samenging met politiek geweld. In januari 1919 breekt in Berlijn een spontane opstand van arbeiders uit die hervormingen naar sovjetmodel eisen. De democratische regering riep de hulp in van vrijkorpsen, rechtse paramilitaire organisaties die de militaire nederlaag en de Weimarrepubliek bestreden, om de opstand neer te slagen. Deze laatsten gingen bijzonder driest te werk en vermoordden onder meer Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, de leiders van de Spartakistenbond naar wie de opstand genoemd is.

Hanns Eisler experimenteerde in zijn vroege jaren met atonale muziek en twaalftonige compositietechnieken. Na zijn aankomst in Berlijn werd hij marxist en probeerde hij ook toegankelijke propagandistische liederen te schrijven. Hij ontmoette er Berthold Brecht, het begin van een lange en vriendschappelijke samenwerking die onder meer legendarische strijdliederen als het Solidariteitslied en het Eenheidsfrontlied opleverde. In 1933 werd hun muziek in de ban geslagen door het nazi-bewind. Brecht en Eisler kwamen na vele omzwervingen in de Verenigde Staten terecht. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen ze terug in Duitsland. Eisler schreef er onder meer het volkslied van de DDR.

Dagmar Krause komt uit de avantgarde muziekscene in Hamburg en speelde onder meer in Slapp Happy en in Henry Cow. Als ze in 1978 gevraagd wordt voor de hoofdrol in een opvoering van ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ van Berthold Brecht en Kurt Weill, neemt haar carrière een andere wending. Ze geraakt gefascineerd door het werk van Berthold Brecht, Kurt Weill en Hanns Eisler ten tijde van de Weimarrepubliek. Ze brengt achtereenvolgens een cd met Brecht/Weill-nummers en één met Eisler-composities uit, beiden zowel in het Engels als in het Duits uitgegeven.

Gisela May: Zu Potsdam unter den Eichen (Berliner Requiem – Kurt Weill/Berthold Brecht)
Berthold Brecht vestigt zich in 1924 in Berlijn en zou daar zijn marxistisch politiek bewustzijn opdoen. In 1933 beschuldigen de nazi’s hem van hoogverraad. Hij vlucht naar Praag en komt later in de V.S. terecht. In Duitsland worden ondertussen zijn boeken verbrand. In 1947 moet hij in de V.S. verschijnen voor de Commissie voor Anti-Amerikaanse Activiteiten. Hij verlaat het land en keert terug naar Berlijn. Hoewel hij principieel in de DDR verblijft en er een gevierd schrijver is, is zijn verhouding met de overheid niet opperbest.

Kurt Weill kwam uit een joods gezin en vluchtte in de jaren ’30 eveneens naar de Verenigde Staten. In tegenstelling tot Brecht, met wie zijn relatie toen niet meer zo goed was, weet hij wel commercieel door te breken in de V.S. door muziek voor film en theater te schrijven. Hij overleed in New York in 1950. Het Berliner Requiem werd op 22 mei 1929 uitgezonden op Radio Frankfurt, dat het stuk ook bestelde. Niet toevallig bevat het stuk vele verwijzingen naar het einde van de Eerste Wereldoorlog en de Spartakistenopstand ongeveer tien jaar voor de uitzending.

Ton Steine Scherben: Macht kaputt was euch kaputt macht
Ton Steine Scherben is ongetwijfeld de belangrijkste exponent van de linkse krakersbeweging in de Berlijnse Kreuzbergwijk van de jaren '70. De groep speelde al vroeg in de jaren 70 een soort protopunk waarin ze rauwe gitaren koppelden aan radikale politieke slogans. ‘Met zo'n plaat kan je niet zo maar bij je ouders langsgaan en zeggen: "kijk een wat er van mij geworden is!"’, herinnert zanger Rio Reiser zich achteraf. Ton Steine Scherben weigerden principieel om een commerciële platendeal af te sluiten en gaan in 1985 failliet. Rio Reiser wist later nog succes te boeken als soloartiest en stierf in 1996.

Nina Hagen Band: Wir leben immer... noch
Nina Hagen groeide op in Oost-Berlijn en ambieerde een carrière in film en muziek. Ze werkte aan haar eerste plaat toen ze samen met haar moeder Eva-Maria Hagen, de vriendin van de eerder vermelde Wolf Biermann, naar West-Berlijn mocht verhuizen in 1976. Hoewel het werk dat ze in Oost-Berlijn afwerkte eerder poppy was, vond ze zichzelf in West-Berlijn terug uit en werd ze er al snel de first lady van de oprukkende punkbeweging. Omringd door prima muzikanten maakte ze furore met haar debuut ‘Nina Hagen Band’. Haar band kon echter moeilijk om met haar sterallures en onberekenbaarheid en verliet haar in 1980. Ze ging solo verder, maar zou nooit meer de hoogtepunten uit de begindagen bereiken.

Lok Kreuzberg: Hand in Hand im Park
De muzikanten uit de Nina Hagen Band kwamen voor een groot deel uit Lok Kreuzberg. Deze erg geëngageerde groep vermengde progressieve rock met politiek cabaret. Ze brachten verschillende platen uit en kenden een behoorlijk succes, maar zijn vandaag ten onrechte in de vergetelheid geraakt.

Chor & Orchester Siegurd Brauns: Dank euch, ihr Sowjetsoldaten
Op 8 mei 1945 ondertekenden de Duitsers de capitulatie in Berlijn, hoewel ze de dag ervoor al onvoorwaardelijk gecapituleerd hadden voor de geallieerden in Reims. Stalin had geëist dat er een tweede capitulatie zou komen in het door hem bevrijdde Berlijn. De Sovjets gedroegen zich bij de bevrijding niet bepaald voorbeeldig. De val van Berlijn ging gepaard met massale plunderingen en verkrachtingen. Berlijners werden zelfs geacht om hun deuren niet te sluiten opdat Sovjetsoldaten vrij hun gang konden gaan.

Dit alles is echter niets in vergelijking met de wreedheden die de Duitsers begaan hebben aan het Oostfront. Al van bij de aanvang van Operatie Barbarossa - zoals de Duitsers de aanval op de Sovjetunie noemden – liet Hitler weten dat dit een vernietigings- of uitroeiingsoorlog ging worden, een term die pas zijn volle betekenis krijgt als men bedenkt dat de Duitsers aan het Oostfront pas echt begonnen zijn met de uitroeiing van ongewenste ‘rassen’ en bevolkingsgroepen. 20.000.000 Sovjetburgers kwamen om tijdens de oorlog.
 
In Oost-Berlijn werd na WOII het Palast der Republik opgetrokken. Dit gebouw – dat diende als parlement en als cultuurpaleis voor de DDR - was ondermeer het toneel van de viering van 35 jaar DDR waaruit deze opname stamt. Ook voor de 40-jarige verjaardag van de DDR waren dergelijke feestelijkheden gepland, maar deze konden amper doorgaan door het tumult dat gepaard ging met de val van de muur. Vandaag is het gebouw gesloopt om plaats te maken voor het her op te bouwen Berliner Stadsschloss van de Hohenzollerndynastie. Eén van de laatste groepen om er op te treden waren – dat kunnen we toch niet onvermeld laten – Einstuerzende Neubauten. Zanger Blixa Bargeld drukte daarbij de wens uit dat de mythe zou ontstaan dat de Neubauten zelf het gebouw gesloopt hebben.

Pionierchor Edgar André Berlin: Wir brauchen den Frieden wie die Blume das Licht
Een radioprogramma over de geschiedenis van Oost-Berlijn maken zonder ook maar één kinderkoor te spelen? Het zou ongehoord zijn. Wisten jullie trouwens dat het voormalige Oost-Duitsland vandaag nog altijd evenveel klassieke orkesten telt als heel de rest van Duitsland samen, hoewel het maar één vierde van het territorium omvat? Een teken van het belang dat de Oost-Duitse machthebbers aan muziek en cultuur hechtten. Ook kinderkoren waren bijzonder in trek. En de talrijke kinderkoren hebben nog veel talrijkere platen opgeleverd. Waarvan velen na de val van de muur gewoon op het vuilnisbelt zijn beland. Wij halen er voor jullie nog eens eentje van onder het stof. Wat dachten jullie van een vredesliedje?